2024-11-27 - Bp Buitengebied, Emmabaan 69 (Koewacht) bijlagen geanoni. gecompr
Tekst van het document
Wematech Bodem Adviseurs B.V.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK INCLUSIEF ASBEST “EMMABAAN 69” KOEWACHT
Opdrachtgever :
ZLTO Postbus 46 4460 BA Goes
Projectnummer : Kenmerk rapport: Status rapport: Datum:
VBB-50220639 AO50220639.R001-0 Definitief 19 december 2022
Projectleider
Ing. A.C.J. van Dijck-Oostvogels
par:
(Mede)auteur
Ing. A.C.J. van Dijck-Oostvogels Ing. W.J.A. Buijs
par:
Wematech Advies Groep B.V. is gecertificeerd door KIWA volgens de gestelde criteria conform ISO-9001:2015 onder nummer KSC-K96808
Postbus 1817, 4700 BV Roosendaal . Windmolen 23, 4751 VM Oud Gastel Tel. +31 (0)165 565910 . Fax +31 (0)165 544468 . bodemadviseurs@wematech.nl . www.wematech.nl KvK 20104743 . BTW nr. NL 810303206B01 . Rabobank IBAN NL82 RABO 0102 5687 07 Algemene voorwaarden zijn gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel
Kenmerk : Projectnummer :
AO50220639.R001-0 VBB-50220639
SAMENVATTING In opdracht van ZLTO is door Wematech Bodem Adviseurs B.V. in november 2022 een verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest) uitgevoerd ter plaatse van het perceel aan de Emmabaan 69 te Koewacht. Doel van het onderzoek is het verkrijgen van een inzicht in de actuele bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie en op basis hiervan na te gaan of de bodemkwaliteit een belemmering kan opleveren voor de voorgenomen bestemmingswijziging. Het veldwerk is uitgevoerd in november 2022. Zintuiglijke waarnemingen Bij de uitgevoerde grondboringen zijn ter plaatse van boringen 01, 04 en 05 in het traject van 0-20 cmmv bijmengingen met beton, baksteen en plaatselijk steen aangetroffen. Het betreft hier de (asbestverdachte) halfverhardingslaag op het terrein. Ter plaatse van boring 03, ten noorden van de halfverhardingslaag, is van 0-30 cm-mv een sterk asfalthoudende laag aangetroffen. Ter plaatse van boring 10, aan de oostzijde van de grote schuur, zijn in het traject van 0-20 cm-mv sterke bijmengingen met baksteen aangetroffen. Mogelijk betreft het hier een uitloper van de erfverharding. Gesteld kan worden dat bij de maaiveldinspectie ter plaatse van de druppellijnen een inspectie efficiency is bereikt van 80%. Er zijn op het maaiveld verspreid over de locatie stukken golfplaat aangetroffen.
Tijdens het bemonsteren van het materiaal zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Er zijn bij het bemonsteren van het materiaal uit de gaten bijmengingen met baksteen, en plaatselijk ook stenen aangetroffen. Ter plaatse van gat G03 (zuidwestzijde grote schuur) zijn tevens bijmengingen met plastic en metaal aangetroffen, en ter plaatse van gat G05 (centraal zuidzijde grote schuur) zijn eveneens sporen plastic aangetroffen. Verkennend bodemonderzoek Wet bodembescherming - Locatie Geconcludeerd kan worden dat de bovengrond (MM01) niet verontreinigd is. De asfalthoudende bovengrond ter plaatse van boring 03 is licht verontreinigd met lood, zink, PAK, minerale olie en matig verontreinigd met som PCB. De ondergrond (MM02) is niet verontreinigd. Het grondwater is licht verontreinigd met zink. - Stookplaats Geconcludeerd kan worden dat ter plaatse van de stookplaats de bovengrond (MM101) licht verontreinigd is met cadmium en zink en matig verontreinigd met PAK. - Druppellijnen Geconcludeerd kan worden dat ter plaatse van de druppellijnen 2, 3, 5 en 6 de bovengrond licht verontreinigd is met som PCB. Ter plaatse van de druppellijnen 1 en 4 is de bovengrond niet verontreinigd met som PCB. Besluit bodemkwaliteit Geconcludeerd kan worden dat de bovengrond (MM01) en ondergrond (MM02) voldoen aan de klasse achtergrondwaarde.
De bovengrond rond boring 03 voldoet niet aan de eisen voor hergebruik van grond.
Datum: Pagina:
19 december 2022 2 / 24
Kenmerk : Projectnummer :
AO50220639.R001-0 VBB-50220639
Voor een formeel oordeel van de toepassingsmogelijkheden van de vrijkomende grond (hergebruik) dient voldaan te worden aan hetgeen wat beschreven staat in de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit (aanwezigheid bodemfunctiekaart en/of AP04 onderzoek inclusief PFAS). Vooralsnog dienen voor de overtollige grond, afkomstig van de onderzoekslocatie, de eisen van het binnen de gemeente van toepassing zijnde beleid in acht genomen te worden. Toetsing hypothese Gezien de verkregen resultaten van het onderzoek dient de gestelde hypothese "niet verdachte locatie" voor de onderzoekslocatie verworpen te worden. Voor de stookplaats geldt dat de gestelde hypothese ‘verdachte locatie’ kan worden geaccepteerd. Asbestonderzoek Ter plaatse van druppellijn 1 is een berekend gewogen gehalte asbest aangetroffen van 3034 mg/kg d.s. Ter plaatse van druppellijn 2 is een berekend gewogen gehalte asbest aangetroffen van 320 mg/kg d.s. Ter plaatse van druppellijn 3 is een berekend gewogen gehalte asbest aangetroffen van 2 mg/kg d.s. Ter plaatse van druppellijn 4 is een berekend gewogen gehalte asbest aangetroffen van 357 mg/kg d.s. Ter plaatse van druppellijn 5 is een berekend gewogen gehalte asbest aangetroffen van 2278 mg/kg d.s. en tenslotte is ter plaatse van gat G12 (worst-case monster ter plaatse van druppellijn 6) een berekend gewogen gehalte asbest aangetroffen van 231 mg/kg d.s.
Omdat voor asbest geen volumecriterium geldt is ter plaatse van de druppellijnen 1, 2, 4, 5 en 6 sprake van een bodemverontreiniging met asbest. Wellicht is deze verontreiniging deels ontstaan na 1993. Voor het vaststellen van de omvang van deze verontreinigingen dient een nader onderzoek plaats te vinden. Tevens dient te worden opgemerkt dat, in verband met het aantreffen van niet hechtgebonden asbest, aannemelijk is dat ter plaatse van deze druppellijnen sprake is van zogenaamde onaanvaardbare risico’s buiten in verband met de verwachte aanwezigheid van respirabele vezels op locatie. Algemeen Op basis van het historisch onderzoek, de zintuiglijke beoordeling van de grond- en grondwatermonsters en de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek kan gesteld worden dat ter plaatse van de druppellijnen 1, 2, 4, 5 en 6 een gebruiksbeperking geldt in verband met de aanwezigheid van asbest in niet hechtgebonden vorm met respirabele vezels in de bovengrond. Er is bij onderhavig bodemonderzoek geen locatiespecifieke risicobeoordeling uitgevoerd, hoogstwaarschijnlijk is echter sprake van ‘onaanvaardbare risico’s, buiten’ waardoor sprake is van een spoedeisend ernstig geval van bodemverontreiniging. Tevens dient opgemerkt te worden dat de 7e druppellijn, gelegen tussen de twee delen van de schuur en daardoor niet toegankelijk, niet is onderzocht.
Niet uitgesloten kan worden dat ook hier sprake is van een verontreiniging met asbest. Voor de locatie van de stookplaats geldt dat, op basis van onderhavig onderzoek, een plaatselijke sterke verontreiniging met PAK in de bovengrond niet kan worden uitgesloten. Voor het overige geven de verkregen resultaten geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. Advies Geadviseerd wordt de omvang en de mate van de asbestverontreiniging ter plaatse van de druppellijnen 1, 2, 4, 5 en 6 vast te stellen middels nader onderzoek (inclusief onderzoek naar de blootstellingsrisico’s). Tevens dient de bodemkwaliteit ter plaatse van de stookplaats aanvullend te worden onderzocht in verband met de aangetroffen matige verontreiniging met PAK in de bovengrond. Geadviseerd wordt om geen grondroerende werkzaamheden uit te voeren ter plaatse van de locaties waar asbest boven de interventiewaarde is aangetroffen. Ook dient voorafgaand aan eventuele graafwerkzaamheden de actuele bodemkwaliteit ter plaatse van de stookplaats aanvullend te worden bepaald.
Datum: Pagina:
19 december 2022 3 / 24
Kenmerk : Projectnummer :
AO50220639.R001-0 VBB-50220639
INHOUDSOPGAVE: Blz. SAMENVATTING 1.
INLEIDING
6
1.1. 1.2.
Aanleiding en doelstelling onderzoek Opbouw rapportage
6 6
2.
VOORONDERZOEK
7
2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5. 2.6. 2.7. 2.8. 2.9. 2.10.
Locatiegegevens Historie Huidige situatie en terreinverkenning Belendende percelen Bodemonderzoeken/saneringen Informatie regionale achtergrondconcentraties Geo(hydro)logie Toekomstige situatie Conclusie vooronderzoek Onderzoeksstrategie
7 7 8 8 9 9 9 10 10 11
3.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK
13
3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6. 3.7. 3.8.
Inleiding Veldwerkzaamheden BRL SIKB 2000 Laboratoriumonderzoek Bodemopbouw Zintuiglijke waarnemingen Veldmetingen Toetsing 3.8.1. Wet bodembescherming 3.8.2. Besluit bodemkwaliteit 3.9. Grond 3.10. Grondwater
13 13 13 14 14 15 15 15 15 16 17 17
4.
VERKENNEND ONDERZOEK ASBEST IN BODEM
18
4.1. 4.2. 4.3. 4.4. 4.5. 4.6. 4.7. 4.8.
Inleiding Veldwerkzaamheden Afwijkingen op BRL SIKB 2000 Laboratoriumonderzoek Bodemopbouw Zintuiglijke waarnemingen Toetsing Grond
18 18 18 19 19 19 20 20
5.
CONCLUSIES EN ADVIES
21
5.1. 5.2.
Conclusies Advies
21 22
6.
RESTRISICO EN BETROUWBAARHEID
23
6.1. 6.2.
Restrisico Betrouwbaarheid
23 23
GERAADPLEEGDE BRONNEN
Datum: Pagina:
19 december 2022 4 / 24
Kenmerk : Projectnummer :
AO50220639.R001-0 VBB-50220639
Datum: Pagina:
19 december 2022 5 / 24
BIJLAGEN: 1. Regionale en kadastrale (situatie)schets 2. Situatieschets met boringen, gaten en peilbuis 3. Profielbeschrijvingen grondboringen en gaten 4. Analyseresultaten grond 5. Analyseresultaten grondwater 6. Toetsingskader grond en grondwater Wbb 7. Foto’s onderzoekslocatie 8. Toetsingskader BBk 9. Berekening asbest in grond
Kenmerk : Projectnummer :
1.
AO50220639.R001-0 VBB-50220639
INLEIDING
1.1. Aanleiding en doelstelling onderzoek In opdracht van ZLTO is door Wematech Bodem Adviseurs B.V. in november 2022 een verkennend bodemonderzoek inclusief asbest uitgevoerd ter plaatse van het perceel aan de Emmabaan 69 te Koewacht. In bijlage 1 is de globale ligging van het perceel aangegeven in een regionale situatieschets. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen bestemmingswijziging van de locatie. In verband met deze bouwplannen wordt in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) door de overheid een inzicht gevraagd in de kwaliteit van grond en grondwater, alvorens de bestemmingswijziging kan worden uitgevoerd. Doel van het onderzoek is het verkrijgen van een inzicht in de actuele bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie en op basis hiervan na te gaan of de bodemkwaliteit een belemmering kan opleveren voor de voorgenomen bestemmingswijziging. Op basis van de verkregen informatie is, in overleg met de opdrachtgever, een onderzoeksprogramma opgesteld op basis van de Nederlandse Normen 5740 en 5707. Deze normen beschrijven de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij uitvoering van een verkennend bodemonderzoek naar de aanwezigheid van bodemverontreiniging (inclusief asbest).
Als referentiekader bij de beoordeling van de resultaten worden de interventiewaarden uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en de (maximale) waarden uit de (wijzigingen) Regeling bodemkwaliteit gebruikt. Wematech Bodem Adviseurs B.V. werkt volgens een kwaliteitsborgingsysteem dat is gebaseerd op de NEN-EN-ISO 9001:2015 en de BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek”. De werkzaamheden voor onderhavig onderzoek vallen binnen de reikwijdte van dit certificatieschema en worden onder certificaat uitgevoerd conform de beschreven kwaliteitseisen (protocol 2001, 2002 en 2018). De naleving wordt periodiek getoetst door externe auditors, onder toezicht van de Raad van Accreditatie. Verder is van belang te melden dat de te onderzoeken locatie geen eigendom is van Wematech Bodem Adviseurs B.V. dan wel gerelateerde (zuster)bedrijven. Tevens is Wematech Bodem Adviseurs onafhankelijk van de opdrachtgever en/of terreineigenaar. De wettelijke voorgeschreven functiescheiding is hiermede geborgd.
1.2. Opbouw rapportage In dit rapport wordt verslag gedaan van de uitgevoerde werkzaamheden. Het vooronderzoek, conform NEN 5725, is opgenomen in hoofdstuk 2. Vervolgens worden in hoofdstuk 3 de verrichte werkzaamheden en resultaten van het verkennend bodemonderzoek beschreven. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van het onderzoek naar asbest in grond weergegeven. In hoofdstuk 5 zijn de conclusies en het advies opgenomen. Tot slot worden in hoofdstuk 6 het restrisico en de betrouwbaarheid van het onderzoek besproken.
Datum: Pagina:
19 december 2022 6 / 24
Kenmerk : Projectnummer :
2.
AO50220639.R001-0 VBB-50220639
VOORONDERZOEK Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN5725:2017. In het vooronderzoek wordt relevante informatie verzameld om onderbouwde antwoorden te formuleren op de relevante onderzoeksvragen zoals beschreven in de norm.
2.1. Locatiegegevens De locatiegegevens van de onderzoekslocatie (afgebakend geografisch gebied) zijn opgenomen in onderstaande tabel. Tabel 2.1. Locatie gegevens Adresgegevens Kadastrale gegevens RD-coördinaten Oppervlakte perceel Oppervlakte onderzoekslocatie Eigendomssituatie
Emmabaan 69 te Koewacht Gemeente: Axel X: 57520 3.420 m2 3.420 m2 De heer D.B.M. de Vliegher
Sectie: N Y: 362018
Nummer(s): 909
2.2. Historie - gebruik Volgens de gegevens in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen van het Kadaster dateert de bebouwing ter plaatse van de locatie uit 1900 (woning en 3 losstaande bijgebouwen). Volgens de historische kaarten via Topotijdreis wordt de locatie pas vanaf 1950 bebouwd. De woning en een deel van de grote schuur worden vanaf dan weergegeven. Op onderstaande afbeeldingen (bron: Topotijdreis) wordt de locatie weergegeven door de jaren. Voordat de locatie werd bebouwd was deze in gebruik voor agrarische doeleinden. Afbeelding 2.1. locatie in 1960
Afbeelding 2.2. locatie in 2021
Bij de provincie Zeeland (provinciale omgevingsrapportage) en de opdrachtgever was geen informatie bekend dat ter plaatse van de onderzoekslocatie potentieel bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden. Ter plaatse van de onderzoekslocatie hebben, voor zover bekend, geen ondergrondse tanks, kabels, leidingen e.d. gelegen. Tevens hebben er, voor zover bekend, geen dempingen of ophogingen plaatsgevonden.
Datum: Pagina:
19 december 2022 7 / 24
Kenmerk : Projectnummer :
AO50220639.R001-0 VBB-50220639
- asbest De bijgebouwen ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn voorzien van asbesthoudende dakbedekking. In verband met de voorgenomen sloop is een asbestinventarisatie uitgevoerd door ABO Milieuconsult, voor een volledig overzicht in de asbesthoudende bronnen op de locatie wordt kortheidshalve verwezen naar de rapportage [ABO-Milieuconsult B.V., projectnummer: ANL22-7163, d.d. 4 augustus 2022]. In verband met de aanwezigheid van asbesthoudende bronnen op de locatie kan niet worden uitgesloten dat er plaatse van de locatie asbest in de bodem is geraakt. - overig Voor zover bekend hebben zich ter plaatse van de onderzoekslocatie geen calamiteiten voorgedaan die tot gevolg hebben gehad dat verontreinigende stoffen op of in de bodem zijn geraakt. Voor zover bekend zijn op de locatie geen (punt)bronnen voor PFAS/GenX danwel heeft er een brand gewoed, welke geblust zou zijn met blusschuim. De locatie is bij het bevoegd gezag en/of op het bodemloket niet bekend als locatie waar mogelijk sprake is van een bodemverontreiniging, niet bekend als locatie waar bodembedreigende activiteiten hebben plaatsgevonden. De locatie heeft geen Wbb-code. Uit de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW) c.q. archeologische beleidskaart van de gemeente blijkt dat de locatie is gelegen in een gebied met een lage archeologische verwachtingswaarde.
Voor zover bekend is liggen er op de onderzoekslocatie geen conventionele explosieven. Aangezien er voor dit gebied geen kaarten voorhanden zijn, is dit echter niet volledig uit te sluiten.
2.3. Huidige situatie en terreinverkenning Ter plaatse van het perceel zijn een woning en 3 losstaande bijgebouwen gesitueerd. De woning is voorzien van een pannendak. Het kleine bijgebouw ten noorden van de woning is voorzien van stalen dakplaten. De overige bijgebouwen zijn voorzien van asbesthoudende dakbedekking en plaatselijk tevens asbesthoudende gevelbekleding. De panden zijn voorzien van betonvloeren. Ter plaatse van het erf is plaatselijk een halfverhardingslaag aanwezig bestaande uit puin(granulaat) en stenen. De samenstelling van dit materiaal is onbekend. Voor het overige is de onderzoekslocatie onverhard. Aan de noordzijde van het perceel is een stookplaats aanwezig. Aangenomen wordt dat hier tuinafval en hout is verbrand. Deze activiteiten hebben plaatsgevonden op onverharde grond. Ter plaatse van de onderzoekslocatie en de directe omgeving vinden voor zover bekend geen potentieel bodembedreigende activiteiten plaats.
2.4. Belendende percelen Het bodemgebruik van de omliggende percelen is als volgt: - aan de noordzijde bevindt zich agrarische grond; - aan de oostzijde bevinden zich agrarische grond en woningen met tuin; - aan de zuidzijde bevinden zich woningen met tuin; - aan de westzijde bevindt zich een tuincentrum.
Datum: Pagina:
19 december 2022 8 / 24
Kenmerk : Projectnummer :
AO50220639.R001-0 VBB-50220639
2.5. Bodemonderzoeken/saneringen - eerdere bodemonderzoeken locatie Voor zover bekend is ter plaatse van de onderzoekslocatie niet eerder een bodemonderzoek verricht. - eerdere bodemonderzoeken omgeving Voor zover bekend is ter plaatse van de directe omgeving van de onderzoekslocatie niet eerder een bodemonderzoek verricht. - eerdere saneringen locatie Voor zover bekend is ter plaatse van de onderzoekslocatie niet eerder een bodemsanering uitgevoerd. - eerdere saneringen omgeving Voor zover bekend is ter plaatse van de directe omgeving van de onderzoekslocatie niet eerder een bodemsanering uitgevoerd, welke in het kader van onderhavig onderzoek van belang is.
2.6. Informatie regionale achtergrondconcentraties Er is bij de gemeente en de provincie informatie beschikbaar over mogelijk regionaal verhoogde achtergrondconcentraties in het grondwater op en nabij de locatie. Op basis van de bestudeerde onderzoeksgegevens blijkt dat regionaal verhoogde concentraties zware metalen in het grondwater worden gemeten zonder dat hiervoor een duidelijke bron van verontreiniging is aan te wijzen. De locatie is volgens de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart gelegen in de kwaliteitszone B1 Woonwijken met voor de bovengrond de kwaliteitsklasse wonen en voor de ondergrond de kwaliteitsklasse achtergrondwaarde. De bodemfunctieklasse is wonen.
2.7. Geo(hydro)logie Regionale geologie De regionale geohydrologische bodemopbouw is afgeleid van de gegevens van de Geologische Dienst Nederland, DINOloket en het Actueel Hoogtebestand Nederland. De regionale bodemopbouw is tot circa 60 m-mv weergegeven in tabel 2.2. De hoogte ligging van het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie betreft circa 2,75 m+NAP. Tabel 2.2. Regionale geologie Diepte (m-mv) 0-2
Formatienaam
Samenstelling
Kenmerk
Holocene afzettingen
Deklaag en slecht watervoerend pakket
8-58
Boxtel
9-14
Koewacht
14-21
Rupel
Complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand en met weinig kleiig zand en grof zand Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei en klei en een spoor midden zand Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit kleiig zand, fijn en midden zand, met weinig klei en een spoor bruinkool, grof zand en kalksteen Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei en klei en met weinig fijn en midden zand Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit kleiig zand, fijn en midden zand, met weinig klei en een spoor bruinkool, grof zand en kalksteen
21-39 39-52 52-60
Tongeren
Datum: Pagina:
Watervoerend pakket
Scheidende laag Watervoerend pakket Scheidende laag Watervoerend pakket
19 december 2022 9 / 24
Kenmerk : Projectnummer :
AO50220639.R001-0 VBB-50220639
Lokale ondiepe bodemopbouw Aan de hand van eerder uitgevoerde grondboringen op en/of nabij de locatie kan een globale beschrijving van de bodemopbouw worden gegeven. Deze globale beschrijving wordt weergegeven in de volgende tabel. Tabel 2.3. Globale beschrijving lokale bodemopbouw Traject (cm-mv) 0-50 50-290
Grondsoort Matig humeus zwak siltig matig fijn zand Zwak tot matig siltig matig fijn zand
Grondwaterstroming De globale horizontale stroming van het freatisch grondwater is noordwestelijk gericht. Grondwaterstand Op basis van de voorhanden zijnde gegevens is een grondwaterstand van circa 1,5 m-mv te verwachten. Grondwateronttrekkingen Op basis van de PMV Zeeland kan worden gesteld dat de locatie niet binnen een beschermingszone van een waterwingebied ligt. Verder vinden er geen geregistreerde grondwateronttrekkingen plaats in de directe omgeving.
2.8. Toekomstige situatie De opdrachtgever is voornemens de bestaande opstallen en woning te slopen het perceel in te richten als tuin.
2.9. Conclusie vooronderzoek Op basis van het vooronderzoek en de terreinverkenning kan worden geconcludeerd dat ter plaatse van de onderzoekslocatie de volgende verdachte deellocaties te onderscheiden zijn; - 7 x druppellijn asbesthoudend dak. Een van deze druppellijnen is gelegen in een nauwe gang tussen twee delen van de grote schuur. Deze locatie is niet toegankelijk en wordt derhalve niet onderzocht. - Stookplaats Voor het overige wordt ter plaatse van de onderzoekslocatie geen bodemverontreiniging verwacht. De aanwezige halfverhardingslaag dient in verband met het ontbreken van kwaliteitsgegevens te worden aangemerkt als zijnde asbestverdacht. Deze laag met halfverharding valt buiten de scope van onderhavig onderzoek.
Datum: Pagina:
19 december 2022 10 / 24
Kenmerk : Projectnummer :
AO50220639.R001-0 VBB-50220639
2.10. Onderzoeksstrategie In tabel 2.4 wordt een overzicht gegeven van de gehanteerde onderzoeksstrategie voor het verkennend bodemonderzoek. Tabel 2.4. Overzicht onderzoeksstrategie Locatie Perceel (3.420 m²) Stookplaats (< 100 m²) Per AVdruppellijn
Protocol/ strategie NEN5740: ONV-NL NEN5740: VEP Eigen
Verharding
Veldwerk
Onverhard, halfverharding Onverhard
10 boringen tot 0,5 m-mv 2 boringen tot 0,5 m-gws (max 2 m) 1 boring(en) met peilbuis 3 boringen tot 1,5 m-mv
Onverhard
2 boringen tot 0,3 m-mv
Aantal analyses Grond 2 standaardpakket bg 1 standaardpakket og
Grondwater 1 standaardpakket
1 standaardpakket
-
1 PCB + H
-
Het standaardpakket voor landbodem en grond bestaat uit de volgende parameters: • 9 metalen: barium (Ba), cadmium (Cd), kobalt (Co), koper (Cu), kwik (Hg), lood (Pb), molybdeen (Mo), nikkel (Ni), zink (Zn); • PAK (10 VROM); • PCB (7); • minerale olie; • lutum- en humusgehalte. Het standaardpakket voor grondwater bestaat uit de volgende parameters: • 9 metalen: barium (Ba), cadmium (Cd), kobalt (Co), koper (Cu), kwik (Hg), lood (Pb), molybdeen (Mo), nikkel (Ni), zink (Zn); • VAK (vluchtige aromatische koolwaterstoffen); benzeen, tolueen, ethylbenzeen, som-xylenen (som o, m, p), styreen en naftaleen; • VOCl (vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen): vinylchloride, 1,1-dichlooretheen, dichloormethaan, trans-1,2-dichlooretheen, cis -1,2-dichlooretheen, som 1,2-dichlooretheen, 1,1dichloorethaan, chloroform, 1,1,1-trichloorethaan, tetrachloormethaan, 1,2 dichloorethaan, trichlooretheen, 1,2-dichloorpropaan, 1,1-dichloorpropaan, 1,3-dichloorpropaan, som dichloorpropanen, 1,1,2-trichloorethaan, tetrachlooretheen en bromoform; • minerale olie (GC). De geleidbaarheid, zuurgraad en troebelheid van het grondwater worden tijdens het bemonsteren van het grondwater bepaald. Fase 1 Maaiveldinspectie Voorafgaand aan de werkzaamheden zal het maaiveld van de locatie visueel geïnspecteerd worden door een deskundig asbestonderzoeker volgens 6.2 uit de NEN5707.
De inspectie kan plaatsvinden onder de volgende weersomstandigheden: - bij droog weer: geen regen (> 10 mm), hagel of sneeuw; - bij daglicht (geen schemering); - bij helder weer (geen mist); het zicht moet minimaal 100 meter bedragen.
Datum: Pagina:
19 december 2022 11 / 24
Kenmerk : Projectnummer :
AO50220639.R001-0 VBB-50220639
Bij uitvoering van de veldinspectie dient rekening gehouden te worden met de inspectie-efficiëntie. Hieronder worden de richtpercentages voor grond gegevens, waarbij uitgegaan is van droog en helder weer en een deskundig onderzoeker. Tabel 2.5. Inspectie efficiëntie Type grond Zand Klei/leem en veen
Conditie toplaag Droog, los en geen vegetatie Vochtig, vastgereden en/of matige vegetatie Droog, los en geen vegetatie Vochtig, vastgereden en/of matige vegetatie
Inspectie-efficiëntie 90-100 % 70-90 % 70-90 % 50-70 %
Bij de interpretatie van de gegevens dient rekening gehouden te worden met deze efficiëntie-percentages. Fase 2 Na uitvoering van de maaiveldinspectie wordt het onderstaande onderzoek verricht. Mochten er bij de maaiveldinspectie asbestverdachte materialen worden aangetroffen, dan zal waar nodig nader onderzoek asbest plaatsvinden Tabel 2.6. Overzicht onderzoeksstrategie Deellocatie 6x druppellijn
Norm: strategie NEN5707: 6.4.2
Verharding
Veldwerk
Onverhard
2 Gaten tot 0,3 m-mv van min. 0,3x0,3 m per druppellijn
Aantal analyses Grond NEN5898 1 per druppellijn
De uit de gaten vrijkomende grond wordt uitgeharkt met een hark met maaswijdte van 20 mm. Het materiaal > 20 mm wordt geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. Uitgangspunt is dat na uitharken alle asbestverdachte materialen > 20 mm zijn verwijderd. De mengmonsters worden samengesteld uit grond welke nog over een zeef van 20 mm wordt gebracht (fractie < 20 mm). Asbestverdachte materialen (> 20 mm) worden per gat en per laag van maximaal 50 cm bemonsterd (materiaalverzamelmonster). Op onderstaande afbeelding zijn de asbestverdachte druppellijnen aangegeven (nummers 1 t/m 6). Ook is op deze afbeelding de niet toegankelijke druppellijn aangegeven. Afbeelding 2.3. Asbestverdachte druppellijnen
Datum: Pagina:
19 december 2022 12 / 24
Kenmerk : Projectnummer :
3.
AO50220639.R001-0 VBB-50220639
VERKENNEND BODEMONDERZOEK
3.1. Inleiding Voor het onderzoeksprogramma zijn de richtlijnen van de Nederlandse Norm 5740 als uitgangspunt gehanteerd. Het bodemonderzoek heeft betrekking op het terrein zoals dat in bijlage 2 is weergegeven. De veldwerkzaamheden worden uitgevoerd volgens de protocollen 2001 en 2002 behorende bij de BRL SIKB 2000.
3.2. Veldwerkzaamheden Voordat met het veldwerk is begonnen, is een terreinverkenning verricht en is het maaiveld van het terrein visueel gecontroleerd op mogelijke verontreinigingen als gevolg van o.a. illegale lozingen en/of stortingen (bijv. afgewerkte olie, gevaarlijk afval, asbestverdachte materialen e.d.). Tijdens deze controle zijn geen bijzonderheden aangetroffen. Ten aanzien van de inspectie voor asbest dient opgemerkt te worden dat hier voldoende aandacht aan is besteed doch deze inspectie is enkel ter plaatse van de onderzochte druppellijnen overeenkomstig de voorschriften in de NEN5707 uitgevoerd (zie hoofdstuk 4). De asbesthoudende materialen in en op de opstallen zijn door een daartoe gecertificeerde aannemer gesaneerd tussen de uitvoering van de grondboringen en het bemonsteren van het grondwater en uitvoeren van het onderzoek naar asbest in grond. De gegevens van de uitvoering van het veldwerk is aangegeven in tabel 3.1. Tabel 3.1. Overzicht uitgevoerde veldwerkzaamheden en veldwerkers Omschrijving Protocol Datum Erkende veldwerker(s) Plaatsen grondboringen 2001 21-11-2022 J.F.J.L. van Overveld en S. van de Reijt (i.o.) Plaatsen peilbuis 2001 21-11-2022 J.F.J.L. van Overveld en S. van de Reijt (i.o.) Bemonsteren peilbuis 2002 29-11-2022 C.A.L. Mol en S. van de Reijt (i.o.) (inclusief veldmetingen grondwater)
De profielen van de uitgevoerde grondboringen zijn beschreven en de opgeboorde grond is zintuiglijk beoordeeld. De profielbeschrijvingen van de grondboringen zijn opgenomen in bijlage 3. De grond is bemonsterd per traject van maximaal 50 cm. De situering van de boorplaatsen en de peilbuis is aangegeven in bijlage 2. Foto’s van de onderzoekslocatie zijn opgenomen in bijlage 7.
3.3. BRL SIKB 2000 Bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden is niet afgeweken van de protocollen 2001 en 2002 behorende bij de BRL SIKB 2000.
Datum: Pagina:
19 december 2022 13 / 24
Kenmerk : Projectnummer :
AO50220639.R001-0 VBB-50220639
3.4. Laboratoriumonderzoek De verzamelde grond- en grondwatermonsters zijn zo spoedig mogelijk na monsterneming aangeboden aan het laboratorium met RvA accreditatie SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam, waar conservering en analyse volgens de AS3000 heeft plaatsgevonden. - grond Het laboratorium is verzocht mengmonsters samen te stellen en te analyseren volgens tabel 3.2. Het analysecertificaat van de grondmengmonsters is opgenomen in bijlage 4. Tabel 3.2. Mengmonsters grond MengDeelmonsters monster MM01 01 (20 - 60) 04 (20 - 40) 05 (20 - 70) 10 (20 - 70) MM02 01 (60 - 110) 01 (110 - 150) 06 (50 - 100) 06 (100 - 150) 09 (50 - 100) 09 (100 - 150) 03 (0 - 30) MM101 101 (0 - 50) 102 (0 - 50) 103 (0 - 50) MM-DL1 G01 (0 - 30) G02 (0 - 30) MM-DL2 G03 (0 - 30) G04 (0 - 30) MM-DL3 G05 (0 - 30) G06 (0 - 30) MM-DL4 G07 (0 - 30) G08 (0 - 30) MM-DL5 G09 (0 - 30) G10 (0 - 30) MM-DL6 G11 (0 - 30) G12 (0 - 30)
Motivatie
Analysepakket
Algemene kwaliteit bovengrond
Standaardpakket incl. lu/os
Algemene kwaliteit ondergrond
Standaardpakket incl. lu/os
Worst-case asfalthoudende bovengrond Algemene kwaliteit bovengrond vermoedelijke stookplaats Bepalen gehalte PCB in druppellijn 1 Bepalen gehalte PCB in druppellijn 2 Bepalen gehalte PCB in druppellijn 3 Bepalen gehalte PCB in druppellijn 4 Bepalen gehalte PCB in druppellijn 5 Bepalen gehalte PCB in druppellijn 6
Standaardpakket incl. lu/os Standaardpakket incl. lu/os PCB + H PCB + H PCB + H PCB + H PCB + H PCB + H
- grondwater Het laboratorium is verzocht het aangeboden grondwatermonster te analyseren volgens tabel 3.3. Het analysecertificaat is opgenomen in bijlage 5. Tabel 3.3. Grondwatermonster Peilbuis Filterdiepte (cm-mv) 06 190 - 290
Motivatie Algemene kwaliteit grondwater
Analysepakket Standaardpakket
3.5. Bodemopbouw Aan de hand van de uitgevoerde grondboringen kan een globale beschrijving van de bodemopbouw worden gegeven. Deze globale beschrijving wordt weergegeven in de volgende tabel. Tabel 3.3. Globale beschrijving lokale bodemopbouw Traject (cm-mv) Grondsoort 0-50 Matig humeus zwak siltig matig fijn zand 50-150 Zwak siltig matig fijn zand 150-290 Matig siltig matig fijn zand
De beschrijvingen van de bodemprofielen zijn opgenomen in bijlage 3.
Datum: Pagina:
19 december 2022 14 / 24
Kenmerk : Projectnummer :
AO50220639.R001-0 VBB-50220639
3.6. Zintuiglijke waarnemingen Bij de uitgevoerde grondboringen en het bemonsteren van het grondwater zijn op basis van zintuiglijke beoordeling onderstaande relevante bijzonderheden en/of afwijkingen aangetroffen. Tabel 3.4. Overzicht bijzonderheden/afwijkingen Boring-/peilbuisnummer Traject (cm-mv) 01 0 - 20 03 0 - 30 04 0 - 20 05 0 - 20 10
0 - 20
Bijzonderheden/afwijkingen Sterk betonhoudend, sterk baksteenhoudend Sterk asfalthoudend Sterk betonhoudend, sterk baksteenhoudend Sterk betonhoudend, sterk baksteenhoudend, sterk steenhoudend Sterk baksteenhoudend
3.7. Veldmetingen In de onderstaande tabel zijn de veldmetingen van het grondwater opgenomen. Tabel 3.5. Veldmetingen grondwater Peilbuis Filterdiepte Grondwaterstand (cm-mv) (cm-mv) 06 190 - 290 102
Zuurgraad (pH) 6,7
EC (µS/cm) 350
Troebelheid (FNU) 4,36
3.8. Toetsing 3.8.1. Wet bodembescherming De analyseresultaten van de grond worden beoordeeld aan de hand van de achtergrondwaarden uit bijlage B van de (wijzigingen) Regeling bodemkwaliteit en de interventiewaarden uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. De analyseresultaten van het grondwater worden beoordeeld aan de hand van de streef- en interventiewaarden uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. De betekenis van de normwaarden is als volgt: Achtergrondwaarden: geven het niveau aan voor een goede bodemkwaliteit, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. Streefwaarden:
geven het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. De streefwaarden (S) geven het uiteindelijk te bereiken kwaliteitsniveau van het grondwater aan.
Interventiewaarden:
geven het niveau aan wanneer de functionele eigenschappen, die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig bedreigd/aangetast zijn, of dreigen te worden verminderd.
Bij gevallen van bodemverontreiniging, waarbij de interventiewaarden niet worden overschreden, wordt door het bepalen van de index van de gemeten concentratie van de betreffende parameter(s) ten opzichte van de achtergrond- en interventiewaarde van deze component(en) nagegaan of nader onderzoek naar de ernst en omvang van de verontreiniging nodig kan zijn (bij index > 0,5). De berekening van de index vindt als volgt plaats: Index = (GW - AW) / (I - AW) Waarin: GW AW I
= gestandaardiseerde waarde = achtergrondwaarde = interventiewaarde
Datum: Pagina:
19 december 2022 15 / 24
Kenmerk : Projectnummer :
AO50220639.R001-0 VBB-50220639
Bij de beoordeling van de kwaliteit van de bodem worden de gemeten gehalten middels een bodemtypecorrectie omgerekend naar standaardbodem. De wijze van omrekening is beschreven in bijlage G onderdeel III van de Regeling bodemkwaliteit. De achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor de grond en het grondwater zijn opgenomen in de toetsingstabellen bijgevoegd als bijlage 6. Opgemerkt dient te worden dat de interventiewaarde voor barium alleen geldt voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging.
3.8.2. Besluit bodemkwaliteit Bij hergebruik van grond dient, naast de kwaliteit van de toe te passen grond, rekening gehouden te worden met zowel de kwaliteit als de functie van de ontvangende bodem. De analyseresultaten van een onderzoek worden, voor de beoordeling van de ontvangende bodem alsook voor de toepassing, beoordeeld aan de hand van de maximale waarden (aangeduid met M) uit bijlage B van de (wijzigingen) Regeling bodemkwaliteit. Grond die als achtergrondwaarden grond (AW) is geclassificeerd, is vrij toepasbaar. Volgens het Besluit bodemkwaliteit mag er een keuze gemaakt worden, afhankelijk per gemeente, betreffende het toetsingskader voor gebiedsgeneriek en/of gebiedsspecifiek beleid zoals beschreven in onderstaande tabel. Tabel 3.6. Overzicht generiek- en gebiedsspecifiek beleid Bodemfunctieklassen (Generiek beleid) Wonen Industrie Achtergrondwaarden
Bodemfuncties (Gebiedsspecifiek beleid) Wonen met tuin Plaatsen waar kinderen spelen Groen en natuurwaarden Ander groen, bebouwing, industrie en infra Moestuinen en volkstuinen Natuur Landbouw
Voor de indeling van de bodemklasse van de grond (ontvangende bodem en toe te passen grond) wordt de volgende terminologie gebruikt: - Achtergrondwaarden (AW): Grond met concentraties tot de achtergrondwaarden. - Wonen (W): Grond met een samenstelling tot de maximale waarden van de klasse wonen en groter dan de achtergrondwaarden. - Industrie (In): Grond met een samenstelling tot de maximale waarden van de klasse industrie en groter dan de maximale waarden voor de klasse wonen. - Grond waarvan nuttige toepassing niet is toegestaan: Grond met een samenstelling boven de maximale waarden van de klasse industrie. Afhankelijk van de stof is de maximale waarde van klasse industrie over het algemeen gelijk aan de interventiewaarde voor die stof. Bij de beoordeling van de gemeten gehaltes worden de rekenregels zoals opgenomen in hoofdstuk 4 van de Regeling bodemkwaliteit gebruikt. De toetsing van de grond is opgenomen in bijlage 8.
Datum: Pagina:
19 december 2022 16 / 24
Kenmerk : Projectnummer :
AO50220639.R001-0 VBB-50220639
3.9. Grond In de onderstaande tabel zijn de parameters opgenomen die de achtergrondwaarde (AW) overschrijden. Tevens is de toetsing voor de Wbb en de Bbk opgenomen in de tabel. Tabel 3.7. Overschrijdingstabel grond Mengmonster
Deelmonsters
MM01
01 (20 - 60) 04 (20 - 40) 05 (20 - 70) 10 (20 - 70) 01 (60 - 110) 01 (110 - 150) 06 (50 - 100) 06 (100 - 150) 09 (50 - 100) 09 (100 - 150) 03 (0 - 30)
MM02
MM101 MM-DL1 MM-DL2 MM-DL3 MM-DL4 MM-DL5 MM-DL6
101 (0 - 50) 102 (0 - 50) 103 (0 - 50) G01 (0 - 30) G02 (0 - 30) G03 (0 - 30) G04 (0 - 30) G05 (0 - 30) G06 (0 - 30) G07 (0 - 30) G08 (0 - 30) G09 (0 - 30) G10 (0 - 30) G11 (0 - 30) G12 (0 - 30)
Parameters > AW en ≤ > index 0,5 index 0,5 en ≤ I
>I
-
-
-
-
-
Lood, zink, PAK, minerale olie Cadmium, zink
Conclusie Wbb Niet verontreinigd
Conclusie Bbk toepassing van bodem Achtergrond waarde
Conclusie Bbk ontvangende bodem Achtergrond waarde
-
Niet verontreinigd
Achtergrond waarde
Achtergrond waarde
Som PCB
-
Matig verontreinigd
Niet toepasbaar
Niet toepasbaar
PAK
-
Matig verontreinigd
Klasse industrie
Klasse industrie
-
-
-
n.v.t.
n.v.t.
Som PCB
-
-
n.v.t.
n.v.t.
Som PCB
-
-
n.v.t.
n.v.t.
-
-
-
n.v.t.
n.v.t.
Som PCB
-
-
n.v.t.
n.v.t.
Som PCB
-
-
Niet verontreinigd Licht verontreinigd Licht verontreinigd Niet verontreinigd Licht verontreinigd Licht verontreinigd
n.v.t.
n.v.t.
3.10. Grondwater In de onderstaande tabel zijn de parameters opgenomen die de streefwaarde (S) overschrijden. Tevens is de toetsing voor de Wbb opgenomen in de tabel. Tabel 3.8. Overschrijdingstabel grondwater Peilbuisnummer
06
Filterdiepte (cm-mv)
Parameters > S en ≤ index 0,5
190 - 290
Zink
Conclusie Wbb > index 0,5 en ≤I -
>I -
Licht verontreinigd
Datum: Pagina:
19 december 2022 17 / 24
Kenmerk : Projectnummer :
4.
AO50220639.R001-0 VBB-50220639
VERKENNEND ONDERZOEK ASBEST IN BODEM
4.1. Inleiding Voor het onderzoeksprogramma zijn de richtlijnen van de Nederlandse Norm 5707 als uitgangspunt gehanteerd. Het bodemonderzoek heeft betrekking op het terrein zoals dat in bijlage 2 is weergegeven. De veldwerkzaamheden worden uitgevoerd volgens protocol 2018 behorende bij de BRL SIKB 2000.
4.2. Veldwerkzaamheden De gegevens van de uitvoering van het veldwerk is aangegeven in tabel 4.1. Tabel 4.1. Overzicht uitgevoerde veldwerkzaamheden en veldwerkers Omschrijving Protocol Datum Maaiveldinspectie 2018 29-11-2022 Monsterneming van asbest in bodem 2018 29-11-2022
Erkende veldwerker(s) C.A.L. Mol CA.L. Mol en S. van de Reijt (i.o.)
Het opgegraven materiaal is per laag uitgeharkt op 20 mm. Vervolgens is het bemonsterde deel van het materiaal gezeefd over een zeef met maaswijdte 20 mm. Het opgegraven materiaal (> 20 mm) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbest. De profielen van de gaten zijn beschreven en vrijkomende materiaal is zintuiglijk beoordeeld. De beschrijvingen van de gaten zijn in bijlage 3 weergegeven. De situering van de gaten is aangegeven in bijlage 2. Foto’s van de gaten zijn opgenomen in bijlage 7.
4.3. Afwijkingen op BRL SIKB 2000 Bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden is niet afgeweken van protocol 2018 behorende bij de BRL SIKB 2000.
Datum: Pagina:
19 december 2022 18 / 24
Kenmerk : Projectnummer :
AO50220639.R001-0 VBB-50220639
4.4. Laboratoriumonderzoek De verzamelde grondmonsters zijn zo spoedig mogelijk na monsterneming aangeboden aan het laboratorium met RvA accreditatie SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam, waar analyse volgens de geldende richtlijnen heeft plaatsgevonden. Het analysecertificaat van de uitgevoerde analyses is opgenomen in bijlage 4. - materiaal Tijdens het onderhavig onderzoek is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. - grond Het laboratorium is verzocht mengmonsters van de meest verdachte laag te analyseren volgens tabel 4.2. Tabel 4.2. Mengmonsters grond Mengmonster Traject monster (cm-mv) MMG01+G02 0 - 30 MMG03+G04 0 - 30 MMG05+G06 0 - 30 MMG07+G08 0 - 30 MMG09+G10 0 - 30 G12 0 - 30
Motivatie
Analysepakket
Bepalen gehalte asbest druppellijn 1 Bepalen gehalte asbest druppellijn 2 Bepalen gehalte asbest druppellijn 3 Bepalen gehalte asbest druppellijn 4 Bepalen gehalte asbest druppellijn 5 Worst-case monster druppellijn 6 in verband met matige bijmenging baksteen
NEN5898 NEN5898 NEN5898 NEN5898 NEN5898 NEN5898
4.5. Bodemopbouw De beschrijvingen van de bodemprofielen zijn opgenomen in bijlage 3. Aan de hand van de gegraven gaten en uitgevoerde grondboringen kan een globale beschrijving van de bodemopbouw worden gegeven. Deze globale beschrijving wordt weergegeven in paragraaf 3.5.
4.6. Zintuiglijke waarnemingen Bij het graven van de gaten zijn op basis van zintuiglijke beoordeling onderstaande relevante bijzonderheden en/of afwijkingen aangetroffen. Tabel 4.3. Overzicht bijzonderheden/afwijkingen Gatnummer Traject (cm-mv) Bijzonderheden/afwijkingen G01 G02 G03
0 - 30 0 - 30 0 - 30
G04 G05
0 - 30 0 - 30
G06 G07
0 - 30 0 - 30
G08 G09 G10 G11 G12
0 - 30 0 - 30 0 - 30 0 - 30 0 - 30
Asbestverdacht materiaal aangetroffen Sporen baksteen, sporen stenen Nee Sporen baksteen Nee Zwak baksteenhoudend, zwak Nee plastichoudend, zwak metaalhoudend Zwak baksteenhoudend Nee Zwak baksteenhoudend, zwak Nee steenhoudend, sporen plastic Sporen baksteen Nee Matig baksteenhoudend, zwak Nee steenhoudend Sporen baksteen Nee Sporen baksteen Nee Sporen baksteen, sporen stenen Nee Sporen baksteen, sporen stenen Nee Matig baksteenhoudend Nee
Datum: Pagina:
19 december 2022 19 / 24
Kenmerk : Projectnummer :
AO50220639.R001-0 VBB-50220639
4.7. Toetsing De interventiewaarde bodemsanering voor asbest in de (water)bodem is gesteld op 100 mg/kg gewogen (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie). Voor het toepassen en hergebruiken van grond, baggerspecie en puin(granulaat) geldt een restconcentratienorm van 100 mg/kg gewogen (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie). De genoemde richtlijnen gelden voor zowel gebonden als niet gebonden asbest. Voor asbest geldt dat zodra er grond aanwezig is met gehalten aan asbest boven de interventiewaarde (100 mg/kg d.s. (gewogen)), onafhankelijk van het volume, er sprake is van een geval van ernstige verontreiniging. Omtrent de Arbo regelgeving met betrekking hebbende tot de werkzaamheden met asbesthoudend materialen worden geacht niet van toepassing te zijn, indien de asbestconcentratie in deze materialen lager is dan 100 mg/kg gewogen (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie). Voor de berekening van de restconcentratie asbest in de bodem wordt in eerste instantie het gewicht van alle verzamelde asbesthoudende materialen per gat bepaald.
Op basis van dit gewicht per gat met daarbij het percentage asbest in de representatieve (plaat)materialen, waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen serpentijnasbest en amfiboolasbest, worden de concentraties serpentijn- en amfiboolasbest berekend voor het gehele gat. Vervolgens worden deze berekende concentraties asbest opgeteld bij de concentraties asbest in de representatieve mengmonsters, waarna de totale serpentijnasbestconcentratie wordt vermeerderd met 10 maal de totale amfiboolasbestconcentratie. Ingeval bij een verkennend onderzoek asbest de interventiewaarde niet wordt overschreden, wordt door het gehalte getoetst aan de interventiewaarde gecorrigeerd met een factor 2. Deze correctiefactor is een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend onderzoek in relatie tot het nader onderzoek. Bij het aantreffen van overschrijding van 0,5x de interventiewaarde (= 50 mg/kg ds gewogen) is nader onderzoek nodig.
4.8. Grond In onderstaande tabel is de berekende gewogen asbestconcentratie weergegeven in mg/kg d.s., tenzij anders aangegeven en getoetst aan de betreffende norm. De berekening is opgenomen in bijlage 9. Tabel 4.4. Overzicht van de berekende gewogen concentraties (mg/kg) Meng monster MMG01+G02 MMG03+G04 MMG05+G06 MMG07+G08 MMG09+G10 G12
Traject (cm-mv) 0 - 30 0 - 30 0 - 30 0 - 30 0 - 30 0 - 30
A. Serpentijnasbest Chrysotiel 276 320 0,7 357 216 225
B. Amfiboolasbest Amosiet+ Crocidoliet 276 0 0,14 0 206 0,67
Toetsingswaarde (A+10*B) 3034 320 2 357 2278 231
Toetsing +++ +++ + +++ +++ +++
Bij de beoordeling van de aangetroffen concentraties in de grond is de volgende terminologie gebruikt: geen asbest aantoonbaar + gehalte kleiner dan de nader onderzoekwaarde (<50 mg/kg) ++ gehalte groter dan de nader onderzoekwaarde (>50 mg/kg), doch kleiner dan de interventiewaarde (< 100 mg/kg) +++ gehalte groter dan de interventiewaarde (>100 mg/kg) Opgemerkt dient te worden dat de aangetroffen asbest voor alle 6 de locaties vrijwel enkel niet hechtgebonden asbest betreft.
Datum: Pagina:
19 december 2022 20 / 24
Kenmerk : Projectnummer :
5.
AO50220639.R001-0 VBB-50220639
CONCLUSIES EN ADVIES
5.1. Conclusies Zintuiglijke waarnemingen Bij de uitgevoerde grondboringen zijn ter plaatse van boringen 01, 04 en 05 in het traject van 0-20 cmmv bijmengingen met beton, baksteen en plaatselijk steen aangetroffen. Het betreft hier de (asbestverdachte) halfverhardingslaag op het terrein. Ter plaatse van boring 03, ten noorden van de halfverhardingslaag, is van 0-30 cm-mv een sterk asfalthoudende laag aangetroffen. Ter plaatse van boring 10, aan de oostzijde van de grote schuur, zijn in het traject van 0-20 cm-mv sterke bijmengingen met baksteen aangetroffen. Mogelijk betreft het hier een uitloper van de erfverharding. Gesteld kan worden dat bij de maaiveldinspectie ter plaatse van de druppellijnen een inspectie efficiency is bereikt van 80%. Er zijn op het maaiveld verspreid over de locatie stukken golfplaat aangetroffen. Tijdens het bemonsteren van het materiaal zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Er zijn bij het bemonsteren van het materiaal uit de gaten bijmengingen met baksteen, en plaatselijk ook stenen aangetroffen. Ter plaatse van gat G03 (zuidwestzijde grote schuur) zijn tevens bijmengingen met plastic en metaal aangetroffen, en ter plaatse van gat G05 (centraal zuidzijde grote schuur) zijn eveneens sporen plastic aangetroffen.
Verkennend bodemonderzoek Wet bodembescherming - Locatie Geconcludeerd kan worden dat de bovengrond (MM01) niet verontreinigd is. De asfalthoudende bovengrond ter plaatse van boring 03 is licht verontreinigd met lood, zink, PAK, minerale olie en matig verontreinigd met som PCB. De ondergrond (MM02) is niet verontreinigd. Het grondwater is licht verontreinigd met zink. - Stookplaats Geconcludeerd kan worden dat ter plaatse van de stookplaats de bovengrond (MM101) licht verontreinigd is met cadmium en zink en matig verontreinigd met PAK. - Druppellijnen Geconcludeerd kan worden dat ter plaatse van de druppellijnen 2, 3, 5 en 6 de bovengrond licht verontreinigd is met som PCB. Ter plaatse van de druppellijnen 1 en 4 is de bovengrond niet verontreinigd met som PCB. Besluit bodemkwaliteit Geconcludeerd kan worden dat de bovengrond (MM01) en ondergrond (MM02) voldoen aan de klasse achtergrondwaarde. De bovengrond rond boring 03 voldoet niet aan de eisen voor hergebruik van grond. Voor een formeel oordeel van de toepassingsmogelijkheden van de vrijkomende grond (hergebruik) dient voldaan te worden aan hetgeen wat beschreven staat in de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit (aanwezigheid bodemfunctiekaart en/of AP04 onderzoek inclusief PFAS).
Vooralsnog dienen voor de overtollige grond, afkomstig van de onderzoekslocatie, de eisen van het binnen de gemeente van toepassing zijnde beleid in acht genomen te worden.
Datum: Pagina:
19 december 2022 21 / 24
Kenmerk : Projectnummer :
AO50220639.R001-0 VBB-50220639
Toetsing hypothese Gezien de verkregen resultaten van het onderzoek dient de gestelde hypothese "niet verdachte locatie" voor de onderzoekslocatie verworpen te worden. Voor de stookplaats geldt dat de gestelde hypothese ‘verdachte locatie’ kan worden geaccepteerd. Asbestonderzoek Ter plaatse van druppellijn 1 is een berekend gewogen gehalte asbest aangetroffen van 3034 mg/kg d.s. Ter plaatse van druppellijn 2 is een berekend gewogen gehalte asbest aangetroffen van 320 mg/kg d.s. Ter plaatse van druppellijn 3 is een berekend gewogen gehalte asbest aangetroffen van 2 mg/kg d.s. Ter plaatse van druppellijn 4 is een berekend gewogen gehalte asbest aangetroffen van 357 mg/kg d.s. Ter plaatse van druppellijn 5 is een berekend gewogen gehalte asbest aangetroffen van 2278 mg/kg d.s. en tenslotte is ter plaatse van gat G12 (worst-case monster ter plaatse van druppellijn 6) een berekend gewogen gehalte asbest aangetroffen van 231 mg/kg d.s. Omdat voor asbest geen volumecriterium geldt is ter plaatse van de druppellijnen 1, 2, 4, 5 en 6 sprake van een bodemverontreiniging met asbest. Wellicht is deze verontreiniging deels ontstaan na 1993. Voor het vaststellen van de omvang van deze verontreinigingen dient een nader onderzoek plaats te vinden.
Tevens dient te worden opgemerkt dat, in verband met het aantreffen van niet hechtgebonden asbest, aannemelijk is dat ter plaatse van deze druppellijnen sprake is van zogenaamde onaanvaardbare risico’s buiten in verband met de verwachte aanwezigheid van respirabele vezels op locatie. Algemeen Op basis van het historisch onderzoek, de zintuiglijke beoordeling van de grond- en grondwatermonsters en de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek kan gesteld worden dat ter plaatse van de druppellijnen 1, 2, 4, 5 en 6 een gebruiksbeperking geldt in verband met de aanwezigheid van asbest in niet hechtgebonden vorm met respirabele vezels in de bovengrond. Er is bij onderhavig bodemonderzoek geen locatiespecifieke risicobeoordeling uitgevoerd, hoogstwaarschijnlijk is echter sprake van ‘onaanvaardbare risico’s, buiten’ waardoor sprake is van een spoedeisend ernstig geval van bodemverontreiniging. Tevens dient opgemerkt te worden dat de 7e druppellijn, gelegen tussen de twee delen van de schuur en daardoor niet toegankelijk, niet is onderzocht. Niet uitgesloten kan worden dat ook hier sprake is van een verontreiniging met asbest. Voor de locatie van de stookplaats geldt dat, op basis van onderhavig onderzoek, een plaatselijke sterke verontreiniging met PAK in de bovengrond niet kan worden uitgesloten.
Voor het overige geven de verkregen resultaten geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek.
5.2. Advies Geadviseerd wordt de omvang en de mate van de asbestverontreiniging ter plaatse van de druppellijnen 1, 2, 4, 5 en 6 vast te stellen middels nader onderzoek (inclusief onderzoek naar de blootstellingsrisico’s). Tevens dient de bodemkwaliteit ter plaatse van de stookplaats aanvullend te worden onderzocht in verband met de aangetroffen matige verontreiniging met PAK in de bovengrond. Geadviseerd wordt om geen grondroerende werkzaamheden uit te voeren ter plaatse van de locaties waar asbest boven de interventiewaarde is aangetroffen. Ook dient voorafgaand aan eventuele graafwerkzaamheden de actuele bodemkwaliteit ter plaatse van de stookplaats aanvullend te worden bepaald.
Datum: Pagina:
19 december 2022 22 / 24
Kenmerk : Projectnummer :
6.
AO50220639.R001-0 VBB-50220639
RESTRISICO EN BETROUWBAARHEID
6.1. Restrisico Onder restrisico wordt verstaan de kans, dat ondanks een verkennend bodemonderzoek achteraf aanvullende bodemverontreiniging wordt geconstateerd. Het restrisico in deze situatie wordt bepaald door de stookplaats, waarnaar aanvullend onderzoek benodigd is. Evenals de binnen onderhavig onderzoek niet toegankelijke druppellijn 7. Voor het overige wordt het restrisico bepaald door de (relatief kleine) kans, dat plaatselijk een beperkte spot met verontreiniging aanwezig is. Daarom dient bij de (sloop- en) bouwactiviteiten en bij het omzetten van grond steeds aandacht gegeven te worden aan bijzondere kenmerken m.b.t. eventuele bodemverontreiniging. Bodemverontreiniging is in het veld te herkennen aan een afwijkende kleur, geur en dergelijke van de grond. Ook dient opgemerkt te worden dat de bodem niet ter plaatse van de volledige onderzoekslocatie is onderzocht op de aanwezigheid van asbest, waardoor geen uitspraak gedaan kan worden over de bodemkwaliteit ter plaatse met betrekking tot de aanwezigheid van asbest houdende materialen. De halfverhardingslaag ter plaatse van het erf en de aangetroffen bijmengingen vormen formeel gezien aanleiding voor een onderzoek naar asbest in grond/puin. Uiteraard kunnen, op dit moment, nog niet bekende obstakels zoals voormalige leidingwerken, putten, puinpakketten en dergelijke eveneens een aanwijzing zijn.
Eventueel aangetroffen bijzonderheden dienen te allen tijde nader bekeken te worden. Teneinde de aanvoer van verontreinigde grond te voorkomen, dient, ingeval van aanvoer van grond en/of ophoogzand, de leverancier van de grond en/of het ophoogzand een certificaat te overleggen van de herkomst en van de chemische kwaliteit van het aangevoerde materiaal.
6.2. Betrouwbaarheid Het onderhavige onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methode. Wematech Bodem Adviseurs B.V. streeft bij elk bodem- en/of grondwateronderzoek naar een optimale representativiteit. Echter een dergelijk onderzoek is gebaseerd op het verrichten van een beperkt aantal boringen en het nemen van een beperkt aantal monsters. Hierdoor blijft het mogelijk dat plaatselijke afwijkingen in de samenstelling van grond en/of grondwater aanwezig zijn welke tijdens het onderzoek niet naar voren zijn gekomen. Wematech Bodem Adviseurs B.V. is niet aansprakelijk voor hieruit voortvloeiende schade of gevolgen van welke aard ook. Hierbij wordt er tevens op gewezen, dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname is. De grond en of het grondwater kan na het onderzoek van kwaliteit veranderen door bijvoorbeeld een calamiteit, aanvoer van grond, enz.
Datum: Pagina:
19 december 2022 23 / 24
Kenmerk : Projectnummer :
AO50220639.R001-0 VBB-50220639
GERAADPLEEGDE INFORMATIEBRONNEN • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •
NEN5740:2009nl, januari 2009 NEN5740:2009/A1:2016 NEN5725:2017nl, oktober 2017 NEN5707:2015 BRL SIKB 2000: versie 6.0, 01-02-2018: veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek Protocol 2001, versie 6.0, 01-02-2018, Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen Protocol 2002, versie 6.0, 01-02-2018, Het nemen van grondwatermonsters Protocol 2018, versie 3.2, 10-03-2016: Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem Wijzigingsblad bij BRL SIKB 2000, versie 1, 28-03-2019 Besluit bodemkwaliteit (Staatsblad, 3 december 2007, nr 469) Inwerkingtredingsbesluit (Staatsblad, 10 december 2007, nr 571) Regeling bodemkwaliteit (Staatscourant, 20 december 2007, nr 247) Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 (Staatscourant 2013, nr 16675, 27 juni 2013) www.topotijdreis.nl www.dinoloket.nl www.grondwatertools.nl www.ahn.nl www.bodemdata.nl www.archeologieinnederland.nl Informatie van gemeente (archief bouw- en milieuvergunningen, ondergrondse tanks) Informatie van gemeentelijke bodemkwaliteitskaart Informatie van gemeentelijke bodemfunctiekaart Informatie van de eigenaar/terreingebruiker Locatiebezoek en terreinverkenning Informatie uit eerder uitgevoerde bodemonderzoeken Luchtfoto (Google earth) Kadaster on line
Datum: Pagina:
19 december 2022 24 / 24
BIJLAGE 1 Regionale en kadastrale (situatie)schets (aantal pagina’s : 2)
Topografische kaart met ligging locatie ( )
Kaart met kadastrale percelen en ligging locatie ( )
BIJLAGE 2 Situatieschets met boringen, gaten en peilbuis (aantal pagina’s: 1)
0
5
10
15
20
25m
Project: "EMMABAAN 69" KOEWACHT
Bijlage
2
Omschrijving: VERKENNEND BODEMONDERZOEK INCLUSIEF ASBEST Situering boringen, gaten, peilbuis en fotostanden. Get.:
Datum:
A.O.
14-12-2022
Gezien:
Datum:
Postbus 1817 4700 B.V. Roosendaal Tel. +31(0)165 56 5910 www.wematech.nl* bodemadviseurs@wematech.nl
Wematech Bodem Adviseurs B.V.
Opmerkingen: maten in meters Projectnummer: Tekeningnummer: Form. A3 VBB-50220639 5022063910.DWG Wijzigingen: Schaal: 1: 500 A: B: C:
BIJLAGE 3 Profielbeschrijvingen grondboringen en gaten (aantal pagina’s: 3)
Gat: G01 lengte:
0breedte:
Gat: G02
34,00 34,00
0
1 -30
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, sporen stenen, donker grijsbruin, Schep
Gat: G03
lengte: 0breedte:
34,00 35,00
0
braak
-30
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, donker grijsbruin, Schep
0
braak
1
Gat: G04
32,00 34,00
0
1 -30
braak Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak baksteenhoudend, zwak plastichoudend, zwak metaalhoudend, donker grijsbruin, Schep
Gat: G05
lengte: 0breedte:
lengte:
0breedte:
lengte:
0breedte:
32,00 31,00 1
-30
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak baksteenhoudend, donker grijsbruin, Schep
Gat: G06
33,00 33,00
0
braak
-30
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak baksteenhoudend, zwak steenhoudend, sporen plastic, donker grijsbruin, Schep
1
-50
50
lengte:
0breedte:
32,00 33,00
0
braak
-30
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, donker grijsbruin, Schep
0
braak
-30
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, donker grijsbruin, Schep
0
braak
1
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor
Gat: G07 lengte:
0breedte:
Gat: G08
37,00 38,00
0
braak
-30
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, matig baksteenhoudend, zwak steenhoudend, donker grijsbruin, Schep
0
braak
-30
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, donker grijsbruin, Schep
1
Gat: G09
lengte: 0breedte:
34,00 35,00 1
Gat: G10
34,00 38,00 1
50
-50
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor
0
braak
Gat: G11
lengte: 0breedte:
lengte:
0breedte:
lengte:
0breedte:
37,00 37,00 1
-30
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, sporen stenen, donker grijsbruin, Schep
Gat: G12
34,00 33,00 1
-30
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, sporen stenen, donker grijsbruin, Schep
lengte:
0breedte:
34,00 33,00
0
braak
-30
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, matig baksteenhoudend, sterk dakpan houdend, donker roodbruin, Schep
1
Projectcode:VBB-220639 Locatie: Koewacht
Boring: 01 0
Boring: 02 0
erf
20
Sterk betonhoudend, sterk baksteenhoudend, Edelmanboor
50
50
60
erf Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor
1
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, Edelmanboor
1 50
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht beigegrijs, Edelmanboor 2 100
3 150
150
Zand, matig fijn, matig siltig, licht beigegrijs, Edelmanboor 4 200
200
Boring: 03
Boring: 04 0
0 1
30
2 50
50
3 80
erf Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sterk asfalthoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor
0
1 50
20
Sterk betonhoudend, sterk baksteenhoudend, Edelmanboor
40
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor
70
Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor
0
erf
2
Boring: 06 0
erf
20
Sterk betonhoudend, sterk baksteenhoudend, sterk steenhoudend, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, Edelmanboor
1
50
erf
Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraal bruinbeige, Edelmanboor
Boring: 05 0
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor
1 50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht beigegrijs, Edelmanboor
70
2 100 3 150
150
Zand, matig fijn, matig siltig, licht beigegrijs, Zuigerboor 4
200 5 250 6 290
Boring: 07
Boring: 08 0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor
1 50
erf
50
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor
1 50
erf
50
Projectcode:VBB-220639 Locatie:Koewacht
Boring: 09
Boring: 10 0
0
erf Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, Edelmanboor
0
0
erf
20
Sterk baksteenhoudend, Edelmanboor
1 50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht beigegrijs, Edelmanboor
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor
1
50
70
2 100
100
Zand, matig fijn, matig siltig, licht beigegrijs, Edelmanboor 3
150 4 200
200
Boring: 11
Boring: 12 0
0
erf Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor
1 50
50
50
50
Boring: 101 0
erf Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor
1 50
50
erf Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor
1
Boring: 13 0
0
0
0
0
erf Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor
1 50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht grijsbeige, Edelmanboor 2 100
100
Zand, matig fijn, matig siltig, licht beigegrijs, Edelmanboor 3 150
150
Boring: 102
Boring: 103 0
0
erf Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor
1 50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht grijsbeige, Edelmanboor
50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, licht bruinbeige, Edelmanboor 2
100
Zand, matig fijn, matig siltig, licht beigegrijs, Edelmanboor
100
100
3 150
erf Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor