2024-12-12 IC10 - Ambitiedocument september 2024
Tekst van het document
September 2024
Campus Terneuzen
Ambitiedocument
Inhoud 01 Aanleiding 02 Doel ambitiedocument 03 Opgehaalde informatie (stukken en interviews)
04 Samengevat: ambitie 05 Vraagstukken/Thema’s 06 Stellingen
01 Aanleiding
01
Aanleiding Gemeente Terneuzen: De ambitie voor de campus sluit aan bij de ambitie van de Strategische Regiovisie Zeeuws-
De gemeente Terneuzen heeft de ambitie een onderwijs campus te realiseren op de ontwikkellocatie Vliegende Vaart. Op 30 januari 2024 heeft de gemeente samen met vijf beoogde samenwerkingspartners een bestuurlijke aftrap gehad. Deze vijf beoogde partners zijn: •
(VO) Lodewijk College, Stichting Voortgezet Onderwijs Zeeuws-Vlaanderen
•
(VSO & PRO) De Sprong, De Argo en De Wingerd, OZEO
•
(MBO) Scalda
•
(CTT) Centrum voor Top Techniek, samenwerkingsverband overheid, bedrijfsleven, onderwijs
•
(HBO) HZ University of Applied Science
Vlaanderen waarin we een
Met deze partners op een gezamenlijke campus kan een locatie worden ontwikkeld die gericht is op leerlingen uit
aantrekkelijk woonklimaat voor
verschillende doelgroepen die hier niet alleen voor divers en kwalitatief onderwijs komen, maar ook voor sport, cultuur,
huidige en nieuwe bewoners
kunst en een sociale omgeving (de ‘rijke‘ schooldag). Met het samen gehuisvest zijn op één campus kan de, op veel
willen creëren.
gebieden al bestaande, relatie tussen (onderwijs)partijen worden verstevigd, verdiept en efficiënter worden. Doel is
om door synergie meerwaarde te creëren: voor de leerlingen, voor hun kansrijke toekomstige ontwikkeling, voor bedrijven (instroom personeel, samenwerken met scholen om te innoveren), voor de gemeente (jongeren vasthouden in Zeeland), etc. Om tot zo’n campus met meerwaarde te komen, is een integrale benadering van het vraagstuk nodig. Randvoorwaarde daarbij is dat een plan voor de campus als geheel wordt ontwikkeld, vanuit welke vervolgens op (een logische en
samenhangende manier) fasegewijs deelplannen kunnen worden gerealiseerd. Onderzocht moet worden hoe deze campus als groter geheel gaat functioneren. Welke samenwerking is er nu tussen de partijen? Hoe wordt de samenwerking als men op één campus gesitueerd is? Waar vinden zij dan nog meer inhoudelijke en/of ruimtelijke synergie? Welke meerwaarde kunnen zij nog meer met elkaar creëren? Hoe ziet het geheel op de campus er op basis daarvan dan uit qua opzet én organisatie van de gebouwen op de locatie en de vormgeving daarvan. Hoe is straks de ontsluiting en logistiek op- en om de campus? Hoe wordt de ontwikkeling gefaseerd en afgestemd met de verschillende partijen?
01
Aanleiding
M3V Advies verkende het speelveld door middel van het bestuderen en analyseren van alle beschikbare informatie en hield aansluitend interviews met de diverse bestuurders en (beleids-)medewerkers van partijen. De resultaten van deze verkenning zijn samengevat op basis waarvan de feitelijke uitvoering van de werkelijke (verdiepende) uitwerking startte. De kern van de uitvoerende projectorganisatie om het project inhoudelijk vorm te geven, werd gevormd door een stuurgroep en een projectgroep: •
Stuurgroep: bestaande uit betrokken wethouders van de gemeente, bestuurders van de scholen en het CTT. De stuurgroep stelt de kaders en neemt beslissingen.
•
De projectgroep bestaat uit een team van voortrekkers samengesteld uit de betrokken scholen (medewerkers en directie, waar gewenst aangevuld met facilitair of huisvestingsmanagers van de scholen). Samen met de projectgroep verdiepte M3V Advies de ambitie.
02 Doel
Ambitiedocument
02
Doel Ambitiedocument
Doel van dit ambitiedocument is om de overkoepelende ambitie met betrekking tot Campus Terneuzen te schetsen,
gebaseerd op het bestuderen van alle documenten van de beoogde deelnemers en de resultaten van de gehouden individuele interviews. Daarnaast beoogt het een helder beeld te geven van de belangrijkste vraagstukken die een rol spelen bij de uitwerking, zowel op individueel niveau voor betrokken partijen als op het niveau van de campus als geheel. De interviews zijn daarbij een middel om het speelveld te verkennen, te weten hoe de verschillende partijen erin zitten en de voor deze deelnemers majeure vraagstukken te inventariseren. Het ambitiedocument legt dus nog geen verbinding tussen de partijen vast. De werkzaamheden tot nu toe zijn ook niet bedoeld om die verbindingen nu al te benoemen. Het
zegt dus ook nog weinig over hoe de toekomstige campus eruit zou kunnen zien. Het zegt wel waar de kansen voor verbinding liggen (de potentie), de synergie en welke vraagstukken daarbij spelen die nadere uitwerking behoeven door de projectgroep. We overzien hiermee het speelveld. Met de werksessies en werkzaamheden waarin we met één integraal samengestelde projectgroep inhoudelijk en verdiepend aan het werk gaan, start het leggen en verdiepen van de verbindingen tussen de partijen naar één
gezamenlijke en gedragen visie en ambitie voor de campus.
03 Opgehaalde
informatie (stukken en interviews)
03
Opgehaalde informatie
Gemeente Terneuzen
Met de campus wil de gemeente Terneuzen aan aantrekkelijke dynamische plek creëren toegankelijk voor elke leerling of student, jong en oud. Daarbij is de wens om ‘boven de stenen’ vanuit de visie van de ontwikkelbehoefte van de leerlingen/studenten te bepalen wat daarvoor nodig is. Wat gunt de gemeente Terneuzen haar kinderen? De beelden die bij deze vraag naar voren komen zijn: • Het optimaal faciliteren van een “rijke schooldag” waar onder schooltijd maar ook na schooltijd zowel ruimte is voor divers en optimaal onderwijs, als bijvoorbeeld toneel, muziek, cultuur en sport.
• ‘Levensecht leren’ in diverse gedeelde faciliteiten waarin de toekomstige praktijk zo realistisch mogelijk zichtbaar is en waar samenwerkingen tussen de verschillende partijen meerwaarde creëert voor zowel de leerlingen als docenten maar ook voor (leer)bedrijven. Hierdoor kunnen opleiding en faciliteiten behouden blijven, maar ontstaan ook kansen voor nieuwe opleidingen, faciliteiten met mogelijkheden tot samenwerking onderling en met bedrijven. Een campus voor iedereen betekent
inclusiviteit, korte lijntjes en elkaar makkelijk vinden. De leefbaarheid op De Vliegende Vaart, waar de campus zal verrijzen, is een belangrijk aandachtspunt. Daarbij wordt gestreefd naar een open en toegankelijke locatie. Hoe doen we dat op de juiste schaal met de juiste menselijke maat voor een locatie die intensief bezocht en bemenst wordt gedurende de dag en avond? Een effectieve ontsluiting op- en rondom de locatie, samen met een goed georganiseerde en ingerichte omgeving en met gebouwen op de juiste menselijke schaal qua omvang, zijn cruciale factoren voor het bevorderen van die leefbaarheid. Met de rijke schooldag in beeld moet er ook nagedacht worden over de tijdsbesteding ‘na school’ en welke partners daarbij in beeld komen. Als het gaat om het thema Bewegen na school, zijn de traditionele sportclubs daar een belangrijk onderdeel van, maar ook juist bij deze doelgroepen passende beweegactiviteiten als Urban Sports (skatebaan, free
running, etc.), 3x3 basketbal et cetera. Met de ‘hang-outs’ die daarbij horen en tegelijkertijd faciliteiten bieden voor de jeugd.
03
Opgehaalde informatie
De campus kan een wederkerige aanwinst zijn voor zowel onderwijs als de sportclubs. Het onderwijs kan gebruikmaken van de faciliteiten en aanwezige expertise van en bij de clubs. Andersom biedt de aanwezigheid van de leerlingen voor de clubs kansen op aanwas van het aantal leden. Daarbij valt ook te denken aan het gezamenlijk delen van faciliteiten als het zwembad en de gymzalen. Een omni-lidmaatschap is een mogelijke kans voor leerlingen en clubs. Partijen als Sportpunt en Buurtsport kunnen ook een goede partner zijn in de ontwikkeling van de campus en het aanbod. De beoogde partners op de locatie kunnen op het vlak van cultuur, kunst en muziek in gezamenlijkheid een rijk(er) en
gevarieerd(er) aanbod creëren voor alle leeftijden op de campus. Dat aanbod zou ook interessant kunnen zijn voor partners met hun aanbod in die faciliteiten. Met hun aanbod en expertise op de campus hebben zij veel te bieden, maar kunnen zij ook gebruik maken van de vele faciliteiten en diversiteit aan ruimtes die de campus zal gaan bieden. De gemeente Terneuzen ziet met voornoemde ambities een campus ontstaan die gedurende de hele dag, avond en in het weekend een aantrekkelijk en aantrekkend centrum wordt voor jong en oud, lerend, sportend, werkend en omwonend.
Een plek voor ontmoeting, leren, sporten, werken, etc. De Rijke Schooldag beperkt zich in hun ogen dus niet alleen tot de schooldag. Het levensecht leren, vertaalt zich daarbij wellicht ook in leer-/werkbedrijven of –plekken over de hele campus heen (dus ook bij de sportvoorzieningen). Een plek met een zichtbaar open en uitnodigend vizier/venster naar en verbinding met de omgeving. De campus wordt daarmee stedenbouwkundig én inhoudelijk een landmark op die locatie en versterkt daarmee de
aantrekkelijkheid van Terneuzen, of je de campus nu benadert via de Meester F.J. Haarmanweg, de Rooseveltlaan, de rotonde met de kruising Guido Gazellestraat, de huidige ingang van het sportpark, etc. Daarmee kan de regiofunctie versterkt worden. Ook op de locatie zelf heeft dit uiteraard gevolgen. De nieuwbouw voor het onderwijs moet daarvoor nadrukkelijk één complementair geheel gaan vormen met de sportvoorzieningen.
03
Opgehaalde informatie
Op dit moment is investeringsbudget voor de nieuwe VO school (Lodewijk College) en voor de nieuwe VSO-PRO school
gereserveerd door de gemeente Terneuzen. Scalda en CTT vallen wat betreft huisvesting niet onder de gemeentelijke (financiële) verantwoordelijkheid, terwijl deze beoogde belangrijke partners zijn voor de andere onderwijspartners en de gemeente. De financierbaarheid van de huisvesting voor/door CTT en Scalda is een risico voor de realisatie van de campus. Het onderwijs
De onderwijspartijen spreken allen de ambitie uit graag samen op de campus in één integraal samenhangend concept samen te komen. De meeste partijen werken al in verschillende constellaties samen en zien met de campus de kans om dit te bestendigen en juist uit te bouwen. Als we kijken naar de verschillende partijen, nemen we het volgende waar: Het Lodewijk College heeft samen met HEVO recentelijk een PvE opgesteld voor haar nieuwbouw op de Vliegende Vaart. Het beschreven PvE staat inhoudelijk nog los van het zich vestigen op een brede campus en de integratie en
samenwerking met andere scholen op die campus. Het Lodewijk College voelt vooralsnog weinig voor het aanpassen van het door hun opgestelde PvE in een geïntegreerd programma van eisen voor de campus. Dit vanwege de vrees voor vertraging voor het ontwikkelen van hun nieuwe gebouw. Daarbij spreekt het Lodewijk College ook de zorg uit m.b.t. de beschikbare ruimte voor de totale campus. Vooral in relatie tot de uitwerking van een brede onderwijscampus met alle beoogde partijen samen en de hoeveelheid gymzalen zoals berekend door de gemeente. Het Lodewijk College is positief over hun ontwikkeling op een locatie met sportfaciliteiten. M.b.t. fasering geeft het Lodewijk College aan toe te zijn aan een realisatieovereenkomst met de gemeente, maar maakt ze zich ondertussen zorgen over de beheersbaarheid en fasering van de campusontwikkeling (en daarmee voortgang van het project).
03
Opgehaalde informatie
OZEO (VSO & PRO) heeft samen met ICS Adviseurs ook een PvE opgesteld, gebaseerd op een onderwijsvisie waarbij de
focus al gericht is op de ontwikkeling van de campus. Hierin is vooral al rekening gehouden met de onderlinge samenwerking tussen de drie scholen (De sprong PRO, De Wingerd en de Argo VSO), maar ook met de mogelijke verdere samenwerking met andere scholen op de campus. In de huidige samenwerking met het VO hebben zij al ondersteuningstrajectklassen voor het doorstromen van hun leerlingen naar het regulier VO. De drie OZEO-scholen hebben samen de Spargo klas: een maatwerkoplossing voor leerlingen die uit dreigen te vallen bij een van de scholen van OZEO. Zij zijn zeer benieuwd naar de mogelijkheden van verdere (onderwijskundige) synergie met ook andere partijen op de campus. Op een campus kunnen de grenzen tussen de verschillende onderwijssoorten wat hen betreft vervagen (streven naar inclusiviteit). Zo kunnen bv. meer mogelijkheden voor doorstromen naar ander onderwijs in plaats van direct naar arbeid bewerkstelligd worden. Ook op het gebied van zorg voor leerlingen en de daarvoor benodigde expertise en faciliteiten is er in gezamenlijkheid meer te bereiken op een campus. OZEO benoemt ‘levensecht leren’ als belangrijk thema en zien daardoor mogelijke synergie in het delen van het netwerk van leerbedrijven. Zij zien dus veel voordelen van het realiseren van één gezamenlijke onderwijslocatie.
Hier kan ook uitstekend ingezet worden op sport, bewegend leren en kunnen bijvoorbeeld de gymlocaties gedeeld worden. Op deze grote onderwijslocatie moet echter wel voldoende oog zijn voor de speciale doelgroep die zij bedienen. Daarvoor moet een voldoende ‘veilige omgeving’ zijn met voldoende bescherming voor die doelgroep (kleinschaligheid op maat wat goed te regelen is, maar wel expliciet deel moet zijn van het ruimtelijk functioneel PvE en daarop te maken gebouw- en campusontwerp).
03
Opgehaalde informatie
Scalda (MBO) heeft de intentie om, wel samen met het CTT, naar de campus te verhuizen. Op dit moment hebben zij een
(te) groot maar vooral ook verouderd pand voor de ca. 1000 ‘gewogen’ studenten. Scalda is tevreden met de huidige locatie in relatie tot het naastgelegen ziekenhuis. Dit in relatie tot de samenwerking op het gebied van Zorg. Scalda ziet veel in de samenwerking tussen het VO en het MBO en de positieve impact daarvan op de doorstroom van VO naar MBO. Zij zien kansen voor synergie in onderwijsstructuur en daardoor versterking van het gehele onderwijs. Tegelijkertijd zien zij ook kansen in de samenwerking met en doorstroom vanuit het VSO-onderwijs. Die samenwerkingen en doorstroom zijn er nu al en kunnen versterkt worden op de campus. Voor de campus zien zij veel in samenwerking met opleidingsbedrijven
en scholen op het gebied van praktijk- en beroepsgericht onderwijs en voor leerbedrijven. Scalda is recent gestart met het opstellen van hun businesscase voor een eventuele toekomst op de campus. Scalda is daarbij ook afhankelijk van de verkoop van hun huidige pand en de toekomstige bestemming voor die locatie. Ook voor wat betreft de ontwikkeling op de campus zijn er meerdere opties denkbaar, bijvoorbeeld zelf nieuwbouwen of ruimte huren. Een belangrijk aspect voor Scalda is daarnaast de besluitvorming rondom de huisvesting van het CTT. Het
CTT huurt immers in de huidige situatie ruimte van Scalda. Het CTT is een beheerstichting die de techniekfaciliteiten beheert als huurder bij Scalda. De faciliteiten worden vooral door de 4de-jaars van het Lodewijk College (schatting+/- 70%) en Scalda gebruikt. Daarnaast heeft het CTT evenals Scalda ook een regiofunctie. Ook het CTT is momenteel nog bezig met de ontwikkeling van hun plannen voor 2027-2037. Daarbij is het de vraag of de grote bedrijven (Dow, Yara, Cargill), die voorheen investeerden, nogmaals mee willen doen en willen investeren in een nieuw CTT op de campus. Een sterke verbindingen tussen VO, MBO en opleidingsbedrijven is wat hen betreft een voorwaarde om effectief, efficiënt en waardevol op te leiden. Het loskoppelen van het CTT en MBO is in hun ogen dan ook geen optie. De campus biedt juist ook veel mogelijkheden voor doorgaande innovatie en het CTT wil zich graag verder specialiseren naar ‘Centrum voor Technologie en Techniek’ (nieuwe ‘schone technieken’ en ICT).
03
Opgehaalde informatie
Hogeschool Zeeland heeft op diverse locaties al regelmatig samenwerkingen en leerprojecten met het MBO en Lodewijk
College. Dit kan zijn in de onderwijsomgeving van die scholen zelf, maar ook bij bedrijven op locatie. Een flexibele omgeving in de campus die multifunctioneel ingezet kan worden, een Living-lab, zou een welkome toevoeging zijn voor HZ University of Applied Sciences (HZ). Voor HZ is het belangrijk de banden met de verschillende partijen aan te houden en ook om zichtbaar te zijn op de toekomstige campus. De campus is namelijk wat betreft aanwas van studenten ook een voedingsbodem i.c. voedingsgebied voor de Hogeschool.
De HZ University of Applied Science heeft een andere rol in het geheel omdat zij niet de intentie heeft fysieke huisvesting op Campus Terneuzen te realiseren. Wel spreekt de HZ University of Applied spreekt haar steun uit voor dit mooie initiatief (zie bijlage: support letter). Met inachtneming van bovenstaande positieve intenties, is er wel een verschil in positie te ontwaren t.a.v. waar ieder nu staat in die campus ontwikkeling. Het VO (Lodewijk College) heeft al een PvE opgesteld voor het toekomstige
schoolgebouw. Zij vreest voor vertraging van haar project als gevolg van de campusontwikkeling. Dat moet dus zoveel mogelijk worden voorkomen. Scalda is op zijn beurt nog in een oriënterende fase wat betreft deze ontwikkeling. Door dit verschil in ontwikkelingspositie ontstaat aan de ene zijde het gevoel van risico afgeremd te wórden (VO) en bij andere partijen (Scalda) het gevoel dat zij onbedoeld en ongewenst een mogelijke remmende werking hebben op die ontwikkeling voor het VO.
04. Samengevat:
Ambitie
04
Ambitie
De gemeente Terneuzen heeft de ambitie om op de ontwikkellocatie Vliegende Vaart een een onderwijscampus te
realiseren met de volgende vier beoogde partners: Op basis van de beschikbare stukken en de in de interviews opgehaalde informatie is nevenstaand voor de volledigheid de campusambitie
nog eens in samengevatte vorm weergegeven.
•
(VO) Lodewijk College, Stichting Voortgezet Onderwijs Zeeuws-Vlaanderen
•
(VSO en PRO) De Sprong, De Argo en De Wingerd, OZEO
•
(MBO) Scalda
•
(CTT) Centrum voor Top Techniek, samenwerkingsverband overheid, bedrijfsleven, onderwijs
Met het samen gehuisvest zijn op één campus kan de, op veel gebieden al bestaande, relatie tussen (onderwijs)partijen worden verstevigd en verdiept en efficiënter worden. Doel is om door synergie meerwaarde te creëren: voor de leerlingen, voor hun kansrijke toekomstige ontwikkeling, voor bedrijven (instroom personeel, samenwerken met scholen om te innoveren), voor de gemeente (jongeren vasthouden in Zeeland), etc. De gezamenlijke campus wordt o.a. gericht op leerlingen uit verschillende doelgroepen die hier niet alleen voor divers en kwalitatief onderwijs komen, maar ook voor sport, cultuur, kunst en een sociale omgeving (de ‘rijke‘ schooldag). De campus moet echter niet alleen een aantrekkelijke
dynamische plek worden voor elke leerling of student, jong en oud. De ontwikkeling en samenwerking tussen sport, onderwijs en cultuur moet ook leiden tot een zeven dagen per week ‘bruisende’ plek waar alle burgers en omwonenden (Terneuzen en regio) welkom zijn voor ontwikkeling, ontmoeting, recreatie en creatie. Hierbij spelen o.a. thema’s als: • de “rijke schooldag” waar onder schooltijd maar ook na schooltijd zowel ruimte is voor divers en optimaal onderwijs, als bijvoorbeeld toneel, muziek, cultuur en sport; • ‘levensecht leren’ in onderwijsfaciliteiten waarin de toekomstige praktijk zo realistisch mogelijk zichtbaar is en waar samenwerkingen tussen de verschillende partijen meerwaarde creëert voor leerlingen, docenten en bedrijfsleven; • ‘inclusief onderwijs’ waarbij alle kinderen en jongeren dichtbij huis, volwaardig en gelijkwaardig toegang hebben tot een inclusieve leeromgeving waarin zij zich samen ontwikkelen en samen leren en participeren;
05 Vraagstukken/Thema’s
05
In de interviews hebben we onderstaande vraagstukken kunnen identificeren die in elk geval in de ontwikkeling van de
Vraagstukken /
verdere plannen voor de campus aan de orde moeten komen:
Thema’s
•
De huidige relaties en samenwerkingen tussen de onderwijspartijen hebben we nu redelijk in beeld. We moeten
samen met de partijen onderzoeken welke meerwaarde de campus wat betreft die relaties en samenwerking (inhoudelijk en ruimtelijk) kan bieden en hoe dit te vertalen. •
Het is voor partijen belangrijk dat participatie in het vervolgtraject een belangrijke rol krijgt waarbij partijen in ieder geval denken aan betrokkenheid van onderwijsteams, ouders, leerlingen/studenten en omwonenden. Wanneer doen we dit het beste en op welke manier?
•
Er is een verschil in tempo m.b.t. wanneer partijen fysiek op de campus kunnen gaan aanhaken. Hoe moet dit worden
vertaald in een goede logische fasering in de ontwikkeling van voorzieningen op de campus? (Voorbeeld: de plannen mogen niet tot onnodige vertragingen bij de ontwikkeling van het Lodewijk College leiden). •
De campus wordt genoemd als een ‘landmark’ voor de aantrekkelijkheid van Terneuzen. Wat verstaan we daaronder? Hoe bereiken we dit?
•
Er wordt gesproken over de ‘rijke schooldag’: hoe ziet die ‘rijke schooldag’ op de Campus in Terneuzen eruit?
•
Idem geldt het door een aantal partijen genoemde thema van ‘levensecht leren’. Hoe denken de verschillende partijen daarover en hoe kunnen zij bijdragen en optimaal gebruik maken van ‘levens echt leren’ en wat is daarvoor nodig?
•
Zijn er op basis van de ambities en doelen nog andere partners en relaties in Terneuzen die van toegevoegde waarde kunnen zijn daarvoor. Zo ja, welke zijn dat en hoe betrekken we die erbij?
•
De aanwezigheid van de sportfaciliteiten wordt (terecht) genoemd als zijnde van grote toegevoegde waarde. Deze
toegevoegde waarde moeten we met de partijen verdiepen en vertalen naar de opzet van sport en onderwijs op de campus. •
Hoe waarborgen we de aanwezigheid van voldoende kunst en cultuur op de campus? Hoe zit dit in het onderwijs ingebed en is dat bereikbaar voor alle partners?
•
Wat verstaan de partijen onder een open toegankelijke campus en wat is daarvoor nodig? Wat is er nodig op het gebied van veiligheid en aanbod ‘na schooltijd’ voor de leerlingen die op de campus verblijven? Op welke manier
wordt de campus optimaal inclusief en toegankelijk voor een brede doelgroep. •
Hoe en onder welke voorwaarden borgen we voor elke doelgroep(leerlingen) zowel veiligheid maar ook optimale kansen (kansengelijkheid) in doorlopende leerlijnen, zorg, gebruik van faciliteiten, begeleiding?
05
Vraagstukken /
•
Waar ligt ruimte voor externe partijen als HZ University of Applied Sciences om onderwijs, innovatie en
samenwerking vorm te geven?
Thema’s
•
Wat is er nodig om de diverse samenwerkingen en de daarbij horende (vooral techniek) faciliteiten aantrekkelijk voor bedrijven en hun eventuele investeringen te houden/maken.
•
Hoe ziet de voorgenomen innovatieve vorm van het CTT: ‘Technologie en techniek’ er op de campus eruit en hoe geven we deze in de samenwerking dan vorm op de Campus ?
Aanvullende vragen die we nog zien bij deze campusontwikkeling en nog niet expliciet naar voren zijn gebracht: •
Zoals eerder aangegeven ziet de gemeente nadrukkelijk één levendige campus voor onderwijs, sport, etc. voor zich dat zeven dagen per week inclusief de avonden een veelheid aan activiteiten en voorzieningen biedt aan leerlingen, ouders, omwonenden, passerende belangstellenden, et cetera. Dat is dus een ver gaande vertaling van de ‘rijke schooldag’ en ‘levensecht leren’.
•
Het is waarschijnlijk van groot belang dat jonge kinderen in Terneuzen (e.o.) voor die beroepsopleidingen gaan
kiezen die van belang zijn voor de in Zeeland gevestigde bedrijven. Die keuze start al vroeg in Nederland en wordt vaak gemaakt met een verkeerde beeldvorming over die beroepen (wat het inhoudt, welke perspectieven die bieden, hoe goed die juist wel/niet passende keuzes zijn, etc.). In die zin is een relatie van het onderwijs en het bedrijfsleven op de campus met leerlingen uit groepen 7 en 8 van het primair onderwijs van groot belang en is het misschien zinvol om ook over voorzieningen na te denken om hen te helpen bij de juiste beroeps- en opleidingenkeuze. •
Kennis delen tussen verschillende partners. Hoe kunnen we optimaal van elkaars expertise profiteren en hier meerwaarde creëren voor leerlingen?
•
Wanneer zijn de onderwijsvoorzieningen optimaal om voor de verschillende doelgroepen toekomstbestendig onderwijs te geven en goed voorbereid te zijn op goed functioneren in de samenleving?
•
Een groot thema in de samenleving is de doorstroom naar beroepsgericht onderwijs. Vooral de doorstroom van
VMBO/Havo naar MBO/HBO is daarbij belangrijk. Wat is daarvoor nodig?
06 Stellingen
06
Stellingen
1A. De campusgedachte omvat aspecten zoals levendigheid, kansengelijkheid, inclusie etc. De campusgedachte bevordert de samenwerking. Samenwerking leidt tot kwalitatief beter onderwijs. 1B. Op een dynamische en levendige campus is aandacht voor kleinschaligheid, verschillende potentiële doelgroepen en
Na o.a. bespreking van dit ambitiedocument zijn door de bestuurders stellingen geformuleerd m.b.t de campusambitie, de samenwerking en de voorwaarden en kaders m.b.t. de verdere
eigenheid van partners. De dynamiek en levendigheid van de campus mag geen onrust zijn (georganiseerd dynamisch en levendig). 1C. Partijen beogen op de campus gezamenlijk te doen wat gezamenlijk kan en apart te doen wat individueel moet. Er is ruimte voor de eigen identiteit (onderwijskundige en pedagogische principes) van de partijen.
ontwikkeling van de campus.
2A. Partijen wensen met elkaar te komen tot overeenstemming over een eindbeeld voor Campus Terneuzen.
Op basis van de vastgestelde
2B. Op basis van het eindbeeld verkennen partijen de (on)mogelijkheden van gefaseerd bouwen met onder andere aandacht
stellingen is een intentieverklaring opgesteld.
voor aspecten zoals kosten, overlast, continuïteit van onderwijs, veiligheid leerlingen, planning en opleveringstermijn van 2028 voor het Lodewijk College. 3A. De onderwijsinstellingen delen op de campus faciliteiten met elkaar en maken hier afspraken over. 3B. De onderwijsinstellingen zijn – onder voorwaarden (o.a. t.a.v. beheer, onderhoud, maar ook t.a.v. doelgroep en activiteit) bereid om buiten de (reguliere) lestijden bepaalde faciliteiten op de campus met derden te delen ten behoeve van de campus. 4A. Het uitgangspunt is op de campus zoveel als mogelijk praktijkfaciliteiten met elkaar te delen, mits deze van voldoende
omvang zijn en dit past binnen de mogelijkheden van (reguliere) lestijden 4B. Ook op de campus kan er sprake zijn van een individuele behoefte aan een specifieke praktijkruimte.
06
Stellingen
5.
De praktijkruimtes moeten in principe niet worden geïntegreerd in levensechte leerbedrijven (zijnde commerciële bedrijven met een eigen leerbedrijf op de campus), maar kunnen we wel combineren en organiseren met opleidingsbedrijven. Daarbij houden we rekening met publieke en private kaders.
6A. Onder andere veiligheid en bereikbaarheid zijn randvoorwaarden voor een optimaal ontwerp voor Campus Terneuzen
6B. Het ontwerp voor Campus Terneuzen faciliteert voor student en leerling -maar ook voor ouders, instellingen en bedrijven het onderwijs zo optimaal als mogelijk vanuit de gedachte ‘het beste onderwijs voor de gehele regio’. 7.
Partijen wensen de komende tijd nader te onderzoeken of en in hoeverre zij met elkaar tot eenduidig beeld kunnen komen over: A. Een gezamenlijke visie op inclusiviteit en integratie van het onderwijs; B. Het (verder) concretiseren van deze visie in onderwijsconcepten op de campus.
8.
Partijen realiseren zich dat de (verdere) ontwikkeling van Campus Terneuzen een continue proces zal zijn, wat niet stopt bij de realisatie van de campus. Hierdoor is het wenselijk om bij het vormen van het eindbeeld voor Campus Terneuzen rekening te houden met flexibiliteit en aanpasbaarheid.
9.
Partijen beogen in de komende periode na te denken over een mogelijke gezamenlijke organisatiestructuur voor Campus Terneuzen, die zich richt op het faciliteren van de gelijkwaardige samenwerking op de campus en onder andere op het ruimtelijke-, financiële- en juridische beheer van de campus.
Colofon
_________________________________________________________________ Project
Onderwijs Campus Terneuzen
_________________________________________________________________ Opdrachtgever Gemeente Terneuzen Anika Boeije-Luteijn, a.boeije-luteijn@terneuzen.nl _________________________________________________________________ Projectteam
Steffen Donker, donker@m3v.nl Harry Vedder, vedder@m3v.nl
Casper Boks, casperboks@m3v.nl _________________________________________________________________ Datum
september 2024
_________________________________________________________________ Meer informatie www.m3v.nl