2024-05-22 - Terneuzen, Othene Oost 2022 Bijlagen toelichting Bijlage 6 Eindrapport verkennend bodemonderzoek
Tekst van het document
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Drieweg te Terneuzen Project 23200124 3 augustus 2020
Opdrachtgever:
AM Zeeland Postbus 396 4530 AJ TERNEUZEN
Opgesteld door:
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Auteur:
ing. E. Moison A.N. de Vries, MSc
Autorisatie:
dhr. H. Seffelaar Interim-manager SMA Zeeland B.V.
2001, 2002
Inhoudsopgave SAMENVATTING ......................................................................................................................................... 1 CONCLUSIES ......................................................................................................................................... 1 TOETSING ONDERZOEKSHYPOTHESES ............................................................................................ 1 AANBEVELINGEN .................................................................................................................................. 2 1. INLEIDING................................................................................................................................................ 3 1.1. AANLEIDING EN DOEL ................................................................................................................... 3 1.2. REFERENTIEKADER ....................................................................................................................... 3 1.3. BETROUWBAARHEID ..................................................................................................................... 4 2. VOORONDERZOEK ................................................................................................................................ 6 2.1.
ALGEMENE BODEM- EN LOCATIEGEGEVENS ............................................................................ 6 2.2. HISTORISCHE KAARTEN, LUCHTFOTO’S EN OVERIG BEELDMATERIAAL ............................... 8 2.3. RELEVANTE BODEMDOCUMENTEN EN VERGUNNINGEN ......................................................... 8 2.4. REGIONALE BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ................................................................ 9 2.5. INTERPRETATIE VERWACHTE MILIEUHYGIËNISCHE BODEMKWALITEIT ............................... 9 2.6. HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE ............................................................................. 11 3. VELDWERK ........................................................................................................................................... 13 3.1. UITGEVOERD VELDWERK ........................................................................................................... 13 3.2. RESULTATEN VELDWERK ........................................................................................................... 13 4. ANALYTISCH ONDERZOEK ................................................................................................................. 15 4.1. ANALYSESTRATEGIE ................................................................................................................... 15 4.2.
ANALYSERESULTATEN ................................................................................................................ 15 4.3. INTERPRETATIE RESULTATEN ................................................................................................... 16 5. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................... 17 5.1. CONCLUSIES ................................................................................................................................ 17 5.2. TOETSING ONDERZOEKSHYPOTHESES ................................................................................... 17 5.3. AANBEVELINGEN.......................................................................................................................... 18 ACHTERGRONDDOCUMENTEN .............................................................................................................. 19 BIJLAGE 1 OVERZICHTSKAART LIGGING ONDERZOEKSLOCATIE BIJLAGE 2 SITUATIETEKENING BIJLAGE 3 BOORBESCHRIJVINGEN EN -PROFIELEN BIJLAGE 4 TOETSINGSTABELLEN BIJLAGE 5 ANALYSERESULTATEN BIJLAGE 6 HISTORISCHE KAARTEN EN LUCHTFOTO’S BIJLAGE 7 FOTO’S
23200124
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Drieweg te Terneuzen
Samenvatting Door AM Zeeland is aan SMA Zeeland B.V. de opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek aan de Drieweg te Terneuzen. De aanleiding voor het bodemonderzoek is de voorgenomen transactie van de betreffende locatie. Het doel van dit onderzoek is inzicht te verkrijgen of het voormalige, dan wel huidige gebruik van de onderhavige locatie en zijn omgeving heeft geleid tot verontreiniging van de bodem (grond en grondwater). Conclusies Uit veldwaarnemingen blijkt dat de bodem bestaat verschillende kleilagen. Ter plaatse van de voormalige kreek wordt vanaf ca. 1,2 m-mv de voormalige waterbodem waargenomen in de vorm van donkergrijze tot zwarte klei met resten slib. De sloot langs de Drieweg blijkt te zijn gedempt met voornamelijk siltig tot kleiig zand, waarin incidenteel sporen baksteen aanwezig zijn. In zowel de boven- en ondergrond als in het grondwater zijn geen verontreinigingen aangetroffen met de geanalyseerde parameters. Toetsing onderzoekshypotheses In het vooronderzoek zijn onderzoekshypotheses geformuleerd op basis waarvan de gebruikte veldwerken analysestrategieën zijn opgesteld. Hieronder is aangegeven in hoeverre deze hypotheses verworpen kunnen worden op basis van de overige onderzoeksresultaten. Eventuele gevolgen voor het vervolgtraject zijn hieronder in Aanbevelingen aangegeven.
Gehele locatie Voor het onderzoek naar chemische parameters is uitgegaan van de hypotheses:
Bovengrond: onverdacht voor bodemverontreiniging maar met mogelijk geringe hoeveelheden OCB rond de achtergrondwaarde. Deze hypothese kan op basis van de onderzoeksresultaten worden aangenomen.
Ondergrond: onverdacht voor bodemverontreiniging met stoffen uit het standaard pakket voor landbodem. Deze hypothese kan op basis van de onderzoeksresultaten worden aangenomen.
Grondwater: onverdacht voor bodemverontreiniging. Deze hypothese kan op basis van de onderzoeksresultaten worden aangenomen.
Voormalige sloot langs de Drieweg Voor het onderzoek naar chemische parameters is uitgegaan van de hypotheses:
Grond: verdacht voor bodemverontreiniging. Deze hypothese kan op basis van de onderzoeksresultaten worden verworpen.
23200124
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Drieweg te Terneuzen
1
Voor het onderzoek naar asbest is uitgegaan van de hypothese(s):
Boven- en ondergrond: onverdacht voor verontreiniging met asbest. Er is daarom geen gericht veld- of analytisch onderzoek naar asbest in deze laag uitgevoerd. Deze hypothese kan worden gehandhaafd.
Aanbevelingen De op de onderzoekslocatie waarden onder de achtergrondwaarde van de geanalyseerde parameters geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend of nader bodemonderzoek. Op basis van de uit dit milieuhygiënisch onderzoek verkregen gegevens kan in geval van grondverzet c.q. herbestemmen van grond alsnog een onderzoek conform het Besluit bodemkwaliteit nodig zijn. Dit is afhankelijk van aangetroffen gehaltes, alsook op basis van visueel aangetroffen bodemvreemde materialen. De eventuele mogelijkheden dienen in overleg met het bevoegd gezag te worden bepaald.
23200124
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Drieweg te Terneuzen
2
1. Inleiding 1.1. Aanleiding en doel Door AM Zeeland is aan SMA Zeeland B.V. de opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek aan de Drieweg te Terneuzen. De aanleiding voor het bodemonderzoek is de voorgenomen transactie van de betreffende locatie. Het doel van dit onderzoek is inzicht te verkrijgen of het voormalige, dan wel huidige gebruik van de onderhavige locatie en zijn omgeving heeft geleid tot verontreiniging van de bodem (grond en grondwater). 1.2. Referentiekader Onderzoeksopzet De onderzoeksopzet is afgeleid van de NEN 5740. Het onderzoek bestaat uit: vooronderzoek, veldonderzoek, chemische analyses, interpretatie en toetsing. Toetsingskader verkennend bodemonderzoek naar chemische parameters (NEN 5740) De voor de standaardbodem (lutum 25% en organische stof 10%) gecorrigeerde analyseresultaten van de grond worden conform de Wet bodembescherming getoetst aan de achtergrondwaarden (AW2000) en interventiewaarden. De analyseresultaten van het grondwater worden getoetst aan de streefwaarden en interventiewaarden. De achtergrondwaarden hebben betrekking op achtergrondgehalten van stoffen die van nature voorkomen, of op detectiegrenzen bij stoffen die niet van nature voorkomen. In principe is sprake van een onbeïnvloede bodemkwaliteit.
De streefwaarden grondwater geven aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van verwaarloosbare risico’s voor het ecosysteem. De interventiewaarden bodemsanering geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Ze zijn representatief voor het verontreinigingsniveau waarboven sprake is van een geval van ernstige (bodem) verontreiniging. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging indien voor ten minste één stof de gemiddelde
gemeten
concentratie
van
minimaal
25
m
3
bodemvolume
in
het
geval
van
3
grondverontreiniging, of 100 m bodemvolume in het geval van een grondwaterverontreiniging, hoger is dan de interventiewaarde. In enkele specifieke situaties kan bij gehalten onder de interventiewaarden ook sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging. Dit geldt voor de zogenaamde gevoelige functies: -
moestuin/volkstuin,
-
plaatsen waar vluchtige verbindingen aanwezig zijn in het grondwater in combinatie met hoge grondwaterstanden en/of in de onverzadigde bodem onder bebouwing.
23200124
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Drieweg te Terneuzen
3
Als een geval van ernstige verontreiniging is vastgesteld dan is sprake van een potentieel risico dat aanleiding geeft tot een vorm van saneren of beheren. De achtergrond-, streef- en interventiewaarden worden in het vervolg, samenvattend, toetsingswaarden genoemd. De norm voor barium in grond is tijdelijk ingetrokken. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 920 mg/kg ds (interventiewaarde barium voor een standaardbodem). 1.3. Betrouwbaarheid Het hier gerapporteerde bodemonderzoek is uitgevoerd op zorgvuldige wijze, in overeenstemming met de geldende richtlijnen en de gebruikelijke inzichten en methoden. SMA Zeeland B.V. beschikt over een kwaliteitsmanagementsysteem (NEN-EN-ISO 9001: 2015) en veiligheidsmanagementsysteem (VGM Checklist Aannemers) waarbinnen de kwaliteit van de werkzaamheden dusdanig wordt beheerst en gewaarborgd dat haar diensten zo goed mogelijk aan de eisen en doelstellingen van de opdrachtgever voldoen. Het veldwerk is uitgevoerd door SMA Zeeland B.V. en Sialtech B.V., certificaatnummer VB-059/7.
Het milieukundige veldwerk ten behoeve van het grond- en grondwateronderzoek is uitgevoerd op basis van de richtlijnen van de BRL SIKB 2000 en conform de hierbij van toepassing zijnde protocollen. De uitvoerende partij beschikt hiertoe over het procescertificaat “Veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek” op basis van de Beoordelingsrichtlijn SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002, 2003, 2018. Dit procescertificaat is uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake het milieukundige veldwerk, beginnend bij de acceptatie van het veldwerk, en eindigend bij de overdracht van de veldwerkgegevens en monsters. Eventueel onderzoek aan asfaltverharding, halfverhardingen en funderingsmaterialen valt niet onder de scope van de BRL SIKB 2000. In het kader van de waarborging van de onafhankelijkheid verklaren SMA Zeeland B.V. en Siatech B.V. dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de in dit kader gestelde eisen van de BRL SIKB 2000 en de daarbij behorende protocollen. De laboratoriumanalyses van dit onderzoek zijn uitgevoerd door een daartoe door de Raad van Accreditatie geaccrediteerd laboratorium. Een bodemonderzoek is erop gericht met beperkte middelen vast te stellen of er bodemverontreiniging aanwezig is. Dit impliceert dat de conclusies van het bodemonderzoek slechts een beperkte reikwijdte hebben.
Door beperkt aantal boringen, proefgaten, proefsleuven en analyses, betekent dit concreet dat een mogelijk aanwezige verontreiniging over het hoofd gezien kan worden. Het bodemonderzoek
23200124
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Drieweg te Terneuzen
4
garandeert derhalve nooit dat de onderzochte locatie geheel schoon is of anderszins, dat met het bodemonderzoek alle eventueel aanwezige verontreinigingen worden gedetecteerd. Verder geldt dat de resultaten van het onderhavige onderzoek een momentopname vormen van de bodemkwaliteit. Na de uitvoering en rapportage van dit onderzoek zouden activiteiten kunnen plaatsvinden die de milieuhygiënische kwaliteit van grond en grondwater op de onderzoekslocatie kunnen beïnvloeden. Voorbeelden hiervan zijn het bouwrijp maken van de locatie of het aanvoeren van grond van elders. Een andere factor kan bijvoorbeeld zijn het transport van verontreinigende stoffen via het grondwater van buiten
de
onderzoekslocatie.
Gezien
deze
overwegingen,
dienen
de
hier
gerapporteerde
onderzoeksresultaten met meer voorzichtigheid gebruikt en geïnterpreteerd te worden naarmate de tijd toeneemt die verlopen is na de uitvoering van het onderzoek. Op basis van de uit dit bodemonderzoek verkregen gegevens kan geen uitspraak worden gedaan over de daadwerkelijke aan- of afwezigheid van asbest en/of het gehalte aan asbest in lagen waarop geen specifiek veld- en analytisch onderzoek is verricht. Dit betreft met name als “onverdacht voor verontreiniging met asbest” aangemerkte lagen. Hiervoor kan (aanvullend) onderzoek plaatsvinden conform de NEN 5707 (Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond) en/of de NEN 5897 (Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Op basis van de uit dit bodemonderzoek verkregen gegevens kan in principe geen uitspraak gedaan worden over de toepassingsmogelijkheden van eventueel van de locatie af te voeren grond. Hiervoor dient onderzoek plaats te vinden conform het Besluit bodemkwaliteit. SMA Zeeland B.V. kan niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele schade of anderszins voor eventuele gevolgen die voortkomen uit het gebruik en de interpretatie van de in dit rapport gepresenteerde onderzoeksgegevens. Dit rapport mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd, tenzij met uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van SMA Zeeland B.V.
23200124
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Drieweg te Terneuzen
5
2. Vooronderzoek In dit hoofdstuk wordt het voormalige, het huidige en het toekomstige bodemgebruik besproken. Dit zal leiden tot een hypothese over de mogelijke verontreinigingssituatie van de onderzoekslocatie. In NEN 5725:2017 zijn zeven mogelijke aanleidingen voor vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. In onderhavig onderzoek is of zijn de volgende generieke aanleiding(en) van toepassing: A. Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. 2.1. Algemene bodem- en locatiegegevens De algemene locatiegegevens en algemene gegevens met betrekking tot de bodem worden als volgt samengevat: Tabel 2.1. Overzicht algemene aspecten van de onderzoekslocatie Algemene onderzoeksaspecten
Bron(houder)
Locatiegegevens en ligging Adres en plaats
Drieweg te Terneuzen
Kadaster
Burgerlijke gemeente
Terneuzen
Kadaster
Kadastrale gemeente
Terneuzen
Kadaster
Sectie(s)
T
Kadaster
Nummer(s)
2394
Kadaster
Oppervlakte (m2)
10.790
Kadaster
+1,3 aan oostzijde
AHN
1
Gemiddelde hoogte (m t.o.v. NAP)
+0,8 aan westzijde Ligging op kaart
zie bijlagen 1 en 2
Kadaster, SMA Zeeland B.V.
geen
Opdrachtgever
Bodemopbouw Verhardingen
SMA Zeeland B.V. Antropogene lagen
Niet bekend
SMA Zeeland B.V.
Dempingen
Ja, oppervlaktewater. Het westelijk deel
Provincie Zeeland (Geoloket)
van de locatie maakte in het verleden onderdeel uit van een kreek. Grondwaterbeheersplan
Niet gezoneerd
Waterschap Scheldestromen
Geohydrologie
zie § 2.4
DINOloket
Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit Zonering bodemkwaliteitskaart
A Buitengebied en naoorlogse
Nota bodembeheer
(BKK)
woonwijken
gemeente Terneuzen
BKK klasse bovengrond
Achtergrondwaarde
Nota bodembeheer
BKK klasse ondergrond
Achtergrondwaarde
Nota bodembeheer
23200124
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Drieweg te Terneuzen
6
Algemene onderzoeksaspecten
Bron(houder)
BKK functieklasse
Wonen
Nota bodembeheer
Boomgaardenkaart (periode)
Niet gezoneerd
’t Zeeuws bodemvenster (Provincie Zeeland)
Aandachtsgebied lood
Nee
’t Zeeuws bodemvenster
Asbestkansenkaart
Niet gezoneerd
Provincie Zeeland (BIS)
Voormalig stortplaats bekend
Nee
Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)
Opslagtanks bekend
Nee
Gemeente (BIS)
Geval van ernstige
Nee
Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)
Wbb-beschikkingen bekend
Nee
Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)
Bodemdocumenten bekend
Ja, bodemonderzoek op naastgeglegen
Gemeente (BIS)
perceel, zie hierna
Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)
bodemverontreiniging bekend
Gebruik en beïnvloeding van de locatie Voormalig gebruik
Akkerland en daarna weiland
Provincie Zeeland (Geoloket)
Huidig gebruik
Weiland
Opdrachtgever SMA Zeeland B.V.
Toekomstig gebruik
Onbekend
Opdrachtgever
Geplande werkzaamheden
Geen
Opdrachtgever
Aard bebouwing
n.v.t.
Kadaster, BAG
Periode bebouwing
n.v.t.
Kadaster, BAG
Bedrijventerrein
Nee
Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)
Calamiteiten bekend
Nee
Gemeente (BIS) RUD Zeeland (BIS)
Bodembedreigende activiteiten
Nee
bekend (anders dan bovenstaand)
Opdrachtgever SMA Zeeland B.V. Gemeente (BIS) RUD Zeeland (BIS)
Relevante vergunningen
Nee
beschikbaar
Gemeente (BIS) RUD Zeeland
Toepassing asbestverdachte
Nee
materialen
Gemeente (BIS) RUD Zeeland (BIS)
Terreinverkenning Bijzonderheden
Bij het locatiebezoek wordt de
SMA Zeeland B.V.
verwachting dat aan de oostzijde van de locatie de perceelsloot langs de Drieweg is gedempt bevestigd (zie §2.2). Er is aan de zuidzijde langs de Drieweg nog een sloot aanwezig tot aan de kadastrale grens van de huidige onderzoekslocatie.
23200124
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Drieweg te Terneuzen
7
2.2. Historische kaarten, luchtfoto’s en overig beeldmateriaal Uit historische kaarten (bronhouder: Kadaster) en luchtfoto’s (bronhouder: Provincie Zeeland (Geoloket)) kan worden opgemaakt dat de locatie sinds 1850 gelegen was in agrarisch gebied. Tot de helft van de twintigste eeuw is de locatie gebruikt ten behoeve van (kleinschalige) fruitteelt. Daarna is de locatie gebruikt als akkerland en uiteindelijk weiland. Aan de westzijde van de locatie is een kreek aanwezig geweest, welke in de loop der jaren geleidelijk lijkt te zijn te verland en/of gedempt. Uit actuele kaarten (www.opentopo.nl) kan worden afgeleid dat waarschijnlijk aan de uiterste oostzijde van de locatie tegen de Drieweg in het verleden een sloot aanwezig is geweest. Zie verder Bijlage 6. Bij afwezigheid van fotomateriaal uit de jaren 80-90 wordt voor de hypothesevorming teruggevallen op de beschikbare gegevens met betrekking tot de algemene bodemkwaliteit, namelijk beeldmateriaal van eerdere en latere jaren, de bodemkwaliteitskaart en (eventuele) (voormalige) bodembedreigende activiteiten. 2.3. Relevante bodemdocumenten en vergunningen Op het ten westen gelegen perceel is eerder bodemonderzoek uitgevoerd. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Molenweg te Terneuzen, SMA Zeeland B.V., kenmerk: 23110002, d.d. 4 februari 2011 De onderzoekslocatie uit 2011 is gelegen ten westen van de huidige locatie.
Tussen de beide percelen is een sloot gelegen. De bodemanalyses werden verricht op standaard analysepakketten. Resultaten: -
De grond bleek niet verontreinigd;
-
Plaatselijk werd er in het grondwater lood boven de streefwaarde aangetoond.
Op het in 2011 onderzochte perceel is de kreek ook aanwezig geweest. De resultaten van het onderzoek geven geen bijzonderheden in de bodemkwaliteit ter plaatse van de voormalige kreek. Eindrapport verkennend bodemonderzoek Schepenlaan en Drieweg Terneuzen (T307, T311 en T361), SMA Zeeland B.V., kenmerk: 23180054, d.d. 28 mei 2018 De onderzoekslocatie uit 2018 is gelegen ten westen van de huidige locatie. Tussen de beide percelen is een sloot gelegen. De bodemanalyses werden verricht op standaard analysepakketten, waarbij de bovengrondmonsters tevens werden geanalyseerd op OCB. Resultaten: -
De bovengrond bleek niet verontreinigd;
-
In de ondergrond werd plaatselijk licht verhoogde gehalten molybdeen en minerale olie aangetoond;
23200124
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Drieweg te Terneuzen
8
-
Plaatselijk werd er in het grondwater lood boven de streefwaarde aangetoond. In een deel van de overige peilbuizen werden molybdeen en barium in van nature verhoogde gehalten aangetoond.
Ook in 2018 maakte de kreek onderdeel uit van het onderzochte perceel. De resultaten van het onderzoek geven geen bijzonderheden in de bodemkwaliteit ter plaatse van de voormalige kreek. Verder werden met betrekking tot de huidige onderzoekslocatie en zijn directe omgeving geen relevante bodemdocumenten aangetroffen. 2.4. Regionale bodemopbouw en geohydrologie Op basis van in de nabijheid van de onderzoekslocatie gelegen boringen en daarvan afgeleid kaartmateriaal, afkomstig van onder andere TNO en de voormalige RGD (bronhouder: DINOloket), is het in onderstaande tabel vereenvoudigde bodemmodel geformuleerd door SMA Zeeland B.V. De werkelijke bodemopbouw en grondwaterstand ter plaatse van de onderzoekslocatie kan hiervan afwijken. Tabel 2.2. Geohydrologisch overzicht ter plaatse van de onderzoekslocatie Typering
Diepte (m-mv)
Lithologie
Formatie(s)
Deklaag
0-2
Klei
Naaldwijk
1e watervoerend pakket
2-20
Zand (Duinkerke II geul)
Naaldwijk
Scheidende laag
Niet aanwezig
2e watervoerend pakket
Niet aanwezig
Hydrologische basis
20-
Boomse klei
Rupel
2.5. Interpretatie verwachte milieuhygiënische bodemkwaliteit In NEN 5725:2017 zijn per generieke aanleiding zoals benoemd in het begin van dit hoofdstuk, diverse te beantwoorden onderzoeksvragen geformuleerd. Na het verkrijgen van de gegevens beschreven in voorgaande paragrafen dienen in onderhavig onderzoek nog de volgende vragen te worden beantwoord om een onderzoekshypothese te vormen: A. Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende?
De horizontale begrenzingen van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in Bijlage 2. Het grondonderzoek beperkt zich tot een maximale diepte van 2,0 m-mv. Het grondwateronderzoek beperkt zich tot een diepte van 1,5 m- de grondwaterstand die tijdens het veldwerk zal worden aangetroffen.
23200124
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Drieweg te Terneuzen
9
Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn verdachte parameters?
Het gebruik van de locatie voor fruitteelt komt gedeeltelijk overeen met de gebruiksperiode voor organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) (jaren 40-70 met een hoogtepunt in de jaren 50, enkele tot eind jaren 90). Mogelijk zijn in het verleden OCB gebruikt op de locatie of in de omgeving. Deze OCB zijn persistent en kunnen in de bovengrond worden aangetroffen. Er vindt zelden verspreiding naar de ondergrond en zeer zelden naar het grondwater plaats.
Aan de westzijde is een kreek aanwezig geweest. Het kan niet worden uitgesloten dat sprake is van demping van de voormalige kreek met verontreinigd materiaal of dat de voormalige waterbodem al verontreinigd was. Op basis van eerder onderzoek op een ten westen gelegen perceel worden hier vooralsnog geen bijzonderheden verwacht.
Mogelijk is sprake van een demping van de voormalige sloot langs de Drieweg met verontreinigd materiaal of was de voormalige waterbodem verontreinigd. De risicoparameters zijn niet nader te bepalen.
Daarom
wordt
uitgegaan
van
de
standaard
stoffen
voor
milieuhygiënisch
landbodemonderzoek. Is de bodem asbestverdacht?
De bodem is niet asbestverdacht.
Wat is de bodemopbouw en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich?
De bodemopbouw kan op voorhand niet met zekerheid worden bepaald. In Zeeland worden zand en klei doorgaans in afwisselende mate en opbouw in de deklaag gevonden, waarbij vanaf 1,5 mmv soms ook veenlagen worden aangetroffen. Dit is sterk afhankelijk van de precieze onderzoekslocatie en historische, natuurlijke en antropogene processen welke de huidige Zeeuwse Delta hebben gecreëerd. Vermoedelijk is er wel een verschil in milieuhygiënische kwaliteit tussen de boven- en ondergrond als gevolg van (vaak historische) antropogene activiteiten.
Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving op de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar?
Als gevolg van natuurlijke bodemprocessen worden arseen, barium, chroom en molybdeen in Zeeland regelmatig in van nature verhoogde concentraties aangetroffen in het freatische grondwater. In de grond zijn dan niet altijd verhoogde gehalten aantoonbaar en concentraties kunnen fluctueren. Voor barium en chroom geldt dat de natuurlijke achtergrondconcentraties in brak grondwater doorgaans wat hoger zijn dan in zoet grondwater (RIVM briefrapport 20170125).
23200124
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Drieweg te Terneuzen
10
Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Motiveer het antwoord.
Veld- en analytisch onderzoek is noodzakelijk. De beschikbare gegevens geven te weinig concrete informatie over de huidige milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (bovengrond, ondergrond en grondwater) op de locatie.
Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek (inclusief de indeling van de onderzoekslocatie in deellocaties met verschillende hypotheses over de aard en verdeling van de verontreinigende stoffen)?
Zie § 2.6.
2.6. Hypothese en onderzoeksstrategie Op basis van het vooronderzoek zijn de volgende (gestandaardiseerde) onderzoekshypotheses geformuleerd waarbij in voorkomende gevallen onderscheid is gemaakt tussen separaat te onderzoeken deellocaties. Er wordt tevens onderscheid gemaakt tussen de verwachte bodemverontreinigingssituatie met betrekking tot chemische parameters en de verwachte verontreinigingssituatie met betrekking tot asbest. Tabel 2.3. Hypothese en bijbehorende strategie voor vervolgonderzoek naar chemische parameters Bodemcompartiment /
Hypothese (NEN 5725)
Analyseparameters
traject
Strategie (NEN 5740)
Gehele locatie Bovengrond
onverdachte, grootschalige locatie
standaard parameters voor
ONV-GR-NL*/**
landbodem (pakket A) en OCB Ondergrond
onverdachte, grootschalige locatie
pakket A
ONV-GR-NL*
Grondwater
onverdachte, grootschalige locatie
standaard parameters voor
ONV-GR-NL
grondwater (pakket B), As, Cr Voormalige sloot langs Drieweg Grond
verdachte locatie, plaatselijke
standaard parameters voor
bodembelasting en een duidelijke
landbodem (pakket A)
VEP
kern, geen ondergrondse opslagtank *de voormalige kreek aan de westzijde van de locatie zal als aandachtspunt worden meegenomen. Hiertoe worden enkele boringen dieper doorgezet en in eerste instantie alleen visueel beoordeeld. **Vermoedelijk is de fruitteelt in het verleden kleinschalig geweest en heeft deze relatief kort in de verdachte periode voor het gebruik van OCB plaatsgevonden. In eerste instantie kan hier dan ook worden volstaan met de strategie onverdacht. pakket A:
standaardpakket onderzoek landbodem: barium, cadmium, kobalt, koper, lood, nikkel, zink, kwik, molybdeen, PCB7, PAK10 (VROM), minerale olie (GC), percentages lutum en organische stof;
23200124
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Drieweg te Terneuzen
11
pakket B:
standaardpakket grondwater: barium, cadmium, kobalt, koper, lood, nikkel, zink, kwik, molybdeen, vluchtige aromaten (BTEXSN), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOCl), minerale olie;
As, Cr:
arseen, chroom.
Tabel 2.4. Hypothese en bijbehorende strategie voor vervolgonderzoek naar asbest Bodemcompartiment /
Hypothese (NEN 5725)
traject
Strategie* (NEN 5707 cq. 5897)
Gehele locatie Bovengrond
onverdachte, grootschalige locatie
geen
Ondergrond
onverdachte, grootschalige locatie
geen
*op basis van NEN 5707 is er in geval van een voor bodemverontreiniging met asbest onverdachte locatie geen verplichting tot vervolgonderzoek in de vorm van veld- en analytisch onderzoek, tenzij op basis van voortschrijdend inzicht de hypothese van een asbest-onverdachte locatie dient te worden gewijzigd. Ook een vervolgonderzoek naar asbest in niet-vormgegeven bouwstoffen volgens NEN 5897 in de vorm van veld- en analytisch onderzoek is niet van toepassing in geval van (op basis van NEN 5725) asbest-onverdachte, nietvormgegeven bouwstoffen.
Een beschrijving van de veldwerkzaamheden en de resultaten daarvan, volgt in hoofdstuk 3.
23200124
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Drieweg te Terneuzen
12
3. Veldwerk In dit hoofdstuk worden de uitvoering en de resultaten van het veldwerk besproken. 3.1. Uitgevoerd veldwerk Het veldwerk is op 15 juli 2020 uitgevoerd door de erkende veldwerker de heer R.P. Kole (Sialtech B.V.) conform de in paragraaf 2.6 vermelde onderzoeksstrategie. Er zijn in totaal 25 boringen geplaatst, zoals hieronder weergegeven: Gehele locatie Boringen 01 t/m 21
11 boringen tot ca. 0,5 m-mv;
3 boringen tot ca. 1,0 m-mv;
5 boringen tot ca. 2,0 m-mv;
2 boringen tot in het freatische grondwater afgewerkt met peilbuis.
Voormalige sloot langs Drieweg Boringen 22 t/m 25
4 boringen tot ca. 1,5 m-mv.
De boorlocaties zijn weergegeven in de situatietekening in Bijlage 2. De boringen zijn gelijkmatig over de locatie verdeeld geplaatst, waarbij de boringen 01 t/m 07 zijn verricht ter plaatse van de globale locatie van de voormalige kreek en de boringen 22 t/m 25 ter plaatse van de gedempte sloot langs de Drieweg. Van het opgeboorde bodemmateriaal is per halve meter en/of per (zintuiglijk afwijkende) bodemlaag een monster genomen. 3.2. Resultaten veldwerk Voor gedetailleerde informatie met betrekking tot de bodemopbouw en de eventuele aanwezigheid van bodemvreemde bijmengingen wordt verwezen naar de veldwerkgegevens in Bijlage 3. De algemene bevindingen zijn: Uit veldwaarnemingen blijkt dat de bodem bestaat uit afwisselend siltig en kleiig zand en klei met plaatselijk zandige klei. Ter plaatse van de voormalige kreek wordt vanaf ca. 1,2 m-mv de voormalige waterbodem waargenomen in de vorm van donkergrijze tot zwarte klei met resten slib. De sloot langs de Drieweg blijkt te zijn gedempt met voornamelijk siltig tot kleiig zand, waarin incidenteel sporen baksteen aanwezig zijn. De grondwaterstand is tijdens het veldwerk bepaald op 1,2 tot 1,7 m -mv.
23200124
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Drieweg te Terneuzen
13
Het grondwater is bemonsterd op 24 juli 2020 door de hiertoe erkende veldwerker de heer W.P. Leijten. In peilbuis 03 en 20 is een grondwaterstijghoogte gemeten van 0,95 en 1,90 m-mv respectievelijk. Tijdens de bemonstering van het grondwater zijn geen afwijkingen geconstateerd. De bepalingen van de grondwaterstijghoogte, zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (EC) en de troebelheid van het grondwater (zie Bijlage 4B) geven geen aanleiding de analysestrategie te wijzigen.
23200124
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Drieweg te Terneuzen
14
4. Analytisch onderzoek In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de keuze van de geanalyseerde monsters en de parameters waarop deze zijn geanalyseerd. Vervolgens worden de analyseresultaten gepresenteerd evenals de eventuele overschrijdingen van de toetsingswaarden. De analyserapporten van het laboratorium zijn opgenomen in Bijlage 5. 4.1. Analysestrategie Hieronder is tabelgewijs weergegeven welke monsters ter analyse zijn ingezet. Ook is weergegeven op welke parameters is geanalyseerd. Tabel 4.1 Inzet grond(meng)monsters ter analyse (Meng)
Boring + traject
monsters
(m-mv)
MM01
02, 04, 06, 08, 10, 13
Grondsoort
Reden analyse
Analyse
Zand
kwaliteitsindicatie bovengrond
pakket A en OCB
(parameters)
(0,00 - 0,50) MM02
17 t/m 23 (0,00 - 0,50)
Klei
kwaliteitsindicatie bovengrond
pakket A en OCB
MM03
01 (0,70 - 1,10)
Zand
kwaliteitsindicatie ondergrond t.p.v.
pakket A
03 (1,00 - 1,20)
voormalige kreek
04, 05 (0,50 - 0,80) MM04
03, 05, 07 (1,20 - 1,70)
Klei
kwaliteitsindicatie ondergrond t.p.v.
pakket A
voormalige kreek MM05
11 (0,80 - 1,00)
Zand
kwaliteitsindicatie ondergrond
pakket A
Zand
kwaliteitsindicatie grond t.p.v.
pakket A
16, 20 (0,50 - 1,00) MM06
22 (0,50 - 1,50) 23 (0,50 - 1,20)
gedempte sloot
25 (0,00 - 0,50) 25 (1,00 - 1,50)
Tabel 4.2 Inzet grondwatermonsters ter analyse (Meng)
Peilbuis
Filterdiepte (m -mv)
Reden analyse
03-1-1
03
1,90 - 2,90
kwaliteitsbepaling grondwater
pakket B incl. As, Cr
20-1-1
20
2,30 - 3,30
kwaliteitsbepaling grondwater
pakket B incl. As, Cr
monsters
Analyse (parameters)
4.2. Analyseresultaten De resultaten van de toetsing van de analyseresultaten aan het toetsingskader uit de Wet bodembescherming zijn weergegeven in de onderstaande tabel(len). Hierin wordt per stof of stofgroep een index tussen haakjes weergegeven. Wanneer in het monster geen gehalten groter dan de
23200124
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Drieweg te Terneuzen
15
toetsingswaarde zijn gevonden, wordt een streepje “-“ getoond. De index tussen haakjes geeft het volgende aan:
index (-): gehalte groter dan de generieke achtergrond-/streefwaarde, maar index ≤ 0,01;
index ≤ 0,00: gehalte onder de generieke achtergrond-/streefwaarde;
index > 0,00 en ≤ 1,00: gehalte groter dan de generieke achtergrond-/streefwaarde, maar kleiner dan de interventiewaarde;
index > 1,00: gehalte groter de interventiewaarde.
De toetsingstabellen, waarin de getoetste analyseresultaten zijn opgenomen, zijn vermeld in Bijlage 4. Tabel 4.3 Overschrijdingstabel analyseresultaten grond(meng)monsters aan Wbb (Meng)
Boring + traject
> Achtergrondwaarde
> Interventiewaarde
monsters
(m-mv)
(0 < index <= 1,0)
(index > 1)
MM01
02, 04, 06, 08, 10, 13
-
-
(0,00 - 0,50) MM02
17 t/m 23 (0,00 - 0,50)
-
-
MM03
01 (0,70 - 1,10)
-
-
03 (1,00 - 1,20) 04, 05 (0,50 - 0,80) MM04
03, 05, 07 (1,20 - 1,70)
-
-
MM05
11 (0,80 - 1,00)
-
-
-
-
16, 20 (0,50 - 1,00) MM06
22 (0,50 - 1,50) 23 (0,50 - 1,20) 25 (0,00 - 0,50) 25 (1,00 - 1,50)
Tabel 4.4 Overschrijdingstabel analyseresultaten grondwatermonsters aan Wbb Monster
Peilbuis
03-1-1
03
20-1-1
20
Filterdiepte
> Streefwaarde
> Interventiewaarde
(m -mv)
(0 < index <= 1,0)
(index > 1)
1,90 - 2,90
-
-
2,30 - 3,30
-
-
4.3. Interpretatie resultaten In zowel de grond als het grondwater op de gehele locatie inclusief de voormalige sloot langs de Drieweg zijn geen achtergrondwaarde-overschrijdingen geconstateerd voor de geanalyseerde parameters.
23200124
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Drieweg te Terneuzen
16
5. Conclusies en Aanbevelingen In dit hoofdstuk wordt de verontreinigingssituatie beschreven op basis van de onderzoeksresultaten. Vervolgens wordt deze getoetst aan de hypothese. Tenslotte wordt de conclusie van het onderzoek weergegeven. 5.1. Conclusies Uit veldwaarnemingen blijkt dat de bodem bestaat verschillende kleilagen. Ter plaatse van de voormalige kreek wordt vanaf ca. 1,2 m-mv de voormalige waterbodem waargenomen in de vorm van donkergrijze tot zwarte klei met resten slib. De sloot langs de Drieweg blijkt te zijn gedempt met voornamelijk siltig tot kleiig zand, waarin incidenteel sporen baksteen aanwezig zijn. In zowel de boven- en ondergrond als in het grondwater zijn geen verontreinigingen aangetroffen met de geanalyseerde parameters. 5.2. Toetsing onderzoekshypotheses In het vooronderzoek zijn onderzoekshypotheses geformuleerd op basis waarvan de gebruikte veldwerken analysestrategieën zijn opgesteld. Hieronder is aangegeven in hoeverre deze hypotheses verworpen kunnen worden op basis van de overige onderzoeksresultaten. Eventuele gevolgen voor het vervolgtraject zijn hieronder in Aanbevelingen aangegeven. Gehele locatie Voor het onderzoek naar chemische parameters is uitgegaan van de hypotheses:
Bovengrond: onverdacht voor bodemverontreiniging maar met mogelijk geringe hoeveelheden OCB rond de achtergrondwaarde. Deze hypothese kan op basis van de onderzoeksresultaten worden aangenomen.
Ondergrond: onverdacht voor bodemverontreiniging met stoffen uit het standaard pakket voor landbodem. Deze hypothese kan op basis van de onderzoeksresultaten worden aangenomen.
Grondwater: onverdacht voor bodemverontreiniging. Deze hypothese kan op basis van de onderzoeksresultaten worden aangenomen.
Voormalige sloot langs de Drieweg Voor het onderzoek naar chemische parameters is uitgegaan van de hypotheses:
Grond: verdacht voor bodemverontreiniging. Deze hypothese kan op basis van de onderzoeksresultaten worden verworpen.
23200124
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Drieweg te Terneuzen
17
Voor het onderzoek naar asbest is uitgegaan van de hypothese(s):
Boven- en ondergrond: onverdacht voor verontreiniging met asbest. Er is daarom geen gericht veld- of analytisch onderzoek naar asbest in deze laag uitgevoerd. Deze hypothese kan worden gehandhaafd.
5.3. Aanbevelingen De op de onderzoekslocatie waarden onder de achtergrondwaarde van de geanalyseerde parameters geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend of nader bodemonderzoek. Op basis van de uit dit milieuhygiënisch onderzoek verkregen gegevens kan in geval van grondverzet c.q. herbestemmen van grond alsnog een onderzoek conform het Besluit bodemkwaliteit nodig zijn. Dit is afhankelijk van aangetroffen gehaltes, alsook op basis van visueel aangetroffen bodemvreemde materialen. De eventuele mogelijkheden dienen in overleg met het bevoegd gezag te worden bepaald.
23200124
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Drieweg te Terneuzen
18
Achtergronddocumenten Onderstaande documenten vormen de basis voor divers milieuhygiënisch onderzoek op, aan en in bodem en bouwstoffen in Nederland. Wet- en regelgeving 1.
Circulaire Bodemsanering 2013. Staatscourant nr. 16675, 27 juni 2013
2.
Ministeries van VROM en VW, Besluit Bodemkwaliteit, 22 november 2007
3.
Ministeries van VROM en VW, Regeling Bodemkwaliteit, Staatscourant nr. 247, 20 december 2007
4.
Ministeries van VROM en VW, Wijziging Regeling Bodemkwaliteit, Staatscourant nr. 122, 27 juni 2008
5.
Ministerie van VROM, Besluit asbestwegen milieubeheer, 8 september 2000
6.
Ministerie van VROM, Regeling nadere voorschriften asbestwegen milieubeheer, 25 augustus 2016
7.
Brief van de staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Tweede Kamer 28 600 XI, 81, Den Haag, 17 december 2002
8.
Beleidsbrief asbest in bodem, grond en puin(granulaat), Tweede Kamer 28 663, 15, Den Haag, 3 maart 2004
9.
Provincie Zeeland, samen omgaan met (grond)water, Grondwaterbeheersplan 2002-2007, Middelburg, juni 2002
Normdocumenten 10. Nederlands
Normalisatie
Instituut,
NEN
5707:2015/C2:2017,
Bodem
–
Inspectie
en
monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, ICS 13.080.01, Delft, augustus 2015 11. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5717:2017, Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, ICS 13.080.05, Delft, december 2017 12. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5720:2017, Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch onderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van waterbodem en baggerspecie, ICS 13.080.05, Delft, 1 december 2017
23200124
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Drieweg te Terneuzen
19
13. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5725:2017, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, ICS 13.080.01; 13.080.05, Delft, oktober 2017 14. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5740:2009/A1:2016, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, ICS 13.080.05, Delft, januari 2009 15. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5897:2015/C2:2017, Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat, ICS 13.030.30, Delft, augustus 2015 16. Nederlands Normalisatie Instituut, NTA 5755:2010, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek - Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging, ICS 13.080.05, Delft, juli 2010 Richtlijnen en protocollen 1.
Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodemonderzoek, BRL SIKB 2000, versie 6, Gouda, 1 februari 2018
2.
Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Wijzigingsblad BRL SIKB 2000 versie 6, Gouda, 1 februari 2018
3.
Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen, protocol 2001, versie 6, Gouda, 1 februari 2018
4.
Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Het nemen van grondwatermonsters, protocol 2002, versie 4, Gouda, 1 februari 2018
5.
Stichting
Infrastructuur
Kwaliteitsborging
Bodembeheer,
Veldwerk
bij
milieuhygiënisch
waterbodemonderzoek, protocol 2003, versie 6, 1 februari 2018 6.
Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem, protocol 2018, versie 3.2 Gouda, 1 februari 2018
7.
Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Protocol 3001, Conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters, versie 5, Gouda, 2 oktober 2014
8.
CROW, Publicatie 210, Richtlijn omgaan met vrijgekomen asfalt - Selectief verwijderen van teervrij en teerhoudend asfalt, ISBN 978 90 6628 655 9, Ede, juni 2015
23200124
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Drieweg te Terneuzen
20
9.
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie (Geactualiseerde versie van 29 november 2019), 1 december 2019
23200124
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Drieweg te Terneuzen
21
Bijlage 1 Overzichtskaart ligging onderzoekslocatie
23200124
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Drieweg te Terneuzen
Bijlage 1
Ligging onderzoekslocatie
Schaal: 1:25.000
23200124
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Drieweg te Terneuzen
Bijlage 1
Bijlage 2 Situatietekening
23200124
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Drieweg te Terneuzen
Bijlage 2
Contouren onderzoekslocatie Meetpunten Boringen (m-mv) 0,5 1,0
Projectnummer: 23200124
Tekenaar:
A.N. de Vries RAP 1
Locatie:
Drieweg te Terneuzen
Tekeningnr:
2,0
Onderdeel:
verkennend bodemonderzoek
Papierformaat: A3
Peilbuis
Opdrachtgever: AM Zeeland
1,5
Datum:
31-07-2020
Bijlage 3 Boorbeschrijvingen en -profielen Bijlage 3A Legenda en gat-/sleuf-/boorprofielen Bijlage 3B Onafhankelijkheidsverklaring
23200124
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Drieweg te Terneuzen
Bijlage 3
Bijlage 3A Legenda en gat-/sleuf-/boorprofielen
23200124
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Drieweg te Terneuzen
Bijlage 3
Legenda (conform NEN 5104)
grind
klei Grind, siltig
geur Klei, zwak siltig
geen geur zwakke geur
Grind, zwak zandig
matige geur
Klei, matig siltig
sterke geur Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
matige olie-water reactie sterke olie-water reactie
Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10
Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000 Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
Zand, uiterst siltig
>10000
monsters
geroerd monster
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus volumering
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis
blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
Meetpunt:
01
Meetpunt:
02
Veldwerker:
R.P. Kole
Veldwerker:
R.P. Kole
Datum:
15-7-2020
Datum:
15-7-2020
X:
49707,37
X:
49709,82
Y:
371551,19
Y:
371565,46
Z (mv + NAP):
0,156
Z (mv + NAP): 0
0 1
20
2
50
0,012 0
0 Klei, sterk zandig, matig humeus, matig wortelhoudend, resten planten, geen olie-water reactie, donkerbruin Zand, sterk siltig, geen olie-water reactie, lichtbruin
Zand, matig fijn, kleiïg, zwak humeus, geen olie-water reactie, lichtbruin
1 50 2
3 100
100
100 110
4 130
150
Klei, matig siltig, sterk humeus, geen olie-water reactie, donkerbruin Klei, uiterst siltig, geen olie-water reactie, neutraalgrijs
5
6 200
200
Meetpunt:
03
Meetpunt:
04
Veldwerker:
R.P. Kole
Veldwerker:
R.P. Kole
Datum:
15-7-2020
Datum:
15-7-2020
X:
49714,86
X:
49719,43
Y:
371582,51
Y:
371600,28
Z (mv + NAP):
0,012
Z (mv + NAP): 0
0
Zand, matig fijn, kleiïg, zwak humeus, zwak wortelhoudend, resten planten, geen olie-water reactie, neutraalbruin
1 50
50 2
80
3 100
100 4
120
150
200
0,012 0
0
50
50 Zand, matig fijn, kleiïg, zwak roesthoudend, geen olie-water reactie, neutraalbruin Zand, matig fijn, kleiïg, matig humeus, geen olie-water reactie, donkerbruin
Zand, matig fijn, kleiïg, matig humeus, zwak wortelhoudend, geen olie-water reactie, neutraalbruin
1
Zand, sterk siltig, geen olie-water reactie, lichtbruin
2 80
3 100
100
Klei, sterk siltig, geen olie-water reactie, neutraalgrijs
Zand, zeer fijn, sterk siltig, geen olie-water reactie, neutraalgrijs Klei, uiterst siltig, resten slib, geen olie-water reactie, donkergrijs
5
6 220
Zand, zeer fijn, zwak siltig, laagjes veen, geen olie-water reactie, neutraalgrijs
250
290
Projectcode: 23200124 Projectnaam: Drieweg te Terneuzen Bijlage: 3
Meetpunt:
05
Meetpunt:
06
Veldwerker:
R.P. Kole
Veldwerker:
R.P. Kole
Datum:
15-7-2020
Datum:
15-7-2020
X:
49721,08
X:
49722,36
Y:
371618,18
Y:
371636,23
Z (mv + NAP):
0,067
Z (mv + NAP): 0
0
Zand, matig fijn, kleiïg, matig humeus, zwak wortelhoudend, geen olie-water reactie, donkerbruin
1 50
50
0
Zand, kleiïg, matig humeus, zwak wortelhoudend, geen olie-water reactie, donkerbruin
1 50
50 Zand, matig fijn, matig siltig, geen olie-water reactie, licht bruingrijs
2
Klei, matig siltig, zwak roesthoudend, geen olie-water reactie, neutraalbruin
3
Klei, matig zandig, zwak roesthoudend, geen olie-water reactie, neutraalbruin
2
80
100
-0,014
0
100
100
120
Klei, uiterst siltig, geen olie-water reactie, donkergrijs 4
150
5 200
200
Meetpunt:
07
Meetpunt:
08
Veldwerker:
R.P. Kole
Veldwerker:
R.P. Kole
Datum:
15-7-2020
Datum:
15-7-2020
X:
49723,42
X:
49752,33
Y:
371654,00
Y:
371653,99
Z (mv + NAP):
0,034
Z (mv + NAP): 0
0
Zand, kleiïg, matig humeus, zwak wortelhoudend, geen olie-water reactie, donkerbruin
1 50
50
0,982 0
0
Zand, matig fijn, kleiïg, zwak humeus, zwak wortelhoudend, geen olie-water reactie, neutraalbruin
1 50
50
Klei, matig zandig, zwak roesthoudend, geen olie-water reactie, neutraalbruin
2 100 3 120
150
Klei, sterk siltig, zwak humeus, resten slib, geen olie-water reactie, neutraalzwart
4
5 200
200
Projectcode: 23200124 Projectnaam: Drieweg te Terneuzen Bijlage: 3
Meetpunt:
09
Meetpunt:
10
Veldwerker:
R.P. Kole
Veldwerker:
R.P. Kole
Datum:
15-7-2020
Datum:
15-7-2020
X:
49751,33
X:
49750,13
Y:
371635,89
Y:
371618,43
Z (mv + NAP):
1,201
Z (mv + NAP): 0
0
Zand, matig fijn, kleiïg, zwak humeus, zwak wortelhoudend, geen olie-water reactie, neutraalbruin
1 50
50
1,247 0
0
50
50
Meetpunt:
11
Meetpunt:
12
Veldwerker:
R.P. Kole
Veldwerker:
R.P. Kole
Datum:
15-7-2020
Datum:
15-7-2020
X:
49748,67
X:
49747,36
Y:
371600,35
Y:
371582,54
Z (mv + NAP):
1,268
Z (mv + NAP): 0
0
1,254 0
0 Zand, matig fijn, kleiïg, zwak humeus, geen olie-water reactie, neutraalbruin
1
Zand, matig fijn, kleiïg, zwak humeus, zwak wortelhoudend, geen olie-water reactie, neutraalbruin
1
Zand, matig fijn, kleiïg, zwak humeus, zwak wortelhoudend, geen olie-water reactie, neutraalbruin
1
40
Zand, zeer fijn, matig siltig, geen olie-water reactie, licht bruingrijs
50 2
50
50
80
3 100
100
Zand, kleiïg, geen olie-water reactie, licht bruingrijs Zand, zeer fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, neutraalbruin
4 150
150
Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig roesthoudend, geen olie-water reactie, neutraal bruingrijs
5 200
200
Meetpunt:
13
Meetpunt:
14
Veldwerker:
R.P. Kole
Veldwerker:
R.P. Kole
Datum:
15-7-2020
Datum:
15-7-2020
X:
49746,09
X:
49744,99
Y:
371564,27
Y:
371548,71
Z (mv + NAP):
1,234
Z (mv + NAP): 0
0
Zand, matig fijn, kleiïg, zwak humeus, zwak wortelhoudend, geen olie-water reactie, neutraalbruin
1 50
1,216 0
0
50
Klei, matig siltig, matig humeus, zwak wortelhoudend, geen olie-water reactie, neutraalbruin
1 50
50
Projectcode: 23200124 Projectnaam: Drieweg te Terneuzen Bijlage: 3
Meetpunt:
15
Meetpunt:
16
Veldwerker:
R.P. Kole
Veldwerker:
R.P. Kole
Datum:
15-7-2020
Datum:
15-7-2020
X:
49773,40
X:
49774,48
Y:
371547,20
Y:
371562,72
Z (mv + NAP):
1,395
Z (mv + NAP): 0
0
Klei, matig siltig, matig humeus, zwak wortelhoudend, geen olie-water reactie, neutraalbruin
1 50
50
1,261 0
0
Klei, matig siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, donkerbruin 1 50
50
Zand, matig fijn, kleiïg, zwak roesthoudend, geen olie-water reactie, licht Transparantbruin
2 100
100
Zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak roesthoudend, geen olie-water reactie, neutraalgrijs
3 150 4 200
200
Meetpunt:
17
Meetpunt:
18
Veldwerker:
R.P. Kole
Veldwerker:
R.P. Kole
Datum:
15-7-2020
Datum:
15-7-2020
X:
49775,95
X:
49777,34
Y:
371580,63
Y:
371598,13
Z (mv + NAP):
1,295
Z (mv + NAP): 0
0
Klei, sterk zandig, zwak humeus, zwak wortelhoudend, geen olie-water reactie, neutraalbruin
1 50
1,308 0
0
50
Klei, sterk zandig, zwak humeus, zwak wortelhoudend, geen olie-water reactie, neutraalbruin
1 50
50
Projectcode: 23200124 Projectnaam: Drieweg te Terneuzen Bijlage: 3
Meetpunt:
19
Meetpunt:
20
Veldwerker:
R.P. Kole
Veldwerker:
R.P. Kole
Datum:
15-7-2020
Datum:
15-7-2020
X:
49778,45
X:
49779,87
Y:
371616,23
Y:
371634,28
Z (mv + NAP):
1,347
Z (mv + NAP): 0
0
Klei, sterk zandig, zwak humeus, zwak wortelhoudend, geen olie-water reactie, neutraalbruin
1 50
50
1,247 0
0
Klei, sterk zandig, zwak humeus, zwak wortelhoudend, geen olie-water reactie, neutraalbruin
1 50
50
Zand, sterk siltig, geen olie-water reactie, licht grijsbruin 2 100
100
Zand, zeer fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, neutraalgrijs 3 150 4 200
250
300
330
Meetpunt:
21
Meetpunt:
22
Veldwerker:
R.P. Kole
Veldwerker:
R.P. Kole
Datum:
15-7-2020
Datum:
15-7-2020
X:
49781,18
X:
49792,70
Y:
371651,87
Y:
371652,19
Z (mv + NAP):
1,104
Z (mv + NAP): 0
0
Klei, sterk zandig, zwak humeus, zwak wortelhoudend, geen olie-water reactie, neutraalbruin
1 50
1,305 0
0
50
Klei, zwak zandig, zwak humeus, zwak wortelhoudend, geen olie-water reactie, donkerbruin
1 50
50
Zand, kleiïg, sporen baksteen, geen olie-water reactie, lichtbruin 2 100
100
Zand, zeer fijn, sterk siltig, geen olie-water reactie, neutraalgrijs 3 150
150
Projectcode: 23200124 Projectnaam: Drieweg te Terneuzen Bijlage: 3
Meetpunt:
23
Meetpunt:
24
Veldwerker:
R.P. Kole
Veldwerker:
R.P. Kole
Datum:
15-7-2020
Datum:
15-7-2020
X:
49791,74
X:
49790,01
Y:
371622,40
Y:
371586,90
Z (mv + NAP):
1,345
Z (mv + NAP): 0
0
Klei, zwak zandig, zwak humeus, zwak wortelhoudend, geen olie-water reactie, neutraalbruin
1 50
50
1,45 0
0
Klei, matig siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, neutraalbruin
1 50
Zand, matig fijn, kleiïg, geen olie-water reactie, neutraalbruin 2
2
100
100
100
Klei, matig siltig, zwak roesthoudend, geen olie-water reactie, neutraalbruin
3 120
Zand, zeer fijn, matig siltig, geen olie-water reactie, neutraalgrijs
4 150
150
Meetpunt:
25
Veldwerker:
R.P. Kole
Datum:
15-7-2020
X:
49788,68
Y:
371558,72
Z (mv + NAP):
3 150
150
1,441 0
0
Zand, kleiïg, zwak wortelhoudend, resten planten, geen olie-water reactie, neutraalbruin
1 50 2 100 3 150
150
Projectcode: 23200124 Projectnaam: Drieweg te Terneuzen Bijlage: 3
Bijlage 3B Onafhankelijkheidsverklaring
Ik verklaar dat het milieukundig veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van de BRL SIKB 2000. W.P. Leijten 2002
R.P. Kole (Sialtech BV) 2001 2002 2018
23200124
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Drieweg te Terneuzen
Bijlage 3
Bijlage 4 Toetsingstabellen Bijlage 4A Grond chemisch, Wet bodembescherming Bijlage 4B Grondwater chemisch, Wet bodembescherming
23200124
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Drieweg te Terneuzen
Bijlage 4
Bijlage 4A Grond chemisch, Wet bodembescherming
23200124
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Drieweg te Terneuzen
Bijlage 4
Tabel 1: Gemeten gehalten in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming in mg/kg.ds Grondmonster Grondsoort Certificaatcode Boring(en) Traject (m -mv) Humus (%ds) Lutum (%ds) Datum van toetsing METALEN Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink PAK Naftaleen PAK 10 VROM
MM01 Zand 2020111199 02, 04, 06, 08, 10, 13 0,00 - 0,50 3,90 17,80 22-7-2020 Meetw GSSD <20 0,23 6,5 7,7 <0,05 15 <1,5 14 40
<18 (6) 0,30 8,4 9,9 <0,04 18 <1,1 18 51
-0,02 -0,04 -0,2 -0 -0,07 -0 -0,26 -0,15
<0,05
<0,04 <0,35
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7) BESTRIJDINGSMIDDELEN Hexachloorbenzeen (HCB) Aldrin Drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin) alfa-HCH beta-HCH Heptachloorepoxide Heptachloorepoxide (som 0.7 factor) Heptachloor Hexachloorbutadieen alfa-Endosulfan Chloordaan (cis + trans) DDT (som) DDT (som, 0.7 factor) DDE (som) DDE (som, 0.7 factor) DDD (som) DDD (som, 0.7 factor) DDT,DDE,DDD (som, 0.7 factor) Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm gamma-HCH
Index
<0,001 <0,001
<0,001 <0,001
24 (6) 0,33 8,1 14 0,060 22 <1,1 18 57
-0,02 -0,04 -0,17 -0 -0,06 -0 -0,26 -0,14
<0,05 -0,03
<0,04 0,41
<0,013
-0,01
<0,002 <0,002
-0
<0,0054
-0
<0,002 <0,002 <0,0036
0 0 0
<0,001 <0,001
<0,001 <0,001
<0,002 0 <0,002 <0,002 0 <0,0036 0 <0,0036 -0,13
<0,001 <0,001 <0,001
Index
<20 <0,2 4,7 <5 <0,05 <10 <1,5 9,8 24
<25 (6) <0,2 8,2 <5 <0,04 <9 <1,1 16,1 39
-0,03 -0,04 -0,23 -0 -0,09 -0 -0,29 -0,17
<0,05 -0,03
<0,04 <0,35
-0,03
<0,0098 -0,01
<0,025
0,01
<0,001 <0,001
-0
<0,0042
-0
<0,001 <0,001 <0,0028
0 -0 0
<0,001 0 <0,001 <0,001 0 <0,0028 0 0,0080 -0,13
0,004 <0,0036 -0,04
0,0014
<0,0028 -0,04 0,0014
<0,0036
-0
0,0050
0,0014
0,0025
0,0042
0,008 <0,038
OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C40 <35
MM03 Zand 2020111199 01, 03, 04, 05 0,50 - 1,20 1,40 11,30 22-7-2020 Meetw GSSD
0,0014
0,0014
<0,001
Index
22 0,28 7,5 12 0,057 20 <1,5 17 51
0,0014 <0,001 <0,001 <0,001
MM02 Klei 2020111199 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23 0,00 - 0,50 5,00 22,6 22-7-2020 Meetw GSSD
<0,002
<63
-0
0,037 -0
-0,03
<0,001
<0,001
<35
<49
Projectcode: 23200124
-0
-0,03
<35
<123
-0,01
Tabel 2: Gemeten gehalten in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming in mg/kg.ds Grondmonster Grondsoort Certificaatcode Boring(en) Traject (m -mv) Humus (%ds) Lutum (%ds) Datum van toetsing METALEN Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink PAK Naftaleen PAK 10 VROM
MM04 Klei 2020111199 03, 05, 07 1,20 - 1,70 1,90 13,70 22-7-2020 Meetw
GSSD
<20 <0,2 5,3 <5 <0,05 <10 <1,5 11 26
<20 (6) <0,2 7,5 <5 <0,04 <9 <1,1 15 37
-0,03 -0,04 -0,23 -0 -0,09 -0 -0,31 -0,18
<0,05
GSSD
<20 <0,2 5,6 <5 <0,05 <10 <1,5 12 28
<22 (6) <0,2 8,6 <5 <0,04 <9 <1,1 18 42
-0,03 -0,04 -0,23 -0 -0,09 -0 -0,26 -0,17
<0,05
<0,04 <0,35
-0,03
<0,04 <0,35
<0,025
0,01
<0,025
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7)
OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C40 <35 <123
8,88 >AW 8,88 6 # GSSD Index
Index
MM05 Zand 2020111199 11, 16, 20 0,50 - 1,00 0,80 15,50 22-7-2020 Meetw
-0,01
<35
<123
: <= Achtergrondwaarde : > Achtergrondwaarde : > Interventiewaarde : Heeft geen normwaarde : verhoogde rapportagegrens : Gestandaardiseerde meetwaarde : (GSSD - AW) / (I - AW) - Getoetst via de BoToVa service, versie 3.0.0 -
Projectcode: 23200124
Index
MM06 Zand 2020111199 22, 22, 23, 23, 25, 25 0,00 - 1,50 2,00 20,6 22-7-2020 Meetw GSSD
Index
<20 <0,2 7,6 8,3 <0,05 15 <1,5 15 43
<16 (6) <0,2 8,8 10,5 <0,04 18 <1,1 17 52
-0,03 -0,04 -0,2 -0 -0,07 -0 -0,28 -0,15
<0,05 -0,03
<0,04 0,46
-0,03
0,01
<0,025
0,01
-0,01
<35
<123
-0,01
Tabel 3: Normwaarden conform de Wet Bodembescherming AW
WO
IND
I
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
0,6 15 40 0,15 50 1,5 35 140
1,2 35 54 0,83 210 88 39 200
4,3 190 190 4,8 530 190 100 720
13 190 190 36 530 190 100 720
mg/kg ds
1,5
6,8
40
40
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7) mg/kg ds
0,02
0,04
0,5
1
0,0085
0,027
1,4
0,015 0,001 0,002 0,002 0,0007 0,003 0,0009 0,002 0,2 0,1 0,02 0,4 0,003
0,04 0,001 0,002 0,002 0,0007
0,14 0,5 0,5 0,1 0,1
2 0,32 4 17 1,6 4 4
0,0009 0,002 0,2 0,13 0,84
0,1 0,1 1 1,3 34
4 4 1,7 2,3 34
0,04
0,5
1,2
METALEN Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink PAK PAK 10 VROM
BESTRIJDINGSMIDDELEN Hexachloorbenzeen (HCB) Aldrin Drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin) alfa-HCH beta-HCH Heptachloorepoxide Heptachloor Hexachloorbutadieen alfa-Endosulfan Chloordaan (cis + trans) DDT (som) DDE (som) DDD (som) Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm gamma-HCH
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C40 mg/kg ds
190
190
Projectcode: 23200124
500
5000
Bijlage 4B Grondwater chemisch, Wet bodembescherming
23200124
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Drieweg te Terneuzen
Bijlage 4
Tabel 4: Gemeten concentraties in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming in µg/L Watermonster Datum Filterdiepte (m -mv) Grondwaterstand (cm-mv) pH EC (µS/cm) Troebelheid (NTU) Datum van toetsing METALEN Arseen Barium Cadmium Chroom Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink
03-1-1 24-7-2020 1,90 - 2,90 95 7,4 831 20 30-7-2020 Meetw
GSSD
Index
20-1-1 24-7-2020 2,30 - 3,30 190 6,9 840 65 30-7-2020 Meetw
GSSD
Index
<5 23 <0,2 <1 <2 <2 <0,05 <2 <2 <3 <10
<4 23 <0,1 <1 <1 <1 <0,04 <1 <1 <2 <7
-0,12 -0,05 -0,05 0 -0,24 -0,23 -0,04 -0,23 -0,01 -0,22 -0,08
<5 <20 <0,2 <1 <2 <2 <0,05 <2 2 <3 <10
<4 <14 <0,1 <1 <1 <1 <0,04 <1 2 <2 <7
-0,12 -0,06 -0,05 0 -0,24 -0,23 -0,04 -0,23 -0,01 -0,22 -0,08
AROMATISCHE VERBINDINGEN Benzeen <0,2 Ethylbenzeen <0,2 Tolueen <0,2 Xylenen (som) Styreen (Vinylbenzeen) <0,2 Naftaleen <0,02
<0,1 <0,1 <0,1 <0,21 <0,1 <0,01
-0 -0,03 -0,01 0 -0,02 0
<0,2 <0,2 <0,2 <0,2 <0,02
<0,1 <0,1 <0,1 <0,21 <0,1 <0,01
-0 -0,03 -0,01 0 -0,02 0
<0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1
0,02 0 -0,01 -0,02 0,01
<0,1 <0,2 <0,2 <0,2 <0,1
<0,1 <0,1 <0,1 <0,1 <0,1
0,02 0 -0,01 -0,02 0,01
<0,14
0,01
<0,14
0,01
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN Vinylchloride <0,1 Dichloormethaan <0,2 1,1-Dichloorethaan <0,2 1,2-Dichloorethaan <0,2 1,1-Dichlooretheen <0,1 cis + trans-1,2Dichlooretheen Dichloorpropanen (0,7 0,42 som, 1,1+1,2+1,3) Dichloorpropaan Trichloormethaan <0,2 (Chloroform) 1,1,1-Trichloorethaan <0,1 1,1,2-Trichloorethaan <0,1 Trichlooretheen (Tri) <0,2 Tetrachloormethaan <0,1 (Tetra) Tetrachlooretheen (Per) <0,1 Tribroommethaan <0,2 (bromoform) CKW (som) <1,6
0,42 <0,42
-0
<0,42
-0
<0,1
-0,01
<0,2
<0,1
-0,01
<0,1 <0,1 <0,1
0 0 -0,05
<0,1 <0,1 <0,2
<0,1 <0,1 <0,1
0 0 -0,05
<0,1
0,01
<0,1
<0,1
0,01
<0,1
0
<0,1
<0,1
0
(14)
<0,1
OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C40 <50 <35
<0,2
(14)
<0,1
<1,6
-0,03
<50
<35
Projectcode: 23200124
-0,03
8,88 8,88 8,88 11 14 2 6 # GSSD Index
: <= Streefwaarde : > Streefwaarde : > Interventiewaarde : Enkele parameters ontbreken in de berekening van de somfractie : Streefwaarde ontbreekt zorgplicht van toepassing : Enkele parameters ontbreken in de som : Heeft geen normwaarde : verhoogde rapportagegrens : Gestandaardiseerde meetwaarde : (GSSD - S) / (I - S) - Getoetst via de BoToVa service, versie 3.0.0 -