2024-11-14 B3 - Gewijzigde opzet vergelijkende onderzoek welzijn - rekenkamers Hulst - Sluis - Terneuzen (12-10-2024)
Tekst van het document
Leerpunten bij de inzet van de brede welzijnsorganisaties Vergelijkend onderzoek rekenkamers Hulst, Sluis en Terneuzen – gewijzigde opzet 12 oktober 2024
1. Inleiding De rekenkamers Hulst, Sluis en Terneuzen besloten tot het uitvoeren van een vergelijkend onderzoek naar de leerpunten bij de inzet van de brede welzijnsorganisaties binnen de drie gemeenten. Op 19 september publiceerde de PZC een artikel over de cultuur binnen Porthos Sluis. De publicatie van dit artikel raakt ons onderzoek. We voerden overleg met de gemeente Sluis. Wij concludeerden dat voortzetting van het onderzoek in de bestaande opzet onwenselijk is. De rekenkamers besloten vervolgens tot beperking van het onderzoek tot het feitenonderzoek c.q. het beoogde ervaringsonderzoek (nu) niet uit te voeren. De rekenkamers Met de, voor de drie Zeeuws-Vlaamse gemeenten Hulst, Sluis en Terneuzen gelijkluidende ‘Verordening gemeentelijke rekenkamer’ werden de ‘Rekenkamers in Hulst, Sluis en Terneuzen’ ingesteld met ingang van 1 januari 2024. De rekenkamers functioneren als een personele unie. De rekenkamers ondersteunen de gemeenteraden van Hulst, Sluis en Terneuzen bij de kader stellende en controlerende rol. Tot stand komen onderzoeksprogramma De rekenkamers functioneren allereerst onafhankelijk, ook maken zij zelf het onderzoeksprogramma. Binnen de kaders van deze onafhankelijkheid zoeken de rekenkamers nadrukkelijk de verbondenheid met de gemeenteraden. De rekenkamers stemmen periodiek af met de, vanuit de drie gemeenteraden functionerende, begeleidingscommissies.
Ook vond begin 2024 bij alle drie de gemeenten een raadsinformatiebijeenkomst plaats waar raadleden een breed scala aan onderzoeksuggesties aan de rekenkamers aanreikten.
In paragraaf 2 komt in beeld ‘Waarom een onderzoek naar de leerpunten bij de inzet van de brede welzijnsorganisaties?’. In paragraaf 3 komen het doel, de vraagstelling en de afbakening in beeld. In paragraaf 4 komen de aanpak en planning van het onderzoek in beeld, uitgewerkt naar fasering, opzet, planning in de tijd en prognose ureninzet.
2. Waarom een onderzoek naar de leerpunten bij de inzet van de brede welzijnsorganisaties? De keuze voor het onderzoek naar welzijnsdienstverlening Op basis van de suggesties van gemeenteraadsleden en gesprekken met de begeleidingscommissies besloten de rekenkamers tot de uitvoering van een drie-gemeenten-breed vergelijkend onderzoek naar de leerpunten bij de inzet van de drie brede welzijnsorganisaties. In opdracht van gemeente Hulst voert Stichting Hulst voor Elkaar brede welzijnsdiensten uit. Binnen gemeente Sluis doet de gemeentelijke afdeling Porthos Sluis dit, in opdracht van gemeente Terneuzen voert de Benelux Groepering voor Territoriale Samenwerking (BGTS) aan-z dit uit. Binnen de gemeenteraden spelen er vragen over de inzet, uitvoering en effecten van de drie brede welzijnsorganisaties. De vragen betreffen onder meer de mate van aansluiting bij wensen en behoeften van de, deels kwetsbare, doelgroepen tot de mate van efficiënte uitvoering binnen budget. De vragen verschillen per gemeente. De uitvoering verschilt ook per gemeente, alle drie op een eigen wijze en met een eigen activiteitenpakket.
De aansluiting bij selectiecriteria De rekenkamers selecteren onderzoeksonderwerpen aan de hand van criteria. Het vergelijkend onderzoek naar de welzijnsdienstverlening 1) raakt bestaand beleid, 2) heeft een maatschappelijk belang, 3) biedt perspectief op lessen naar de toekomst.
3. Het doel en de vraagstelling bij het onderzoek Doel Met het vergelijkend onderzoek naar de brede welzijnsorganisatie binnen de drie gemeenten beogen de rekenkamers inzicht te geven in: • de feitelijke verschillen en overeenkomsten tussen de drie uitvoeringspraktijken; • de ontwikkelpunten naar de toekomst. Centrale vraagstelling Hoe verloopt, per gemeente, de opdrachtverstrekking en uitvoering van welzijnsdiensten in Hulst door Hulst voor Elkaar, in Sluis door Porthos en in Terneuzen door aan-z en wat zijn van hieruit mogelijke leerpunten naar de toekomst? Deelvragen 1. Wat zijn, per gemeente, de speerpunten van beleid? 2. Welke opdracht geeft ieder van de drie gemeenten aan diens brede welzijnsorganisatie? 3. Wat zijn, per uitvoeringsorganisatie, de kritische kenmerken van de uitvoeringspraktijk? 4. Wat zijn, per gemeente en uitvoeringsorganisatie, de cruciale kengegevens? 5. Hoe wordt er Zeeuws Vlaams breed samengewerkt door gemeenten en uitvoeringsorganisaties? 6. Welke leerpunten op weg naar doorontwikkeling van de brede welzijnsdienstverlening in Zeeuws Vlaanderen zijn in beeld? Afbakening De gemeentelijke opgaven, vallend onder de noemer welzijn, zijn breed en veelomvattend. Niet alle aspecten van deze opgaven worden uitgevoerd door de specifieke brede welzijnsorganisatie.
Dit onderzoek beperkt zich tot het pakket activiteiten die de onderscheiden welzijnsorganisaties binnen hun gemeente uitvoeren. Het onderzoek betreft een feitenonderzoek, niet een onderzoek naar brede impact en ervaringen. Het onderzoek is niet primair gericht op het financieel belang van de gemeente.
4. Aanpak en planning Fasering 1. 2. 3. 4. 5.
Vooronderzoek Inventariserend feitenonderzoek Opmaken bevindingen en rapportage Presentatie en publicatie Afsluiting
Opzet 1. Vooronderzoek Aanscherpen van de concept onderzoeksopzet op basis van eerste globaal bronnenonderzoek en gesprekken met de drie gemeentesecretarissen. Vaststellen van de definitieve onderzoekopzet. 2. Inventariserend feitenonderzoek 2.1 Schriftelijk en digitaal bronnenonderzoek naar:
• het betrokken beleidskader per gemeente en de speerpunten hierbinnen • de gemeentelijke opdracht aan uitvoeringsorganisatie • het werkproces op hoofdlijnen • de planning en verantwoording door de uitvoeringsorganisaties • de kengegevens 2.2 Verdiepend feitenonderzoek op basis van gesprekken met en nadere informatieverstrekking door: • gemeentelijke (beleids-)medewerkers • de leiding van de uitvoeringsorganisaties 3. Opmaken bevindingen en definitieve rapportage 4.1 Eerste weergave bevindingen 4.2 Analyse bevindingen 4.3 Opmaken concept rapport exclusief conclusies en aanbevelingen 4.4 Wederhoor ambtelijk en het bestuur van de uitvoeringsorganisaties 4.5 Opmaken conclusies en aanbevelingen 4.6 Bestuurlijke reactie door de colleges van de gemeenten 4.7 Vaststellen definitieve rapportage 4. Presentatie en publicatie 5.1 Presentatie onderzoeksresultaat aan raden / raadscommissies 5.2 Publicatie rapport op websites gemeenten en NVRR 5. Afsluiting onderzoek 6.1 Evaluatie onderzoek 6.2 Afsluiting onderzoek Planning in de tijd en ureninzet Stap 1. Vooronderzoek 2. Inventariserend feitenonderzoek 3. Definitieve rapportage 4. Presentatie en publicatie 5. Afsluiting
Planning gereed Half augustus Eerste helft november Eind december < af te stemmen met griffies > < nader te bepalen > Totaal uren
Ureninzet 30 90 40 16 4 180