CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-06-19 - Bp Buitengebied, Westsingel (landgoed) toelichting geanoni.

commissie Omgeving 19 juni 2024, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Buitengebied, Westsingel Axel13.024 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Deze parking wordt niet nabij de natuurbegraafplaats zelf gerealiseerd, om het natuurlijke karakter te behouden. Deze parking heeft een omvang van 25 x 30 meter. Aan de buitenzijde is er ruimte voor 9 parkeerplaatsen. Dan is er in het middenterrein nog ruimte voor enkele losse parkeerplaatsen en blijft er voldoende circulatieruimte over op het perceel. Er kunnen in een ruime setting derhalve 22 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Gelet op het niet intensieve gebruik en de aanwezigheid van de parkeerplaatsen aan de begraafplaats Westsingel zijn er gezamenlijk ruim voldoende parkeerplaatsen om aan de CROW norm te voldoen. Verkeersgeneratie De realisatie van de natuurbegraafplaats en de woning zorgen voor extra verkeersbewegingen. De verkeersgeneratie van het onderhavige plan is eveneens berekend op basis van de kencijfers uit de CROW publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren'. Als uitgangspunten is ook hier 'matig stedelijk' en 'rest bebouwde kom' gebruikt. Uit de berekening blijkt dat - uitgaande van de aantallen in het stedenbouwkundig plan - het onderhavige plan een gemiddelde verkeersgeneratie van 28 voertuigbewegingen per etmaal teweeg brengt. 26

Verkeersgeneratie

min

max

Koop, huis, vrijstaand

7,8

8,6

Begraafplaats

15

25

Totaal

22,8

33,6

Het merendeel van deze verkeersbewegingen zullen via de Westsingel en de Buthdijk worden afgevoerd. Deze extra verkeersbewegingen vanwege de planontwikkeling ruim kan worden opgevangen binnen de capaciteit van de Westsingel en de Buthdijk. Openbare toegankelijkheid landgoed Op het landgoed wordt een pad uitgezet dat kan dienen als uitloopgebied voor de bewoners (van de westzijde) van Axel. Het ommetje voert langs de voormalige spoorlijn, de Buthkreek, langs poelen, bloemrijk grasland en door het bos. Het pad is van zonsopgang tot zonsondergang vrij toegankelijk. Gelet op de nabijheid van de kern en de parkeermogelijkheden ten behoeve van de natuurbegraafplaats wordt verwacht dat er van deze recreatieve paden veel gebruikt zal worden gemaakt.

4.9 Archeologische waarden en cultuurhistorie Nederland heeft in 1992 het verdrag van Malta ondertekend. Het verdrag van Malta heeft als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te beschermen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient er een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd, voordat er bodemingrepen plaatsvinden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden ter vervanging van de Monumentenwet 1988. Een deel van de monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, 27

wanneer deze vanaf 1 januari 2024 in werking treedt. Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumtenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet. Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. De gemeenteraad van Terneuzen heeft op 27 januari 2011 het interimbeleid archeologie ‘de onderste steen boven’ vastgesteld. De insteek van dit beleid is het regelen van archeologie in ruimtelijke plannen. Daar waar de bescherming van archeologische waarde niet is geregeld in een ruimtelijk plan (bestemmingsplan of beheersverordening) fungeert als vangnet de Erfgoedverordening Terneuzen 2011. Deze verordening is op 9 oktober 2017 geactualiseerd en is in samenhang met het archeologiebeleid opnieuw vastgesteld.

Bij het opstellen van ruimtelijke plannen, dienen aanvragen om een omgevingsvergunning, aanlegvergunning of vergunningverlening in het kader van de Erfgoedverordening te worden getoetst. Toetsing dient plaats te vinden op basis van het volgende stroomschema.

Afbeelding 4.5, Stroomschema archeologiebeleid gemeente Terneuzen AMK en IKAW De ontwikkeling is getoetst aan de Archeologische Monumentenkaart (AMK) en de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden. Het gebied is niet gelegen in een waardevol gebied op basis van de AMK en het gebied is gelegen in een gebied met een zeer lage tot lage trefkans op basis van het IKAW. Op basis van het AMK en IKAW is er geen nadere onderzoeksplicht noodzakelijk.

28

Afbeelding 4.6, Kaart AMK en IKAW (bron: Archeologie in Nederland) Archis en Zeeuws Archeologisch Depot Archis (Archeologisch Informatiesysteem) is een databank met gegevens over archeologische vindplaatsen en terreinen vanaf de Prehistorie tot de Nieuwe Tijd in Nederland. Binnen het plangebied zijn geen vondstmeldingen bekend in Archis. Buiten deze vondstmeldingen zijn de volgende onderzoeken gemeentebreed uitgevoerd: - 4568760100: Vrijstellingenkaart in de diepte (2017); - 2439204100: Project Leemten in Kennis; - 2434360100: Verruiming vrijstellingsdiepte (2014). In het Zeeuws Archeologisch Depot (ZAD) worden de archeologische vondsten en documentatie die eigendom zijn van de Provincie Zeeland bewaard en beheerd. Hier wordt ook een deel van de archeologische collectie van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen bewaard. Alle Zeeuwse bodemvondsten die het resultaat zijn van archeologisch onderzoek zijn automatisch eigendom van de Provincie en moeten in het ZAD worden gedeponeerd. Het ZAD is geraadpleegd op 14 september 2023. In het ZAD zijn geen meldingen bekend voor de locatie aan de Westsingel. Geologische kaart Van Rummelen

29

Afbeelding 4.9, uitsnede geologische kaart Van Rummelen Op de Geologische Kaart van Nederland (van Rummelen 1977a) worden in het plangebied drie verschillende geologische eenheden weergegeven (zie Afbeelding 4.9). In het westelijk deel van het plangebied, tegen de Buthkreek, komen kreekafzettingen van Duinkerke IIIb (code Do.3b) voor. In deze zones hebben erosieve kreken zich diep in het landschap in gesneden, eventuele onderliggende archeologische lagen zijn hierbij opgeruimd. Deze kreken zijn vervolgens dichtgeslibd met zandige mariene afzettingen. Deze voormalige kreken zijn in principe onverdacht voor archeologie. In het noordwestelijk deel van het plangebied komen afzettingen van Duinkerke IIIa op Hollandveen op Pleistoceen (Fo.3a) voor. Daar waar het Hollandveen intact is, kunnen resten uit de ijzertijd en Romeinse tijd aanwezig zijn. Dergelijke resten zijn eerder aangetroffen in (de omgeving) van Axel. In het westelijk deel van het plangebied ligt een zone met een omvang van ca. 1,6 hectare met code DPo.3b betreffende kreekafzettingen van Duinkerke IIIb op niet geërodeerd pleistoceen. Op basis van het stroomschema van het gemeentelijk archeologiebeleid geldt voor afzettingen uit Duinkerke III geen onderzoeksplicht. Deze onderzoeksplicht geldt wel voor het onderliggende niet geërodeerde pleistoceen.

30

afbeelding 4.10, pleistocene afzettingen, diepteligging en erosiegraad (bron: Van Rummelen) Op basis van de bijkaarten, behorende bij de geologische kaart van Van Rummelen, is de diepte van de pleistocene afzettingen (afb. 4.10) en het Hollandveen (afb. 4.11) te bepalen. Deze diepte is bepaald ten opzichte van het N.A.P. Voor de niet geërodeerde pleistocene afzettingen geldt, dat in het westelijk deel van het plangebied de pleistocene lagen grotendeels gelegen zijn tussen -1 meter en 0 meter N.A.P. In het overige deel van het plangebied zijn de lagen veel dieper gelegen op een diepte tussen -10 en -5 meter N.A.P. Voor het Hollandveen geldt dat deze is gelegen op een diepte van -0,5 tot -1 meter N.A.P.

afbeelding 4.11, Ligging en dikte Hollandveen (bron: Van Rummelen)

31

Om de diepte van de pleistocene lagen en het Hollandveen te bepalen ten opzichte van het oppervlakte dient de hoogte van het maaiveld bepaald te worden. Voor het noordelijk deel van het plangebied is deze bepaald met behulp van de Algemene Hoogtekaart Nederland. Deze hoogten zijn weergegeven in afbeelding 4.11. Op basis van deze hoogtebepaling is er sprake van een beperkte vorm van microreliëf binnen het plangebied. Het westelijk deel tegen de Buthkreek is lager gelegen dan het gedeelde aan de straatzijde aan de Westsingel. Over vrijwel het gehele plangebied is het aflopen in westelijke richting waarneembaar. In de noord zuid richting is het microreliëf veel minder.

o 0,92 o 0,82 o 0,31

o 0,24

o 0,89

o 0,58

o 1,12

o 0,44 o 0,68

o 0,36

o 0,52

o 0,35

o 0,94

o 0,72

o 0,92 o 1,0

o 1,08 o 1,10

o 0,85 o 0,98

o 1,11

o 1,08

o 0,58

o 0,55

o 0,28

o 0,46

o 0,24

o 0,58

o 0,28

o 1,08

o 0,65 o 0,25 o 0,24

o 0,62 o 0,66

o 1,08

o 1,08

o 0,20

o 0,58

o 1,08

o 1,08

o 0,22

o 0,63

o 1,08

o 1,08

o 0,18

o 0,59

o 1,08

o 1,08

o 0,24

o 0,66

o 1,08

o 1,08

o 0,33

o 0,68

o 1,08

o 1,08

o 0,48

o 0,64 o 1,08

o 1,08

o 0,66

o 0,42 o 1,08

o 0,53

o 1,08

o 1,08 o 1,08

08

afbeelding 4.12, hoogteligging ten opzichte van N.A.P. (bron: AHN, bewerking De Koster RO) Nu de hoogte van de pleistocene afzettingen bekend is ten opzichte van N.A.P. en de hoogte van het maaiveld ten opzichte van N.A.P., kan de diepte van de pleistocene afzettingen ten opzichte van het maaiveld worden bepaald. In het oostelijk deel van het plangebied, min of meer tegen de begraafplaats en de Westsingel gelegen, bevinden de pleistocene afzettingen zich op een diepte van 0,7 tot 1,7 meter ten opzichte 32

van het maaiveld. Het overige gedeelte waar op basis van de geologische kaart van Van Rummelen (afbeelding 4.9) binnen het plangebied pleistocene afzettingen aanwezig zijn, zijn deze afzettingen gelegen op een diepte van 5 tot 10 meter ten opzichte van het maaiveld. Het Hollandveen is in het Noordwestelijk deel van het plangebied gelegen op 1 tot 1,5 meter N.A.P. Op basis van voorgaande toetsing en het stroomschema uit het gemeentelijk archeologiebeleid geldt dat ten behoeve van het verlenen van een omgevingsvergunning een archeologisch onderzoek nodig is wanneer in het westelijk en noordwestelijk deel van het plangebied de verstoring 500 m² of meer beslaat. In het overige deel van het plangebied geldt een archeologische verwachtingswaarde bij een verstoring van 1.000 m2. Gemeentelijke vrijstellingenkaart (2017) Volgens de Vrijstellingenkaart van de gemeente Terneuzen (versie november 2017) ligt het plangebied grotendeels in een rode zone (afbeelding 4.12). Voor dit gedeelte van het plangebied geldt een vrijstellingsdiepte van een halve meter beneden maaiveld. In het noordelijk deel van het plangebied is een klein gedeelte met een vrijstelling van 2,5 meter beneden maaiveld. De kaart dient alleen gebruikt te worden voor gebieden waar een dubbelbestemming archeologie geldt.

De gemeentelijke vrijstellingenkaart is daarom als bijlage bij de planregels behorende bij dit bestemmingsplan gevoegd.

afbeelding 4.12, vrijstellingenkaart gemeente Terneuzen Toets archeologie Op basis van het gemeentelijk stroomschema is het gebied onderzocht op archeologische waarden. De planlocatie is niet gelegen binnen een zone van de AMK. Op basis van de IKAW is het gebied gelegen in een zone met een lage, tot zeer lage trefkans. In Archgis en het ZAD zijn geen archeologische vondsten bekend. Op basis van de Geologische Kaart van Rummelen geldt dat het gebied ligt in Duinkerke III. Voor deze gebieden geldt op basis van het archeologiebeleid van de gemeente Terneuzen geen nadere onderzoeksplicht. Dit geldt wel voor het onderliggende niet geërodeerde pleistoceen en Hollandveen. Het voorkomen van deze niet geërodeerde lagen geeft aanleiding om aan de westelijke en noordwestelijke helft van het plangebied de dubbelbestemming ‘waarde – archeologie 2’ aan te merken. In het overige deel van het plangebied wordt de dubbelbestemming ‘waarde – archeologie 3’ toegekend. Voor deze gebieden geldt dat ten behoeve van het verlenen van een omgevingsvergunning een archeologisch onderzoek nodig is. Verwezen wordt naar de bij dit bestemmingsplan behorende plankaart voor de exacte begrenzing van deze dubbelbestemmingen. 33

Eventuele bij de werkzaamheden voorkomende vondsten dienen op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet altijd te worden gemeld bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. De gemeente Terneuzen heeft in aanvulling op haar vastgestelde Structuurvisie 2025 cultuurhistorische waardenkaarten vastgesteld. Bij iedere herziening van het bestemmingsplan dienen de cultuurhistorische waarden in het bestemmingsplan te worden vertaald. Cultuurhistorische waarden kunnen op verschillende manieren worden opgenomen in het bestemmingsplan. Cultuurhistorie omvat naast archeologie, veel meer aspecten. Hierbij kan worden gedacht aan beschermde stads- en dorpsgezichten, molens met bijbehorende molenbiotopen, bebouwingsstructuren, beplanting, karakteristieke bebouwing, monumenten, landgoederen, buitenplaatsen, zichtlijnen.

In de toelichting dient nu dus naast archeologie ook aandacht te worden besteedt aan gebouwd erfgoed en landschap. Het gaan daarbij om sporen, objecten, patronen en structuren die bepalend zijn voor de geschiedenis en identiteit van een gebied. Er zijn voor drie hoofdstrategieën drie historische waardenkaarten vastgesteld. Toets Voor het landgoed Westsingel is getoetst aan de cultuurhistorische waardenkaarten.

Afbeelding 4.13, kaartblad ‘Behoud’ Cultuurhistorische Waardenkaarten gemeente Terneuzen Toets Aan de westzijde grenst het plangebied aan een kreekrestant, dit is de Buthkreek. Aan de zuidzijde is 34

een overgang tussen dekzandgebied en zeekleigebied. Net buiten het plangebied ligt een onverharde weg, een historische sluis en een afgegraven dijk.

Afbeelding 4.14, Kaartblad ‘Behoud door Ontwikkeling’, Cultuurhistorische Waardenkaarten gemeente Terneuzen Toets Langs de noordzijde van het plangebied loopt een voormalige historische spoorlijn. Deze historische lijn is ter plaatse nog goed in het verkavelingspatroon herkenbaar. De nieuwe ontwikkeling wenst het voormalige spoortraject juist te versterken en door middel van beplanting te benadrukken in het landschap. De zuidzijde van het plangebied is onderdeel van de Liniezone van de Staats-Spaanse Linies en is daarom aangewezen met de strategie Versterken. Het is de bedoeling de herkenbaarheid van de Liniezone te verbeteren, waarmee ook een bijdrage geleverd kan worden aan de toeristischrecreatieve infrastructuur van de gemeente. Het plangebied is aan de zuidzijde relatief smal. Herstel van de Liniedijk heeft weinig zin, omdat de omliggende kavels niet worden mee ontwikkeld. Zowel in oostelijke, als westelijke richting is de Liniedijk niet meer als dusdanig herkenbaar. Door middel van beplanting is het mogelijk de Liniedijk op een andere manier terug in het landschap te laten komen. Het overige deel van het plangebied is aangemerkt als ‘verbreden’. De aanleg van een landgoed met natuurbegraafplaats is een ontwikkeling dat hier uitstekend binnen past.

35

Afbeelding 4.15, kaartblad ‘Vernieuwing Mogelijk’, Cultuurhistorische Waardenkaarten gemeente Terneuzen Toets Het gebied is geen onderdeel van een locatie waar vernieuwing mogelijk is, maar bevat met name een landschappelijke ontwikkeling.

afb. 4.16, legenda CHW-kaarten 36

Binnen het plangebied zijn geen aardkundige elementen gelegen. Door middel van beplanting worden de verdwenen Liniedijk en het verdwenen spoor terug benadrukt. Er dienen binnen de contouren van het bestemmingsplan ook geen specifieke cultuurhistorische elementen te worden beschermd. Cultuurhistorische kaarten provincie Zeeland De Kaart Cultuurhistorie Zeeland zet karakteristieke landschappelijke kenmerken ‘op de kaart’. Het bevordert de beleving door aan te geven waar cultuurhistorische waardevolle aspecten van het landschap gevonden kunnen worden. Op deze kaart worden onder meer aardkundige waardevolle gebieden, historische landschappen en waardevolle bouwwerken aangegeven.

Afbeelding 4.14, uitsnede cultuurhistorische kaart provincie Zeeland (bron: www.zeeland.nl) Het plangebied is gelegen binnen het ‘zeekleigebied nieuwland’. Het zuidwestelijk zeekleigebied beslaat een groot deel van Zeeland en de Zuidhollandse eilanden. Het wordt chronologisch ingedeeld in oudland en nieuwland. Het grootste gedeelte van Zeeuws-Vlaanderen wordt aangemerkt als nieuwland. Vanaf het midden van de 13e eeuw werden dijken niet meer zozeer aangelegd om bestaand land te verdedigen, maar ook om ‘nieuw’ land aan te winnen. Omdat het zeekleigebied vrijwel heel Zeeuws-Vlaanderen beslaat, vloeien er geen beperkingen uit in ruimtelijk opzicht. Zoals reeds geconstateerd op de cultuurhistorische waardenkaarten van de gemeente Terneuzen, loopt in het noordelijk deel van het plangebied de voormalige spoorlijn Mechelen – Terneuzen. Deze spoorlijn is nog deels zichtbaar in het verkavelingspatroon van het landschap. Door middel van beplanting wordt dit traject weer herkenbaar in het landschap. Het zuidwestelijk deel was onderdeel van de Staats-Spaanse Linies. Dit is niet meer zichtbaar in het landschap. Conclusie provinciaal cultuurhistorisch beleid Op basis van cultuurhistorisch kaartmateriaal van de provincie Zeeland is het plangebied nooit bebouwd geweest.

De cultuurhistorisch waardevolle elementen in de omgeving van het plangebied is de verdwenen spoorlijn Terneuzen – Mechelen en de voormalige Staats-Spaande Linie. De spoorlijn zal door middel van beplanting weer terug beter herkenbaar in het landschap worden gebracht. Voor 37

de linie zijn geen plan voor herstel, vanwege het ontbreken van samenhang met overige elementen uit de Staats-Spaanse Linies en de zeer beperkte oppervlakte dat deze binnen het landschap aanwezig zijn.

4.10 Kabels en leidingen Binnen het plangebied ligt een gastransportleiding van de Gasunie. Deze leiding is planologisch beschermd. Deze bescherming zal worden overgenomen in voorliggend bestemmingsplan.

4.11 Overige belemmeringen Er zijn binnen het plangebied geen overige belemmeringen, zoals een molenbiotoop, of radargebied, bekend.

4.12 Waterhuishouding Water en ruimtelijke ordening hebben met elkaar te maken. Enerzijds is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik. Anderzijds kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beiden is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, te voorkomen. Volgens het Besluit ruimtelijke ordening is een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht. In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze in het plangebied met water en water gerelateerde aspecten wordt om gegaan. De relevante aspecten met betrekking tot de waterhuishouding zijn opgenomen in de tabel uit bijlage 3. Deze is in het kader van het wettelijk vooroverleg voorgelegd aan het Waterschap Scheldestromen. De belangrijkste conclusie is dat ontwikkeling extra verhard oppervlakte met zich mee brengt. Om het hemelwater ter plaatse te infiltreren wordt binnen het plangebied op tenminste twee plaatsen waterberging gerealiseerd. Eén voor de bebouwing en verharding van de privé woning en één waterberging voor de bebouwing voor de natuurbegraafplaats. De wandelpaden worden in halfverharding uitgevoerd. De te compenseren waterberging is als een verplichting in de planregels opgenomen.

4.13 Besluit M.E.R. Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets 38

In onderhavig plan wordt één nieuwe woningen mogelijk gemaakt. De ontwikkeling is concreet

beschreven in paragraaf 2.2. Het huidige gebruik van het plangebied is agrarische grond. Woningbouw wordt in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage aangemerkt als de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject. De m.e.r.- plicht geldt bij projceten van een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. De genoemde maximum oppervlakken gelden als drempelwaarden. Het ruimtebeslag van het onderhavige project ligt ruimschoots beneden de drempelwaarde. Conclusie die op grond hiervan getrokken kan worden is dat het onderhavige project niet m.e.r.-beoordelingsplichtig is. Wel zal een vormvrije m.e.r. uitgevoerd moeten worden. Er wordt een aparte notitie vormvrije m.e.r.-beoordeling gemaakt waarin de milieu-effecten nader zijn beoordeeld aan de hand van de criteria uit de Europese richtlijn. Voordat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage wordt gelegd zal het college van burgemeester en wethouders hierover een afzonderlijk besluit nemen.

4.14 Niet gesprongen explosieven Net als vele andere Nederlandse steden was Axel tijdens de Tweede Wereldoorlog (WOII) bezet door de Duitse overheersers en hierdoor het toneel van meerdere van grond- en luchtgevechten. Met name tijdens de bevrijding is er rondom het kanaal van Axel naar Hulst hevig gevochten. Na de oorlog was sprake van een groot aantal op en in de (water)bodem aanwezige conventionele explosieven (CE), zoals achtergelaten munitievoorraden, mijnenvelden en vele blindgangers van allerhande soorten munitie die tijdens het gebruik in de oorlog niet naar behoren hadden gefunctioneerd. Gemeente Terneuzen hanteert voor niet-gesprongen explosieven (NGE) het Historisch Vooronderzoek en NGE-Risicokaart van REASeuro, kenmerk RO180093 van 24 oktober 2018. Zodra een locatie als (potentiële) risicolocatie is aangemerkt, moet er in eerste instantie rekening worden gehouden met mogelijk achtergebleven conventionele explosieven. Risicokaart De bedoelde locatie ten westen van de Westsingel in Axel valt in relatie tot NGE door oorlogshandelingen in de Tweede Wereldoorlog in een aangemerkt risicogebied (zie afbeelding 4.15 in paars en groen).

39

afbeelding 4.15, risicogebied Niet Gesprongen Explosieven (bron: gemeente Terneuzen) Toelichting (zie ook de bijlage – NGE REASeuro HO 2018 Tijdens de bevrijding hebben in september 1944 hevige grondgevechten en artillerie-beschietingen plaatsgevonden, namelijk bij het verdrijven van Duitse soldaten uit Axel in de opmars richting Terneuzen en Zaamslag door Poolse eenheden. In het gebied dient -- in eerste instantie -- rekening te worden gehouden met achtergebleven klein-kaliber munitie (KKM), hand- en geweergranaten, munitie voor granaatwerpers en geschutmunitie van de kalibers 5 cm t/m 10,5 cm, afkomstig van grondartillerie. Historische kaarten (bron: www.topotijdreis.nl)

1930

40

1945

1970

2000 Toelichting Het plangebied ligt in de Buthpolder, ten noordwesten van de woonkern Axel. Direct noordelijk van het plangebied grensde het spoortraject van de Zeeuwsch-Vlaamsche Trammaatschappij (ZVTM), die in 1911 is opgericht. Reeds in de 19e eeuw, mogelijk nog eerder, liep er door de Buthpolder een meanderend oppervlaktewater: de Buthkreek. Deze waterloop is na de Tweede Wereldoorlog versmald en in een meer rechte vorm geleid. Daardoor werd meer landbouwgrond gevormd.

41

1945

1951 Overweging Er is hier sprake van een tweedeling. Enerzijds de oorspronkelijke kreekloop en anderzijds het aangelegen gebied (landbouwgrond) daarbuiten. Kreekloop Eventueel achtergebleven oorlogsmunitie door de Tweede Wereldoorlog kon in oppervlaktewater aan het zicht worden onttrokken. Doordat de kreekloop is gewijzigd en versmald, valt een deel van de actuele landbouwgrond binnen het gebied van de oorspronkelijke Buthkreek. Net als in de actuele kreekloop kan in de gevormde landbouwgrond munitie zijn achtergebleven en/of zijn gedumpt. Resterend plangebied Door de omvang van het projectgebied is het kunnen aantreffen van een vorm van munitie in dat geval reëel. De omschreven munitie zou zich dan op, of juist onder de oppervlakte bevinden. Dit deel van het plangebied (bedoeld exclusief voornoemde kreekloop) is gedurende reeds vóór de Tweede Wereldoorlog tot heden als landbouwgrond in gebruik, met enige grondroering/-verzet aan de oppervlakte tot gevolg. Grote oorlogsrestanten zouden redelijkerwijs al zijn opgemerkt en verwijderd. In de nabije omgeving zijn weliswaar registraties van de Explosieven Opruimingsdienst 42

(EOD), maar geven geen melding van daadwerkelijk aangetroffen of onschadelijk gemaakte munitie. De trefkans van munitie is niet ondenkbaar, maar wel klein. Op basis van trefkans en kaliber van bedoelde munitie wordt humaan risico laag ingeschat. (Vervolg)onderzoek wordt redelijkerwijs niet noodzakelijk geacht. Afhankelijk van het tijdpad kan de initiatiefnemer zekerheidshalve zelf tot onderzoek naar NGE besluiten, bedoeld om vertraging tijdens de fase van projectuitvoering te voorkomen. Conclusie Binnen het plangebied vormt het deel van de gaandeweg gewijzigde kreekloop een noemenswaardig risico; een projectgebonden risicoanalyse naar ontplofbare oorlogsresten is vereist. Voor wat betreft het resterende plangebied wordt (vervolg)onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten redelijkerwijs niet noodzakelijk geacht. Het staat de opdrachtgever uiteraard vrij om verdergaand onderzoek te doen om zo eventuele risico’s vooraf uit te sluiten. In geval er t.z.t. bij de projectontwikkeling ter plaatse alsnog munitie wordt aangetroffen, wordt ingezet op het handelen op basis van het protocol ‘Toevalstreffer conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog’.

In de planregels behorende bij dit bestemmingsplan wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat alvorens het landgoed niet eerder mag worden ingericht, nadat ten hoogte van de buthkreek een projectgebonden risicoanalyse heeft plaats gevonden. In geval er bij de projectontwikkeling ter plaatse alsnog munitie wordt aangetroffen, wordt ingezet op het handelen op basis van het protocol ‘Toevalstreffer conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog’.

43

5 Juridische planbeschrijving 5.1 Planopzet en systematiek De in hoofdstuk 2 beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die bindend is voor overheid, bedrijven en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding (plankaart) vormen het juridisch bindende deel. Op de verbeelding worden de toegekende bestemmingen en aanduidingen visueel weergegeven. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft zelf geen juridische bindende werking, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen.

5.1.1 Regels De regels sluiten aan bij de door de gemeente Terneuzen gehanteerde standaard overeenkomstig het bestemmingsplan ‘Buitengebied’. Tevens zijn de voorschriften uit het facetbestemmingsplan ‘Parkeren’ verwerkt. Tot slot wordt aangesloten bij de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012. Artikel 3 Groen Het gehele landgoed is voorzien van de bestemming ‘groen’. Een specifieke locatie heeft tevens de aanduiding ‘natuurbegraafplaats’. De basis voor deze bestemming vormt de bestemming' uit het bestemmingsplan ‘Buitengebied’. De verbijzondering ligt in het feit dat de gronden teven gebruikt mogen worden voor een natuurbegraafplaats. De bestemming is voorts ingericht op dat specifieke gebruik. Bouwwerken en voorzieningen In de bestemming zijn alleen andere bouwwerken ten behoeve van de natuurbegraafplaats en (andere) bouwwerken ten behoeve van de bestemming toegestaan. Bij dat laatste gaat het om voorzieningen ten behoeve van het beheer en onderhoud van het natuurgebied of voor de waterhuishouding. Daarnaast is een artikel opgenomen dat het mogelijk maakt om voorzieningen te plaatsen ten behoeve van de natuurwaarden, denk hierbij aan bijvoorbeeld een vleermuizenpaal, of bunker. Wegen en paden zijn mee bestemd. Artikel 4 Wonen De locatie waar de woning mag worden gerealiseerd wordt bestemd als ‘wonen’. Hier mag ten hoogste één vrijstaande woning worden gebouwd.

Artikel 5 en 6 Waarde – Archeologie De voorschriften ter bescherming van de archeologische waarden, sluiten aan bij de standaardregels van de gemeente Terneuzen.

5.1.2 Verbeelding Op de verbeelding wordt de locatie van de natuurbegraafplaats opgenomen en het overige deel van het landschapspark. De woning aan de Westsingel dient binnen het op de verbeelding opgenomen bouwblok te worden gebouwd.

44

6 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening 2008 (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Alle kosten voor de totstandkoming, uitvoering en instandhouding van het plan zijn voor rekening van de ontwikkelaar. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. Met de initiatiefnemer van het plan sloot de gemeente een exploitatieovereenkomst als bedoeld in artikel 6.12 van de Wro. Het verhaal van gemeentelijke kosten is hierdoor verzekerd. Het is niet nodig om een exploitatieplan vast te stellen voor deze ontwikkeling. Onderdeel van deze overeenkomst is het beheerplan uit bijlage 5.

45

7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De vooroverlegreacties zijn als bijlage 8 van de toelichting gevoegd. Provincie Zeeland De provincie Zeeland heeft in het vooroverleg aangegeven dat zij een nadere toetsing aan het provinciale Landgoederenbeleid wensen en enkele zekerheiden ten aanzien van aanleg, onderhoud en instandhouding van het landgoed in het plan wenst in te bouwen. Verder zijn opmerkingen gemaakt ten aanzien van stikstof en ecologie. De toelichting en de planregels zijn hier op aangepast. Waterschap Scheldestromen Het Waterschap Scheldestromen heeft aandacht gevraagd voor het beheer en onderhoud van de waterlopen aangrenzend aan het plangebied. Tevens wenst zij bij de aanleg van het landgoed in niet meer in gebruik zijnde leiding verwijderen. De initiatiefnemer zal hierover in overleg gaan met het Waterschap. Veiligheidsregio De Veiligheidsregio Zeeland heeft geen opmerkingen gemaakt op het voorontwerp bestemmingsplan.

7.2 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 21 december 2023 tot en met 31 januari 2024 voor een ieder ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Er zijn gedurende deze periode wel zienswijzen ingediend. Deze zienswijzen geven aanleiding om het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen.

46

47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14245967/1