CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-03-07 bijlage lessons learned TenneT voor Nationaal Klimaat Platform door Dorpsraad Wijk aan Zee - motie M24-04

commissie Omgeving 27 maart 2024, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Motie M24-04 Benoemen toegestane locaties met laagfrequent geluid in de gemeente Terneuzen2.755 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Geleerde lessen mbt TenneT project in Wijk aan Zee (vestiging van de aanlanding en transformatie van stroom). Door: Dorpsraad Wijk aan Zee

1. Vraagstelling National Klimaat Platform (NKP), bij monde van haar voorzitter Kees Vendrik heeft de Dorpsraad Wijk aan Zee verzocht om, een lessons learned evaluatie. Hieronder de ervaringen van de Dorpsraad Wijk aan Zee. Het motto van het NKP is ‘Versnellen en verbinden’. Het platform verbindt praktijkervaringen van burgers, bedrijven en maatschappelijke instellingen met beleid, om de transitie naar een economie en samenleving zonder uitstoot van broeikasgassen te versnellen. Waar de geleerde lessen tot verbetering bij toekomstige transitie gerelateerde projecten moet leiden, verwachten bewoners dat ook gekeken worden naar reparatiemaatregelen die kunnen leiden tot herstel van het vertrouwen. In dit geval met betrekking tot het project in Wijk aan Zee. Ook daarover zal de Dorpsraad iets zeggen. 2. Situatie Wijk aan Zee is een kustdorp met ruim 2.000 inwoners dat hoort bij de verderop gelegen gemeente Beverwijk. In Wijk aan Zee heeft TenneT het grootste transformatorstation van Nederland gebouwd ten bate van de aanlanding van de stroom van drie windparken in zee. De kabels zijn in het strand ingegraven, gaan onder de duinen door en verder richting het terrein van Tata Steel. Daar staat het transformatorstation (23 voetbalvelden groot) langs de toegangsweg naar Wijk aan Zee. De stroom gaat nadat het voltage is gewijzigd door naar een landstation in Beverwijk.

Het transformatorstation in Wijk aan Zee is toegevoegd aan – beter is qua belasting te spreken van ‘gestapeld op’- een zwaar belaste industriële omgeving die omringd wordt door dichte bewoning en een gevoelig (Natura 2000) natuur gebied. De eerste woonhuizen staan 740 meter van het mega landstation. Het voortraject verdient vanuit het gezichtspunt van de bevolking maar zeker ook technisch beschouwd geen schoonheidsprijs. Het station staat op de verkeerde plaats vanuit overlastperspectief. Zogenaamde ‘extra maatregelen’ om geluidsoverlast te vermijden gaan niet tot het uiterste. Teneinde de angst voor geluidsoverlast te dempen werd veel geschermd met de belofte tot handhaven – zowel in onderhandelingen als in de rechtbank. Handhaving is evenwel een wassen neus. Met de transformator eenmaal in bedrijf zijn er overduidelijk namelijk geen reële mogelijkheden meer het project te stoppen of te keren. Bewoners leven met zoveel industrieel lawaai dat de oorsprong van nieuw, extra geluid niet eenduidig te identificeren is. De bevolking is gefrustreerd, voelt zich opzij gezet, en staat meer dan kritisch tegenover elke overlast die het project, nu en in de operationele fase - die nu zal aanvangen - tot gevolg heeft.

In de pers, maar ook in gesprekken met de overheid op gemeentelijk niveau, op provinciaal niveau en in de landelijke politiek laat de lokale bevolking zich negatief uit. Het is schrijnend te constateren dat in een zeer actieve gemeenschap waar initiatieven op gebied van gezondheid, milieu en klimaat omarmd worden dit project niet geleid heeft tot ‘versnellen en verbinden’ maar tot weerzin en een gevoel van onmacht en misbruikt te zijn. 3. Het voortraject In het voortraject is veel aandacht besteed aan participatie - althans in vorm - en voorlichting. Meest significant: Verkenning aanlanding netten op zee: Een serie van bijeenkomsten. Deze stonden bol van termen als “Samen in gesprek” en de voorlichting heette gebiedsbijeenkomsten of regiobijeenkomsten. Deze verkenning was bedoeld voor optimalisatie van de planologische inpassing en daarmee de keuze waar exact de aanlandingspunten voor de windenergie uit zee moesten komen. Waar Europoort (de locatie Borselle was al bepaald) en de Eemshaven (voor het Gemini-windpark was al bepaald) geen hersenkrakers waren, ging veel aandacht uit naar zeven potentiële aanlandingstrajecten langs de Noordhollandse kust. De enige plek waarvan vertegenwoordigers hartstochtelijk pleitten voor de komst van het aanlandingspunt met de mega transformator was Den Helder.

Dat werd afgeschoten door TenneT want er was geen aansluiting op het hoogspanningsnet. Het proces dat erop volgde - verkennen en trechteren- mondde uit in de keuze voor Wijk aan Zee. Dat dorp was volgens TenneT de “goedkoopste oplossing” en bovendien naast de staalfabriek van Tata Steel. De toekomstige vraag van juist dat bedrijf paste wonderbaarlijk goed bij het streven de elektriciteit zo dicht mogelijk bij de aanlanding ook te verbruiken. De bijeenkomsten waren open voor bewonersgroepen, NGO’s, bedrijven en overheden (OD’s etc.). Bewoners (vrijwilligers) waren nagenoeg niet aanwezig op deze bijeenkomsten. Een belangrijke reden: de bijeenkomsten werden op werktijden georganiseerd. De Dorpsraad Wijk aan Zee, belangrijke spreekbuis voor het dorp, had niemand die overdag kon. En zij was in het begin ook onvoldoende doordrongen van implicaties die dit station voor de omgeving zou hebben. Te leren les: de enige werkelijke uitdaging van deze fase was voor de planologen. Die moesten hun werk goed doen. Geen enkele bewoner voelt zich aangesproken als het perspectief van een planologische discussie zo breed getrokken wordt als heel Nederland en vervolgens heel Noord-Holland; dat was hier het geval. En het hele trechteren - met de logische uitkomst uit vooraf bepaalde criteria – is slechts interessant voor betrokken professionals. 1) Dit is GEEN participatie, dus noem het ook niet zo.

2) Gebruik dit soort besluitvormingsondersteuning NIET als argument om te verklaren wie de Zwarte Piet toegewezen krijgt 3) In dit voortraject gaat het om vaak genoemde ‘nationaal belang’ en dus vooral ook om wie hiervoor moet ‘inschikken’. Zorg ervoor dat dan ook op tafel komt hoe die te slachtofferen lokale omgeving gecompenseerd wordt. Dat is een onderwerp waar participatie WEL telt en interesse wekt. Dat is een element dat het ‘leuk’ maakt.

4) Organiseer bijeenkomsten met bewoners niet overdag als veel mensen aan het werk zijn. a) Project locatie: Na de keuze aanlanding bij Wijk aan Zee werd door TenneT in samenspraak met de Gemeente Beverwijk en Tata bepaald dat het project van de transformator in Wijk aan Zee op het Tata terrein moest komen. Dit was een minder zichtbaar proces. De later gebruikte argumenten voor de gezochte uitkomst zaten vol fouten. Dit heeft geleid tot frustratie en grote weerstand. Een voorbeeld: de alternatieve locatie bij het in Beverwijk bestaand transformatorstation (en tevens eindstation voor de stroom) viel af omdat op de gebruikte kaart woningen getekend stonden. Dit klopte niet. Het betrof een onbewoond gebied met slechts tuinhuisjes. Te leren les: Als er een gewenste uitkomst is, wees daar dan eerlijk en open over. Vervolgens moet het gesprek gaan over de gevolgen voor de bevolking en de maatregelen om nadelen te voorkomen. Dit zou resulteren in: - Extra eisen voor geluidsisolatie en dus extra kosten voor het project. Met dat gegeven kan dan nog eens – tijdig en voor definitieve besluiten - goed naar de tot dan gewenste locatie gekeken worden - De compensatie van omwonenden voor onmiskenbaar te verwachten overlast. Ook dat is een kostenplaatje dat invloed kan hebben op de uiteindelijke locatie keuze.

Hier is het dan ook noodzakelijk bewoners (zijnde vrijwilligers) uitdrukkelijk erbij te betrekken. Hoe maak je die betrokkenheid aantrekkelijk? b) Voorlichting: TenneT heeft, in een vroegtijdig stadium, veel aandacht besteed aan voorlichting, met een reeks van inloopbijeenkomsten, flyers en publicaties. Op de meeste bijeenkomsten was het aantal voorlichters, omgevingsmanagers, en consultants van TenneT en EZK talrijker dan het publiek. Van bewonerszijde was er slechts een enkeling. Pas bij het voorleggen van de vergunning en vergunningsaanvraag met meer dan 1.000 bladzijden drong de volle omvang van dit project, met ook het risico op ernstige geluidsoverlast tot de bewoners en de Dorpsraad door. Vervolgens ontspon zich een juridisch gevecht met bezwaar en beroep dat vooral over het wel of niet binnen de (ter plaatse al zwaar opgerekte) geluidsnormen vallen ging. Voor bezwaar zijn normen het enige middel; voor de praktijk gaat het natuurlijk over meer dan dat. Geluid en overlast binnen een (opgerekte) norm is immers ook hinder. Daarbij kwam dat het project in twee separaat te vergunnen fases was opgebroken, terwijl het vanuit bewonersperspectief natuurlijk gewoon een (1) project was en is. Een zogenaamde uienschil strategie.

TenneT heeft in dit traject wel ‘extra maatregelen’ (dus investeringen) toegezegd, maar bewoners zagen dit als hoe dan ook onontkoombaar als het project in een keer in zijn totaal vergund zou zijn. De voorlichting ging over in zogenaamde thema-groepen waarvoor bewonersgroepen uitgenodigd waren. Hier werd opnieuw vaak de term participatie gebezigd, maar uiteraard beperkte de participatie zich tot het doorgeven van de koffie. Vanuit bewoners is in een vroegtijdig stadium het voorstel gedaan voor het oprichten van een gebiedsfonds (of storten in een bestaand gebiedsfonds) met het oogmerk te voorzien in de lokale energietransitie. Dit is zonder omhaal door TenneT afgewezen als niet doelmatig.

Alle bewoners kregen nieuwsbrieven in de bus over het project. Zij werden uitgenodigd kennis te nemen van het project. In de nieuwsbrieven werd evenwel nimmer melding gemaakt van het soort overlast waarmee bewoners thuis te maken konden krijgen. Dat zou voor het gros van de bewoners – die verder geen interesse in het project hadden een reden zijn geweest om wel naar een bijeenkomst te gaan en het naadje van de kous te vragen. Te leren les: Er is op geen enkele wijze getracht de bewoners te betrekken bij het project. Allereerst niet omdat er geen interessant en positief element in het project voor de bewoners zat. Alles was gericht op ‘We leggen het nog eens goed uit’ en bewondering voor de eigen operatie opwekken (‘Kijk eens wat voor een geweldige klus we hier klaren en hoe duurzaam en veilig we dat doen’). Daarmee kan de, in de ogen van de bewoners, onrechtvaardige keuze voor de locatie van het project niet goedgepraat worden. Het gesprek gaat dan uitsluitend over overlast en zorgen. De boosheid over de overlast toen de vrachtwagens en bulldozers eenmaal verschenen en het gehei begon, werd versterkt door de eenzijdige voorlichting in de nieuwsbrieven. Niet in de aanloop noch tijdens het project was het gegaan (of ging het) over de ervaren (of mogelijk te ervaren) overlast.

De nieuwsbrieven schetsten een glorierijke werkelijkheid van technisch hoogstandjes met bovenmenselijke inspanningen van medewerkers. De keerzijde bestond niet in die werkelijkheid op papier. Tenzij de opmerking onderaan in een hoekje ‘Met vragen kunt u zich melden bij… ‘ zo moest worden opgevat. Maar de bewoners waren blanco en hadden daarom geen vragen. En in de Klankbordgroep ging het daar ook al niet over. Het verwijt van TenneT (‘dan had je maar naar onze bijeenkomsten moeten gaan’) werd door bewoners als omkering van de verantwoordelijkheid ervaren. Tot slot: het doelmatigheidsbeginsel, waaraan TenneT gehouden zegt te zijn, werd te eng uitgelegd. Namelijk slechts in te begroten extra uitgaven. Zonder dat het project merkbare spin-offs voor de lokale bevolking heeft is het een invasief project dat ongeacht of er veel of weinig overlast is, daarmee ongewenst is.

4. Het project en verder Tijdens het project ontstond concrete schade. TenneT had een deel van die schade (een groot aantal strandhuisjes kan niet worden geplaatst in verband met werkzaamheden; strandexploitanten vrezen omzetdaling en bewoners hebben overlast) voorzien. Het bedrijf koos er evenwel voor om naast een eigen keuze van geselecteerde slachtoffers die vooraf gecompenseerd worden, te wachten op claims. Vervolgens werden de claims tot het uiterste bestreden. Het meest navrante voorbeeld mbt claims betreft de meest nabije bebouwing van het stuk strand waar TenneT de eerste aanlanding van kabels realiseerde. Hier werden vanaf september 2021 meerdere boringen voor mantelbuizen door de duinen verricht en op het strand met een heiblok meer dan duizend damwanden ingetrild (en later er weer uitgetrild). Op hemelsbreed 200 meter van de werkzaamheden staat een flatgebouw op de duin. Het gebouw met 21 appartementen was opgeleverd medio 2017 maar stond niet ingetekend op

de kaart die TenneT had gebruikt voor de planning. Het was over het hoofd gezien. Er was geen nulmeting gedaan en er werd na de start van de werkzaamheden geen navraag gedaan bij de bewoners. Bewoners werden door excessief lawaai (bewoners maten met eigen meetapparatuur op de gevel meer dan 70dB terwijl de wind NIET op de gevel stond) en trillingen hun huis uitgejaagd. Vloeren en wanden trilden. Het was zo erg dat in sommige appartementen de schilderijen van de muur vielen. Ook werden bewoners beknot in hun nachtrust. De werkzaamheden duurden maanden, zes dagen per week van 7.00 tot 19.00. Voor de bouw van het transformatorstation werd 9,5 ha duinbos langs de toegangsweg naar Wijk aan Zee gekapt. TenneT compenseerde dit zoals wettelijk verplicht. De bewoners hadden ideeën. Maar TenneT kaartte de zaak af met de gemeente Beverwijk en het waterleidingbedrijf PWN. De kap werd gecompenseerd met 20 ha nieuw groen in diverse wijken in Beverwijk (volgens een bestaand groenplan van de gemeente), in de gemeente Velsen en in het Noordhollands Duinreservaat. In Wijk aan Zee werd de beplanting langs de toegangsweg verdicht (wat overigens niet geldt als compensatie). In het dorp zelf kwam geen enkele boom ter compensatie. De Dorpsraad protesteerde bij TenneT omdat er wel degelijk in Wijk aan Zee bomenplant volgens de criteria van de compensatieregeling mogelijk was.

TenneT had er geen oor naar: ‘Nieuw groen hoort voor Wijk aan Zee helaas niet tot de mogelijkheden.’ TenneT stelde een Themagroup Geluid in. Geluid was (en is) evident een cruciaal onderwerp. Om toekomstige claims en handhavingsverzoeken het hoofd te bieden had TenneT bedacht om - in de al zeer lawaaiige industriële omgeving - een serie nul-metingen te doen voordat de transformator aanloopt. Het doel was (en is) dan om na aanloop nogmaals een serie metingen te doen om aan te tonen dat het TenneT geluid wegvalt in het geheel. De bewoners in de Themagroep Geluid vroegen om een continue-meting, zodat het effect van de aanloop van de transformator wel zichtbaar gemaakt kan worden. Dit werd als niet doelmatig afgewezen. Ook EZK bemoeide zich hiermee, met de angst dat de geluidsmeting ook gebruikt kan worden om overlast van Tata te identificeren. Er wordt uiteindelijk bepaald dat het opgenomen geluid daarvoor niet gebruikt mag worden. Inmiddels is een deel van de transformator aangelopen en heeft de pers melding gemaakt van een zoemtoon waar bewoners last van hebben. TenneT gaat nu een meting doen om te bewijzen dat niet is aan te tonen dat dit aan de transfomator ligt. Zij claimt dit in overleg met de Themagroep Geluid - en dus de bewoners - te doen. Bewoners willen echter weten waar de zoemtoon vandaan komt en wat er aan gedaan kan worden. De onvrede groeit.

TenneT vraagt vergunning voor het bouwen van een klantaansluiting voor Tata Steel. Dit was al voorzien, waarbij ook was aangegeven dat de bedrijfstijd waarin (luide) schakelingen plaatsvinden gedurende de dag (en dus NIET de nacht) zullen plaatsvinden. De gemeente verstrekt de vergunning, maar maakt geen onderscheid tussen dag en nacht omdat de luide schakelingen binnen de geluidsnorm vallen. Bewoners vragen aanpassing van de vergunning omdat schakelen in de nacht (volgens TenneT en Tata) niet nodig is. TenneT verzet zich vervolgens toch tot het uiterste tegen deze gevraagde aanpassing. Te leren les: TenneT stelt zich defensief op en neemt als mega-grote nieuwkomer geen maatschappelijke verantwoordelijkheid. Zelfs niet voor gemaakte fouten (zoals het over het hoofd zien van bewoning dichtbij de werkplek). Bewoners die vele maanden leden onder

excessieve overlast, kunnen nu hun energie steken in claimprocedures die TenneT tot het uiterste bestrijdt. Of in rechtszaken om de vergunning aan te passen. De reactie op het zoemtoon-incident is een ander voorbeeld. Een logische en betrokken reactie van een groot en machtig bedrijf op het incident zou zijn: ‘We zoeken uit waar deze zoemtoon vandaan komt.’ En dan de houding van het bedrijf ten aanzien van de nagenoeg kosteloze vraag van bewoners de te vergunnen bedrijfstijd van schakelen te beperken tot overdag. Dit is schrijnend. Bewoners werden hiervoor in gerechtelijke procedures gezogen. Of de koele afhandeling van de bomenkwestie. Het zijn symptomen van iets breders: het besef van wat maatschappelijke verantwoordelijkheid inhoudt in een lokale context die je totaal hebt opgeschud, ontbreekt. Het zit namelijk niet in het inhuren van nog maar een omgevingsmanager. En nog een. Of in een app-service waar je de werkzaamheden aankondigt. Of een lading zand om een skatebaan aan te leggen. Er is weinig tot niets dat TenneT verbindt met de lokale gemeenschap; zelfs geen werkgelegenheid. Het bedrijf vervreemdt zich steeds meer van de omgeving waar het zeker nog dertig – maar misschien ook honderden - jaren op grote schaal aanwezig zal zijn. De gevolgen hiervan zijn moeilijk in te schatten, maar zeker niet positief.

De gevolgen voor het draagvlak van de energietransitie – ook landelijk - zijn evenmin positief. TenneT versterkt het verzet tegen haar komst, overal. Niemand wil zo’n project. Er is geen enkel positieve component. TenneT zou er goed aan doen verbinding met het dorp te zoeken. Het eerder genoemde gebiedsfonds was zo’n open kans om naast het aspect van hinder een positieve dialoog tot stand te brengen.-.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13900063/1