2024-05-22 - Terneuzen, Othene Oost 2022 Bijlagen toelichting Bijlage 8 Eindrapport verkennend bodemonderzoek
Tekst van het document
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Othene-Zuid, De Regt te Terneuzen Projectnummer: 23220129 28 oktober 2022
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Othene-Zuid, De Regt te Terneuzen 28 oktober 2022 AM Zeeland 23220129
A.N. de Vries, MSc E.D. Postma
2001, 2002, 2018
Inhoudsopgave SAMENVATTING ......................................................................................................................................... 1 CONCLUSIES ......................................................................................................................................... 1 AANBEVELINGEN EN CONSEQUENTIES ............................................................................................. 2 1. INLEIDING................................................................................................................................................ 3 1.1. AANLEIDING EN DOEL ................................................................................................................... 3 1.2. REFERENTIEKADER ....................................................................................................................... 3 1.3. BETROUWBAARHEID ..................................................................................................................... 5 2. VOORONDERZOEK ................................................................................................................................ 8 2.1. ALGEMENE BODEM- EN LOCATIEGEGEVENS ............................................................................ 8 2.2. HISTORISCHE KAARTEN, LUCHTFOTO’S EN OVERIG BEELDMATERIAAL ............................. 10 2.3.
RELEVANTE BODEMDOCUMENTEN EN VERGUNNINGEN ....................................................... 10 2.4. REGIONALE BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE .............................................................. 11 2.5. INTERPRETATIE VERWACHTE MILIEUHYGIËNISCHE BODEMKWALITEIT ............................. 12 2.6. HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE ............................................................................. 14 3. VELDWERK ........................................................................................................................................... 16 3.1. VERKENNEND BODEMONDERZOEK NAAR CHEMISCHE PARAMETERS ............................... 16 3.2. VERKENNEND ONDERZOEK NAAR ASBEST KAVELPAD ......................................................... 17 4. ANALYTISCH ONDERZOEK ................................................................................................................. 18 4.1. VERKENNEND BODEMONDERZOEK NAAR CHEMISCHE PARAMETERS ............................... 18 4.2. VERKENNEND ONDERZOEK NAAR ASBEST ............................................................................. 22 4.3. INTERPRETATIE............................................................................................................................ 23 5.
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................... 24 5.1. CONCLUSIES ................................................................................................................................ 24 5.2. TOETSING ONDERZOEKSHYPOTHESES ................................................................................... 24 5.3. AANBEVELINGEN EN CONSEQUENTIES .................................................................................... 25 ACHTERGRONDDOCUMENTEN .............................................................................................................. 27 BIJLAGE 1 OVERZICHTSKAART LIGGING ONDERZOEKSLOCATIE BIJLAGE 2 SITUATIETEKENING BIJLAGE 3 BOORBESCHRIJVINGEN EN -PROFIELEN BIJLAGE 4 TOETSINGSTABELLEN BIJLAGE 5 ANALYSERESULTATEN BIJLAGE 6 BODEMINFORMATIE, KAARTEN EN LUCHTFOTO’S BIJLAGE 7 FOTO’S
23220129
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Othene-Zuid, De Regt te Terneuzen
Samenvatting Door AM Zeeland is aan SMA Zeeland B.V. de opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek aan de Othene-Zuid, De Regt te Terneuzen. De aanleiding voor het bodemonderzoek is de voorgenomen nieuwbouw op en herinrichting van de betreffende locatie. Het doel van het verkennend bodemonderzoek NEN 5740 is inzicht te verkrijgen of het voormalige, dan wel huidige gebruik van de onderhavige locatie en zijn omgeving heeft geleid tot verontreiniging van de bodem (grond en grondwater). Het doel van het verkennend bodemonderzoek NEN 5897 is bepalen in hoeverre de verdenking van het kavelpad op het voorkomen van asbest in het puin terecht is, alsmede een uitspraak te doen over het indicatieve gehalte asbest in het puin. Conclusies Algemeen terrein en voormalige boomgaarden In de bovengrond zijn ter plaatse van en plaatselijk ook buiten de voormalige boomgaarden organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) aangetoond. Verder is plaatselijk een achtergrondwaardeoverschrijding voor minerale olie aangetoond. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten van de geanalyseerde parameters aangetoond. Gedempte kreek In de dempingslaag ter plaatse van de voormalige kreek zijn geen verhoogde gehalten van de geanalyseerde parameters aangetoond. Kavelpad In de puinfundering is geen asbest aangetroffen. Daarom is aanvullend asbestonderzoek niet noodzakelijk.
In de grond onder het noordelijk gedeelte van het puinpad zijn in mengmonster verhoogde gehalten minerale olie en een interventiewaarde-overschrijding voor PAK aangetoond. De deelmonsters waaruit dit mengmonster bestaat zijn separaat onderzocht op PAK. De eerder aangetoonde interventiewaardeoverschrijding kon niet worden gereproduceerd. Het gehalte PAK in de kleilaag lijkt richting het oosten af te nemen. Er wordt geen vervolg noodzakelijk geacht.
23220129
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Othene-Zuid, De Regt te Terneuzen
1
Grondwater In het grondwater zijn verhoogde concentraties arseen (in peilbuis 49 >interventiewaarde), chroom, barium, molybdeen en nikkel geconstateerd. De geconstateerde concentratie van arseen, chroom, barium en molybdeen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondconcentratie en zodoende niet beschouwd als verontreiniging. Aanbevelingen en consequenties Op basis van de onderzoeksresultaten worden geen belemmeringen voorzien voor de beoogde ontwikkeling van de locatie. Aanvullend onderzoek De op de onderzoekslocatie geconstateerde verhoogde gehalten in de grond en het grondwater geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend of nader bodemonderzoek. Grondverzet In geval van het nuttig herbestemmen van uitkomende grond kan alsnog een onderzoek conform het Besluit bodemkwaliteit (partijkeuring op grond) nodig zijn. Dit is afhankelijk van onder andere -maar niet uitsluitend- de afzetlocatie, de partijomvang, de aangetroffen gehalten en de bodemvreemde bijmengingen. Er dient ook rekening mee te worden gehouden dat in de bovengrond tot 0,5 m-mv OCB aanwezig zijn. De afzetmogelijkheden in buurgemeenten op basis van hun Nota’s bodembeheer kunnen hierdoor beperkt worden.
De eventuele noodzaak tot verdere keuring en mogelijkheden hiervoor kunnen in overleg met het bevoegd gezag Besluit bodemkwaliteit (veelal de ontvangende gemeente) en/of een milieuadviesbureau worden bepaald. Grondroering Op de onderzoekslocatie zijn lagen met meer dan 50 % bodemvreemd materiaal aanwezig. Deze lagen zijn niet bemonsterd of geanalyseerd als grond omdat ze niet onder het beleid van de Wet bodembescherming vallen. Bodemvreemde lagen of bijmengingen kunnen stoffen bevatten die, bij vermenging met grond, een bodemverontreiniging kunnen veroorzaken of reeds hebben veroorzaakt. Vermenging met (bijvoorbeeld onder-, boven-, en naastgelegen) grond dient daarom voorkomen te worden.
23220129
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Othene-Zuid, De Regt te Terneuzen
2
1. Inleiding 1.1. Aanleiding en doel Door AM Zeeland is aan SMA Zeeland B.V. de opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek aan de Othene-Zuid, De Regt te Terneuzen. De aanleiding voor het bodemonderzoek is de voorgenomen nieuwbouw op en herinrichting van de betreffende locatie. Het doel van het verkennend bodemonderzoek NEN 5740 is inzicht te verkrijgen of het voormalige, dan wel huidige gebruik van de onderhavige locatie en zijn omgeving heeft geleid tot verontreiniging van de bodem (grond en grondwater). Het doel van het verkennend bodemonderzoek NEN 5897 is bepalen in hoeverre de verdenking van het kavelpad op het voorkomen van asbest in het puin terecht is, alsmede een uitspraak te doen over het indicatieve gehalte asbest in het puin. 1.2. Referentiekader Onderzoeksopzet De onderzoeksopzet is afgeleid van de NEN 5740 en de NEN 5707 cq. NEN 5897. Het onderzoek bestaat uit: vooronderzoek, veldonderzoek, chemische analyses, interpretatie en toetsing. Toetsingskader verkennend bodemonderzoek naar chemische parameters (NEN 5740) De voor de standaardbodem (lutum 25% en organische stof 10%) gecorrigeerde analyseresultaten van de grond worden conform de Wet bodembescherming getoetst aan de achtergrondwaarden (AW2000) en interventiewaarden. De analyseresultaten van het grondwater worden getoetst aan de streefwaarden en interventiewaarden.
De achtergrondwaarden hebben betrekking op achtergrondgehalten van stoffen die van nature voorkomen, of op detectiegrenzen bij stoffen die niet van nature voorkomen. In principe is sprake van een onbeïnvloede bodemkwaliteit. De streefwaarden grondwater geven aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van verwaarloosbare risico’s voor het ecosysteem. De interventiewaarden bodemsanering geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Ze zijn representatief voor het verontreinigingsniveau waarboven sprake is van een geval van ernstige (bodem) verontreiniging. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging indien voor ten minste één stof de gemiddelde
gemeten
concentratie
van
minimaal
25
m3
bodemvolume
in
het
geval
van
grondverontreiniging, of 100 m3 bodemvolume in het geval van een grondwaterverontreiniging, hoger is
23220129
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Othene-Zuid, De Regt te Terneuzen
3
dan de interventiewaarde. In enkele specifieke situaties kan bij gehalten onder de interventiewaarden ook sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging. Dit geldt voor de zogenaamde gevoelige functies: -
moestuin/volkstuin, plaatsen waar vluchtige verbindingen aanwezig zijn in het grondwater in combinatie met hoge grondwaterstanden en/of in de onverzadigde bodem onder bebouwing.
Als een geval van ernstige verontreiniging is vastgesteld dan is sprake van een potentieel risico dat aanleiding geeft tot een vorm van saneren of beheren. De achtergrond-, streef- en interventiewaarden worden in het vervolg, samenvattend, toetsingswaarden genoemd. De norm voor barium in grond is tijdelijk ingetrokken. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 920 mg/kg ds (interventiewaarde barium voor een standaardbodem). Toetsingskader bodemonderzoek naar asbest Het beleid ten aanzien van asbest in de bodem is vermeld in de Circulaire Bodemsanering. Bij toetsing van het asbestgehalte in bodem wordt enkel een interventiewaarde gehanteerd. De interventiewaarde bodemsanering voor asbest en de restconcentratienorm voor asbesthoudende bulkmaterialen is vastgesteld op 100 mg/kg gewogen (gewogen betekent de concentratie serpentijnasbest vermeerderd met tien maal de concentratie amfiboolasbest).
Deze nu geldende interventiewaarde voor asbest in bodem van 100 mg/kg ds, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen serpentijn- en amfiboolasbest, is gebaseerd op het Verwaarloosbaar Risiconiveau in lucht, zoals voorgesteld door de Gezondheidsraad in 1988 en vervolgens opgenomen als streefwaarde in de beleidsnotitie asbest in het milieu uit 1991. Op materialen met een asbestconcentratie beneden genoemde norm worden het Arbeidsomstandighedenbesluit en het Asbestverwijderingsbesluit geacht niet van toepassing te zijn (bij een gehalte van 100 mg/kg ds gewogen en lager is, bij historische asbestverontreinigingen d.w.z. verontreinigingssituaties die voor 1 juli 1993 zijn ontstaan, formeel geen sprake van een asbestverontreiniging). Tijdens verkennend onderzoek is in principe geen directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk. Indien het indicatief vastgestelde asbestgehalte kleiner is dan de helft van de interventiewaarde is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de interventiewaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend.
23220129
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Othene-Zuid, De Regt te Terneuzen
4
Toetsingskader asbestonderzoek niet-vormgegeven bouwstoffen en granulaten De regelgeving voor asbest in bodem, grond en puin(granulaat) is grotendeels vermeld in het Besluit bodemkwaliteit en het Besluit asbestwegen milieubeheer maar ook in het Arbeidsomstandighedenbesluit en het Asbestverwijderingsbesluit. In het kader van een in-situ onderzoek is meestal hoofdzakelijk het Besluit asbestwegen milieubeheer van toepassing. Het bevoegd gezag Besluit asbestwegen milieubeheer is het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M). Inspectie Leefomgeving en Transport voert, namens I&M, taken uit op het gebied van regelgeving van asbest in puin(granulaat). Het bevoegd gezag Besluit asbestwegen milieubeheer is het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M). Inspectie Leefomgeving en Transport voert, namens I&M, taken uit op het gebied van regelgeving van asbest in puin(granulaat). Het Besluit asbestwegen milieubeheer is van toepassing op alle asbest bevattende wegen (gedefinieerd als wegen, paden, erfverhardingen of gedeeltes daarvan, alsmede andere grond die bestemd is om door rij- of ander verkeer te worden gebruikt) en stroken (gedefinieerd als stroken van een halve meter aan beide zijden van en direct aansluitend op wegen), met dien verstande dat: a)
het niet verboden is een asbesthoudende weg voorhanden te hebben indien het gewogen asbestgehalte ten hoogste 100 mg/kg ds is;
b)
het niet verboden is een asbesthoudende weg voorhanden te hebben indien de eigenaar heeft aangetoond dat het asbest vóór 1 juli 1993 is aangebracht én het asbest is afgeschermd door een verharding die geen asbest bevat én die voldoet aan CROW publicatie 189, uitgave januari 2005. De weg moet voldoen aan één van de volgende criteria: -
de weg heeft een duurzame afscherming van het asbest, welke bestaat uit asfalt, klinkers of beton en in een goede staat verkeert of
-
de weg heeft een duurzame afscherming van het asbest, welke afscherming bestaat uit een laag zand, grond, puingranulaat of materiaal dat een vergelijkbare afscherming biedt, waarvan de dikte ten minste 0,2 m. is.
In alle andere gevallen dient het asbest te worden verwijderd. 1.3. Betrouwbaarheid Het hier gerapporteerde bodemonderzoek is uitgevoerd op zorgvuldige wijze, in overeenstemming met de geldende richtlijnen en de gebruikelijke inzichten en methoden. SMA Zeeland B.V. beschikt over een kwaliteitsmanagementsysteem (NEN-EN-ISO 9001: 2015) en veiligheidsmanagementsysteem (VGM Checklist Aannemers) waarbinnen de kwaliteit van de werkzaamheden dusdanig wordt beheerst en gewaarborgd dat haar diensten zo goed mogelijk aan de eisen en doelstellingen van de opdrachtgever voldoen. Het veldwerk is uitgevoerd door MH Poly Consultants and Engineers B.V. (certificaatnummer: K2450/18) en SMA Zeeland B.V. Het milieukundige veldwerk ten behoeve van het grond- en grondwateronderzoek is uitgevoerd op basis van de richtlijnen van de BRL SIKB 2000 en conform de hierbij van toepassing zijnde protocollen. De uitvoerende partij beschikt hiertoe over het procescertificaat “Veldwerk voor
23220129
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Othene-Zuid, De Regt te Terneuzen
5
milieuhygiënisch bodemonderzoek” op basis van de Beoordelingsrichtlijn SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002, 2018. Dit procescertificaat is uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake het milieukundige veldwerk, beginnend bij de acceptatie van het veldwerk, en eindigend bij de overdracht van de veldwerkgegevens en monsters. Eventueel onderzoek aan asfaltverharding, halfverhardingen en funderingsmaterialen valt niet onder de scope van de BRL SIKB 2000. In het kader van de waarborging van de onafhankelijkheid verklaart de hierboven genoemde partij dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de in dit kader gestelde eisen van de BRL SIKB 2000 en de daarbij behorende protocollen. De laboratoriumanalyses van dit onderzoek zijn uitgevoerd door een daartoe door de Raad van Accreditatie geaccrediteerd laboratorium. Een bodemonderzoek is erop gericht met beperkte middelen vast te stellen of er bodemverontreiniging aanwezig is. Dit impliceert dat de conclusies van het bodemonderzoek slechts een beperkte reikwijdte hebben. Door beperkt aantal boringen, proefgaten, proefsleuven en analyses, betekent dit concreet dat een mogelijk aanwezige verontreiniging over het hoofd gezien kan worden.
Het bodemonderzoek garandeert derhalve nooit dat de onderzochte locatie geheel schoon is of anderszins, dat met het bodemonderzoek alle eventueel aanwezige verontreinigingen worden gedetecteerd. Verder geldt dat de resultaten van het onderhavige onderzoek een momentopname vormen van de bodemkwaliteit. Na de uitvoering en rapportage van dit onderzoek zouden activiteiten kunnen plaatsvinden die de milieuhygiënische kwaliteit van grond en grondwater op de onderzoekslocatie kunnen beïnvloeden. Voorbeelden hiervan zijn het bouwrijp maken van de locatie of het aanvoeren van grond van elders. Een andere factor kan bijvoorbeeld zijn het transport van verontreinigende stoffen via het grondwater van buiten
de
onderzoekslocatie.
Gezien
deze
overwegingen,
dienen
de
hier
gerapporteerde
onderzoeksresultaten met meer voorzichtigheid gebruikt en geïnterpreteerd te worden naarmate de tijd toeneemt die verlopen is na de uitvoering van het onderzoek. Op basis van de uit dit bodemonderzoek verkregen gegevens kan geen uitspraak worden gedaan over de daadwerkelijke aan- of afwezigheid van asbest en/of het gehalte aan asbest in lagen waarop geen specifiek veld- en analytisch onderzoek is verricht. Dit betreft met name als “onverdacht voor verontreiniging met asbest” aangemerkte lagen. Hiervoor kan (aanvullend) onderzoek plaatsvinden conform de NEN 5707 (Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond) en/of de NEN 5897 (Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Op basis van de uit dit bodemonderzoek verkregen gegevens kan in principe geen uitspraak gedaan worden over de toepassingsmogelijkheden van eventueel van de locatie af te voeren grond. Hiervoor dient onderzoek plaats te vinden conform het Besluit bodemkwaliteit.
23220129
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Othene-Zuid, De Regt te Terneuzen
6
SMA Zeeland B.V. kan niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele schade of anderszins voor eventuele gevolgen die voortkomen uit het gebruik en de interpretatie van de in dit rapport gepresenteerde onderzoeksgegevens. Dit rapport mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd, tenzij met uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van SMA Zeeland B.V.
23220129
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Othene-Zuid, De Regt te Terneuzen
7
2. Vooronderzoek In dit hoofdstuk wordt het voormalige, het huidige en het toekomstige bodemgebruik besproken. Dit zal leiden tot een hypothese over de mogelijke verontreinigingssituatie van de onderzoekslocatie. In NEN 5725:2017 zijn zeven mogelijke aanleidingen voor vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. In onderhavig onderzoek is of zijn de volgende generieke aanleiding(en) van toepassing: A. Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. 2.1. Algemene bodem- en locatiegegevens De algemene locatiegegevens en algemene gegevens met betrekking tot de bodem worden als volgt samengevat: Tabel 2.1. Overzicht algemene aspecten van de onderzoekslocatie Algemene onderzoeksaspecten
Bron(houder)
Locatiegegevens en ligging Adres en plaats
Othene-Zuid, De Regt te Terneuzen
Kadaster
Burgerlijke gemeente
Terneuzen
Kadaster
Kadastrale gemeente
Terneuzen
Kadaster
Sectie(s)
T
Kadaster
Nummer(s)
2942
Kadaster
Oppervlakte (m2)
70.636
Opdrachtgever Kadaster
Gemiddelde hoogte (m1 t.o.v. NAP)
0,80
AHN
Ligging op kaart
Zie bijlagen 1 en 2
Kadaster, SMA Zeeland B.V.
Klinkers ter plekke van het tractor pad.
Opdrachtgever
Bodemopbouw Verhardingen
SMA Zeeland B.V. Antropogene lagen
Niet bekend
Opdrachtgever
Dempingen
Ja, oppervlaktewater
Provincie Zeeland (Geoloket of Bodem Informatie Systeem, BIS) Kadaster
Grondwaterbeheersplan
Zoetwatervoorkomen
Waterschap Scheldestromen
Geohydrologie
Zie § 2.4
DINOloket
Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit Zonering bodemkwaliteitskaart
Zie Bijlage 6
Nota bodembeheer
(BKK)
gemeente Terneuzen
BKK klasse bovengrond
Nota bodembeheer
BKK klasse ondergrond
Nota bodembeheer
23220129
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Othene-Zuid, De Regt te Terneuzen
8
Algemene onderzoeksaspecten BKK functieklasse
Bron(houder) Zie Bijlage 6
Nota bodembeheer
BKK Toepassingseis PFAS
Nota bodembeheer
Boomgaardenkaart (periode)
’t Zeeuws bodemvenster (Provincie Zeeland)
Aandachtsgebied lood
’t Zeeuws bodemvenster
Aandachtsgebied arseen in
Provincie Zeeland (Geoloket)
grondwater Asbestkansenkaart
Provincie Zeeland (BIS)
Voormalig stortplaats bekend
Nee
Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)
Opslagtanks bekend
Nee
Gemeente (BIS)
Geval van ernstige
Nee
Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)
Wbb-beschikkingen bekend
Nee
Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)
Bodemdocumenten bekend
Ja, zie hierna
Gemeente (BIS)
bodemverontreiniging bekend
Provincie Zeeland (Geoloket of BIS) Gebruik en beïnvloeding van de locatie Voormalig gebruik
Landbouwgronden
Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)
Huidig gebruik
Landouwgronden
Opdrachtgever SMA Zeeland B.V.
Toekomstig gebruik
wonen
Opdrachtgever
Geplande werkzaamheden
Nieuwbouwwijk
Opdrachtgever
Aard bebouwing
-
Kadaster, BAG
Periode bebouwing
-
Kadaster, BAG
Bedrijventerrein
Nee
Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)
Calamiteiten bekend
Nee
Opdrachtgever Gemeente (BIS) RUD Zeeland (BIS)
Bodembedreigende activiteiten
Nee
Opdrachtgever
bekend (anders dan bovenstaand)
SMA Zeeland B.V. Gemeente (BIS) RUD Zeeland (BIS)
Relevante vergunningen
Nee
Gemeente (BIS)
beschikbaar
RUD Zeeland
Toepassing asbestverdachte
Onbekend
materialen
Opdrachtgever SMA Zeeland B.V. Gemeente (BIS) RUD Zeeland (BIS)
Terreinverkenning Bijzonderheden
23220129
Geen
SMA Zeeland B.V.
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Othene-Zuid, De Regt te Terneuzen
9
2.2. Historische kaarten, luchtfoto’s en overig beeldmateriaal Uit historische kaarten (bronhouder: Kadaster) en luchtfoto’s (bronhouder: Provincie Zeeland (Geoloket)) kan worden opgemaakt dat tot ca. 1950 van noordwest naar zuidoost een kreek lag. Na deze periode is te zien dat er tot aan ca. de jaren ’80 een (smalle) sloot loopt op de plek waar eerst de kreek gesitueerd was. e
Verder is op kaarten van eind de 19 eeuw tot nu een kavelpad over het water het stuk landbouwgrond in gelegen. Het kavelpad is afkomstig van het woonerf ten noorden van de onderzoekslocatie. Zie verder Bijlage 6. 2.3. Relevante bodemdocumenten en vergunningen Voor de huidige onderzoekslocatie zijn de onderstaande bodemrapporten beschikbaar. -
Verkennend bodemonderzoek t.h.v. Reuzenhoeksedijk-Drieweg Terneuzen (Othene-Zuid), SGS Laboratory Services, kenmerk: ET 65545, d.d. 23 januari 2001
In de bovengrond werden gering verhoogde gehalten arseen en EOX (extraheerbare organische halogeenverbindingen) aangetoond. Het mengmonster is uitgesplitst en geanalyseerd op organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) waaruit is gebleken dat DDE en DDT boven de destijds vigerende streefwaarde aanwezig waren. In de ondergrond en het grondwater werden geen achtergrond- en streefwaarde-overschrijdingen aangetoond.
-
Verkennend bodemonderzoek Molenweg te Terneuzen, SMA Zeeland B.V., kenmerk: 23110002, d.d. 4 februari 2011
In de boven- en ondergrond werden geen achtergrondwaarde-overschrijdingen aangetoond. In het grondwater werden streefwaarde-overschrijdingen voor molybdeen, lood en xylenen aangetoond. OCB in grond is destijds niet onderzocht.
-
Verkennend bodemonderzoek Drieweg te Terneuzen, SMA Zeeland B.V., kenmerk: 23200124, d.d. 3 augustus 2020
Op basis van de veldwaarnemingen kon vanaf ca. 1,2 m-mv de voormalige waterbodem worden waargenomen in de vorm van donkergrijze tot zwarte klei met resten slib. In zowel de grond als het grondwater werden geen achtergrond- en streefwaarde-overschrijdingen aangetoond. OCB in de bovengrond is destijds ook meegenomen in het onderzoek.
-
Verkennend bodemonderzoek Othene-Zuid Terneuzen, locatie: De Regt, SMA Zeeland B.V., kenmerk: 23200181, d.d. 8 december 2020
In de bovengrond op het terreingedeelte met een voormalige boomgaard en in de dempingslaag (1,2 – 1,6 m-mv) van een veedrinkput werden de achtergrondwaarden voor DDD (een OCB) overschreden. Verder werden geen achtergrondwaarde-overschrijdingen in de grond aangetoond. In het grondwater werden van nature verhoogde concentraties barium en chroom geconstateerd.
Op basis van deze informatie wordt voor de algemene bodemkwaliteit voor het grootste gedeelte van de locatie uitgegaan van een onverdachte boven- en ondergrond. De voormalige boomgaard is verdacht voor OCB’s in de bovengrond. De demping van de voormalige kreek en sloot zijn verdacht voor met name OCB
23220129
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Othene-Zuid, De Regt te Terneuzen
10
en in mindere mate de standaardstoffen voor landbodem. Ter plaatse van het kavelpad is kans op de aanwezigheid van asbest. 2.4. Regionale bodemopbouw en geohydrologie Op basis van in de nabijheid van de onderzoekslocatie gelegen boringen en daarvan afgeleid kaartmateriaal, afkomstig van onder andere TNO en de voormalige RGD (bronhouder: DINOloket), is het onderstaande
vereenvoudigde
bodemmodel
geformuleerd.
De
werkelijke
bodemopbouw
en
grondwaterstand ter plaatse van de onderzoekslocatie kan hiervan afwijken.
Figuur 1. Gemodelleerde bodemopbouw tot 5 m-mv.
23220129
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Othene-Zuid, De Regt te Terneuzen
11
2.5. Interpretatie verwachte milieuhygiënische bodemkwaliteit In NEN 5725:2017 zijn per generieke aanleiding zoals benoemd in het begin van dit hoofdstuk, diverse te beantwoorden onderzoeksvragen geformuleerd. Na het verkrijgen van de gegevens beschreven in voorgaande paragrafen dienen in onderhavig onderzoek nog de volgende vragen te worden beantwoord om een onderzoekshypothese te vormen: A. Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende?
De horizontale begrenzingen van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in Bijlage 2. Het grondonderzoek beperkt zich tot een maximale diepte van 2,0 m-mv. Het grondwateronderzoek beperkt zich tot een diepte van 1,5 m- de grondwaterstand die tijdens het veldwerk zal worden aangetroffen.
Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn verdachte parameters?
De gebruiksperiode voor organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) (jaren ‘40-‘70 met een hoogtepunt in de jaren ‘50, enkele tot eind jaren ‘90) komt overeen met de gebruiksperiode als boomgaard. Mogelijk zijn in het verleden OCB gebruikt op de locatie of in de omgeving. Deze OCB zijn persistent en kunnen in de bovengrond worden aangetroffen. Door verstuiving/wind kunnen OCB tot tientallen meters rondom de toepassingslocatie aanwezig zijn. Er vindt zelden verspreiding naar de ondergrond en zeer zelden naar het grondwater plaats.
Er is sprake van een demping van voormalige kreek en sloot. De risicoparameters zijn niet nader te bepalen. Daarom wordt uitgegaan van de standaard stoffen voor milieuhygiënisch landbodemonderzoek aangevuld met OCB.
Verder is vermoedelijk sprake van diffuse, antropogene bodembelasting met heterogene verdeling op schaal van monstername als gevolg van het jarenlange gebruik van de locatie. Concrete puntbronnen zijn niet aan te wijzen. De risicostoffen betreffen de parameters uit het standaardpakket voor landbodem.
Is de bodem asbestverdacht?
De fundering van het kavelpad bestaat vermoedelijk uit puin. De asbestverdachte periode tussen de jaren ‘30 en 2005 komt overeen met de gebruiksperiode van het pad. Zodoende wordt het fundatie van het pad gezien als asbestverdacht.
De bodem van het overige terrein is op voorhand niet asbestverdacht. Indien tijdens de veldwerkzaamheden asbestverdachte materialen of asbestverdachte bijmengingen (puin, beton of afval) in de bodem worden aangetroffen, dient wel te worden uitgegaan van een locatie verdacht voor bodemverontreiniging met asbest.
23220129
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Othene-Zuid, De Regt te Terneuzen
12
Wat is de bodemopbouw en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich?
De bodem bestaat vermoedelijk hoofdzakelijk uit klei afgewisseld door zandlagen. Ter plaatse van de voormalige kreek en sloot is mogelijk een dempingslaag aanwezig met een andere bodemopbouw met in de ondergrond slib(bijmengingen).
Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving op de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar?
Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) zijn (zeer) zorgwekkende stoffen die al vele decennia worden gebruikt in vele processen en producten. Deze stoffen worden niet enkel lokaal bij puntbronnen (b.v. teflonproducende en -verwerkende bedrijven, galvanisatiebedrijven, brand(oefen)plaatsen) aangetroffen, maar zijn inmiddels ook als diffuse verontreiniging in bodem, grondwater en oppervlaktewater aangetroffen. Voor deze stoffen is een handelingskader opgesteld en gepubliceerd op 13 december 2021. In 2020 en 2021 zijn Zeeuwse bodemkwaliteitskaarten voor PFAS gepubliceerd die een regionaal beeld geven van de bodemkwaliteit m.b.t. PFAS. De huidige locatie kent geen puntbronnen en ligt niet in één van de aandachtsgebieden. Er is geen aanleiding
voor
veld-
en
analytisch
onderzoek
naar
PFAS28+2;
de
gemeentelijke
bodemkwaliteitskaart biedt voldoende informatie.
Als gevolg van natuurlijke bodemprocessen worden arseen, barium, chroom en molybdeen in Zeeland regelmatig in van nature verhoogde concentraties aangetroffen in het freatische grondwater. In de grond zijn dan niet altijd verhoogde gehalten aantoonbaar en concentraties kunnen fluctueren. Voor barium en chroom geldt dat de natuurlijke achtergrondconcentraties in brak grondwater doorgaans wat hoger zijn dan in zoet grondwater (RIVM briefrapport 20170125).
Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Motiveer het antwoord.
Veld- en analytisch onderzoek is noodzakelijk. De beschikbare gegevens geven te weinig concrete informatie over de huidige milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (bovengrond, ondergrond en grondwater) op de locatie.
Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek (inclusief de indeling van de onderzoekslocatie in deellocaties met verschillende hypotheses over de aard en verdeling van de verontreinigende stoffen)?
23220129
Zie §2.6.
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Othene-Zuid, De Regt te Terneuzen
13
2.6. Hypothese en onderzoeksstrategie Op basis van het vooronderzoek zijn de volgende (gestandaardiseerde) onderzoekshypotheses geformuleerd waarbij in voorkomende gevallen onderscheid is gemaakt tussen separaat te onderzoeken deellocaties. Er wordt tevens onderscheid gemaakt tussen de verwachte bodemverontreinigingssituatie met betrekking tot chemische parameters en de verwachte verontreinigingssituatie met betrekking tot asbest. Tabel 2.2. Hypothese en bijbehorende strategie voor vervolgonderzoek naar chemische parameters Bodemcompartiment /
Hypothese (NEN 5725)
Analyseparameters
traject
Strategie (NEN 5740)
Algemene bodemkwaliteitsbepaling (70.636 m2)* Bovengrond
onverdachte, grootschalige locatie
standaard parameters voor
ONV-GR-NL
landbodem (pakket A) Ondergrond
onverdachte, grootschalige locatie
pakket A
ONV-NL
Grondwater
onverdachte, grootschalige locatie
standaard parameters voor
ONV-NL
grondwater (pakket B), As, Cr Voormalige boomgaarden (28.000 m2) Bovengrond
verdachte locatie, diffuse
OCB
VED-HE-NL
pakket A, OCB
VED-HE-NL
bodembelasting en heterogene verdeling op schaal van monsterneming 2
Kavelpad (390 m ) Grond onder
verdachte locatie met diffuse
(half)verharding
bodembelasting, heterogene verdeling, niet-lijnvormig
* de gedempte kreek is integraal meegenomen in de onderzoekstrategie voor de algemene bodemkwaliteitsbepaling. Ter plaatse van de kreek zijn 3 peilbuizen gepland en worden 9 boringen uitgevoerd tot min. 2,0 m-mv. De dempingslaag zal separaat aanvullend worden onderzocht op pakket A aangevuld met OCB. pakket A:
standaardpakket onderzoek landbodem: barium, cadmium, kobalt, koper, lood, nikkel, zink, kwik, molybdeen, PCB7, PAK10 (VROM), minerale olie (GC), percentages lutum en organische stof;
pakket B:
standaardpakket grondwater: barium, cadmium, kobalt, koper, lood, nikkel, zink, kwik, molybdeen, vluchtige aromaten (BTEXSN), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOCl), minerale olie;
As, Cr:
arseen, chroom;
OCB:
organochloorbestrijdingsmiddelen.
23220129
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Othene-Zuid, De Regt te Terneuzen
14
Tabel 2.3. Hypothese en bijbehorende strategie voor vervolgonderzoek naar asbest Bodemcompartiment /
Hypothese (NEN 5725)
traject
Strategie* (NEN 5707 cq. 5897)
Algemeen terrein (70.636 m2) Boven- en ondergrond
onverdachte, grootschalige locatie
geen
verdachte ongebonden fundering, diffuse belasting en
VED-HE
2
Kavelpad (390 m ) Funderingslagen
heterogene verdeling op schaal van monsterneming Laag onder
verdachte ongebonden fundering, diffuse belasting en
halfverharding
heterogene verdeling op schaal van monsterneming
VED-HE
*op basis van NEN 5707 is er in geval van een voor bodemverontreiniging met asbest onverdachte locatie geen verplichting tot vervolgonderzoek in de vorm van veld- en analytisch onderzoek, tenzij op basis van voortschrijdend inzicht de hypothese van een asbest-onverdachte locatie dient te worden gewijzigd. Ook een vervolgonderzoek naar asbest in niet-vormgegeven bouwstoffen volgens NEN 5897 in de vorm van veld- en analytisch onderzoek is niet van toepassing in geval van (op basis van NEN 5725) asbest-onverdachte, nietvormgegeven bouwstoffen.
Een beschrijving van de veldwerkzaamheden en de resultaten daarvan, volgt in hoofdstuk 3.
23220129
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Othene-Zuid, De Regt te Terneuzen
15
3. Veldwerk In dit hoofdstuk worden de uitvoering en de resultaten van het veldwerk besproken. 3.1. Verkennend bodemonderzoek naar chemische parameters Het veldwerk is op 21 september 2022 uitgevoerd door de erkende veldwerkers M. van den Breevaart en D. Janssen conform de in paragraaf 2.6 vermelde onderzoeksstrategie. De boorlocaties zijn weergegeven in de situatietekening in Bijlage 2. De boringen zijn gelijkmatig over de locatie verdeeld geplaatst. Van het opgeboorde bodemmateriaal is per halve meter en/of per (zintuiglijk afwijkende) bodemlaag een monster genomen. Voor gedetailleerde informatie met betrekking tot de bodemopbouw en de eventuele aanwezigheid van bodemvreemde bijmengingen wordt verwezen naar de veldwerkgegevens in Bijlage 3. De algemene bevindingen zijn: Uit veldwaarnemingen blijkt dat de bodem over de gehele geboorde diepte voornamelijk bestaat uit klei plaatselijk afgewisseld met zandlagen. In diepe ondergrond is plaatselijk vanaf 2,8 m-mv veen waargenomen. Ter hoogte van de kreek is te zien dat in de ondergrond relatief meer zandlagen aanwezig zijn. Daarnaast zijn vanaf 1,0 tot 3,5 m-mv zwakke tot sterke slibbijmenging aangetroffen. Het van oost naar west gelegen deel van het kavelpad bestaat uit klinkers gefundeerd op ca. 10 cm zand met hieronder een puinfundering van ca.
50 cm bestaande uit voornamelijk bodemas/koolas met bijmenging van baksteen, metselpuin, grind en natuursteen. Zodra het pad richting het zuiden afbuigt gaat de klinkerverharding over op 10cm dikke grote tegels met hieronder zintuiglijk schone klei. Het grondwater is bemonsterd op 27 september 2022 door de hiertoe erkende veldwerkers G. de Feijter en S. Ram. In onderstaande tabel zijn de veldmetingen weergegeven. De bepalingen van de grondwaterstijghoogte, zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (EC) en de troebelheid van het grondwater geven geen aanleiding de analysestrategie te wijzigen. Tabel 3.1 Grondwatermetingen Monster
Filterdiepte
Grondwaterstand
pH
EC
Troebelheid
(m -mv)
(m-mv)
(-)
(µS/cm)
(NTU)
04-1-1
2,50 - 3,50
1,08
7,2
266
250
15-1-1
2,30 - 3,30
0,65
7,2
740
290
18-1-1
2,40 - 3,40
0,51
6,9
1330
316
34-1-1
2,43 - 3,43
1,19
6,6
1540
120
41-1-1
2,50 - 3,50
1,18
6,6
1540
108
44-1-1
2,70 - 3,70
0,81
6,9
1160
117
49-1-1
2,50 - 3,50
0,85
6,7
566
294
55-1-1
2,85 - 3,85
1,10
7,6
2740
157
23220129
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Othene-Zuid, De Regt te Terneuzen
16
Monster
59-1-1
Filterdiepte
Grondwaterstand
pH
EC
Troebelheid
(m -mv)
(m-mv)
(-)
(µS/cm)
(NTU)
2,00 - 3,00
0,45
7,4
2620
430
3.2. Verkennend onderzoek naar asbest kavelpad Het veldwerk is op 27 september 2022 uitgevoerd door de hiertoe erkende veldmedewerker G. de Feijter met assistentie van S. Ram conform de in paragraaf 2.6 vermelde onderzoeksstrategie. De volgende werkzaamheden hebben plaatsgevonden: Visuele inspectie van het maaiveld Vanwege verharding was een volledige en efficiënte inspectie van het maaiveld volgens SIKB protocol 2018 niet mogelijk. Wanneer geen efficiënte visuele inspectie van het maaiveld kan worden uitgevoerd, kan geen verdere opdeling worden gemaakt in verdachte en onverdachte deellocaties en moet conform NEN 5707 de gehele locatie als asbestverdacht worden beschouwd. Visuele inspectie ontgraven en opgeboorde materiaal Ruimtelijk verdeeld over het pad zijn in totaal 4 proefgaten gegraven van 0,3 x 0,3 m danwel ø 0,35 m tot onderzijde puinfundering gegraven en hierna doorgezet met een boring tot 0,5 m-onderzijde (puin)fundering. De locaties van de proefgaten zijn zoveel mogelijk gecombineerd met de locaties van bovengenoemde boringen van het bodemonderzoek naar chemische parameters. Het uitgegraven materiaal uit de proefgaten is gezeefd (maaswijdte 20 mm) danwel uitgespreid in lagen van maximaal 2 cm en visueel geïnspecteerd op het voorkomen van grove asbestverdachte materialen (stukken groter dan 20 mm).
In het opgegraven materiaal werd geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Samenstelling analysemonsters Wanneer grove asbestverdachte materialen zijn waargenomen, is per laag en per proefgat een verzamelmonster ter analyse op asbest aangeboden aan het laboratorium. Na het verwijderen van de grove delen bodemvreemde bijmengingen (delen groter dan 20 mm) zijn in het veld, van de overblijvende fijne fracties representatieve analysemonsters samengesteld en ter analyse op asbest aangeboden aan het laboratorium. Zie het volgende hoofdstuk. De veldwerkgegevens zijn opgenomen in Bijlage 3.
23220129
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Othene-Zuid, De Regt te Terneuzen
17
4. Analytisch onderzoek In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de keuze van de geanalyseerde monsters en de parameters waarop deze zijn geanalyseerd. Vervolgens worden de analyseresultaten gepresenteerd evenals de eventuele overschrijdingen van de toetsingswaarden. De analyserapporten van het laboratorium zijn opgenomen in Bijlage 5. 4.1. Verkennend bodemonderzoek naar chemische parameters Analysestrategie Hieronder is tabelgewijs weergegeven welke monsters ter analyse zijn ingezet. Ook is weergegeven op welke parameters is geanalyseerd. Tabel 4.1 Inzet grond(meng)monsters ter analyse (Meng)
Boring + traject
monsters
(m-mv)
Grondsoort
Reden analyse
Analyse (parameters)
Algemene bodemkwaliteitsbepaling 1.MM01
27, 28, 29, 30, 32, 33, 58, 60
Klei
(0,00 - 0,50) 1.MM02
34, 35, 36, 37, 38, 39, 40, 42
45, 46, 47, 48, 50, 51
23, 34, 39, 46 (0,50 - 1,00)
Bovengrond, zuidwestelijk
pakket A, OCB
terreindeel Klei
(0,00 - 0,50) 1.MM04
pakket A
terreindeel Klei
(0,00 - 0,50) 1.MM03
Bovengrond, zuidoostelijk
Bovengrond, noordwestelijk
pakket A, OCB
terreindeel Klei
Ondergrond, westelijk
pakket A, OCB
terreindeel, spikkels baksteen 1.MM05
23, 34, 39, 46 (1,00 - 1,50)
Klei
Diepere ondergrond, westelijk
pakket A, OCB
terreindeel 1.MM06
02, 03, 08, 09, 10, 12, 13
Klei
(0,00 - 0,50) 1.MM07
07, 11, 19, 21, 23, 52, 53, 54
Bovengrond, noordoostelijk
pakket A
terreindeel Klei
(0,00 - 0,50)
Bovengrond, middelste
pakket A, OCB
terreindeel
1.MM08
04, 10, 15 (0,50 - 1,00)
Klei
1.MM09
04, 10, 15 (1,00 - 1,50)
Klei
Ondergrond, oostelijk
pakket A, OCB
terreindeel Diepere ondergrond, oostelijk
pakket A, OCB
terreindeel Gedempte kreek 1.MM10
50 (0,50 - 1,00) 51 (0,50 - 1,50)
Zand
Vermoedelijke dempingslaag,
pakket A, OCB
zand
53 (1,50 - 2,00) 58 (0,50 - 1,00)
23220129
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Othene-Zuid, De Regt te Terneuzen
18
(Meng)
Boring + traject
monsters
(m-mv)
1.MM11
52, 53, 57 (0,50 - 1,00)
Grondsoort
Reden analyse
Analyse (parameters)
Klei
60 (0,50 - 1,50)
Vermoedelijke dempingslaag,
pakket A, OCB
klei
50, 54, 56, 58 (1,00 - 1,50) 51 (1,50 - 2,00) 1.MM12
49-7
52, 57 (1,00 – 2,00)
Klei
Vermoedelijke voormalige
54, 58 (1,50 - 2,00)
waterbodem, zwak tot matig
57 (1,00 - 1,50)
slibhoudend
49 (3,00 - 3,50)
Klei
Vermoedelijke diepe voormalige
pakket A, OCB
pakket A, OCB
waterbodem, matig slibhoudend 55-4
55 (1,50 - 2,00)
Klei
Vermoedelijke diepe voormalige
pakket A, OCB
waterbodem, sterk slibhoudend 60-4
60 (1,50 - 2,00)
Zand
Vermoedelijke diepe voormalige
pakket A, OCB
waterbodem, matig slibhoudend Voormalige boomgaarden 2.MM01
19, 20, 21, 22 (0,00 - 0,50)
Klei
Bovengrond, ten westen van de
OCB
voormalige kreek 2.MM02
23, 24, 25, 26 (0,00 - 0,50)
Klei
Bovengrond, ten westen van de
OCB
voormalige kreek 2.MM03
27, 28, 29 (0,00 - 0,50)
Klei
Bovengrond, ten westen van de
OCB
voormalige kreek 2.MM04
30, 31, 32, 33 (0,00 - 0,50)
Klei
Bovengrond, ten westen van de
OCB
voormalige kreek 2.MM05
01, 02, 03 (0,00 - 0,50)
Klei
2.MM06
05, 06, 07, 08 (0,00 - 0,50)
Klei
2.MM07
09, 10, 11, 12 (0,00 - 0,50)
Klei
2.MM08
13, 14, 16, 17 (0,00 - 0,50)
Klei
Bovengrond, ten oosten van de
OCB
voormalige kreek Bovengrond, ten oosten van de
OCB
voormalige kreek Bovengrond, ten oosten van de
OCB
voormalige kreek Bovengrond, ten oosten van de
OCB
voormalige kreek Kavelpad 3.MM01
103, 104, 105 (0,10 - 0,50)
Klei
3.MM02
102 (0,30 - 0,50)
Klei
Grond onder tegels/zuidelijk
pakket A, OCB
deel pad
106 (0,90 - 1,40)
Grond onder puinfundering
pakket A, OCB
noordelijk deel pad
107 (0,70 - 1,20)
23220129
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Othene-Zuid, De Regt te Terneuzen
19
(Meng)
Boring + traject
monsters
(m-mv)
101-3
101 (0,70 - 1,20)
Grondsoort
Reden analyse
Analyse (parameters)
Klei
Uitsplitsing 3.MM02, vervanging
PAK
van monster 106-3 gezien hiervan te weinig materiaal over was voor de analyse 102-3
102 (0,30 - 0,50)
Klei
Uitsplitsing 3.MM02
PAK
107-3
107 (0,70 - 1,20)
Klei
Uitsplitsing 3.MM02
PAK
Tabel 4.2 Inzet grondwatermonsters ter analyse (Meng)
Peilbuis
monsters
Filterdiepte
Reden analyse
(m -mv)
Analyse (parameters)
Algemene bodemkwaliteitsbepaling 04-1-1
04
2,50 - 3,50
kwaliteitsbepaling grondwater
pakket B, As, Cr
15-1-1
15
2,30 - 3,30
kwaliteitsbepaling grondwater
pakket B, As, Cr
18-1-1
18
2,40 - 3,40
kwaliteitsbepaling grondwater
pakket B, As, Cr
34-1-1
34
2,43 - 3,43
kwaliteitsbepaling grondwater
pakket B, As, Cr
41-1-1
41
2,50 - 3,50
kwaliteitsbepaling grondwater
pakket B, As, Cr
44-1-1
44
2,70 - 3,70
kwaliteitsbepaling grondwater
pakket B, As, Cr
Gedempte kreek 49-1-1
49
2,50 - 3,50
kwaliteitsbepaling grondwater
pakket B, As, Cr
55-1-1
55
2,85 - 3,85
kwaliteitsbepaling grondwater
pakket B, As, Cr
59-1-1
59
2,00 - 3,00
kwaliteitsbepaling grondwater
pakket B, As, Cr
Analyseresultaten De resultaten van de toetsing van de analyseresultaten aan het toetsingskader uit de Wet bodembescherming zijn weergegeven in de onderstaande tabel(len). Hierin wordt per stof of stofgroep een index tussen haakjes weergegeven. Wanneer in het monster geen gehalten groter dan de toetsingswaarde zijn gevonden, wordt een streepje “-“ getoond. De index tussen haakjes geeft het volgende aan:
index (-): gehalte groter dan de generieke achtergrond-/streefwaarde, maar index ≤ 0,01;
index > 0,00 en ≤ 1,00: gehalte groter dan de generieke achtergrond-/streefwaarde, maar kleiner dan de interventiewaarde;
index > 1,00: gehalte groter de interventiewaarde.
De toetsingstabellen, waarin de getoetste analyseresultaten zijn opgenomen, zijn vermeld in Bijlage 4.
23220129
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Othene-Zuid, De Regt te Terneuzen
20
Tabel 4.3 Toetsing analyseresultaten grond(meng)monsters aan Wet bodembescherming (Meng)
Boring + traject
> Achtergrondwaarde
> Interventiewaarde
monsters
(m-mv)
(0 < index <= 1,0)
(index > 1)
-
-
gamma-HCH (-)
-
Minerale olie C10 - C40 (0,12)
-
Algemene bodemkwaliteitsbepaling 1.MM01
27, 28, 29, 30, 32, 33, 58, 60 (0,00 - 0,50)
1.MM02
34, 35, 36, 37, 38, 39, 40, 42 (0,00 - 0,50)
1.MM03
45, 46, 47, 48, 50, 51 (0,00 - 0,50)
1.MM04
23, 34, 39, 46 (0,50 - 1,00)
-
-
1.MM05
23, 34, 39, 46 (1,00 - 1,50)
-
-
1.MM06
02, 03, 08, 09, 10, 12, 13
-
-
gamma-HCH (-)
-
(0,00 - 0,50) 1.MM07
07, 11, 19, 21, 23, 52, 53, 54 (0,00 - 0,50)
1.MM08
04, 10, 15 (0,50 - 1,00)
-
-
1.MM09
04, 10, 15 (1,00 - 1,50)
-
-
1.MM10
50 (0,50 - 1,00)
-
-
-
-
-
-
51 (0,50 - 1,50) 53 (1,50 - 2,00) 58 (0,50 - 1,00) 1.MM11
52, 53, 57 (0,50 - 1,00) 60 (0,50 - 1,50) 50, 54, 56, 58 (1,00 - 1,50) 51 (1,50 - 2,00)
1.MM12
52, 57 (1,00 – 2,00) 54, 58 (1,50 - 2,00) 57 (1,00 - 1,50)
49-7
49 (3,00 - 3,50)
-
-
55-4
55 (1,50 - 2,00)
-
-
60-4
60 (1,50 - 2,00)
-
-
Voormalige boomgaarden 2.MM01
19, 20, 21, 22 (0,00 - 0,50)
gamma-HCH (-)
-
2.MM02
23, 24, 25, 26 (0,00 - 0,50)
gamma-HCH (-)
-
2.MM03
27, 28, 29 (0,00 - 0,50)
gamma-HCH (-)
-
2.MM04
30, 31, 32, 33 (0,00 - 0,50)
gamma-HCH (-)
-
2.MM05
01, 02, 03 (0,00 - 0,50)
gamma-HCH (-)
-
2.MM06
05, 06, 07, 08 (0,00 - 0,50)
gamma-HCH (-)
-
2.MM07
09, 10, 11, 12 (0,00 - 0,50)
gamma-HCH (-)
-
2.MM08
13, 14, 16, 17 (0,00 - 0,50)
gamma-HCH (-)
-
23220129
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Othene-Zuid, De Regt te Terneuzen
21
(Meng)
Boring + traject
> Achtergrondwaarde
> Interventiewaarde
monsters
(m-mv)
(0 < index <= 1,0)
(index > 1)
3.MM01
103, 104, 105 (0,10 - 0,50)
-
-
3.MM02
102 (0,30 - 0,50)
Minerale olie C10 - C40 (0,19)
PAK 10 VROM (1,54)
Kavelpad
106 (0,90 - 1,40) 107 (0,70 - 1,20) 101-3
101 (0,70 - 1,20)
-
-
102-3
102 (0,30 - 0,50)
PAK 10 VROM (0,23)
-
107-3
107 (0,70 - 1,20)
PAK 10 VROM (0,02)
-
Tabel 4.4 Toetsing analyseresultaten grondwatermonsters aan Wet bodembescherming Monster
Peilbuis
Filterdiepte
> Streefwaarde
> Interventiewaarde
(m -mv)
(0 < index <= 1,0)
(index > 1)
Algemene bodemkwaliteitsbepaling 04-1-1
04
2,50 - 3,50
Chroom (0,02)
-
15-1-1
15
2,30 - 3,30
-
-
18-1-1
18
2,40 - 3,40
-
-
34-1-1
34
2,43 - 3,43
Molybdeen (0,02)
-
41-1-1
41
2,50 - 3,50
-
-
44-1-1
44
2,70 - 3,70
-
-
2,50 - 3,50
Chroom (0,02)
Arseen (2)
Gedempte kreek 49-1-1
49
Nikkel (0,32) Barium (0,05) 55-1-1
55
2,85 - 3,85
Chroom (0,76)
-
59-1-1
59
2,00 - 3,00
Chroom (0,45)
-
4.2. Verkennend onderzoek naar asbest Analysestrategie en -resultaten Het laboratorium Eurofins Omegam B.V. heeft de analysemonsters geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Van de puinfundering is een mengmonster samengesteld ‘3.MMA PG101, PG102, PG106 en PG107’. Er is in het veld- en laboratoriumonderzoek geen asbest aangetroffen. Daarom is geen berekening gemaakt van het gewogen asbestgehalte.
23220129
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Othene-Zuid, De Regt te Terneuzen
22
4.3. Interpretatie Grond Algemeen terrein en voormalige boomgaarden De
analyseresultaten
laten
zien
dat
ook
buiten
de
voormalige
boomgaarden
organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) aanwezig zijn in de bovengrond. Verder is plaatselijk een achtergrondwaarde-overschrijding voor minerale olie aangetoond. Dit komt vermoedelijk door het machinaal bewerken van het land. Er wordt geen vervolg noodzakelijk geacht. Gedempte kreek In de dempingslaag ter plaatse van de voormalige kreek zijn geen verhoogde gehalten van de geanalyseerde parameters aangetoond. Kavelpad In de puinfundering is geen asbest aangetroffen. Daarom is aanvullend asbestonderzoek niet noodzakelijk. In de grond onder het noordelijk gedeelte van het puinpad zijn in mengmonster 3.MM02 verhoogde gehalten minerale olie en een interventiewaarde-overschrijding voor PAK aangetoond. De deelmonsters waaruit dit mengmonster bestaat zijn separaat onderzocht op PAK. Doordat er te weinig monstermateriaal over was van het monster 106-3 is in plaats daarvan 101-3 geanalyseerd. De eerder aangetoonde interventiewaarde-overschrijding kon niet worden gereproduceerd. Het gehalte PAK in de kleilaag lijkt richting het oosten af te nemen. Er wordt geen vervolg noodzakelijk geacht. Grondwater In het grondwater zijn verhoogde concentraties arseen (in peilbuis 49 >interventiewaarde), chroom, barium, molybdeen en nikkel geconstateerd.
Op de onderhavige onderzoekslocatie zijn geen duidelijk aanwijsbare antropogene bronnen met betrekking tot arseen, chroom, barium en/of molybdeen aanwezig. Deze stoffen kunnen in Zeeland, zoals is beschreven in §2.5, van nature in verhoogde concentraties voorkomen in het grondwater. Te zien in dat arseen, chroom en barium ter plaatse van de gedempte kreek in hogere concentraties zijn gemeten dan in de andere peilbuizen waar enkele gering streefwaarde-overschrijdingen voor chroom en molybdeen zijn geconstateerd. Naar verwachting zijn de grondwaterstromen ter plaatse van de gedempte kreek anders dan in de grond hiernaast en kan zodoende een andere oorsprong hebben. Dit verklaard mogelijk ook de verhoogde concentratie nikkel in het grondwater uit peilbuis 49. De geconstateerde concentratie van arseen, chroom, barium en molybdeen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondconcentratie en zodoende niet beschouwd als verontreiniging.
23220129
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Othene-Zuid, De Regt te Terneuzen
23
5. Conclusies en Aanbevelingen In dit hoofdstuk wordt de verontreinigingssituatie beschreven op basis van de onderzoeksresultaten. Vervolgens wordt deze getoetst aan de hypothese. Tenslotte wordt de conclusie van het onderzoek weergegeven. 5.1. Conclusies Algemeen terrein en voormalige boomgaarden In de bovengrond zijn ter plaatse van en plaatselijk ook buiten de voormalige boomgaarden organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) aangetoond. Verder is plaatselijk een achtergrondwaardeoverschrijding voor minerale olie aangetoond. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten van de geanalyseerde parameters aangetoond. Gedempte kreek In de dempingslaag ter plaatse van de voormalige kreek zijn geen verhoogde gehalten van de geanalyseerde parameters aangetoond. Kavelpad In de puinfundering is geen asbest aangetroffen. Daarom is aanvullend asbestonderzoek niet noodzakelijk. In de grond onder het noordelijk gedeelte van het puinpad zijn in mengmonster verhoogde gehalten minerale olie en een interventiewaarde-overschrijding voor PAK aangetoond. De deelmonsters waaruit dit mengmonster bestaat zijn separaat onderzocht op PAK. De eerder aangetoonde interventiewaardeoverschrijding kon niet worden gereproduceerd. Het gehalte PAK in de kleilaag lijkt richting het oosten af te nemen. Er wordt geen vervolg noodzakelijk geacht.
Grondwater In het grondwater zijn verhoogde concentraties arseen (in peilbuis 49 >interventiewaarde), chroom, barium, molybdeen en nikkel geconstateerd. De geconstateerde concentratie van arseen, chroom, barium en molybdeen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondconcentratie en zodoende niet beschouwd als verontreiniging. 5.2. Toetsing onderzoekshypotheses In het vooronderzoek zijn onderzoekshypotheses geformuleerd op basis waarvan de gebruikte veldwerken analysestrategieën zijn opgesteld. Hieronder is aangegeven in hoeverre deze hypotheses verworpen kunnen worden op basis van de overige onderzoeksresultaten. Eventuele gevolgen voor het vervolgtraject zijn hieronder in Aanbevelingen en consequenties aangegeven.
23220129
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Othene-Zuid, De Regt te Terneuzen
24
Algemene bodemkwaliteitsbepaling Voor het onderzoek naar chemische parameters is uitgegaan van de hypotheses:
Bovengrond: onverdacht voor bodemverontreiniging. Deze hypothese dient te worden verworpen.
Ondergrond: onverdacht voor bodemverontreiniging. Deze hypothese kan worden aangenomen.
Grondwater: onverdacht voor bodemverontreiniging maar met mogelijk van nature verhoogde concentraties arseen, chroom, barium en/of molybdeen. Deze hypothese dient formeel te worden verworpen.
Voor het onderzoek naar asbest is uitgegaan van de hypothese(s):
Boven- en ondergrond: onverdacht voor verontreiniging met asbest. Deze hypothese kan worden gehandhaafd.
Voormalige boomgaarden Voor het onderzoek naar chemische parameters is uitgegaan van de hypotheses:
Bovengrond: verdacht voor bodemverontreiniging met OCB. Deze hypothese dient te worden aangenomen.
Kavelpad Voor het onderzoek naar chemische parameters is uitgegaan van de hypotheses:
Grond onder (half)verharding: verdacht voor bodemverontreiniging. Deze hypothese dient voor het noordelijke gedeelte van het pad te worden aangenomen en kan voor het zuidelijke gedeelte worden verworpen.
Voor het onderzoek naar asbest is uitgegaan van de hypothese(s):
Funderingslagen: verdacht voor verontreiniging met asbest. Deze hypothese kan worden verworpen.
5.3. Aanbevelingen en consequenties Op basis van de onderzoeksresultaten worden geen belemmeringen voorzien voor de beoogde ontwikkeling van de locatie. Aanvullend onderzoek De op de onderzoekslocatie geconstateerde verhoogde gehalten in de grond en het grondwater geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend of nader bodemonderzoek. Grondverzet In geval van het nuttig herbestemmen van uitkomende grond kan alsnog een onderzoek conform het Besluit bodemkwaliteit (partijkeuring op grond) nodig zijn. Dit is afhankelijk van onder andere -maar niet uitsluitend- de afzetlocatie, de partijomvang, de aangetroffen gehalten en de bodemvreemde bijmengingen. Er dient ook rekening mee te worden gehouden dat in de bovengrond tot 0,5 m-mv OCB
23220129
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Othene-Zuid, De Regt te Terneuzen
25
aanwezig zijn. De afzetmogelijkheden in buurgemeenten op basis van hun Nota’s bodembeheer kunnen hierdoor beperkt worden. De eventuele noodzaak tot verdere keuring en mogelijkheden hiervoor kunnen in overleg met het bevoegd gezag Besluit bodemkwaliteit (veelal de ontvangende gemeente) en/of een milieuadviesbureau worden bepaald. Grondroering Op de onderzoekslocatie zijn lagen met meer dan 50 % bodemvreemd materiaal aanwezig. Deze lagen zijn niet bemonsterd of geanalyseerd als grond omdat ze niet onder het beleid van de Wet bodembescherming vallen. Bodemvreemde lagen of bijmengingen kunnen stoffen bevatten die, bij vermenging met grond, een bodemverontreiniging kunnen veroorzaken of reeds hebben veroorzaakt. Vermenging met (bijvoorbeeld onder-, boven-, en naastgelegen) grond dient daarom voorkomen te worden.
23220129
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Othene-Zuid, De Regt te Terneuzen
26
Achtergronddocumenten Onderstaande documenten vormen de basis voor divers milieuhygiënisch onderzoek op, aan en in bodem en bouwstoffen in Nederland. Wet- en regelgeving (vigerende versies op wetten.overheid.nl) 1.
Wet bodembescherming
2.
Circulaire Bodemsanering 2013
3.
Besluit Bodemkwaliteit
4.
Regeling Bodemkwaliteit
5.
Besluit asbestwegen milieubeheer
6.
Regeling nadere voorschriften asbestwegen milieubeheer
7.
Besluit Uniforme Saneringen
8.
Regeling Uniforme Saneringen
Normdocumenten 9.
Nederlands
Normalisatie
Instituut,
NEN
5707:2015/C2:2017,
Bodem
–
Inspectie
en
monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, ICS 13.080.01, Delft, augustus 2015 10. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5717:2017, Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, ICS 13.080.05, Delft, december 2017 11. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5720:2017, Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch onderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van waterbodem en baggerspecie, ICS 13.080.05, Delft, 1 december 2017 12. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5725:2017, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, ICS 13.080.01; 13.080.05, Delft, oktober 2017 13. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5740:2009/A1:2016, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, ICS 13.080.05, Delft, januari 2009
23220129
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Othene-Zuid, De Regt te Terneuzen
27
14. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5897:2015/C2:2017, Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat, ICS 13.030.30, Delft, augustus 2015 15. Nederlands Normalisatie Instituut, NTA 5755:2010, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek - Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging, ICS 13.080.05, Delft, juli 2010 Richtlijnen en protocollen 16. Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Richtlijnen en protocollen bodembeheer, www.sikb.nl/bodembeheer/richtlijnen 17. CROW, Publicatie 210, Richtlijn omgaan met vrijgekomen asfalt - Selectief verwijderen van teervrij en teerhoudend asfalt, ISBN 978 90 6628 655 9, Ede, juni 2015 18. Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Den Haag, 13 december 2021
23220129
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Othene-Zuid, De Regt te Terneuzen
28
Bijlage 1 Overzichtskaart ligging onderzoekslocatie
Schaal: 1:25.000
23220129
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Othene-Zuid, De Regt te Terneuzen
Bijlage 1
Bijlage 2 Situatietekening
23220129
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Othene-Zuid, De Regt te Terneuzen
Bijlage 2
Meetpunten Boringen (m-mv) 0,5 1 1,5 2 Peilbuis Contouren Onderzoekslocatie Gedempt water Voormalige boomgaard Lijncontouren Gedempt water
Projectnummer: 23220129
Tekenaar:
adevries RAP01
Locatie:
Othene-Zuid te Terneuzen, (De Regt deel 2)
Tekeningnr:
Onderdeel:
Bodemonderzoek
Papierformaat: A3
Opdrachtgever: AM Zeeland B.V.
Datum:
28-10-2022
Bijlage 3 Boorbeschrijvingen en -profielen
23220129
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Othene-Zuid, De Regt te Terneuzen
Bijlage 3
Legenda (conform NEN 5104)
grind
klei Grind, siltig
geur Klei, zwak siltig
geen geur zwakke geur