2024-11-14 B3 - Oorspronkelijke opzet vergelijkende onderzoek welzijn - rekenkamers Hulst - Sluis - Terneuzen
Tekst van het document
Leerpunten bij de inzet van de brede welzijnsorganisaties Opzet vergelijkend onderzoek rekenkamers Hulst, Sluis en Terneuzen Versie: 27 augustus 2024 (definitief)
1. Inleiding De rekenkamers Hulst, Sluis en Terneuzen besloten tot het uitvoeren van een vergelijkend onderzoek naar de leerpunten bij de inzet van de brede welzijnsorganisaties binnen de drie gemeenten. De rekenkamers Met de, voor de drie Zeeuws-Vlaamse gemeenten Hulst, Sluis en Terneuzen gelijkluidende ‘Verordening gemeentelijke rekenkamer’ werden de ‘Rekenkamers in Hulst, Sluis en Terneuzen’ ingesteld met ingang van 1 januari 2024. De rekenkamers functioneren als een personele unie. De rekenkamers ondersteunen de gemeenteraden van Hulst, Sluis en Terneuzen bij de kader stellende en controlerende rol. Tot stad komen onderzoeksprogramma De rekenkamers functioneren allereerst onafhankelijk, ook maken zij zelf het onderzoeksprogramma. Binnen de kaders van deze onafhankelijkheid zoeken de rekenkamers nadrukkelijk de verbondenheid met de gemeenteraden. De rekenkamers stemmen periodiek af met de, vanuit de drie gemeenteraden functionerende, begeleidingscommissies. Ook vond begin 2024 bij alle drie de gemeenten een raadsinformatiebijeenkomst plaats waar raadleden een breed scala aan onderzoeksuggesties aan de rekenkamers aanreikten.
In paragraaf 2 komt in beeld ‘Waarom een onderzoek naar de leerpunten bij de inzet van de brede welzijnsorganisaties?’. In paragraaf 3 komen het doel, de vraagstelling en de afbakening in beeld. In paragraaf 4 komen de aanpak en planning van het onderzoek in beeld, uitgewerkt naar fasering, opzet, planning in de tijd en prognose ureninzet.
2. Waarom een onderzoek naar de leerpunten bij de inzet van de brede welzijnsorganisaties? De keuze voor het onderzoek naar welzijnsdienstverlening Op basis van de suggesties van gemeenteraadsleden en gesprekken met de begeleidingscommissies besloten de rekenkamers tot de uitvoering van een drie-gemeenten-breed vergelijkend onderzoek naar de leerpunten bij de inzet van de drie brede welzijnsorganisaties. In opdracht van gemeente Hulst voert Stichting Hulst voor Elkaar brede welzijnsdiensten uit. Binnen Sluis doet de gemeentelijke afdeling Porthos Sluis dit. In opdracht van gemeente Terneuzen voert het Grensoverschrijdend Openbaar Lichaam aan-z dit uit. Binnen de gemeenteraden spelen er vragen over de inzet, uitvoering en effecten van de van de drie brede welzijnsorganisaties. De vragen betreffen onder meer de mate van aansluiting bij wensen en behoeften van de, deels kwetsbare, doelgroepen tot de mate van efficiënte uitvoering binnen budget. De vragen verschillen per gemeente. De uitvoering verschilt ook per gemeente. Alle drie op een eigen wijze, met een eigen pakket en met eigen krachten en leerpunten. De aansluiting bij selectiecriteria De rekenkamers selecteren onderzoeksonderwerpen aan de hand van criteria.
Het vergelijkend onderzoek naar de welzijnsdienstverlening 1) raakt bestaand beleid, 2) heeft een maatschappelijk belang, 3) biedt perspectief op lessen naar de toekomst.
3. Het doel en de vraagstelling bij het onderzoek Doel Met het vergelijkend onderzoek naar de impact van de brede welzijnsorganisatie binnen de drie gemeenten beogen de rekenkamers inzicht te geven in: • de verschillen en overeenkomsten tussen de drie uitvoeringspraktijken; • de sterke punten en de leerpunten vanuit de drie uitvoeringspraktijken; • lessen voor de toekomst. Centrale vraagstelling Hoe verloopt, per gemeente, de uitvoering van welzijnsdiensten in Hulst door Hulst voor Elkaar, in Sluis door Porthos en in Terneuzen door aan-z en wat zijn van hieruit de leerpunten? Deelvragen 1. Wat zijn, per gemeente, de cruciale strategische beleidsdoelen? 2. Welke opdracht geeft ieder van de drie gemeenten aan diens brede welzijnsorganisatie? 3. Wat zijn, per uitvoeringsorganisatie, de kritische kenmerken van de uitvoeringspraktijk? 4. Wat zien, per uitvoeringsorganisatie, de betrokken gemeente en organisatie, als de sterke kanten en te ontwikkelen kanten binnen de uitvoeringspraktijk? 5. Waarover zijn, per uitvoeringsorganisatie, vertegenwoordigers van gebruikers bij uitstek tevreden over en waar zijn zij minder tevreden over? 6. Welke lessen zijn te trekken op weg naar doorontwikkeling van de impact van de brede welzijnsorganisaties in Zeeuws Vlaanderen. Afbakening De gemeentelijke opgaven, vallend onder de noemer welzijn, zijn breed en veelomvattend.
Niet alle aspecten van deze opgaven worden uitgevoerd door de specifieke brede welzijnsorganisatie. Dit onderzoek beperkt zich tot het pakket activiteiten die de onderscheiden welzijnsorganisaties binnen hun gemeente uitvoeren. Het onderzoek is niet primair gericht op het financieel belang van de gemeente.
4. Aanpak en planning Fasering 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Vooronderzoek Inventariserend feitenonderzoek Inventariserend ervaringsonderzoek Opmaken bevindingen en rapportage Presentatie en publicatie Afsluiting
Opzet 1. Vooronderzoek Aanscherpen van de concept onderzoeksopzet op basis van eerste globaal bronnenonderzoek en gesprekken met de drie gemeentesecretarissen. Vaststellen van de definitieve onderzoekopzet. 2. Inventariserend feitenonderzoek 2.1 Schriftelijk en digitaal bronnenonderzoek en waar nodig toelichting door betrokken functionarissen naar: • het betrokken beleidskader per gemeente • de gemeentelijke opdracht aan uitvoeringsorganisatie • de onderlinge uitvoeringsafspraken
•
de planning en verantwoording door de uitvoeringsorganisatie.
3. Inventariserend ervaringsonderzoek Interviews met betrokkenen per gemeente: 3.1 de gemeentelijke beleidsmedewerkers 3.2 de leiding van de uitvoeringsorganisatie 3.3 de vertegenwoordigers van gebruikers(-groepen), denk hierbij bijvoorbeeld aan cliëntenraad, adviesraad en de onafhankelijke meedenkers (onafhankelijke cliënt ondersteuning). Daar waar aan de orde kunnen vervolggesprekken plaatsvinden op punten die nadere toelichting behoeven. 4. Opmaken bevindingen en definitieve rapportage 4.1 Eerste weergave bevindingen 4.2 Analyse bevindingen 4.3 Opmaken concept rapport exclusief conclusies en aanbevelingen 4.4 Hoor – wederhoor ambtelijk en het bestuur van de uitvoeringsorganisaties 4.5 Opmaken conclusies en aanbevelingen 4.6 Bestuurlijke reactie door de colleges van de gemeenten 4.7 Vaststellen definitieve rapportage 5. Presentatie en publicatie 6.1 Presentatie onderzoeksresultaat aan raden / raadscommissies 6.2 Publicatie rapport op websites gemeenten en NVRR 6. Afsluiting onderzoek 6.1 Evaluatie onderzoek 6.2 Afsluiting onderzoek Planning in de tijd en ureninzet Stap 1. Vooronderzoek 2. Inventariserend feitenonderzoek 3. Inventariserend ervaringsonderzoek 4. Definitieve rapportage 5. Presentatie en publicatie 6. Afsluiting
Planning gereed Half augustus Eind september Eind oktober Half november < af te stemmen met griffies > < nader te bepalen > Totaal uren
Ureninzet 30 60 60 40 16 4 210