CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-10-29 a. Zienswijzeprocedure voor het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zeeland - Ontwerpbesluit

gemeenteraad 14 november 2024, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Veiligheidsregio Zeeland: vaststellen zienswijze wijziging gemeenschappelijke regeling25.448 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Artikel 6: Bezwaar en beroep Het algemeen bestuur is bevoegd tot het instellen van een commissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 7: Klachtrecht Het algemeen bestuur is bevoegd tot het vaststellen van een verordening voor de behandeling van klachten als bedoeld in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht. Voor de behandeling van deze klachten wordt aangesloten bij de door de Zeeuwse gemeenten ingestelde Zeeuwse Ombudsman.

HOOFDSTUK 3: HET ALGEMEEN BESTUUR

Artikel 8: Samenstelling van het algemeen bestuur 1.

2.

Het algemeen bestuur van Veiligheidsregio Zeeland bestaat conform het bepaalde in artikel 11, lid 1 van de Wet veiligheidsregio’s uit de burgemeesters van de aan deze regeling deelnemende gemeenten. Bij verhindering of ontstentenis kan een burgemeester zich in het algemeen bestuur laten vervangen overeenkomstig het bepaalde in artikel 77 van de Gemeentewet.

Artikel 9: Bevoegdheden van het algemeen bestuur 1.

2.

3.

4. 5. 6.

Het algemeen bestuur is bevoegd tot regeling en bestuur inzake de aan de Veiligheidsregio Zeeland opgedragen taken en bevoegdheden, voor zover bij de wet of in deze regeling de bevoegdheid daartoe niet aan het dagelijks bestuur of de voorzitter is toegekend. Het algemeen bestuur kan alle bevoegdheden delegeren aan het dagelijks bestuur, tenzij de aard van de bevoegdheid zich tegen delegatie verzet. De gemeenschappelijke regeling gemeentelijke gezondheidsdienst staat onder leiding van een directeur publieke gezondheid, die wordt benoemd door het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling gemeentelijke gezondheidsdienst in overeenstemming met het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zeeland, overeenkomstig art. 14, lid 3 van de Wet publieke gezondheid. Het algemeen bestuur wijst, op voordracht van de gezamenlijke gemeentesecretarissen van de deelnemende gemeenten, de coördinerend gemeentesecretaris aan, die optreedt als functionaris zoals bedoeld in artikel 36 van de Wet veiligheidsregio’s. Het algemeen bestuur kan besluiten ten behoeve van de aan haar opgedragen taken commissies van advies in te stellen. Artikel 24 van de Wet gemeenschappelijke regelingen is van overeenkomstige toepassing op de in het vorige lid genoemde commissies.

Het algemeen bestuur is bevoegd tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dit in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang.

Artikel 10: Werkwijze van het algemeen bestuur 1. 2. 3.

3

Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen vast en brengt dit ter kennis van Gedeputeerde Staten en de deelnemende gemeenten. Het algemeen bestuur vergadert overeenkomstig artikel 22 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar, tenzij met inachtneming van artikel 22 van de Wet gemeenschappelijke regelingen wordt besloten de deuren te sluiten. In een besloten vergadering kan niet worden besloten over: het vaststellen of wijzigen van de begroting; a. het vaststellen van de jaarstukken; b. het invoeren, wijzigen of afschaffen van retributies of andere heffingen; c. het vaststellen, wijzigen of intrekken van verordeningen; d.

Gemeenteblad 2022 nr. 84953

22/64

28 februari 2022

e. f.

g.

h. i. j.

het toetreden tot, het uittreden uit of het wijzigen of opheffen van de gemeenschappelijke regeling; het treffen, wijzigen, verlengen of opheffen van een gemeenschappelijke regeling tussen Veiligheidsregio Zeeland en andere openbare lichamen, alsmede het toetreden tot en het uittreden uit een dergelijke regeling; het oprichten van of deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen en coöperatieve en andere verenigingen, dan wel het ontbinden daarvan of het beëindigen van deelneming daaraan. het vaststellen van een beleidsplan, als bedoeld in artikel 14 van de Wet veiligheidsregio’s; het vaststellen van een risicoprofiel, als bedoeld in artikel 15 van de Wet veiligheidsregio’s; het vaststellen van een crisisplan, als bedoeld in artikel 16 van de Wet veiligheidsregio’s;

Artikel 11: Besluitvorming van het algemeen bestuur 1. 2.

3.

De besluiten van het algemeen bestuur worden genomen bij meerderheid van stemmen. Indien de stemmen staken, dan geeft de stem van de voorzitter de doorslag. De leden voor de gemeenten die zij vertegenwoordigen brengen bij besluiten door het algemeen bestuur over de volgende onderwerpen: het vaststellen of wijzigen van de begroting; a. het vaststellen van de jaarstukken; b. het heffen van rechten als bedoeld in artikel 5, lid 3 van deze regeling c. ieder een stem uit per 5.000 inwoners waarbij de stemmen naar boven worden afgerond op een veelvoud van 5.000. Indien de stemmen staken, geeft de stem van de voorzitter de doorslag. Voor de toepassing van het tweede lid gelden de bevolkingscijfers uit de gemeenten per 1 januari van het voorgaande jaar. Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden aangehouden de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers.

HOOFDSTUK 4: HET DAGELIJKS BESTUUR

Artikel 12: Samenstelling van het dagelijks bestuur 1.

2.

Het dagelijks bestuur bestaat uit drie leden, namelijk de voorzitter van Veiligheidsregio Zeeland, de plaatsvervangend voorzitter van Veiligheidsregio Zeeland en de portefeuillehouder financiën uit het algemeen bestuur. De directeur neemt deel aan de vergaderingen van het dagelijks bestuur, in de rol van ambtelijk secretaris.

Artikel 13: Bevoegdheden van het dagelijks bestuur Het dagelijks bestuur is overeenkomstig artikel 33b, lid 1 en 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen bevoegd: het dagelijks bestuur van Veiligheidsregio Zeeland te voeren, voor zover niet bij of krachtens de a. wet of de regeling het algemeen bestuur hiermee is belast; beslissingen van het algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren; b. regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van Veiligheidsregio Zeeland; c. ambtenaren te benoemen, te schorsen en te ontslaan; d. tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van Veiligheidsregio Zeeland te besluiten, met uitzondering e. van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in art. 31a van de Wet gemeenschappelijke regelingen; te besluiten namens Veiligheidsregio Zeeland, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur f. rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover dit het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist; tot het nemen, ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding, van alle conservag. toire maatregelen en doet wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit.

Daarnaast is het dagelijks bestuur bevoegd met betrekking tot: de zorg voor het beheer van inkomsten en uitgaven van Veiligheidsregio Zeeland; h. het beheer van de eigendommen en geldmiddelen van Veiligheidsregio Zeeland; i.

4

Gemeenteblad 2022 nr. 84953

23/64

28 februari 2022

j. k. l. m. n. o. p. q. r.

de zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding; het houden van toezicht op alles wat Veiligheidsregio Zeeland aangaat; de zorg voor de archiefbescheiden van Veiligheidsregio Zeeland en haar bestuursorganen; besluiten inzake inkoop- en verkoopbeleid, Het dagelijks bestuur stelt de rechtspositieregelingen vast voor het personeel van Veiligheidsregio Zeeland; Het dagelijks bestuur stelt een verordening vast op de ambtelijke organisatie van Veiligheidsregio Zeeland, waarin in ieder geval de volgende zaken worden geregeld: de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de directeur en de directeur publieke gezondheid; de inrichting van de organisatie; de taken en bevoegdheden alsmede de werkwijze van de veiligheidsdirectie.

Het algemeen bestuur is bevoegd kaders te stellen ten aanzien van het bepaalde sub h. tot en met m.

Artikel 14: Werkwijze van het dagelijks bestuur Het dagelijks bestuur bereidt procesmatig de agenda en de besluitvorming voor het algemeen bestuur voor en beschikt over de in artikel 13 genoemde bevoegdheden. Het dagelijks bestuur handelt conform het geldende reglement van orde voor het dagelijks bestuur, waarin is geregeld: verdeling van werkzaamheden en onderlinge vervanging, a. dag en plaats van de vergaderingen, b. verhindering, c. agenda en ambtelijke ondersteuning, d. deelname derden aan de vergadering, e. stemmingen, besluitenlijst en openbare vergaderingen. f.

HOOFDSTUK 5: DE VOORZITTER

Artikel 15: Aanwijzing en vervanging van de voorzitter 1. 2. 3. 4.

De voorzitter wordt benoemd conform het bepaalde in de Wet veiligheidsregio’s; Het algemeen bestuur kiest uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter, die deel uitmaakt van het dagelijks bestuur; Bij verhindering of ontstentenis wordt de voorzitter vervangen door de plaatsvervangend voorzitter; Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter wijst het algemeen bestuur een voorzitter uit haar midden aan.

Artikel 16: Taken en bevoegdheden van de voorzitter 1. 2. 3.

4.

5. 6.

De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur; De voorzitter vertegenwoordigt Veiligheidsregio Zeeland in en buiten rechte. Hij kan de vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon; De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan. Deze stukken worden door de ambtelijk secretaris van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur mede ondertekend; In afwijking van het bepaalde in het vorige lid kan het dagelijks bestuur de voorzitter toestaan om de ondertekening van stukken die van het dagelijks bestuur uitgaan op te dragen aan een ander lid van het dagelijks bestuur of de ondertekening te mandateren aan de ambtelijk secretaris van het dagelijks bestuur of aan een ander persoon; Artikel 170, eerste lid van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing; De voorzitter geeft uitvoering aan het gestelde in artikel 24 Wet veiligheidsregio’s.

HOOFDSTUK 6: DE DIRECTEUR

5

Gemeenteblad 2022 nr. 84953

24/64

28 februari 2022

Artikel 17: Functie, benoeming en taak 1.

2. 3.

4. 5. 6. 7. 8.

De bestuursorganen van Veiligheidsregio Zeeland worden bijgestaan door een directeur, aan wie in het dagelijks bestuur een adviserende stem toekomt. De directeur vervult ten behoeve van het algemeen bestuur en ten behoeve van het dagelijks bestuur de functie van ambtelijk secretaris. De directeur wordt benoemd, geschorst en ontslagen door het dagelijks bestuur. De directeur is belast met de dagelijkse leiding van Veiligheidsregio Zeeland en de voorbereiding van de vergaderingen van het dagelijks en algemeen bestuur en de uitvoering van de besluiten van het dagelijks en algemeen bestuur. De directeur ondertekent mede alle stukken die van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur uitgaan. De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de directeur worden vastgelegd in een door het dagelijks bestuur vastgesteld statuut, zoals opgenomen in de organisatieverordening. De directeur is verantwoording schuldig aan het dagelijks bestuur. De directeur is bestuurder in de zin van de Wet op de ondernemingsraden. Het dagelijks bestuur regelt de vervanging van de directeur.

HOOFDSTUK 7: INLICHTINGEN EN VERANTWOORDING

Artikel 18: Algemeen bestuur ten opzichte van de gemeenteraden 1. 2. 3.

Het algemeen bestuur geeft de raden van de deelnemende gemeenten ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. Het algemeen bestuur verstrekt aan de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door één of meerdere raden worden verlangd. Die informatie wordt in dat geval ook verstrekt aan de overige raden.

Artikel 19: De leden van het algemeen bestuur ten opzichte van de raden en colleges 1.

2.

Een lid van het algemeen bestuur verschaft het college van burgemeester en wethouders en de raad van de betreffende gemeente alle inlichtingen die door het college of raad, of door één of meer leden van dat college of die raad worden verlangd. Een lid van het algemeen bestuur is het college van burgemeester en wethouders en de raad van de betreffende gemeente verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid.

Artikel 20: De voorzitter ten opzichte van het algemeen bestuur 1. 2. 3.

De voorzitter is aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd over het door hem gevoerde bestuur. De voorzitter geeft ongevraagd aan het algemeen bestuur alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door hem gevoerde bestuur nodig is. De voorzitter geeft aan het algemeen bestuur, wanneer dit bestuur of één of meer leden hierom verzoekt, alle gevraagde inlichtingen.

Artikel 21: Het dagelijks bestuur ten opzichte van het algemeen bestuur 1. 2.

Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig over het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur; Het dagelijks bestuur geeft het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.

HOOFDSTUK 8: HET PERSONEEL

Artikel 22: Personeel 1. 2.

6

Bij Veiligheidsregio Zeeland is personeel werkzaam. Het dagelijks bestuur stelt voor het personeel van Veiligheidsregio Zeeland de arbeidsvoorwaardenverordening vast conform de collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor het gemeenteper-

Gemeenteblad 2022 nr. 84953

25/64

28 februari 2022

3.

soneel (CAR/UWO), dan wel de (gewijzigde) collectieve arbeidsvoorwaardenregeling die daarvoor in de plaats komt. Het dagelijks bestuur beslist over de toepassing van overige arbeidsvoorwaarden.

HOOFDSTUK 9: BEVOLKINGSZORG

Artikel 23: Bevolkingszorg 1.

2.

3.

De deelnemende gemeenten vormen een regionale organisatie, bevolkingszorg genaamd, bestaande uit medewerkers die onder de verantwoordelijkheid van deze gemeenten bij een ramp of crisis belast zijn met het uitvoeren van de aan de gemeenten toegewezen processen en belast zijn met de voorbereiding van deze processen. Bepalingen omtrent de organisatie en het beheer van deze gemeentelijke processen in de rampenbestrijding en crisisbeheersing worden vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst tussen de deelnemende gemeenten. Voor de uitvoering van bevolkingszorg vertegenwoordigt de coördinerend gemeentesecretaris de deelnemende gemeenten.

HOOFDSTUK 10: FINANCIËLE BEPALINGEN

Artikel 24: Begroting 1.

2.

3.

4.

5. 6. 7.

Het dagelijks bestuur stuurt jaarlijks voor 15 april de ontwerpbegroting voor het komende kalenderjaar met de beleidsmatige en financiële meerjarenramingen voor de drie daarop volgende jaren van Veiligheidsregio Zeeland aan de raden van de deelnemende gemeenten. Het bepaalde in artikel 190 lid 1 van de Gemeentewet is van toepassing evenals het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). In de ontwerpbegroting wordt een analyse opgenomen van de begrotingscijfers ten opzichte van de cijfers uit de laatst opgemaakte jaarstukken. De ontwerpbegroting met de beleidsmatige en financiële meerjarenramingen wordt door de colleges voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Het bepaalde in artikel 190 lid 2 en 3 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen acht weken na ontvangst van de ontwerpbegroting met de beleidsmatige en financiële meerjarenramingen aan het dagelijks bestuur hun zienswijze aangeven. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin de zienswijze van de raden zijn vervat, bij de ontwerpbegroting met de beleidsmatige en financiële meerjarenramingen, die aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.

Het algemeen bestuur stuurt de begroting binnen twee weken na vaststelling met de beleidsmatige en financiële meerjarenramingen, maar in ieder geval voor 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten. Nadat deze is vastgesteld, stuurt het algemeen bestuur de begroting met de beleidsmatige en financiële meerjarenramingen aan de raden van de deelnemende gemeenten. Op wijzigingen van de begroting zijn voorgaande bepalingen van overeenkomstige toepassing. Het dagelijks bestuur geeft de deelnemende gemeenten de gelegenheid om wensen en bedenkingen in te geven over begrotingswijzigingen. Een begrotingswijziging blijft achterwege voor uitgaven die binnen een programma van de eigen begroting kunnen worden opgevangen en/of die geen belangrijke beleidswijzigingen betreffen en/of geen structurele gevolgen hebben voor de begroting van het volgende jaar en/of volgende jaren.

Artikel 25: Bijdragen van de gemeenten 1.

2. 3.

7

In de begroting staat welke bijdrage elke gemeente verschuldigd is voor de uitvoering van de taken van Veiligheidsregio Zeeland. De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot op de vijftiende dag van de maand een/twaalfde deel van de bedoelde bijdrage. De deelnemers zullen er steeds voor zorg dragen dat de gemeenschappelijke regeling over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen te kunnen voldoen. Indien aan het algemeen bestuur van Veiligheidsregio Zeeland blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, dan doet het algemeen bestuur onverwijld aan Gedepu-

Gemeenteblad 2022 nr. 84953

26/64

28 februari 2022

teerde Staten het verzoek om over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet.

Artikel 26: Jaarstukken 1.

2. 3.

4. 5.

Het dagelijks bestuur legt voor 15 april aan het algemeen bestuur verantwoording af over het afgelopen kalenderjaar, onder overlegging van de opgestelde jaarstukken en een berekening van de door de deelnemende gemeenten te betalen bijdragen, naast de controleverklaring en het verslag van bevindingen van de met de controles belaste accountant; De jaarstukken worden gelijktijdig ter informatie aan de raden van de deelnemende gemeenten toegezonden; Het algemeen bestuur onderzoekt de jaarstukken en stelt haar uiterlijk 14 juli vast, volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft, evenals de bijdragen die de deelnemende gemeenten betalen in het eventuele exploitatietekort. De jaarstukken worden binnen twee weken na de vaststelling aan Gedeputeerde Staten gezonden, maar uiterlijk voor 15 juli; Het besluit tot vaststelling van de jaarstukken verleent – voor zover het de daarin opgenomen ontvangsten en uitgaven betreft – het dagelijks bestuur tot decharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in bewijsstukken en/of andere onregelmatigheden.

Artikel 27: Verdeelsystematiek De bijdrage per gemeente in de kosten van de veiligheidsregio bestaat uit 3 componenten: Een bijdrage per gemeente, op basis van het budget dat beschikbaar was voor de uitvoering van 1. het vòòr 1 januari 2013 door de veiligheidsregio uitgevoerde takenpakket inclusief taken op het gebied van tunnelveiligheid en maritieme veiligheid. Hierna te noemen “bijdrage voor rampenbestrijding, crisisbeheersing, GHOR, meldkamer en de daarbij behorende overheadkosten”. Een bijdrage voor de uitvoering van de aan de veiligheidsregio overgedragen overige taken per 2. 1 januari 2013, berekend op basis van de uitkeringsmaatstaf Veiligheid van het gemeentefonds. Hierna te noemen “de kosten voor brandweerzorg en de daarbij behorende overheadkosten”. Een bijdrage per gemeente ten behoeve van de uitvoering van de taken voor bevolkingszorg en 3. de daarbij behorende overheadkosten op basis van inwoneraantallen.

Artikel 27a: Vaste regionale bijdrage per gemeente, zoals aangegeven in artikel 27, onder 1. De vaste regionale bijdrage per gemeente is vanaf 2017 als volgt: Gemeente

Regionale bijdrage

Borsele

€ 337.346,--

Goes

€ 549.265,--

Hulst

€ 411.075,--

Kapelle

€ 184.442,--

Middelburg

€ 710.634,--

Noord-Beveland

€ 111.903,--

Reimerswaal

€ 322.885,--

Schouwen-Duiveland

€ 508.057,--

Sluis

€ 355.436,--

Terneuzen

€ 814.384,--

Tholen

€ 379.953,--

Veere

€ 326.679,--

Vlissingen

€ 662.046,--

Totaal

€ 5.674.105,--

Dit betreft een historisch bepaalde vaste bijdrage voor de betreffende kosten op basis van het Cebeonrapport 2012. Deze bijdrage kent vanaf begrotingsjaar 2019 eenzelfde indexering als de bijdrage in artikel 27b.

Artikel 27b: Bijdrage voor de kosten voor brandweerzorg en de daarbij behorende overheadkosten, zoals bedoeld in artikel 27, onder 2. 1.

8

De bijdrage per gemeente voor de kosten voor brandweerzorg en de daarbij behorende overheadkosten bestaat uit het op 20 december 2012 door het algemeen bestuur vastgestelde budget per gemeente zoals deze voor het begrotingsjaar 2017 zijn geactualiseerd op basis van de herverdeeleffecten groot onderhoud gemeentefonds uit de meicirculaire 2015 (versie 4 juni 2015).

Gemeenteblad 2022 nr. 84953

27/64

28 februari 2022

2.

3.

Vanaf begrotingsjaar 2019 wordt de bijdrage per gemeente aangepast op basis van de verhoudingen tussen de gemeenten in het cluster OOV voor het betreffende begrotingsjaar “t” geactualiseerd met als uitgangspunt de septembercirculaire (kolom begrotingsjaar “t”) van BZK uit het begrotingsjaar “t-2”. Alle verhogingen in de kosten voor brandweerzorg en de daarbij behorende overheadkosten worden berekend op basis van de verhoudingen tussen de gemeenten in het cluster OOV (taakveld 1.1, onderdeel brandweer en rampenbestrijding) binnen de algemene uitkering, exclusief uitkeringsfactor (UF).

Artikel 27c Mitigatiebijdrage en overgangsregeling Tot en met 2021 vindt een ingroeifase plaats van het per 1 januari 2013 beschikbare budget voor lokale brandweerzorg van de gemeenten naar het becijferde budget op basis van uitkeringsmaatstaf Veiligheid van het gemeentefonds inclusief 30% mitigatiebijdrage. Gemeenten waarbij het budget op basis van artikel 27 onder 1 en artikel 27 onder 2 tezamen per 1. 1 januari 2013 hoger is dan de in hun begroting op 1 januari 2013 opgenomen budgetten voor de uitvoering van taken als bedoeld in artikel 27 worden aangeduid als nadeel gemeenten. Gemeenten waarbij het budget op basis van artikel 27 onder 1 en artikel 27 onder 2 tezamen per 2. 1 januari 2013 lager is dan de in hun begroting op 1 januari 2013 opgenomen budgetten voor de uitvoering van taken als bedoeld in artikel 27 worden aangeduid als voordeel gemeenten. Nadeelgemeenten worden in hun hogere lasten gecompenseerd door voordeel gemeenten door 3. middel van een mitigatiebijdrage. De mitigatiebijdrage is 30% van de door een voordeel gemeente te betalen lagere bijdrage berekend 4. over het deel van het over te dragen budget als bedoeld in artikel 27b, lid 1. Deze mitigatiebijdrage blijft ook na de ingroeifase van 8 jaar onverminderd van kracht; Voor de overgang van het budget gemeentelijke begroting 2013 naar bijdrage conform artikel 27 5.

onder 1 en 2 tezamen wordt vanaf 2017 de volgende overgangsregeling aangehouden: 2017: 50% bijdrage conform budget gemeentelijke begroting 2013 en 50% budget conform artikel 27 onder 1 en 2 tezamen inclusief mitigatiebijdrage; 2018: 37,5% bijdrage conform budget gemeentelijke begroting 2013 en 62,5% budget conform artikel 27 onder 1 en 2 tezamen inclusief mitigatiebijdrage; 2019: 25% bijdrage conform budget gemeentelijke begroting 2013 en 75% budget conform artikel 27 onder 1 en 2 tezamen inclusief mitigatiebijdrage; 2020: 12,5% bijdrage conform budget gemeentelijke begroting 2013 en 87,5% budget conform artikel 27 onder 1 en 2 tezamen inclusief mitigatiebijdrage; 2021: 100% bijdrage budget conform artikel 27 onder 1 en 2 tezamen inclusief mitigatiebijdrage.

Artikel 27d Bijdrage per gemeente aan het programma bevolkingszorg, zoals aangegeven in artikel 27, onder 3. 1. 2.

Peildatum voor de berekening van de inwoneraantallen tot en met 2017 is 1 januari 2012. Vanaf begrotingsjaar 2019 vindt jaarlijks herijking van de inwoneraantallen plaats. De gemeentelijke bijdrage voor dit onderdeel voor de begroting van het jaar “t” wordt berekend op basis van de verhouding in inwoneraantallen van het jaar “t-2” (bron: septembercirculaire BZK).

HOOFDSTUK 11: HET ARCHIEF

Artikel 28: Archief 1.

2. 3.

Het dagelijks bestuur is belast met de zorg en het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden, overeenkomstig een door het algemeen bestuur, met inachtneming van artikel 40 van de Archiefwet 1995 vast te stellen regeling. Deze regeling wordt aan Gedeputeerde Staten toegestuurd. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden wijst het dagelijks bestuur een archiefbewaarplaats aan.

HOOFDSTUK 12: TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING

9

Gemeenteblad 2022 nr. 84953

28/64

28 februari 2022

Artikel 29: Toetreding en uittreding 1.

2.

Toe- en uittreding van gemeenten tot deze gemeenschappelijke regeling is slechts mogelijk na wijziging van de indeling van de gemeenten in regio’s als bedoeld in artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s. Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding of de uittreding en kan hieraan voorwaarden verbinden.

Artikel 30: Wijziging De gemeenschappelijke regeling kan worden gewijzigd bij daartoe strekkende besluiten van ten minste twee derde van de colleges van de deelnemende gemeenten.

Artikel 31: Opheffing en liquidatie 1.

2.

3. 4. 5.

6. 7. 8. 9.

De gemeenschappelijke regeling kan slechts worden opgeheven voor zover dit op grond van artikel 8 juncto artikel 9 van de Wet veiligheidsregio’s mogelijk is. Opheffing geschiedt in dat geval bij daartoe strekkende besluiten van tenminste twee derde van de colleges van de deelnemende gemeenten. Ingeval van opheffing van de gemeenschappelijke regeling besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt daarvoor de nodige regels. Daarbij kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken. Het liquidatieplan wordt door het algemeen bestuur, nadat de raden van de deelnemende gemeenten hun zienswijze hebben kunnen inbrengen, vastgesteld. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de beëindiging heeft voor het personeel. Het liquidatieplan geeft regels voor de wijze waarop de deelnemende gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorg dragen voor de nakoming van de verplichtingen van Veiligheidsregio Zeeland. Het besluit tot opheffing van deze regeling wordt direct gezonden aan de deelnemende gemeenten, Gedeputeerde Staten en het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie. De drie bestuursorganen van Veiligheidsregio Zeeland blijven ook na het tijdstip van de opheffing in functie, totdat de liquidatie volledig is voltooid.

Gedurende de vereffening wordt de aanduiding van de regeling aangevuld met de afkorting van “in liquidatie”, zodat het opschrift komt te luiden: Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zeeland 2021 i.l.”.

HOOFDSTUK 13: SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN

Artikel 32: Aanwijzing gemeentebestuur Het bestuur van de gemeente Middelburg wordt aangewezen als het gemeentebestuur zoals bedoeld in artikel 26, eerste lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Artikel 33: Inwerkingtreding Deze regeling is getroffen voor onbepaalde tijd. Besluiten tot wijziging treden in werking tenminste één dag na publicatie in de Staatscourant.

Artikel 34: Citeertitel Deze regeling kan worden aangehaald als “Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zeeland 2021”.

Vaststelling

10

Gemeenteblad 2022 nr. 84953

29/64

28 februari 2022

De colleges van burgemeester en wethouders van alle deelnemende gemeenten hebben ingestemd met de vaststelling van de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zeeland 2021, namelijk de gemeenten Goes, Hulst, Kapelle, Middelburg, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Sluis, Terneuzen, Tholen, Veere, Vlissingen en Borsele als de laatste gemeente, overeenkomstig besluit van 3 februari 2022.

Toelichting bij artikel 27a Tot en met 2012 heeft voor de berekening van de regionale bijdrage het inwoneraantal van de gemeenten als basis gediend. Aangezien de inwoneraantallen binnen de Zeeuwse gemeenten niet veel fluctueren is om redenen van eenvoud gekozen om deze bijdrage als een vaste historische bijdrage op basis van het Cebeon-rapport 2012 te presenteren. Oorspronkelijk was deze regionale bijdrage gebaseerd op inwoneraantallen (peildatum 1 januari 2012) * € 15,--. Gecorrigeerd voor € 0,12 per inwoner voor GHOR-taken welke naar de GGD zijn overgegaan in 2017. Toelichting bij artikel 27b Voor alle gemeenten is een eenduidige berekening gemaakt op basis van de gegevens van uitke• ringsjaar 2016 uit de meicirculaire van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (versie 4 juni 2015); De uitkeringsfactor (UF) van de Algemene Uitkering is niet meegenomen in deze berekening, • omdat deze geen invloed heeft op de verhoudingsgetallen en te veel aan wijzigingen onderhevig is; In verband met eenvoud/transparantie van de berekening en in verband met de mogelijkheid om • bij toekomstige herijkingen van het gemeentefonds de berekeningen zelfstandig te kunnen uitvoeren (zonder inschakeling van adviesbureaus) is ervoor gekozen om de door Cebeon genoemde OEM-factor buiten beschouwing te laten.

Deze factor leidt volgens het Cebeon-rapport van 30 januari 2013 slechts tot een marginale andere verdeling over gemeenten. Als de financiële bijdrage aan VRZ omhoog moet, dan zal het meerdere worden verrekend via de bijdrage genoemd in artikel 27b. Toelichting bij artikel 27c Door het adviesbureau Cebeon is in 2012, in opdracht van het algemeen bestuur, een berekening gemaakt van de bijdrage per gemeente op basis van de Uitkeringsmaatstaf Veiligheid in het gemeentefonds. Hierbij is uitgegaan van een totaal maximaal over te dragen budget vanuit de gemeenten, uiteindelijk per 1 januari 2016, van 23,3 miljoen euro. Vanaf 2017 bedraagt het totaal budget 23,5 miljoen euro, exclusief bevolkingszorg. Dit totaal budget wordt in 2017 gecorrigeerd voor € 47.000,-- in verband met GHOR-taken welke zijn overgedragen aan de GGD. Deze berekening is door het algemeen bestuur in haar vergadering van 20 december 2012 vastgesteld als verdeelsystematiek voor de nieuwe gemeenschappelijke regeling. Bij de toepassing van de berekeningsmethode bleken er in sommige gevallen grote verschillen tussen de in de gemeentelijke begrotingen aanwezige budgetten en de nieuw te betalen bijdragen te zijn. Ondanks een overgangsregeling waren de verschillen voor sommige gemeenten onacceptabel groot en zijn zij niet toegetreden tot de nieuwe gemeenschappelijke regeling.

Gezien de onwenselijke situatie die hierdoor ontstond is opnieuw gezocht naar een voor alle gemeenten acceptabele financieringssystematiek. Bij de nieuwe berekening wordt een mitigatiebijdrage verrekend. Hiermee compenseren voordeel gemeenten een gedeelte van de zwaardere lasten van nadeel gemeenten. De overgangsperiode geldt voor een periode van 8 jaar. De mitigatiebijdrage is structureel van aard. Bij deze herziening van de gemeenschappelijke regeling wordt uitgegaan van een vernieuwde situatie vanaf 2017.

11

Gemeenteblad 2022 nr. 84953

30/64

28 februari 2022

Was-wordt-lijst bij wijzigingsvoorstel Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zeeland 2025 Artikel 1 • Toegevoegd: a) “de Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zeeland 2025: het openbaar lichaam, als bedoeld in artikel 2; b) gemeenten: de bij de regeling aangesloten gemeenten i.c. Borsele, Goes, Hulst, Kapelle, Middelburg, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Sluis, Terneuzen, Tholen, Veere en Vlissingen c) Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van de provincie Zeeland; d) de regeling: de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Zeeland 2025 […] s) Wgr: de Wet gemeenschappelijke regelingen.” En: “2. Artikelen en bepalingen uit andere regelingen zijn van overeenkomstige toepassing ‘de gemeente’, ‘de raad’, ‘het college’ en ‘de burgemeester’ te worden gelezen onderscheidenlijk: ‘het openbaar lichaam’, ‘het algemeen bestuur’, ‘het dagelijks bestuur’ en ‘de voorzitter’.” •

Vervangen:

“o) directeur/commandant brandweer: de functionaris zoals bedoeld in Hoofdstuk 6 van deze regeling, verder hierna te noemen: directeur.” (oud) Wordt: “r) directeur: de functionaris zoals bedoeld in Hoofdstuk 6 van deze regeling, verder hierna te noemen: directeur.” (nieuw) Artikel 2 • Toegevoegd: “3. Het rechtsgebied van Veiligheidsregio Zeeland omvat het grondgebied van de deelnemende gemeenten conform artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s.” Artikel 3 en 4 Artikel 3 (oud) wordt artikel 4. Artikel 4 (oud) wordt artikel 3. Inhoudelijk ongewijzigd.

31/64

Artikel 5 • Verwijderd: “b. het vaststellen van eisen waaraan de regionale ambulancevoorziening op grond van artikel 7 van de Tijdelijke wet ambulancezorg dient te voldoen ten aanzien van de meldkamer ambulancezorg; c. het adviseren van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over vaststelling of wijziging van eisen als bedoeld onder b.” Dit in verband met het intrekken van de Tijdelijke wet ambulancezorg. Artikel 7 • Vervangen: “[…] de Zeeuwse Ombudsman.” (oud) Wordt: “[…] de Nationale Ombudsman.” (nieuw) In verband met de opheffing van de Zeeuwse Ombudsman per 1 januari 2023. Artikel 8 • Toegevoegd: “3. De voorzitter van de veiligheidsregio wordt conform het bepaalde in artikel 11 lid 2 van de Wet veiligheidsregio’s benoemd bij Koninklijk besluit (gehoord het algemeen bestuur). Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden een plaatsvervangend voorzitter aan.” In verband met een bijzondere (verplichte) benoemingsbepaling op grond van de Wet veiligheidsregio’s. Artikel 9 • Toegevoegd: “2. […] onderdeel GGD […].” In verband met de Gemeenschappelijke regeling GGD Zeeland. En: “5. De volgende bevoegdheden van het algemeen bestuur zijn niet overdraagbaar: a. het aanwijzen de plaatsvervangend voorzitter en de overige leden van het dagelijks bestuur; b. het vaststellen van de begroting, respectievelijk begrotingswijzigingen en de jaarstukken; c.

het vaststellen van een reglement van orde; d. het vaststellen van de Financiële verordening en de Controle verordening;”

32/64

•

Vervangen:

“4.Het algemeen bestuur kan besluiten ten behoeve van de aan haar opgedragen taken commissies van advies in te stellen. 5.Artikel 24 van de Wet gemeenschappelijke regelingen is van overeenkomstige toepassing op de in het vorige lid genoemde commissies.” (oud) Wordt: “5. […] e. het vaststellen van een verordening tot instelling van een commissie ex artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht, en de verordening voor de behandeling van klachten als bedoeld in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht; g. Het instellen van commissies als bedoeld in artikel 24, 24a en 25 van de Wgr;” (nieuw) •

Gewijzigd:

Lid 6 (oud) wordt lid 4 (nieuw). Artikel 10 • Vervanging “2. Het algemeen bestuur vergadert overeenkomstig artikel 22 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.” (oud) Wordt: “2. Het algemeen bestuur vergadert zo vaak als hij daartoe heeft besloten, maar minimaal twee keer per jaar en verder zo dikwijls als de voorzitter dit nodig acht of ten minste twee leden van het algemeen bestuur dit verzoeken (onder schriftelijke opgave van de te behandelen onderwerpen).” (nieuw) En: “Artikel 11 1.De besluiten van het algemeen bestuur worden genomen bij meerderheid van stemmen. Indien de stemmen staken, dan geeft de stem van de voorzitter de doorslag. 2.De leden voor de gemeenten die zij vertegenwoordigen brengen bij besluiten door het algemeen bestuur over de volgende onderwerpen: a. het vaststellen of wijzigen van de begroting; b. het vaststellen van de jaarstukken; c. het heffen van rechten als bedoeld in artikel 5, lid 3 van deze regeling • ieder een stem uit per 5.000 inwoners waarbij de stemmen naar boven worden afgerond op een veelvoud van 5.000. 33/64

Indien de stemmen staken, geeft de stem van de voorzitter de doorslag. 3.Voor de toepassing van het tweede lid gelden de bevolkingscijfers uit de gemeenten per 1 januari van het voorgaande jaar. Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden aangehouden de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers.” (oud) Wordt: “4. Besluiten worden genomen met meerderheid van stemmen. Als de stemmen staken, geeft de stem van de voorzitter volgens artikel 11 lid 5 van de Wet op de Veiligheidsregio’s de doorslag. 5. De leden voor de gemeenten die zij vertegenwoordigen brengen bij besluiten door het algemeen bestuur over de volgende onderwerpen: a. het vaststellen of wijzigen van de begroting; b. het vaststellen van de jaarstukken; c. het heffen van rechten als bedoeld in artikel 5, lid 3 van deze regeling ieder een stem uit per 5.000 inwoners waarbij de stemmen naar boven worden afgerond op een veelvoud van 5.000. Indien de stemmen staken, geeft de stem van de voorzitter de doorslag. 6. Voor de toepassing van het vijfde lid gelden de bevolkingscijfers uit de gemeenten per 1 januari van het voorgaande jaar. Voor de vaststelling van de aantallen inwoners worden aangehouden de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers.”. Toegevoegd: “3.

De voorzitter roept de leden schriftelijk tot de vergadering op en tegelijkertijd met de oproep maakt de voorzitter dag, tijdstip en plaats van de vergadering openbaar. De agenda en de daarbij behorende voorstellen, met uitzondering van de in Hoofdstuk Va, Gemeentewet, genoemde stukken waarop geheimhouding is opgelegd, worden tegelijkertijd met de oproep ter inzage gelegd.” En: “7. Uit de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing het bepaalde in artikel 20 (quorum voor opening van vergadering), artikel 22 (onschendbaarheid, verschoningsrecht), artikel 26 (handhaving orde vergadering), artikel 28 (niet-deelname aan de stemming), artikel 29 (quorum voor geldige stemming), artikel 30 (tot stand komen besluit), artikel 31 (geheime stembriefjes), artikel 32 (overige stemmingen) en artikel 33 (ambtelijke bijstand leden van het Algemeen bestuur). Artikel 11 •

Verplaatsing

“Artikel 10 […] 3. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar, tenzij met inachtneming van artikel 22 van de Wet gemeenschappelijke regelingen wordt besloten de deuren te sluiten. In een besloten vergadering kan niet worden besloten over: 34/64

a. het vaststellen of wijzigen van de begroting; b. het vaststellen van de jaarstukken; c. het invoeren, wijzigen of afschaffen van retributies of andere heffingen; d. het vaststellen, wijzigen of intrekken van verordeningen; e. het toetreden tot, het uittreden uit of het wijzigen of opheffen van de gemeenschappelijke regeling; f. het treffen, wijzigen, verlengen of opheffen van een gemeenschappelijke regeling tussen Veiligheidsregio Zeeland en andere openbare lichamen, alsmede het toetreden tot en het uittreden uit een dergelijke regeling;” (oud) Wordt: “Artikel 11 In een besloten vergadering van het algemeen bestuur worden geen besluiten genomen over het meerjarenbeleidsplan, de begroting, begrotingswijzigingen, de jaarstukken, afschaffen retributies of andere heffingen, vaststellen, wijzigen of intrekken van verordeningen, treffen van wijzigingen verlengen of opheffen van een GR tussen VRZ en andere openbare lichamen, alsmede toetreden tot en uittreden uit dergelijke regeling.” (nieuw) Artikel 12 • Toevoeging: “3. De leden van het dagelijks bestuur (niet zijnde voorzitter) worden aangewezen door en uit het algemeen bestuur. Zij worden aangewezen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur nadat in overeenstemming met artikel 9 de leden van het algemeen bestuur zijn aangewezen. 4.

De aanwijzing van leden van het dagelijks bestuur (niet zijnde voorzitter) ter vervulling van plaatsen die openvallen, vindt plaats binnen twee maanden na de melding van de opengevallen plaats.” Conform de modelregeling van de VZG, met inachtneming van de bijzondere bepaling van artikel 11 lid 2 van de Wet veiligheidsregio’s. Artikel 13 Artikel 14 (oud) wordt artikel 13 (nieuw). •

Vervangen

“Artikel 14 Het dagelijks bestuur bereidt procesmatig de agenda en de besluitvorming voor het algemeen bestuur voor en beschikt over de in artikel 13 genoemde bevoegdheden. Het dagelijks bestuur handelt conform het geldende reglement van orde voor het dagelijks bestuur, waarin is geregeld: a. verdeling van werkzaamheden en onderlinge vervanging, b. dag en plaats van de vergaderingen, c. verhindering, d. agenda en ambtelijke ondersteuning, 35/64

e. deelname derden aan de vergadering, f. stemmingen, besluitenlijst en openbare vergaderingen.” (oud) Wordt: “Artikel 13 1. Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter of een ander lid van het dagelijks bestuur dit nodig acht met opgave van de te behandelen onderwerpen. De vergadering vindt plaats binnen twee weken nadat het verzoek is ingekomen. 2. Voor zover deze regeling niet anders bepaalt, kan het dagelijks bestuur zijn werkzaamheden verdelen over zijn leden. Het dagelijks bestuur deelt zijn besluiten daarover mee aan het algemeen bestuur. 3. Besluiten worden genomen met gewone meerderheid van stemmen. Als de stemmen staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. 4. Het dagelijks bestuur kan een reglement van orde voor zijn vergaderingen vaststellen, dat aan het algemeen bestuur ter kennisneming wordt overgelegd. 5. Voor de besluitvorming in het dagelijks bestuur en de verplichting tot geheimhouding zijn de overeenkomstige bepalingen zoals die zijn opgenomen in de Gemeentewet voor het college van toepassing” Artikel 14 Artikel 13 (oud) wordt artikel 14 (nieuw). •

Toegevoegd

“3. Het dagelijks bestuur heeft de verplichting om het algemeen bestuur actief inlichtingen te verstrekken.” Artikel 15 • Vervangen: “3.Bij verhindering of ontstentenis wordt de voorzitter vervangen door de plaatsvervangend voorzitter; 4.Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter wijst het algemeen bestuur een voorzitter uit haar midden aan.” (oud) Wordt: “3. Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wordt deze vervangen door de plaatsvervangend voorzitter, aangewezen door het algemeen bestuur conform artikel 8 lid 3.” (nieuw) Artikel 16 lid 3 (oud) wordt artikel 15 lid 4 (nieuw) Artikel 16 lid 4 (oud) wordt artikel 15 lid 5 (nieuw) Artikel 16 lid 2 (oud) wordt artikel 15 lid 6 (nieuw) •

Toegevoegd: 36/64

“7. Indien de voorzitter behoort tot het bestuur van een gemeente, die partij is in een geding waarbij Veiligheidsregio Zeeland is betrokken, wordt Veiligheidsregio Zeeland door een ander, door het dagelijks bestuur aan te wijzen, lid van het dagelijks bestuur vertegenwoordigd.” Artikel 16 • Vervangen: Artikel 17 (oud) wordt artikel 16 (nieuw). En: “8. Het dagelijks bestuur regelt de vervanging van de directeur.” (oud) Wordt: “8. Het dagelijks bestuur wijst de functionaris aan die als plaatsvervanger optreedt voor de directeur in geval van diens afwezigheid.” (nieuw) •

Verplaatst:

Artikel 16 lid 2, 3 en 4 (oud) verplaatst naar artikel 15 lid 4, 5 en 6 (nieuw) Artikel 17 • Vervangen/verplaatst: “Artikel 21 1. Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig over het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur; 2. Het dagelijks bestuur geeft het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.” (oud) Wordt: “Artikel 17 1. De leden van het dagelijks bestuur zijn, samen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door hen gevoerde bestuur. 2. Zij geven ongevraagd aan het algemeen bestuur alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het dagelijks bestuur te voeren en gevoerde bestuur nodig is. 3. Zij geven samen, dan wel afzonderlijk, aan het algemeen bestuur, wanneer dit bestuur of een of meer leden daarvan hierom verzoeken, alle gevraagde inlichtingen. 4. Een lid van het dagelijks bestuur (niet zijnde voorzitter) kan door het algemeen bestuur worden ontslagen, als dit lid niet meer het vertrouwen van het algemeen bestuur bezit. In dit geval is het bepaalde in artikel 49 en verder van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing. 5. De leden 1 tot en met 3 zijn van overeenkomstige toepassing de voorzitter voor het door hem gevoerde bestuur.” (nieuw)

37/64

Artikel 18 • Vervangen: “Artikel 18: Algemeen bestuur ten opzichte van de gemeenteraden 1.Het algemeen bestuur geeft de raden van de deelnemende gemeenten ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. 2.Het algemeen bestuur verstrekt aan de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door één of meerdere raden worden verlangd. 3.Die informatie wordt in dat geval ook verstrekt aan de overige raden.” (oud) Wordt: “Artikel 18: Informatieverstrekking door het algemeen en dagelijks bestuur en de voorzitter 1. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter geven aan de raden van de deelnemende gemeenten ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. 2. Het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken aan de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die door een of meer raden worden verlangd. Die informatie wordt in dat geval ook verstrekt aan de overige raden. 3. ontwikkelingen die van invloed zijn op de gemeentelijke bijdrage zendt het algemeen en dagelijks bestuur middels een tussentijdse rapportage tijdig naar de raden van de deelnemende gemeenten ter informatie.” (nieuw) Artikel 19 • Vervangen: •

“Artikel 19: De leden van het algemeen bestuur ten opzichte van de raden en colleges 1.Een lid van het algemeen bestuur verschaft het college van burgemeester en wethouders en de raad van de betreffende gemeente alle inlichtingen die door het college of raad, of door één of meer leden van dat college of die raad worden verlangd. 2.Een lid van het algemeen bestuur is het college van burgemeester en wethouders en de raad van de betreffende gemeente verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid.”(oud) Wordt: “Artikel 19: Informatieverstrekking door individuele leden van het algemeen bestuur Een lid of een plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur is aan het college door wie hij is benoemd, met inachtneming van het bepaalde in artikel 16 Wgr, verantwoording verschuldigd voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid.” (nieuw) Artikel 20 en 22 (oud) zijn inhoudelijk, conform de modelregeling van de VZG, niet langer opgenomen. Artikel 20 Artikel 22 (oud) wordt artikel 20 (nieuw) •

Vervangen:

“Artikel 22 […]

38/64

2.Het dagelijks bestuur stelt voor het personeel van Veiligheidsregio Zeeland de arbeidsvoorwaardenverordening vast conform de collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor het gemeentepersoneel (CAR/UWO), dan wel de (gewijzigde) collectieve arbeidsvoorwaardenregeling die daarvoor in de plaats komt. 3.Het dagelijks bestuur beslist over de toepassing van overige arbeidsvoorwaarden” (oud) Wordt: “Artikel 20 […] 2. Het dagelijks bestuur beslist over de toepassing van overige arbeidsvoorwaarden.” (nieuw) Artikel 21 Artikel 23 (oud) wordt artikel 21 (nieuw). Artikel 22 Artikel 24 (oud) wordt artikel 22 (nieuw) en wordt als volgt vervangen: “Artikel 24: Begroting 1.Het dagelijks bestuur stuurt jaarlijks voor 15 april de ontwerpbegroting voor het komende kalenderjaar met de beleidsmatige en financiële meerjarenramingen voor de drie daarop volgende jaren van Veiligheidsregio Zeeland aan de raden van de deelnemende gemeenten. Het bepaalde in artikel 190 lid 1 van de Gemeentewet is van toepassing evenals het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). 2.In de ontwerpbegroting wordt een analyse opgenomen van de begrotingscijfers ten opzichte van de cijfers uit de laatst opgemaakte jaarstukken.

De ontwerpbegroting met de beleidsmatige en financiële meerjarenramingen wordt door de colleges voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Het bepaalde in artikel 190 lid 2 en 3 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 3.De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen acht weken na ontvangst van de ontwerpbegroting met de beleidsmatige en financiële meerjarenramingen aan het dagelijks bestuur hun zienswijze aangeven. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin de zienswijze van de raden zijn vervat, bij de ontwerpbegroting met de beleidsmatige en financiële meerjarenramingen, die aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 4.Het algemeen bestuur stuurt de begroting binnen twee weken na vaststelling met de beleidsmatige en financiële meerjarenramingen, maar in ieder geval voor 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten. 5.Nadat deze is vastgesteld, stuurt het algemeen bestuur de begroting met de beleidsmatige en financiële meerjarenramingen aan de raden van de deelnemende gemeenten. 6.Op wijzigingen van de begroting zijn voorgaande bepalingen van overeenkomstige toepassing. 7.Het dagelijks bestuur geeft de deelnemende gemeenten de gelegenheid om wensen en bedenkingen in te geven over begrotingswijzigingen.

Een begrotingswijziging blijft achterwege voor uitgaven die binnen een programma van de eigen begroting kunnen worden opgevangen en/of die geen belangrijke beleidswijzigingen betreffen en/of geen structurele gevolgen hebben voor de begroting van het volgende jaar en/of volgende jaren.” (oud) Wordt: “Artikel 22: Begrotingsprocedure 1. Het dagelijks bestuur stuurt jaarlijks vóór 30 april de ontwerpbegroting van Veiligheidsregio Zeeland voor het komende kalenderjaar, evenals de financiële beleidsuitgangspunten voor de komende jaren (meerjarenraming), aan de raden van de gemeenten. Het bepaalde in art. 190 lid

39/64

1 van de Gemeentewet is van toepassing evenals het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) 2. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen binnen twaalf weken, na ontvangst van de ontwerpbegroting het dagelijks bestuur hun zienswijze aangeven. 3. Het dagelijks bestuur stuurt de begroting binnen twee weken na vaststelling, maar in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten. 4. Op wijzigingen van de begroting zijn voorgaande bepalingen van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat een begrotingswijziging uiterlijk 7 oktober van het betreffende begrotingsjaar door het algemeen bestuur wordt vastgesteld. 5. Een begrotingswijziging wordt ingediend, indien de gemeentelijke bijdragen van de deelnemers worden verhoogd.” (nieuw) In verband met in de artikelen 34 en 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen opgenomen gewijzigde begrotingsprocedure. Artikel 23 Artikel 25 (oud) wordt artikel 23 (nieuw) en is inhoudelijk ongewijzigd. Artikel 24 Nieuwe bepaling, een regeling omtrent de financiële reserve conform hetgeen is afgesproken binnen de VZG.

Artikel 25 Artikel 26 (oud) wordt artikel 25 (nieuw) en is als volgt gewijzigd: “Artikel 26: Jaarstukken 1.Het dagelijks bestuur legt voor 15 april aan het algemeen bestuur verantwoording af over het afgelopen kalenderjaar, onder overlegging van de opgestelde jaarstukken en een berekening van de door de deelnemende gemeenten te betalen bijdragen, naast de controleverklaring en het verslag van bevindingen van de met de controles belaste accountant. 2.De jaarstukken worden gelijktijdig ter informatie aan de raden van de deelnemende gemeenten toegezonden; 3.Het algemeen bestuur onderzoekt de jaarstukken en stelt haar uiterlijk 14 juli vast, volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft, evenals de bijdragen die de deelnemende gemeenten betalen in het eventuele exploitatietekort. 4.De jaarstukken worden binnen twee weken na de vaststelling aan Gedeputeerde Staten gezonden, maar uiterlijk voor 15 juli; 5.Het besluit tot vaststelling van de jaarstukken verleent – voor zover het de daarin opgenomen ontvangsten en uitgaven betreft – het dagelijks bestuur tot decharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in bewijsstukken en/of andere onregelmatigheden.” (oud) Wordt: “Artikel 25: Jaarstukken 1.

Het dagelijks bestuur legt vóór 30 april aan het algemeen bestuur verantwoording af over het afgelopen kalenderjaar, onder overlegging van de opgestelde jaarstukken en een berekening van de door de deelnemende gemeenten te betalen bijdragen, naast de controleverklaring en het verslag van bevindingen van de met de controles belaste accountant. 2. De jaarstukken met het voorgenomen besluit van de resultaatbestemming worden gelijktijdig ter informatie aan de raden van de deelnemende gemeenten toegezonden.

40/64

3. Indien het dagelijks bestuur met een positief resultaat in de jaarrekening een andere bestemming wenst dan de algemene reserve, dan wel indien met de toevoeging van het resultaat aan de algemene reserve de reservevorming boven de afgesproken richtlijn reservevorming komt, worden de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid gesteld binnen twaalf weken na ontvangst, een zienswijze te geven op het voorgenomen besluit van de resultaatbestemming. 4. Het algemeen bestuur onderzoekt de jaarstukken en stelt de jaarstukken en de resultaatbestemming vast. 5. De jaarstukken worden binnen twee weken na de vaststelling aan Gedeputeerde Staten gezonden, maar vóór 15 juli. 6. Het besluit tot vaststelling van de jaarstukken strekt - voor zover het de daarin opgenomen ontvangsten en uitgaven betreft - het dagelijks bestuur tot decharge, behoudens later in rechte gebleken valsheid in bewijsstukken en/of andere onregelmatigheden.” (nieuw) Conform het bepaalde in artikel 34b van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 26 Artikel 27 (oud) wordt artikel 26 (nieuw) en is inhoudelijk ongewijzigd. Artikel 26a Artikel 27a (oud) wordt artikel 26a (nieuw) en is inhoudelijk ongewijzigd. Artikel 26b Artikel 27b (oud) wordt artikel 26b (nieuw) en is inhoudelijk ongewijzigd.

Artikel 26c (oud) Artikel 26c (oud) betrof de mitigatiebijdrage en overgangsregeling en is inhoudelijk, wegens het in 2021 verstrijken van de ingroeifase, niet langer relevant. Om deze reden wordt voorgesteld deze bepaling te verwijderen. Dit in verband met een advies van de VNG om uitgewerkte bepalingen te schrappen. Artikel 26c (nieuw) Artikel 27d (oud) wordt artikel 26c (nieuw) en is inhoudelijk ongewijzigd. Artikel 27 Artikel 28 (oud) wordt artikel 27 (nieuw) en wijzigt als volgt: “Artikel 28: Archief 1.Het dagelijks bestuur is belast met de zorg en het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden, overeenkomstig een door het algemeen bestuur, met inachtneming van artikel 40 van de Archiefwet 1995 vast te stellen regeling. 2.Deze regeling wordt aan Gedeputeerde Staten toegestuurd. 3.Voor de bewaring van de op grond van artikel 12 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden wijst het dagelijks bestuur een archiefbewaarplaats aan.” (oud) Wordt: “Artikel 27: Archief 1. Het algemeen bestuur stelt, met inachtneming van artikel 40 van de Archiefwet, regels vast over de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van het openbaar lichaam. Deze regeling wordt toegestuurd aan gedeputeerde staten. 2.

Het dagelijks bestuur is belast met de zorg en het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden, overeenkomstig de in het eerste lid bedoelde regeling. 41/64

3. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12 van de Archiefwet over te brengen archiefbescheiden wijst het dagelijks bestuur een archiefbewaarplaats aan.” (nieuw) Artikel 28 Deze nieuwe bepaling heeft betrekking op informatieveiligheid en luidt als volgt: “Artikel 28: Informatieveiligheid 1. Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor de informatiebeveiliging en gegevensbescherming van de informatie die zij onder zich heeft. 2. Bij de informatieveiligheid en gegevensbescherming gelden dezelfde eisen als waaraan de deelnemende gemeenten moeten voldoen.” Artikel 29 Deze nieuwe bepaling heeft betrekking op participatie en luidt als volgt: “Artikel 29: Participatie 1. Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur kan ingezetenen en belanghebbenden betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en/of evaluatie van haar beleid. 2. Ingezetenen en belanghebbenden worden niet betrokken: a. ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen; b. indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; c. indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; d. inzake de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; e.

indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat inspraak niet kan worden afgewacht; f. indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan voor kwetsbare groepen in de samenleving. 3. Op inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, tenzij het bestuursorgaan een andere inspraakprocedure vaststelt.” Dit in verband met het bepaalde in artikel 10 lid 7 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Artikel 30 Artikel 29(oud) wordt artikel 30 (nieuw) en is inhoudelijk ongewijzigd. Artikel 31 Deze nieuwe bepaling heeft betrekking op de procedure voor het vaststellen van een uittredingsplan en luidt als volgt: “Artikel 31: Procedure voor vaststelling uittredingsplan 1. Het uittredingsplan bepaalt de berekening van de financiële gevolgen van de uittreding. 2. Het uittredingsplan bevat een voorlopige berekening van de financiële gevolgen van de uittreding te betalen door de uittredende deelnemer, hierna te noemen de voorlopige uittreedsom. 3. Met het oog op het bepalen van de inhoud van het uittredingsplan kan het Algemeen Bestuur een onafhankelijke externe deskundige aanwijzen die in opdracht van het Algemeen Bestuur het concept-uittredingsplan voorbereidt.

De kosten voor het inschakelen van een onafhankelijke externe deskundige komen voor rekening van de uittredende deelnemer. 4. Het Algemeen Bestuur wijst de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en het Dagelijks Bestuur. Indien geen 42/64

overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het Algemeen Bestuur de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden van het bestuur, waaronder in ieder geval een vertegenwoordiger van het bestuur van de uittredende deelnemer. 5. Ten minste twaalf maanden voorafgaand aan het moment van uittreding stelt het bestuur het uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast. Het bestuur baseert de berekening van de voorlopige uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 34 gelet op de vastgestelde jaarrekening van het meest recent verstreken begrotingsjaar. 6. Uiterlijk zes maanden na het moment van uittreding stelt het bestuur de definitieve uittreedsom vast. Het bestuur baseert de berekening van de definitieve uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 34 en vastgestelde jaarrekening van het meest recent verstreken begrotingsjaar. 7. Bij de berekening van de kosten voor uittreding zoals bedoeld in het zesde lid wordt een risicoopslag van 10% op de uittreedsom toegepast om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen. Deze opslag vrijwaart de uittredende deelnemer van alle toekomstige onvoorzienbare kosten. 8.

Bij de voorbereiding van het concept uittredingsplan biedt het bestuur de uittredende deelnemer de keuze tussen een betaling van de uittreedsom in een aantal termijnen of voor betaling van de uittreedsom in een keer. In het uittredingsplan bepaalt het bestuur conform de voorkeur van de uittredende deelnemer of de uittredende deelnemer de uit-treedsom in een daarbij te bepalen aantal termijnen (maximaal 5 jaartermijnen) of in een keer dient te betalen.” De verplichting tot het opnemen van bepalingen over uittreden volgt uit artikel 9 lid 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. De modelregeling van de VZG is gevolgd. Artikel 32 Deze nieuwe bepaling heeft betrekking op een vergoeding van kosten in geval van uittreding en luidt als volgt: “Artikel 32: Te vergoeden kosten, de uittreedsom 1. De voorlopige respectievelijk de definitieve uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten, waaronder ook een reëel aandeel in het vermogen van de vennootschappen, bedoeld in artikel 5, tweede lid. 2. Onder frictiekosten worden verstaan alle incidentele kosten te maken door het openbaar lichaam die het directe gevolg van de beslissing tot uittreding van een deelnemer zijn. 3.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14619329/1