CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-09-26 IC1 - Rapport afwegingskader logiesaccomodaties

commissie Omgeving 11 september 2024, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Ingekomen stukken14.495 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Dit is minder van toepassing als men reguleert op kenmerken van accommodaties, als slaapplaatsen, oppervlakte, bouwintensiteit, fundering of hoogte. Idealiter wordt gezocht naar een combinatie van beide wijzen van sturing. In bijlage II is een aanzet opgenomen voor het definitiekader voor soorten accommodaties. Hierin zijn de kenmerken opgenomen uit de opsomming hieronder. De verschillende kenmerken ingevuld vanuit aan de ene kant bestaande kaders voor bijvoorbeeld oppervlakte en hoogte uit bestemmingsplannen en omgevingsverordeningen, en aan de andere kant gangbare gebruiksperiodes, funderingen, wijzen van exploitatie, hoofdfunctie, sanitair- voorzieningen of centrumvoorzieningen. De bouwintensiteit voor verblijfsrecreatie van 13% is overgenomen uit het ontwikkelkader voor de Kustvisie, en de provinciale verordening. De aanzet voor het definitiekader moet in de volgende fase verder worden uitgewerkt.

3.3. Wat betekent dit voor de volgende fase? Voor de volgende fase betekent dit de volgende lijst met actiepunten:  Ontwikkelen van een lijst met soorten accommodaties, inclusief een globale definiëring.  Koppelen van aantallen slaapplaatsen aan soorten accommodaties in het definitiekader.  Besluiten omtrent welke soort regulering wenselijk is: aantallen en/of soorten accommodaties en/of kenmerken van accommodaties.  Beoordelen of gestuurd kan worden op aantallen overnachtingen, gekoppeld aan aantallen slaapplaatsen en soorten accommodaties.  Formuleren van gemeenschappelijke definities, waarbij in ieder geval wordt gekeken naar de volgende kenmerken: o Voor verblijfsrecreatie 17:  Type accommodatie.  Gebruiksperiode: seizoensgebonden of jaarrond.  Fundering: grondgeboden of niet-grondgebonden.  Maximaal toegestane oppervlakte.  Maximaal toegestane hoogte.

17

Hieronder vallen de subcategorieën: huisjesterreinen met/zonder centrale verhuur, losse eenheden op park, kampeerterreinen en groepsaccommodaties.

23 / 38

 Bouwintensiteit: oppervlakte in relatie tot totale oppervlakte perceel.  Centrumvoorzieningen, o.a. supermarkt of restaurants.  Exploitatie: centrale verhuur of geen centrale verhuur, wel/geen opgesplitst eigendom  Sanitair: privésanitair of centraal sanitair.  Hoofdfunctie.  Particuliere of bedrijfsmatige verhuur. o Voor logies met hoteldienstverlening/hotels 18:  Type accommodatie  Gebruiksperiode: seizoensgebonden of jaarrond.  Exploitatie: centrale verhuur of geen centrale verhuur, wel/geen opgesplitst eigendom  Particuliere of bedrijfsmatige verhuur.  Kookfaciliteiten in de hotelkamer/-studio.  Zitkamer in de hotelkamer/-studio.  Receptie.  Centrale eetgelegenheid.  Hoofdfunctie. o Waterrecreatie 19:  Type accommodatie.  Gebruiksperiode: seizoensgebonden of jaarrond.  Permanent of niet-permanent.  Maximaal toegestane oppervlakte.  Maximaal toegestane hoogte.  Bouwintensiteit: oppervlakte in relatie tot totale oppervlakte perceel.  Centrumvoorzieningen, o.a. supermarkt of restaurants.  Exploitatie: centrale verhuur of geen centrale verhuur.  Sanitair: privésanitair of centraal sanitair.  Particuliere of bedrijfsmatige verhuur. Definiëren van begrippen met een meer kwalitatief karakter uit tabel (paragraaf 3.1).

18

Hieronder vallen de subcategorieën: hotel/hostel/pension, appartement met hoteldienstverlening en bed en breakfast

19

Hieronder valt de subcategorie: jachthavens

24 / 38

4. Verwachtingen ten aanzien van het afwegingskader 4.1. Wat zien de stakeholders als de functie van het afwegingskader; wat moet ermee gedaan kunnen worden? De verschillende stakeholders formuleren op hoofdlijnen dezelfde verwachtingen ten aanzien van de functie van het afwegingskader. Daarmee formuleren de stakeholders ook een gezamenlijke visie op wat men wil met logiesaccommodaties in de toekomst, en hoe daaraan sturing moet worden gegeven, voortbouwend op Bestemming Zeeland 2030 en de Kustvisie. Met het afwegingskader zou het volgende gedaan moeten kunnen worden:  Het gemeenschappelijk, gelijkwaardig en eenduidig kunnen afwegen van ontwikkelingen aan een kader dat houvast biedt om de goede ontwikkelingen toe te staan en de onwenselijke tegen te kunnen houden. Daarbij moet meer worden gekeken naar het soort eenheden en het aantal slaapplaatsen en/of overnachtingen, mede in relatie tot de omgeving (leefomgeving, natuur, landschap, ...). Dit betekent meer regie door overheden op wat achter de slagboom gebeurt.  Het stimuleren van ondernemers om te verbeteren en innoveren, door duidelijkheid te bieden over wat wél kan (incl. flexibiliteit om in te kunnen spelen op marktontwikkelingen). Daarbij staat lokaal verbonden ondernemerschap centraal waarmee de brede maatschappelijke waarde van de vrijetijdssector wordt vergroot en erkend.

Ontwikkelingen waarbij logiesaccommodaties primair de functie hebben van investeringsobject worden ontmoedigd. o Bij het bieden van duidelijkheid over wat kan, dient ook duidelijkheid te worden gegeven over de verschillende wet- en regelgeving die van toepassing zijn op het initiatief. Zowel vanuit de gemeente als vanuit andere partijen als Rijkswaterstaat en het waterschap. Inclusief duidelijkheid over de procedures en de verschillende partijen die geconsulteerd moeten worden. Daarmee moet voorkomen worden dat initiatieven lokaal zijn uitgewerkt, uitgedacht en afgewogen, en vervolgens worden tegengehouden als gevolg van wetgeving van een andere overheid.  Daarmee moet worden bijgedragen aan de realisatie van de ambitie uit Bestemming Zeeland 2030 waarbij voldoende ontwikkelkansen zijn voor bestaand aanbod en diversiteit in aanbod wordt gerealiseerd: o Zorgen voor een vrijetijdssector die divers is en in balans met de samenleving en de omgeving bloeit:  Toerisme draagt positief bij aan de omgeving en de samenleving.  De vrijetijdssector is toekomstbestendig.  Inwoner en gast hebben een optimale beleving.  Het afwegingskader is gericht op logiesaccommodaties20 en dus op verblijf in Zeeland inclusief minimaal 1 nacht. Het afwegingskader gaat niet over dagrecreatie.

Dagrecreatie is gedefinieerd als “een vorm van vrijetijdsbesteding met een verblijf buiten de eigen woning zonder dat er een overnachting elders mee gepaard gaat”.21 Toeristen die op de ene plek in Zeeland overnachten, kunnen op een andere plek in Zeeland een dagrecreant zijn doordat ze daar bijvoorbeeld de stad of het strand bezoeken. Daarom is het van belang bij (de toepassing van) het 20

Definitie logiesaccommodatie: een ruimte, zowel overdekt als in de open lucht dus ook watergebonden, die bestemd, ingericht en tegen betaling in

gebruik is voor overnachten door gasten 21

Uitspraak Raad van State 201203224/A/A1, https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@98455/201403227-1-

a1/#:~:text=Ingevolge%20artikel%201.31%20wordt%20onder,begrepen%20vrijetijdsbesteding%20in%20gemotoriseerde%20sporten.

25 / 38

afwegingskader de eventuele druk mee te nemen die door ontwikkeling van logiesaccommodaties kan ontstaan in de rest van Zeeland.

4.2. Welke hoofdwaarden zien de stakeholders? Ook wat betreft de hoofdwaarden die ten grondslag moeten liggen aan het afwegingskader, is overwegend overeenstemming. Overwegend, omdat bij het ten opzichte van elkaar afwegen van de waarden verschillen zullen ontstaan. De een hecht meer waarde aan natuur, voor de ander is recreatieontwikkeling belangrijker. Het gaat om de volgende vier hoofdwaarden:  Natuur en landschap  Dit gaat over het beschermen, ontwikkelen en versterken van de natuur en het landschap.  Leefbaarheid  Dit gaat over draagvlak in de omgeving en draagkracht van de omgeving (incl. bereikbaarheid en publieke infrastructuur).  Recreatieontwikkeling en –ondernemerschap  Dit gaat over het mogelijk maken van toekomstbestendige bedrijfsontwikkeling met de nadruk op lokaal verbonden ondernemers, voor diverse typen bedrijven. Ook in relatie tot innovatie, ondernemersvisie, divers aanbod en lokaal DNA.  Duurzaamheid  Dit gaat onder meer over het leveren van een bijdrage aan de energietransitie en het versterken van het circulaire gebruik van grondstoffen (c.q. (on)omkeerbaarheid van ontwikkelingen), en het klimaatadaptief en natuurinclusief maken van de sector.

26 / 38

Waterveiligheid is randvoorwaardelijk en maakt samen met klimaatadaptatie en water - en bodemkwaliteit onderdeel uit van duurzaamheid. Voor het gehele afwegingskader geldt dat voldoen aan wettelijke verplichtingen uitgangspunt is. Alle van toepassing zijnde wettelijke verplichtingen – denk aan brandveiligheid of natuurbescherming – op mogelijke ontwikkelingen worden niet afzonderlijk opgenomen in het afwegingskader. Juridische en planologische regels die voortvloeien uit het afwegingskader zijn dus aanvullend op bestaande wet- en regelgeving.

4.3. Welke ruimte voor lokale afwegingen moet er komen? Hoe breng je ruimte voor lokale afwegingen in balans met een gezamenlijk en duidelijk afwegingskader? Als het gaat over het afwegingskader zit er vooral spanning op de interbestuurlijke verhoudingen: welke ruimte hebben gemeenten (straks) om zelf een eigen afweging te maken? Aan de ene kant willen veel gemeenten zo groot mogelijke zeggenschap hebben over ontwikkelingen in hun gemeente. Aan de andere kant wordt ook gezien dat ontwikkelingen elders in de regio 22 of provincie impact kunnen hebben op en/of druk kunnen opleveren in de eigen gemeente. Ook wordt gezien dat de optelsom van afzonderlijke ontwikkelingen, hoe kleinschalig ook, de hoofdwaarden van het afwegingskader in onbalans kan brengen. Door deze provinciebrede verwevenheid kan het afwegingskader alleen werken als alle gemeenten meedoen en samen met de provincie een modus vinden waarbij niet alleen balans tussen de waarden van het kader maar ook in de interbestuurlijke verhoudingen wordt gevonden. Deze balans kan worden gevonden door het gemeenschappelijk afwegingskader gelaagd op te bouwen. Dit betekent dat het afwegingskader wordt opgebouwd in drie lagen:

Provinciebreed

Regionaal

Lokaal

22

Bepalen welke aspecten onderbouwd terug moeten komen in de regionale en lokale afwegingen. Gebaseerd op de Bestemming Zeeland 2030 komen tot gemeenschappelijke, provinciebrede uitgangspunten die onderbouwd uitgewerkt moeten worden op regionaal en lokaal niveau. Uiteindelijke afwegingen in beeld brengen, de optelsom van de lokaal gemaakte afwegingen monitoren, gezamenlijk reflecteren en leren en zo nodig bijsturen op opzet en toepassing van het afwegingskader. Blijvend monitoren van diversiteit van aanbod en vraagontwikkeling.

Draagkracht in de regio in beeld (laten) brengen – welke ruimte is er voor welke ontwikkelingen? Uitwerken en toepassen van de gemeenschappelijke, provinciebrede uitgangspunten en aspecten. Dit kan (gekoppeld) aan de omgevingstafels gebeuren. Daarbij wordt ook gekeken naar bovenlokale impact van initiatieven. Uiteindelijke afwegingen en de optelsom van de lokaal gemaakte afwegingen provinciebreed delen en transparant maken.

Uitwerken en implementeren van de regionaal gemaakte afspraken, ook in omgevingsplannen, en het toepassen van het afwegingskader bij afzonderlijke initiatieven. Verplichting tot het ontwikkelen van lokaal beleid op vlak van (verblijfs)recreatie en toerisme. Daadwerkelijk handhaven op de naleving van de randvoorwaarden gekoppeld aan goedgekeurde initiatieven. Uiteindelijke afwegingen, inclusief de optelsom van de goedgekeurde initiatieven, delen en transparant maken in regio.

Wat betreft regio’s kan de indeling worden aangehouden van de omgevingstafel.

27 / 38

Op deze manier biedt het afwegingskader ruimte voor regionaal en lokaal maatwerk binnen gemeenschappelijke, provinciebrede kaders. Daarbij kan in de regio’s onderscheid worden gemaakt tussen binnen- en buitenstedelijke ontwikkelingen. Ook is het met deze gelaagdheid mogelijk om algemene uitgangspunten en aspecten die provinciebreed worden geformuleerd, steeds concreter te maken op regionaal en lokaal niveau. Om het afwegingskader in deze vorm goed te laten functioneren is continue dialoog nodig. Net als het delen van de afwegingen die worden gemaakt en waar daarbij tegenaan wordt gelopen. Samenwerken met de kaarten tegen de borst zal de werking van het afwegingskader met de gelaagdheid en dus de ruimte voor regionaal en lokaal maatwerk beperken. Het risico bestaat dan dat bijvoorbeeld de provincie meer zelf en strakker gaat reguleren.

4.4. Welke afwegingsaspecten en uitgangspunten vloeien hieruit voort? In deze paragraaf wordt een overzicht gegeven van het soort afwegingsaspecten en uitgangspunten die volgens de stakeholders een plek zouden moeten krijgen in het afwegingskader. Daarvoor worden voorbeelden gegeven die zijn opgehaald in de verschillende gesprekken en sessies. De voorbeelden hebben we geclusterd aan de hand van de hoofdwaarden van het afwegingskader. Aan het eind zijn aanvullend daarop een paar algemene uitgangspunten benoemd. In lijn met de voorgestelde gelaagde opbouw van het afwegingskader, zouden gezamenlijk dit soort afwegingsaspecten en uitgangspunten provinciebreed kunnen worden vastgesteld. Het is aan de regio om deze uit te werken en gebiedsgerichte afspraken te maken. Gemeenten passen deze vervolgens toe en dragen zorg voor de implementatie. 1.

Natuur en landschap: beschermen en ontwikkelen. 1.1. In de regio wordt de draagkracht van natuur en landschap in beeld gebracht: welke (her)ontwikkelingen van logiesaccommodaties kunnen natuur en landschap dragen? Het geheel aan draagkracht, dus zowel wat betreft natuur en landschap, leefbaarheid en marktruimte, wordt in de regio bepaald op basis van soorten accommodaties en daaraan gekoppelde slaapplaatsen en overnachtingen. Te beginnen met het bepalen van draagkracht van aantallen overnachtingen. Bij de afweging wordt onderbouwd of het initiatief past binnen de draagkracht van het gebied. 1.2. Uitgangspunt is dat een ontwikkeling geen negatieve impact op natuurdoelen, inclusief waterkwaliteit, mag hebben. Natuur en landschap worden versterkt. 1.3. Wat betreft natuur wordt in de afweging de impact op natuur(gebieden), natuurdoelen, inclusief waterkwaliteit, onderbouwd en expliciet meegenomen. Een natuurtoets maakt onderdeel uit van de planvorming, zodat deze afweging kan worden gemaakt. 1.4. Wat het landschap betreft moet de landschappelijke structuur, kwaliteit en inpassing van een initiatief worden onderbouwd met een landschapsplan en advies door een onafhankelijke deskundige. Dat zou eventueel kunnen aan de hand van een gebiedsbiografie.

Bij de afweging wordt inzichtelijk gemaakt hoe wordt toegezien op periodieke handhaving van de realisatie van het landschapsplan en wordt onderbouwd dat daarvoor de benodigde capaciteit beschikbaar is. Er wordt in ieder geval na 5 jaar door de gemeente geëvalueerd in welke mate de plannen uit het landschapsplan zijn gerealiseerd. 1.5. Daarnaast dient de stedenbouwkundige kwaliteit en inpassing van een initiatief te worden onderbouwd met een stedenbouwkundig plan. Uitgangspunt daarbij is dat een initiatief geen afbreuk mag doen aan de landschappelijke kwaliteit, de cultuurhistorische waarde van de omgeving en van eventuele bestaande bebouwing.

28 / 38

1.6. Spreiding van druk op kwetsbare natuurgebieden is mogelijk door recreatie en toerisme naar andere gebieden te geleiden waar ruimte is voor ontwikkeling van logiesaccommodaties en recreatie in de openbare ruimte (denk aan fiets- en wandelpaden). 2.

Leefbaarheid: draagvlak in de omgeving en draagkracht van de omgeving. 2.1. In de regio wordt in beeld gebracht wat het draagvlak onder inwoners is voor (her)ontwikkeling van logiesaccommodaties. Het geheel aan draagkracht, dus zowel wat betreft natuur en landschap, leefbaarheid en marktruimte (in relatie tot verwachte vraagontwikkeling), wordt in de regio bepaald op basis van soorten accommodaties en daaraan gekoppelde slaapplaatsen en overnachtingen. Bij de afweging wordt onderbouwd of het initiatief past binnen de draagkracht van het gebied, ook rekening houdend met cumulatieve effecten. 2.2. In de afweging wordt aangetoond dat er draagvlak in de omgeving is voor het initiatief. Dat betekent dat bij nieuwe initiatieven een participatietraject plaats dient te vinden om het draagvlak in de omgeving te kunnen bepalen. 2.3. In de afweging wordt de impact van het initiatief op de omgeving onderbouwd en expliciet meegenomen. Dit gaat in ieder geval over bereikbaarheid (incl. parkeren), publieke infrastructuur, veiligheid en overlast, stedenbouwkundige inpassing en woningmarkt. Uitgangspunt is dat een initiatief moet passen bij de draagkracht van de omgeving. 2.4. Expliciet wordt afgewogen of er randvoorwaarden aan het initiatief moeten worden gesteld die ervoor zorgen dat het initiatief de leefbaarheid versterkt.

Bijvoorbeeld door bij minicampings geen centrumvoorzieningen, anders dan sanitair, toe te staan waardoor de lokale Retail en horeca profijt hebben van de bezoekers. Of door voorzieningen op het terrein als zwembaden open te stellen voor de omgeving.

3.

Recreatieontwikkeling en -ondernemerschap: het mogelijk maken van toekomstbestendige bedrijfsontwikkeling met de nadruk op lokaal verbonden ondernemers. Onderstaande afwegingsaspecten en uitgangspunten zijn erop gericht innovatieve ondernemers en diversiteit in aanbod te stimuleren door aan te sluiten op de visie van deze ondernemers zelf en door als aangrijpingspunt voor het afwegingskader te kiezen voor de impact op de omgeving door de ontwikkeling en de (on)omkeerbaarheid daarvan. Doel moet – naast economische vitaliteit - zijn om meerwaarde te realiseren voor de directe omgeving en leefbaarheid, met minimalisering van de lasten. Dat bepaalt mede de ruimte voor ondernemers om te innoveren, diversiteit te realiseren en zich aan te passen aan ontwikkelingen in de markt. 3.1. In de regio wordt in beeld gebracht welke marktruimte er is voor (her)ontwikkeling van logiesaccommodaties. Het geheel aan draagkracht, dus zowel wat betreft natuur en landschap, leefbaarheid en marktruimte, wordt in de regio bepaald op basis van soorten accommodaties en daaraan gekoppelde slaapplaatsen en overnachtingen. Bij de afweging wordt onderbouwd of het initiatief past binnen de draagkracht van het gebied. 3.2. Ondernemers worden gestimuleerd om te verbeteren en innoveren.

Daarbij staat lokaal verbonden ondernemerschap centraal waarmee de brede maatschappelijke waarde van de vrijetijdssector wordt vergroot en erkend. Ontwikkelingen waarbij logiesaccommodaties primair de functie hebben van investeringsobject worden ontmoedigd. Bestaande ondernemers, zeker die lokaal verbonden zijn, mogen ondernemen. Dat wil zeggen dat ze de ruimte hebben om de bestaande accommodaties toekomstbestendig en overdraagbaar op de volgende generatie te maken. Bij nieuwe ontwikkelingen en herontwikkelingen worden de volgende aspecten meegenomen in de afweging: 3.2.1. Bij de afweging wordt gekeken naar de visie op ondernemerschap van de initiatiefnemer: hoe ziet de organisatie en exploitatie eruit (ook in de toekomst), in welke mate past het initiatief bij en in de omgeving, wat is de toegevoegde waarde van de ontwikkeling voor landschap, natuur en inwoner,

29 / 38

vormt uitbreiding in eenheden en oppervlakte de basis van het financierings- en/of verdienmodel, of uitponding? 3.2.2. In alle gevallen wordt met het oog op het beperken van de druk op de omgeving door de ontwikkeling, gekeken naar en randvoorwaarden worden gesteld ten aanzien van: 3.2.2.1. Ruimtebeslag eenheid (oppervlakte, hoogte; ook in relatie tot het gehele perceel). 3.2.2.2. Soort eenheden (bijv. permanent of niet-permanent). 3.2.2.3. I.c.m. druk op de omgeving in de vorm van het aantal slaapplaatsen en mogelijke overnachtingen. Dit gaat nadrukkelijk niet om het verwachte aantal overnachtingen – op basis van gemiddelde bezettingscijfers –, maar over het feitelijk mogelijke aantal. Hierbij wordt ook de relatie gelegd met parkeren. 3.2.2.4. Afhankelijk van het soort accommodatie wordt expliciet afgewogen of voorwaarden worden gesteld ten aanzien van de functie accommodatie ten opzichte van andere functies. Dit kan bijvoorbeeld gelden bij minicampings waarbij de hoofdfunctie actief agrarisch gebruik moet blijven of bij bed en breakfasts die ondersteunend moet zijn aan de hoofdfunctie wonen. 3.2.3. Onderzocht moet worden of opgesplitst eigendom kan worden tegengegaan. Dit geldt ook ten aanzien van hotels. Zo mogelijk wordt opgesplitst eigendom tegengegaan. 3.2.4.

Permanente bewoning van alle vormen van logiesaccommodaties wordt voorkomen, aansluitend op het reeds bestaande verbod in de provinciale verordening. 3.2.5. Initiatieven dienen bij te dragen aan versterking van diversiteit in aanbod, het tegengaan van het gebruik van accommodaties als investeringsobject en het tegengaan van verstening. 3.2.6. Cultuurhistorische panden vragen bijzondere voorwaarden omwille van behoud en voorkoming leegstand (zowel binnenstedelijk als landelijk) 3.3. Het kan in het kader van een gelijk speelveld nodig zijn om voor de verschillende deelsectoren een aantal (aanvullende) sectorspecifieke criteria te ontwikkelen zoals ter illustratie 3.3.1 Voor hotels en pensions o.m. afwegingen omtrent  Hotelvoorzieningen die minimaal aanwezig moeten zijn (o.a. receptie, ontbijt- of restaurantvoorziening).  Nieuwvestiging alleen nog toestaan in bestaande gebouwen, maar niet ten koste van woonvoorraad en monumentale waarde.  Hoe werken beperkte uitbreidingspercentages bij hotels 3.3.2. Voor toeristisch verhuur woonruimtes, o.m.  Als uitgangspunt aansluiten op de Wet Toeristische Verhuur van woonruimte, met daarbinnen lokale keuze van de aangeboden instrumenten.  Met randvoorwaarden:  Ondersteunend aan hoofdfunctie wonen, eigenaar woont daar (m 2 en aantal kamers).  Geen hoteldienstverlening/hotelvoorzieningen (o.a. receptie, ontbijt-/ restaurantzaal).

 Geen apart bouwwerk apart van de privéwoning wordt benut voor toeristische verhuur 3.4 Er wordt bekeken of en zo ja, onder welke voorwaarden maatwerk voor specifieke ontwikkelingen wenselijk dan wel haalbaar is in Zeeuwsbrede dan wel lokale context.

4.

Duurzaamheid: leveren van een bijdrage aan de energietransitie en het versterken van circulaire principes en het Klimaatadaptief en natuurinclusief maken van de sector. In de afweging worden in ieder geval eisen en randvoorwaarden ontwikkeld en meegenomen t.a.v. 4.1 Energie (Opwek, besparing, ...);

30 / 38

4.2 Circulariteit in ontwikkeling (bouw) en exploitatie. ((on)omkeerbaarheid van een ontwikkeling) 4.3 Klimaatadaptatie (inclusief waterkwaliteit en waterveiligheid). 4.4 Natuur(inclusiviteit) en landschap Daarbij moet aandacht zijn voor blijvende ontwikkelkansen van ondernemers die al ver zijn in het nemen van duurzaamheidsmaatregelen. 5.

Aanvullend op voorgaande gelden de volgende algemene uitgangspunten: 5.1. Er is geen ruimte voor nieuwe grootschalige verblijfsrecreatieve ontwikkelingen (aansluitend op het coalitieakkoord van de provincie). 5.1.1. Daarvoor is het nodig om de bestemmingsplannen te analyseren op de ruimte die hiervoor nog bestaat en op basis hiervan tot actualisatie over te gaan, conform de provinciale verordening. 5.1.2. Onderzoeken of/hoe daarbij het omvormen van permanent naar niet-permanent mogelijk blijft indien het aangrijpingspunt van regulering is het aantal slaapplaatsen in combinatie met overnachtingen in plaats van aantal eenheden. 5.1.3. Hiervoor is het nodig provinciebreed te bepalen wat wordt verstaan onder ‘nieuwe’ en ‘grootschalige’ ontwikkelingen. 5.2. Als uitgangspunt geldt dat spreiding van bezoekers over de provincie mogelijk moet worden gemaakt, met verblijfsrecreatie als één van de sturingsmiddelen. 5.2.1. Dit betekent dat er conform de provinciale verordening geen nieuwvestiging mogelijk is in de kustzone, los van de badplaatsen en aandachtsgebieden, en dat uitbreiding van bestaande bedrijven alleen onder de voorwaarden van het ontwikkelkader mogelijk is. 5.2.2. Dit betekent dat in het achterland – afhankelijk van de draagkracht in het gebied – onder voorwaarden ruimte kan worden gemaakt voor nieuwvestiging van kleinschalige accommodaties. 5.2.3.

Hiervoor is het nodig provinciebreed te bepalen wat onder kleinschalig wordt verstaan (maxima bepalen).

4.5. Welke kansen en knelpunten zien de stakeholders bij de opzet en de toepassing van het afwegingskader? Met de geschetste opzet van het afwegingskader wordt tegelijkertijd ruimte geboden voor regionaal en lokaal maatwerk alsook een gemeenschappelijk Zeeuws kader ten behoeve van te maken afwegingen. Het afwegingskader moet daarbij levend zijn. In de zin dat gesprek, reflecteren en leren nodig is om het kader en de toepassing daarvan continu te verbeteren. In de gesprekken is ook een aantal mogelijke knelpunten genoemd waarbij in de volgende fase rekening moet worden gehouden, te weten:  De draagkrachtbepaling door HZ Kenniscentrum Kusttoerisme is naar verwachting medio 2024 beschikbaar. Het is nu nog niet te zeggen hoe en in welke mate uitkomsten vanuit deze meting richtinggevend kunnen zijn. De vraag is ook in welke mate – binnen afzienbare tijd – kwantitatief een beeld kan worden gegeven van de draagkracht voor natuur en landschap, leefbaarheid en marktruimte. Er kan wel worden begonnen met het meenemen van draagkracht voor aantallen overnachtingen.  Interbestuurlijk draagvlak en samenwerking is cruciaal om het afwegingskader verder uit te bouwen en werkend te krijgen en te houden.

31 / 38

  

  

Door mogelijke ‘mazen’ in de bestemmingsplannen kunnen ongewenste ontwikkelingen niet worden tegengehouden. Daarom is de analyse van alle bestemmingsplannen belangrijk, zowel qua aantallen als qua gehanteerde definities. Ook is het van belang om de categorie 1-projecten uit de Kustvisie te actualiseren en waar ontwikkeling van deze projecten niet meer gewenst is, de ruimte hiervoor in bestemmingsplannen te saneren. Het afwegingskader en de daaruit voortvloeiende randvoorwaarden moeten juridisch worden geborgd. Voor de provincie zal dat vooral in de omgevingsverordening moeten plaatsvinden. Gemeentelijk in de bestemmings/omgevingsplannen en daaruit voortvloeiende ruimtelijke besluitvorming. Daadwerkelijk toezicht en handhaving op naleving is nodig om te zorgen dat het afwegingskader doorwerkt in de praktijk, waarbij zowel een taak ligt voor de provincie als voor de gemeenten. De benodigde dialoog vergt transparantie naar elkaar en elkaar aanspreken. Leg je afspraken hierover vast en kun je elkaar daarop aanspreken? Aan de ene kant is ruimte voor omvorming positief, omdat daarmee gewenste ontwikkelingen kunnen worden gestimuleerd. Bijvoorbeeld als permanente eenheden worden omgezet naar niet-permanente. Aan de andere kant kan het ook ongewenste ontwikkelingen mogelijk maken.

Er moet in die context ook aandacht komen voor de overgangsfasen wanneer een bedrijf naar een ander type accommodatieaanbieder ontwikkelt, zoals van kampeerterrein naar huisjespark, van B&B naar pension, of van minicamping naar regulier kampeerbedrijf of minivakantiepark. Aandacht moet blijven uitgaan naar de optelsom van initiatieven. Veel kleine initiatieven kunnen grootschalig uitpakken. Daarom is de regionale en provinciebrede afstemming en monitoring belangrijk. Er moet in het kader van een gelijk speelveld aandacht zijn voor het onderscheid tussen verschillende soorten bedrijven: agrarische bedrijven met recreatie als nevenactiviteit, particuliere verhuurders en recreatiebedrijven. Er moet worden gekeken naar de wijze waarop andersoortige accommodaties die kunnen worden ingezet voor recreatie dan logiesaccommodaties zijn gereguleerd en hoe zich dat verhoudt tot de sector. Denk aan deeltijdwoningen, tweede woningen, nieuwe economische dragers, landgoederen en voormalige landschapscampings. Er moet aandacht blijven voor niet-vitale vakantieparken, het opkopen van vakantieparken door (buitenlandse) investeerders en ketenvorming van recreatiebedrijven. Inclusief eventuele revitaliserings- of transformatieopgaven (waarbij 1 park, 1 plan het uitgangspunt is).

32 / 38

5. Organisatie en samenwerking 5.1. Hoe zien de stakeholders rollen en verantwoordelijkheden, ook voor zichzelf? Hierbij valt onderscheid te maken naar de verschillende soorten stakeholders:  Provincie: regie op het totaal van het afwegingskader, op proces en vanuit verantwoordelijkheid voor de fysieke leefomgeving, inclusief ruimte, natuur en toerisme en recreatie. Dit vertaalt zich in de verordening en (te ontwikkelen) instrumentarium.  Gemeenten: samenwerkend in de regio gericht op het uitwerken van de provinciebrede afwegingsaspecten en uitgangspunten. Dit kan plaatsvinden aan of gekoppeld aan de omgevingstafel. En natuurlijk afzonderlijk voor de eigen gemeente wat betreft het uitwerken en toepassen afwegingskader en de regionale afspraken. Dit is inclusief het verzorgen van het toezicht en handhaving.  Natuurorganisaties en sectororganisaties: participeren in het ontwikkelen van provinciebrede afwegingsaspecten en uitgangspunten alsook op regionaal en waar nodig lokaal niveau adviseren over en klankbord zijn voor de uitwerking en toepassing van het afwegingskader. Dit kan door provinciebreed, zoals nu gebeurt, te participeren in de overleggen, en regionaal/lokaal bijvoorbeeld in de vorm van een adviescommissie of door deelname in/zorgdragen voor benoeming van een lid in een toetsteam (zie hieronder).

De voorgestelde systematiek kent vergelijkingen met de systematiek die wordt gehant eerd voor woningbouwprogramma’s en bedrijventerreinen. Zonder daarbij de wettelijke bevoegdheden aan te tasten. De mogelijkheid om regionaal een onafhankelijk toetsteam op te zetten, kan worden verkend. Een dergelijk toetsteam kan worden ingezet voor het toetsen van initiatieven met bovenlokale impact.

5.2. Hoe zien stakeholders het proces van afweging voor zich? In hoofdstuk 4 is hierop reeds ingegaan.

5.3. Hoe borg je leren en bijstellen? De provincie houdt de regie op het afwegingskader. Daaronder valt het organiseren van periodieke afstemming tussen de gemeenten, regio’s, provincie, natuurorganisaties en sectororganisaties. Nog los van dit soort afstemmingsmomenten bij het bouwen en uitwerken van het afwegingskader, is het raadzaam om casuïstiek en dilemma’s met elkaar te delen en bespreken. Locaties te bezoeken en best practices te zien. Daarbij hoort transparantie over afwegingen die worden gemaakt, daarop met elkaar te reflecteren en dat als input te gebruiken om het afwegingskader en de toepassing daarvan steeds weer te verfijnen. Kortom, als je een gemeenschappelijk, provinciebreed afwegingskader wilt, vergt dat van eenieder commitment, inzet en transparantie.

33 / 38

6. Samenvatting van uitgangspunten t.b.v. volgende fase Uit de inventarisatie vloeien de volgende uitgangspunten voor de volgende fase voort. 1. 2.

3.

4.

5. 6.

23

Er komt een gemeenschappelijk, provinciebreed -Zeeuws- afwegingskader. Aan het afwegingskader liggen de volgende hoofdwaarden ten grondslag: o Natuur en landschap. o Leefbaarheid. o Recreatieontwikkeling en -ondernemerschap. o Duurzaamheid. In hoofdstuk 4 zijn de in deze fase geïnventariseerde (voorbeelden van) afwegingsaspecten en uitgangspunten opgenomen die voort kunnen vloeien uit deze hoofdwaarden. Het afwegingskader heeft de volgende functies: o Het gemeenschappelijk, gelijkwaardig en eenduidig kunnen afwegen van ontwikkelingen aan een kader dat houvast biedt om de goede verblijfsrecreatieve ontwikkelingen toe te staan en onwenselijke ontwikkelingen tegen te kunnen houden op elke schaal. Dit kader biedt een gelijk speelveld voor de verschillende soorten van verblijfsrecreatieve bedrijvigheid in Zeeland. o Het stimuleren van ondernemers om te verbeteren en te innoveren, door duidelijkheid te bieden over wat wél kan (incl. flexibiliteit om in te kunnen spelen op marktontwikkelingen). Daarbij staat lokaal verbonden ondernemerschap centraal waarmee de brede maatschappelijke waarde van de vrijetijdssector wordt vergroot en erkend. Groei is niet de norm. Ontwikkelingen waarbij logiesaccommodaties primair de functie hebben van investeringsobject worden ontmoedigd.

o Daarmee moet worden bijgedragen aan de realisatie van de ambitie uit Bestemming Zeeland 2030: Zorgen voor een vrijetijdssector die in balans is met de samenleving en de omgeving bloeit:  Toerisme draagt positief bij aan de omgeving en de samenleving.  De vrijetijdssector is toekomstbestendig.  Inwoner en gast hebben een optimale beleving. Daaronder vallen verschillende thema’s omtrent draagvlak bij inwoners, duurzaamheid, natuurbescherming, diversiteit in aanbod en ontwikkelkansen voor bestaand aanbod.  Een gezamenlijke taal/definitiekader. Het afwegingskader is gericht op logiesaccommodaties23 en dus op verblijf in Zeeland inclusief minimaal 1 nacht. Wij richten het afwegingskader niet op dagrecreatie. Dagrecreatie is een vorm van vrijetijdsbesteding met een verblijf buiten de woning zonder dat er een overnachting elders mee gepaard gaat. Toeristen die op de ene plek in Zeeland overnachten, kunnen op een andere plek in Zeeland een dagrecreant zijn doordat ze daar bijvoorbeeld de stad of het strand bezoeken. Daarom is het van belang bij (de toepassing van) het afwegingskader de eventuele druk mee te nemen die door ontwikkeling van logiesaccommodaties kan ontstaan in de rest van Zeeland. In het afwegingskader is er aandacht voor het soort eenheden in combinatie met het aantal slaapplaatsen en overnachtingen.

Daarmee nemen de overheden meer regie op wat achter de slagboom gebeurt. Het afwegingskader is gelaagd opgebouwd, provinciebreed, regionaal en lokaal. o Provinciebreed:  Bepalen welke aspecten onderbouwd terug moeten komen in de regionale en lokale afwegingen.

Een ruimte, zowel overdekt als in de open lucht, die bestemd, ingericht en tegen betaling in gebruik is voor overnachten door gasten.

34 / 38

Gebaseerd op de Bestemming Zeeland 2030 komen tot gemeenschappelijke, provinciebrede uitgangspunten die onderbouwd uitgewerkt moeten worden op regionaal en lokaal niveau.  Uiteindelijke afwegingen in beeld brengen, de optelsom van de lokaal gemaakte afwegingen monitoren, gezamenlijk reflecteren en leren en zo nodig bijsturen op opzet en toepassing van het afwegingskader. o Regionaal:  Draagkracht in de regio in beeld (laten) brengen – welke ruimte is er voor welke ontwikkelingen?  Uitwerken en toepassen van de gemeenschappelijke, provinciebrede uitgangspunten en aspecten. Dit kan aan de omgevingstafels gebeuren.  Uiteindelijke afwegingen en de optelsom van de lokaal gemaakte afwegingen provinciebreed delen en transparant maken. o Lokaal:  Uitwerken en implementeren van de regionaal gemaakte afspraken, ook in omgevingsplannen, en het toepassen van het afwegingskader bij afzonderlijke initiatieven.  Daadwerkelijk handhaven op de naleving van de randvoorwaarden gekoppeld aan goedgekeurde initiatieven.  Uiteindelijke afwegingen, inclusief de optelsom van de goedgekeurde initiatieven, delen en transparant maken in regio.

In de vervolgfase – Fase 2 – worden bovenstaande uitgangspunten vanuit de inventarisatie uitgewerkt tot een praktisch, begrijpelijk en goed toepasbaar instrument(arium)/kader voor het integraal afwegen en beoordelen van plannen die (her)ontwikkeling van logiesaccommodaties beogen en tevens een ontwikkel- en handelingsperspectief voor ondernemers biedt t.b.v. toekomstbestendig ondernemerschap. Het instrumentarium van dit zgn. afwegingskader moet dus zowel een toetsings- en beoordelingskader voor overheden bieden als een kwaliteitskader voor ondernemers. Dit is inclusief het bijbehorend (juridisch) instrumentarium alsook de benodigde organisatie en samenwerking. Daarnaast wordt een gezamenlijke opdracht gegeven voor het inventariseren van de bestemmingsplanmatige ruimte die er nog is in Zeeland voor verblijfsrecreatie, omdat dat de basis vormt voor toekomstige al dan niet gewenste ontwikkelingen c.q. ontwikkelruimte. 

7.

8.

35 / 38

Bijlage I Bestaande beleidskaders Zie voor de bestaande beleidskaders het bijgevoegde document ‘overzicht bestaande beleidskaders’.

36 / 38

Pro v.

Slui s

Campings (toeristische plekken, jaarplekken, chalets, ..)

x

X

Minicampings/kleinschalig kamperen

x

x

Vakantieparken

x

x

Huisjesterreinen

x

x

Jachthavenplekken

x

Drijvende/varende recreatiewoningen wel/niet in jachthaven Tweede woningen in/buiten kernen Deeltijd wonen

T’zen

x

Hul st

SD

BP

BP + KV

BP

BP

BP

x x

n.v.t .

x x

Goes

N-B

Kapelle

Borsele

Vlissinge n

M’burg

Veere

ALLE S BP

ALLES BP indien van toepassing

X

ALLES BP indien van toepassing

ALLES BP indien van toepassin g

ALLES BP en toeristisc he visie

In ontwikk eling

BP

X

KV

X

KV

X

BP

BP

x

x

pensions

BP

X

niet

X

BP

BP

X

BP

Per 202 4 BP

X

BP

BP

X

BP

BP

X

AirBnB

Bijzonder overnachten in natuur (losse eenheden)

niet

Groepsaccommodaties Landgoederen

x

R’wa al

niet

B&B / kamerverhuur

NED – verblijf in boerenschuren, kleinschalig kamperen, recreatieappartementen, … Hotel

Thole n

BP x

x

BP

X

BP

X

BP

Recreatieappartementen boven detailhandel Strandslaaphuisjes Camperlokaties

niet x

niet x

X X

BP

Bijlage II | Aanzet definitiekader Zie voor de aanzet van het definitiekader het bijgevoegde document ‘definitiekader’

37 / 38

Verblijfsaccommodatie Type Gebruiksaccommodatie periode

Vakantiewoning op park met centrale verhuur Vakantiewoning op park zonder centrale verhuur

Jaarrond

Grondgebonden

75 m2

5 meter

Bouwintensiteit (exclusief centrale voorzieningen; volgend uit ontwikkelkader Kustvisie) 13%

Jaarrond

Grondgebonden

75 m2

5 meter

13%

Ja

Niet centraal

Privé

Recreatie

Losse eenheden niet op park Stacaravan

Jaarrond

Grondgebonden

75 m2

5 meter

13%

Nee

Niet centraal

Privé

Recreatie

Jaarrond

40 m2

3,75 meter

13%

Ja

Centraal

Privé

Recreatie

Chalet/ bungalow Kampeerplaats

Jaarrond

Niet grondgebonden Grondgebonden

70 m2

3,75 meter

13%

Ja

Centraal

Privé

Recreatie

Niet grondgebonden Niet grondgebonden Niet grondgebonden Niet grondgebonden Niet grondgebonden Niet grondgebonden Niet grondgebonden Grondgebonden

Geen maximum

13%

Nee

Centraal

Recreatie

13%

Nee

Centraal

13%

Nee

Centraal

13%

Nee

Centraal

13%

Nee

Centraal

Niet privé Niet privé Niet privé Niet privé Privé

13%

Nee

Centraal

13%

Nee

Centraal

Niet privé Privé

Recreatie

40 m2

Geen maximum Geen maximum Geen maximum Geen maximum Geen maximum Geen maximum 3,5 meter

35 m2

3,75 meter

13%

Nee

Centraal

Privé

Recreatie

Grondgebonden

Geen maximum

Geen maximum

13%

Nee

Centraal

Privé

Recreatie

Jaarplaats Camperplaats Minicamping Glampingtent Tepeetent Strandslaaphuisje Trekkershut

Seizoensgebonden Jaarrond Seizoensgebonden Seizoensgebonden Seizoensgebonden Seizoensgebonden Seizoensgebonden Seizoensgebonden Jaarrond

Groepsaccommodatie Logies met hoteldienstverlening

Fundering

Maximale oppervlakte

Maximale hoogte

Geen maximum Geen maximum Geen maximum Geen maximum Geen maximum

Centrumvoorzieningen

Exploitatie

Sanitair

Hoofdfunctie

Verhuur

Slaapplaatsen per object

Ja

Centraal

Privé

Recreatie

Bedrijfsmatig

4–6

Particulier of bedrijfsmatig Particulier

4–6

Bedrijfsmatig Bedrijfsmatig Bedrijfsmatig Bedrijfsmatig Bedrijfsmatig Bedrijfsmatig Bedrijfsmatig Bedrijfsmatig Bedrijfsmatig Bedrijfsmatig Bedrijfsmatig

4

Recreatie Recreatie Recreatie Recreatie

Recreatie

4-6

4 2 4 4 2 2 2 2 2-4 8-12

Type accommodatie

Gebruiksperiode

Exploitatie

Volwaardige kookfaciliteiten

Zitkamer

Receptie

Eetgelegenheid

Hoofdfunctie

Recreatieappartement Aparthotel Hotelkamer Hotelstudio Hostel Pension Bed en breakfast Particuliere verhuur Waterrecreatie Type accommodatie

Jaarrond

Niet centraal

Ja

Ja

Nee

Nee

Recreatie

Slaapplaatsen per object/ kamer 4-6

Jaarrond Jaarrond Jaarrond Jaarrond Jaarrond Jaarrond Jaarrond

Centraal Centraal Centraal Centraal Centraal Centraal Centraal

Ja Nee Nee Nee Nee Nee Ja

Ja Nee Ja Nee Nee Nee Ja

Ja Ja Ja Ja Ja Nee Nee

Nee Ja Ja Ja Nee Nee Nee

Recreatie Recreatie Recreatie Recreatie Recreatie Wonen Wonen

4-6 2 4 2 2 2 4-6

Gebruiksperiode

Permanent/niet -permanent

Maximale oppervlakte

Maximale hoogte

Centrumvoorzieningen

Exploitatie

Sanitair

Verhuur

Vaste ligplaats

Jaarrond

Niet permanent

Geen maximum

Nee

Centraal

Privé

Passantenplaats

Seizoensgebonden Jaarrond

Niet permanent

Geen maximum

Nee

Centraal

Privé

Permanent

55 m2

Geen maximum Geen maximum 3,5 meter

Nee

Centraal

Privé

Bedrijfs matig Bedrijfs matig Bedrijfs matig

Drijvende vakantiewoning

Slaapplaatsen per object/ kamer 4-6 4-6 4-6

Ecologische waarde Recreatieve eenheid

TwynstraGudde adviseert overheid en bedrijfsleven op veel van de grote en urgente thema’s van deze tijd. Denk aan veiligheid, diversiteit, digitalisering, mobiliteit, duurzaamheid, energie, financiën en gezondheid. We bieden onze opdrachtgevers unieke, werkbare oplossingen en brengen complexe projecten en programma’s tot een goed einde. Iets creëren van blijvende waarde, daar gaan we voor. Daardoor hebben we een directe impact op (toekomstige) maatschappelijke en economische ontwikkelingen. En dus een grote impact op morgen.

38 / 38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14448055/1