2024-05-21 - Bijlage 3 Marktverordening Terneuzen - Was-wordt tabel
Tekst van het document
Was-wordt-tabel Wijziging Marktverordening Terneuzen Leeswijzer In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden dikgedrukt. Art 1. Toepassingsgebied Bestaande tekst (nieuwe bepaling, geen bestaande tekst)
Nieuwe tekst Artikel 1. Toepassingsgebied Deze verordening is van toepassing op door burgemeester en wethouders ingestelde reguliere warenmarkten.
Art 2. Definities Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Artikel 2. Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
In deze verordening wordt verstaan onder:
a. markt: de door het college ingestelde warenmarkt;
a. markt: door burgemeester en wethouders ingestelde reguliere warenmarkt;’
b. standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel;
b. marktvergunning: vaste standplaats-, dagplaats of standwerkvergunning;
c. vaste standplaats: de standplaats die voor onbepaalde tijd ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder;
c. standplaats: ruimte die voor de duur van de markt beschikbaar is voor houders van een marktvergunning;
d. dagplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste standplaats is toegewezen dan wel ingenomen;
d. dagplaats: standplaats die beschikbaar is voor houders van een dagplaatsvergunning;
e. standwerken: de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen tot de aankoop van een artikel;
e. dagplaatsvergunning: vergunning voor de duur van een dag voor het op de markt bedrijven van handel;
f. standwerkersplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken;
f. standwerkplaats: standplaats die beschikbaar is voor houders van een standwerkvergunning;
g. vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats; h. anciënniteitenlijst: de lijst van vergunninghouders van een vaste standplaats; i. marktmeester: de persoon die als zodanig is aangewezen door het college.
g. standwerkvergunning: vergunning voor de duur van een dag voor het op de markt om zich heen verzamelen van publiek, om door een aansprekende uiteenzetting te proberen het publiek over te halen om artikelen te kopen; h. vaste standplaats: standplaats die beschikbaar is voor houders van een vaste standplaatsvergunning;
i vaste-standplaatsvergunning: vergunning voor de duur van 15 jaar voor het op de markt bedrijven van handel.
Toelichting: Alleen als het gaat om de definities van ‘vaste standplaats’ en ‘dagplaats’ is er sprake van een wijziging die niet alleen tekstueel, maar ook inhoudelijk van aard is. Voor uitleg wordt verwezen naar de toelichting bij de artikelen 7 en 10. Art. 3 Inrichtingsplan Bestaande tekst Artikel. 3 Inrichtingsplan van de markt; branche-indeling 1. het College bepaalt ten aanzien van de markt;
Nieuwe tekst Artikel 3. Inrichtingsplan
a. Het aantal standplaatsen;
1. Burgemeester en wethouders stellen een inrichtingsplan voor elke markt vast, met daarin in ieder geval;
b. De afmetingen van de standplaatsen;
a. De dagen en uren dat de markt wordt gehouden;
c. De opstelling en indeling van de markt;
b. De verdeelprocedure die zij van toepassen bij de verlening van vaste-standplaatsvervunningen
d. Welke standplaatsen worden toegewezen als vaste standplaats en als standwerkplaats.
2. Op de kaart van de markt zijn aangegeven; a. De grenzen van de markt;
2. Het college kan voor de markt vaststellen; a. Een lijst met artikelgroepen of branches; b. Een maximum aantal standplaatsen per branche
Toelichting: Dit artikel schrijft voor dat burgemeester en wethouders per markt een inrichtingsplan vaststellen en daarin opnemen wat voor de markt in ieder geval geregeld moet en mag worden. Zo wordt in het inrichtingsplan aangegeven wat de markttijd is en blijkt uit de kaart van de markt, die onderdeel is van het inrichtingsplan, waar de grenzen van het marktterrein liggen. Verder maken zij met het inrichtingsplan duidelijk welke verdeelprocedure zij zullen toepassen bij het verlenen van vaste-standplaatsvergunningen. De mogelijke verdeelprocedures zijn beschreven en uitgewerkt in de artikelen 11(selectie) en 12 (loting). Burgemeester en wethouders leggen in het inrichtingsplan vast of zij de artikelen 11 of 12 toepassen. Daarnaast kunnen burgemeester en wethouders in het inrichtingsplan vastleggen dat zij, in de gevallen die zich daarvoor lenen, de verlengingsprocedure van artikel 10 in gang zullen zetten. Het opnemen van deze mogelijkheid in het inrichtingsplan is niet geformuleerd als een verplichting, omdat het gaat om een (discretionaire) bevoegdheid. Voor het toepassen van de bevoegdheid is het noemen van ook artikel 10 in het inrichtingsplan echter wel van belang, vanwege de kenbaarheid en transparantie.
Art. 4 Vergunningsplicht Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel. 8. vereisten
Artikel. 4 Vergunningsplicht
Voor toewijzing van een standplaats komt uitsluitend in aanmerking een handelingsbekwaam natuurlijk persoon die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt en een aanvraag voor een vergunning heeft ingediend bij het college.
1. Het is verboden op een markt een standplaats in te nemen zonder marktvergunning. 2. Burgemeester en wethouders verlenen alleen een vergunning aan een handelingsbekwame natuurlijke persoon die gerechtigd is in Nederland arbeid te verrichten.
Toelichting: Er is in de nieuwe verordening opgenomen dat het verboden is om een standplaats in te nemen zonder marktvergunning. De wijzingen onder punt 2 is alleen tekstueel van aard. Art. 5 Voorschriften en beperkingen Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel. 6. Voorschriften en beperkingen
Artikel. 5 Voorschriften en beperkingen
1. Het college kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing, ter bescherming van de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist 2. Degene aan wie krachtens deze
1. Burgemeester en wethouders kunnen voorschriften en beperkingen verbinden aan een marktvergunning. 2. De vergunninghouder is verplicht de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen na te leven.
verordening een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen in acht te nemen
Toelichting: De wijzingen in dit artikel zijn alleen tekstueel van aard.
Art. 6 Nadere regels Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel. 4. Nadere regels
Artikel. 6 Nadere regels
Het college is bevoegd nadere regels te stellen betreffende het bepaalde in deze verordening
Het college is bevoegd nadere regels te stellen betreffende het bepaalde in deze verordening
Toelichting: Geen wijzigingen in dit artikel. Art. 7 Martcommissie Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel. 5 De marktcommissie
Artikel. 7 Marktcommissie
1. Het college kan een commissie van advies instellen die tot taak heeft het college te adviseren inzake marktaangelegenheden.
1.Het college kan een marktcommissie instellen die tot taak heeft het college te adviseren omtrent zaken op de markt.
2. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de samenstelling en werkwijze van deze marktcommissie.
2. Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de samenstelling en werkwijze van de marktcommissie
Art. 8 Mandaatverboden Bestaande tekst
Nieuwe tekst
(nieuwe bepaling, geen bestaande tekst)
Artikel. 8 Mandaatverboden 1. De bevoegdheid tot het vaststellen of wijzingen van een inrichtingsplan wordt niet gemandateerd 2. De bevoegdheid tot het verlenen of intrekken van een vastestandplaatsvergunning wordt niet gemandateerd aan de marktmeester
Toelichting: Nieuw artikel dat vastgelegd dat het college verantwoordelijk is voor het inrichtingsplan Art. 9 Verdeling beschikbare vaste-standplaatsvergunning Bestaande tekst Nieuwe tekst (nieuwe bepaling, geen bestaande tekst)
Artikel. 9 Verdeling beschikbare vastestandplaatsvergunning Burgemeester en wethouders leggen in het inrichtingsplan vast of zij de verdeelprocedure van artikel 11 dan wel artikel 12 toepassen bij het beschikbaar komen van een vastestandplaatsvergunning.
Toelichting: Nieuw artikel dat vastgelegd hoe er wordt omgegaan met de verdeling van beschikbare vastestandplaatsvergunning. Art. 10 Verlenging na afroep Bestaande tekst
Nieuwe tekst
(nieuwe bepaling, geen bestaande tekst)
Artikel. 10 Verlenging na afroep 1. Bij het beschikbaar komen van een
vaste-standplaatsvergunning vanwege het einde van de vergunningsduur kunnen burgemeester en wethouders de procedure van verlenging na afroep toepassen, als voldoende aannemelijk is dat er naast de betreffende vergunninghouder geen andere gegadigden voor deze vergunning zijn. 2. Bij de verlenging na afroep maken
burgemeester en wethouders acht weken voor het einde van de duur van de vaste-standplaatsvergunning door een openbare kennisgeving in het vakblad en gemeente website bekend dat deze vergunning beschikbaar komt voor de duur van 15 jaar.
3. Bij deze openbare kennisgeving
worden gegadigden uitgenodigd om hun belangstelling voor de vastestandplaatsvergunning binnen vier weken na de kennisgeving kenbaar te maken op de door burgemeester
en wethouders aangegeven wijze. 4. Als binnen de gestelde termijn alleen
de betreffende vergunninghouder belangstelling kenbaar heeft gemaakt en is voldaan aan het bij of krachtens deze verordening bepaalde, verlengen burgemeester en wethouders zijn vaste-standplaatsvergunning met de in het tweede lid genoemde duur.
5. Als binnen de gestelde termijn naast
de betreffende vergunninghouder ook een of meer andere gegadigden belangstelling kenbaar hebben gemaakt, wordt de vergunning niet verlengd. In dat geval passen burgemeester en wethouders de in het inrichtingsplan vastgelegde procedure van de artikelen 11 of 12 toe, met uitzondering van het tweede lid van deze artikelen. 6. In het in het vijfde lid bedoelde
geval stellen burgemeester en wethouders de gegadigden ervan in kennis dat de procedure van de artikelen 11 of 12 wordt toegepast en dat zij vóór de door burgemeester en wethouders genoemde datum een aanvraag kunnen indienen.
Toelichting: Als de looptijd van een vaste-standplaatsvergunning eindigt, moet de vergunning in principe opnieuw worden uitgegeven, en aan de hand van een van de verdeelprocedures van de artikelen 11 of 12. Echter, in de situatie waarin het waarschijnlijk is dat alleen de zittende vergunninghouder belangstelling heeft voor de betreffende vaste-standplaatsvergunning, kan het starten van een verdeelprocedure te belastend of omslachtig zijn. In dat geval kunnen burgemeester en wethouders de in artikel 10 geregelde procedure van verlenging na afroep starten. Kort gezegd komt deze procedure erop neer dat nadat is vastgesteld dat er behalve de zittende vergunninghouder geen andere gegadigden voor de vergunning zijn, deze vergunning kan worden verlengd. Eerste lid De verlengingsprocedure kan alleen worden gehanteerd bij het beschikbaar komen van de vergunning doordat het einde van de looptijd van de vergunning wordt bereikt. Daarnaast moet het ook voldoende aannemelijk zijn dat alleen de zittende vergunninghouder belangstelling heeft voor deze vergunning. Burgemeester en wethouders moeten dus aan de hand van objectieve feiten kunnen
onderbouwen dat er waarschijnlijk geen andere gegadigden zullen zijn. Tweede tot en met vierde lid Het tweede lid bepaalt dat openbaar moet worden aangekondigd (afroep) dat de vastestandplaatsvergunning beschikbaar komt. Dat is om er zeker van te zijn dat er niet toch méér belangstelling voor de vergunning is. Als die afroep voldoende duidelijk is geweest en alleen de zittende vergunninghouder zich binnen de in het derde lid gestelde termijn meldt, dan kan zijn vergunning worden verlengd op grond van het vierde lid. De vergunning hoeft dan niet opnieuw, met een van de verdeelprocedures van de artikelen 11 of 12 te worden uitgegeven. Er is immers maar één gegadigde voor de vergunning. De verlenging van de vergunning is uiteraard voor de looptijd die in de openbare kennisgeving was gemeld. Vijfde en zesde lid Het vijfde en zesde lid regelen wat er moet gebeuren als na het doen van de afroep onverhoopt blijkt dat er ook andere gegadigden zijn. In dat geval is verlenging van de vergunning voor de zittende vergunninghouder niet mogelijk en moet alsnog een van de verdeelprocedures worden toegepast. De openbare kennisgeving die op grond van het tweede lid van de artikelen 11 of 12 is voorgeschreven, hoeft dan niet te worden gedaan omdat deze feitelijk al heeft plaatsgevonden, namelijk door het doen van de afroep.
Wel moet aan de gegadigden die hun belangstelling kenbaar hebben gemaakt (inclusief de zittende vergunninghouder) worden gemeld dat de verdeelprocedure van selectie of loting wordt toegepast. Ook moeten de gegadigden een termijn krijgen waarbinnen zij hun aanvraag kunnen (en moeten) indienen. De zittende vergunninghouder die in aanmerking wil komen voor de vergunning, kan uiteraard op dezelfde voet als de andere gegadigden meedingen naar de vergunning. Art. 11 Verdeling vaste-standplaatsvergunning via selectie Bestaande tekst Nieuwe tekst (nieuwe bepaling, geen bestaande tekst)
Artikel. 11 Verdeling vastestandplaatsvergunning via selectie 1. Bij het beschikbaar komen van een vastestandplaatsvergunning kunnen burgemeester en wethouders deze verdelen via selectie. 2. Bij de verdeling via selectie maken burgemeester en wethouders door een openbare kennisgeving in het vakblad en op de gemeentewebsite bekend dat de vaste standplaatsvergunning op de duur van 15 jaar beschikbaar komt, voor welke branche of artikelgroep deze vergunning wordt verleend en dat gegadigden vóór de in de kennisgeving genoemde datum een aanvraag kunnen indienen. 3. Als een aanvraag vóór de indieningsdatum is ingediend maar onvolledig is, krijgt de aanvrager een termijn van twee weken om zijn
aanvraag aan te vullen. Als er meer onvolledige aanvragen zijn, wordt de betreffende aanvragers op dezelfde dag mededeling gedaan van de gelegenheid om hun aanvraag aan te vullen. 4. Uitsluitend volledige aanvragen die tijdig zijn ingediend en waarbij is voldaan aan het bij of krachtens deze verordening bepaalde, komen voor beoordeling als bedoeld in het vijfde lid in aanmerking. 5. Bij de beoordeling van de aanvragen kennen burgemeester en wethouders punten toe aan de hand van de volgende criteria en tot het daarbij vermelde maximumaantal, hierbij moet onder lid 5a een minimum van 7 punten worden gehaald om de procedure verder te doorlopen: a. het assortiment van de gegadigde vormt een gewenste toevoeging aan het marktassortiment (10 punten); b. de kwaliteit van de uitstraling van de uitstalling van de gegadigde (5 punten); c. de kennis, ervaring en eventuele opleiding van de gegadigde met betrekking tot het marktassortiment (5 punten); d. het maatschappelijk verantwoord ondernemen door de gegadigde (5 punten); e. het consumentvriendelijk ondernemen door de gegadigde (5 punten); 6. Burgemeester en wethouders verlenen de vastestandplaatsvergunning aan de gegadigde met het op basis van de beoordeling hoogste aantal punten. 7.
Als meer gegadigden hetzelfde aantal punten krijgen toegekend, vindt de verdeling van de vergunning tussen hen plaats via loting door middel van een trekking, waarvoor zij worden
uitgenodigd en in aanwezigheid van een door burgemeester en wethouders aangewezen notaris. De aangewezen notaris is verantwoordelijk voor de loting
Toelichting: Eerste lid Bij het beschikbaar komen van een vaste-standplaatsvergunning, om welke reden dan ook, kunnen burgemeester en wethouders deze verdelen aan de hand van een selectieprocedure. Of de verdeelprocedure van selectie wordt gehanteerd, blijkt uit het inrichtingsplan. Tweede lid Burgemeester en wethouders maken door een openbare kennisgeving bekend dat de vastestandplaatsvergunning beschikbaar komt en melden daarbij ook wat de looptijd artikel 15, eerste lid van de vergunning is. Uit de openbare kennisgeving moet verder duidelijk worden [voor welke branche of artikelgroep de vergunning wordt verleend en vóór welke datum de gegadigden hun aanvraag moeten indienen. Derde lid Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt degene die tijdig een onvolledige aanvraag indient een termijn gegund om de aanvraag aan te vullen. Deze termijn wordt voor alle onvolledige aanvragen gelijkgetrokken, omdat het belangrijk is om een zoveel mogelijk gelijk speelveld te realiseren. Vierde lid Een aanvraag moet tijdig en volledig zijn en moet ook overigens voldoen aan hetgeen bij of krachtens deze verordening is bepaald om in behandeling te worden genomen en inhoudelijk te worden beoordeeld. Een aanvraag die niet aan de eisen voldoet, wordt buiten behandeling gesteld of (op andere inhoudelijke gronden dan welke volgen uit artikel 11, vijfde lid) afgewezen.
Vijfde lid De inhoudelijke beoordeling van de aanvragen gebeurt op grond van het vijfde lid door het toekennen van punten en het uitvoeren van een vergelijkende toets. De in het vijfde lid opgesomde selectiecriteria zijn ingegeven door verschillende algemene belangen. Zo is de samenstelling van het marktassortiment (onder a) niet alleen van belang voor (consument)bezoekers, maar ook voor de ondernemers zelf. De uitstallingen zijn van invloed op het aanzien van de markt, zodat de kwaliteit van de uitstraling van die uitstallingen een aspect is dat wordt meegewogen in de puntentoekenning (onder b). Onder de kwaliteit van de uitstalling kan mede worden begrepen de presentatie van de standplaats en van het assortiment. Voor consumenten is het verder van belang dat de ondernemers voldoende ervaring hebben met en kennis van de waren die zij verkopen (onder c). Met maatschappelijk verantwoord ondernemen (onder d) wordt onder meer gedoeld op duurzaam ondernemen, of het aandacht hebben voor het productieproces van de waren en de arbeidsomstandigheden in dat productieproces. Consumentvriendelijk ondernemen (onder e) in het algemeen is eveneens een wegingsfactor. Hieronder kan mede worden begrepen het bieden van verschillende betaalmogelijkheden, de mogelijkheid van bezorging van producten en de mogelijkheid van retourneren of ruilen van producten.
Zesde lid De aanvraag met het op basis van de beoordeling hoogste aantal punten wordt toegekend, de aanvragen met een lager aantal punten afgewezen. Als er meer vergunningen tegelijk beschikbaar zijn gekomen, kunnen er ook meer aanvragen worden toegewezen, maar natuurlijk nog steeds op volgorde van puntental. Als het totaal aan beschikbare vergunningen is verdeeld, worden de overgebleven aanvragen (met de laagste punten) afgewezen. Door de verdeelprocedure uit te werken in de verordening en in het inrichtingsplan vast te leggen dat deze wordt gehanteerd door burgemeester en wethouders, kunnen potentiële gegadigden weten welke selectiecriteria gelden en kunnen zij hun aanvraag daarop afstemmen. Op deze manier wordt een onpartijdige en transparante selectieprocedure toegepast. Zevende lid Het zevende lid tenslotte bevat een regeling voor de situatie waarin meer gegadigden hetzelfde aantal punten krijgen toegekend, terwijl er voor hen maar een vergunning beschikbaar is. In dat geval wordt deze vergunning onder hen verloot, waarbij de vergunning wordt verleend op basis van de rangschikking die volgt uit de trekking. Artikel 12. Verdeling vaste-standplaatsvergunning via loting Bestaande tekst Nieuwe tekst (nieuwe bepaling, geen bestaande tekst)
Artikel 12. Verdeling vastestandplaatsvergunning via loting 1. Bij het beschikbaar komen van een vaste-standplaatsvergunning kunnen burgemeester en wethouders deze verdelen via loting. 2. Bij de verdeling via loting maken burgemeester en wethouders door een openbare kennisgeving in het vakblad en gemeentewebsite bekend dat de vaste standplaatsvergunning voor de duur van 15 jaar beschikbaar komt voor welke branche of artikelgroep deze vergunning wordt verleend en dat gegadigden vóór de in de kennisgeving genoemde datum een aanvraag kunnen indienen. 3. Als een aanvraag vóór de indieningsdatum is ingediend maar onvolledig is, krijgt de aanvrager een termijn van twee weken om zijn aanvraag aan te vullen. Als er meer onvolledige aanvragen zijn, wordt de betreffende aanvragers op dezelfde dag mededeling gedaan van de gelegenheid om hun aanvraag aan te vullen. 4. Uitsluitend volledige aanvragen die tijdig zijn ingediend en waarbij is voldaan
aan het bij of krachtens deze verordening bepaalde, krijgen een lotnummer. 5. De loting vindt plaats door middel van een trekking, waarvoor de aanvragers met een lotnummer worden uitgenodigd en in aanwezigheid van een door burgemeester en wethouders aangewezen notaris. De aangewezen notaris is verantwoordelijk voor de loting. 6. Burgermeester en wethouders verlenen de vaste-standplaatsvergunningen op basis van de rangschikking die volgt uit de trekking. Toelichting: Eerste lid Bij het beschikbaar komen van een vaste-standplaatsvergunning, om welke reden dan ook, kunnen burgemeester en wethouders deze verdelen aan de hand van loting. Of de verdeelprocedure van loting wordt gehanteerd, blijkt uit het inrichtingsplan. Tweede lid Burgemeester en wethouders maken door een openbare kennisgeving bekend dat de vastestandplaatsvergunning beschikbaar komt en melden daarbij ook wat de looptijd (artikel 14, eerste lid) van de vergunning is. Uit de openbare kennisgeving moet verder duidelijk worden [voor welke branche of artikelgroep de vergunning wordt verleend en] vóór welke datum de gegadigden hun aanvraag moeten indienen. Derde lid Op grond van de Awb wordt degene die tijdig een onvolledige aanvraag indient een termijn gegund om de aanvraag aan te vullen.
Deze termijn wordt voor alle onvolledige aanvragen gelijkgetrokken, omdat het belangrijk is om een zoveel mogelijk gelijk speelveld te realiseren. Vierde en vijfde lid Een aanvraag moet tijdig en volledig zijn en moet ook overigens voldoen aan hetgeen bij of krachtens deze verordening is bepaald om in behandeling te worden genomen en een lotnummer te krijgen. Een verdere inhoudelijke beoordeling vindt bij deze verdeelprocedure niet plaats. Als een aanvraag niet aan de eisen voldoet, dan wordt deze buiten behandeling gesteld of (op andere gronden dan de trekkingsuitslag) afgewezen. Alleen met een lotnummer kan worden deelgenomen aan de loting. De aanvragers met een lotnummer worden uitgenodigd voor de loting, maar zij zijn niet verplicht om aanwezig te zijn. Zesde lid De vergunningverlening vindt plaats op volgorde van de uitslag van de trekking. Net als bij de selectieprocedure geldt ook hier dat een of meer vergunningen beschikbaar kunnen zijn en dat de aanvraag of aanvragen die buiten de boot vallen, worden afgewezen. Loting is een verdeelprocedure op grond van een willekeurig geselecteerd lotnummer. Ook loting geldt als een transparante en onpartijdige wijze van verdeling van schaarse vergunningen. Iedere gegadigde (met een toewijsbare aanvraag) die meedoet aan de loting, heeft dezelfde kans om de vergunning te verwerven
Art. 13 Verdeling beschikbare dagplaatsvergunningen Bestaande tekst Nieuwe tekst (nieuwe bepaling, geen bestaande tekst)
Artikel. 13 Verdeling beschikbare dagplaatsvergunningen Burgemeester en wethouders verdelen de beschikbare dagplaatsvergunningen die per branche of artikelgroep beschikbaar zijn. Aanvragers die een nog niet op de markt verkrijgbaar artikel of artikelgroep wensen te verkopen, hebben daarbij voorrang.
Toelichting: Dagplaatsvergunningen zijn beschikbaar voor dagplaatsen en daarnaast ook voor vastestandplaatsen die op de betreffende dag niet (op tijd) zijn ingenomen door de houder van de bijbehorende vaste-standplaatsvergunning of zijn rechtmatige vervanger (artikel 18, tweede lid). Dagplaatsvergunningen gelden voor één dag, zodat het voor de hand ligt om te voorzien in een eenvoudige verdeelprocedure van wie het eerst komt, het eerst maalt’, Uiteraard geldt ook hier dat een aanvraag of de aanvrager moet voldoen aan de eisen. Uit artikel 20 blijkt waaraan een toewijsbare aanvraag moet voldoen. Aangezien er maar één mogelijke verdeelprocedure is voor dagplaatsvergunningen en die in de verordening is neergelegd, hoeft hierover geen keuze te worden bekendgemaakt in het inrichtingsplan. Art. 14 Verdeling beschikbare standwerkvergunningen Bestaande tekst Nieuwe tekst (nieuwe bepaling, geen bestaande tekst)
Artikel. 14 Verdeling beschikbare standwerkvergunningen Burgemeester en wethouder verdelen de beschikbare standwerkvergunningen op volgorde van ontvangst van de toewijsbare aanvragen die per branche of artikelgroep kan gebeuren Aanvragers die een nog niet op de markt verkrijgbaar artikel of artikelgroep wensen te verkopen, hebben daarbij voorrang.
Toelichting: De verdeling van de beschikbare standwerkvergunningen is op dezelfde manier geregeld als de verdeling van de dagplaatsvergunningen. Ook standwerkvergunningen zijn vergunningen voor de duur van één dag. Uiteraard geldt ook hier dat een aanvraag of de aanvrager (zie bijvoorbeeld artikel 4, tweede lid) moet voldoen aan de eisen. Uit artikel 20 blijkt waaraan een toewijsbare aanvraag moet voldoen. Zie verder de toelichting onder artikel 11
Art. 15 Algemene bepalingen vaste-standplaatsvergunning Bestaande tekst Nieuwe tekst (nieuwe bepaling, geen bestaande tekst)
Artikel. 15 Algemene bepalingen vastestandplaatsvergunning 1. Burgemeester en wethouders kunnen een vaste-standplaatsvergunning verlenen voor de duur van 15 jaar. 2. Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen tijdelijk een andere standplaats aanwijzen. 3. Een vaste-standplaatsvergunning is niet overdraagbaar. 4. De vergunninghouder kan zich laten bijstaan door een of meer personen.
Toelichting: Eerste lid Dit artikel bevat de algemene bepalingen met betrekking tot de vaste-standplaatsvergunning. Deze vergunning geldt, vanwege de beperkte beschikbaarheid van de openbare ruimte voor de markthandel, als een schaarse vergunning in de zin van de Dienstenrichtlijn. Of er daadwerkelijk meer aanvragers zijn dan vergunningen is voor de kwalificatie als schaarse vergunning niet van belang. Schaarse vergunningen worden voor bepaalde tijd verleend. De achterliggende gedachte daarbij is dat de vergunning na verloop van tijd weer beschikbaar moet komen voor (her)verdeling. Niet alleen de zittende ondernemers, maar ook potentiële andere gegadigden moeten immers de kans krijgen om toe te treden tot de markt. Bij het bepalen van de duur van de vaste-standplaatsvergunning is de zogenaamde terugverdientijd (en een redelijke vergoeding van geïnvesteerd kapitaal) van belang. De looptijd van de vergunning hoort niet korter te zijn dan deze terugverdientijd, omdat anders de vergunninghouders het risico lopen hun investeringen niet te kunnen terugverdienen. De looptijd van de vergunning hoort ook niet langer te zijn dan de terugverdientijd, omdat anders de potentiële gegadigden onnodig lang worden afgehouden van de toegang tot de markt. Het is aan het gemeentebestuur om gemotiveerd en onderbouwd vast te stellen wat de looptijd van de vergunning moet zijn.
Zie hiervoor de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) van 21 juli 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1588), waarin de Afdeling onder meer heeft overwogen dat bij het bepalen van de looptijd (“passende beperkte duur”) van een beleidsmatig schaarse vergunning de terugverdientijd van noodzakelijke investeringen als factor moet worden meegenomen. Uit deze uitspraak volgt verder dat de zogenaamde afschrijvingstermijn niet per afzonderlijke vergunning of vergunninghouder mag worden bepaald, omdat dit tot willekeur leidt en niet verenigbaar is met de vereiste rechtszekerheid voor de vergunninghouders en eventuele gegadigden voor de vergunningen. Volgens de Afdeling kan per branche worden vastgesteld binnen welke termijn de bedoelde afschrijvingen redelijkerwijs kunnen worden gedaan. Uit de besluitvorming moet blijken dat het gemeentebestuur rekening heeft gehouden
met de terugverdientijd. In de marktadviescommissie Gemeente Terneuzen is de handreiking besproken en besloten om de bestaande marktstandplaatsvergunningen te wijzigen van onbepaalde tijd naar een marktstandplaatsvergunning voor bepaalde tijd. De periode van bepaalde tijd is gesteld op 15 jaar. In deze periode van 15 jaar zullen de ondernemers hun investeringen kunnen terug verdienen. De ondernemers met een vergunningen voor onbepaalde tijd krijgen een vergunning voor bepaalde tijd van 15 jaar met een overgangsregeling van 5 jaar. Zo wordt ruimte gecreëerd voor bestaande vergunninghouders om hun businessmodel aan te passen aan de nieuwe regelgeving. Tweede lid Op de vergunning staat vermeld welke vaste standplaats door de vergunninghouder ingenomen mag (en moet) worden. Op grond van het tweede lid kunnen burgemeester en wethouders in bijzondere gevallen tijdelijk een andere standplaats aanwijzen. Daarbij kan worden gedacht aan extreme weersomstandigheden, noodzakelijke reconstructiewerkzaamheden of bepaalde evenementen. Derde lid De vaste-standplaatsvergunning is uitdrukkelijk niet overdraagbaar, alleen al niet omdat dit niet verenigbaar is met het vereiste om potentiële gegadigden gelijke kansen te bieden om toe te treden tot de markt. Art. 16 Overschrijven vaste-standplaatsvergunning Bestaande tekst Nieuwe tekst (nieuwe bepaling, geen bestaande tekst)
Artikel. 16 Overschrijven vastestandplaatsvergunning
1. Als de vergunninghouder niet langer zelf van de vastestandplaatsvergunning wil gebruikmaken, overleden is of onder curatele gesteld is, kunnen burgemeester en wethouders op aanvraag van de vergunninghouder, zijn erven of curator de vergunning overschrijven op naam van zijn echtgenoot, geregistreerde partner of andere persoon met wie hij duurzaam samenwoont of samenwoonde, of zijn kind. Als de over te schrijven vergunning is verleend met inachtneming van de verdeelprocedure van artikel 11, kan overschrijving alleen gebeuren als in dezelfde mate wordt voldaan aan de criteria, genoemd in artikel 11, vijfde lid. Als de over te schrijven vergunning is verleend voor een branche of artikelgroep, kan
overschrijving alleen gebeuren voor die branche of artikelgroep. 2. Als de in het eerste lid bedoelde overschrijving niet kan worden gedaan, kunnen burgemeester en wethouders de vaste-standplaatsvergunning op aanvraag van de vergunninghouder, zijn erven of curator overschrijven op naam van een medewerker van de vergunninghouder of een medeeigenaar van diens bedrijf als deze ten minste een jaar in loondienst heeft gewerkt bij de vergunninghouder of heeft gefunctioneerd als medeeigenaar. Als de over te schrijven vergunning is verleend met inachtneming van de verdeelprocedure van artikel 11, kan overschrijving alleen gebeuren als in dezelfde mate wordt voldaan aan de criteria genoemd in artikel 11, vijfde lid. Als de over te schrijven vergunning is verleend voor een branche of artikelgroep, kan overschrijving alleen gebeuren voor die branche of artikelgroep.
3. De overschrijving van de vastestandplaatsvergunning geldt voor de resterende vergunningsduur. Na het einde van de duur van de vergunning komt deze beschikbaar voor verdeling volgens de in het inrichtingsplan vastgelegde verdeelprocedure van de artikelen 11 of 12. 4. In geval van overlijden of ondercuratelestelling van de vergunninghouder wordt de aanvraag tot overschrijving binnen twee maanden nadien ingediend.
5. Burgemeester en wethouders wijzen de aanvraag tot overschrijving af als niet wordt voldaan aan het bij of krachtens deze verordening bepaalde. 6. Als de nieuwe vergunninghouder al
over een vaste-standplaatsvergunning voor de betrokken markt beschikt, kunnen burgemeester en wethouders deze intrekken Toelichting: Eerste en vierde lid Als de vergunninghouder de vergunning niet meer zelf wil gebruiken, kan hij burgemeester en wethouders vragen om de vaste-standplaatsvergunning in te trekken. Intrekking van de vergunning gebeurt ook na het overlijden of onder curatele stellen van de vergunninghouder. Een alternatief is dat de vergunning (op aanvraag) wordt overgeschreven op naam van een ander. Artikel 16 regelt dat dit onder omstandigheden kan en op wiens naam de vergunning dan mag worden overgeschreven. Als de vergunninghouder is overleden of onder curatele gesteld, moet de aanvraag om overschrijving worden gedaan binnen twee maanden na het overlijden of de ondercuratelestelling. Tweede en derde lid In dit artikel is verder voor de duidelijkheid vastgelegd dat als de vergunning is verworven via een selectieprocedure (artikel 11), de overschrijving ervan alleen kan gebeuren als in dezelfde mate wordt voldaan aan de criteria op grond waarvan de vergunning eerder was verleend. Ook overigens geldt dat alle aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen onverkort van toepassing blijven . De overschrijving geldt alleen voor de resterende looptijd van de betreffende vergunning en de overgeschreven vergunning kan niet worden verlengd.
Na het einde van de looptijd moet de vergunning volgens de toepasselijke verdeelprocedure opnieuw worden uitgegeven. Art. 17 Intrekking en vervallen vaste-standplaatsvergunning Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 9. Intrekking vaste standplaatsvergunning
Artikel. 17 Intrekking en vervallen vastestandplaatsvergunning
1. Het college trekt een vaste standplaatsvergunning in:
1. Burgemeester en wethouders trekken de vaste-standplaatsvergunning in: a. op schriftelijke aanvraag van de vergunninghouder; of
a. op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder; b. bij overlijden van de vergunninghouder, tenzij op grond van artikel 5 van het marktreglement van de gemeente Terneuzen de vergunning wordt overgeschreven. 2. Het college kan een vaste standplaatsvergunning intrekken: a. indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;
b. twee maanden na diens overlijden of ondercuratelestelling, tenzij overeenkomstig artikel 16 een aanvraag tot overschrijving is ingediend. 2. Burgemeester en wethouders kunnen de vaste-standplaatsvergunning intrekken als: a. de vergunninghouder ter verkrijging van de vergunning onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt; b. de vergunninghouder, degene die hem vervangt of een persoon die hem bijstaat zich op de markt schuldig heeft gemaakt
b. indien de vergunninghouder niet meer voldoet aan de in artikel 8 genoemde vereisten.
aan wangedrag of bedrog of het bij of krachtens deze verordening bepaalde heeft overtreden;
3. Indien degene op wie een vergunning ingevolge artikel 5 van het marktreglement van de gemeente Terneuzen is overgeschreven, reeds vergunning heeft voor een andere vaste standplaats op dezelfde markt, wordt laatstgenoemde vergunning ingetrokken.
c. van de vergunning gedurende ten minste twee maanden geen gebruik is gemaakt; d. de vergunninghouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet; of e. de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen niet zijn of worden nageleefd. 3. Als de in het tweede lid bedoelde intrekking voor bepaalde tijd is, kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat de op de vastestandplaatsvergunning vermelde vaste standplaats tijdelijk vervalt.
Toelichting: Eerste lid Burgemeester en wethouders zijn gehouden de vaste-standplaatsvergunning in te trekken als de vergunninghouder daarom vraagt, of als hij is overleden of onder curatele gesteld. Dit is anders wanneer tijdig een aanvraag tot overschrijving is gedaan (zie artikel 16). Tweede en derde lid Op grond van het tweede lid zijn burgemeester en wethouders bevoegd, maar niet verplicht om de vergunning in te trekken als één van de daar genoemde situaties zich voordoet. Intrekking van de vergunning op grond van het tweede lid kan voor bepaalde of onbepaalde tijd zijn. Als de intrekking voor bepaalde tijd is, kan dat ook betekenen dat gedurende die tijd ook de op de vergunning vermelde vaste standplaats vervalt. Vierde lid De vaste-standplaatsvergunning vervalt tijdelijk als de vergunninghouder (of zijn rechtmatige vervanger, zie (artikel 16) de standplaats niet (op tijd) heeft ingenomen. In dat geval vervalt de vergunning voor de rest van de dag en kan de betreffende vaste-standplaats worden uitgegeven als dagplaats (zie artikel 20, eerste lid). De houder van de vastestandplaatsvergunning kan op die dag zijn standplaats niet alsnog innemen. Art. 18 Persoonlijk innemen vaste standplaats; vervanging Bestaande tekst Nieuwe tekst (nieuwe bepaling, geen bestaande tekst)
Art. 18 Persoonlijk innemen vaste standplaats; vervanging 1. De vergunninghouder of een medewerker in dienst bij de
vergunninghouder neemt de op de vastestandplaatsvergunning vermelde standplaats persoonlijk in. 2. In geval van vakantie of bijzondere omstandigheden kunnen burgemeester en wethouders erin toestemmen dat een vervanger de standplaats inneemt. Een aanvraag om toestemming vermeldt de reden en verwachte duur van de afwezigheid van de vergunninghouder en de naam van de beoogde vervanger. 3. De medewerker treedt op namens de vergunninghouder en handelt namens de vergunninghouder. Het bepaalde in de Marktverordening gemeente Terneuzen is van overeenkomstige toepassing op de medewerker. Alle handelingen van de medewerker op de markt worden aan de vergunninghouder toegerekend. De vergunninghouder blijft, ook bij een medewerker, altijd verantwoordelijk voor het gebruik van de standplaats.
Toelichting: Eerste en tweede lid De vergunninghouder is verplicht om de op de vaste-standplaatsvergunning vermelde standplaats persoonlijk in te nemen of door een medewerker in dienst bij de vergunninghouder. Als hij dat vanwege vakantie of bijzondere omstandigheden niet kan, kunnen burgemeester en wethouders erin toestemmen dat een vervanger de vaste standplaats inneemt. De vergunninghouder moet een aanvraag om toestemming indienen, met daarin de reden en de duur van zijn afwezigheid en de naam van de beoogde vervanger. Burgemeester en wethouders kunnen toestemming weigeren. Het spreekt voor zich dat de vervanger optreedt namens de vergunninghouder en evenzeer gebonden is aan alle verplichtingen die voor de vergunninghouder gelden. Artikel 19. Plaatsverandering na beschikbaar komen vaste standplaats Bestaande tekst Nieuwe tekst (nieuwe bepaling, geen bestaande tekst)
Artikel 19. Plaatsverandering na beschikbaar komen vaste standplaats 1. Als een vaste standplaats
beschikbaar komt voor het einde van de duur van de vastestandplaatsvergunning, kunnen burgemeester en wethouders deze standplaats voor de resterende vergunningsduur toewijzen aan een houder van een vastestandplaatsvergunning op de
betrokken markt. De toewijzing gebeurt op aanvraag. 2. Als meerdere aanvragen zijn ingediend voor plaatsverandering, wijst de marktmeester de vaste standplaats toe. Toelichting: Eerste lid Als op een markt, om welke reden ook, een vaste standplaats vrijkomt, dan kan deze worden toegewezen aan een zittende houder van een andere vaste-standplaatsvergunning op die markt. De toewijzing gebeurt door een wijziging van diens bestaande vergunning en op aanvraag, niet ambtshalve. De plaatsverandering is voor de resterende duur van de vastestandplaatsvergunning die was gekoppeld aan de beschikbaar gekomen standplaats. Zittende vergunninghouders kunnen een aanspraak maken op een verandering van hun standplaats, omdat zij hebben bijgedragen aan de markt en daarmee aan het voorzieningenniveau. Tweede lid Als er meer vergunninghouders zijn die een aanvraag doen om plaatsverandering, dan wordt tussen hen geloot. Loting vindt plaats door middel van een trekking. Art. 20 Dagplaatsvergunning Bestaande tekst
Nieuwe tekst
(nieuwe bepaling, geen bestaande tekst)
Artikel. 20 Dagplaatsvergunning 1. Burgemeester en wethouders kunnen een dagplaatsvergunning verlenen voor de duur van een dag, voor de op de vergunning vermelde dagplaats of voor het innemen van een vaste standplaats, wanneer die niet is ingenomen door de houder van de vaste-standplaatsvergunning of zijn rechtmatige vervanger. 2. Voor een dagplaatsvergunning komen in aanmerking de gegadigden die op de marktdag vóór de aanvang van de markttijd bij de marktmeester een toewijsbare aanvraag om een dagplaatsvergunning hebben ingediend, mits zij voldoen aan een geldend branche- of artikelgroepvereiste. en aan wie gedurende de voorafgaande periode van vier weken niet vaker dan een keer een standwerkvergunning is verleend. 3. Burgemeester en wethouders weigeren een dagplaatsvergunning als
de aanvrager op een of meer van de voorafgaande vier marktdagen: a. zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of het bij of krachtens deze verordening bepaalde heeft overtreden; of b. niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld heeft voldaan dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet. 4. Burgemeester en wethouders kunnen een dagplaatsvergunning weigeren wanneer de aanvrager eerder een vastestandplaatsvergunning had die niet langer dan een jaar geleden is ingetrokken. 5. Een dagplaatsvergunning is niet overdraagbaar en de vergunninghouder kan zich niet laten vervangen. 6. De vergunninghouder kan zich laten bijstaan door een of meer personen.
Toelichting: Eerste lid Een dagplaatsvergunning kan langs twee wegen worden verleend, zo volgt uit het eerste lid. Als bepaalde standplaatsen zijn bedoeld als dagplaats kunnen burgemeester en wethouders voor die standplaatsen dagplaatsvergunningen afgeven. Ook kan een dagplaatsvergunning worden verleend voor een vaste-standplaats die op de betreffende dag niet (op tijd) is ingenomen door de houder van de bijbehorende vaste-standplaatsvergunning of zijn rechtmatige vervanger (zie artikel 18). Ook dagplaatsvergunningen kunnen niet onbeperkt worden uitgegeven en zijn in die zin schaars. Hun looptijd is beperkt tot een dag. Op de vergunning staat vermeld welke standplaats door de vergunninghouder ingenomen mag (en moet) worden. De wijze van verdeling van dagplaatsvergunningen is geregeld in artikel 13. Tweede tot en met vierde lid Uit het tweede lid volgt wie in aanmerking kan komen voor een dagplaatsvergunning en wie dus een toewijsbare aanvraag kan indienen. Burgemeester en wethouders moeten de vergunning weigeren in de gevallen die zijn genoemd in het derde lid. In de gevallen die zijn genoemd in het vierde lid kunnen burgemeester en wethouders de vergunning weigeren. Vijfde en zesde lid Anders dan bij een vaste-standplaatsvergunning kan de houder van een dagplaatsvergunning zich, logischerwijs, niet laten vervangen. Hij kan zich wel laten bijstaan.
Art. 21 Standwerkvergunning Bestaande tekst
Nieuwe tekst
(nieuwe bepaling, geen bestaande tekst)
Artikel. 21 Standwerkvergunning 1. Burgemeester en wethouders kunnen een standwerkvergunning verlenen voor de duur van een dag, voor de op de vergunning vermelde standwerkplaats en artikelen. 2. Voor een standwerkvergunning komen in aanmerking de gegadigden die op de marktdag vóór de aanvang van de markttijd bij de marktmeester een toewijsbare aanvraag om een standwerkvergunning hebben ingediend, mits zij voldoen aan een geldend branche- of artikelgroepvereiste, en aan wie gedurende de voorafgaande periode van vier weken niet vaker dan een keer een standwerkvergunning is verleend. 3. Burgemeester en wethouders weigeren een standwerkvergunning als de aanvrager op een of meer van de voorafgaande vier marktdagen: a. zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of aan bedrog of het bij of krachtens deze verordening bepaalde heeft overtreden; of b. niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld heeft voldaan dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet. 4. Een standwerkvergunning is niet overdraagbaar en de vergunninghouder kan zich niet laten vervangen. 5. De vergunninghouder kan zich laten bijstaan door een of meer personen
Toelichting: Eerste lid Als bepaalde standplaatsen zijn bedoeld als standwerkplaats kunnen burgemeester en wethouders voor die standplaatsen standwerkvergunningen afgeven. De standwerkvergunning geldt, net als de dagplaatsvergunning, voor een dag. Op de vergunning staat vermeld welke standplaats door de vergunninghouder ingenomen mag (en moet) worden en eveneens voor welke artikelen de vergunning geldt. De wijze van verdeling van standwerkvergunningen is geregeld in artikel 14. Tweede en derde lid Uit het tweede lid volgt wie in aanmerking kan komen voor een standwerkvergunning en wie dus een toewijsbare aanvraag kan indienen. De weigeringsgronden zijn geregeld in het derde lid. Vierde en vijfde lid Anders dan bij een vaste-standplaatsvergunning kan de houder van een standwerkvergunning zich, logischerwijs, niet laten vervangen. Hij kan zich wel laten bijstaan. Art 22 Toonplicht vergunning of toestemming Bestaande tekst (nieuwe bepaling, geen bestaande tekst)
Nieuwe tekst Artikel 22. Toonplicht vergunning of toestemming Degene die een standplaats inneemt of wil innemen is op eerste verzoek van een toezichthouder verplicht aan te tonen dat hij daartoe gerechtigd is.
Toelichting: Dit artikel verplicht degene die de standplaats inneemt om zich te identificeren wanneer hierom gevraagd wordt. Art. 23 Markttijden in acht nemen Bestaande tekst (nieuwe bepaling, geen bestaande tekst)
Nieuwe tekst Artikel 23. Markttijden in acht nemen 1. Het is verboden meer dan twee uur voor de aanvang en meer dan twee uur na afloop van de markt op welke wijze dan ook ruimte in te (doen) nemen op het marktterrein, of goederen aan of af te (laten) voeren. 2. De vergunninghouder neemt zijn standplaats in tot de sluitingstijd van de markt, behoudens door burgemeester en wethouders verleende ontheffing.
3. Burgemeester en wethouders kunnen aan de ontheffing voorschriften en beperkingen verbinden ter bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de ontheffing is vereist. De houder van de ontheffing is verplicht de aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen na te leven.
Toelichting: Artikel 23, "Markttijden in acht nemen", beperkt het gebruik van ruimte voor en na de markt om een vlotte op- en afbouw van kramn te waarborgen en een veilige omgeving voor bezoekers te garanderen. Vergunninghouders dienen hun standplaats tijdens markturen in te nemen, tenzij anders bepaald door de autoriteiten. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen onder voorwaarden die de belangen van openbare veiligheid en overlast beogen te beschermen. Art 24. Marktterrein schoonhouden Bestaande tekst (nieuwe bepaling, geen bestaande tekst)
Nieuwe tekst Artikel 24. Marktterrein schoonhouden 1. De vergunninghouder is verplicht afval, waaronder verpakkingsmateriaal, dat op zijn standplaats vrijkomt tijdens de door hem bedreven handel zodanig te bewaren dat het marktterrein daardoor niet wordt verontreinigd en het afval niet door onbevoegden kan worden verwijderd. De vergunninghouder voert het afval onmiddellijk na afloop van de markt af, of laat het afvoeren. 2. De vergunninghouder is verplicht de door hem ingenomen standplaats en de naaste omgeving daarvan na afloop van de markt veegschoon achter te laten.
Toelichting: Dit artikel zorgt er ervoor dat het marktterrein schoon blijft. Door ervoor te zorgen dat handelaren hun afval op de juiste manier beheren en direct na de markt opruimen, voorkomen we vervuiling en zorgen we ervoor dat het terrein er netjes uitziet. Dit draagt bij aan een prettige ervaring voor zowel handelaren als bezoekers. Art 25. Toezichthouders Bestaande tekst Artikel 14. Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de marktmeester en de bij besluit van het college
Nieuwe tekst Artikel 25. Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast de door burgemeester en wethouders aangewezen marktmeester en
aangewezen personen.
de overige door hen aangewezen toezichthouders.
Toelichting: Tekstuele aanpassing Art. 26 Onmiddellijke verwijdering Bestaande tekst Artikel 12. Onmiddellijke verwijdering Onverminderd het bepaalde in artikel 125 van de Gemeentewet kan het college een vergunninghouder gelasten zich onmiddellijk van de markt te verwijderen indien hij: a. het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning overtreedt;
Nieuwe tekst Artikel 26. Onmiddellijke verwijdering Burgemeester en wethouders kunnen een vergunninghouder of degene die hem bijstaat of vervangt gelasten zich onmiddellijk van de markt te verwijderen als deze zich op de markt schuldig heeft gemaakt aan wangedrag of bedrog of het bij of krachtens deze verordening bepaalde heeft overtreden.
b. zich op de markt schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; c. niet als standwerker actief is op een hem toegewezen standwerkersplaats. Toelichting: Tekstuele wijzingen. Art 27 Strafbepaling Bestaande tekst Artikel 13. Strafbepaling Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie
Nieuwe Tekst Artikel 27. Strafbepaling Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste drie maanden.
Toelichting: Op basis van het VNG model marktverordening is de maatregel van hechtenis van ten hoogste drie maanden overgenomen.
Art. 28 Overgangsrecht Bestaande tekst Artikel 16. Overgangsbepalingen ·1. Besluiten van het college die genomen zijn krachtens Marktverordening Terneuzen 2009 gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. ·2. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de Marktverordening Terneuzen 2009 is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet definitief op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast. 3. De anciënniteitenlijst behorende bij de Marktverordening Terneuzen 2009 geldt als anciënniteitenlijst behorende bij deze verordening
Nieuwe tekst Artikel 28. Overgangsrecht 1. Besluiten op de grond van de marktverordening Terneuzen 2011 blijven na de inwerkingtreding van deze verordening gelden, totdat burgermeester en wethouders deze ambtshalve hebben gewijzigd of ingetrokken. 2. Bij de ambtshalve wijziging van een vaste-standplaatsvergunning kunnen burgemeester en wethouders in afwijking van artikel 15, eerste lid, een kortere duur van de vergunning bepalen, afhankelijk van de omstandigheden van het geval. 3. De op grond van de marktverordening Terneuzen 2011 vastgestelde anciënniteitslijsten komt te vervallen. 4. Op bezwaarschriften tegen besluiten op grond van de marktverordening Terneuzen 2011 waarop bij de inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, wordt met toepassing van de marktverordening Terneuzen 2011 beslist. 5. De vergunninghouders die een vergunning hebben gekregen die valt onder de marktverordening Terneuzen 2011 krijgen bij verlening onder de nieuwe verordening eenmalig een vergunning voor de duur 20 jaar.