CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-11-28 a. Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2025 - Ontwerpbesluit

gemeenteraad 12 december 2024, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 202526.452 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Hoofdstuk 10 10.1

Intrekking en inwerkingtreding verordening

Afwijken van de verordening (hardheidsclausule) Gemeentewet

1.

2.

U kunt de gemeente vragen de hardheidsclausule toe te passen. U kunt dit doen als toepassing van deze verordening voor u gevolgen heeft die niet in verhouding staan tot de doelen die we met deze verordening nastreven. Wij kunnen in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening, als toepassing van deze regels zou leiden tot onredelijkheid en onbillijkheid. Wij beslissen in alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet. 48

51/73

10.2

Intrekken oude verordeningen Gemeentewet

Wij trekken de volgende verordening in op de datum dat deze verordening ingaat (inwerkingtreding): •

10.3

Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2023 Overgangsrecht Gemeentewet, Awb

1. 2.

10.4

Hebt u een voorziening op grond van de Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2024? Dan houdt u hier recht op totdat we een nieuw besluit nemen. We behandelen uw aanvraag op grond van de Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2024 als: • u een aanvraag heeft ingediend in 2024, en • wij nog geen besluit hebben genomen bij het in werking treden van de Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2025. Ingangsdatum en naam Gemeentewet

1. 2.

Wij noemen deze verordening: Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2025. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2025.

49

52/73

Hoofdstuk 11

Begrippenlijst

In deze verordening gebruiken we allerlei begrippen. Deze begrippen hebben dezelfde betekenis als in de wetten waarop deze verordening betrekking heeft. 11.1

Begripsbepalingen

Algemeen verbindend voorschrift: een algemene regel waaraan zowel burgers als de gemeente gebonden zijn en/of waaraan zij rechten/bevoegdheden kunnen ontlenen. Algemene voorziening: voorziening die toegankelijk is voor alle inwoners van de gemeente. Andere voorziening: een voorziening waarop de inwoner een beroep kan doen voor de hulp die hij nodig heeft, anders dan maatwerkvoorziening/individuele voorziening/uitkering of voorziening. Het gaat om voorzieningen die buiten de regeling liggen van de aangevraagde voorziening of om voorzieningen die binnen het bereik van die regeling liggen, maar vrij toegankelijk zijn voor de inwoner. Dat kan een andere uitkering zijn, een algemeen gebruikelijke, algemene of collectieve voorziening, of voorzieningen als alimentatie en toeslagen. Arbeidsinschakeling: aan het werk (kunnen) gaan. Arbeidsverplichting: de verplichting om mee te werken aan de arbeidsinschakeling of het leveren van een tegenprestatie, als bedoeld in artikel 9 van de Participatiewet. Armoedeval: achteruitgang in inkomen als een uitkeringsgerechtigde een baan aanneemt op of rond het minimumloon. Dit komt door het wegvallen van tegemoetkomingen van de gemeente of van toeslagen zoals huurtoeslag en zorgtoeslag. Basisbaan: een basisbaan is een dienstverband dat het arbeidsintegratiebedrijf in opdracht van de gemeente kan aangaan met een bijstandsgerechtigde.

Benadelingsbedrag: het bedrag dat de gemeente onterecht heeft uitbetaald Beslistermijn: Binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag wordt een beschikking afgegeven. Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, deelt het bestuursorgaan dit binnen deze termijn aan de aanvrager mede en noemt het daarbij een zo kort mogelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. Bijstandsnorm: de maximale hoogte van de bijstandsuitkering bedoeld in artikel 5, onderdeel c van de Participatiewet. De hoogte hangt af van de woon- en leefsituatie en de leeftijd van de inwoner. Bijstandsuitkering: de algemene bijstand voor levensonderhoud, bedoeld in artikel 5, onderdeel b van de Participatiewet. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met bijstandsuitkering bedoeld: de algemene bijstand plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet. Bovengebruikelijke hulp: als de zorg die het kind nodig heeft op het gebied van verzorging, verpleging en begeleiding meer vraagt dan de zorg die een kind van dezelfde leeftijd zonder beperkingen nodig heeft. Detacheringsbaan: het arbeidsintegratiebedrijf kan in opdracht van de gemeente een detacheringsbaan aangaan met bijstandsgerechtigde. De bijstandsgerechtigde wordt door het arbeidsintegratiebedrijf uitgeleend aan andere werkgevers. Doel: het resultaat.

Eigen kracht: het vermogen van de cliënt om zelf tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of participatie of tot een oplossing voor zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang te komen. 50

53/73

Financiële buffer: vermogen. Een goede financiële buffer is een vermogen op of boven de vermogensgrens bedoeld in artikel 34, lid 3 van de Participatiewet. Gebruikelijke hulp: de hulp die over het algemeen mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Voor de Jeugdwet wordt met ouders ook andere opvoeders en verzorgers bedoeld. Gemeente: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen. Gesprek: gesprek waarin de inwoner zijn hulpvraag, zijn persoonlijke situatie en het doel dat hij wil bereiken bespreekt. Herzien: het ongedaan maken van een recht op een voorziening over een periode die gelegen is voor het besluit. Er is over die periode wel recht op een voorziening, maar op een andere voorziening dan destijds is toegekend. Hulp: ondersteuning bij de arbeidsinschakeling of inkomensondersteuning als bedoeld in artikel 7 van de Participatiewet, maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wmo 2015, jeugdhulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Hulpvraag: de behoefte aan ondersteuning die de inwoner bij de melding heeft. Individuele voorziening: een op de inwoner afgestemde voorziening als het gaat om een voorziening in het kader van de Jeugdwet: een voorziening die op een jongere of zijn ouders is afgestemd als bedoeld in artikel 2.3 van de Jeugdwet.

Ingezetene: de inwoner die rechtsgeldig staat ingeschreven in Basisregistratie Personen (BRP) Inkomen: het inkomen, bedoeld in artikel 32, lid 1 van de Participatiewet. Intrekken: het ongedaan maken van een recht op een voorziening over een periode die gelegen is voor het besluit. Het verschil met ‘herzien’ is dat er bij ‘intrekken’ geen recht is op een voorziening, ook niet op een andere voorziening. Inwoner: de persoon die zijn hoofdverblijf heeft in de gemeente Terneuzen. IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers. IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. Jeugdhulp: hulp als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Jongere: de minderjarige. Als het gaat om de Jeugdwet: de jeugdige, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet. Jongerenwerk: basisaanbod van sociaal-culturele voorzieningen voor jongeren, zoals kinderwerk, tiener- en jongerenwerk, sportbuurtwerk en jongereninformatie. Het basisaanbod bevat ook activiteiten die stimulering van de ontwikkeling of het voorkomen van problemen bij jongeren tot doel heeft. Kindpakket: een pakket van voorzieningen, meestal in natura, dat de gemeente voor gezinnen met een laag inkomen beschikbaar stelt.

Het doel van het pakket is te voorkomen dat kinderen die opgroeien in armoede niet mee kunnen doen aan bijvoorbeeld sport, culturele activiteiten of activiteiten van school. Kostendelersnorm: norm voor de hoogte van een uitkering volgens artikel 22a van de Participatiewet. Naarmate meer mensen in een huis wonen, ontvangt iedere afzonderlijke uitkeringsgerechtigde een lagere uitkering omdat meer mensen de kosten kunnen delen. 51

54/73

Kostprijs: de totale kosten van een product of dienst. Levensonderhoud: de dagelijkse bestaanskosten, zoals kosten voor voeding, kleding, huur, energie, water en (zorg)verzekeringen. Leverancier: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die goederen of diensten levert tegen betaling. Loonwaarde: de waarde (uitgedrukt in euro’s) van arbeid die iemand nog kan uitvoeren. Maatwerkvoorziening: een op de inwoner afgestemde voorziening zoals in de Wmo 2015 is omschreven. Hieronder valt ook een financiële tegemoetkoming. Middelen: alle vermogens- en inkomensbestanddelen waarover een alleenstaande of het gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken (zie artikel 31 PW). Minimaregelingen: regelingen voor mensen met een laag inkomen. Ondersteuningsplan: een plan van aanpak dat de gemeente opstelt, waarin de knelpunten staan die de inwoner in het maatschappelijk leven ervaart, waarin de gewenste hulp wordt geïnventariseerd en de gemeente mogelijke oplossingen aandraagt. Ouder: ouder met ouderlijk gezag. Passend werk: werk dat past bij uw (lichamelijke) (on)mogelijkheden. Persoonlijke situatie: alle omstandigheden, mogelijkheden en persoonskenmerken van de inwoner die van belang zijn, inclusief de behoefte van de inwoner en de godsdienstige en levensbeschouwelijke overtuiging. Pgb: persoonsgebonden budget, een geldbedrag waarmee iemand zelf hulp(middelen) in kan kopen.

Pgb-plan: een plan van aanpak dat de inwoner opstelt over de hulp die hij nodig heeft en die hij met het pgb wil inkopen. In het plan geeft de inwoner onder andere aan welke hulpverlener op welke manier en op welke momenten de noodzakelijke hulp gaat geven en hoe de kwaliteit en de continuïteit van die hulp gewaarborgd worden. Preferente proces loonkostensubsidie: Vanuit het Breed Offensief hebben gemeenten, de VNG, Divosa, SZW en de Normaalste Zaak gewerkt aan de harmonisatie van het proces rondom de loonkostensubsidie. Als gemeenten hetzelfde proces hanteren, zijn de administratieve lasten voor werkgevers minder ingewikkeld. Zo wordt het eenvoudiger om mensen uit verschillende gemeenten een werkplek te bieden. Bovendien hoeven gemeenten nu niet zelf een proces te ontwikkelen en uit te denken. Gemeenten kunnen gebruik maken van een toolkit, daarin staat onder meer een stappenplan, procesplaten en communicatieset met voorbeeldbrieven, aanvraagformulieren, beschikkingen en andere handige formats. Dat noemen we het preferent proces Loonkostensubsidie. Het beheer preferent proces Loonkostensubsidie bij VNG. Wij gebruiken dat proces ook in Terneuzen. Professional: iemand die beroepsmatig hulp verleent. Regiotaxi: vervoer van deur tot deur, op afroep en met een deeltaxi (ook wel collectief vraagafhankelijk vervoer genoemd).

Samenwonen: een gezamenlijke huishouding voeren als bedoeld in artikel 3 van de Participatiewet. Schending inlichtingenplicht: het verstrekken van onjuiste en/of onvolledige gegevens, of het verzwijgen of niet (op tijd) verstrekken van gegevens. Het gaat om gegevens die nodig zijn om 52

55/73

te bepalen of er recht op een uitkering of een voorziening is, en om de duur en hoogte van die uitkering of voorziening vast te stellen. Als gevolg hiervan wordt een uitkering of voorziening helemaal of gedeeltelijk ten onrechte verstrekt. Sociaal netwerk: huisgenoten of andere personen met wie de inwoner een sociale relatie onderhoudt (inclusief mantelzorgers). Sociale omgeving: In de Jeugdwet wordt gesproken over de sociale omgeving van de jeugdige. Dit is buiten het gezin en buiten het school de relaties in die omgeving van de jeugdige zoals vriendenkring, sportverenigingen, clubhuizen, verenigingen waarvan de jeugdige onderdeel van uitmaakt. Toekenningsbesluit: beschikking waarin de toekenning van een voorziening wordt toegelicht en welke voorwaarden gelden U: wordt verstaan de rechthebbende als bedoeld in de Wmo 2015, de Jeugdwet en de Participatiewet. Uitkering: de bijstandsuitkering, de IOAW- of de IOAZ-uitkering. Uitkeringsnorm: de voor de inwoner in zijn situatie maximale hoogte van een uitkering; dit is de bijstandsnorm uit de Participatiewet of de grondslag bedoeld in de IOAW of IOAZ. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met uitkeringsnorm bedoeld: de bijstandsnorm plus de aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet.

Vermogen: totaal aan bezit in geld en goederen; het vermogen als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet. Voorliggende voorziening: een overheidsregeling of uitkering die voorliggend is aan andere voorzieningen vanuit de overheid. De inwoner kan de kosten op een andere manier vergoed krijgen. Voorziening: zorg in natura dan wel een persoonsgebonden budget voor een maatwerkvoorziening of een individuele voorziening. Een financiële tegemoetkoming is ook een voorziening. Voorziening bij de arbeidsinschakeling of bijzondere bijstand: een op de inwoner afgestemde voorziening als het gaat om een voorziening in het kader van de Participatiewet. Vrij toegankelijke hulp: hulp die beschikbaar is zonder verwijzing van een huisarts, medisch specialist, jeugdarts of besluit van de gemeente. Wet: de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet, de Algemene wet bestuursrecht of de Gemeentewet. Wij: het college van Burgemeester en Wethouders. Wmo 2015: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Woonplaatsbeginsel: een hulpmiddel om te bepalen welke gemeente verantwoordelijk is voor jeugdhulp aan de jeugdige.

De verantwoordelijkheid ligt bij de gemeente waar de jeugdige zijn woonadres heeft volgens de Basisregistratie Personen (BRP) of in geval van zorg met verblijf de gemeente waar de jeugdige direct voorafgaand aan het verblijf stond ingeschreven. Zelfredzaamheid: het vermogen om voor uzelf te zorgen.

53

56/73

Besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Terneuzen op 12 december 2024. de griffier,

mw. ing. N.M.J. (Nicole) Jansen-Geerinckx de voorzitter,

H.J.A. (Erik) van Merrienboer

54

57/73

Was-wordt tabel Verordening sociaal domein Gemeente Terneuzen 2025 N = Nummering I = Inhoudelijk T = Tekstueel

I I

Was in 2024 Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2024 Hoofdstuk 1 Inleiding Deze ‘Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2024’ is een aangepaste versie van de ‘Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2023’. De aanleiding om deze verordening vast te stellen was het Beleidsplan sociaal domein Terneuzen 2022-2025. De titel van dit beleidsplan is “Iedereen aan boord”. Samengevat zegt dit: “Iedereen moet mee kunnen doen in onze gemeente. In het sociaal domein werken we aan verdere vernieuwing en aan verbetering van de samenwerking tussen organisaties. We zetten in op integraal werken volgens het principe van één gezin, één plan, één regisseur. Ondersteuning en hulp zijn zo snel, adequaat, vroeg en dichtbij mogelijk. We gaan uit van kwaliteit”. In deze regeling leest u wat u van de gemeente kunt verwachten maar ook wat wij van u verwachten. De regels gaan over de volgende onderwerpen: • • • •

werken en participeren; uitkeringen; gezond en veilig opgroeien, en; wonen in een veilige en gezonde omgeving.

I

Wordt in 2025 Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2025 Hoofdstuk 1 Inleiding Deze ‘Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2025’ is een aangepaste versie van de ‘Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2024’. De aanleiding om deze verordening vast te stellen was het Beleidsplan sociaal domein Terneuzen 20222025. De titel van dit beleidsplan is “Iedereen aan boord”. Samengevat zegt dit: “Iedereen moet mee kunnen doen in onze gemeente. In het sociaal domein werken we aan verdere vernieuwing en aan verbetering van de samenwerking tussen organisaties. We zetten in op integraal werken volgens het principe van één gezin, één plan, één regisseur. Ondersteuning en hulp zijn zo snel, adequaat, vroeg en dichtbij mogelijk. We gaan uit van kwaliteit”. In deze regeling leest u wat u van de gemeente kunt verwachten maar ook wat wij van u verwachten. De regels gaan over de volgende onderwerpen: • • • •

werken en participeren; uitkeringen; gezond en veilig opgroeien, en; wonen in een veilige en gezonde omgeving.

2.4.6 Beoordeling aanwezigheid gebruikelijke hulp na melding Wmo 2015 1. Wij verstrekken geen maatwerkvoorziening als u de problematiek waarvoor u een maatwerkvoorziening aanvraagt, zelf kan verminderen of wegnemen: a. door gebruik te maken van uw eigen kracht;

58/73

b. met gebruikelijke hulp van huisgenoten; c. met mantelzorg of hulp van anderen uit uw sociale netwerk; d. door gebruik te maken van algemene voorzieningen; e. door gebruik te maken van algemeen gebruikelijke zaken of diensten. 2. a. Wij beoordelen bij het onderzoek of er gebruikelijke hulp van huisgenoten beschikbaar is. b. Wanneer wij uw huisgenoten vragen om mee te werken aan het onder a. genoemde onderzoek of heronderzoek, zijn zij verplicht dit te doen. 3. Tijdens dit onderzoek houden wij rekening met: a. de samenstelling van uw huishouden en uw huisgenoot of huisgenoten; b. de aard van de relatie tussen u en uw huisgenoten; c. de inhoudelijke aard, de omvang en de complexiteit van uw ondersteuningsbehoefte; d. de beschikbaarheid en de praktische, lichamelijke en geestelijke mogelijkheden van uw huisgenoot of huisgenoten voor het ondersteunen van uw zelfredzaamheid en participatie en het meedoen in de samenleving; e. de mate waarin en de wijze waarop uw huisgenoot of huisgenoten u voorafgaand aan de melding hielpen op het terrein zelfredzaamheid en participatie en het meedoen in de samenleving; f. overige omstandigheden van uw huisgenoot of huisgenoten die bepalen of uw huisgenoot of huisgenoten u kunnen helpen op het terrein van zelfredzaamheid en participatie en het meedoen in de samenleving. I

2.4.7 Onderzoek, advies en functiescheiding Wmo 2015 1. Wij vragen een aangewezen adviseur om advies, als wij denken dat dit nodig is voor het doen van een

59/73

zorgvuldig onderzoek rond een melding, aanvraag of heronderzoek; 2. Deze adviseur heeft: a. Sociaal-medische kennis op het niveau van een arts; b. Ergonomische kennis; c. Bouwkundige/technische kennis; d. Gedragswetenschappelijke kennis. 3. Wij dragen zorg voor het voorkomen van een rolvermenging bij advisering, gemandateerde besluitvorming en levering van maatwerkvoorzieningen. I

2.4.8 Eigen kracht Jeugdwet 1. Jeugdigen of ouders komen pas in aanmerking voor een individuele voorziening als zij zelf geen oplossing kunnen vinden voor de hulpvraag binnen hun eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen (problemen herkennen en een plan maken om die op te lossen) (eigen kracht). Hieronder wordt in ieder geval verstaan: • gebruikelijke hulp van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders • bovengebruikelijke hulp van ouders voor zover zij beschikbaar zijn en de noodzakelijke hulp kunnen bieden, dit niet zorgt voor (dreigende) overbelasting en door het bieden van de bovengebruikelijke hulp geen financiële problemen in het gezin ontstaan • de ondersteuning vanuit het sociale netwerk • het aanspreken van een aanvullende zorgverzekering die is afgesloten 2. Gebruikelijke hulp is hulp die mag worden verwacht van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders. Zij zijn namelijk verplicht de minderjarige jeugdigen in/van hun gezin te verzorgen, op te voeden, te begeleiden en toezicht op hen te houden. Dit geldt ook als de jeugdige een ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek heeft. Als 1 van de ouders 60/73

dat niet kan bieden neemt de andere ouder de gebruikelijke hulp over. Ook als ouders gescheiden zijn. Wij houden dan rekening met de gebruikelijke hulp van de ouder waar de jeugdige niet woont. 3. Om vast te stellen of er sprake is van gebruikelijke hulp beoordelen wij of de benodigde hulp verder gaat dan de hulp die een jeugdige van dezelfde leeftijd zonder ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek nodig heeft. Wij houden hierbij rekening met: a. de leeftijd van de jeugdige b. hoeveel zorg een jeugdige van die leeftijd nodig heeft bij activiteiten en handelingen, hoeveel toezicht en hoeveel begeleiding/stimulans c. de soort en de duur van de hulp en hoe intensief de ondersteuning van de jeugdige moet zijn d. kan de hulp goed gepland worden e. de behoeften en mogelijkheden van de jeugdige| 4. Als er sprake is van gebruikelijke hulp verstrekken wij geen individuele voorziening tot jeugdhulp. Hierop kan (tijdelijk) een uitzondering worden gemaakt als de ouders door (dreigende) overbelasting de gebruikelijke hulp niet kunnen bieden. Er moet dan wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige. 5. Gaat het om hulp die verder gaat dan de gebruikelijke hulp, dan zijn de ouders in eerste instantie nog steeds verantwoordelijk voor het bieden van deze bovengebruikelijke hulp.

Wij beoordelen dan of van ouders verwacht mag worden dat ze deze hulp bieden, zoals in lid 1 staat geschreven. Wij kijken dan naar kortdurende en langdurende situaties: - Kortdurend: er is uitzicht op herstel van het (gezondheids-)probleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige. Het gaat hierbij over een aaneengesloten éénmalige periode van maximaal drie maanden in één kalenderjaar. - Langdurend: het gaat om langdurige situaties waarbij naar verwachting de 61/73

jeugdhulp langer dan drie maanden nodig is of voor meerdere periodes van drie maanden in één kalenderjaar. Wij verwachten van ouders dat zij in kortdurende situaties de bovengebruikelijke hulp bieden, behalve als dit rekening houdend met de soort hulp niet kan worden verwacht of de ouders door (dreigende) overbelasting de hulp niet kunnen bieden. Er moet dan wel een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige. 6. Bij de beoordeling in langdurige situaties houden wij rekening met de volgende onderdelen: a. de soort en de duur van de hulp en hoe intensief de ondersteuning van de jeugdige moet zijn b. of de inzet van de hulp goed te plannen is c. het lichamelijk en geestelijk welzijn van de ouders d. de manier van omgaan van ouders met de problemen van de jeugdige e. vaardigheden van de ouders om zelf hulp te bieden (bijvoorbeeld een verpleegachtergrond) f. of er sprake is van problematiek bij de ouders, zoals relationele problemen of schulden g. welke verplichtingen de ouders hebben, bijvoorbeeld voor werk en sociale verplichtingen h. het belang van ouders om te kunnen werken en zo geld te verdienen en het eventueel ontstaan van financiële problemen i. de woonsituatie j. de samenstelling van het gezin en de relatie tussen de gezinsleden (bijvoorbeeld of er sprake is van een wettelijke stiefouder of niet) k.

is er een sociaal netwerk en zo ja, kan het sociaal netwerk de ouders of de jeugdige helpen l. overige individuele omstandigheden die door jeugdige en ouders worden ingebracht 7. Als bovengenoemde onderdelen niet leiden tot problemen bij het kunnen verlenen van de hulp door de ouders, bij de beschikbaarheid van de ouders voor 62/73

het verlenen van de hulp, bij de belasting van de ouders en bij de financiële situatie van de ouders wordt van hen verwacht dat zij de bovengebruikelijke hulp (eventueel deels) verlenen. Wij verstrekken dan geen individuele voorziening tot jeugdhulp. 8. Bij (dreigende) overbelasting geldt nog het volgende: - Er moet een verband zijn tussen de overbelasting en de zorg aan de jeugdige. - Als de overbelasting komt door bijvoorbeeld spanningen door het werk (bijvoorbeeld door te veel uren werken of stress) of door andere oorzaken die niet ontstaan door de zorg van de jeugdige, moet de ouder eerst een oplossing zoeken in de oorzaak van die spanningen. - Bij een aanvraag voor een individuele voorziening tot jeugdhulp bekijken wij wat wordt gedaan om die spanningen te verminderen. - Als de (dreigende) overbelasting kan worden verminderd door het herinrichten van het werk of andere sociale/maatschappelijke activiteiten wordt dit eerst van de ouder verwacht. - Het verlenen van hulp aan het kind gaat voor op sociale/maatschappelijke activiteiten. - Een pgb voor het verlenen van hulp aan een jeugdige door een ouder wordt gestopt als er sprake is van (dreigende) overbelasting. Een andere zorgverlener moet het verlenen van hulp overnemen om de overbelasting te stoppen. 9.

Als ouders een beroep kunnen doen op het sociale netwerk voor het bieden van ondersteuning bij de benodigde hulp aan de jeugdige wordt van hen verwacht dat ze hier gebruik van maken. De ondersteuning die het sociale netwerk biedt, valt onder de eigen kracht. Wij verstrekken hiervoor geen individuele voorziening tot jeugdhulp.

Als de jeugdige en/of de ouders een aanvullende zorgverzekering heeft/hebben die de benodigde hulp (deels) vergoedt, 63/73

wordt van ouders verwacht dat zij deze aanspreken. Wij verstrekken dan geen individuele voorziening tot jeugdhulp of alleen een aanvullende voorziening voor het gedeelte dat niet wordt vergoed. I

3.5.3 Individuele inkomenstoeslag

3.5.3 Individuele inkomenstoeslag PW

1.

2.

I

U kunt individuele inkomenstoeslag aanvragen, als u langdurig een laag inkomen heeft. Hiermee bedoelen we in de 36 maanden voor de aanvraagdatum een inkomen had dat niet hoger is dan 120 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm. De individuele inkomenstoeslag is per kalenderjaar: a. 27% van de gehuwdennorm als u alleenstaand bent; b. 35% van de gehuwdennorm als u alleenstaande ouder bent; c. 39% van de gehuwdennorm als u gehuwd bent.

PW 1.

2. 3. 4.

U kunt individuele inkomenstoeslag aanvragen, als u langdurig een laag inkomen heeft. Hiermee bedoelen we in de 36 maanden voor de aanvraagdatum een inkomen had dat niet hoger is dan 120 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm. U heeft geen zicht op inkomensverbetering. U heeft niet meer dan het toegestaan vrij te laten vermogen. De individuele inkomenstoeslag is per kalenderjaar: a. € 505 als u alleenstaand bent; b. € 655 als u alleenstaande ouder bent; c. € 730 als u gehuwd bent.

3.5.4 Kinderopvang met sociaal 3.5.4 Kinderopvang met sociaal medische medische indicatie indicatie Gemeentewet Met een Sociaal Medische Indicatie (hierna: SMI) kunnen we u tijdelijk ontlasten door een 1. U kunt zich melden voor een aanvraag tegemoetkoming in de kosten van bij de gemeente, het gezinsteam van de kinderopvang te bieden. Een SMI is een uitvoeringsorganisatie van de gemeente of vangnetregeling waarmee u tijdelijk wordt de jeugdverpleegkundige. ontzorgt. 2. U kunt in aanmerking komen voor een Gemeentewet financiële tegemoetkoming voor kinderopvang als: 1. U kunt zich melden voor een aanvraag bij a. u een sociaal medische indicatie heeft; de gemeente, het gezinsteam van de b. u in de gemeente Terneuzen woont; uitvoeringsorganisatie van de gemeente of de c. uw kind naar een geregistreerde opvang jeugdverpleegkundige. of gastouder gaat; 2. U kunt in aanmerking komen voor een d. uw kind 12 jaar is of jonger en het financiële tegemoetkoming voor basisonderwijs of het speciaal onderwijs kinderopvang als: nog niet heeft verlaten; a. u een aantoonbare lichamelijke, e. u geen recht heeft op zintuigelijke, verstandelijke of psychische kinderopvangtoeslag van de beperking heeft; Belastingdienst; b. u in de gemeente Terneuzen woont; f. u onvoldoende mogelijkheden heeft c.

uw kind naar een geregistreerde opvang of binnen uw gezin of sociale netwerk om uw gastouder gaat; kind(eren) op te vangen; d. uw kind 12 jaar is of jonger en het g. het noodzakelijk is dat uw kind naar de basisonderwijs of het speciaal onderwijs nog opvang gaat. niet heeft verlaten; 3. Het doel is u te ontlasten en/of uw e. u geen recht heeft op kinderopvangtoeslag kinderen te ondersteunen. van de Belastingdienst;

64/73

I

4. Wij kunnen een financiële tegemoetkoming weigeren als: a. u niet voldoet aan de vereisten van lid 1 van dit artikel; b. u niet bereid bent om hulpverlening te accepteren of hieraan mee te werken; c. u niet bereid bent mee te werken aan het opstellen van een gezinsplan; d. er een voorliggende voorziening aanwezig is; e. u niet voldoet aan de verplichtingen vastgelegd in artikel 7.1 van deze verordening; 5. Wij beslissen over het aantal dagdelen waarvoor de financiële tegemoetkoming nodig is. 26 6. U doet al het mogelijke om het aantal uren waarop noodzakelijke kinderopvang moet worden afgenomen, zo gering mogelijk en zo kort mogelijk te laten zijn. 7. De opvang duurt maximaal zes maanden. Wij kunnen de opvangperiode als het nodig is eenmaal verlengen. Wij beslissen over de periode. 8. Wij betalen de financiële tegemoetkoming uit aan de kinderopvangorganisatie. 9. Indien uw inkomen hoger is dan 120 procent van de bijstandsnorm, betaalt u een inkomensafhankelijke eigen bijdrage. 10. Voor de bepaling van de hoogte van de tegemoetkoming en voor de berekening van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage, wordt aangesloten bij het model dat de Belastingdienst hanteert voor het berekenen van de eigen bijdrage bij de kinderopvangtoeslag. 11. De bepalingen van de artikel 7.4.1 en 7.4.2 van deze verordening zijn van overeenkomstige toepassing.

f. u onvoldoende mogelijkheden heeft binnen uw gezin of sociale netwerk om uw kind(eren) op te vangen; g. het noodzakelijk is dat uw kind naar de opvang gaat. 3. Het doel is u tijdelijk te ontlasten en/of uw kinderen te ondersteunen. 4. Wij kunnen een financiële tegemoetkoming weigeren als: a. u niet voldoet aan de vereisten van lid 1 van dit artikel; b. u niet bereid bent om hulpverlening te accepteren of hieraan mee te werken; c. u niet bereid bent mee te werken aan het opstellen van een gezinsplan; d. er een voorliggende voorziening aanwezig is; e. u niet voldoet aan de verplichtingen vastgelegd in artikel 7.1 van deze verordening; 5. Wij beslissen over het aantal dagdelen waarvoor de financiële tegemoetkoming nodig is. 6. U doet al het mogelijke om het aantal uren waarop noodzakelijke kinderopvang moet worden afgenomen, zo gering mogelijk en zo kort mogelijk te laten zijn. 7. De opvang duurt maximaal zes maanden. Wij kunnen de opvangperiode als het nodig is eenmaal verlengen met maximaal zes maanden. U moet voldoen aan de verplichtingen als bedoeld in artikel 7.1 van deze verordening en moet u naar ons oordeel voldoende hebben gezocht naar een oplossing door middel van inzet van de eigen kracht. 8. Wij betalen de financiële tegemoetkoming uit aan de kinderopvangorganisatie. 9.

Indien uw inkomen hoger is dan 120 procent van de bijstandsnorm, betaalt u een inkomensafhankelijke eigen bijdrage. 10. Voor de bepaling van de hoogte van de tegemoetkoming en voor de berekening van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage, wordt aangesloten bij het model dat de Belastingdienst hanteert voor het berekenen van de eigen bijdrage bij de kinderopvangtoeslag. 11. De bepalingen van de artikel 7.4.1 en 7.4.2 van deze verordening zijn van overeenkomstige toepassing.

3.5.5 Meedoenbudget

3.5.5 Meedoenbudget

Gemeentewet

65/73

Gemeentewet

1.

2.

3.

4.

Het meedoenbudget is bedoeld om inwoners met een laag inkomen mee te laten doen aan sportieve, sociale, educatieve en/of culturele activiteiten. U kunt in aanmerking komen voor het meedoenbudget als u een inkomen heeft dat lager is dan 120 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm. Het meedoenbudget bedraagt 5% van het bedrag genoemd in artikel 31 lid j van de PW. Wij betalen het meedoenbudget in één keer aan u uit.

I

1.

2.

3. 4. 5.

Het meedoenbudget is bedoeld om inwoners met een laag inkomen mee te laten doen aan sportieve, sociale, educatieve en/of culturele activiteiten. U kunt in aanmerking komen voor het meedoenbudget als u een inkomen heeft dat lager is dan 120 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm. U heeft niet meer dan het toegestaan vrij te laten vermogen. Het meedoenbudget bedraagt € 165,00 per persoon per kalenderjaar. Wij betalen het meedoenbudget in één keer aan u uit.

3.5.7 Zwemabonnementen zomerperiode Gemeentewet 1.

2.

N

3.5.7 Kindpakket

Het zwemabonnement is bedoeld om inwoners met een laag inkomen in de zomermaanden gratis gebruik te laten maken van de buitenzwembaden van de gemeente Terneuzen. U kunt in aanmerking komen voor het zwemabonnement als u een inkomen heeft dat lager is dan 120 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm.

3.5.8 Kindpakket Gemeentewet

T

5.3.1 Geschikte woning

Gemeentewet 5.3.1 Geschikte woning

Wmo 2015

Wmo 2015

1. Wij zorgen ervoor dat u een maatwerkvoorziening krijgt als het normale gebruik van uw woning door een beperking niet mogelijk is. U moet voldoen aan de voorwaarden van artikel 2.4.1. 2. De voorziening houdt in dat wij de woning bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar laten maken. 3. Soms kunnen wij uw woning niet of slechts tegen zeer hoge kosten aan laten passen. Dan verwachten wij van u dat u verhuist naar een geschikte(re) woning, als deze beschikbaar is. Uw huidige woning passen wij dan niet aan.

1. Wij zorgen ervoor dat u een maatwerkvoorziening krijgt als het normale gebruik van uw woning door een beperking niet mogelijk is. U moet voldoen aan de voorwaarden van artikel 2.4.1. 2. De voorziening houdt in dat wij de woning bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar laten maken. 3. Soms kunnen wij uw woning niet of slechts tegen zeer hoge kosten aan laten passen. Dan verwachten wij van u dat u verhuist naar een geschikte(re) woning, als deze beschikbaar is. Uw huidige woning passen wij dan niet aan.

66/73

I

I

4. Wij zorgen voor een financiële tegemoetkoming in de verhuiskosten als u verhuist naar een geschikte(re) woning. Een financiële tegemoetkoming in de verhuiskosten geven we één keer per 10 jaar. De gemiddelde verhuisbeweging in Nederland (2020) op basis van het langjarige gemiddelde is dat iemand één keer per tien jaar verhuist. U moet dan wel voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 2.4.1 van deze verordening. 5. We kunnen nadere regels vaststellen.

4. Wij zorgen voor een financiële tegemoetkoming in de verhuiskosten als u verhuist naar een geschikte(re) woning. Een financiële tegemoetkoming in de verhuiskosten geven we één keer per tien jaar. De gemiddelde verhuisbeweging in Nederland (2020) op basis van het langjarige gemiddelde is dat iemand één keer per tien jaar verhuist. U moet dan wel voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 2.4.1 van deze verordening. 5. We kunnen nadere regels vaststellen.

5.3.3 Beschermd wonen

5.3.3 Beschermd wonen Wmo 2015

Wmo 2015

Als u een maatwerkvoorziening in de vorm van beschermd wonen nodig heeft, gelden de regels die zijn vastgelegd in de ‘Integrale verordening Wmo en Jeugd 2021 gemeente Vlissingen’. De gemeenteraad van Vlissingen heeft deze verordening vastgesteld op 16 december 2020. Dit gaat om inwoners met psychische of psychosociale problemen die problemen hebben met zelfstandig wonen. Doel van de maatwerkvoorziening is te voldoen aan de behoefte aan beschermd wonen. Maar ook om ervoor te zorgen dat u zo snel mogelijk weer op eigen kracht meedoet in de samenleving.

Als u een maatwerkvoorziening in de vorm van beschermd wonen nodig heeft, gelden de regels die zijn vastgelegd in de ‘Integrale verordening Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning gemeente Vlissingen 2024’. De gemeenteraad van Vlissingen heeft deze verordening vastgesteld op 14 december 2023. Dit gaat om inwoners met psychische of psychosociale problemen die problemen hebben met zelfstandig wonen. Doel van de maatwerkvoorziening is te voldoen aan de behoefte aan beschermd wonen. Maar ook om ervoor te zorgen dat u zo snel mogelijk weer op eigen kracht meedoet in de samenleving.

6.2.3 Hoogte en tarief pgb 6.2.3 Hoogte en tarief pgb Jeugdwet, Wmo 2015 Jeugdwet, Wmo 2015 1.

2.

Het pgb voor een hulpmiddel is niet hoger dan de volledige kostprijs van het hulpmiddel en is niet hoger dan de goedkoopst passende voorziening. Als het bedrag dat u de hulpverlener uit het pgb gaat betalen hoger is dan de goedkoopst passende voorziening, betaalt u de meerkosten zelf. Bij het bepalen van de hoogte van het pgb voor het inkopen van ondersteuning hanteren wij de volgende regels: a. Als een professionele hulpverlener de hulp gaat bieden is het pgb 75 procent van de kostprijs voor hulp in natura.

67/73

1. Het pgb voor een hulpmiddel is niet hoger dan de volledige kostprijs van het hulpmiddel en is niet hoger dan de goedkoopst passende voorziening. Als het bedrag dat u de hulpverlener uit het pgb gaat betalen hoger is dan de goedkoopst passende voorziening, betaalt u de meerkosten zelf. 2. Bij het bepalen van de hoogte van het pgb voor het inkopen van ondersteuning hanteren wij de volgende regels: a. Als een professionele hulpverlener de hulp gaat bieden is het pgb 75 procent van de kostprijs voor hulp in natura. b. Als een niet-professionele hulpverlener de hulp gaat bieden, is het pgb:

3.

4.

5.

6.

b. Als een niet-professionele hulpverlener de hulp gaat bieden, is het pgb: I. voor huishoudelijke hulp: het uurloon dat hoort bij de hoogste periodiek van de dan geldende cao VVT, vermeerderd met vakantietoeslag en de tegenwaarde van verlofuren; II. voor begeleiding; het uurloon dat hoort bij de hoogste periodiek van FWG 30 van de dan geldende cao VVT, vermeerderd met vakantietoeslag en de tegenwaarde van verlofuren. Gaat het om een hulpmiddel, dan houden we bij de hoogte van het pgb rekening met een reële termijn voor de technische afschrijving. Maar we houden ook rekening met de onderhouds- en verzekeringskosten. Als u een pgb krijgt voor beschermd wonen, dan gelden de regels die zijn vastgelegd in de ‘Integrale verordening Wmo en Jeugd 2021 van de gemeente Vlissingen’. De gemeenteraad van Vlissingen heeft deze verordening vastgesteld op 16 december 2020. Voor een pgb voor woningaanpassingen stellen wij een document op waarin de eisen staan waaraan een woningaanpassing moet voldoen. Dit heet het programma van eisen. Aan de hand van dit document vraagt u twee offertes op. Wij bepalen aan de hand van deze offertes de hoogte van het pgb. Wij stellen het pgb voor hulpmiddelen als volgt vast: de hoogte van het pgb is gelijk aan de huurprijs die wij betalen voor een vergelijkbaar middel bij zorg in natura. De hoogte van het pgb is maximaal de huurprijs van 7 jaar.

Tenzij de situatie verandert waardoor het hulpmiddel niet meer 68/73

voor huishoudelijke hulp: het uurloon dat hoort bij de hoogste periodiek van de dan geldende cao VVT, vermeerderd met vakantietoeslag en de tegenwaarde van verlofuren; IV. voor begeleiding; het uurloon dat hoort bij de hoogste periodiek van FWG 30 van de dan geldende cao VVT, vermeerderd met vakantietoeslag en de tegenwaarde van verlofuren. Gaat het om een hulpmiddel, dan houden we bij de hoogte van het pgb rekening met een reële termijn voor de technische afschrijving. Maar we houden ook rekening met de onderhouds- en verzekeringskosten. Als u een pgb krijgt voor beschermd wonen, dan gelden de regels die zijn vastgelegd in de ‘Integrale verordening Jeugdhulp en Maatschappelijke ondersteuning gemeente Vlissingen 2024’. De gemeenteraad van Vlissingen heeft deze verordening vastgesteld op 14 december 2023. Voor een pgb voor woningaanpassingen stellen wij een document op waarin de eisen staan waaraan een woningaanpassing moet voldoen. Dit heet het programma van eisen. Aan de hand van dit document vraagt u twee offertes op. Wij bepalen aan de hand van deze offertes de hoogte van het pgb. Wij stellen het pgb voor hulpmiddelen als volgt vast: de hoogte van het pgb is gelijk aan de huurprijs die wij betalen voor een vergelijkbaar middel bij zorg in natura. De hoogte van het pgb is maximaal de huurprijs van 7 jaar.

Tenzij de situatie verandert waardoor het hulpmiddel niet meer passend is. In deze prijs zitten ook de kosten voor onderhoud, verzekering en reparatie van het hulpmiddel. III.

3.

4.

5.

6.

passend is. In deze prijs zitten ook de kosten voor onderhoud, verzekering en reparatie van het hulpmiddel. T

7.6.2 Voorkomen van fraude 7.6.2 Schending inlichtingenplicht Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ 1. Wij voeren een actief 1. Wij voeren een actief preventiebeleid om fraudepreventiebeleid. Wij te voorkomen dat u niet voldoet aan de informeren u vroegtijdig over inlichtingenplicht. Wij informeren u rechten en plichten die verbonden vroegtijdig over rechten en plichten die zijn aan het krijgen van een verbonden zijn aan het krijgen van een uitkering of voorziening. Ook geven uitkering of voorziening. Ook geven wij u wij u informatie over de gevolgen informatie over de gevolgen van misbruik van misbruik en/of oneigenlijk en/of oneigenlijk gebruik. gebruik. 2. Als u een melding of aanvraag heeft 2. Als u een melding of aanvraag gedaan, mogen wij gebruik maken heeft gedaan, mogen wij gebruik van alle benodigde gegevens die wij maken van alle benodigde tot onze beschikking hebben. gegevens die wij tot onze Hieronder vallen ook beschikking hebben. Hieronder bestandsvergelijkingen met actuele vallen ook bestandsvergelijkingen gegevens en van de daaruit met actuele gegevens en van de voorkomende signalen. daaruit voorkomende signalen. 3. Wij onderzoeken of u recht op een 3. Wij onderzoeken of u recht op een uitkering of voorziening heeft. Hierbij uitkering of voorziening heeft.

maken wij gebruik van de Hierbij maken wij gebruik van de onderzoeksmethoden zoals genoemd onderzoeksmethoden zoals in artikel 7.5.1. genoemd in artikel 7.5.1. 4. Als wij vaststellen dat er sprake is van 4. Als wij vaststellen dat er sprake is een schending van de van fraude en/of misbruik en/of inlichtingenplicht en/of misbruik en/of oneigenlijk gebruik, kunnen wij uw oneigenlijk gebruik, kunnen wij uw uitkering of (de waarde) van de uitkering of (de waarde) van de voorziening terugvorderen. Wij voorziening terugvorderen. Wij kunnen u ook een bestuurlijke kunnen u ook een bestuurlijke boete boete opleggen. Deze bestuurlijke opleggen. Deze bestuurlijke boete boete geldt alleen voor de geldt alleen voor de Participatiewet, Participatiewet, IOAW en IOAZ. IOAW en IOAZ. 5. Als het ‘Aanwijzingsbesluit sociale 5. Als de ‘Aanwijzing Sociale zekerheidsfraude’ dit voorschrijft, Zekerheidsfraude’ dit voorschrijft, doen wij aangifte bij het Openbaar doen wij aangifte bij het Openbaar Ministerie. Dit is in plaats van de Ministerie. Dit is in plaats van de bestuurlijke boete en geldt alleen bestuurlijke boete en geldt alleen voor voor de Participatiewet, IOAW en de Participatiewet, IOAW en IOAZ. IOAZ.

I

10.3 Overgangsrecht

10.3 Overgangsrecht Gemeentewet, Awb

Gemeentewet, Awb

1. Hebt u een voorziening op grond van de Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2023? Dan houdt

1. Hebt u een voorziening op grond van de Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2024? Dan houdt u hier recht op totdat we een nieuw besluit nemen.

69/73

u hier recht op totdat we een nieuw besluit nemen. 2. We behandelen uw aanvraag op grond van de Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2023 als: • u een aanvraag heeft ingediend in 2023, en • wij nog geen besluit hebben genomen bij het in werking treden van de Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2024. I

I

I

2. We behandelen uw aanvraag op grond van de Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2024 als: • u een aanvraag heeft ingediend in 2024, en • wij nog geen besluit hebben genomen bij het in werking treden van de Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2025.

10.4 Ingangsdatum en naam 10.4 Ingangsdatum en naam Gemeentewet Gemeentewet 1. Wij noemen deze verordening: Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2024. 2. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2024.

1. Wij noemen deze verordening: Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2025. 2. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2025.

11.1 Begripsbepalingen

11.1 Begripsbepalingen

Fraude: het verstrekken van onjuiste en/of onvolledige gegevens, of het verzwijgen of niet (op tijd) verstrekken van gegevens. Het gaat om gegevens die nodig zijn om te bepalen of er recht op een uitkering of een voorziening is, en om de duur en hoogte van die uitkering of voorziening vast te stellen. Als gevolg hiervan wordt een uitkering of voorziening helemaal of gedeeltelijk ten onrechte verstrekt.

Bovengebruikelijke hulp: als de zorg die het kind nodig heeft op het gebied van verzorging, verpleging en begeleiding meer vraagt dan de zorg die een kind van dezelfde leeftijd zonder beperkingen nodig heeft.

Besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Terneuzen op 14 december 2023.

70/73

Eigen kracht: het vermogen van de cliënt om zelf tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of participatie of tot een oplossing voor zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang te komen. Schending inlichtingenplicht: het verstrekken van onjuiste en/of onvolledige gegevens, of het verzwijgen of niet (op tijd) verstrekken van gegevens. Het gaat om gegevens die nodig zijn om te bepalen of er recht op een uitkering of een voorziening is, en om de duur en hoogte van die uitkering of voorziening vast te stellen. Als gevolg hiervan wordt een uitkering of voorziening helemaal of gedeeltelijk ten onrechte verstrekt. Besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Terneuzen op 12 december 2024.

Uigebracht advies 14 oktober 2024 Soort advies Gevraagd advies Thema Verordening Sociaal Domein gemeente Terneuzen Bijlage(n) n.v.t. Kenmerk ASD ASD 11.10A02 __________________________________________________________________________________ Aan het college van Burgemeester en Wethouders van Gemeente Terneuzen, De Adviesraad Sociaal Domein Terneuzen is op 11 september gevraagd om advies te geven over de “Verordening Sociaal Domein gemeente Terneuzen 2024”, specifiek hoofdstuk 3 Participatiewet. Dit met de vooruitblik voor de verordening van 2025. Wij hebben hierover gesproken tijdens onze vergadering van 9 oktober en komen tot de volgende adviezen: 1. In het algemeen is de "Verordening Sociaal Domein gemeente Terneuzen 2024” lastig leesbaar en mogelijk niet geheel op B1-niveau geschreven. Wij adviseren om het taalniveau te controleren en te herzien, met inachtneming van de model- en wetteksten waar niet van kan worden afgeweken. 2. Als Adviesraad hebben wij moeite met het uit elkaar houden van de verschillende plaatsinginstrumenten. Wij vermoeden dat het voor burgers lastig te bepalen is welke voorziening wanneer wordt ingezet / in welke doelgroep men valt (participatieplaats, proefplaatsing, werkervaringsplaats, detacheringsbaan, basisbaan). Wij adviseren om te onderzoeken of hier meer duidelijkheid in gegeven kan worden. 3.

In artikel 3.3.2 lid 4 wordt specifiek schuldhulpverlening genoemd als voorziening bij beschut werk. Wij adviseren om na te gaan of deze term kan worden aangepast naar bijvoorbeeld financiële ondersteuning of een andere benaming. Wij vinden de term schuldhulpverlening als voorziening voor beschut werk stigmatiserend. 4. Artikel 3.3.22 is een weergave van de gestelde kwaliteitseisen voor de functie van Jobcoach. Wij willen graag weten waarom dit zo specifiek wordt beschreven in de Verordering. Een functieomschrijving heeft geen zichtbare toegevoegde waarde dan wanneer dit enkel als voorziening wordt genoemd. Dit roept meer vragen op dan duidelijkheid. Wij adviseren om dit in te korten of aan te passen. Wij hopen dat dit gevraagde advies u van dienst kan zijn bij het waarborgen van de kwaliteit en wachten uw reactie met belangstelling af. Mocht u verdere informatie of overleg nodig hebben, staan wij tot uw beschikking. Hoogachtend, Adviesraad Sociaal Domein Terneuzen 71/73

In het rood is onze reactie op de adviezen van de Adviesraad Sociaal Domein weergegeven: 1. In het algemeen is de "Verordening Sociaal Domein gemeente Terneuzen 2024” lastig leesbaar en mogelijk niet geheel op B1-niveau geschreven. Wij adviseren om het taalniveau te controleren en te herzien, met inachtneming van de model- en wetteksten waar niet van kan worden afgeweken. Het is niet altijd mogelijk om bepaalde vaktermen te wijzigen naar B1 niveau. We kunnen kijken of we in 2025 een taalcoach kunnen inzetten om hier nog eens goed naar te kijken. 2. Als Adviesraad hebben wij moeite met het uit elkaar houden van de verschillende plaatsinginstrumenten. Wij vermoeden dat het voor burgers lastig te bepalen is welke voorziening wanneer wordt ingezet / in welke doelgroep men valt (participatieplaats, proefplaatsing, werkervaringsplaats, detacheringsbaan, basisbaan). Wij adviseren om te onderzoeken of hier meer duidelijkheid in gegeven kan worden. Het inzetten van een re-integratie instrument is individueel maatwerk en gebeurt naar aanleiding van een trajectplan. Een trajectplan wordt altijd in overeenstemming met de klant vastgesteld en waar nodig toegelicht. 3. In artikel 3.3.2 lid 4 wordt specifiek schuldhulpverlening genoemd als voorziening bij beschut werk.

Wij adviseren om na te gaan of deze term kan worden aangepast naar bijvoorbeeld financiële ondersteuning of een andere benaming. Wij vinden de term schuldhulpverlening als voorziening voor beschut werk stigmatiserend. In artikel 10 b, lid 7 van de Participatiewet staat dat we in de verordening moeten opnemen welke voorziening gericht op arbeidsinschakeling worden aangeboden om beschut werk mogelijk te maken. Schuldhulpverlening is een voorziening die we vaak inzetten en dus ook moeten benoemen. Schuldhulpverlening dekt de lading beter dan financiële ondersteuning (is meer dan financiële ondersteuning). 4. Artikel 3.3.22 is een weergave van de gestelde kwaliteitseisen voor de functie van Jobcoach. Wij willen graag weten waarom dit zo specifiek wordt beschreven in de Verordering. Een functieomschrijving heeft geen zichtbare toegevoegde waarde dan wanneer dit enkel als voorziening wordt genoemd. Dit roept meer vragen op dan duidelijkheid. Wij adviseren om dit in te korten of aan te passen. In Artikel 8a, 2e lid onder e van de Participatiewet staat dat we onder andere de kwaliteitseisen in de verordening moeten opnemen.

72/73

RAADSBESLUIT vergadering van: zaaknummer:

12 december 2024 402979

onderwerp:

Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2025

voorstel van: portefeuillehouder: datum voorstel: programma: afdeling:

College van Burgemeester en Wethouders Laszlo van de Voorde 29 oktober 2024 Zorg & gezondheid Samenleving

De raad van de gemeente Terneuzen; gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders; besluit: 1. de Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2025 (Bijlage 1) vast te stellen met ingang van 1 januari 2025. 2. de Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2024 in te trekken met ingang van 1 januari 2025. Besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Terneuzen op 12 december 2024. griffier,

voorzitter,

ing. N.M.J. Jansen-Geerinckx

H.J.A. van Merrienboer

73/73

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14877092/1