CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-05-22 - 1. 18-208 ROB Kanaalpolderweg 2 - versie 231230 kl

commissie Omgeving 22 mei 2024, gemeente TerneuzenBij agendapunt: 8a overzicht omgevingsvergunningen afwijkend gebruik26.045 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

• 2434360100 – Het betreft een onderzoek van de SCEZ uit 2014 naar de verruiming van de vrijstellingsdiepte op de archeologische verwachtingskaart. Het rapport is niet online beschikbaar. • 4568760100 – Een bureauonderzoek uitgevoerd door Artefact! in 2014 met de omschrijving “Kennisplan Buitengebied gemeente Terneuzen”. Het rapport is niet online beschikbaar. • 2439204100 - Een bureauonderzoek uitgevoerd door Artefact! in 2014 met de omschrijving “Project Leemten in Kennis”. Het rapport is niet online beschikbaar. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen vondstmeldingen bekend in Archis. Uit mailcontact met Erfgoed Zeeland op 15 april 2020 blijkt dat er “in het archief van het ZAD geen aanvullende archeologische informatie mbt het plangebied anders dan in Archis3 staat”.

Transformatie Kanaalpolderweg 2 Philippine, Ruimtelijke onderbouwing - 31

1

Figuur C. Archis vondstmeldingen (bron: bestemmingsplan Buitengebied) met aanduiding plangebied

4. Geologische kaart Op de Geologische kaart Van Rummelen (figuur D) is te zien dat het gebied ligt in een zone met de code ‘Do.3b’. In deze zone zijn de afzettingen toe te schrijven aan de inbraakgeul van de Braakman. Deze geul is ontstaan in 1375 en heeft zich diep in de ondergrond gesneden. Het onderliggende pleistocene dekzand bevindt zich in deze zones meestal op een diepte van 5 tot 10 meter – NAP. Om die reden geldt er geen onderzoeksplicht.

Transformatie Kanaalpolderweg 2 Philippine, Ruimtelijke onderbouwing - 32

Do.3b: Kreekafzettingen van Duinkerke 3b Figuur D. Uitsnede Geologische kaart Van Rummelen met aanduiding plangebied

5. Vrijstellingenkaart Op de Vrijstellingenkaart die de gemeente Terneuzen in 2017 heeft vastgesteld (figuur E) is te zien dat ter plaatse van het plangebied een vrijstellingsdiepte geldt van meer dan 4 meter. Om die reden geldt er geen onderzoeksplicht. 1

Figuur E. Uitsnede vrijstellingenkaart gemeente Terneuzen

Volgens het stroomschema van de gemeente Terneuzen (figuur F) is er derhalve geen sprake van een onderzoeksplicht. Transformatie Kanaalpolderweg 2 Philippine, Ruimtelijke onderbouwing - 33

Figuur F. Stroomschema

Cultuurhistorie

In deze bijlage wordt tevens de toets aan de Cultuurhistorische Waardenkaart Terneuzen uitgevoerd. Op de Cultuurhistorische Waardenkaart is de informatie uit de waarderingstabel Zeeuws-Vlaanderen in de Handreiking Landschap Provincie Zeeland gekoppeld aan de strategieën die zijn geformuleerd in de Structuurvisie Terneuzen.

Figuur G. Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart Terneuzen - Behoud

Transformatie Kanaalpolderweg 2 Philippine, Ruimtelijke onderbouwing - 34

Ter wille van leesbaarheid en hanteerbaarheid zijn drie hoofdstrategieën bepaald, te weten Behoud (B), Behoud door Ontwikkeling (BO) en Vernieuwing mogelijk (V). Per hoofdstrategie is een kaart gemaakt. In elk plan wordt het plangebied getoetst aan deze kaarten, waarvan een uitsnede in figuur G, H en I is getoond. Uit de kaarten blijkt dat voor het plangebied geen enkele aanwijzing geldt, behalve de groene kleur op de kaart Behoud die aangeeft dat de strategie behouden vanuit de Structuurvisie van toepassing is.

Figuur H. Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart Terneuzen - Behoud door Ontwikkeling

Figuur I. Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart Terneuzen - Vernieuwing Transformatie Kanaalpolderweg 2 Philippine, Ruimtelijke onderbouwing - 35

Bijlage 2. Verkennend en nader bodemonderzoek, indicatief asbestonderzoek Kanaalpolderweg 2 Lankelma, 15 april 2020

Transformatie Kanaalpolderweg 2 Philippine, Ruimtelijke onderbouwing - 36

Rapport:

VERKENNEND EN NADER BODEMONDERZOEK EN INDICATIEF ASBESTONDERZOEK Kanaalpolderweg 2 Philippine

Opdrachtgever:

Van Kerkhoff Maatwerk in RO Reinier de Graafstraat 17 5017 GP Tilburg

Rapportnummer:

1902934.001

Rapportdatum: Status:

25 maart 2020 Definitief

Auteur:

ing. T.M.C. van der Meeren

Kwaliteitscontrole:

ing. W.J.H. v.d. Heuvel

Lankelma Geotechniek Zuid BV – afdeling milieu Putstraat 9A Middelbeers KvK. nr.: 17131641

Versie: 1

Tel. 0499-782642 Website: www.lankelma-zuid.nl E-mail: info@lankelma-zuid.nl

IBAN: NL98ABNA0590577670 BIC ABNANL2A BTW: NL 8105.11.654.B.01

Verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek, Kanaalpolderweg 2 Philippine rapport: 1902934.001 versie 1, 25 maart 2020

Inhoudsopgave 1

Inleiding ...........................................................................................................................................1 1.1 Opdrachtvorming ......................................................................................................................1 1.2 Doelstelling ...............................................................................................................................1 1.3 Gevolgde richtlijnen en opbouw rapportage .............................................................................1 2 Vooronderzoek ................................................................................................................................3 2.1 Locatiegegevens ......................................................................................................................3 2.2 Historische informatie ...............................................................................................................3 2.3 Gebiedsgericht beleid en/of kwaliteit grond en grondwater .....................................................4 2.4 Bevindingen bodemonderzoeken en/of archief onderzoek ......................................................4 2.5 Regionale bodemopbouw en geohydrologie ............................................................................5 2.6 Resumé

....................................................................................................................................5 3 Hypothese en Onderzoeksstrategie ..............................................................................................6 3.1 Verkennend bodemonderzoek .................................................................................................6 3.1.1 Hypothese ........................................................................................................................6 3.1.2 Onderzoeksstrategie ........................................................................................................6 3.2 Indicatief asbestonderzoek .......................................................................................................6 3.3 Nader bodemonderzoek ...........................................................................................................6 4 Veldwerkzaamheden .......................................................................................................................7 4.1 Verkennend bodemonderzoek .................................................................................................7 4.2 Indicatief asbestonderzoek .......................................................................................................7 4.2.1 Visuele inspectie maaiveld en weersomstandigheden

.....................................................8 4.2.2 Visuele inspectie grove fractie ..........................................................................................8 4.2.3 Grondwater .......................................................................................................................9 4.3 Nader bodemonderzoek ...........................................................................................................9 4.4 Afwijkingen BRL-SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018 .............................................. 10 5 Analyses en resultaten laboratoriumonderzoek ....................................................................... 11 5.1 Samenstelling en analyseparameters ................................................................................... 11 5.2 Toetsingscriteria .................................................................................................................... 11 5.3 Generiek referentiekader Wet bodembescherming (Wbb).................................................... 11 5.4 Generiek referentiekader kader Besluit bodemkwaliteit (Bbk) .............................................. 11 5.5 Asbest in bouwstoffen ...........................................................................................................

12 5.6 Toetsingen Verkennend bodemonderzoek ........................................................................... 12 5.6.1 Grond ............................................................................................................................. 12 5.6.2 Grondwater .................................................................................................................... 12 5.7 Toetsingen indicatief asbestonderzoek ................................................................................. 13 5.8 Toetsingen nader bodemonderzoek...................................................................................... 13 5.8.1 Grond ............................................................................................................................. 13 5.9 Verklaring analyseresultaten ................................................................................................. 13 5.9.1 Verkennend bodemonderzoek ...................................................................................... 14 5.9.2 Indicatief asbestonderzoek ............................................................................................ 14 5.9.3 Nader bodemonderzoek ................................................................................................

14 6 Conclusie en aanbeveling ........................................................................................................... 15 6.1 Conclusie ............................................................................................................................... 15 6.1.1 Algemeen ...................................................................................................................... 15 6.1.2 Verkennend bodemonderzoek ...................................................................................... 15 6.1.3 indicatief asbestonderzoek ............................................................................................ 16 6.2 Resumé en aanbeveling ........................................................................................................ 16 Bijlagen Bijlage 1: Regionale ligging locatie Bijlage 2: Situatietekening met boorlocaties Bijlage 3: Profielbeschrijvingen Bijlage 4: Analysecertificaten Bijlage 5: Toetsingstabellen grond en grondwater Bijlage 6: Asbestconcentratieberekening

Verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek, Kanaalpolderweg 2 Philippine rapport: 1902934.001 versie 1, 25 maart 2020

1 Inleiding 1.1

Opdrachtvorming

In opdracht van Van Kerkhoff Maatwerk heeft Lankelma Geotechniek Zuid B.V. een verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek uitgevoerd op een locatie aan de Kanaalpolderweg 2 te Philippine, gemeente Terneuzen. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage 1. De aanleiding voor het laten uitvoeren van een bodemonderzoek is de voorgenomen ontwikkeling ter plaatse van de onderzoekslocatie. Als gevolg hiervan dient de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd te worden. Daarnaast dient door middel van onderhavig onderzoek beoordeeld te worden of aanvullende procedures noodzakelijk zijn in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb). Opgemerkt wordt dat bij een bodemonderzoek sprake is van een steekproefsgewijze bemonstering die erop is gericht om te kunnen beoordelen of (mogelijke) bodemverontreinigingen aanwezig zijn, evenals het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De mogelijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingen, welke niet voortkomen uit het historisch onderzoek, niet door het onderzoek worden aangetoond. Tevens wordt erop gewezen dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname is. Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse normen NEN5740/A1 en NEN5707/C2. Het veldwerk is onder certificaat uitgevoerd op grond van beoordelingsrichtlijn BRL-SIKB 2000.

Het hierbij behorende procescertificaat en keurmerk van Lankelma Geotechniek Zuid B.V. is van toepassing op het gehele proces van het veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, vanaf acceptatie tot aan de overdracht van de veldgegevens en monsters. Lankelma Geotechniek Zuid B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. Verder is zij gecertificeerd in het kader van ISO-9001 en de BRL-SIKB 2000 “veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” en de daarbij behorende protocollen. Hierbij gelden de ten tijde van het uitvoeren van het veldwerk, vigerende versies van deze documenten. 1.2

Doelstelling

De doelstelling van het onderzoek wordt onderstaand puntsgewijs benoemd:  historisch onderzoek naar bodembedreigende activiteiten/situaties binnen de locatie middels welke een inschatting wordt gemaakt of en waar op de locatie bodemverontreiniging te verwachten is;  bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie;  op basis van de resultaten vaststellen of in het kader van de Wbb sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging;  bepalen of de bodem wel dan niet verdacht is voor asbest. 1.3

Gevolgde richtlijnen en opbouw rapportage

De werkzaamheden zijn door Lankelma Geotechniek Zuid B.V. onder certificaat uitgevoerd, te weten conform BRL-SIKB 2000 en de daaraan gekoppelde protocollen:  2001: “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen”;  2002: “Het nemen van grondwatermonsters”;  2018: “Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem”. In de BRL-SIKB 2000 wordt verwezen naar de Nederlandse normen voor bodemonderzoek die eveneens bepalend zijn voor de uitvoering van het bodemonderzoek. De belangrijkste en meest bepalende normeringen zijn de NEN5725:2017 “Bodem-landbodem-strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek” en de NEN5740/A1: 2016 “Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek”.

Verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek, Kanaalpolderweg 2 Philippine rapport: 1902934.001 versie 1, 25 maart 2020

Evenals de NEN5707/C2: 2017 “Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in de bodem en partijen grond”. De NTA 5755 “Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek - Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging” is de belangrijkste en meest bepalend normering voor het nader bodemonderzoek. Voorliggend rapport presenteert de resultaten van het vooronderzoek (hoofdstuk 2), de onderzoekshypothese en –strategie (hoofdstuk 3) en de resultaten van het veldwerk (hoofdstuk 4) en analytisch onderzoek en de aan het onderzoek te verbinden interpretatie van de onderzoeksresultaten (hoofdstuk 5) en conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 6).

Verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek, Kanaalpolderweg 2 Philippine rapport: 1902934.001 versie 1, 25 maart 2020

2 Vooronderzoek Conform het onderzoeksprotocol NEN5725 is ten behoeve van de bepaling van de onderzoeksstrategie op onderhavige locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit vooronderzoek zijn opgenomen in voorliggend hoofdstuk. De in paragraaf 2.1 t/m 2.3 opgenomen informatie is afkomstig van/uit:  terreininspectie;  het archief van Lankelma Geotechniek Zuid B.V.;  archiefonderzoek door een ambtenaar van de gemeente Terneuzen;  informatie opdrachtgever;  TNO (Regis);  website www.topotijdreis.nl;  website www.bodemloket.nl. Vermeld dient te worden dat de verantwoordelijkheid voor de resultaten van onderhavig onderzoek worden beperkt tot de aan deze resultaten ten grondslag liggende en op het moment van onderzoek ter beschikking staande gegevens alsmede de bij de terreininspectie geconstateerde situatie. Aanleiding en aspecten van het vooronderzoek De aanleiding voor het opstellen van onderhavig vooronderzoek sluit aan bij A ‘opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek’, uit de NEN5725. 2.1

Locatiegegevens

Algemeen De onderzochte locatie is gelegen aan de Kanaalpolderweg 2 te Philippine, gemeente Terneuzen. Kadastraal is de locatie bekend onder kadastrale gemeente Sas van Gent, sectie S, nrs. 5 en 144. De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn x = 416,2 en y = 367,7. Het oppervlak van de onderzoekslocatie bedraagt circa 7.100 m². Ten tijde van de uitvoering van het onderzoek was onderhavige onderzoekslocatie deels bebouwd met loods. In bijlage 2 is voornoemde situatie van de onderzoekslocatie weergegeven. Onderhavige locatie is noordelijk gelegen ten opzichte van het centrum van Philippine. Terreininspectie Door een gecertificeerd medewerker van Lankelma Geotechniek Zuid B.V. is een terreininspectie uitgevoerd voorafgaande aan de veldwerkzaamheden. De locatie is daadwerkelijk in gebruik zoals in voorgaande alinea omschreven. Er zijn tijdens de terreininspectie geen bijzonderheden (zoals verdachte plekken, artefacten of bodembeschermende voorzieningen, puin en/of asbest op het maaiveld, asbest beschoeiingen, verzakkingen, verhogingen, verkleuringen, brandplaatsen) geconstateerd, welke een aanwijzing zouden kunnen zijn voor een mogelijke bodemverontreiniging. 2.2

Historische informatie

Uit het historisch kaartmateriaal blijkt dat er eind 19e eeuw sprake was van een poldergebied. Deze bestemming is vanaf midden 20e eeuw aan verandering onderhevig naar agrarische weiland. Tevens is vanaf midden tot eind 20e eeuw sprake van (voormalige) boomgaarden in de directe omgeving van de onderzoekslocatie. De locatie is aan de rand van Philippine gesitueerd. De locatie grenst aan de noordwestzijde aan de geasfalteerde weg ‘Kanaalpolderweg’. De noordoostzijde grenst agrarisch weiland. De overige zijden grenzen aan grondgebonden woningen en bosgebied. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen gegevens bekend van activiteiten die de bodem mogelijk negatief hebben kunnen beïnvloeden. Er is niets bekend over een (voormalige) ondergrondse c.q. bovengrondse brandstoftank.

Verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek, Kanaalpolderweg 2 Philippine rapport: 1902934.001 versie 1, 25 maart 2020

Voormalige stortlocatie Ter plaatse van de onderzoekslocatie is voor zover bekend geen sprake van een (voormalige) stortlocatie. Explosieven De Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) geeft voor Nederland een landelijk overzicht op een kleine schaal van de (verwachte) ligging van resten van ondergronds en bovengronds militair erfgoed. De onderzoekslocatie is gesitueerd in de zone ‘Operatieterrein’. De slaghandelingen weerspiegelen zich vooral in een verspreiding van verschillende munitieartikelen. Daarnaast kunnen meer statische structuren worden verwacht, zoals resten van stellingen, versperringen, loopgraven, ondersteunende posten e.d. Ook inslagen van granaten en mortieren kunnen worden verwacht, vaak in de vorm van beschadigingen aan bestaande bouw of bomen en als microreliëf. Asbestverdachte activiteiten Op de onderzoekslocatie hebben, voor zover ons bekend, in het verleden geen bedrijven gestaan die mogelijk asbesthoudend materiaal hebben geproduceerd of verwerkt. Tevens is niets bekend over stortingen, dempingen of ophogingen met asbesthoudende materialen en/of –buizen in de grond evenals asbestbewerking ter plaatse. Ook is niets bekend over calamiteiten waarbij asbesthoudende materialen zijn vrij kunnen komen. 2.3

Gebiedsgericht beleid en/of kwaliteit grond en grondwater

Het onderhavige onderzoeksgebied is gelegen binnen een gebied waarvoor een bodemkwaliteitskaart (Bodemkwaliteitskaart Gemeente Terneuzen Actualisatie 2015 Eindrapport, d.d. 19 oktober 2015) is opgesteld. Volgens de kaart valt het onderzoeksgebied binnen zone ‘Bedrijfsterreinen >1960) met kwaliteitsklasse achtergrondwaarde (boven- en ondergrond). 2.4

Bevindingen bodemonderzoeken en/of archief onderzoek

Bij de gemeente Terneuzen en op www.bodemloket.nl zijn gegevens bekend van bodemonderzoeken en/of potentieel bodembedreigende activiteiten ter plaatse van en/of in de directe omgeving van de onderzoekslocatie. Kanaalpolderweg 1  Verkennend bodemonderzoek, De Bodemonderzoeker, rapportnr. BOZ-2564, d.d. 21 februari 2003. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de boven- en ondergrond een lichte verhoging met minerale olie wordt aangetoond. In het grondwater zijn geen verhogingen aangetroffen.  Ondergrondse dieseltank, 12.000 liter. Tank gesaneerd onder Kiwa-certificaat d.d. 19 januari 2004. De tank is inwendig gereinigd en afgevuld met zand. Het leidingwerk was reeds verwijderd. Er is door middel van een bodemonderzoek geen verontreiniging aangetroffen.  Ondergrondse HBO-tank, 1.000 liter. Tank gesaneerd onder Kiwa-certificaat d.d. 19 januari 2004. De tank is inwendig gereinigd, verwijderd en afgevoerd naar een tankverschrotingsbedrijf. Het leidingwerk was reeds verwijderd. Rondom de tank is een bodemonderzoek uitgevoerd, waarbij een kleine verontreiniging is aangetroffen. De verontreiniging is afgevoerd naar een erkende verwerker. Er is circa 800 kg verontreinigde grond afgevoerd;  Ondergrondse HBO-tank, 2.500 liter. Tank gesaneerd onder Kiwa-certificaat d.d. 19 januari 2004. De tank is inwendig gereinigd en afgevuld met zand. Het leidingwerk was reeds verwijderd.

Er is door middel van een bodemonderzoek geen verontreiniging aangetroffen. Kanaalpolderweg 2  Bovengrondse dieseltank, 2.000 liter. Tank gesaneerd onder Kiwa-certificaat. De tank is inwendig gereinigd en afgevoerd naar een tankverschrotingsbedrijf. Er is geen bodemverontreiniging aangetroffen. Kanaalpolder ong. (naastgelegen perceel)  Verkennend bodemonderzoek, Colsen, d.d. 22 maart 2005. De resultaten van het uitgevoerde (historische) bodemonderzoek geven aan dat de (voormalige) activiteiten en/of de onderzoekslocatie voldoende zijn onderzocht in het kader van de Wet bodembescherming.

Verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek, Kanaalpolderweg 2 Philippine rapport: 1902934.001 versie 1, 25 maart 2020

Kanaalpark 84  Verkennend bodemonderzoek, Grond-, gewas- en milieulaboratorium “Zeeuws-Vlaanderen” bv, pojectnr. 2833 d.d. 6 oktober 1998. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de bovengrond een lichte verhoging met cadmium wordt aangetoond. In de ondergrond worden geen verhogingen aangetroffen. In het grondwater worden lichte verhogingen met naftaleen, tolueen, ethylbenzeen en xylenen gemeten. 2.5

Regionale bodemopbouw en geohydrologie

De op basis van de geraadpleegde bronnen verwachte ondiepe geologie op de locatie is weergegeven in tabel 2.1. Hierbij dient te worden opgemerkt dat het de geologische bodemopbouw betreft die door TNO is geïnterpoleerd op basis van onderzoek in de omgeving. De werkelijke laagopbouw en –samenstelling kunnen hiervan afwijken. tabel 2.1 Geohydrologische bodemopbouw*

*

Diepte [m-mv]

Formatienaam

Lithologie

0 – 18

Holocene afzettingen

Complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand

18 – 34

Formatie van Tongeren

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit kleiig zand, fijn en midden zand, weinig klei en een spoor bruinkool, grof zand en kalksteen

Bron: Landelijk DGM model V1.3 – 2009, NITG-TNO, de werkelijke diepte en formatienaam kan afwijken (met name nabij geologische breukzones)

De grondwaterstand van het freatisch pakket bedraagt circa 1,2 m-mv. Het grondwater in het ondiepe (freatische) grondwater stroomt regionaal gezien in overwegend oostelijke richting. De locatie ligt niet in het intrekgebied van een grondwaterwinning c.q. een grondwaterbeschermingsgebied. 2.6

Resumé

Uit het vooronderzoek is geen informatie naar voren gekomen waaruit zou kunnen blijken dat op of in de directe nabijheid van de locatie (<25 meter) sprake is, of is geweest van (bedrijfsmatige) activiteiten welke een bedreiging voor de bodemkwaliteit zouden kunnen vormen.

Verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek, Kanaalpolderweg 2 Philippine rapport: 1902934.001 versie 1, 25 maart 2020

3 Hypothese en Onderzoeksstrategie 3.1

Verkennend bodemonderzoek

3.1.1 Hypothese Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is de locatie ten aanzien van de grond en het grondwater als ‘onverdacht’ gekwalificeerd. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is de locatie, met betrekking tot de parameter asbest als ‘verdachte’ locatie gekwalificeerd. 3.1.2 Onderzoeksstrategie Voor de onderzoekslocatie is bij het vaststellen van de onderzoeksstrategie de boor-, bemonsteringsen analysestrategie gehanteerd, zoals beschreven in de NEN5740/A1 ‘Onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie’ (ONV-NL, tabel 3.1). In tabel 3.1 is een overzicht opgenomen van de uit te voeren veldwerkzaamheden en laboratoriumwerkzaamheden. tabel 3.1 Uit te voeren veld- en laboratoriumwerkzaamheden bodemonderzoek Oppervlak (m2) Ca. 7.100

Veldwerk 0,5 m-mv 13

2 m-mv1 4

peilbuis2 2

Analyses bovengrond 3 x NEN57403

ondergrond 2 x NEN57403

grondwater 2 x NEN57404

1

Handboring tot minimaal 0,5 m- freatische grondwaterstand of 1 m-mv, maximaal tot 2,5 meter. Indien visueel schoon dan boren tot opgegeven einddiepte, anders boren tot 0,5 meter minus verdachte bodemlaag.

2

Indien een grondwaterspiegel wordt aangetroffen dieper dan 5 m-mv behoeft geen peilbuis te worden geplaatst.

3

Standaard NEN5740 pakket voor grond: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink), organische parameters (PAK (som 10), minerale olie, PCB (som 7)), lutum en organische stof. Als gevolg van waarnemingen in het veld kan het noodzakelijk zijn een extra mengmonster samen te stellen om een voldoende representatief beeld van de locatie te krijgen. Aanvullende werkzaamheden worden alleen na toestemming van de opdrachtgever uitgevoerd.

4

Standaard NEN 5740 pakket voor grondwater: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink), benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen, naftaleen, minerale olie, vinylchloride, 1,1-dichlooretheen, dichloormethaan, trans-1,2dichlooretheen, cis-1,2-dichlooretheen, Som1,2-dichlooretheen, 1,1-dichlooretheaan, chloroform, 1,1,1-trichloorethaan, tetrachloormethaan, 1,2-dichloorethaan, trichlooretheen, 1,2-dichloorpropaan, 1,1-dichloorpropaan, 1,3-dichloorpropaan, Somdichloorpropaan, 1,1,2-trichloorethaan, tetrachlooretheen, bromoform.

3.2

Indicatief asbestonderzoek

Tijdens het uitvoeren van het veldwerk is op de locatie asbestverdacht materiaal in de bodem aangetroffen. Derhalve is een indicatief asbestonderzoek uitgevoerd. In tabel 3.2 is een overzicht opgenomen van de uit te voeren veldwerkzaamheden en laboratoriumwerkzaamheden. tabel 3.2 Uit te voeren veld- en laboratoriumwerkzaamheden asbestbodemonderzoek Oppervlak (m2)

Veldwerk Asbestgaten Boringen n.v.t. 10 2 * Uitgangspunt is dat de gaten handmatig kunnen worden gegraven.

3.3

Analyses Grond -

Puin 3 x NEN5897

Plaatmateriaal 5 x NEN5896

Nader bodemonderzoek

Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek is een nader bodemonderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van zware metalen in de bovengrond. Voor de onderzoekslocatie is bij het vaststellen van het onderzoeksprogramma uitgegaan van de richtlijn “Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek” (NTA 5755 juli 2010)”. In tabel 3.3 is een overzicht opgenomen van de uit te voeren veldwerkzaamheden en laboratoriumwerkzaamheden. tabel 3.3 Uit te voeren veld- en laboratoriumwerkzaamheden nader bodem- en asbestonderzoek Te onderzoeken

Veldwerk

Rondom boring 06

0,5 m-mv -

Analyses 2 m-mv 5

peilbuis -

Grond(meng)monsters 5 x koper, lood, zink

Verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek, Kanaalpolderweg 2 Philippine rapport: 1902934.001 versie 1, 25 maart 2020

4 Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder procescertificaat van de BRL-SIKB 2000, conform de protocollen 2001, 2002 en 2018 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Evenals de daaraan gekoppelde Nederlandse Eenheidsnormen (NEN). 4.1

Verkennend bodemonderzoek

Het veldwerk is door de erkende veldwerkers de heer J. Gahrmann en dhr. W. Vogels uitgevoerd op 11 december 2019 (uitvoering boringen, plaatsing peilbuizen en bemonstering grond). De veldwerkers verklaren hierbij de werkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever te hebben uitgevoerd, conform de eisen van de BRL-SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen. In tabel 4.1 zijn ten behoeve van het onderzoek de uitgevoerde werkzaamheden opgenomen. tabel 4.1 Uitgevoerde werkzaamheden verkennend bodemonderzoek Boring Diepte [m-mv] Verkennend bodemonderzoek B07 t/m B11, B15 t/m B18 0,5 B06*, B12, B13 0,8 B14 1,1 B03 t/m B05, B19 2,0 B01 3,2 B02 3,2 * boring gestaakt in verband met ondoordringbare laag

Filterdiepte [m-mv] 1,8 – 2,8 2,0 – 3,0

De bodem op de locatie bestaat tot de verkende diepte van 3,2 m-mv overwegend uit zeer tot matig fijn, matig tot sterk siltig zand. Met name de bovengrond is humushoudend. Ter plaatse van boringen B04, B14, B15 en B19 wordt een zwak tot sterk zandige kleilaag aangetroffen. Tevens wordt ter plaatse van boringen B02, B04, B06, B12, B14, B17 en B19 een laag met sterk menggranulaat houdend tot volledig menggranulaat aangetroffen. De situering van de onderzoekslocatie en de geplaatste boringen en peilbuis is opgenomen in bijlage 2. Voor de complete boorbeschrijvingen wordt verwezen naar bijlage 3. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is geen aanvullende informatie naar voren gekomen welke tot een aanpassing van de boorstrategie heeft geleid. In de uitkomende grond zijn lokaal waarnemingen gedaan die duiden op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigende stoffen in de bodem. In tabel 4.2 volgt per monsternametraject een opsomming van de waargenomen afwijkingen. 4.2

Indicatief asbestonderzoek

Veiligheid Indien het vochtpercentage in de bodem meer bedraagt dan 10%, zijn er geen risico’s aanwezig met betrekking tot het vrijkomen van asbestvezels. Voorafgaande aan en tijdens de werkzaamheden zijn vochtmetingen verricht. Hieruit bleek dat aan de eis van meer dan 10% is voldaan. De arbeidshygiënische maatregelen tijdens het uitvoeren van het onderzoek moeten voldoen aan de voorschriften uit het Arbeidsomstandighedenbesluit (hoofdstuk 4: afdeling 1 en 2). De maatregelen zijn uitgewerkt in de CROW-publicatie 400 “Werken in en met verontreinigde grond”. Voorafgaand aan het onderzoek is een beoordeling uitgevoerd van mogelijke blootstellingrisico’s aan schadelijke stoffen. Voorafgaand aan de uitvoer van de veldwerkzaamheden is vastgesteld dat het bodemvochtgehalte meer dan 10% betrof. Tijdens de beoordeling van de locatie zijn geen blootstellingsrisico’s gedefinieerd. Derhalve zijn naast de standaard persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM: veiligheidsschoenen en handschoenen) geen aanvullende maatregelen getroffen c.q. PBM en gebruikt.

Verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek, Kanaalpolderweg 2 Philippine rapport: 1902934.001 versie 1, 25 maart 2020

4.2.1 Visuele inspectie maaiveld en weersomstandigheden De veldwerkzaamheden met betrekking tot het asbestbodemonderzoek zijn door de KWALIBO erkende personen dhr. S. Dielemans, dhr. J. Gahrmann en dhr. W. Vogels uitgevoerd op 11 december 2019 en 10 februari 2020. De veldwerkers verklaren hierbij de werkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever te hebben uitgevoerd, conform de eisen van de BRL-SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen. Bij de uitgevoerde inspectie van het maaiveld zijn geen bodemvreemde materialen, kleuren e.d. aangetroffen, welke een aanwijzing zou kunnen voor een mogelijke bodemverontreiniging. De inspectie efficiëntie bedraagt circa minder 25%, op basis van de uitgevoerde visuele inspectie van het maaiveld. De weersomstandigheden kunnen als volgt worden omschreven:  regenval minder dan 10 mm;  geen hagel en/of sneeuwval;  tussen zonsop- en -ondergang;  geen mist (zicht > 50 meter). 4.2.2 Visuele inspectie grove fractie Op basis van de opgestelde onderzoeksstrategie is een tiental inspectiegaten gegraven (ABG01 t/m ABG03, ABG06 en ABG08 t/m ABG13) en drie boringen (ABG04, ABG05 en ABG07) geplaatst. Voor de uiteindelijke situering van inspectiegaten wordt verwezen naar bijlage 2. In bijlage 3 zijn de boorprofielen weergegeven.

De uitkomende bodemmaterialen zijn naast de inspectiegaten en boringen uitgespreid en visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudende materialen. Hierbij zijn asbestverdachte materialen >20 mm aangetroffen ter plaatse van asbestgaten ABG01 (0 – 0,3 m-mv, 96 gram asbest) en ABG09 t/m ABG13 en ter plaatse van boring B12 (0,0 – 0,3 m-mv). Vervolgens is de grond gezeefd met een grove zeef (maaswijdte 20 mm). Op de locatie is, tijdens de veldwerkzaamheden, een halfverharding ter plaatse van boringen B02, B04, B06, B12 t/m B14, B17, B19 en de asbestgaten ABG01 t/m ABG08 aangetroffen. De bodemvreemde bijmengingen bestaan uit menggranulaat, baksteen en sintels. Zie tabel 4.2. tabel 4.2 Waargenomen afwijkingen verkennend bodem- en asbestonderzoek Boring Diepte [m-mv] Verkennend bodemonderzoek B01 1,5 – 2,0 B02 0,0 – 0,5 2,0 – 3,2 B03 0,0 – 0,16 B04 0,0 – 0,25 B06 0,0 – 0,3 0,3 – 0,5 0,5 – 0,8 B12 0,0 – 0,3 B13 0,0 – 0,3 B14 0,0 – 0,3 B15 0,0 – 0,5 B19 0,0 – 0,3 Indicatief asbestonderzoek ABG01 0 – 0,3 ABG02 0 – 0,3 ABG03 0 – 0,3 ABG04 0 – 0,25 ABG05 0 – 0,5 ABG06 0 – 0,5 ABG07 0 – 0,3 ABG08 0 – 0,3 0,3 – 0,5 0,5 – 0,8 ABG09 0 – 0,4 ABG10 0 – 0,3 ABG11 0 – 0,4 ABG12 0 – 0,2 ABG13 0 – 0,5

Afwijking Zwakke olie-water reactie, matige dieselgeur Volledig menggranulaat Laagjes slib Volledig beton Brokken beton, sterk menggranulaat houdend Volledig menggranulaat, matig baksteenhoudend Matig menggranulaat houdend, zwak sintelhoudend Matig baksteenhoudend Volledig stenen, sterk baksteenhoudend, zwak asbesthoudend Volledig stenen, zwak baksteenhoudend Brokken beton, sterk menggranulaat houdend Volledig menggranulaat, zwak baksteenhoudend Volledig menggranulaat Volledig stenen, sterk baksteenhoudend, zwak asbesthoudend Volledig stenen, zwak baksteenhoudend Brokken beton, sterk menggranulaathoudend Brokken beton, sterk menggranulaathoudend Volledig menggranulaat Volledig menggranulaat, zwak baksteenhoudend Volledig menggranulaat Volledig menggranulaat, matig baksteenhoudend Matig menggranulaathoudend, zwak sintelhoudend Matig baksteenhoudend Volledig stenen, zwak baksteenhoudend, zwak asbesthoudend Volledig stenen, zwak baksteenhoudend, zwak asbesthoudend Volledig stenen, zwak baksteenhoudend, zwak asbesthoudend Volledig stenen, zwak baksteenhoudend, zwak asbesthoudend Volledig stenen, zwak baksteenhoudend, zwak asbesthoudend

Verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek, Kanaalpolderweg 2 Philippine rapport: 1902934.001 versie 1, 25 maart 2020

4.2.3 Grondwater De peilbuis is voorafgaande aan de monstername voldoende doorgespoeld. De veldwerkzaamheden zijn door de KWALIBO erkend persoon dhr. J. Gahrmann uitgevoerd. De veldwerker verklaart hierbij de werkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever te hebben uitgevoerd, conform de eisen van de BRL-SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen. In tabel 4.3 zijn de gegevens hiervan weergegeven: tabel 4.3 Peilbuisgegevens Peilbuisnummer B01 B02 Datum bemonstering 18 december 2019 18 december 2019 Diepte grondwaterspiegel [m-mv] 1,28 1,16 Filterstelling [m-mv] 1,8 – 2,8 2,0 – 3,0 Toestroming goed goed Beluchting niet belucht niet belucht Zuurgraad [pH] 6,27 6,48 1820 1908 Elektrische geleidbaarheid [Ec, S/cm] Troebelheid (NTU) 31* 26* Waargenomen afwijkingen geen geen Drijflaag geen geen *De troebelheid van het grondwater uit de peilbuis kan hoog worden genoemd. De in de NEN5744 gehanteerde waarde voor troebelheid van 10 NTU kan indicatief worden genoemd. Deze is gebaseerd op standaard factoren die zich in de natuur voordoen. Hogere troebelheden duiden op het feit dat onnatuurlijk hoge krachten op de bodemdeeltjes rond (de omstorting van) het peilfilter zijn of worden uitgeoefend. Aangezien de peilbuis recentelijk is geplaatst en het feit dat de bodemopbouw uit zeer fijn zand bestaat (lees: zeer fijne fracties) is het gemeten verhoogde NTU gehalte niet vreemd te noemen.

In onderhavig geval gaan wij er vanuit dat de troebelheid wordt veroorzaakt door de in suspensie zijnde vaste (grond)deeltjes.

4.3

Nader bodemonderzoek

Het veldwerk is door de erkende veldwerkers de heer S. Dielemans en dhr. W. Vogels uitgevoerd op 10 februari 2020 (uitvoering boringen en bemonstering grond). De veldwerkers verklaren hierbij de werkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever te hebben uitgevoerd, conform de eisen van de BRL-SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen. In tabel 4.4 zijn ten behoeve van het onderzoek de uitgevoerde werkzaamheden opgenomen: tabel 4.4 Uitgevoerde werkzaamheden Boring

Diepte [m-mv]

Filterdiepte [m-mv]

B101 t/m B105

2,0

-

De bodem op de locatie bestaat tot de verkende diepte van 2,0 m-mv overwegend uit matig fijn, matig siltig zand. Met name de bovengrond is humushoudend. De situering van de onderzoekslocatie en de geplaatste boringen is opgenomen in bijlage 2. Voor de complete boorbeschrijvingen wordt verwezen naar bijlage 3. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is geen aanvullende informatie naar voren gekomen welke tot een aanpassing van de boorstrategie heeft geleid. In de uitkomende grond zijn lokaal waarnemingen gedaan die duiden op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigende stoffen in de bodem. In tabel 4.5 volgt per monsternametraject een opsomming van de waargenomen afwijkingen. tabel 4.5 Waargenomen afwijkingen Boring B101 B102 B103 B104 B105

Diepte [m-mv] 0 – 0,3 0 – 0,3 0 – 0,5 0 – 0,5 0 – 0,3

Bijmenging Sterk puinhoudend Sterk puinhoudend Sterk puinhoudend Sterk puinhoudend Sterk puinhoudend

Verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek, Kanaalpolderweg 2 Philippine rapport: 1902934.001 versie 1, 25 maart 2020

4.4

Afwijkingen BRL-SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018

Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn geen kritieke afwijkingen opgetreden in het kader van de BRL-SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018. Opgemerkt wordt dat de troebelheid niet op de onderzoekslocatie is gemeten maar ten kantore van Lankelma Geotechniek Zuid B.V. te Oirschot. Het grondwatermonster wordt pas dan genomen, wanneer conform de NEN5744 en het protocol 2002 is voldaan aan de overige gestelde eisen. Het meten van de troebelheid vindt als laatste handeling plaats, voorafgaande aan de daadwerkelijke monstername van het grondwater. Deze laatste stap wordt door Lankelma Geotechniek Zuid B.V. dus omgedraaid. Hetgeen verder niet van invloed kan zijn op de daadwerkelijk gemeten waarde. Derhalve wordt dit niet als een kritieke afwijking beschouwd.

Verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek, Kanaalpolderweg 2 Philippine rapport: 1902934.001 versie 1, 25 maart 2020

5 Analyses en resultaten laboratoriumonderzoek 5.1

Samenstelling en analyseparameters

De grond(meng)monsters en het grondwatermonsters zijn in het laboratorium van SYNLAB Analytics & Services B.V. in Rotterdam (door de RvA erkend) chemisch geanalyseerd. De analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000. Vanwege het aantreffen van een zwakke olie-water reactie en matige dieselgeur ter plaatse van boring B01 op een diepte van 1,5 – 2,0 m-mv is op betreffend grondmonster een extra analyse op minerale olie verricht. In tabel 5.1 en tabel 5.3 is inzichtelijk gemaakt hoe de betreffende monsters (grond en asbest) zijn samengesteld. Tevens zijn in tabel 5.3 de resultaten van het grondwateronderzoek weergegeven. De analysecertificaten zijn weergegeven in bijlage 4. De resultaten zijn getoetst aan de achtergrondwaarden en interventiewaarden en weergegeven in bijlage 5. 5.2

Toetsingscriteria

Teneinde de mate van verontreiniging van de bodem te kunnen beoordelen, zijn de chemische analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters getoetst aan de richtlijnen die zijn vastgesteld door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (de zogenaamde generieke referentiewaarden). 5.3

Generiek referentiekader Wet bodembescherming (Wbb)

De gehalten en concentraties van de milieuschadelijke stoffen in respectievelijk de grond- dan wel grondwatermonsters worden gerelateerd aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering (Per 1 juli 2013), die een onderdeel vormt van de Wet bodembescherming (Wbb). Bij de referentiewaarden wordt onderscheid gemaakt in zogenaamde generieke ofwel landelijke achtergrondwaarden (in geval van grond), streefwaarden (in geval van grondwater) en de interventiewaarden (zowel grond als grondwater): achtergrondwaarde (grond) of S-waarde (grondwater) ½ (AW of SW+I) waarde of bodemindex

= =

interventiewaarde of I-waarde

=

waarde voor een schone, multifunctionele bodem Waarde waarbij men een aanvullend/nader onderzoek in overweging dient te nemen ((achtergrond- of streefwaarde + interventiewaarde) / 2) interventiewaarde voor sanering(sonderzoek)

De referentiewaarden voor grond zijn mede afhankelijk gesteld van het gehalte lutum (fractie <2m) en organische stof. Dit betekent dat bij elk (verkennend) bodemonderzoek de gemeten waarden moeten worden omgerekend als zijnde “standaard bodem” (10% organische stof en 25% lutum). De omgerekende waarden worden vervolgens getoetst aan de vigerende referentiewaarden. Ten aanzien van de resultaten van de toetsing wordt in voorliggend rapport de volgende terminologie gehanteerd:  licht verhoogd gehalte: gehalte tussen de achtergrondwaarde (grond) c.q. streefwaarde (grondwater) en de ½ (AW+I) waarde;  matig verhoogd gehalte: gehalte tussen de ½ (AW of SW+I) waarde of bodemindex en gelijk interventiewaarde;  sterk verhoogd gehalte: gehalte groter dan de interventiewaarde. 5.4

Generiek referentiekader kader Besluit bodemkwaliteit (Bbk)

Bij het op basis van het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk) toepassen van een partij grond, volgens het generieke toetsingskader, spelen de kwaliteit en de functie van de ontvangende bodem een belangrijke rol. In verband met hergebruiksmogelijkheden van de grond voor een toepassing als zijnde landbodem, zijn de in de grond(meng)monsters gemeten gehalten indicatief getoetst aan de waarden afkomstig uit de Regeling bodemkwaliteit (Bijlage B, tabellen 1 en 2). Dit is geschied met behulp van het toetsingsinstrument BoToVa (Bodemtoets- en validatieservice). Ten aanzien van de resultaten van de toetsing wordt in voorliggend rapport de volgende terminologie gehanteerd:  achtergrondwaarden: grond die vrij toepasbaar is bij elke bodemfunctie en elke bodemkwaliteit;  wonen: grond kan worden toepast bij de bodemfuncties en bodemkwaliteiten ‘wonen’ en ‘industrie’;  industrie: grond kan worden toegepast bij bodemfunctie en bodemkwaliteit ‘industrie’;  niet toepasbaar: grond kan niet elders worden toegepast en dient te worden afgevoerd naar een erkend verwerker.

Verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek, Kanaalpolderweg 2 Philippine rapport: 1902934.001 versie 1, 25 maart 2020

5.5

Asbest in bouwstoffen

De resultaten van het asbestonderzoek ‘fundatiematerialen’ zijn getoetst aan de samenstellingswaarden opgenomen in bijlage A (bouwstoffen) van de Regeling bodemkwaliteit. Deze is van toepassing wanneer men de fundatiematerialen wil hergebruiken. In deze bijlage is opgenomen dat een concentratie van 100 mg/kgds wordt gehanteerd. Dit op basis van de gewogen norm (concentratie serpentijn asbest + 10 x concentratie amfibool asbest). In de NEN5897 (2015) is opgenomen dat indien het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de maximale samenstellingswaarden, het statistisch aannemelijk is dat ook in een nader onderzoekstraject de maximale samenstellingswaarden niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de maximale samenstellingswaarden is een nader onderzoek asbest verplicht. 5.6

Toetsingen Verkennend bodemonderzoek

5.6.1 Grond In tabel 5.1 zijn alleen de onderzochte parameters vermeld, waarvan de concentraties de betreffende achtergrondwaarden overschrijden. tabel 5.1 Resultaten verkennend bodemonderzoek Monsternr.

Samenstelling (cm-mv)

MM1

B01-5

B01 (0-25) B05 (0-50) B07 (0-50) B08 (0-50) B09 (0-50) B10 (8-50) B11 (0-50) B16 (0-50) B04 (25-50) B14 (30-60) B15 (25-50) B19 (30-50) B02 (50-100) B02 (100-150) B02 (150-200) B05 (50-100) B05 (100-150) B05 (150-200) B06 (50-80) B19 (50-100) B19 (100-150) B19 (150-200) B01 (200-250) B03 (50-100) B03 (100-150) B03 (150-200) B04 (50-100) B04 (100-150) B04 (150-200) B12 (30-80) B13 (30-80) B14 (60-110) B01 (150-200)

B06-2

B06 (30-50)

MM2 MM3

MM4

Bodemsamenstelling/ bijmengingen Zeer fijn, sterk siltig zand

Analyse

Toets (Wbb) -

Bbk

NEN5740 grond

Parameters >AW -

Zwak tot sterk zandige klei

NEN5740 grond

-

-

AW

Zeer tot matig fijn, matig tot sterk siltig zand / matig baksteenhoudend

NEN5740 grond

Koper Lood Zink

* * *

IND

Zeer tot matig fijn, matig tot sterk siltig zand

NEN5740 grond

-

-

AW

Zeer fijn, sterk siltig zand / zwakke olie-water reactie, matige dieselgeur Matig fijn, matig siltig zand / matig menggranulaat houdend

Minerale olie

Minerale olie

*

NT

NEN5740 grond

Cadmium Kobalt Koper Lood Molybdeen Nikkel Zink

* * *** *** * * ***

NT

Verklaring gebruikte afkortingen: AW voldoet aan bodemkwaliteitsklasse achtergrondwaarde 2000 WO voldoet aan bodemkwaliteitsklasse wonen IND voldoet aan bodemkwaliteitsklasse industrie NT voldoet aan bodemkwaliteitsklasse niet toepasbaar Bbk indicatief getoetst aan Besluit bodemkwaliteit

AW

Verklaring van de tekens: * groter dan AW en kleiner of gelijk aan de bodemindex ** groter dan bodemindex (0,5), kleiner of gelijk interventiewaarde *** groter dan interventiewaarde gehalte niet verhoogd t.o.v. AW dan wel detectiegrens

5.6.2 Grondwater In tabel 5.2 zijn alleen de onderzochte parameters vermeld, waarvan de concentraties de betreffende streefwaarden overschrijden. tabel 5.2 Resultaten grondwateronderzoek Monsternr.

Analyse

Parameters >SW

Toets (Wbb)

B01

NEN5740 grondwater

B02

NEN5740 grondwater

Molybdeen Naftaleen 1,1,2-trichloorethaan Minerale olie Molybdeen

* * * * *

Verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek, Kanaalpolderweg 2 Philippine rapport: 1902934.001 versie 1, 25 maart 2020

Verklaring van de tekens: * groter dan streefwaarde en kleiner of gelijk ½ (streefwaarde+I) waarde ** groter dan ½ (SW+I) waarde en kleiner of gelijk interventiewaarde *** groter interventiewaarde gehalte niet verhoogd t.o.v. streefwaarde dan wel detectiegrens

5.7

Toetsingen indicatief asbestonderzoek

In tabel 5.3 is een overzicht weergegeven van de totale gehalten aan asbest. In de tabel zijn per traject alleen de gemiddelde totaal gewogen gehalten opgenomen per (deel)locatie (lees: wanneer sprake is van een verkennend asbestonderzoek), wanneer is voldaan aan de homogeniteitstoets. Het berekende totale gewogen gehalte is een sommatie van de grove fractie (indien aangetoond tijdens de visuele inspectie van de sleuven/gaten) en de concentratie van de fijne fractie (analytisch gemeten in het laboratorium). De asbestconcentratieberekening is opgenomen in bijlage 6. tabel 5.3 Resultaten verkennend asbestonderzoek Monsternr.

Samenstelling en bodemlaag [cm-mv]

ASBMM1 (puin) ASBMM2 (puin)

ABG03 (0-30) ABG04 (0-25) ABG05 (0-50) ABG06 (0-50) ABG07 (0-30) ABG09 (0-40) ABG10 (0-30) ABG11 (0-40) ABG12 (0-20) ABG13 (0-50)

ABG09 (puin) ABG10 (puin) ABG11 (puin) ABG12 (puin) ABG13 (puin)

Gewogen asbestconcentratie [mg/kg.ds] Grove fractie Fijne fractie Totaal n.a. <2 <2 n.a. <2 <2

Toets

2,1 1,7 2,9 1,3 1,1

-

40,9061 40,9061 40,9061 40,9061 40,9061

---

35,6 38,1 47,6 43,1 17,3

Verklaring van de tekens: + concentratie overschrijdt de samenstellingswaarde (=interventiewaarde) +/concentratie gelegen tussen de helft van de samenstellingswaarde en de samenstellingswaarde -concentratie lager dan de detectiegrens concentratie overschrijdt niet de helft van de samenstellingswaarde

Opmerking: Opgemerkt dient te worden dat de puinmengmonsters ASBMM1 en ASBMM2, welke een laag met menggranulaat betreffen, abusievelijk zijn geanalyseerd als zijnde grond.

5.8

Toetsingen nader bodemonderzoek

5.8.1 Grond In tabel 5.4 zijn alleen de onderzochte parameters vermeld, waarvan de concentraties de betreffende achtergrondwaarden overschrijden. tabel 5.4 Resultaten nader bodemonderzoek Monsternr.

Samenstelling (cm-mv)

Analyse

B101 (30-50) B102 (30-50) B103 (0-50)

Bodemsamenstelling/ bijmengingen Matig fijn siltig zand Matig fijn siltig zand Matig fijn siltig zand, humeus

B101-2 B102-2 B103-1 B103-2 B104-1

B103 (50-100) B104 (0-50)

matig fijn siltig zand Matig fijn siltig zand, humeus

Koper, lood, zink Koper, lood, zink

Verklaring van de tekens: * groter dan streefwaarde en kleiner of gelijk ½ (streefwaarde+I) waarde ** groter dan ½ (SW+I) waarde en kleiner of gelijk interventiewaarde *** groter interventiewaarde gehalte niet verhoogd t.o.v. streefwaarde dan wel detectiegrens

Koper, lood, zink Koper, lood, zink Koper, lood, zink

Parameters >AW Koper Lood Zink Koper Lood Zink

Toets (Wbb) ** ** *** * ** **

Bbk AW AW NT AW IND

Verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek, Kanaalpolderweg 2 Philippine rapport: 1902934.001 versie 1, 25 maart 2020

5.9

Verklaring analyseresultaten

5.9.1 Verkennend bodemonderzoek Grond In grondmonster B06-2 (bovengrond, matig menggranulaat houdend en zwak sintelhoudend) zijn analytisch sterk verhoogde gehalten met koper, lood en zink aangetoond. Tevens zijn licht verhoogde gehalten met cadmium, kobalt, molybdeen en nikkel gemeten. Deze concentraties overschrijden de achtergrondwaarden, doch overschrijden de interventiewaarden niet. In grondmengmonster MM3 (ondergrond, matig baksteenhoudend) zijn analytisch licht verhoogde gehalten met koper, lood en zink aangetoond. In grondmonster B01-5 (ondergrond, zwakke olie-water reactie, matige dieselgeur) is een lichte verhoging met minerale olie aangetoond. Deze concentraties overschrijden de achtergrondwaarden, doch overschrijden de interventiewaarden niet. In grondmengmonsters MM1 en MM2 (bovengrond) en MM4 (ondergrond) zijn analytisch geen van de onderzochte parameters in verhoogde mate aangetoond. Allen liggen onder de achtergrondwaarden. Grondwater In het grondwater uit peilbuis B01 zijn analytisch licht verhoogde gehalten met molybdeen, naftaleen, 1,1,2-trichloorethaan en minerale olie aangetoond. In het grondwater uit peilbuis B02 is analytisch een licht verhoogd gehalte met molybdeen aangetoond. Deze concentraties overschrijden de streefwaarden doch niet de interventiewaarden.

5.9.2 Indicatief asbestonderzoek In de asbestmengmonsters ASBMM1 en ASBMM2 is analytisch geen verhoogd asbestgehalte aangetoond. De concentraties liggen onder de detectiegrens. In de asbestgaten ABG09 t/m ABG13 zijn analytisch licht verhoogde asbestgehalten aangetoond. De concentraties overschrijden niet (de helft van) de samenstellingswaarde. 5.9.3 Nader bodemonderzoek Grond In de grondmonsters B101 (30-50 cm-mv), B102 (30-50 cm-mv) en B103 (50-100 cm-mv) zijn analytisch geen van de onderzochte parameters in verhoogde mate aangetoond. Allen liggen onder de achtergrondwaarden. In het grondmonster B103 (0-50 cm-mv) is zink aangetoond in een gehalte groter dan de interventiewaarde. Ook zijn koper en lood aangetoond in gehalten groter dan ½ (S+I). In het grondmonster B104 (0-50) is een licht verhoogd gehalte met koper aangetoond. Ook zijn lood en zink aangetoond in gehalten groter dan ½ (S+I). Op basis van het Besluit bodemkwaliteit kan de milieuhygiënische kwaliteit van de bovengrond indicatief als klasse ‘AW2000’ beschouwd worden. In de hoek van het terrein, ter plaatse van de boringen B06, B103 en B104, bevindt zich een spotverontreiniging met zware metalen waarvan de milieuhygiënische kwaliteit indicatief als klasse ‘Industrie’ of klasse ‘Niet toepasbaar’ beschouwd kan worden.

Op basis van het Besluit bodemkwaliteit kan de milieuhygienische kwaliteit van de ondergrond indicatief als klasse ‘AW2000’ of klasse ‘Industrie’ beschouwd worden. Ter plaatse van boring B01 bevindt zich vermoedelijk een kleine hoeveelheid licht met minerale olie verontreinigde grond. De milieuhygienische klasse nabij boring B01 kan als gevolg hiervan indicatief als klasse ‘Niet toepasbaar’ beschouwd worden.

Verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek, Kanaalpolderweg 2 Philippine rapport: 1902934.001 versie 1, 25 maart 2020

6 Conclusie en aanbeveling In opdracht van Van Kerkhoff Maatwerk heeft Lankelma Geotechniek Zuid B.V. een verkennend en nader bodemonderzoek en een indicatief asbestonderzoek uitgevoerd op een locatie aan de Kanaalpolderweg 2 te Philippine, gemeente Terneuzen. De aanleiding voor het laten uitvoeren van een bodemonderzoek is de voorgenomen ontwikkeling ter plaatse van de onderzoekslocatie. Als gevolg hiervan dient de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd te worden. Daarnaast dient door middel van onderhavig onderzoek beoordeeld te worden of aanvullende procedures noodzakelijk zijn in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb). 6.1

Conclusie

6.1.1 Algemeen De bodem op de locatie bestaat tot de verkende diepte van 3,2 m-mv overwegend uit zeer tot matig fijn, matig tot sterk siltig zand. Met name de bovengrond is humushoudend. Ter plaatse van boringen B04, B14, B15 en B19 wordt een zwak tot sterk zandige kleilaag aangetroffen. Tevens wordt ter plaatse van boringen B02, B04, B06, B12, B14, B17 en B19 een laag menggranulaat aangetroffen. In de uitkomende grond zijn zintuiglijk bijmengingen met slib, menggranulaat, beton, baksteen en sintels waargenomen. Tevens is ter plaatse van boring B01 op een diepte van 1,5 – 2,0 m-mv een zwakke olie-water reactie en een matige dieselgeur waargenomen. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is geen aanvullende informatie naar voren gekomen welke tot een aanpassing van de boorstrategie heeft geleid. 6.1.2 Verkennend bodemonderzoek Bovengrond In de grondmengmonsters MM1 en MM2 (bovengrond) zijn analytisch geen van de onderzochte parameters in verhoogde mate aangetoond. In het grondmonster B06-2 (30-50 cm-mv) zijn analytisch licht verhoogde gehalten met cadmium, kobalt, molybdeen en nikkel aangetoond, alsmede koper, lood en zink in concentraties die de interventiewaarden overschrijden. Ondergrond In het grondmengmonster MM4 (ondergrond) zijn analytisch geen van de onderzochte parameters in verhoogde mate aangetoond.

In het grondmengmonster MM2 zijn koper, lood en zink in licht verhoogde concentraties aangetroffen. In het grondmonster B01-5 (150-200 cm-mv) is een licht verhoogd gehalte met minerale olie aangetoond. Grondwater In het grondwater uit peilbuis B01 zijn analytisch licht verhoogde gehalten met molybdeen, naftaleen, 1,1,2-trichloorethaan en minerale olie aangetoond. In het grondwater uit peilbuis B02 is analytisch een licht verhoogd gehalte met molybdeen aangetoond. Deze concentraties overschrijden de streefwaarden doch niet de interventiewaarden. Toetsing hypothese grond en grondwater De hypothese ‘onverdacht’ dient op basis van de resultaten te worden verworpen. Er zijn sterke verhogingen in de grond aangetroffen. 6.1.3 Nader bodemonderzoek Ter plaatse van boring B103 (0-50 cm-mv) is zink aangetroffen in een gehalte groter dan de interventiewaarde. Koper en lood zijn aangetoond in gehalten groter dan ½ (S+I). In boring B104 (0-50 cm-mv) zijn lood en zink aangetoond in concentraties boven ½ (S+I). Koper is licht verhoogd aangetoond. Ter plaatse van de boringen B101 (30-50 cm-mv), B102 (30-50 cm-mv) en B103 (50-100 cm-mv) zijn geen van de onderzochte parameters in verhoogde mate aangetroffen. Op basis van het Besluit bodemkwaliteit kan de milieuhygiënische kwaliteit van de bovengrond indicatief als klasse ‘AW2000’ beschouwd worden.

In de hoek van het terrein, ter plaatse van de boringen B06, B103 en B104, bevindt zich een spotverontreiniging met zware metalen waarvan de

Verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek, Kanaalpolderweg 2 Philippine rapport: 1902934.001 versie 1, 25 maart 2020

milieuhygiënische kwaliteit indicatief als klasse ‘Industrie’ of klasse ‘Niet toepasbaar’ beschouwd kan worden. Op basis van het Besluit bodemkwaliteit kan de milieuhygienische kwaliteit van de ondergrond indicatief als klasse ‘AW2000’ of klasse ‘Industrie’ beschouwd worden. Ter plaatse van boring B01 bevindt zich vermoedelijk een kleine hoeveelheid licht met minerale olie verontreinigde grond. De milieuhygienische klasse nabij boring B01 kan als gevolg hiervan indicatief als klasse ‘Niet toepasbaar’ beschouwd worden. 6.1.4 indicatief asbestonderzoek In de asbestmengmonsters ASBMM1 en ASBMM2 is analytisch geen verhoogd asbestgehalte aangetoond. Opgemerkt dient te worden dat de puinmengmonsters ASBMM1 en ASBMM2, welke een laag met menggranulaat betreffen, abusievelijk zijn geanalyseerd als zijnde grond. De concentraties liggen onder de detectiegrens. In de asbestgaten ABG09 t/m ABG13 zijn analytisch licht verhoogde asbestgehalten aangetoond. De concentraties overschrijden niet (de helft van) de interventiewaarde. Toetsing hypothese asbest De hypothese ‘verdacht’ kan op basis van de resultaten worden aanvaard. Een nader onderzoek naar het voorkomen van asbest in de grond wordt echter niet noodzakelijk geacht, daar de (helft van de) samenstellingswaarde niet wordt overschreden. 6.2

Resumé en aanbeveling

Middels onderhavig bodemonderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater vastgelegd. In het kader van de Wet bodembescherming zijn geen aanvullende procedures noodzakelijk ter plaatse van de onderzoekslocatie. Ter plaatse van de boringen B06 en B103 bevindt zich een spotverontreiniging met zware metalen in de bovengrond. De verontreiniging wordt niet in de diepere bodemlagen aangetroffen. De omvang van de verontreiniging binnen de erfgrenzen wordt geschat op circa 45 m 2. Het totale volume is kleiner dan 25 m3. Er is dus geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Wanneer men (graaf)werkzaamheden en/of wijzigingen uit gaat voeren, dient men rekening te houden met de volgende zaken:  Wanneer men grond van de locatie wil afvoeren, dient men rekening te houden met afzetkosten. Een acceptant van de grond kan een aanvullend onderzoek eisen (lees partijkeuring). Op basis van dit onderzoek is de locatie grotendeels als klasse ‘Industrie’ bestempeld. Ter plaatse van de verontreiniging zijn de boven- en ondergrond indicatief als klasse ‘Niet toepasbaar’ bestempeld. De ondergrond ter plaatse van boring B01 kan ook indicatief als klasse ‘Niet toepasbaar’ bestempeld worden;  Wanneer binnen het verontreinigde gebied werkzaamheden gaan plaatsvinden, dient een plan van aanpak bij het bevoegd gezag te worden ingeleverd.

 Het verlenen van een omgevingsvergunning is ter competentie aan het bevoegd gezag.

Verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek, Kanaalpolderweg 2 Philippine rapport: 1902934.001 versie 1, 25 maart 2020

Bijlage 1 : Regionale ligging locatie

Omgevingskaart

Klantreferentie: 1902935 Philippine

0m

125 m

625 m

Deze kaart is noordgericht. Hier bevindt zich Kadastraal object Sas van Gent S 5 Kanaalpolderweg 2, 4553NJ Philippine CC-BY Kadaster.

Schaal 1: 12500

Verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek, Kanaalpolderweg 2 Philippine rapport: 1902934.001 versie 1, 25 maart 2020

Bijlage 2 : Situatietekening met boorlocaties

Legenda Grondboring met peilbuis Grondboring 2,0 m-mv Grondboring 1,0 m-mv Onderzoekslocatie

Asbestproefsleuf Asbestproefgat

ABG12

2a

B03

ABG9

B08

B15

B07

PB01

2

B18

B102

B103

B101 B06/ABG8 B104 B105

B19/ABG7 B17/ABG6

Formaat:

84

Project: VBO aan de Kanaalpolderweg 2 te Philippine

PB02/ABG5

Situatietekening

Maten in meters

A3 Getekend: JSP

Datum: 18 maart 2020

Projectnummer: 1902934

B16

B14/ABG3

B10

B12/ABG1

B05

B04/ABG4

ABG11

B09

ABG13

B13/ABG2

B11

ABG10

de rw eg po l al na Ka

4

82

Verkennend en nader bodemonderzoek en indicatief asbestonderzoek, Kanaalpolderweg 2 Philippine rapport: 1902934.001 versie 1, 25 maart 2020

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14112723/1