2024-11-14 12.A. Toelichting per belastingverordening 2025
Tekst van het document
Zaaknummer: 370910
Bijlage 12.A bij het raadsvoorstel ‘Belastingverordeningen 2025’ Inhoudsopgave Inleiding ................................................................................................................................. 2 Verordening onroerende-zaakbelastingen 2025 .................................................................... 3 Verordening reinigingsheffingen 2025 ................................................................................... 5 Verordening rioolheffing 2025................................................................................................ 6 Verordening forensenbelasting 2025 ..................................................................................... 7 Verordening toeristenbelasting 2025 ..................................................................................... 8 Verordening hondenbelasting 2025 .......................................................................................
9 Verordening parkeerbelastingen 2025 en Kostenbesluit naheffingsaanslag parkeerbelastingen 2025 ......................................................................................................10 Verordening markt- en standplaatsgelden 2025 ...................................................................11 Verordening lijkbezorgingsrechten 2025 ...............................................................................12 Legesverordening 2025 ........................................................................................................13 Overzicht belangrijkste tarieven 2025 ...................................................................................14
1
Inleiding Jaarlijks actualiseren wij de belastingverordeningen. Wij leggen de nieuwe verordeningen ter besluitvorming voor aan de gemeenteraad, onder intrekking van de oude verordeningen. De belastingverordeningen vormen de wettelijke grondslag voor het heffen van gemeentelijke belastingen en rechten. Uitgangspunt lokale heffingen Het uitgangspunt voor het heffingenbeleid staat vermeld in het Bestuursakkoord 2022-2026 ‘Goed leven in Terneuzen. Verder bouwen aan een duurzame toekomst’. We corrigeren de lasten voor onze inwoners met niet meer dan het jaarlijkse prijspeil, tenzij meer noodzakelijk blijkt. Voor de afvalstoffenheffing en rioolheffing streven we naar kostendekkende tarieven. Bij het opstellen van de begroting 2024 hebben we er echter voor gekozen om de extra verhoging te matigen. In drie stapjes willen we bereiken dat we in 2026 100% kostendekkend zijn. We verhogen de heffingen in 2025 om de investeringen te doen die nodig zijn om de ambities uit het bestuursakkoord uit te voeren. Als we de belastingverhogingen niet doorvoeren zullen we keuzes moeten maken in wat we als gemeente wel en niet kunnen doen. We passen de tarieven van de lokale heffingen aan met de inflatiecorrectie volgens de landelijke afgeleide consumentenprijsindex (CPI). Dat is 2,4%. Dit is het uitgangspunt voor onze berekeningen.
Belastingopbrengsten 2025 en tarieven In deze bijlage geven wij per verordening de geraamde opbrengsten 2025 weer. Wij verwijzen u ook naar de Paragraaf Lokale Heffingen van de begroting 2025. Aan het slot van deze bijlage geven wij u een overzicht van de belangrijkste tarieven in 2025.
2
Verordening onroerende-zaakbelastingen 2025 Bij de onroerende-zaakbelastingen onderscheiden wij de volgende categorieën: • woningen eigendom; • niet-woningen eigendom; • niet-woningen gebruik. Elke categorie heeft een eigen heffingsgrondslag en tarief. In artikel 5 van de Verordening onroerende-zaakbelastingen staat voor elke categorie het belastingtarief voor het jaar 2025. Onderstaand lichten wij de berekening van de heffingsgrondslag en het tarief toe. Heffingsgrondslag Van Sabewa Zeeland ontvingen wij een prognose van de heffingsgrondslag 2025 per categorie. De heffingsgrondslag vormt de WOZ-waarden van objecten die voor een belastingaanslag in aanmerking komen. Voor de WOZ-waarde 2025 geldt als waardepeildatum 1 januari 2024. Sabewa Zeeland houdt voor de prognose van de heffingsgrondslag rekening met: • de nieuwe WOZ-waarden; • areaalontwikkeling (prognose over nieuwe woningen, nieuwe bedrijfspanden, sloop van gebouwen); • leegstand van niet-woningen. Daarnaast geeft Sabewa Zeeland de percentages door van de geprognosticeerde waardeontwikkeling van de woningen en niet-woningen. Deze waardestijging of waardedaling is verdisconteerd in de nieuwe WOZ-waarden 2025. Tarieven 2025 Het uitgangspunt voor de tarieven 2025 zijn de tarieven van het voorgaand jaar (2024).
De tarieven verhogen we in 2025 met 2,4%, waarbij de waardeontwikkeling van de woningen en niet-woningen gecorrigeerd wordt op het tarief. Hiermee bereiken we dat voor de belastingbetaler de lastendruk van de OZB gemiddeld stijgt met 2,4% (uiteraard varieert de individuele belastingdruk van de OZB afhankelijk van de waardeontwikkeling van de desbetreffende onroerende-zaak). De OZB tarieven zijn in 2025 als volgt: tarief 2024
tariefaanpassing
waardeontwikkeling
tarief 2025
Woningen eigenaar
0,1274%
2,4%
5,00%
0,1242%
Niet-woningen eigenaar
0,3357%
2,4%
1,16%
0,3399%
Niet-woningen gebruiker
0,2695%
2,4%
1,16%
0,2728% 3
Doordat de geprognosticeerde waardeontwikkeling van de woningen (5,0%) hoger is dan de indexatie van 2,4%, daalt het tarief in 2025 ten opzichte van 2024. Het tarief voor eigenaren en gebruikers van niet-woningen stijgt in 2025. Dit is het gevolg van de geprognosticeerde waardestijging (1,16%) van de niet-woningen en de indexatie van het tarief met 2,4%. Raming opbrengst in 2025 De raming van de opbrengsten van de onroerendezaak-belastingen in 2025 bepalen wij door de heffingsgrondslag te vermenigvuldigen met het tarief. In de Kaderbrief 2025-2028 raamden wij de opbrengst OZB op afgerond € 21.398.000. Een nieuwe prognose en actualisatie van de heffingsgrondslag voor de OZB door Sabewa Zeeland zorgt ervoor dat wij hogere opbrengsten verwachten van € 502.000. We ramen deze structureel hogere opbrengsten bij in de begroting 2025. Met deze mutatie verwachten we in 2025 een opbrengst OZB van afgerond € 21.900.000.
4
Verordening reinigingsheffingen 2025 De Verordening reinigingsheffingen 2025 omvat 2 heffingen: • de afvalstoffenheffing (hoofdstuk 1 en hoofdstuk 2 van de tarieventabel); • de reinigingsrechten (hoofdstuk 3 van de tarieventabel). Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing vloeit voort uit de wettelijke taak van de gemeente om tenminste eenmaal per week de huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. In 2025 indexeren we de tarieven met 2,4%. Bij het opstellen van de begroting 2025 blijkt dat met een tariefsverhoging van 2,4% de opbrengsten niet alle kosten dekken. Om in 2025 100% kostendekkendheid te bereiken, zouden de tarieven extra verhoogd moeten worden met 8,8% (totaal 11,2%). We kiezen er echter voor om de extra verhoging te matigen. In drie stapjes willen we bereiken dat we in 2026 100% kostendekkend zijn. In 2025 verhogen we de tarieven daarom met 5,9% extra. De stijging bedraagt hierdoor in 2025 8,3%. De tarieven voor de afvalstoffenheffing bedragen in 2025 voor een: • eenpersoonshuishouden: € 369,10 per jaar; • meerpersoonshuishouden: € 431,70 per jaar. De bovenstaande tarieven vermelden wij in hoofdstuk 1 van de tarieventabel. Onder hoofdstuk 1 van de tarieventabel van de Verordening afvalstoffenheffing 2025 is de formulering onder artikel 1.3 aangepast naar: ‘geen personen ingeschreven in de gemeentelijke basisregistratie’.
Deze aanpassing is doorgevoerd om de uitvoering van de heffing eenvoudiger en efficiënter te maken. Reinigingsrechten In hoofdstuk 3 bepalen wij de tarieven voor ledigen van beer- of zinkputten, septictanks, en het verwijderen van de daarin verzamelde afvalstoffen. Deze tarieven indexeerden wij met 2,4%. Opbrengst en kostendekkendheid afvalstoffenheffing 2025 In de begroting 2025 raamden wij de opbrengsten voor de afvalstoffenheffing op afgerond € 10.495.000. De kostendekkendheid voor de afvalstoffenheffing bedraagt 97,5%.
5
Verordening rioolheffing 2025 Heffingsgrondslag en tarief Wij heffen rioolheffing van eigenaren over de waarde in het economisch verkeer van hun perceel (WOZ-waarde). Voor de WOZ-waarde 2025 geldt als waardepeildatum 1 januari 2024. In 2025 indexeren we de tarieven met 2,4%. Bij het opstellen van de begroting 2025 blijkt dat met een tariefsverhoging van 2,4% de opbrengsten niet alle kosten dekken. Om in 2025 100% kostendekkendheid te bereiken, zouden de tarieven extra verhoogd moeten worden met 6,4% (totaal 8,8%). We kiezen er echter voor om de extra verhoging te matigen. In drie stapjes willen we bereiken dat we in 2026 100% kostendekkend zijn. In 2025 verhogen we de tarieven daarom met 5,8% extra. De stijging bedraagt hierdoor in 2025 8,2%. Gelijk aan de tariefbepaling bij de onroerende-zaakbelastingen corrigeren wij het tarief voor de rioolheffing met de waardeontwikkeling. Sabewa Zeeland bepaalde het percentage van de waardeontwikkeling van de objecten die voor de rioolheffing aangeslagen worden op 4,67%. Rekening houdend met het bovenstaande bedraagt het tarief voor de rioolheffing in 2025 0,0868%. tarief 2024 Eigenaren woningen en niet-woningen
0,0840%
tariefwaardeaanpassing ontwikkeling 2,4%
4,67%
extra verhoging
tarief 2025
5,8%
0,0868%
Raming opbrengst in 2025 en kostendekkendheid Uit de begroting 2025 volgt dat het dekkingspercentage 99,5% is. De raming van de opbrengsten van de rioolheffing in 2025 bepalen wij door de heffingsgrondslag te vermenigvuldigen met het tarief. In de Kaderbrief 2025-2028 raamden wij de opbrengst rioolheffing op afgerond € 7.367.000. Deze raming verlagen wij structureel met € 446.000 in de begroting 2025. Bij het opstellen van de begroting 2025 is gebleken dat de kapitaallasten door uitgestelde investeringen lager uitvallen dan bij de Kaderbrief 2025-2028 verwacht. De lagere kapitaallasten leiden ertoe dat, ondanks de tariefsverhoging, de verwachte opbrengsten naar beneden moeten worden bijgesteld. Met deze mutaties verwachten we in 2025 een opbrengst rioolheffing van afgerond € 6.921.000.
6
Verordening forensenbelasting 2025 Het tarief van de forensenbelasting verhogen wij met 2,4%. Per 1 januari 2025 bedraagt het tarief voor de forensenbelasting 0,9265% van de WOZ-waarde van de aangeslagen objecten. Bij de tariefbepaling is rekening gehouden met de gemiddelde waardestijging van 5,0% voor woningen. In de begroting 2025 zijn de inkomsten aan forensenbelasting geraamd op € 284.000. Toelichting samenloopvrijstelling forensen- en toeristenbelasting In de Verordening toeristenbelasting stond de volgende vrijstelling opgenomen: ‘De belasting wordt niet geheven voor het verblijf van degene die verblijf houdt in een gemeubileerde woning voor welk verblijf forensenbelasting is verschuldigd.’ Uit de praktijk blijkt dat de interpretatie van het woord ‘verblijf’ kan verschillen. De eerste twee keren dat het woord in de vrijstelling wordt gebruikt betekent het zonder twijfel “het verblijven”, de derde keer zou het dan echter betekenen “de plaats van verblijf”. Uit de modelverordening van de VNG blijkt dat de vrijstelling enkel is bedoeld voor het verblijf van de betrokkene zelf. Met de vrijstelling wordt beoogd om dubbele heffing van forensen- en toeristenbelasting te voorkomen in gevallen waarin zich voor beide heffingen een belastbaar feit voordoet.
In de praktijk komt het voor dat mensen meer dan 90 dagen een gemeubileerde woonruimte huren (bijvoorbeeld bij een stacaravan of een standplaats). In dat geval doet zich niet alleen het belastbaar feit van de toeristenbelasting voor (overnachten tegen vergoeding) maar ook dat van de forensenbelasting (90 dagen of meer beschikken over een gemeubileerde woonruimte). Sabewa Zeeland adviseert haar deelnemers om de vrijstelling aan te passen. Wij hebben ervoor gekozen om de aangepaste vrijstelling op te nemen in de verordening forensenbelasting. De belastingplichtige van de toeristenbelasting is de eigenaar van de verhuurde woning. Voor de forensenbelasting is de belastingplichtige de gebruiker van de gemeubileerde woonruimte. In dit geval is de toeristenbelasting eenvoudiger op aanslag te brengen omdat de belastingplichtige goed vindbaar is.
Omdat we onze belastingen zo eenvoudig en efficiënt mogelijk willen uitvoeren hebben we ervoor gekozen om de volgende vrijstelling op te nemen in de Verordening forensenbelasting 2025: ‘De belasting wordt niet geheven als de belastingplichtige of zijn gezin verblijf houdt in de voor hen beschikbaar gehouden gemeubileerde woning en ter zake van dit verblijf ook toeristenbelasting wordt geheven overeenkomstig de verordening toeristenbelasting.’ De formulering van deze vrijstelling is zodanig dat er geen twijfel kan bestaan dat het enkel om het verblijf van betrokkene zelf gaat. De vrijstelling in de Verordening toeristenbelasting 2025 is verwijderd.
7
Verordening toeristenbelasting 2025 Wij heffen toeristenbelasting van degene die gelegenheid biedt tot verblijf (de ondernemer). Het is uiteindelijk de gast van buiten de gemeente die de belasting betaalt. De ondernemer mag de belasting namelijk doorberekenen aan zijn gast. Wanneer deze niet-inwoners voor kortere tijd in de gemeente verblijven, profiteren zij van de gemeentelijke voorzieningen. De toeristenbelasting zien wij daarom als een tegemoetkoming in de kosten van de gemeentelijke huishouding. Wij verhogen het tarief met 2,4%. Met ingang van 1 januari 2025 bedraagt het tarief € 1,84 per overnachting. Voor het heffen van toeristenbelasting stellen we aan de overnachting geen eisen van toeristische of recreatieve aard. Dit betekent dat ook een betaald verblijf met overnachting zonder toeristische of recreatieve aanleiding tot belastingplicht leidt. De inkomsten aan toeristenbelasting ramen wij voor 2025 op afgerond € 592.000. In de Verordening toeristenbelasting 2025 is de samenloopvrijstelling onder artikel 4, lid 3 verwijderd. Voor een aanvullende toelichting verwijzen we u naar de tekst onder ‘Verordening forensenbelasting 2025’.
8
Verordening hondenbelasting 2025 De tarieven van de hondenbelasting verhogen wij met 2,4%. Per 1 januari 2025 bedraagt het tarief voor een eerste hond € 84,00 en € 188,00 voor een tweede en volgende hond. Het kenneltarief bedraagt € 336,00 per kennel. Voor 2025 bedragen de begrote inkomsten aan hondenbelasting afgerond € 409.000.
9
Verordening parkeerbelastingen 2025 en Kostenbesluit naheffingsaanslag parkeerbelastingen 2025 In 2023 is de Parkeernota 2023-2033 gemeente Terneuzen vastgesteld en zijn de tarieven van de parkeerbelasting (straatparkeren) en de parkeerheffingen (parkeergarages) bepaald. Als gevolg van dit parkeerbeleid wijzigen wij het tarief voor straatparkeren (€ 1,60 per uur) en het tarief voor de parkeergarages (€ 1,40 per uur) niet. De tarieven voor de parkeervergunningen voor het straatparkeren en de parkeergarages indexeren wij met 2,4%. In de Verordening parkeerbelastingen 2025 en de bijbehorende tarieventabel zijn de tarieven voor straatparkeren vastgelegd. De tarieven voor de parkeergarages bepalen wij via een afzonderlijke tarieventabel. Het college van burgemeester en wethouders stelt deze tarieven vast. Onder verwijzing naar het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen en artikel 10 uit de Verordening hebben wij een onderbouwing gemaakt van de kosten voor de naheffingsaanslag. Via een afzonderlijk besluit – Kostenbesluit naheffingsaanslag parkeerbelastingen 2025 – stellen wij voor het bedrag van de naheffingsaanslag parkeren vast te stellen op € 78,80. Dit is het wettelijk maximumtarief voor een naheffingsaanslag parkeerbelasting vastgesteld door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties.
Voor 2025 bedragen de begrote inkomsten aan parkeerbelasting en parkeerheffingen in totaliteit afgerond € 1.135.000. De kostendekkendheid voor de parkeerbelastingen bedraagt 98%.
10
Verordening markt- en standplaatsgelden 2025 In de Verordening markt- en standplaatsgelden 2025 verhogen wij de tarieven met 2,4%. Wij wenden 15% van de marktgelden aan promotieactiviteiten ten gunste van de weekmarkt. De inkomsten aan markt- en standplaatsgelden ramen wij voor 2025 op € 52.000. De kostendekkendheid voor markt- en standplaatsgelden bedraagt 27%. Aan artikel 5 van de Verordening markt- en standplaatsgelden zijn voor de tarieven van de standplaatsen en aansluiting op een van gemeentewege aangebrachte elektriciteitskast tijdens het innemen of hebben van een standplaats aanvullende bepalingen opgenomen. Dit maakt voor elk recht onder de standplaatsen facturering per dag, week, maand, kwartaal en jaar mogelijk.
11
Verordening lijkbezorgingsrechten 2025 Lijkbezorgingsrechten brengen wij in rekening voor de dekking van de kosten van de gemeentelijke begraafplaatsen. Wij hanteren het uitgangspunt van 100% kostendekkendheid. De tarieven voor de lijkbezorgingsrechten blijven in 2025 gelijk aan de tarieven van 2023. Het tarief ten behoeve van de latere ruiming van het graf is in 2025 conform het raadsadvies, Vervolgonderzoek tarieven lijkbezorgingsrechten uit 2016, geïndexeerd met 2,4%. Daarnaast zijn er onder artikel 1 en in de tarieventabel een aantal bepalingen opgenomen ten behoeve van het gedenkbos in Hoek.
12
Legesverordening 2025 In de tarieventabel behorende bij de Legesverordening 2025 zijn de legestarieven opgenomen. In zijn algemeenheid geldt dat wij de tarieven verhogen met 2,4%. Uitzondering op deze tariefsverhoging vormen de leges die aan wettelijke maxima gebonden zijn. Daarnaast hebben wij bij het opstellen van de begroting 2025 ervoor gekozen om de tarieven zoals vermeld onder hoofdstuk 2 van de tarieventabel, evenals de bijbehorende opbrengstenraming, niet te verhogen. Deze beslissing is voortgekomen uit het feit dat 2024 het eerste volledige jaar is waarin de Omgevingswet van kracht is. Wij willen de realisatie van kosten en opbrengsten van dit overgangsjaar zorgvuldig evalueren voordat wij aanpassingen aan de tarieven doorvoeren. Kostendekkendheid De Gemeentewet bepaalt dat de Legesverordening als geheel bezien maximaal 100% kostendekkend mag zijn. De kostendekkendheid over de gehele verordening bedraagt 93%. In de begroting 2025 zijn de inkomsten aan leges geraamd op € 3.616.000.
13
Overzicht belangrijkste tarieven 2025 Belastingsoort
Grondslag
2025
Woningen eigenaar
WOZ-waarde
0,1242%
Niet-woningen eigenaar
WOZ-waarde
0,3399%
Niet-woningen gebruiker
WOZ-waarde
0,2728%
Eenpersoonshuishouden
€ 369,10
Meerpersoonshuishouden
€ 431,70
WOZ-waarde
0,0868%
1e hond
Per hond
€ 84,00
2e hond en volgende
Per hond
€ 188,00
Kennel
Per kennel
€ 336,00
WOZ-waarde
0,9265%
Per overnachting
€
1,84
Parkeren ondergronds
Per uur
€
1,40
Parkeren bovengronds
Per uur
€
1,60
Onroerende zaakbelasting
Afvalstoffenheffing Gebruiker
Rioolheffing Eigenaar woning en niet-woningen Hondenbelasting
Forensenbelasting Eigenaar woning Toeristenbelasting Bezoeker Parkeerbelastingen
14