2025-06-05 B7 - LPBL samenvatting RA Zeeland vertrouwelijk ivm AVG (geanonimiseerd)
Tekst van het document
NN
Van:
LPL, (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Nr
Betreft:
Belangrijkste knelpunten
Datum:
20 november 2024
oplossingsrichtingen regio-analyse
en
Zeeland
Inleiding LPBL
heeft
chmark) Zeeland de
waar
een
analyse opgesteld
en
een
inventarisatie van
als
geheel,
komende
bare) jongeren
jaren
in hun
knelpunten op een rij
tieve
richting
en
aanpakken het
thema’s,
in de
twee
rollen kan
beschrijven
goede evaluatie, afronding
borging
ook interventies
en
stimuleren.
aanpakken 1.
voor
het
in Zeeland
weinig jongeren
door
het
de benchmark.
Mogelijk
blijkt uit zowel de
de
wachtlijsten
Zeeland
vaak
dingen
op korte
Een
laatste
gaat
het vaak
staat
zijn
lopen
Zo
de
ondersteuning belangrijkste als
agenderen
(kwets-
conclusies
en
inspiratie. effec-
van
belangrijke regionale
en
het
‘good practices’
door
inzichtelijk van
eerste is het faciliteren van
De
het
wordt
van
mogelijke oplossingsrichtingen.
we
lopende programmalijnen.
zorgen
voor
een
Daarnaast kan
het programma
pilots te financieren of door
veelbelovende
te geven
als zaken
regulier
aantal
dingen op.
In de eerste
snel
de
schooladviezen
door- of
voor
die
dit
Ten
op.
lange reisafstanden wordt veroorzaakt
is de relatief
hoge
opstroom
niet van
de
grond
komen.
te
zijn.
behalen,
Een
het
gebrek
aan
en
hiervoor
steekproef
wordt
punt 3.
is hiervoor een
benut. Daarnaast
aan
dat
uitval
keuzemogelijkheden
instroom
in
in
en
in
oplei-
bij Scalda.
in mbo
2. Bij de uitval op niveau 2
waarbij
het de vraag
en en
dan
zijn relatief weinig plekken
geïnterviewden
vanuit Entree
zie
nu
geven
door de dalende
relatief
stromen
gemiddeld hoger zijn
dan er
plaats
derde
uitval in het vmbo
zijn doorgestroomd
startkwalificatie
jongeren
potentie
schooljaar met de
jongeren
een
hoger onderwijs, terwijl
dat mede
aandachtspunt
een
regio’s.
zetten we
de interviews dat het vso onder druk staat:
ieder
afstand,
welke
is op het niveau
drie
gaat
(ben-
analyse de
aan van
Bijvoorbeeld
vallen
is er dus meer als
samenhangt
om
onderzoek
naar
cijfers
om
de
kwantitatief deel
onderwijs
onderwijs
naar
gedacht
helpen opschalen of een ‘duwtje’
te
Behouden
Kijkend
initiëren
De
om
programma.
verspreiden de
het
benoemen
en
-
het
voor
en van
tussen
als
uit een
‘good practices’ opgenomen
worden
en
aanbod.
In dit memo
ook enkele
regio. Daarbij
identificeren,
zitten
werk.
bestaand
huidige
onderscheid
in vier thema’s
onderverdeeld
daarbij op hoofdlijnen
zien
het
belangrijkste opgaven
opleiding -
nodig
waar
hoofdrapportage zijn per thema
In de
We
de
provincie Zeeland,
(knelpunten in)
maakt
maar
de
van
De
uitval
in vmbo
goede methode,
is of
vraagt
zie
zij wel om
hiervoor
in
nader
punt
4.
Oplossingsrichtingen Een
eerste
regionale opgave
singsrichtingen -__
Het
investeren
mogelijk het
die uit de
een
aantal
voorzieningen
doen
in de
heden
tot
dus
voren
tussen
op de opgaven
jongeren
kunnen
reguliere groepen vormen
het behouden
naar
voorzieningen
soort
Investeren
analyse
antwoord
toenemend
verschillende -__
in
is
al aan
dat
leiden en
digitaal
aansluiten
zijn:
het
en
vso
in de
(mede
regio
door
tot beter
tot meer
gewerkt,
in flexibiliteit en maatwerk
bij lessen,
van
komen
maar
jongeren
voor
regulier
vo,
als
gevolg
van
aan
lerend vermogen
Een
jongeren 1
maatwerkklassen.
het kleine
jongeren in het
dit vraagt verdere
zodat
zoals
onderwijs. Mogelijke oplos-
psychische problematiek)
onderwijs
in het mbo.
het
de
aantal thuis
biedt
vso-plekken
komt
(tijdelijk)
Dit
te zitten.
niet mee
regulier onderwijs.
en
Dit
kunnen
Hier wordt
in
professionalisering.
voorbeeld
is het bieden
niet voor één
uur
les een
van
meer
halve
dag
mogelijkhoeven
-
reizen. Ook het aanbieden van brede opleidingen (gecombineerde crebo’s) op meer locaties in de provincie kan bijdragen aan minder uitval. Het vergroot immers de keuzemogelijkheden binnen een acceptabele reisafstand. Ook meer instroommomenten en meer onderwijs op maat - bijvoorbeeld de mogelijkheid om bij switchen alvast de AVO-vakken in de ‘oude’ opleiding vakken af te ronden dragen bij aan behoud van jongeren (met name switchers) voor het onderwijs. Tot slot kunnen jongeren worden behouden voor Zeeland door de mogelijkheden voor doorstroom naar het hbo binnen de eigen provincie te vergroten. Bijvoorbeeld door meer samenwerking van Scala met hbo-instellingen of door het stimuleren van de mogelijkheden tot afstandsonderwijs. Het gaat om jongeren die niet onder de doelgroep van het vsv-programma vallen maar het programma kan vanuit de bevindingen in de regionale analyse hierin wél agenderen en aanjagen. ,
,
2.
,
Ondersteuning op school
In de analyse komt de samenwerking met zorg (jeugdhulp wmo maatschappelijke werk) naar voren als een belangrijk aandachtspunt. De belangrijkste knelpunten zijn de fragmentatie in toegang partijen financiering en regie. Voor iedere jongere moet opnieuw en ad-hoc worden gezocht naar oplossingen. Daarnaast zijn er lange wachttijden voor zorgtrajecten waardoor de kans op uitval groter wordt. Ook het gebrek aan samenwerking en afstemming werkt belemmerend. Dit is niet nieuw. De genoemde knelpunten zijn eerder onderzocht en voorzien van mogelijke oplossingsrichtingen. Vanuit de nieuwe wet ‘van school naar duurzaam werk’ worden partijen verplicht om gezamenlijk afspraken te maken over de toegankelijkheid van ondersteuning voor jongeren die kampen met psychische fysieke financiële criminele of andere problemen. ,
,
,
,
,
,
Oplossingsrichtingen De eerder door de regio opgestelde oplossingsrichtingen zijn nog actueel. Ze sluiten aan bij de uitkomsten uit de interviews én bij goede ervaringen elders in het land. Het gaat om: Het vereenvoudigen en uniformeren van de gemeentelijke toegang en aanwezigheid op school van (toegang tot) ondersteuning. Komen tot integrale onderwijs- en zorg trajecten vanuit SWV RBL en gemeentelijke toegang. Een collectieve bekostiging vanuit gemeenten en onderwijs (per regio) voor een aanpak (met eventueel mogelijkheid tot verrekening achteraf). Betere onderlinge samenwerking en afstemming van álle betrokken partijen over initiatieven en (beleids-)maatregelen. Duidelijke afspraken over werkwijze regie/ eigenaarschap en financiering. ,
,
3.
Begeleiden naar een passende en duurzame (werk)plek
In Zeeland zijn er twee doelgroepen die extra aandacht vragen als het gaat om de begeleiding naar een passende en duurzame werkplek. In de eerste plaats zijn dat jongeren die uitvallen in mbo 2. In de analyse zagen we dat dit met name in Zeeuws-Vlaanderen hoger is dan in de benchmark. Niet alleen daar maar in de hele provincie gaat het bij deze uitvallers vaak om jongeren die zijn doorgestroomd vanuit Entree maar waarbij het de vraag is of zij in staat zijn om een startkwalificatie te behalen. Het is zaak om hen vroegtijdig te signaleren en te begeleiden naar een goede (werk)plek. ,
,
,
De tweede doelgroep betreft de jongeren die zonder startkwalificatie aan het werk gaan. In de Zeeuwse regio’s gebeurt dit vaker dan in vergelijkbare gebieden. Het past bij de ‘op werk gerichte’ mentaliteit in de provincie. Deze jongeren lopen echter een risico als het gaat om het duurzaam behouden van werk of het kunnen aantonen van voldoende en passende werkervaring. 2
,
Oplossingsrichtingen -
In Zeeland is de afgelopen jaren veel ingezet op meer en makkelijker instromen in het Startcollege. Dat heeft geleid tot zeer diverse doelgroepen (nieuwkomers jonge uitvallers uit het vmbo instroom uit pro en vso jongeren met complexe problematiek). Voor een deel van deze jongeren is onderwijs echter niet de meest passende plek. Zij halen nog wel een Entreediploma maar vallen na doorstroom uit op niveau 2. Begeleiding naar (aangepast) werk of leren op de werkvloer is voor hen een beter alternatief. Meer inzetten op vroegtijdige selectie en passende plek voor jongeren vanuit Pro Vso en ISK liefst al bij de intake biedt hierop een antwoord. Dit is een samenwerking van onderwijs DSP en Werk & Inkomen. Bijvoorbeeld door op vaste momenten gezamenlijk lijsten met jongeren door te nemen en daarbij elkaars expertise te benutten. Jongeren die desondanks gaan werken zonder diploma ondersteunen richting duurzaam werken door - in samenwerking met werkgevers - in te zetten op praktijkverklaringen en certificaten. Hier is nog potentie in de provincie zowel in het verbeteren van de vindbaarheid voor werkgevers als in het voorkomen van kosten voor hen. ,
,
,
,
,
,
-
,
,
,
4.
Slim vinden en ondersteunen NEET-jongeren
In de analyse zagen we dat in Zeeland meer jongeren dan in de benchmark aan het werk zijn. Desalniettemin is het aandeel NEET-jongeren (zonder werk en zonder opleiding) in Walcheren en ZeeuwsVlaanderen toch hoger dan in de benchmark - ook wanneer we corrigeren voor grensverkeer. Nader onderzoek moet uitwijzen of er inderdaad meer NEET-jongeren zijn wie deze jongeren zijn en welke ondersteuningsbehoefte zij hebben. ,
Oplossingsrichtingen -
Een zeer inzichtelijke en tegelijkertijd pragmatische manier om de NEET-jongeren te onderzoeken is door middel van een dossieranalyse. Dit zijn interviews met de consulenten (van onder meer het DSP en het Jongerenloket) aan de hand van een representatieve steekproef uit hun caseload. Dit geeft goed inzicht in de doelgroep hun kenmerken en hun ondersteuningsbehoefte. Uit het onderzoek volgt ook een advies voor een passend regionaal trajectenaanbod voor jongeren zonder uitkering mogelijk (mede) te financieren uit het programma jeugdwerkloosheid. In deze lijn past ook het (verder) ontwikkelen van een groepsaanbod binnen de bestaande budgetten van het RBL. Door de afname in budgetten is het immers noodzakelijk om deze middelen slimmer of kosteneffectiever in te zetten. Tot slot is het gegeven de uitgestrektheid van de provincie en de teruglopende budgetten aan te bevelen om het vinden en bereiken van jongeren zo efficiënt mogelijk te organiseren. Dit kan concreet vorm krijgen door bijvoorbeeld een gezamenlijk DSP front-office in te richten. Hier worden de eerste fases van het ondersteuningsproces uitgevoerd: het signaleren inventariseren en zo nodig doorverwijzen van jongeren.
Hierbij gaat het om de huidige doelgroep van het doorstroompunt (jongeren tot 23 jaar zonder startkwalificatie) én de nieuwe doelgroep (jongeren van 23 tot 27 jaar zonder startkwalificatie) aangevuld met de jongeren die door de mbo’s worden aangemeld in het kader van nazorg (ook mét startkwalificatie). Een andere manier om jongeren beter te bereiken is het inrichten van meer jongerenloketten naar voorbeeld van Terneuzen en door slim gebruik te maken van netwerkpartners zoals het jongerenwerk. ,
-
,
,
-
,
,
,
,
,
-0-0-03