CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-11-27 - Verordening fysieke leefomgeving 2025.1

gemeenteraad 12 december 2024, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen Verordening fysieke leefomgeving 202525.378 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

In afwijking van artikel 7.2, lid 1 is overtreding van het bij of krachtens het bepaalde in de artikelen 3.56, 3.57 eerste lid - als sprake is van een omgevingsvergunningplichtige activiteit - en 3.139, eerste lid een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, van de Wet op de economische delicten.

49

HOOFDSTUK 8 OVERGANGSRECHT Artikel 8.1. Overgangsbepalingen 1. Het recht, zoals dat gold onmiddellijk voor het tijdstip van deze verordening blijft van toepassing op: a. De voorbereiding en vaststelling van de beschikking op een aanvraag om een omgevingsvergunning of ontheffing waarvoor deze verordening overeenkomstige bepalingen kent, of een aanvraag om een beschikking tot wijziging of intrekking daarvan, als voor dat tijdstip een aanvraag is ingediend; b. De voorbereiding en vaststelling van een ambtshalve te geven beschikking tot wijziging of intrekking van een omgevingsvergunning of ontheffing waarvoor deze verordening overeenkomstige bepalingen kent, als voor dat tijdstip een ontwerpbesluit ter inzage is gelegd, of; c. Een vergunning of ontheffing waarvoor deze verordening overeenkomstige bepalingen kent of een beschikking tot wijziging of intrekking daarvan, die nog niet onherroepelijk is. 2. De aanwezigheid van kabels en/of leidingen in of op openbare gronden, voor zover deze zijn gemeld of aangevraagd en aangelegd met toepassing van de verleende vergunningen of andere rechtsgeldige overeenkomsten of andere schriftelijke afspraken met de gemeente wordt door de inwerkingtreding van deze verordening beheerst door de regels daarvan. 3.

Een op grond van de Erfgoedverordening Terneuzen 2011 aangewezen en geregistreerd gemeentelijke monument, worden geacht aangewezen en geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. Hoofdstuk 9 SLOTBEPALINGEN Artikel 9.1. Intrekking oude verordening De Verordening fysieke leefomgeving Terneuzen 2024 wordt ingetrokken. Artikel 9.2 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2025. Artikel 9.3 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Verordening fysieke leefomgeving Terneuzen 2025. Besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Terneuzen op 12 december 2024. griffier,

voorzitter,

ing. N.M.J. Jansen-Geerinckx

H.J.A. van Merrienboer

50

Bijlage I: Begripsbepalingen als bedoeld in artikel 1.1. van deze verordening Begrip uit de verordening Algemeen Het college Afdeling 3.6 Cultureel erfgoed archeologisch verwachtingsgebied:

beschermd monument: bevoegd gezag: gemeentelijke archeologische waardenkaart:

Gemeentelijke adviescommissie ruimtelijke kwaliteit

gemeentelijke beleidsadvieskaart: gemeentelijk monument:

gemeentelijke monumentenlijst:

hoge verwachtingswaarde: lage verwachtingswaarde: landelijke Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden:

Omschrijving Het college van burgemeester en wethouders van Terneuzen. gebied, aangegeven op de archeologische waardenkaart, waarvan is aangegeven dat in bepaalde mate archeologische vondsten of sporen te verwachten zijn. beschermd monument als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1. van de Omgevingswet onder A Begrippen. bestuursorgaan als bedoeld in artikelen 4.8 en 5.8 van de Omgevingswet. topografische kaart van het gemeentelijke grondgebied of delen van het grondgebied, waarop archeologische monumenten en archeologische verwachtingsgebieden zijn aangegeven. Een en ander is uitgewerkt in het door de gemeenteraad op 27 januari 2011 vastgestelde archeologiebeleid op basis van de Geologische kaart van Nederland 1:50.000 bladen Zeeuwsch-Vlaanderen door F.F.F.E. van Rummelen. Tweede druk, Haarlem 1977. de op basis van artikel 17.9 van de Omgevingswet ingestelde commissie met als taak het college op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van monumentale aspecten verbonden aan een rijksmonumentenactiviteit dan wel een omgevingsplanactiviteit voor een (voorbeschermd) gemeentelijk monument kaart behorende bij de archeologische paragraaf van het omgevingsplan. monument of archeologisch monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet dat is ingeschreven op de gemeentelijke monumentenlijstlijst.

de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als gemeentelijk monument aangewezen zaken of terreinen. grote kans op archeologische vondsten of informatie. kleine kans op archeologische vondsten of informatie. landelijke kaart met een schaal van 1:50.000, die op basis van geomorfologische gegevens, de kans weergeeft op de aanwezigheid van

51

Begrip uit de verordening

middelhoge verwachtingswaarde: omgevingsvergunning

plan van aanpak:

programma van eisen:

provinciale Archeologische Monumentenkaart:

Omschrijving archeologische vindplaatsen, waarbij onderscheid wordt gemaakt in hoge, middelhoge, lage en zeer lage trefkans. gemiddelde kans op archeologische vondsten of informatie. vergunning als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet voor een activiteit met betrekking tot een gemeentelijk monument. plan dat weergeeft hoe een archeologische uitvoerder de vragen zoals omschreven in het programma van eisen denkt te gaan beantwoorden. programma dat door het college wordt vastgesteld en waarmee kaders worden gesteld voor het ontwerp en de uitvoering van archeologisch onderzoek. topografische kaart van (delen van) het provinciale grondgebied, waarop archeologische monumenten en archeologische gebieden zijn aangegeven.

Afdeling 3.3., par 3.3.3: Afvalbeheer gezelschapsdier: inzamelmiddel: inzamelplaats: inzamelvoorziening: ongeadresseerd reclamedrukwerk:

perceel: Afdeling 3.2: Bouwwerken bouwwerk:

een dier dat de mens in of rond het huis houdt en verzorgt, niet zijnde een hobbyof landbouwhuisdier. voor de inzameling van afvalstoffen bestemd hulp- of bewaarmiddel, ten behoeve van een huishouden. daartoe op grond van artikel 2.8 aangewezen plaats. voor de inzameling van afvalstoffen bestemd(e) bewaarmiddel of -plaats ten behoeve van meerdere huishoudens. reclamedrukwerk dat gratis huis aan huis wordt verspreid zonder vermelding van naam, adres of postbus en woonplaats van de ontvanger, niet zijnde: a. een huis-aan-huisblad of informatieblad over werkzaamheden of activiteiten in de buurt die voor de bewoners of gebruikers van een woning, bedrijf of woonschip in die buurt van belang zijn om te weten; of b. drukwerk van vrijwilligers of nietcommerciële organisaties. perceel waar geregeld huishoudelijke afvalstoffen kunnen ontstaan. Hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage bij artikel 1.1. onder A van de Omgevingswet

52

Begrip uit de verordening NEN: omgevingsvergunning voor het bouwen: best beschikbare technieken BBT) Afdeling 3.5, Par. 3.5.3.Weekmarkten

Afd 3.1 en par. 3.3.2, 3.3.4, 3.4.2, 3.4.3, 3.4.4, 3.4.6, 3.5.1, 3.5.4, 3.5.5, 3.5.6, en 3.7.2 Activiteitenbesluit milieubeheer bebouwde kom: Beperkingengebied

Beperkingengebiedactiviteit

Bevoegd gezag

bouwwerk: Bromfiets collectieve festiviteit:

gebouw: geluidgevoelig gebouw: gevoelige terreinen:

Omschrijving een door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven norm. dat waar daaronder wordt verstaan in artikel 5.1 van de Omgevingswet de techniek zoals bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1. onder A van de Omgevingswet. Gereserveerd

Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994. Bij of krachtens de wet aangewezen gebied waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object, regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object Hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage bij artikel 1.1. onder A. van de Omgevingswet. (een activiteit binnen een beperkingengebied). Bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet. Hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage bij artikel 1.1. onder A van de Omgevingswet Hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid onder e van de Wegenverkeerswet 1994. een door het college aangewezen festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal bedrijven/instellingen (inrichtingen) is verbonden. hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving. Een gebouw bedoeld in artikel 3.21 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. als zodanig aangewezen terreinen die vanwege de functie daarvan bijzondere bescherming tegen geluid behoeven, waarbij wat betreft de functie wordt uitgegaan van het gebruik dat is toegestaan op grond van het

53

Begrip uit de verordening

hakhout: handelsreclame: houder van een inrichting houtopstand: incidentele festiviteit: incidentele standplaats

Inrichting

kampeermiddel:

milieubelastende activiteit onversterkte muziek: openbaar water: openbare plaats: parkeren: pilotstandplaats

Omschrijving omgevingsplan of, indien met een omgevingsplanactiviteit van het omgevingsplan is afgeweken, de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet. een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen. iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen. degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een bedrijf/instelling (inrichting) drijft; hakhout, een houtwal of een of meer bomen. festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal bedrijven/instellingen (inrichtingen). standplaats op een aangewezen locatie die eenmalig voor minimaal 1 dag en maximaal 10 dagdelen wordt toegewezen aan een standplaatshouder. De dagen aangegeven in de vergunning voor een standplaats vallen eenmalig binnen een periode van een half jaar. hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artikelen 3:17 tot en met 3:19 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer; een niet grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.

een activiteit als bedoeld in de bijlage bij artikel 1.1. onder A van de Omgevingswet. muziek die niet elektronisch is versterkt. wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn. hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan. parkeren als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990). nog niet aangewezen vaste standplaats waar als pilot, een standplaats voor maximaal een jaar tenminste 1 vaste dag per week kan worden ingenomen door dezelfde standplaatshouder.

54

Begrip uit de verordening rechthebbende: snuffelmarkt

standplaats:

standplaatslocatie:

vellen:

vaste standplaats .

voertuigen:

weg:

Afdeling 3.4 Par.3.4.5. Ondergrondse infrastructuur aanvrager:

Omschrijving degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht. een markt in een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf standplaatsen. Onder snuffelmarkt wordt niet verstaan: Een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g. van de Gemeentewet. het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. Onder standplaats wordt niet verstaan: een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g. van de Gemeentewet. aanduiding voor terrein of plaats waarvoor een standplaatsvergunning kan worden verleend en de standplaats kan worden geëxploiteerd. Rooien, kappen, verplanten, snoeien van meer dan 20% van de kroon of het wortelgestel en/of het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van de boom ten gevolge kunnen hebben. standplaats op vaste aangewezen locatie die tenminste 1 vaste dag per week wordt ingenomen door dezelfde standplaatshouder voor een langere periode.

De duur van de vergunning voor een vaste standplaats is maximaal 12 jaar. voertuigen als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en tekens (RVV 1990) met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder wordt verstaan.

de natuurlijke of rechtspersoon die aan de gemeente instemming, vergunning of toestemming verzoekt voor het leggen,

55

Begrip uit de verordening breekverbod

calamiteit

coördinatieverplichting

degeneratiekosten:

gedoogplichtige:

grondroerder: handboek:

huisaansluiting: instemmingsbesluit:

Omschrijving hebben, onderhouden, verwijderen etc. van kabels en leidingen. verbod voor het uitvoeren van breek- en graafwerkzaamheden in de grond, geldend onder andere bij extreme weersomstandigheden of evenementen. een incident met voor de omgeving mogelijk grote gevolgen, die niet zelfstandig kunnen worden afgewikkeld en waarbij gecoördineerde inzet van hulpverleningsorganisaties en diensten van verschillende disciplines is vereist om de gevolgen te beperken. de coördinerende rol van de gemeente over de aanleg, instandhouding en opruiming van alle kabels en/of leidingen in de openbare grond binnen de gemeentelijke grenzen. de kosten voor de gemeente door vermindering van de kwaliteit en/of duurzaamheid van de verharding of andere gemeente eigendommen, veroorzaakt door de (graaf)werkzaamheden onder verhardingsconstructies of andere voorzieningen. degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld in de Belemmeringenwet Privaatrecht of de Telecommunicatiewet of via een (publiekrechtelijke) vergunning. de natuurlijke of rechtspersoon onder wiens verantwoordelijkheid of leiding de werkzaamheden worden verricht. het Handboek Kabels en Leidingen (standaardbepalingen voor het opnemen van de sleufverharding, het graven, aanvullen en verdichten van sleuven en het leggen etc.

van kabels en leidingen die in eigendom of beheer zijn bij de gemeente), zijnde door het college vast te stellen nadere regels betreffende de voorbereiding en uitvoering van ontwerp, aanleg, exploitatie, onderhoud en verwijdering van kabels en leidingen inclusief de toepasselijke indieningsvereisten. het gedeelte van de kabel of leiding door openbare grond dat een netwerk verbindt met een netwerkaansluitpunt. besluit van het college op een aanvraag van voorgenomen werkzaamheden aan kabels en/of leidingen ten behoeve van

56

Begrip uit de verordening kabels en leidingen:

kabel- en leidingentracé: leggen van kabels en leidingen

marktconforme kosten meldsysteem of registratiesysteem

net (of netwerk):

net voor transport van informatie

Omschrijving een openbaar elektronisch communicatienetwerk. kabels en/of (buis)leidingen als onderdeel van een net(werk), daaronder mede begrepen de daarmee verbonden transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations, voorzieningen (afsluiters, brandkranen, lassen, etc.) en andere hulpmiddelen, behoudens voor zover deze verbindingen en hulpmiddelen liggen binnen de installatie van een producent of van een afnemer en tevens omvattende lege buizen, ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken; voorbeelden van deze kabels en leidingen zijn kabels als bedoeld in de Telecommunicatiewet, elektriciteitskabels (koppel-, transport- en distributiekabels), gasleidingen (transport-, distributie- en dienstleidingen), waterleidingen en kabels en leidingen ten behoeve van industriële netwerken. de locatie waarvan de gemeente heeft bepaald waar kabels en/of leidingen kunnen worden gelegd. het aanbrengen, leggen, onderhouden, omleggen, vernieuwen, herstellen en verwijderen van kabels en leidingen en het verrichten van hierbij behorende werkzaamheden. kosten zoals deze onder normale omstandigheden in een markteconomie op de desbetreffende markt worden gemaakt.

geautomatiseerd systeem van de gemeente waarin meldingen, vergunningen en instemmingen van (graaf)werkzaamheden aan kabels en/of leidingen en alles wat daarmee samenhangt worden verwerkt door of namens de gemeente en/of de grondroerder. samenspel van ondergrondse kabels en/of leidingen, bestemd voor het transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie een, al dan niet openbaar, elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in artikel 1.1 onder e. en h. van de Telecommunicatiewet. de openbare elektronische communicatienetwerken als bedoeld in artikel 1.1 onder h. van de Telecommunicatiewet.

57

Begrip uit de verordening netbeheerder:

niet-openbare kabels en leidingen

nutsbedrijf:

opdrachtgever: openbare gronden spoedeisende werkzaamheden

vergunning:

voorzieningen werkzaamheden:

werkzaamheden van niet ingrijpende aard

Omschrijving de rechtspersoon die acteert als beheerder van een net of netwerk voor de levering van elektriciteit, gas, water, aardwarmte of WKO (Warmte Koude Opslag), dan wel aanbieder is van een (al dan niet openbaar) elektronisch communicatienetwerk. kabels en leidingen (dan wel het netwerk waartoe ze behoren) die niet worden gebruikt om openbare (voor het publiek beschikbare) diensten aan te bieden. bedrijf dat producten en diensten levert in het algemeen belang, en in het kader van deze verordening meer specifiek op het gebied van elektriciteits-, gas- en drinkwatervoorziening, waaronder ook begrepen eventuele warmte-, en/of koudevoorzieningen, en dat mede daartoe netten/netwerken beheert voor het transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen of van energie. de natuurlijke of rechtspersoon die opdracht geeft tot het uitvoeren van werkzaamheden; openbare gronden zoals bedoeld in artikel 1.1, onder aa, van de Telecommunicatiewet. werkzaamheden ten gevolge van een ernstige belemmering of storing in de dienstverlening, waarvan uitstel redelijkerwijs niet mogelijk is. Vergunning die door het college op aanvraag verleend kan worden voor voorgenomen werkzaamheden aan kabels en/of leidingen. kabels en leidingen en de ondergrondse ondersteunings- en beschermingswerken.

handmatige en/of mechanische graafwerkzaamheden inclusief het opbreken en herstel van de sleufverharding in de openbare grond in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en/of leidingen; a. het aanbrengen of verwijderen van kabels en/of leidingen in reeds aangebrachte voorzieningen (mantelbuizen); reparaties of onderhoudswerk aan kabels en/of leidingen met een gezamenlijke lengte van minder dan 25 meter en niet vallend onder kabels en leidingen; b. het maken van (huis)aansluitingen waarbij geen verhardingen of

58

Begrip uit de verordening

Afdeling 3.5 Par 3.5.2. Parkeerregulering het RVV 1990 motorvoertuig

Omschrijving groenvoorzieningen worden gekruist, tot een gezamenlijke lengte van 25 meter; c. het maken van een montagegat c.q. lasgat, een opbreking met een beperkte afmeting, maximaal 2 m2, die wordt gemaakt ten behoeve de toegang tot een handhole, plaatsen van afsluiters, het opgraven van een kabelrol ten behoeve van klantaansluitingen, het maken van aftakkingen voor het herstellen van kabel c.q. leiding- storingen of voor inspectiedoeleinden. het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens van 26 juli 1990 hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990, met inbegrip van brommobielen;

brommobiel

hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onderdeel ia van het RVV 1990;

parkeren

het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- en uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op de binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; degene die naar omstandigheden als houder van een motorvoertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorvoertuig of brommobiel dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 (Staatsblad 1994, nummer 475) aangehouden register van opgegeven kentekens, als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorvoertuig of brommobiel opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven; voor het betalen van de parkeerbelasting ingerichte mobiele telefoons, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer en hetgeen naar

houder

parkeerapparatuur

59

Begrip uit de verordening

Omschrijving maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; parkeerapparatuur plaats een parkeerplaats waarvoor parkeerbelasting wordt geheven door middel van parkeerapparatuur belanghebbendenplaats een parkeerplaats die: is aangeduid met bord E9 van bijlage 1 van het RVV 1990; gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 van bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd; parkeervergunning een door het college verleende parkeervergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en/of belanghebbendenplaatsen; ontheffing Een door het college verleende ontheffing op basis van RVV 1990, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren buiten reguliere parkeerplaatsen, zonder daarbij de toegankelijkheid van de openbare ruimte te belemmeren; parkeerrecht een door het college verleent recht, krachtens welke het is toegestaan een voertuig te plaatsen op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en/of belanghebbendenplaatsen; vergunninghouder de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend; ontheffinghouder de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een ontheffing is verleend; bewonersparkeervergunning een parkeervergunning als bedoeld in artikel 3.92 lid 1 Ondernemers/werknemersparkeervergunning

een parkeervergunning als bedoeld in artikel 3.92 lid 2; dienstverleningsparkeervergunning bezoekersparkeervergunning centrale computer zelfstandige woning

mantelzorg

een parkeervergunning als bedoeld in artikel 3.92, lid 3; een parkeervergunning als bedoeld in artikel 3.92, lid 4; Een computer bestemd voor registratie van parkeerbewegingen en parkeerrechten een woning welke een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woning, als bedoeld in artikel 1623a, derde lid van het Burgerlijk Wetboek; het met regelmaat niet-beroepsmatig zorg verlenen aan een bewoner met een

60

Begrip uit de verordening

gehandicaptenparkeerkaart

feestdag

Afdeling 2.7 Wegen waar wegsleepregeling geldt besluit: motorrijtuig: loos uitrijden (loze rit):

onvolledige berging:

RVV 1990: voertuig wet:

Omschrijving indicatiebesluit van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) binnen de kring van familie, vrienden of kennissen een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in de Regeling gehandicaptenparkeerkaart van 2 juli 2001 (nummer CDJZ/WBI/2001-829, Staatscourant 130); de landelijk erkende feestdagen: nieuwjaarsdag, eerste Paasdag, tweede Paasdag, Koningsdag, Hemelvaartsdag, eerste Pinksterdag, tweede Pinksterdag, eerste Kerstdag en tweede Kerstdag het Besluit wegslepen van voertuigen. wat hieronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, van de wet. het daadwerkelijk onderweg zijn van de takelwagen naar de plaats van berging voordat de takelwagen op de plaats van berging arriveert. het moment dat de takelwagen op de plaats van berging is gearriveerd en eindigt op het moment dat de kraanwagenbemanning in het voertuig plaats neemt om het opgetakelde voertuig over te brengen. het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. wat hieronder wordt verstaan in artikel 1 RVV 1990 de Wegenverkeerswet 1994.

61

Bijlage 2 Excessenregeling VOORWOORD Voor u ligt de excessenregeling van de gemeente Terneuzen. De gemeenteraad van Terneuzen besloot eind 2012 het welstandsbeleid te herzien. De raad heeft tevens gebruik gemaakt van de mogelijkheid die de wetgever bood door de welstandscommissie af te schaffen. Het nieuwe welstandsbeleid, de excessenregeling, wordt conform besluit d.d. 8 november 2012 ambtelijk getoetst. Sinds 2004 heeft Terneuzen welstandsbeleid, waarin de gemeente de gewenste ruimtelijke kwaliteit heeft vastgelegd. Die kwaliteit met de daaraan te koppelen criteria wordt gebruikt als toetsingskader bij aanvragen. Hiermee is uitvoering gegeven aan de Woningwet van 2003. Welstandstoezicht is daarmee dichter bij de burger gekomen. Deze ontwikkeling heeft zich echter daarna nog verder doorgezet. Een trend naar deregulering en een verdere individualisering in de maatschappij ging samen met veel discussie over welstand binnen de gemeente. Deze omstandigheden zijn aanleiding geweest tot het besluit het welstandsbeleid te herzien. Het nieuwe welstandsbeleid van de gemeente Terneuzen gaat uit van de gedachte, dat burgers zelf voldoende inzicht hebben in redelijke eisen van welstand. De gemeente zorgt daarom slechts voor een minimaal noodzakelijk vangnet voor ruimtelijke kwaliteit. De gemeente toetst een vergunningaanvraag niet meer vooraf maar grijpt alleen achteraf in bij een exces.

Van een exces is sprake wanneer een bouwwerk in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand. Criteria hiervoor zijn opgenomen in deze beleidsnota welstand. In een beperkt aantal beeldbepalende gebieden waar een grootschalige of ingrijpende ontwikkeling plaatsvindt kunnen in de toekomst wél welstandscriteria vooraf worden opgesteld. In deze gevallen wordt een beeldkwaliteitsplan opgesteld dat opgenomen wordt in de nota. Voor monumenten zal welstandstoezicht vooraf blijven bestaan. HOOFDSTUK 1 INLEIDING EN LEESWIJZER De Woningwet van 1 januari 2003 roept gemeenten op welstandsbeleid te voeren. De gemeente Terneuzen heeft in 2004 deze gelegenheid te baat genomen om te komen tot een samenhangend beleid. De samenhang in de eigenschappen van gebieden en objecten werden vertaald in objectieve beoordelingscriteria, die de burger een houvast moesten bieden bij het opstellen en indienen van een bouwplan. De laatste jaren gingen een trend naar deregulering en een verdere individualisering in de maatschappij samen met veel discussie over welstand binnen de gemeente. De gemeenteraad van Terneuzen besloot daarom eind 2012 het welstandsbeleid te herzien en om te vormen tot excessenregeling. Redelijke eisen van welstand Welstandstoezicht heeft allereerst ten doel te voorkomen, dat bouwwerken de openbare ruimte ontsieren.

Deze beoordeling is gebaseerd op artikel 12 van de Woningwet. Doel van de welstandstoets is het behartigen van het publieke belang door de lokale overheid, waarbij de individuele vrijheid van de burger, agrariër of ondernemer wordt afgewogen tegen de aantrekkelijkheid van de leefomgeving als algemene waarde. De kaders waarbinnen deze afweging plaatsvindt worden vastgesteld met een politieke keuze door de

62

gemeenteraad, die moet zijn gebaseerd op inhoudelijk onderzoek en een maatschappelijke discussie. Modernisering en vermaatschappelijking van het welstandstoezicht was een belangrijke doelstelling van het voorstel tot wijziging van de Woningwet, die in januari 2003 van kracht is geworden. Artikel 12 van de Woningwet werd in dit wijzigingsvoorstel uitgebreid met een nieuw artikel 12 A, dat bepaalt dat de welstandsbeoordeling alleen nog maar kan worden gebaseerd op door de gemeenteraad in een welstandsnota vastgestelde welstandscriteria. Het proces van modernisering en vermaatschappelijking is hier echter niet opgehouden. Door een wijziging in het Besluit Omgevingsrecht is het vanaf 1 januari 2013 niet meer verplicht een welstandscommissie te raadplegen. De “Kamerbrief standpuntbepaling welstandscommissies” van 22 november 2011 geeft hier nadere informatie over, ook wel bekend als de “Kan bepaling”. “Welstandstoezicht blijft bestaan, maar welstandscommissies zijn niet langer nodig en de voorschriften over welstand worden overgeheveld naar het ruimtelijk instrumentarium”. Uitgangspunten voor de excessenregeling Het nieuwe welstandsbeleid van de gemeente Terneuzen gaat uit van de gedachte, dat burgers zelf voldoende inzicht hebben in redelijke eisen van welstand. De gemeente zorgt daarom slechts voor een minimaal noodzakelijk vangnet voor ruimtelijke kwaliteit.

De gemeente grijpt alleen achteraf in bij een exces. Van een exces is sprake wanneer een bouwwerk in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand. Criteria hiervoor zijn opgenomen in de beleidsnota welstand. In een beperkt aantal beeldbepalende gebieden waar een grootschalige of ingrijpende ontwikkeling plaatsvindt kunnen in de toekomst wél welstandscriteria vooraf worden opgesteld. Het schaalniveau en het belang van de plek van dergelijke ontwikkelingen maakt dat gemeenschappelijk belang uitstijgt boven individuele vrijheid. In deze gevallen wordt een beeldkwaliteitsplan opgesteld dat opgenomen wordt in de beleidsnota welstand. Voor monumenten zal welstandstoezicht vooraf blijven bestaan. Afschaffing van de welstandscommissie In november 2012 heeft de gemeenteraad gebruik gemaakt van de mogelijkheid die de wetgever bood en de welstandscommissie afgeschaft. Het nieuwe welstandsbeleid, de excessenregeling, wordt voortaan ambtelijk getoetst. Welstandstoezicht op monumenten wordt uitgevoerd door een externe deskundige van bijvoorbeeld SCEZ (Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland) of DSL (Dorp, Stad en Land). Raadpleging van de excessenregeling Nu vrijwel de gehele gemeente repressief welstandstoezicht heeft is raadpleging van de nota voorafgaand aan een bouwaanvraag niet meer noodzakelijk.

In gebieden met enkel repressief welstandstoezicht zal géén welstandstoezicht plaatsvinden bij de aanvraag. Wel kan achteraf door de gemeente handhavend worden opgetreden als er sprake is van een exces. Vaststelling Na opstelling van een concept voor de beleidsnota is deze door de gemeente onder de aandacht van het publiek gebracht. Alvorens het beleid vast te stellen is de nota in de inspraak geweest om burgers de gelegenheid te geven hun inzichten kenbaar te maken. Na vaststelling van de beleidsnota welstand in de gemeenteraad zijn de excessencriteria voor iedereen beschikbaar. LEESWIJZER

63

Hoofdstuk 2 beschrijft het ruimtelijk beleid. Het omvat een beschrijving van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid als basis voor het gewenste welstandstoezicht (de excessenregeling). Hoofdstuk 3 beschrijft de essentie van deze nota: criteria voor excessen. In de gehele gemeente geldt repressief welstandstoezicht. Van een exces kan sprake zijn als een bouwwerk in ernstige mate in het uiterlijk in strijd is met redelijke eisen van welstand. Met behulp van deze criteria kan de gemeente achteraf ambtelijk toetsen of sprake is van een exces. Het college kan vervolgens op grond van een advies besluiten om handhavend op te treden. In hoofdstuk 4 volgt een omschrijving van de te volgen procedure voor grotere projecten op beeldbepalende locaties, waarvoor bijvoorbeeld het bestemmingsplan moet worden aangepast naar aanleiding van stedenbouwkundige plannen. Voor dergelijke projecten kunnen welstandscriteria worden opgesteld in de vorm van een beeldkwaliteitsplan, dat door de gemeenteraad dient te worden vastgesteld. HOOFDSTUK 2 RUIMTELIJK KWALITEITSBELEID In het ruimtelijk beleid van een gemeente is de excessenregeling het vangnet, waarmee de ondergrens van de visuele kwaliteit van gebouwen wordt bewaakt. Het niveau waarop dit net komt te hangen, is mede afhankelijk van het beleid van de gemeente.

Daarom is het ruimtelijk kwaliteitsbeleid geïnventariseerd en een analyse gemaakt van de consequenties voor het welstandsbeleid. Het ruimtelijk beleid wordt op hoofdpunten beschouwd. RUIMTELIJK BELEID In het nieuwe omgevingsbeleid van de Provincie Zeeland (2012) wordt een nieuwe taakverdeling tussen Rijk, Provincie Zeeland, waterschap en gemeenten geïntroduceerd. In die nieuwe taakverdeling liggen meer taken en verantwoordelijkheden bij de gemeenten en beperkt de Provincie zich tot de kerntaken. Daarbij geeft de Provincie kaders aan en maken de gemeenten afspraken over hoe die kaders in de eigen regio worden ingevuld. Onderwerpen opgenomen in de nieuwe verordening ruimte en voor onze provincie van groot belang, zijn bijvoorbeeld woningbouw, bedrijventerreinen, windmolens, natuurgebieden en intensieve veehouderij. Deze onderwerpen zijn vooral gerelateerd aan bestemmingsplannen en hebben geen directe consequentie voor het welstandsbeleid van de gemeente Terneuzen. De basis voor het ruimtelijk beleid van de gemeente is vooral vastgelegd in de structuurvisie en in bestemmingsplannen, aangevuld met visies en beeldkwaliteitsplannen. De structuurvisie 2025 geeft richting aan de gewenste ruimtelijke inrichting van een gebied waardoor voor iedereen in algemene zin duidelijk is of bepaalde initiatieven daarbinnen passen.

Voor het gemeentebestuur is de structuurvisie een belangrijk kader voor de afweging van concrete ruimtelijke beslissingen en voor de inzet daartoe van uitvoeringsinstrumenten, zoals het vaststellen van bestemmingsplannen, het beschikbaar stellen van financiële middelen en het sluiten van (bestuurs)overeenkomsten. De structuurvisie gaat tevens in op de wijze waarop het gemeentebestuur zich voorstelt de voorgenomen ontwikkeling te doen verwezenlijken. De Structuurvisie Binnenstad (2012) is een uitwerking van de structuurvisie 2025. Het relatief grote aantal projecten op deze belangrijke plek in de gemeente wordt beschreven in

64

onderlinge samenhang en in relatie tot gewenste ontwikkelingen. Ook de structuurvisie binnenstad is een formeel kader volgens de Wro. In de meeste gevallen geven visies en plannen vooral aan welke richting ontwikkelingen dienen te gaan zonder directe gevolgen voor het welstandsbeleid. Een voorbeeld is het masterplan voor de Axelsedam, waarin wordt aangegeven dat de gemeente streeft naar kwaliteitsverbetering van de structuur, openbare ruimte en bebouwing en naar een functionele invulling om zo de stad Terneuzen en de binnenstad te versterken. Het plan heeft daarmee vooral zijdelings invloed op de beleidsnota welstand. Het stedenbouwkundig plan voor Othene Zuid is een uitzondering op deze regel. Het is een opzet voor de verdere uitbreiding van de woonwijk. De gemeente wenst een heldere structuur gekoppeld aan een grote diversiteit in woningen met een eigen identiteit binnen een viertal herkenbare stedenbouwkundige eenheden. Bestemmingsplannen De bestemmingsplannen in de gemeente leiden vooral tot een individueel juridisch kader en een actualisering van de bestaande situatie. De actualisering van bestemmingsplannen is een aanleiding om per gebied een ruimtelijke visie te beschrijven en deze op te nemen in de toelichting van het bestemmingsplan. Daarvoor worden de natuurlijke waarden, ruimtelijke structuur en cultuurhistorische karakteristieken geïnventariseerd.

In juli 2013 moet de actualisering van bestemmingsplannen voltooid zijn. Cultuurhistorie Per 1 januari 2012 werd het voor gemeenten verplicht in nieuwe bestemmingsplannen aandacht te besteden aan cultuurhistorie. Daarbij gaat het niet alleen om objecten als monumentale panden maar nadrukkelijk ook om bijvoorbeeld landschappelijke elementen. De gemeente Terneuzen heeft een Cultuurhistorische Waardenkaart vervaardigd op basis van een inventarisatie van de Provincie Zeeland en in overleg met betrokken organisaties. In deze kaart wordt informatie over cultuurhistorisch waardevolle elementen gecombineerd met ontwikkelingsstrategieën uit de Structuurvisie 2025. Monumenten zijn op deze kaart gemarkeerd. Per bestemmingsplan zal vervolgens besloten worden in hoeverre cultuurhistorische elementen beschermd worden of mogelijkheid bieden tot (nieuwe) ontwikkeling. Landschap en openbare ruimte Het beleid voor landschap en openbare ruimte is in kwantitatieve zin terughoudend. Voor het zuidelijke deel is de provinciale nota Staats Spaanse Linies van belang. Daarnaast is er recentelijk veel aandacht geschonken aan de inpassing van de Westerscheldetunnel en is er een Landschapsuitvoeringsplan gemaakt voor de Kanaalzone, maar de daarvoor gekozen uitgangspunten hebben weinig tot geen gevolgen voor het welstandsbeleid.

65

Terneuzen 1850

Terneuzen nu

66

Water en dijken

Forten en kreken RUIMTELIJKE ANALYSE Om de ruimtelijke kwaliteiten van de structuur en het landschap van de gemeente in kaart te brengen is een analyse gemaakt van de opbouw, die zijn weerslag heeft gevonden in de kaartbeelden op de volgende pagina’s. Uit deze analyse van de ruimtelijke kenmerken van

67

zowel het landschap, als de bebouwingsvlakken, is een visie op het gebied voortgekomen waarbij de belangrijkste kenmerken van de samenhang tussen de bebouwde omgeving en het landschap centraal staan. Forten en kreken In de zestiende eeuw zag het landschap er mede onder de invloed van de tachtigjarige oorlog geheel anders uit dan vandaag de dag. Het Axelse Gat was doorgestoken en Terneuzen lag daarmee op een eiland. Aan beide zijden van het water werden door de Spanjaarden en hun Hollandse tegenstanders versterkingen aangelegd. De meeste van deze fortificaties bestonden uit aardwerken, die tegenwoordig nauwelijks van de inpolderingsdijken te onderscheiden zijn. Wellicht dienden sommige dijken ook beide doelen. Terneuzen 1850 Op de topografische kaart van Terneuzen, Axel en Sas van Gent in 1850 is de situatie vastgelegd vlak na het graven van het kanaal. Te zien is hoe dit waterbouwkundige werk het landschap ingrijpend heeft beïnvloed. Niet alleen is hiermee de positie van Terneuzen veranderd, ook Axel ondergaat gevolgen. Het verzande Axelse gat loopt nog maar tot aan Sluiskil en de stad waaraan dit zeegat zijn naam ontleende ligt midden in de uitgestrekte polders. Ook is het proces van inpoldering goed waar te nemen. Steeds wordt een deel van de oorspronkelijke kreken bedijkt. Terneuzen nu Water en dijken bepalen ook tegenwoordig het landschap van de huidige gemeente Terneuzen.

De grens tussen land en zee is veel korter dan in de afgelopen eeuwen. De kustlijn is strak. De kreken van de Westerschelde zijn vrijwel geheel ingepolderd. Overgebleven zijn de vele dijken, die getuigen van de opeenvolgende fasen in de landwinning. In het huidige landschap is het kanaal van Gent naar Terneuzen met daarlangs gelegen een industriële zone de meest aanwezige doorgaande lijn. Deze deelt het grondgebied van de gemeente in tweeën, maar vormt ook een verbindingslijn waarlangs de (industriële) bebouwing zich concentreert. Water en dijken De hoge zeewering langs de kust van Zeeuws-Vlaanderen is meer dan een waterstaatkundig werk. Vanuit de polders is het zeewater, dat zo’n grote invloed heeft gehad op het landschap, nauwelijks meer te ervaren. De dijk zelf echter is een bijna onontkoombare verwijzing naar de delta. Ook zijn de vele kleinere bedijkingen die vanaf de middeleeuwen zijn aangelegd nog goed te zien en vormen de vele kreken en kreekrestanten een tastbare herinnering aan het ontstaan van het landschap. Ze delen het vlakke land op in kamers met verschillende karakters. Vele dijken zijn ook beplant, daardoor nog herkenbaarder en tevens versterkt dit het ‘kamergevoel’. Omdat de wegen meestal midden door de polders lopen, bevind je je steeds in één van die kamers om na een volgende dijk in een andere ruimte te komen.

68

Ontwikkelingen

Hoofdpunten Ontwikkelingen Naast de drie grotere plaatsen Terneuzen, Axel en Sas van Gent bestaan de kernen vooral uit een aantal dorpen, waaronder plaatsen als Hoek, Zaamslag, Koewacht en Philippine en het stadje Biervliet. Deze liggen in een weids landschap met een voornamelijk agrarisch karakter. In de stedelijke zone langs het kanaal is een industriegebied ontstaan met natte

69

bedrijventerreinen, waarlangs procesindustrie en overslag te vinden is. Ook het aan het diepe vaarwater van de Westerschelde gelegen Dow Chemical mag in deze opsomming niet ontbreken. De verwachting is, dat het gebied met de komst van de Westerscheldetunnel verder tot ontwikkeling zal komen. Deze biedt niet alleen kansen voor de industrie, maar maakt de gemeente ook beter bereikbaar voor toerisme en meer aantrekkelijk als woon- en werkgebied. Terneuzen als stad fungeert als centrum met voorzieningen voor de regio, zoals onderwijs, zorg, cultuur, uitgaan (horeca), detailhandel etc. Deze voorzieningen maken Terneuzen een aantrekkelijke stad om te wonen en maken dat Terneuzen de grootste woonconcentratie vormt in de regio. De hoofdas voor zowel industrie als infrastructuur is de Kanaalzone. De combinatie van water, wegen en spoor maakt het gebied een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven. In aanvulling op deze Noord-Zuidas is langs de kust vanaf Terneuzen in de richting van de zee een industriezone ontstaan met bedrijvigheid die afhankelijk is van het diepe water. Parallel daaraan ligt de provinciale weg, die met de opening van de Westerscheldetunnel groeit in belang.

Waar eerst de ontsluiting van Terneuzen en de bedrijvigheid daaromheen vanuit Nederland gezien via de twee veerverbindingen of via Antwerpen plaats vond, is nu de tunnel een hoofdontsluiting van Zeeuws-Vlaanderen, terwijl voor het voet- en fietsveer slechts een nevenrol is weggelegd. Terneuzen is daarmee komen te liggen op het kruispunt van de ontsluitingswegen van de streek. Gevolgen voor ruimtelijk beleid De inzet voor het ruimtelijk beleid van Terneuzen is samen te vatten in de volgende hoofdpunten, die te maken hebben met de wens de streek verder te ontwikkelen: • de aanlanding van de Westerscheldetunnel maakt het gebied beter bereikbaar en vormt een infrastructureel knooppunt. De Sluiskiltunnel zal de bereikbaarheid nog verbeteren. • langs het kanaal van Gent naar Terneuzen zullen natte bedrijventerreinen worden ontwikkeld met de nadruk op overslag en productie (waaronder chemische industrie) De komst van de nieuwe zeesluis zal een nieuwe impuls geven aan de scheepvaart. • de zone van het vroegere Axelse Gat is een cultuurhistorische drager van het gebied en biedt met zijn oude vestingen en steden in combinatie met een kleinschalig en afwisselend landschap een goede basis voor verdere ontwikkeling van het verblijfstoerisme. • ter hoogte van Sluiskil ontmoeten industrie en landschap elkaar, waarbij het kanaal een scheiding vormt in de ervaring van het landschap.

Verder is de naderende demografische krimp in Zeeuws-Vlaanderen een aandachtspunt voor het kwaliteitsbeleid. De relatie tot het welstandsbeleid van deze problematiek is nog niet uitgewerkt. MONUMENTENBELEID Er zijn enkele tientallen rijksmonumenten in de gemeente. Ook zijn er inmiddels gemeentelijke monumenten aangewezen. Beschermde dorps- of stadsgezichten zijn er niet. Voor toezicht op monumenten wordt een externe deskundige ingeschakeld van bijvoorbeeld SCEZ (Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland) of DSL (Dorp, Stad en Land).

RELATIE MET ANDERE PLANVORMEN Voor een effectief en praktisch hanteerbaar kwaliteitsbeleid is het zaak zorg te dragen voor een goede aansluiting tussen de verschillende instrumenten. In het kader van de

70

excessenregeling is vooral de relatie met het bestemmingsplan van belang. Het bestemmingsplan regelt de ruimtelijke ordening van onder meer functie en ruimtebeslag van bouwwerken. In de beleidsnota welstand kan worden verwezen naar welstandscriteria uit andere beleidsdocumenten, waaronder beeldkwaliteitsplannen (hoofdstuk 5). Deze verwijzingen worden geacht deel uit te maken van de nota. Uiteraard gelden voor deze documenten dezelfde eisen als voor de nota: vaststelling in de vorm van beleidsregels door de gemeenteraad, inspraak conform de gemeentelijke inspraakverordening en welstandscriteria die 'zo veel mogelijk' zijn toegespitst op het individuele bouwwerk en die specifieke aspecten van het bouwwerk normeren. In de praktijk zullen gebieden waarvoor beeldkwaliteitsplannen gelden na realisatie terugvallen tot repressief welstandstoezicht. HOOFDSTUK 3 CRITERIA BIJ EXCESSEN Excessen in gebieden met enkel repressief welstandstoezicht Alle bouwwerken in gebieden met enkel repressief welstandstoezicht (al dan niet vergunningplichtig) kunnen in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand. In feite betreft dit de gehele gemeente, uitgezonderd beeldbepalende objecten in het buitengebied (zie hoofdstuk 4).

Volgens artikel 13a Ww kunnen burgemeester en wethouders de eigenaar van een bouwwerk dat ‘in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand’ aanschrijven om die strijdigheid op te heffen. Volgens datzelfde wetsartikel moeten de criteria hiervoor in de beleidsnota welstand zijn opgenomen. Deze ‘excessenregeling’ is niet bedoeld om de plaatsing van het bouwwerk tegen te gaan, maar excessen vanuit welstand te voorkomen. Omdat voorkomen beter is dan genezen wordt in geval van twijfel geadviseerd vooraf ambtelijk advies aan te vragen. Criteria bij excessen De gemeente hanteert bij het toepassen van de excessenregeling het criterium dat er sprake moet zijn van een buitensporigheid in het uiterlijk die ook voor niet- deskundigen evident is en die afbreuk doet een de ruimtelijke kwaliteit van een gebied. Een exces kan aanwezig zijn in alle bouwwerken in gebieden met enkel repressief welstandstoezicht, ook als deze vergunningsvrij zijn gebouwd.

Vaak heeft een exces betrekking op: o het visueel of fysiek afsluiten van een bouwwerk voor zijn omgeving; o ernstige verwaarlozing, beschadiging en/of verval van bouwwerken (wat blijkt uit signalen als bijvoorbeeld kapotte ruiten, verflagen die in ernstige mate zijn afgebladderd, ontbrekende dakpannen, etc.); o het ontkennen of vernietigen van architectonische bijzonderheden bij aanpassing van een bouwwerk, ook door bijvoorbeeld (onderdelen van) installaties of andere toevoegingen; o armoedig materiaalgebruik; o toepassing van felle of contrasterende kleuren; o te opdringerige reclames, of o een te grove inbreuk op wat in de omgeving gebruikelijk is. HOOFDSTUK 4 CRITERIA VOOR (HER)ONTWIKKELINGS- PROJECTEN De beleidsnota welstand bevat geen algemene criteria voor nieuwe, grotere (her)ontwikkelingsprojecten die de bestaande ruimtelijke structuur en karakteristiek doorbreken. Dergelijke criteria kunnen namelijk niet worden opgesteld zonder dat er een

71

concreet stedenbouwkundig plan aan ten grondslag ligt. Het kan in de toekomst echter wel wenselijk zijn bij grootschalige nieuwe plannen criteria vast te stellen in de vorm van beeldkwaliteitsplannen, om daarmee de ruimtelijke kwaliteit te kunnen sturen. Procedure voor beeldkwaliteitsplannen Het opstellen van criteria voor (her)ontwikkelingsprojecten kan een onderdeel van de stedenbouwkundige planvoorbereiding zijn. De criteria worden opgesteld door of onder regie van de stedenbouwkundige, in de vorm van een beeldkwaliteitsplan. De gemeenteraad stelt de criteria (het beeldkwaliteitsplan) vervolgens vast ter aanvulling op de nota. De gemeenteraad kan dit delegeren aan de raadscommissie ‘omgeving’. Voor dergelijke aanvullingen op de nota geldt dat de inspraak wordt gekoppeld aan de reguliere inspraakregeling bij de stedenbouwkundige planvoorbereiding. De criteria moeten zijn vastgesteld voordat de planvorming van de concrete bouwplannen start en worden bekend gemaakt aan alle potentiële opdrachtgevers in het gebied. Toetsing vindt ambtelijk plaats. COLOFON Het concept voor de oorspronkelijke welstandsnota Terneuzen 2005 werd in opdracht van de gemeente Terneuzen onder begeleiding van een ambtelijke werkgroep opgesteld door Architectenwerk Twan Jütte te Delft. De nota is daarna in 2013 aangepast tot een excessenregeling. Uitgave: Gemeente Terneuzen.

Copyrights: Opdrachtgever en samensteller

72

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14813631/1