CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-01-22 - Bijlage 1 - Bestemmingsplan toelichting + regels

commissie Omgeving 22 januari 2025, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Sluiskil - Zandstraat Spoorstraat-Louisastraat en besluit 'Hogere Waarden Geluid industrielawaai'23.328 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

In noordwestelijke richting rijdt het verkeer via de Groenoord en Baljuwlaan en in zuidoostelijke richting via de Kanaalweg. Classificatie

Aantal Gemiddelde Verkeersgeneratie verkeersgeneratie gemiddelde verkeersgeneratie) Koop, huis, tussen/hoek 9 7,2 64,8 Huur, appartement, vrije sector, 75-100 m2 2 3,7 7,4 bvo Huur, appartement, vrije sector,> 100 m2 bvo 1 5,5 5,5 Totaal 77,7

4.12

(o.b.v.

Water

Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht. Beschreven moet worden op welke wijze in het plangebied met water en watergerelateerde aspecten wordt omgegaan. Voorkomen moet worden dat ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beiden is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals bijvoorbeeld wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, etc., te voorkomen. Thema en water(beheer)doelstelling Uitwerking Veiligheid waterkeringen De locatie ligt niet in of in de nabijheid van Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening waterkeringen. houden met de daarvoor benodigde ruimte.

Juust

36

Sluiskil-Zandstraat, Spoorstraat-Louisastraat

Voorkomen overlast door oppervlaktewater In de huidige situatie is het plangebied deels bebouwd Het plan biedt voldoende ruimte voor het met de kerk, (820 m2 ) daarnaast is er circa 250 m2 aan vasthouden, bergen en afvoeren van water. dichte bodemverharding rondom de kerk aanwezig. In Waarborgen van voldoende bouwpeil om de toekomstige situatie bedraagt het dakoppervlak overstroming vanuit oppervlaktewater in naar schatting 700 m2 De dichte bodemverharding is maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden geschat op 1.000 m². Dit betekend dat er sprake is van met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op een feitelijke toename van 630 m2 aan dakoppervlak en extreme weersituaties. bodemverharding. Voor deze toename zal watercompensatie benodigd zijn. Er zal 630 x 0,075 = 47,25 m3 aan watercompensatie gerealiseerd moeten worden. Hiervoor is een voorwaardelijke verplichting in de regels opgenomen. Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater Het hemelwater op het dak wordt met een Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ hemelwaterafvoer afgevoerd naar het maaiveld. Hier RWZI's en van de (gemeentelijke) rioleringen. wordt het hemelwater zoveel mogelijk geïnfiltreerd in Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in de bodem.

verband met de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het transportsysteem en het beperken van Het huishoudelijk afvalwater wordt gescheiden van het overstorten. hemelwater via het bestaande gemeentelijke rioolstelsel en aangeboden voor zuivering. De mogelijkheden om aan te sluiten op het gemeentelijke rioolstelsel dient nader met de gemeente (en het waterschap RWZI) te worden afgestemd. Grondwaterkwantiteit en verdroging Er treden geen veranderingen op in de Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast grondwaterkwantiteit. en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden. Grondwaterkwaliteit Zowel tijdens de bouwfase als tijdens de gebruiksfase Behoud of realisatie van een goede grondwaterkwaliteit. worden geen uitlogende materialen gebruikt. Er zijn Denk aan grondwaterbeschermingsgebieden. daardoor geen nadelige gevolgen voor de grondwaterkwaliteit te verwachten. Oppervlaktewaterkwaliteit Zowel tijdens de bouwfase als tijdens de gebruiksfase Behoud of realisatie van goede worden geen uitlogende materialen gebruikt. Er zijn oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht daardoor geen nadelige gevolgen voor de van het watersysteem. Toepassing van de trits grondwaterkwaliteit te verwachten. schoonhouden, scheiden, zuiveren. Volksgezondheid De volksgezondheid is niet in het geding.

Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico's via o.a. de daarvoor benodigde ruimte. Bodemdaling Er is geen sprake van bodemdaling. Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveldsdalingen in zettinggevoelige gebieden kunnen veroorzaken. Natte natuur Er is geen sprake van natte natuur in of in de nabijheid Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en van het plangebied. natuurlijk karakteristieke aquatische natuur.

Juust

37

Sluiskil-Zandstraat, Spoorstraat-Louisastraat

Onderhoud oppervlaktewater De beoogde ontwikkeling is niet gesitueerd in of in de Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden nabijheid van een onderhoudsstrook ten behoeve van worden. Rekening houden met obstakelvrije het onderhouden van oppervlaktewater. onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting. Anderer belangen waterbeheer Relatie met eigendom waterbeheerder Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren. Wegen in beheer bij het waterschap

4.13

Niet van toepassing.

Niet van toepassing.

Milieu Effect Rapportage

In onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn diverse activiteiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Hierbij moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden geldt een m.e.r.-plicht. In onderdeel D is per activiteit de drempelwaarde benoemd. Als een activiteit voorkomt in onderdeel D en boven de dremeplwaarde komt, geldt voor het te nemen besluit een m.e.r.-beoordelingsplicht. Indien er activiteiten plaatsvinden die in onderdeel D zijn opgenomen, maar onder de drempelwaarde blijven, dient er nagegaan te worden of het project grote milieugevolgen heeft. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. De hoofdcriteria waaraan getoetst moet worden zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect. Het bevoegd gezag dient vervolgens voor de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan een besluit te nemen of er een MER moet worden opgesteld. De grondslag hiervoor is een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het bestemmingsplan betreft de activiteit genoemd in onderdeel D11.2: ''De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen''.

Een 'formele' besluit-m.e.r.-beoordeling is dan vereist, indien sprake is van een van de aangewezen besluiten in kolom 4 van de bijlage bij het Besluit m.e.r en indien sprake is van een geval zoals opgenomen in kolom 2. Voor betreffende activiteit is sprake van een dergelijk geval indien de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied met 2000 of meer woningen. De gewenste ontwikkeling ligt ruim onder de drempelwaarde(n). Een vormvrije m.e.r-beoordeling is dan noodzakelijk. Hiervoor is aanmeldnotitie opgesteld (zie Bijlage 5). Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling (en voorgaande paragrafen) blijkt dat de ontwikkeling niet leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.

4.14

Conclusie

Omgevingsaspecten zijn onderzocht en vormen geen belemmering voor de ontwikkeling. Planologische medewerking aan het initiatief ligt dan ook in de rede.

Juust

38

Sluiskil-Zandstraat, Spoorstraat-Louisastraat

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Financiële uitvoerbaarheid

Voor bouwplannen zoals die zijn aangewezen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het uitgangspunt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt. Van de verplichting een exploitatieplan vast te stellen kan onder andere worden afgeweken als het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld door een anterieure overeenkomst of doordat de verplicht te verhalen kosten zijn verdisconteerd in de grondprijs. Dit plan betreft een 'aangewezen' bouwplan, zoals dat hiervoor is benoemd. De gemeente Terneuzen sluit met de initiatiefnemer een (anterieure) overeenkomst waarin onder andere het kostenverhaal is geregeld. De kosten die gemaakt worden bij de uitvoering van de ontwikkeling zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Ook eventuele planschade wordt op de initiatiefnemer verhaald. De ontwikkeling heeft voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Vooroverleg Vooroverleg zoals bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is voor dit plan van toepassing. In het kader van dit bestuurlijke vooroverleg is het plan in ieder geval toegezonden aan de provincie, het waterschap en de veiligheidsregio. Op 9 oktober 2023 heeft het Waterschap een reactie gestuurd over de watercompensatie. De watertoets is hierop aangepast, zie paragraaf 4.12 Water. Op 19 oktober 2023 heeft de Provincie aangegeven om dit plan op te nemen in de planmonitor wonen en de stikstofberekening te actualiseren. Daarnaast dient aangetoond te worden dat de sloop van het gebouw niet in strijd is met de Wet natuurbescherming. Hierop wordt een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd. Op 24 oktober 2023 heeft de Veiligheidsregio een advies gegeven. De paragraaf 4.5 Externe veiligheid is hierop aangepast en aangevuld. Ter inzage legging ontwerpbestemmingsplan Gelet op het bepaalde in artikel 3.8 Wro in combinatie met afdeling 3.4 Awb wordt een ontwerpbestemmingsplan, na voorafgaande bekendmaking, gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Een ieder is dan in de gelegenheid zijn of haar zienswijze mondeling of schriftelijk kenbaar te maken bij de gemeenteraad. Vaststelling van het bestemmingsplan, al dan niet in gewijzigde vorm, gebeurt met inachtneming van de ingediende zienswijzen.

Het ontwerpbestemmingsplan heeft zes weken ter inzage gelegen. Een ieder is in de gelegenheid geweest zijn of haar zienswijze mondeling of schriftelijk kenbaar te maken bij de gemeenteraad. Er zijn zienswijzen ingediend. Deze zijn betrokken bij de gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan.

Juust

39

Sluiskil-Zandstraat, Spoorstraat-Louisastraat

Juust

40

Sluiskil-Zandstraat, Spoorstraat-Louisastraat

Bijlagen bij toelichting

Juust

41

Sluiskil-Zandstraat, Spoorstraat-Louisastraat

Bijlage 1 Verkennend bodemonderzoek

Juust

42

Sluiskil-Zandstraat, Spoorstraat-Louisastraat

2022130 Verkennend bodemonderzoek aan de Louisastraat 43 te Sluiskil Opdrachtgever Adres

Fluvium Beverna B.V. Haringkaker 1 4521 GN Biervliet

Adviesbureau Adres

ADKEON B.V. Aventurijn 246 3316 LB te Dordrecht

Auteur

S. Wisse - de Vries

Tweede lezer

A.C. Vermaat

Projectleider

A.C. Vermaat

Veldwerkbureau

ADKEON B.V.

Rapport versie

1.0 5 juli 2022

Website Telefoonnummer E-mailadres

www.adkeon.nl 078 – 203 26 07 algemeen@adkeon.nl

Certificaatnummer Veldmedewerker

NC-SIK-20352 A.C. Vermaat

INHOUDSOPGAVE

INHOUDSOPGAVE ............................................................................................................................................................2 1. INLEIDING .................................................................................................................................................................3 Aanleiding en doel van het onderzoek ....................................................................................................................3 Wettelijk kader.........................................................................................................................................................3 Onafhankelijkheid ....................................................................................................................................................3 2.

VOORONDERZOEK ...................................................................................................................................................4 Situatiebeschrijving ..................................................................................................................................................4 Oud Kaartmateriaal ..................................................................................................................................................5 Bodemkwaliteitskaart ..............................................................................................................................................5 Geohydrologie..........................................................................................................................................................6 Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken uit de omgeving ......................................................................................7 Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken van de locatie .........................................................................................7 3. OPSTELLEN ONDERZOEKSHYPOTHESE .....................................................................................................................8 4.

ONDERZOEKSOPZET .................................................................................................................................................9 Onderzoeksstrategie verkennend bodemonderzoek NEN 5740 .............................................................................9 5. UITVOERING VELDWERKZAAMHEDEN...................................................................................................................10 Veldwerkzaamheden .............................................................................................................................................10 Bodemonderzoek...................................................................................................................................................10 6.

UITVOERING ANALYSES EN RESULTATEN VERKENNEND ONDERZOEK NEN5740..................................................11 Uitvoering chemisch-analytisch onderzoek ...........................................................................................................11 Interpretatie analyseresultaten .............................................................................................................................11 7. CONCLUSIES ANALYSERESULTATEN .......................................................................................................................14 Conclusies ..............................................................................................................................................................14 Toetsing hypothese ................................................................................................................................................14 Aanbevelingen .......................................................................................................................................................14 BIJLAGEN ........................................................................................................................................................................15 1.

REGIONALE LIGGING VAN DE LOCATIE ..................................................................................................................16 2. SITUATIE VAN DE LOCATIE .....................................................................................................................................17 3. FOTO’S VAN DE LOCATIE ........................................................................................................................................18 4. ORGANOLEPTISCHE WAARNEMINGEN (BOORSTATEN) ........................................................................................19 TOETSINGEN ..................................................................................................................................................................20 5.1 TOETSINGSCRITERIA ................................................................................................................................................21 5.2 TOETSINGSRESULTATEN GROND .............................................................................................................................22 5.3 TOETSINGSRESULTATEN GRONDWATER .................................................................................................................23 ANALYSECERTIFICATEN

..................................................................................................................................................24 6.1 ANALYSECERTIFICATEN GROND...............................................................................................................................25 6.2 ANALYSECERTIFICATEN GRONDWATER...................................................................................................................26

1. INLEIDING In opdracht van Fluvium Beverna B.V heeft ADKEON B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd conform de NEN5740 aan de Louisastraat 43 te Sluiskil. Aanleiding en doel van het onderzoek De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen aankoop van de locatie. Het doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de huidige milieuhygiënische bodemkwaliteit op de locatie. Wettelijk kader Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden dient een vooronderzoek te worden uitgevoerd volgens de Nederlandse Norm. Uit het vooronderzoek komen eventuele deelonderzoeken, verontreinigingen en/of bronnen en aanvullende analyses naar voren. Voor onderhavig onderzoek zijn de volgende normen gehanteerd: Tabel 1. Onderzoeksprotocollen NEN 5725 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek” NEN 5740+A1 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”

Oktober 2017 April 2016

Ten tijde van het opstellen van de offerte is er gebruik gemaakt van de destijds beschikbare informatie van de locatie. Mocht er ten tijde van de opdracht meer informatie beschikbaar komen, kan het leiden tot aanvullend en meerwerk. Het veldonderzoek is uitgevoerd conform BRL SIKB 2000, versie 6 d.d. 01-02-2018. Voor onderhavig onderzoek wordt gebruik gemaakt van de volgende protocollen: Tabel 2. Toegepaste veldprotocollen BRL2001 "Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen" BRL2002 “Het nemen van grondwatermonsters”

versie 6, 01-02-2018 versie 6, 01-02-2018

Het procescertificaat van ADKEON B.V. en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten betreffende de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium of aan de opdrachtgever, die ingeval van monsters van grond, grondwater of bouwstoffen voor nuttige toepassing dan zelf erkend is volgens deze beoordelingsrichtlijn. Onafhankelijkheid ADKEON B.V. maakt onderdeel uit van Van der Mathe Holding B.V. en is een geheel onafhankelijk en integer milieuadviesbureau. ADKEON B.V. heeft geen banden met andere ondernemingen die onder de Van der Mathe Holding B.V. geregistreerd staan. Tussen ADKEON B.V. en de opdrachtgever is geen sprake van een relatie die de onafhankelijkheid en integriteit van ADKEON B.V. zou beïnvloeden en/of haar werkzaamheden zou kunnen belemmeren.

2. VOORONDERZOEK Conform de NEN 5740 zal vooraf een hypothese worden opgesteld omtrent de aan- en afwezigheid, de aard en de ruimtelijke verspreiding van eventuele bodemverontreinigingen. Ten behoeve van het opstellen van een hypothese dient een vooronderzoek te worden uitgevoerd overeenkomstig de NEN 5725.2017. Tijdens het vooronderzoek dienen afhankelijk van de aanleiding van het onderzoek een aantal vragen te worden beantwoord, over de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. De aanleiding bij onderhavig onderzoek is het opstellen van een hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van het uitvoeren van bodemonderzoek (aanleiding A uit de NEN 5725). Ten behoeve hiervan dienen in ieder geval de volgende vragen te worden beantwoord / informatie te worden verzameld: Bodem opbouw en Geohydrologie, inclusief informatie over de verwachte aan- of afwezigheid van antropogene lagen in de bodem. Wat is de verwachte bodemkwaliteit op basis van de bodemkwaliteitskaart en reeds uitgevoerd bodemonderzoek en is mogelijk sprake van een “geval van ernstige bodemverontreiniging”? Informatie over gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten en/of ongewoon voorval. Hierbij dient in ieder geval nagegaan te worden wat het voormalig en huidig terreingebruik is en of de locatie asbestverdacht is. Aanvullend dient een terreinverkenning plaats te vinden.

Dit kan eventueel voorafgaand aan het veldwerk worden uitgevoerd. Situatiebeschrijving De locatie is gelegen in een woongebied. Op de locatie is een gebouw gesitueerd die dient als kerk. Uit oud kaartmateriaal blijkt dat er op de locatie een gedempte sloot aanwezig is. Het voornemen is de locatie aan te kopen. De locatie is gelegen aan de Louisastraat 43 te Sluiskil. Het gebied staat kadastraal bekend als Gemeente Terneuzen, sectie G nummer 4562. Tabel 3. Overzicht onderzoekslocatie

Oud Kaartmateriaal Volgens oud kaartmateriaal (via www.topotijdreis.nl) was de locatie tot de jaren ’60 voor agrarische doeleinden in gebruik met omliggend de aanwezigheid van een aantal sloten. Vervolgens is de locatie ingericht als woongebied. In tabel 4 zijn vier oude weergaven van de locatie opgenomen. Tabel 4. Topografische kaarten

Jaartal 1957

Jaartal 1971

Jaartal 2002

Jaartal 2021

Bodemkwaliteitskaart Op basis van de bodemkwaliteitskaart gemeente Terneuzen bevindt de locatie zich in zone B1 Woonwijken , bovengrond ( 0,0 - 0,5 m-mv) < max Wonen en ondergrond (0,5 - 2,0 m-mv) < Achtergrondwaarde. Op basis van de bodemfunctieklassenkaart in bodemfunctieklasse Wonen.

Geohydrologie Voor de geologische gegevens is gebruik gemaakt van de data van TNO – Dino loket en van de grondwaterkaart van Nederland (DGV-TNO). De bodem opbouw is globaal als volgt: Holocene deklaag, bestaande uit zandige, kleiige en/of venige afzettingen: tot ca. 22 m-mv. Tabel 5. Boorstaten DINO-loket

De stromingsrichting van het freatisch grondwater (<10 m) wordt beïnvloed door lokale factoren. De stromingsrichting van het grondwater in het watervoerend pakket is oostelijk van richting. De verticale stromingsrichting is niet eenduidig. Het maaiveld ter plaatse bevindt zich op ca. -3,11 m t.o.v. NAP. De locatie is (voor zover bekend) niet gelegen in een grondwater beschermings- of waterwingebied.

Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken uit de omgeving Bij de Gemeente Terneuzen zijn rapporten opgevraagd van de omgeving uitgevoerde onderzoeken. Niet alle ontvangen rapporten betreffen de onderzoekslocatie zelf. Gezien de afstand tot de onderzoekslocatie zijn de beschreven rapporten het meest relevant aan onderhavig onderzoekslocatie. Rapport ‘Eerste fase nader bodemonderzoek ondergrondse brandstoftank Vogelschorstraat Sluiskil’ document D-88, 27 mei 1999 Colsen B.V. De onderzoekslocatie betreft een voormalige school aan de Vogelschorstraat te Sluiskil. Op de plaats is een ondergrondse brandstoftank gelegen, met een vermoedelijk inhoud van 2 m3. Zintuiglijk zijn er olieverontreinigingen waargenomen. Er zijn in totaal 16 boringen verricht waarvan 1 afgewerkt met een peilbuis. Er zijn 10 grond(meng)monsters samengesteld en 1 grondwatermonster. Uit analyseresultaten blijkt dat de grond sterk verontreinigd is met xylenen en minerale olie en matig verontreinigd met PAK en benzeen. Tolueen en ethylbenzeen overschrijden de streefwaarden. De omvang van verontreiniging bedraagt 75 m3. Het grondwater is sterk verontreinigd met xylenen, naftaleen en minerale olie. De omvang is niet onderzocht. Aanbevolen wordt de verontreinigingen en ondergrondse tank te verwijderen.

Rapport ‘Evaluatierapport Sanering Vogelschorstraat 5 te Sluiskil’ referentie TRN.005.R.007 oktober 2000 Vebes Adviseurs B.V. Op de Vogelschorstraat 7, met toekomstige bestemming woningbouw, is een sanering uitgevoerd. Uit voorgaande onderzoeken is gebleken dat er een bodemverontreiniging is geconstateerd met minerale olie en aromaten. Op de saneringslocatie was een schoolgebouw met speelplaats aanwezig. Tevens is een ondergrondse olietank aangelegd voor stookdoeleinden. Het schoolterrein ligt momenteel braak. Uitgangspunten sanering zijn om nieuwbouw op de locatie mogelijk te maken en schade door saneringswerkzaamheden te voorkomen. Na uitvoering sanering kan worden geconcludeerd dat de verontreiniging met minerale olie en aromaten multifunctioneel is gesaneerd. De ondergrondse tank is tevens verwijderd. Er wordt uitgegaan dat er geen restverontreiniging is achtergebleven. Rapport ‘Vooronderzoek Louisastraat 36 Sluiskil’ document D-33 december 2000 Colsen B.V. De locatie betreft een voormalige kleuterschool. Toekomstige bestemming is woningbouw. Uit historisch onderzoek is gebleken dat er op onderzoekslocatie een ondergrondse tank aanwezig is geweest. Bij terreinbezoek is bevestigd dat deze inderdaad verwijderd is. Op basis van het vooronderzoek wordt de locatie als onverdacht beschouwd.

Het wordt wel aanbevolen om de bovengrond, na sloop van gebouw, indicatief te onderzoeken op aanwezigheid van asbest. Aandachtspunten zijn voormalige tanklocatie, locaties met regenwaterafvoerbuizen en aansluiting riolering. Rapport ‘Verkennend bodemonderzoek Louisastraat 36 Sluiskil’ document D-34 maart 2001 Colsen B.V. Op de onderzoekslocatie staat voorgenomen nieuwbouw gepland en heeft een oppervlakte van 1.935 m2. Op de locatie zijn 11 boringen verricht waarvan 1 boring is afgewerkt als peilbuis, tevens is een indicatief asbestonderzoek uitgevoerd van de bovengrond. Er zijn 3 grond(meng)monsters samengesteld, 1 grondwatermonster en 1 asbestmonster. De bodem bestaat uit zand. Zintuiglijk is bij boring 6 een lichte mate van baksteenpuin waargenomen tot 0,5 m-mv. In de bovengrond is de parameter zink verhoogd ten opzichte van de streefwaarde, de ondergrond heeft geen overschrijdingen. Uit het indicatieve asbestonderzoek is geen asbest aangetoond. Er is geen aanleiding voor nader onderzoek. Rapport ‘Verkennend bodemonderzoek Vogelschorstraat 7 te Sluiskil’ projectnummer 01A5290 januari 2002 Grond-, Gewas- en Milieulaboratorium ‘Zeeuws-Vlaanderen’ B.V. De onderzoekslocatie betreft een speelveldje wat gedeeltelijk is verhard met tegels. Voor zover bekend hebben zich op de locatie geen bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden.

Er worden 6 boringen verricht waarbij 1 boring wordt afgewerkt met een peilbuis. De bodem bestaat uit zandig klei, de ondergrond afgewisseld met kleiig zand. Uit analyseresultaten zijn geen verhoogde concentraties boven streefwaarde aangetoond. In het grondwater overschrijden kwik en minerale olie de streefwaarden. Vervolgonderzoek is niet noodzakelijk. Rapport ‘Verkennend bodemonderzoek Vogelschorstraat 7 te Sluiskil’ projectnummer 06A0841, november 2006 Grond-, Gewas- en Milieulaboratorium ‘Zeeuws-Vlaanderen’ B.V. De onderzoekslocatie betreft een basisschool met speelveld en speeltuin. Ten oosten wordt een uitbreiding gerealiseerd. Er worden 6 boringen uitgevoerd waarvan 1 afgewerkt met peilbuis. De bodem bestaat voornamelijk uit zandige klei, plaatselijk wordt in de onderlaag siltig zand en matig schelphoudend zand aangetroffen. Uit analyseresultaten is aangetoond dat er in boven- en ondergrond geen overschrijdingen van de streefwaarden zijn aangetoond. Aanvullende info: Tanksaneringscertificaat ‘Tanksanering HBO/diesel. Ter plaatse van Spoorstraat 87 te Sluiskil is een ondergrondse tank op 7 juni 1995 gesaneerd door middel van inwendige reiniging en daarna gevuld met zand. Er is geen verontreiniging aangetroffen. Eerder uitgevoerde bodemonderzoeken van de locatie Bij de Gemeente Terneuzen zijn rapporten opgevraagd van de locatie uitgevoerde onderzoeken.

Tanksaneringscertificaat ‘Tanksanering HBO/diesel. Ter plaatse van Louisastraat 43 te Sluiskil is een ondergrondse tank op 26 april 1996 gesaneerd door middel van inwendige reiniging en daarna verwijderd en naar een (door bevoegd gezag geaccepteerd) verschrotingsbedrijf afgevoerd. De tank was in gebruik met als doel huisbrandolie en was gelegen in de achtertuin.

3. OPSTELLEN ONDERZOEKSHYPOTHESE Ten behoeve van het opstellen van de onderzoekshypothese(s) dienen de volgende onderzoeksvragen te worden beantwoord: Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie? De begrenzing van de onderzoekslocatie is weergegeven op de situatietekening in de bijlagen 1 en 2. Is sprake van bodemvreemde lagen en waar bevinden deze zich? Voor zover bekend is geen sprake van bodemvreemde lagen. Zijn er gedempte sloten aanwezig op de locatie? Er bevinden zich binnen de locatiecontouren wel verdachtmaking die kan duiden op eventuele slootdemping. Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen potentiële bronnen van waar liggen ze en wat zijn verdachte parameters? bodemverontreiniging bekend. Aangrenzend aan de

onderzoekslocatie was een voormalig bovengrondse HBO-tank aanwezig. Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Is de bodem asbestverdacht?

Er wordt op grond van de bekende gegevens niet verwacht dat sprake is van bodemverontreiniging anders dan een diffuse bodembelasting. Er wordt niet verwacht dat eventuele activiteiten op de omliggende percelen de bodemkwaliteit op het onderzoeksterrein negatief hebben beïnvloed. Ter plaatse is voor zover bekend nog geen bodemonderzoek uitgevoerd, derhalve is bodemonderzoek noodzakelijk. Op basis van de BAG-viewer van het Kadaster kan het volgende worden vastgesteld over de verdachtheid van de locatie. Geen verdachtheid op het voorkomen van asbest

Aan de hand van het vooronderzoek kan er, per deellocatie, een onderzoeksstrategie worden gekozen. In tabel 7 staat, per deellocatie, de gekozen strategie aangegeven: Tabel 7. Onderzoeksstrategieën Onderzoekslocatie Gedempte sloot

VED-HE, verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging Maatwerk

In hoofdstuk 5 wordt de analysestrategie per deellocatie uitgebreid omschreven.

4. ONDERZOEKSOPZET Onderzoeksstrategie verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Het onderzoeksprogramma is conform de Nederlandse Norm “Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieu-hygiënische kwaliteit van bodem en grond” (NEN 5740 uit 2016). De gekozen strategieën staan benoemd bij de deellocaties. In tabel 8 zijn de onderzoeksopzet en te onderzoeken analyses per deellocatie weergegeven. Tabel 8. Opzet uit te voeren onderzoek Oppervlakte Strategie Aantal boringen Inspectiegaten boring(en) tot 30*30*50 cm ca. 1,0 m-mv.

boring(en) tot ca. 2,0 m-mv.

boring met peilbuis

Analyses Grond

Grondwater

Onderzoekslocatie Ca. 2379 m2

VED-HE-NL

-

11

2

1

3* NEN-GR

1* NEN-GW

Gedempte sloot

Maatwerk

-

-

3

-

1* NEN-GR

-

De afkortingen van de analyses staan verklaard in tabel 10. Alle veldwerkzaamheden zullen zoveel als mogelijk worden gecombineerd. Het grondwateronderzoek zal één week na plaatsing van de peilbuis plaatsvinden. De samenstelling van het standaardpakket ‘A’ grond is vastgelegd in de NEN 5740 (2009). Het ‘NEN 5740 standaardpakket grond’ betreft de volgende analyses: Voorbehandeling AS3000, lutum, organische stof, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK VROM), minerale olie, zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink) en PCB. De samenstelling van het standaardpakket ‘B’ grondwater is vastgelegd in de NEN 5740 (2009). Het ‘NEN 5740 standaardpakket grondwater’ betreft de volgende analyses: Voorbehandeling AS3000, minerale olie, zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige chloorkoolwaterstoffen, vluchtige aromaten en naftaleen. Van de grondwatermonsters worden in het veld de stijghoogte (cm-mv), zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (EC) en de troebelheid (NTU) bepaald.

5. UITVOERING VELDWERKZAAMHEDEN Veldwerkzaamheden Voor de uit te voeren werkzaamheden onder vigerende protocollen maakt ADKEON B.V. maakt gebruik van gecertificeerde veldwerkers, benoemd in de colofon. De volgende protocollen zijn voor de veldwerkzaamheden van toepassing geweest en benoemd in tabel 9. Tabel 9. Gehanteerde protocollen BRL2001 "Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen" BRL2002 “Het nemen van grondwatermonsters”

versie 6, 01-02-2018 versie 6, 01-02-2018

Bodemonderzoek Ten tijde van de veldwerkzaamheden wordt er een inspectieronde over de locatie gedaan. Hierin wordt voornamelijk gekeken naar eventuele verdachte deellocaties en (punt)bronnen die niet eerder zijn vastgesteld. Aan de hand van deze waarnemingen, wordt er een ruimtelijke verdeling van de te plaatsen inspectiegaten, grondboringen en/of peilbuizen gemaakt. Tijdens de veldwerkzaamheden wordt rekening gehouden met de eventuele deellocaties en dat er een representatief beeld van de locatie wordt geschetst. De tekening van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 2. Tijdens de veldwerkzaamheden worden de vrijgekomen boormateriaal zintuiglijk beoordeeld op samenstelling van het grond sediment, kleur en de mogelijke bijmengingen en alle waarnemingen worden vastgelegd in de boorprofielen en zijn opgenomen in bijlage 4. Tevens wordt er in tabel (11) een opsomming per grond(meng)monster(s) beschreven. Ook tijdens de grondwatermonster worden de zintuigelijke waarnemingen vastgelegd per peilbuis. Van de peilbuizen worden de belangrijkste waarnemingen vernoemd in tabel (12). Op 13 juni 2022 is veldmedewerker A.C. Vermaat op locatie geweest voor het uitvoeren van de werkzaamheden. Op de locatie trof hij op het maaiveld tegels en gras aan. De opgeboorde grond bestaat uit zandige klei (zavel). Het grondwater is ten tijde van de werkzaamheden op 0,80 m-mv vastgesteld.

Een week later, 20 juni 2022, heeft de veldwerker A.C. Vermaat de stijghoogte vastgesteld op 0,91 m-mv. In totaal zijn er 16 boringen verricht, 10 tot 1,0m-mv, 5 tot 2,0m-mv en 1 boring is afgewerkt tot een peilbuis ten behoeve van de bemonstering van het grondwater. Per abuis is er 1 boring van 1,0m-mv vergeten te boren. De waarnemingen zijn opgenomen in de boorstaten (bijlage 4). Tevens was er door omstandigheden niet omstandigheden niet optijd gecommuniceerd over de aanwezigheid van een ondergrondse tank. Toch is de peilbuis op de locatie van de voormalige ligging van de tank geplaatst.

6. UITVOERING ANALYSES EN RESULTATEN VERKENNEND ONDERZOEK NEN5740 Uitvoering chemisch-analytisch onderzoek Uit de genomen grondmonsters zijn 4 grondmengmonster(s) geselecteerd waaruit op basis van boorpositie, diepte van monstername, ligging van het freatisch grondwaterniveau, textuur, en zintuiglijke waarnemingen zijn samengesteld. De samenstelling van de grondmonsters en de parameters waarop is geanalyseerd staan vermeld in onderstaand tabel 11. De uitsplitsing(en) van de (grond)mengmonsters staan vermeld in tabel 12. De verrichte analyses op de grondwatermonsters staan vermeld in tabel 13. Interpretatie analyseresultaten De tabellen 11, 12 en 13 geven een overzicht van de interpretatie van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters. Indien in de grond gehalten zijn aangetroffen groter dan de achtergrondwaarde worden ze vermeld in mg/kg d.s.. Zijn er gehalten in het grondwater aangetroffen boven de streefwaarden wordt dit vermeld in μg/l.. In de tabellen 11, 12 en 13 wordt gebruik gemaakt van afkortingen. In tabel 7 worden afkortingen verklaard. Alle toetsingen zijn onderverdeeld en opgenomen in bijlage 5. De analysecertificaten zijn eveneens onderverdeeld en opgenomen in bijlage 6. Tabel 10. Verklaringen afkortingen Aanduiding in het rapport NEN-gr NEN-gw asb OCB’s PFAS-28

Standaard NEN ‘A’ pakket Standaard NEN ‘B’ pakket Onderzoek naar asbesthoudendheid conform NEN 5898 (onderzoek laboratorium) (organochloor)bestrijdingsmiddelen Per- en PolyFluorAlkyl Stoffen (PFAS) 28 verbindingen (conform handelingskader) exclusief Gen-X

- = niet verontreinigd >AW of >S = licht verontreinigd >T = matig verontreinigd >I = sterk verontreinigd

Betekenis voor grond en grondwater De toetsingswaarden worden niet overschreden Het aangetoonde gehalte ligt tussen de achtergrond-, streefwaarde en de tussenwaarde Het aangetoonde gehalte ligt tussen de tussenwaarde en de interventiewaarde Het aangetoonde gehalte ligt boven de interventiewaarde

(AW) Achtergrondwaarde (of altijd toepasbaar) (WO) Wonen

Grond kan vrij worden toegepast bij elke bodemfunctie en elke bodemkwaliteit.

Grond kan binnen het algemene generieke toetsingskader worden toegepast bij de bodemfuncties en bodemkwaliteiten “Wonen” of “Industrie”. ( I ) Industrie Grond kan binnen het algemene generieke toetsingskader enkel worden toegepast bij de bodemfunctie en bodemkwaliteit “Industrie”. (NT) NIET Toepasbaar Grond kan elders niet worden toegepast. Indien deze grond vrijkomt moet deze worden afgevoerd naar een erkende verwerker. Voor grond met asbest is deze grens gelijk aan de interventiewaarde van 100 mg/kg ds. gewogen.

Tabel 11. Overzicht samenstelling grond (meng)monsters, analysestrategieën en toetsing(en) Monster Boringen Traject Analyse Omschrijving Bijmenging(en) code programma Onderzoekslocatie ca. 2379 m2 MM01 03, 05, 06, 0 – 50 NEN-gr Bovengrond: klei, sterk 08 zandig, matig humeus

MM02 B06

09, 10, 12, 13 06

Gedempte sloot B101 101, 101

0 - 40

NEN-gr

100 - 130

NEN-gr

40 - 100

NEN-gr

Toetsing Wet bodembescherming >AW >T >I

Indicatieve toetsing Bbk

Cadmium Kobalt Koper Kwik Zink -

-

Lood

Niet Toepasbaar

-

-

Altijd toepasbaar

Bovengrond: klei, sterk zandig, matig humeus Ondergrond: Bovengrond: klei, sterk zandig

Baksteen

Lood Zink

-

-

Altijd toepasbaar

Ondergrond: Bovengrond: klei, sterk zandig

-

-

-

-

Altijd toepasbaar

Uit de analyseresultaten blijkt dat de grond in MM01 verhogingen aan cadmium, kobalt, koper, kwik, en zink ten opzichte van de achtergrondwaarden. Het gehalte aan lood overschrijdt de norm van interventiewaarde. Voor de overige onderzochte parameters zijn geen verhogingen aangetroffen ten opzichte van de achtergrondwaarde. Uit de analyseresultaten blijkt dat de grond in B06 verhogingen aan lood en zink ten opzichte van de achtergrondwaarden. Voor de overige onderzochte parameters zijn geen verhogingen aangetroffen ten opzichte van de achtergrondwaarde. De overige onderzochte grond(meng)monsters zijn geen verhogingen aangetroffen ten opzichte van de achtergrondwaarde. Tabel 12. Overzicht uitsplitsing bovengenoemde mengmonsters Monstercode Boringen Traject Analyse programma Uitsplitsing MM01 03 0 – 40 struc pakket, Lood 05 0 – 50 struc pakket, Lood 06 0 – 40 struc pakket, Lood 08 5 – 40 Lood

Omschrijving

Toetsing Wet bodembescherming >AW >T >I

-

lood -

-

-

Tijdens de uitsplitsing van MM01 zijn de vier separate grondmonsters onderzocht op het structuurpakket en lood. Uit de resultaten komt naar voren dat alleen in boring 06 een lichte verhoging aan lood ten opzichte van de achtergrondwaarde is vastgesteld. Tijdens de analyses bleek voor boring 08 niet voldoende monstermateriaal aanwezig te zijn voor het structuurpakket. Hiervoor is het gemiddelde van de lutum en de organische stof gebruik van de 3 andere grondmonsters. Gezien er al kleiner dan de detectiegrens is gemeten, heeft dit verder ook geen invloed op de uitkomst van het grondmonster. De overige onderzochte grondmonsters zijn geen verhogingen aangetroffen ten opzichte van de achtergrondwaarde.

Tabel 13. Overzicht veldwaarnemingen, analysestrategieën en toetsing(en) grondwater Peilbuis Filtertraject Analyseprogramma Omschrijving Stijghoogte pH (in cm) (in cm-mv) 06 130-230 NEN-gw 91 6,95

EC 1630

Troebelheid NTU 16

Toetsing Wet bodembeheer >S >T -

Uit de analyseresultaten van de grondwatermonstername blijkt dat in peilbuis 06 geen van de parameters verhoogd zijn ten opzichte van de streefwaarden.

>I -

7. CONCLUSIES ANALYSERESULTATEN Namens Fluvium Beverna B.V. heeft ADKEON B.V. verkennend bodemonderzoek uitgevoerd aan de Louisastraat 43 te Sluiskil. Aan de hand van de onderzoeksresultaten kan het volgende worden geconcludeerd: Conclusies In grondmengmonster MM01 is een verontreiniging met lood vastgesteld, deze is middels een uitsplitsing van het mengmonster opnieuw geanalyseerd. Hieruit blijkt dat alleen in boring 06 een lichte verontreiniging is vastgesteld. De overige licht verontreinigde parameters zijn cadmium, kobalt, koper, kwik, en zink. De lichte verontreinigingen hoeven niet nader onderzocht te worden en vormen ook geen belemmering in de nabije toekomst. In grondmengmonster MM02 zijn geen verontreinigingen vastgesteld en hoeft niet nader onderzocht te worden en vormt ook geen belemmering in de nabije toekomst. In grondmengmonster B06 is een lichte verontreiniging met lood en zink vastgesteld. De lichte verontreinigingen hoeven niet nader onderzocht te worden en vormen ook geen belemmering in de nabije toekomst. In grondmengmonster B101 zijn geen verontreinigingen vastgesteld en hoeft niet nader onderzocht te worden en vormt ook geen belemmering in de nabije toekomst. In het grondwater zijn geen verontreinigingen geconstateerd. Deze concentraties hoeven niet nader onderzocht te worden en vormen geen belemmering in de nabije toekomst.

Toetsing hypothese De onderzoeksstrategie, zoals opgesteld in hoofdstuk 4 is vergeleken met de resultaten van onderhavig bodemonderzoek. Uit de resultaten blijkt de grond licht verontreinigd te zijn en wordt de conclusie ‘heterogeen verdacht’ als voldoende beschouwd. Aanbevelingen Op basis van de aard en de omvang van de lichte verontreinigingen, vormt de bodemkwaliteit geen belemmering voor de voorgenomen gebruik name van de locatie. Bij eventuele toekomstige afvoer van mogelijk overtollige grond dient men altijd rekening te houden met de regels uit het Besluit Bodemkwaliteit. Met de voorkennis van het onderhavig onderzoek zou ADKEON B.V. u hierin een juiste en passende aanbieding kunnen voorzien.

BIJLAGEN

1.

REGIONALE LIGGING VAN DE LOCATIE

Topografische kaart

Bron: © Google Maps Formaat : A4 Datum: 01-03-2022

=

Globale contour onderzoekslocatie

Projectnummer Adres Opdrachtgever

2022130 Louisastraat 43 te Sluiskil Fluvium Beverna B.V.

2.

SITUATIE VAN DE LOCATIE

ADKEON 53

P 55

P

P P

58

P

54

59

P

61

P

P

Lo

uis

P

63

tra

at

P

G 2831

P

67

P

P

65

as P

P

P

P

P

P

P

P

P

G 2841

P

P

10

45

P

P

P

P

P P

P

69

P

P

P

11

P

P

P

09

Onderzoekslocatie

P

G 2844

P

2843

56

P

G 2840

P G 2842

57

P

P G 2839

P

P

Situering

60

P

G 2838

P

P

P

G 2837

P

P

P

Bovenaanzicht

G 4521

P

71

103 101 102

P

G 4561

P

P

P 73

P 01

P

P

P

85

P

02

P P

P

P

05

87

G 3226

P P

P

89

P

P

P

Legenda P

03

P

P

04

P

P

P

G 3092

P

P

P

P

Bosje sweg

G 2919

06 G 3091

ADKEON - 2022130 Louisastraat 43 te Sluiskil

G 3447

G 4683

P

P

P

P

P

P

7

P

A.C. Vermaat

G 3448

P

Schaal 1:500 A3 P

0

Getekend Datum

10

20 Meter

P

P G 4684

P

Uitvoering :

91-93

P

83

43

P

P P

P

P

Spoorst

P

52

07

81

P

P 08

77

79

P

boring > 2.0m

P

12

P

boring < 1.0m

P

raat

75

P

P

peilbuis

P

P

13

P

P

G 4562

: M. Merzdorf :

3.

FOTO’S VAN DE LOCATIE

Foto 1.

Foto 2.

Foto 3.

Foto 4.

Foto 5.

Foto 6.

4.

ORGANOLEPTISCHE WAARNEMINGEN (BOORSTATEN)

0

01

t egel / cm t ov NAP 174 ow: geen, edelm an, t egel 1

50 2

klei, st erk zandig, neut raal grijs, beige, ow: geen, edelm an, zavel

100 t ype g r on d b or in g dat um 1 2 -0 6 -2 0 2 2 boorm eest er A. C. V e r m a a t x 4 6 7 4 0 .8 9 y 3 6 6 5 7 8 .6 5

0

klei, st erk zandig, m at ig hum eus, neut raal bruin, grijs, ow: geen, edelm an, zavel

1 50 2

100 t ype g r on d b or in g dat um 1 2 -0 6 -2 0 2 2 boorm eest er A. C. V e r m a a t x 4 6 7 3 5 .2 0 y 3 6 6 5 5 5 .4 2

50 2

138

78

Lou isa st r a a t 4 3 t e Slu isk il 2022130 N EN 5 1 0 4

gras / cm t ov NAP 180 klei, st erk zandig, m at ig hum eus, neut raal bruin, grijs, ow: geen, edelm an, zavel klei, st erk zandig, neut raal grijs, beige, ow: geen, edelm an, zavel

0

04 1

50

100 t ype g r on d b or in g dat um 1 2 -0 6 -2 0 2 2 boorm eest er A. C. V e r m a a t x 4 6 7 2 5 .6 7 y 3 6 6 5 5 6 .4 3

140

80

100 t ype g r on d b or in g dat um 1 2 -0 6 -2 0 2 2 boorm eest er A. C. V e r m a a t x 4 6 7 3 9 .9 8 y 3 6 6 5 6 5 .9 6

2

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

1

134

gras / cm t ov NAP 179 klei, st erk zandig, m at ig hum eus, neut raal bruin, grijs, ow: geen, edelm an, zavel klei, st erk zandig, neut raal grijs, beige, ow: geen, edelm an, zavel

02

169

74

03

0

gras / cm t ov NAP 178 klei, st erk zandig, m at ig hum eus, neut raal bruin, grijs, ow: geen, edelm an, zavel klei, st erk zandig, neut raal grijs, beige, ow: geen, edelm an, zavel

138

78

0

05 1

50 2

gras / cm t ov NAP 168 klei, st erk zandig, m at ig hum eus, neut raal bruin, grijs, ow: geen, edelm an, zavel zand, m at ig silt ig, neut raal grijs, beige, ow: geen, edelm an

-20

06

1 0

1

118 50 2 68

100 t ype g r on d b or in g dat um 1 2 -0 6 -2 0 2 2 boorm eest er A. C. V e r m a a t x 4 6 7 1 1 .2 1 y 3 6 6 5 6 1 .4 5

gras / cm t ov NAP 168 klei, st erk zandig, m at ig hum eus, neut raal bruin, grijs, ow: geen, edelm an klei, st erk zandig, neut raal grijs, beige, ow: geen, edelm an, zavel

3

100

4 130 150

5

200

klei, st erk zandig, neut raal grijs, grijs, ow: geen, brokken bakst een, edelm an zand, zeer fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, grijs, ow: geen, edelm an

128

68

38

6

230

-62

t ype p e ilb u is m e t 1 f ilt e r dat um 1 2 -0 6 -2 0 2 2 boorm eest er A. C. V e r m a a t x 4 6 7 1 8 .9 1 y 3 6 6 5 7 1 .1 0

0

07 1

50 2

gras / cm t ov NAP 165 klei, st erk zandig, m at ig hum eus, neut raal bruin, grijs, ow: geen, edelm an, zavel klei, st erk zandig, neut raal grijs, beige, ow: geen, edelm an, zavel

100 t ype g r on d b or in g dat um 1 2 -0 6 -2 0 2 2 boorm eest er A. C. V e r m a a t x 4 6 7 0 4 .8 6 y 3 6 6 5 7 5 .0 9

125

0

08

t egel / cm t ov NAP 183 ow: geen, edelm an, t egel 1

50 2

65

100 3

150

4 5

200 t ype g r on d b or in g dat um 1 2 -0 6 -2 0 2 2 boorm eest er A. C. V e r m a a t x 4 6 6 9 2 .4 6 y 3 6 6 5 8 4 .2 8

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Lou isa st r a a t 4 3 t e Slu isk il 2022130 N EN 5 1 0 4

zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal geel, grijs, ow: geen, edelm an klei, st erk zandig, neut raal grijs, beige, ow: geen, edelm an, zavel zand, m at ig fijn, st erk silt ig, neut raal grijs, grijs, ow: geen, edelm an zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, grijs, ow: geen, edelm an

178

142

93

32

-18

0

09 1

50 2

gras / cm t ov NAP 175 klei, st erk zandig, m at ig hum eus, neut raal bruin, grijs, ow: geen, edelm an, zavel klei, st erk zandig, neut raal grijs, beige, ow: geen, edelm an, zavel

101 1

50 2

100

gras / cm t ov NAP 175 klei, st erk zandig, m at ig hum eus, neut raal bruin, grijs, ow: geen, edelm an, zavel klei, st erk zandig, neut raal grijs, beige, ow: geen, edelm an, zavel

3 4

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, grijs, ow: geen, gut s

10 1

50 2

75

100 t ype g r on d b or in g dat um 1 2 -0 6 -2 0 2 2 boorm eest er A. C. V e r m a a t x 4 6 7 0 0 .7 7 y 3 6 6 5 9 7 .3 7

0

135

0

zand, m at ig silt ig, neut raal grijs, beige, ow: geen, edelm an

0

50

75

100

102

132

72

100 t ype g r on d b or in g dat um 1 2 -0 6 -2 0 2 2 boorm eest er A. C. V e r m a a t x 4 6 7 2 1 .6 5 y 3 6 6 6 0 9 .1 5

135

150

gras / cm t ov NAP 172 klei, st erk zandig, m at ig hum eus, neut raal bruin, grijs, ow: geen, edelm an, zavel

gras / cm t ov NAP 180 klei, st erk zandig, m at ig hum eus, neut raal bruin, grijs, ow: geen, edelm an, zavel klei, st erk zandig, neut raal grijs, beige, ow: geen, edelm an, zavel zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, grijs, ow: geen, gut s

140

80

150 5 -25

200 t ype g r on d b or in g dat um 1 2 -0 6 -2 0 2 2 boorm eest er A. C. V e r m a a t x 4 6 7 1 6 .8 1 y 3 6 6 5 9 2 .5 2

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Lou isa st r a a t 4 3 t e Slu isk il 2022130 N EN 5 1 0 4

200 t ype g r on d b or in g dat um 1 2 -0 6 -2 0 2 2 boorm eest er A. C. V e r m a a t x 4 6 7 1 7 .0 4 y 3 6 6 5 9 0 .9 5

-21

0

103

gras / cm t ov NAP 173 klei, st erk zandig, m at ig hum eus, neut raal bruin, grijs, ow: geen, edelm an, zavel

50

klei, st erk zandig, neut raal grijs, beige, ow: geen, edelm an, zavel 100

zand, m at ig fijn, m at ig silt ig, neut raal grijs, grijs, ow: geen, gut s

133

1 50

73

gras / cm t ov NAP 176 klei, st erk zandig, m at ig hum eus, neut raal bruin, grijs, ow: geen, edelm an, zavel klei, st erk zandig, neut raal grijs, beige, ow: geen, edelm an, zavel

136

76

100 t ype g r on d b or in g dat um 1 2 -0 6 -2 0 2 2 boorm eest er A. C. V e r m a a t x 4 6 7 2 3 .5 9 y 3 6 6 5 9 9 .0 3

-27

200 t ype g r on d b or in g dat um 1 2 -0 6 -2 0 2 2 boorm eest er A. C. V e r m a a t x 4 6 7 1 6 .9 6 y 3 6 6 5 9 4 .2 7

12 1

50 2

gras / cm t ov NAP 183 klei, st erk zandig, m at ig hum eus, neut raal bruin, grijs, ow: geen, edelm an, zavel klei, st erk zandig, neut raal grijs, beige, ow: geen, edelm an, zavel

100 t ype g r on d b or in g dat um 1 2 -0 6 -2 0 2 2 boorm eest er A. C. V e r m a a t x 4 6 7 2 8 .6 6 y 3 6 6 5 8 7 .1 3

143

0

13

t egel / cm t ov NAP 175 ow: geen, edelm an, t egel 1

50 2

83

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

11

2

150

0

0

Lou isa st r a a t 4 3 t e Slu isk il 2022130 N EN 5 1 0 4

100 t ype g r on d b or in g dat um 1 2 -0 6 -2 0 2 2 boorm eest er A. C. V e r m a a t x 4 6 7 4 1 .4 2 y 3 6 6 5 9 0 .6 7

klei, st erk zandig, m at ig hum eus, neut raal bruin, grijs, ow: geen, edelm an, zavel klei, st erk zandig, neut raal grijs, beige, ow: geen, edelm an, zavel

170

135

75

PEILBUIS

BORIN G

OLIE OP W ATER REACTIE

num m er

bodem m onst er, geroerd

Geen casing

Zwak

Mat ig

St erk

Uit erst

bodem laag

GEUR IN TEN SITEIT

bent oniet

grondwat erst and t ijdens boren

bodem m onst er, ongeroerd

filt ergrind

Geen Zeer zwak

Zwak

Mat ig

St erk

bodem laag filt ert raject grondwat erst and

links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP

GRON D SOORTEN

M ATE V AN BIJM EN GIN G

GRIND, grindig (G,g)

zwak - (0-5%)

ZAND, zandig (Z,z)

m at ig - (5-15%)

LEEM, silt ig (L,s)

st erk - (15-50%)

KLEI, kleiig (K,k)

uit erst - (> 50%)

VEEN, hum eus (V,h)

slib

V ERH ARD IN GEN

GRAD ATIE Z AN D

asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag

uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )

OV ERIG

GRAD ATIE GRIN D

bodem vreem de best andsdelen aanwezig

f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )

wat er

BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er

Zeer st erk

TOETSINGEN 5.1 Toetsingscriteria 5.2 Toetsingsresultaten Grond 5.3 Toetsingsresultaten Grondwater

5.1 TOETSINGSCRITERIA Wet bodembescherming (Wbb) De analyseresultaten zijn vergeleken met de toetsingstabel ‘Streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater’ uit de circulaire bodemsanering (Nederlandse Staatscourant, nr. 16675, 27 juni 2019). D resultaten van de grondmonsters zijn tevens vergeleken met de achtergrondwaarden die zijn weergegeven in de Regeling Bodemkwaliteit (Nederlandse Staatscourant, nr. 247, 20 december 2007 en daarop volgende aanpassingen). Asbest De interventiewaarde voor asbest is vastgesteld op 100 mg/kg ds. gewogen asbest. Voor de toetsing wordt de concentratie serpentijnenasbest vermeerderd met tienmaal de concentratie amfiboolasbest. De te toetsen concentratie wordt berekend uit de som van de gewogen concentratie aan asbest in asbesthoudend materiaal (fractie >20mm) eb de gewogen concentratie aan asbest in de grond (fractie <20mm). Indien de resultaten van het verkennend bodemonderzoek leiden tot het vermoeden dat er sprake is van een geval van ernstige verontreiniging dient nader onderzoek plaats te vinden. Conform de NEN 5707+C2 (december 2017) worden hiervoor de volgende criteria gehanteerd: Voor inspectiegaten (30*30cm) : als het gewogen gehalte aan asbest groter is dan de helft van de interventiewaarde. Voor boringen (diameter 35cm) : als in het opgeboorde materiaal uit minimaal één boring asbest wordt aangetoond.

Verder kan nader onderzoek worden aanbevolen als de analyseresultaten van de visuele inspectie van het maaiveld (concentratie aan asbest in de toplaag met een dikte van 2cm) niet overeenkomen met de concentraties in de inspectiegaten. Overige stoffen grond en grondwater Bij onderhavig onderzoek zijn het organische stof- en lutumgehalte analytisch bepaald en weergegeven op het analysecertificaat. Met behulp van de bodemtypecorrectieformules uit de Regeling bodemkwaliteit zijn de meetwaarden van de grond omgerekend naar waarden voor standaardbodem (met een lutum percentage van 25% en een organische stof percentage van 10%). Voor de grond en grondwater worden respectievelijk de achtergrondwaarde en de streefwaarde beschouwd als het niveau waaronder sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. De interventiewaarde betreft het niveau waarboven voor zowel de grond als het grondwater sprake kan zijn van risico’s voor het milieu en de volksgezondheid. Een sanering van de bodem kan dan noodzakelijk zijn. In onderhavige rapportage wordt als criterium voor het uitvoeren van nader onderzoek de tussenwaarde gehanteerd. De tussenwaarde voor grond betreft het gemiddelde van de achtergrond- en de interventiewaarde en voor het grondwater het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde.

Voor de beoordeling van de kwaliteit van grond en grondwater worden de monsters chemisch-analytisch onderzocht, conform accreditatieprogramma AS3000 door RvA-geaccrediteerd milieulaboratorium Eurofins Omegam te Amsterdam. Besluit bodemkwaliteit In bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit (Nederlandse Staatscourant, nr. 247, 20 december 2007 en de daarop volgende wijzigingen) zijn de normen voor hergebruik van grond opgenomen. Om een indicatie te verkrijgen van de hergebruiksmogelijkheden van de grond voor een toepassing als landbodem, zijn de analyseresultaten van het onderzoek aanvullend vergeleken met de bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit. PFAS Op 8 juli 2019 is het ‘tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ gepubliceerd. In een later stadium zullen de definitieve toepassingsnormen voor PFAS en Gen-X, middels een wijziging van de Regeling bodemkwaliteit, onderdeel uitmaken van de wet- en regelgeving. De 28 PFAS-verbindingen (Poly- en perfluoralkylstoffen) en Gen-X (HFPO-DA) zijn nog niet opgenomen in het Rbk en de BoToVa. Wel is er voor PFOS en PFOA een (tijdelijke) achtergrondwaarde vastgesteld conform ‘Tijdelijke landelijke achtergrondaarden bodem voor PFOS en PFOA’ (28-11-2019).

Uitgangspunt van het Tijdelijk handelingskader is dat de kwaliteit van de bodem, het grondwater en het oppervlaktewater niet mag verslechteren door toepassen van PFAS houdende grond en baggerspecie (stand still). Voor toetsing is vanaf een organisch stof gehalte van 10% tot aan 30% een bodemtypecorrectie van toepassing.

5.2 TOETSINGSRESULTATEN GROND

Project

2022130-Louisastraat 43 te Sluiskil

Certificaten

1367191

Toetsing

T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb

Toetsversie

BoToVa 3.1.0

Toetsdatum: 22 juni 2022 15:57

Monsterreferentie

7214030

Monsteromschrijving

MM01, 03: 0-40, 05: 0-50, 06: 0-40, 08: 5-40

Analyse

Eenheid

Analyseres.

Gestand.Res. Toetsoordeel

AW

T

I

920

Lutum/Humus Organische stof

% (m/m ds)

0.8

10

Lutum

% (m/m ds)

1.0

25

%

91.7

91.7

Droogrest droge stof

@

Metalen ICP-AES barium (Ba)

mg/kg ds

61

240

@

190

555

cadmium (Cd)

mg/kg ds

2.2

3.8

>AW

0.6

6.8

13

kobalt (Co)

mg/kg ds

4.8

17

>AW

15

102.5

190

koper (Cu)

mg/kg ds

38

79

>AW

40

115

190

kwik (Hg) (niet vluchtig)

mg/kg ds

0.43

0.62

>AW

0.15

18.075

36

lood (Pb)

mg/kg ds

440

690

>I

50

290

530

molybdeen (Mo)

mg/kg ds

< 1.5

< 1.0

-

1.5

95.75

190

nikkel (Ni)

mg/kg ds

12

35

-

35

67.5

100

zink (Zn)

mg/kg ds

130

310

>AW

140

430

720

mg/kg ds

< 35

< 120

-

190

2595

5000

naftaleen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

fenantreen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

anthraceen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

fluoranteen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

benzo(a)antraceen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

chryseen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

benzo(k)fluoranteen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

benzo(a)pyreen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

benzo(ghi)peryleen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

indeno(1,2,3-cd)pyreen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

mg/kg ds

0.35

< 0.35

-

1.5

20.75

40

PCB - 28

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

PCB - 52

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

PCB - 101

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

PCB - 118

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

PCB - 138

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

PCB - 153

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

PCB - 180

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

mg/kg ds

0.005

< 0.024

-

0.02

0.51

1

Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)

Polycyclische koolwaterstoffen

Sommaties som PAK (10)

Polychloorbifenylen

Sommaties som PCBs (7)

Pagina 1 van 4

Pagina 2 van 4 Monsterreferentie

7214031

Monsteromschrijving

MM02, 09: 0-40, 10: 0-40, 12: 0-40, 13: 5-40

Analyse

Eenheid

Analyseres.

Gestand.Res. Toetsoordeel

AW

T

I

920

Lutum/Humus Organische stof

% (m/m ds)

1.7

10

Lutum

% (m/m ds)

11.2

25

%

84.1

84.1

@

Droogrest droge stof

Metalen ICP-AES barium (Ba)

mg/kg ds

20

36

@

190

555

cadmium (Cd)

mg/kg ds

0.23

0.35

-

0.6

6.8

13

kobalt (Co)

mg/kg ds

3.2

5.6

-

15

102.5

190

koper (Cu)

mg/kg ds

5.6

8.8

-

40

115

190

kwik (Hg) (niet vluchtig)

mg/kg ds

0.07

0.09

-

0.15

18.075

36

lood (Pb)

mg/kg ds

15

20

-

50

290

530

molybdeen (Mo)

mg/kg ds

< 1.5

< 1.0

-

1.5

95.75

190

nikkel (Ni)

mg/kg ds

8

13

-

35

67.5

100

zink (Zn)

mg/kg ds

43

70

-

140

430

720

mg/kg ds

< 35

< 120

-

190

2595

5000

naftaleen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

fenantreen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

anthraceen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

fluoranteen

mg/kg ds

0.07

0.07

benzo(a)antraceen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

chryseen

mg/kg ds

0.06

0.06

benzo(k)fluoranteen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

benzo(a)pyreen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

benzo(ghi)peryleen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

indeno(1,2,3-cd)pyreen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

mg/kg ds

0.41

0.41

-

1.5

20.75

40

PCB - 28

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

PCB - 52

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

PCB - 101

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

PCB - 118

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

PCB - 138

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

PCB - 153

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

PCB - 180

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0035

mg/kg ds

0.005

< 0.024

-

0.02

0.51

1

Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)

Polycyclische koolwaterstoffen

Sommaties som PAK (10)

Polychloorbifenylen

Sommaties som PCBs (7)

Pagina 2 van 4

Pagina 3 van 4 Monsterreferentie

7214032

Monsteromschrijving

B06, 06: 100-130

Analyse

Eenheid

Analyseres.

Gestand.Res. Toetsoordeel

AW

T

I

920

Lutum/Humus Organische stof

% (m/m ds)

3.0

10

Lutum

% (m/m ds)

8.4

25

%

73.4

73.4

@

Droogrest droge stof

Metalen ICP-AES barium (Ba)

mg/kg ds

27

58

@

190

555

cadmium (Cd)

mg/kg ds

0.36

0.54

-

0.6

6.8

13

kobalt (Co)

mg/kg ds

3.9

8.1

-

15

102.5

190

koper (Cu)

mg/kg ds

13

21

-

40

115

190

kwik (Hg) (niet vluchtig)

mg/kg ds

0.08

0.10

-

0.15

18.075

36

lood (Pb)

mg/kg ds

53

73

>AW

50

290

530

molybdeen (Mo)

mg/kg ds

< 1.5

< 1.0

-

1.5

95.75

190

nikkel (Ni)

mg/kg ds

11

21

-

35

67.5

100

zink (Zn)

mg/kg ds

84

150

>AW

140

430

720

mg/kg ds

< 35

< 82

-

190

2595

5000

naftaleen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

fenantreen

mg/kg ds

0.06

0.06

anthraceen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

fluoranteen

mg/kg ds

0.1

0.1

benzo(a)antraceen

mg/kg ds

0.06

0.06

chryseen

mg/kg ds

0.09

0.09

benzo(k)fluoranteen

mg/kg ds

0.05

0.05

benzo(a)pyreen

mg/kg ds

0.07

0.07

benzo(ghi)peryleen

mg/kg ds

0.07

0.07

indeno(1,2,3-cd)pyreen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

mg/kg ds

0.6

0.60

-

1.5

20.75

40

PCB - 28

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0023

PCB - 52

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0023

PCB - 101

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0023

PCB - 118

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0023

PCB - 138

mg/kg ds

0.001

0.0033

PCB - 153

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0023

PCB - 180

mg/kg ds

< 0.001

< 0.0023

mg/kg ds

0.005

0.017

-

0.02

0.51

1

Minerale olie minerale olie (florisil clean-up)

Polycyclische koolwaterstoffen

Sommaties som PAK (10)

Polychloorbifenylen

Sommaties som PCBs (7)

Pagina 3 van 4

Pagina 4 van 4 Monsterreferentie

7214033

Monsteromschrijving

B101, 101: 40-90, 101: 90-100

Analyse

Eenheid

Analyseres.

Gestand.Res. Toetsoordeel

AW

T

I

920

Lutum/Humus Organische stof

% (m/m ds)

1.6

10

Lutum

% (m/m ds)

7.3

25

%

81.8

81.8

@

Droogrest droge stof

Metalen ICP-AES barium (Ba)

mg/kg ds

26

61

@

190

555

cadmium (Cd)

mg/kg ds

< 0.2

< 0.22

-

0.6

6.8

13

kobalt (Co)

mg/kg ds

3.9

8.7

-

15

102.5

190

koper (Cu)

mg/kg ds

5.1

8.9

-

40

115

190

kwik (Hg) (niet vluchtig)

mg/kg ds

< 0.05

< 0.05

-

0.15

18.075

36

lood (Pb)

mg/kg ds

11

16

-

50

290

530

molybdeen (Mo)

mg/kg ds

< 1.5

< 1.0

-

1.5

95.75

190

nikkel (Ni)

mg/kg ds

11

22

-

35

67.5

100

zink (Zn)

mg/kg ds

32

60

-

140

430

720

mg/kg ds

< 35

< 120

-

190

2595

5000

naftaleen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

fenantreen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

anthraceen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

fluoranteen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

benzo(a)antraceen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

chryseen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

benzo(k)fluoranteen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

benzo(a)pyreen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

benzo(ghi)peryleen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

indeno(1,2,3-cd)pyreen

mg/kg ds

< 0.05

< 0.035

mg/kg ds

0.35

< 0.35

-

1.5

20.75

40

PCB - 28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14979350/1