2024-06-19 - bijlage 6 Quickscan omgevings- en milieuaspecten (geanonimiseerd)
Tekst van het document
ca{e: Project
Huisvesting
Code
001476
Onderwerp
Quickscan
Locatie
Zandstraat
Steller
(geanonimiseerd) | (geanonimiseerd)
Datum
17
internationale
omgeving2, Sas
2024,
mei
en
van
(geanonimiseerd)
werknemers
milieuaspecten
Gent
Kapelle
QUICKSCAN OMGEVING- EN MILIEUASPECTEN n
deze
zijn de
memo
huisvesting
van
Deze
is opgesteld
memo
meest
relevante
omgevingsaspecten
96 internationale werknemers om
aan
met
de Zandstraat
betrekking 2 te Sas
de aandachtspunten vanuit deze aspecten
tot van
de ontwikkeling van de tijdelijke Gent hieronder in beeld gebracht.
in beeld te hebben.
Archeologie n het zuidelijk deel van het plangebied geldt de dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie 3’, voor het overige deel van het plangebied geldt geen archeologische dubbelbestemming. Archeologisch onderzoek is nodig wanneer de grond- of graafwerkzaamheden dieper gaan dan de vrijstellingsdiepte (50 crm) beneden het maaiveld en hierbij het e verstoren oppervlak onder de vrijstellingsdiepte groter is dan 1.000 m? De te realiseren bebouwing wordt zonder waarde. De te realiseren grotendeels geplaatst op gronden archeologische bebouwing bedraagt circa 750 waarvan 100 3’ wordt zon m? binnen de dubbelbestemming ‘Waarde-Archeologie De mè? gerealiseerd. grondwerkzaamheden voor het aanleggen van de parkeervakken en het entreeplein zullen naar verwachting niet dieper van 5Û cm onder het maaiveld gaan. Binnen de dubbelbestemming worden ondergrondse afvalcontainers aangelegd, deze zullen 1,6 meter onder het maaiveld worden geplaatst. Het te roeren grondoppervlak voor deze ondergrondse containers bedraagt circa 15 m2 De vrijstellingswaarden zullen naar verwachting niet worden overschreden. Archeologisch onderzoek is niet nodig. Bodem Omdat
met de
huisvesting sprake
is
langdurig verblijf van personen en daarmee een gevoelige functie, dient aangetoond te worden dat de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik. Op dit moment wordt een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Hieruit zal blijken of de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik of dat nog eventueel aanvullende onderzoeken of maatregelen nodig zijn. van
Cultuurhistorie
Op circa 150 meter ten westen van het plangebied op het adres Zandstraat 6 is een cultuurhistorisch waardevolle boerderij gesitueerd. Gelet op de reeds aanwezige bebossing aan de westzijde van het plangebied zijn de zichtlijnen van het plangebied richting de boerderij reeds beperkt. Verder zijn er in of in de nabijheid van het plangebied geen cultuurhistorisch waardevolle objecten gesitueerd. Geluid
Wegverkeerslawaai Een
akoestisch
onderzoek
geluidaandachtsgebied geluidsaandachtsgebied mvt/etmaal.
is
nodig
de
Westkade
meer van
dan
wanneer
1.000 en
de
verkeersintensiteit
mvt/etmaal Zandstraat.
Deze
van
bedraagt.
Het
wegen
hebben
een met omliggende wegen binnen het plangebied ligt een hogere belasting dan 1.000
Industrielawaai Het plangebied valt binnen de ‘geluidszone – industrie -3’ wegens de ligging nabij de industrieterreinen Axelse Vlakte II en Sluiskil-Oost/Stroodorpe-Oost. Binnen deze geluidszone zijn geen nieuwe geluidsgevoelige objecten toegestaan. Om aan te tonen dat er sprake is van een goed akoestisch klimaat wordt er op dit moment een akoestisch onderzoek wegverkeers- en industrielawaai uitgevoerd. Uit het akoestisch onderzoek zal blijken of er maatregelen moeten worden toegepast om te komen tot een goed akoestisch klimaat of dat er reeds sprake is van een goed akoestisch klimaat Luchtkwaliteit Het plan draagt niet in betekenende mate bij luchtkwaliteit is niet benodigd.
aan
een
verslechtering
van
de luchtkwaliteit. Onderzoek
naar
Ladder voor duurzame verstedelijking Het realiseren van wooneenheden voor in totaal 96 personen wordt aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De behoefte dient aangetoond te worden. In de ‘Beleidsnotitie Grip op flexwonen’ is opgenomen dat er een toenemende behoefte is naar huisvesting voor arbeidsmigranten en met name grootschalige locaties voor shortstay verblijf. Voorliggend initiatief voorziet in deze behoefte. Milieuzonering Aangetoond dient te worden dat de huisvesting geen hinder ondervindt van omliggende functies maar ook dat de nieuwe huisvesting de omliggende functies niet hinderen in de huidige gebruiksmogelijkheden. Het plangebied ligt op een afstand van circa 110 meter van het industrieterrein Axelse Vlakte. In de nabijheid van het plangebied zijn op het industrieterrein bedrijven tot ten hoogste milieucategorie 3. 2 toegestaan. De maximale richtafstand voor bedrijven met milieucategorie 3. 2 is 100 meter tot het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Milieuzonering vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. M. e. r-beoordeling Bij de ontwikkeling van woningen is er na inwerkingtreding van de Omgevingswet sprake van een merbeoordelingsplicht.
Het gaat hier namelijk om de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen als bedoeld in kolom 1 onder J11 uit bijlage V Omgevingsbesluit. Er moet beoordeeld worden of er aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn. Gelet op de aard en tijdelijkheid van de ontwikkeling worden geen aanzienlijke milieueffecten verwacht. Mobiliteit en bereikbaarheid Nieuwe ontwikkelingen mogen niet leiden tot verkeersproblemen op de omliggende wegen. Er moeten ook voldoende parkeerplaatsen voor auto's en voor fietsen gerealiseerd worden. Wat voldoende is, is afhankelijk van de locatie en gemeentelijk beleid. Mobiliteit is geen doel op zich, maar een belangrijke randvoorwaarde voor onder meer de woningbouwopgave en de regionale economie. Gemeenten kennen een breed takenpakket op het gebied van mobiliteit. Het gaat niet alleen om het beheer en onderhoud van lokale wegen, maar ook over de mobiliteitstransitie, verkeersveiligheid en toegankelijkheid. Om mobiliteit toekomstbestendig te maken moeten al deze aspecten in onderlinge samenhang beschouwd worden. Gemeenten hebben daarnaast een eigen verantwoordelijkheid om locaties binnen de gemeente goed bereikbaar te houden.
Parkeren Conform de ‘Normenset behorende bij beleidsregel Flexbewoning gemeente Terneuzen’ bedraagt de parkeernorm voor huisvesting van arbeidsmigranten in het buitengebied minimaal 0,7 parkeerplaats per kamer. In onderhavig plan is huisvesting voorzien voor 96 personen in evenveel kamers. Hiertoe dienen minimaal 68 parkeerplaatsen te worden aangelegd (96 x 0,7 = 67,2). Aan de zuidwestzijde van de locatie zijn 46 haakse parkeerplaatsen voorzien. Aan de zuidoostzijde zijn eveneens haakse parkeerplaatsen voorzien. Hier worden 22 parkeerplaatsen aangelegd. In totaal worden 68 parkeerplaatsen aangelegd. Hiermee wordt voldaan aan de gestelde parkeernorm uit het beleidsplan. Conclusie In het plangebied worden 68 parkeerplaatsen aangelegd. Hiermee wordt voldaan beleidsplan en wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid.
aan
de parkeernorm uit het
Vervoersmodaliteit en ontsluiting De locatie wordt ontsloten op de Zandstraat via de bestaande ontsluiting van het perceel. De Zandstraat sluit door middel van een T-splitsing aan op de Westkade (N252). De ontsluiting van het perceel is op een afstand van circa 55 meter tot de T-splitsing gelegen. De N252 vormt één van de hoofdontsluitingsroutes binnen de gemeente Terneuzen. Daarmee is de locatie goed bereikbaar en wordt deze direct ontsloten op het hoofdwegennet binnen de gemeente. Vanaf het plangebied ligt een fietspad richting de Westkade en de dorpskernen Sas wordt de locatie ook voor langzaam verkeer goed en verkeersveilig ontsloten.
van
Gent
en
Sluiskil. Daarmee
Conclusie De locatie wordt zowel voor gemotoriseerd verkeer als voor langzaam verkeer goed ontsloten. Verkeersgeneratie De verkeersgeneratie is inzichtelijk gemaakt aan de hand van de kengetallen uit de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’. Hierbij is uitgegaan van de stedelijkheidsgraad ‘weinig stedelijk’ en gebiedstype ‘buitengebied. Voor de verkeersgeneratie van de huisvesting van de arbeidsmigranten wordt bij gebrek aan passende kencijfers uitgegaan van de kencijfers voor zelfstandige kamerverhuur (niet-studenten). Hierbij is de minimale verkeersgeneratie 1,8 motorvoertuigbewegingen per etmaal en de maximale verkeersgeneratie 2,4 motorvoertuigbewegingen. Dit betekent een gemiddelde verkeersgeneratie van 2,1 motorvoertuigbeweging per kamer/verblijfseenheid. De verwachting is dat een (groot) deel van de arbeidsmigranten gezamenlijk zullen rijden, al dan niet met kleine busjes. Dit is voornamelijk bij de short-stay gebruikelijk, omdat meerdere arbeidsmigranten tegelijkertijd bij hetzelfde bedrijf werkzaam zullen zijn. Een gemiddelde verkeersgeneratie van 2,1 motorvoertuigbeweging per verblijfseenheid wordt dan ook realistisch geacht. Uitgaande van 96 kamers, bedraagt de verkeersgeneratie 201,6 motorvoertuigen per etmaal.
Wat betreft het effect op de verkeersstromen wordt aangenomen dat de arbeidsmigranten zeer waarschijnlijk in of rondom de Kanaalzone te werk worden gesteld. Daarmee zal op de Zandstraat voornamelijk in oostelijke richting extra verkeer worden gegenereerd, de toename in westelijke richting zal naar verwachting dus zeer beperkt zijn. De Zandstraat betreft een erftoegangsweg buiten de bebouwde kom met vrijliggende fietspaden en heeft hoofdzakelijk een verkeersfunctie. Een dergelijk weg kan volgens de richtlijnen van het CROW (Handboek wegontwerp 2013 – Erftoegangswegen) tot 5. 000 à 6. 000 mvt/etmaal verwerken. Volgens de meest recente tellingen is er op de Zandstraat sprake van intensiteiten van 1. 400 mvt/etmaal, daarmee kan een toename van 201,6 mvt/etmaal vlot en veilig worden opgevangen. Verder sluit de Zandstraat in oostelijke richting aan op de Westkade. Dit betreft een gebiedsontsluitingsweg met een capaciteit van zeker 10. 000 voertuigen per dag, volgens de meest recente tellingen liggen de intensiteiten op circa 5. 000 mvt/etmaal. De Westkade kan zo ook de verwachte verkeersgeneratie als gevolg van de ontwikkeling van de huisvesting eenvoudig opvangen. Conclusie De toename in verkeersgeneratie kan zonder problemen worden afgewikkeld op de bestaande infrastructuur.
Natuur (soorten- en gebiedsbescherming) Nieuwe ontwikkelingen kunnen effect hebben op beschermde gebieden en beschermde soorten (dieren en planten). De bestaande bebouwing wordt gesloopt. Mogelijk worden er een aantal bomen gerooid. Om negatieve effecten uit te sluiten op beschermde soorten is er een quickscan flora en fauna (d. d. 26 april 2023) uitgevoerd. Uit de quickscan blijkt dat in de te slopen bebouwing potentiële verblijfplaatplaatsen zijn voor vleermuizen en grondgebonden zoogdieren. Daarnaast zijn er mogelijkheden voor vogels waarvan het leefgebied jaarrond beschermd is. Of deze soorten daadwerkelijk voorkomen wordt momenteel nader onderzocht. Indien nodig worden de noodzakelijke maatregelen getroffen om te voldoen aan de verplichtingen vanuit de Omgevingswet met betrekking tot beschermde soorten. Om te beoordelen of het plan effecten heeft op de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden is het noodzakelijk om een stikstofberekening uit te voeren voor zowel de aanleg- en gebruiksfase. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Canisvliet op een afstand van circa 4 kilometer. Naar verwachting zal er gelet op de hoeveelheid inzet van mobiele werktuigen en afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, geen sprake zijn van stikstofdepositie in Natura2000-gebieden.
Omgevingsveiligheid (externe veiligheid) Binnen het plangebied zijn geen risicovolle inrichting gelegen. De ontwikkeling maakt ook geen mogelijk. In de directe nabijheid van het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen te vinden.
risicovolle
inrichting
nabijheid zijn transporten van gevaarlijke stoffen te vinden. Op een afstand van circa 175 meter (275 meter op hartlijn) is het Kanaal van Gent gelegen. Hiermee ligt het plangebied geheel binnen het gifwolkaandachtsgebied en gedeeltelijk binnen het explosieaandachtsgebied. Er wordt een beperkte verantwoording van het groepsrisico opgesteld om aan te tonen dat het aspect omgevingsveiligheid geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. In de
Weging van het waterbelang en klimaatadaptatie Op basis van de watertoets wordt berekend of er watercompensatie benodigd is en of er eventueel op andere manieren rekening gehouden dient te worden met het waterbelang. Maatregelen ten behoeve van watercompensatie zijn reeds verwerkt in het plan. Met het aanleggen van een solitaire vijver binnen het plangebied wordt voorzien in de benodigde watercompensatie. Dit wordt nog afgestemd met het Waterschap Scheldestromen. Onderzoeken Akoestisch
onderzoek
Het
akoestisch
door
Kraaij
onderzoek
Akoestisch
wegverkeerslawaai
Adviesbureau.
De
industrielawaai
en
resultaten
worden
voor
wordt
uitgevoerd mei/begin juni
eind
verwacht. Natuur
Ui: de quickscan flora en fauna is uitgevoerd door (geanonimiseerd) BN dat er nader onderzoek is naar vleermuizen, marters, quickscan gebleken nodig huismussen en gierzwaluwen. Overige beschermde diersoorten worden niet verwach binnen het plangebied n
maart
2023
is de
is
Het
nader onderzoek
plaatsgevonden gierzwaluwen bebouwing heeft
naar
vleermuizen,
10-04-2023
van
niet
is
en
aangetroffen tijdens
functie
geen functie voor
17-05-2024:
Uit
stikstofdepositie Bodem
In
maart
en
indicatieve
een
wordt
april
voor
verwacht.
2024
heeft
asbestonderzoek
uitgevoerd.
bodemonderzoek
geven
deze
soorten.
berekening De
is
definitieve
ABO De
het
en
gierzwaluwen
heef
afgerond. Marters, huismussen
slopen weiland beplanting hebben geen deze soorten. Er is één verblijfplaats aangetroffen van de Het betreft een zomerverblijfplaats van 3 exemplaren. De gewone dwergvleermuis. is achter de pannen van het woonhuis. De verblijfplaats za verblijfplaats aangetroffen de verloren Een bij sloop gaan. vrijstelling voor een Flora- en Fauna activiteit onder de is Omgevingswet noodzakelijk voor de sloop van de schuur. Andere vleermuizen zijn niet vastgesteld. Er zijn reeds vleermuiskasten opgehangen als mitigerende maatregel. en
zijn
marters, huismussen
tot 23-09-2023
nader
Ook
onderzoek.
de
De
en
te
het
gebleken dat er geen toename van stikstofberekening is in uitvoering.
Milieuconsult
een
onderzoeksresultaten
verkennend van
bodem-
het
en
verkennend
aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek, aangezien gemeten gehalten/concentraties kleiner zijn dan de betreffende interventiewaarde/signaleringsparameter. Er zijn met de voorgenomen activiteiten geen risico's voor de volksgezondheid en het milieu aanwezig. Aanbevolen wordt om bij graafwerkzaamheden vrijkomende grond zo veel mogelijk op de locatie te geen
de
verwerken. De
verhoogde
gehaltes
asbestonderzoek
uitvoering.
aan
conform
asbest
geven
NENB707.
Het
aanleiding nader
tot
uitvoering
asbestonderzoek
van
is
een
nader
momenteel
in