2024-02-21 - 3. Onderbouwing Oranjestraat 1 te Axel
Tekst van het document
Oranjestraat 1, Axel Ruimtelijke onderbouwing Concept adviseurs • ingenieurs • openbare ruimte
COLOFON Documentgegevens Titel Projectnummer Datum Status IMRO Gemeente
Oranjestraat 1, Axel 001262 14 november 2023 concept NL.IMRO.0715.Oranjestr-0001 Terneuzen
Opdrachtnemer Naam Adresgegevens Auteur(s) Contactgegevens
Juust Goessestraatweg 17A 4421 AD Kapelle Gerard Verweij +31(0)113 405 051
Oranjestraat 1, Axel
Inhoudsopgave Toelichting
3
Hoofdstuk 1
Inleiding
4
1.1 1.2 1.3 1.4
Algemeen Plangebied Doel Leeswijzer
4 4 4 5
Hoofdstuk 2
Het project
6
Beschrijving project Juridische regeling
6 9
Beleidskader
11
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
11 12 15 16
Kwaliteit van de leefomgeving
18
Inleiding Archeologie en cultuurhistorie Bedrijven en milieuzonering Bodem Externe veiligheid Geluid Kabels en leidingen Luchtkwaliteit Natuur Niet gesprongen explosieven Verkeer en parkeren Water Milieu Effect Rapportage Conclusie
18 18 23 23 24 24 25 25 26 26 28 28 30 31
Uitvoerbaarheid
32
Financiële uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
32 32
2.1 2.2
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14
Hoofdstuk 5 5.1 5.2
Bijlagen toelichting
33
Bijlage 1
Verkennend bodemonderzoek
34
Bijlage 2
Stikstofberekening
116
Bijlage 3
Quickscan Wet natuurbescherming
134
Juust
2
Oranjestraat 1, Axel
Toelichting
Juust
3
Oranjestraat 1, Axel
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Algemeen
Het voornemen is om op de locatie Oranjestraat 1 te Axel 18 appartementen te realiseren. In de beheersverordening 'Axel' heeft het plangebied de functie 'Centrumdoeleinden' en 'Verkeersdoeleinden'. Het realiseren van 18 appartementen is in strijd met de geldende beheersverordening. Het college van B&W heeft in het principebesluit (d.d. 25 mei 2023) besloten medewerking te verlenen aan het initiatief door middel van de uitgebreide procedure omgevingsvergunning. De aanvraag moet voorzien worden van een ruimtelijke onderbouwing. Voorliggend document betreft deze ruimtelijke onderbouwing.
1.2
Plangebied
Het plangebied is gelegen aan de zuidzijde van de kern Axel. Het plangebied bestaat uit de volgende kadastrale percelen en heeft een totale oppervlakte van 1.140 m2 : AEL00, sectie G, perceelnummer 4377 (165 m2 ) AEL00, sectie G, perceelnummer 6259 (660 m2 ) AEL00, sectie G, perceelnummer 4378 (15 m2 ) AEL00, sectie G, perceelnummer 6056 (18 m2 ) AEL00, sectie G, perceelnummer 6260 (282 m2 )
Afbeelding 1 | Luchtfoto met plangrens (bron: ruimtelijkeplannen.nl; bewerking: Juust)
1.3
Doel
Het doel van deze ruimtelijke onderbouwing is het appartementengebouw toe te staan. Deze ruimtelijke onderbouwing wordt als bijlage bij de omgevingsvergunning gevoegd. Dit document toetst de realisatie van de voorgenomen ontwikkeling aan de geldende regelgeving. Daarnaast wordt beschreven wat het effect van de voorgenomen ontwikkeling is op de kwaliteit van de leefomgeving.
Juust
4
Oranjestraat 1, Axel
1.4
Leeswijzer
Deze ruimtelijke onderbouwing bestaat, naast dit inleidend hoofstuk, uit vier hoofdstukken. In hoofdstuk twee wordt het initiatief nader toegelicht. Hoofdstuk drie beschrijft het geldende beleidskader en in hoofdstuk vier worden de verschillende milieuaspecten beoordeeld. Tot slot wordt in hoofdstuk vijf ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid.
Juust
5
Oranjestraat 1, Axel
Hoofdstuk 2 2.1
Beschrijving project
2.1.1
Huidige situatie
Het project
In de huidige situatie is binnen het plangebied een aantal deels leegstaande winkels en een bovenwoning aanwezig (afbeelding 2). Naast dat de bebouwing grotendeels leegstaat, is deze ook verouderd. Het plangebied is geheel verhard. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrensd door de Kaaiwal (afbeelding 3). Aan de oostzijde grenst het plangebied aan een garage/opslagplaats. Aan de zuid- en westzijde grenst het plangebied aan de Oranjestraat.
Afbeelding 2 | Huidige situatie plangebied - bezien vanaf de Oranjestraat (bron: Google Street View)
Juust
6
Oranjestraat 1, Axel
Afbeelding 3 | Huidige situatie plangebied - bezien vanaf de Kaaiwal (bron: Google Street View)
2.1.2
Toekomstige situatie
Het voornemen is om in de toekomstige situatie een appartementengebouw te realiseren (afbeelding 4 tot en met 7). Binnen het appartementengebouw worden 18 appartementen gerealiseerd verdeeld over drie bouwlagen en de toplaag. De appartementen hebben verschillende groottes. Het kleinste appartement heeft een oppervlakte van 87,4 m2 . Hiervan worden er 12 gerealiseerd. Daarnaast worden er drie appartementen gerealiseerd met een oppervlakte van 94 m2 en nog drie met een oppervlakte van 100 m2 . Alle appartementen zijn gelegen aan de Oranjestraat en ontworpen met een focus op de buitenruimte. De ingang van vier appartementen is gesitueerd aan de Oranjestraat. Hierdoor is niet alleen 'reuring' aan de achterzijde van het gebouw waar de ingang van de overige appartementen is gelegen, maar ook aan de voorzijde. In het plan staat vergroening en klimaatadaptatie centraal. De buitenruimte, balkons, daken en gevels worden, waar mogelijk, groen aangekleed (afbeelding 5 en 6). Aan de westzijde wordt voorzien in parkeergelegenheid op eigen terrein, voor zowel auto's als fietsen (afbeelding 7). Voor de fietsen wordt een aparte berging gerealiseerd.
Afbeelding 4 | Toekomstige situatie plangebied (bron: VG-Architecten)
Juust
7
Oranjestraat 1, Axel
Afbeelding 5 | Visualisatie appartementencomplex bezien vanaf de Oranjestraat (bron: VG-Architecten)
Afbeelding 6 | Visualisatie appartementencomplex met zicht op de Kaaiwal (bron: VG-Architecten)
Juust
8
Oranjestraat 1, Axel
Afbeelding 7 | Visualisatie appartementencomplex bezien vanaf de parkeerplaats (bron: VG-Architecten)
2.2
Juridische regeling
2.2.1
Geldend bestemmingsplan
Ter plaatse van het plangebied geldt de beheersverordening 'Axel' van de gemeente Terneuzen. Deze beheersverordening is op 28 januari 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. De gronden zijn binnen deze beheersverordening bestemd voor 'Centrumdoeleinden' en 'Verkeersdoeleinden'. Het realiseren van 18 appartementen is in strijd met de bestemming 'Centrumdoeleinden'. Het plan is ook in strijd met de bestemming 'Verkeersdoeleinden' aangezien een deel van de voortuinen van de appartementen op de begane grond gerealiseerd wordt ter plaatse van deze bestemming. Daarnaast is het facetbestemmingsplan 'Parkeren Terneuzen' van toepassing, evenals de beheersverordening 'Parkeren Terneuzen' en de beheersverordening 'Wonen Terneuzen'. De ontwikkeling is hiermee niet in strijd.
Juust
9
Oranjestraat 1, Axel
Afbeelding 8 | Uitsnede geldende beheersverordening (bron: ruimtelijkeplannen.nl, bewerking: Juust)
Juust
10
Oranjestraat 1, Axel
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan grote opgaven waardoor Nederland de komende 30 jaar verandert. In de NOVI wordt aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 de langetermijnvisie in beeld gebracht. Het Rijk wil sturen op de nationale belangen. De inzet van het Rijk is samengevat in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dit houdt in dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en Afwentelen wordt voorkomen. De beleidsdoorwerking van de NOVI vindt plaats door middel van wet- en regelgeving, NOVI-gebieden, Gebiedsagenda's Grote Wateren en de Omgevingsagenda's. Het beleid heeft derhalve geen directe doorwerking voor deze onderbouwing. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Bij alle ruimtelijke plannen streeft het Rijk naar zorgvuldige afwegingen en heldere besluitvorming.
Dit doet het Rijk via het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het Bro is de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen (artikel 3.1.6). De Ladder voor duurzame verstedelijking is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. De Ladder luidt als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het wijzigingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. In welke gevallen er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling is niet concreet vastgelegd. Op het gebied van woningbouw geeft jurisprudentie een constante lijn aan. Bouwplannen met ten hoogste 11 woningen zijn geen stedelijke ontwikkeling. De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van 18 appartementen. Er is sprake van een stedelijke ontwikkeling. De vraag die vervolgens moet worden beantwoord is: is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Beoordeeld moet worden of er sprake is van een nieuw beslag op de ruimte.
Daarvan is in beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologisch regime aanwezig was. In de huidige situatie zijn er ter plaatse een aantal deels leegstaande winkels en een bovenwoning aanwezig. Het bebouwd oppervlak van de toekomstige situatie zal afnemen ten opzichte van de huidige situatie. Er is echter wel sprake van een zodanige functiewijziging dat er gesproken moet worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De behoefte moet in het kader van de ladder nader getoetst worden. In paragraaf 3.2 en 3.3 wordt nader ingegaan op de behoefte van de woningen. Hieruit blijkt dat er voldoende behoefte is aan de voorgenomen ontwikkeling. Daarnaast ligt de locatie binnen bestaand stedelijk gebied. Het plan voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.
Juust
11
Oranjestraat 1, Axel
Voor het overige zijn geen regels opgenomen die specifiek op deze situatie van toepassing zijn. Het project is lokaal en kleinschalig. Het rijksbeleid verzet zich niet tegen de ontwikkeling.
3.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie Zeeland Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. In de Omgevingswet worden alle bestaande wetten die te maken hebben op de fysieke leefomgeving samengevoegd. De Provincie Zeeland heeft de Zeeuwse Omgevingsvisie op 21 november 2021 vastgesteld. Deze visie benoemd de vier Zeeuwse ambities voor 2050 voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving in de provincie Zeeland. Deze sluiten aan bij de prioriteiten van de NOVI en geven daar een Zeeuwse invulling aan. De Zeeuwse ambities geven richting aan al het provinciale beleid en de uitvoering daarvan. Deze ambities zijn: 1. 2. 3. 4.
Uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland. Balans in de grote wateren en het landelijk gebied. Een duurzame en innovatieve economie. Klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland.
Deze vier Zeeuwse ambities vragen om een goede afweging van keuzes, zowel op regionaal als op lokaal niveau. De drie afwegingsprincipes die het Rijk daarvoor heeft bedacht -zoals aangegeven in de NOVI- zijn in de Omgevingsvisie vertaald naar vier afwegingsfactoren. Deze zijn nodig om een zorgvuldige afweging te kunnen maken bij concrete initiatieven en activiteiten in Zeeland. Deze afwegingsfactoren zijn: 1. 2. 3. 4.
Doe meer met minder grond. Werk samen en deel kosten en baten. Maak gebruik van de Zeeuwse kernkwaliteiten. Denk aan de toekomst en aan de rest van de wereld.
De vier ambities zijn algemene strategische ambities met 2050 als horizon. Deze moeten ook richting geven aan beleidsdoelstellingen voor de kortere termijn (2030). In de Omgevingsvisie Zeeland is dan ook het beleid voor de periode tot 2030 vormgegeven. Dit beleid is onderverdeeld in doelen voor 2030, de huidige situatie, acties voor de periode tot 2030 én afwegingsfactoren voor de uitvoering. Er zijn 27 thema's (bouwstenen) uitgewerkt waarbij het beleid voor de komende 10 jaar is weergegeven en waarvoor instrumenten, waaronder de Zeeuwse Omgevingsverordening, kunnen worden ingezet. In de Zeeuwse Omgevingsverordening is het beleid uit de Zeeuwse Omgevingsvisie verankerd. Kijkend naar het onderhavige plan sluit deze het meest aan bij de bouwstenen zoals genoemd onder de ambitie 'Uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland' waarbij, gelet op de aanzet die gegeven is voor de afwegingsfactoren, overwogen kan worden dat de woningbouwplannen passen bij de locatie en daar een meerwaarde voor bieden. Voor de woningvoorraad is de doelstelling ''Een toekomstbestendige en CO2-neutrale woningvoorraad die in kwaliteit en kwantiteit aansluit op de vraag.'' van toepassing. Naast de uitbreidingsbehoefte van de Zeeuwse woningvoorraad moet de focus van het woonbeleid ook op de bestaande voorraad komen te liggen.
Voor de bouwsteen 'Woonomgeving' geldt de doelstelling: ''Onze woonomgeving is veilig en klimaatadaptief, lokt gezond gedrag uit en draagt bij aan biodiversiteit.''. Hierin spelen toekomstbestendige woongebieden op de goede plek een belangrijke rol. Het bouwplan bestaat uit 18 energiezuinige appartementen. Daarnaast zorgt het plan voor een vergroening van de buitenruimte, wat bijdraagt aan de opgave van klimaatadaptatie en biodiversiteit. Kwalitatief Woningmarktonderzoek Zeeland 2019 (KWOZ) Om de provinciale ambitie van een toekomstbestendige woningvoorraad in 2040 te kunnen halen heeft de provincie, in samenwerking met alle Zeeuwse gemeenten, een uitgebreide woningmarktanalyse laten uitvoeren door Stec-groep. Dit betreft het Kwalitatief Woningmarkt Zeeland 2019. De belangrijkste conclusies uit het
Juust
12
Oranjestraat 1, Axel
KWOZ die relevant zijn voor de voorliggende planontwikkeling luiden voor de regio Zeeuws-Vlaanderen als volgt: Tot 2040 wordt er een groei verwacht in de groep 65+ en 80+ -huishoudens. De andere doelgroepen nemen in aantal af. Er is een sterke verschuiving gesignaleerd in behoefte van reguliere grondgebonden woningen naar nultredenwoningen als gevolg van aanhoudende vergrijzing. Binnen het nultredensegment gaat het indicatief vooral om ruimere sociale huur, vrije sector huur en ruimere koopappartementen. Er zal een overschot ontstaan in de kleine reguliere grondgebonden. Bij het toevoegen van woningen aan de woningmarkt moet rekening gehouden worden met deze conclusies. In het onderhavige plan zijn 18 koopappartementen voorzien, voornamelijk voor senioren. Het plangebied ligt in de nabijheid van voorzieningen. Het plan voorziet in de kwalitatieve behoefte zoals die blijkt uit het KWOZ. De gewenste ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van de Zeeuwse Omgevingsvisie. Zeeuwse Woondeal Het Rijk heeft, in het kader van de Nationale Woon- en Bouwagenda, zogenaamde woondeals gesloten met provincies en gemeenten. In de woondeals zijn afspraken gemaakt over onder meer het aantal te bouwen woningen, de locaties en voor wie er moet worden gebouwd. De Zeeuwse Woondeal is de uitwerking van het provinciale bod dat in 2022 is vormgegeven in afstemming met de Zeeuwse gemeenten.
De woondeal is 6 maart 2023 ondertekend door de minister voor VRO en vertegenwoordigers namens de colleges van GS en B&W van de Zeeuwse gemeenten. De hoofdlijnen van de Woondeal Zeeland zijn als volgt: Streven naar 16.500 extra woningen in Zeeland in de periode t/m 2030 Het streven is 2/3 van die woningen in de categorie 'betaalbaar' te realiseren Elke gemeente neemt een eerlijk deel van de regionale opgave op zich; de gemeente Terneuzen heeft een aandeel van 1820 woningen. Betaalbaarheid en kwaliteit De beschikbaarheid van een passende woning staat voor veel mensen onder druk; mensen zijn onvoldoende in staat om snel een woning te vinden die bij hen past. Dit hangt sterk samen met de betaalbaarheid van wonen: veel mensen hebben moeite met hun woonlasten of kunnen geen voor hen betaalbare woning vinden. Daarnaast is de kwaliteit in toenemende mate een probleem: veel woningen passen niet bij de levensfase of woonbehoefte, zijn niet duurzaam of staan in een wijk waar sprake is van slecht onderhoud of waar de kwaliteit van de leefomgeving onder druk staat. Gelet op de meest actuele cijfers van de provincie Zeeland kan er voorzien worden in de behoefte voor de aantallen nieuw te bouwen woningen. De kwaliteit en betaalbaarheid van deze toe te voegen woningen blijft echter een aandachtspunt. Landelijk moet 2/3 van het aantal toe te voegen woningen namelijk betaalbaar zijn.
Onder de definitie van betaalbaar vallen betaalbare koop (€390.000,- in 2024 volgens CPI-index), maar ook midden huur (€ 1.000,- of minder per maand) en sociale huur. Naast de inzet op twee derde betaalbare nieuwbouw, moet iedere gemeente zijn eerlijke aandeel nemen in sociale huisvesting. Het streven is om landelijk ten minste 30 procent van de woningvoorraad te laten bestaan uit sociale huurwoningen. Het voornemen is om 18 appartementen te realiseren in het koopsegment. De appartementen zijn geschikt voor een brede doelgroep dat op zoek is naar een woonruimte in het centrum van Axel. De appartementen vallen, conform de definitie 'betaalbaar', niet binnen het betaalbare segment. Het plan maakt echter een doorstroming op de woningmarkt mogelijk. Kopers die een woning in het plan afnemen laten veelal een betaalbare woning (<€ 390.000,-) achter, waardoor ook met deze nieuwbouw het gewenste effect, beschikbaarheid van betaalbare woningen, wordt gerealiseerd. De realisatie van de woningen duurder dan €390.000,- leidt er naar verwachting niet toe dat de gemeentebrede doelstelling om 2/3 betaalbaar te bouwen onder druk komt te staan. Deze opgave in Terneuzen wordt grotendeels opgevangen door reeds bekende plannen en projecten die in voorbereiding zijn. Omgevingsverordening Zeeland 2018
Juust
13
Oranjestraat 1, Axel
De Omgevingsverordening Zeeland 2018 gaat net als het Omgevingsplan ook over de fysieke leefomgeving van de provincie. Bij de beoordeling van ruimtelijke plannen is vooral hoofdstuk 2, welke gaat over het ruimtelijk domein, van belang. Hierin zijn onder andere regels voor uitbreiding van bedrijventerreinen en woonwijken, bescherming van natuurgebieden en regionale waterkeringen opgenomen. De Ladder voor duurzame verstedelijking komt in het provinciaal beleid, net als in het rijksbeleid, ook naar voren. Gestreefd wordt naar een woningvoorraad die qua omvang, locatie en type is afgestemd op de woonwensen van de Zeeuwse huishoudens. De regio Zeeuws-Vlaanderen maakt als woningmarktregio binnen Zeeland woningmarktafspraken met de provincie.
Juust
14
Oranjestraat 1, Axel
Provinciaal beleid staat verlening van de omgevingsvergunning niet in de weg.
3.3
Regionaal beleid
Woonvisie Regio Zeeuws Vlaanderen 2020 In juli 2014 is de woonvisie regio Zeeuws Vlaanderen 2020 vastgesteld. Deze woonvisie is vastgesteld om te anticiperen op de gevolgen van de bevolkingssamenstelling. De effecten hiervan zijn aanzienlijk. De gemeenten Sluis, Terneuzen en Hulst hebben daarom de krachten gebundeld door een regionale woonvisie te ontwikkelen. Deze visie heeft als uitgangspunten: kwaliteitsverbetering in de bestaande voorraad en concentratie van nieuwbouw binnen bestaand bebouwd gebied. De regionale woonvisie moet bijdragen aan een woningmarkt die voor bewoners en vestigers van buiten voorziet in aantrekkelijke woningen, leefbare wijken en kernen en een gezonde(re) balans tussen (veranderende) woningvraag en aanbod waarbij betrokken gemeenten vanuit hun kernopgaven denken en handelen. De gemeenten willen hun doelen halen met de volgende 5 ambities: 1. 2. 3. 4. 5.
Kansen grijpen op de woningmarkt. Goed wonen voor alle doelgroepen. Vitaliteit en leefbaarheid op peil houden. Kwalitatief goede bestaande woningvoorraad. Plancapaciteit afgestemd op de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte.
De gewenste ontwikkeling past nagenoeg binnen elke ambitie. Ten aanzien van goed wonen voor alle doelgroepen is het creëren en behouden van passende woningen en leefbare kernen en wijken een belangrijke speerpunt. Uit de woonvisie blijkt dat voor een aantal doelgroepen extra aandacht nodig is om te zorgen dat ook zij prettig en passend een woning kunnen blijven vinden. Een aantal relevante opgaven ten aanzien van specifieke doelgroepen zijn: De sterke vergrijzing en de extramuralisering die een aantal jaar geleden is begonnen, leiden er samen toe dat er steeds grotere behoefte ontstaat aan zelfstandige woningen waarin huishoudens oud kunnen worden en zorg aan huis kunnen ontvangen. Voor starters is het de afgelopen jaren steeds lastiger geworden om aan een betaalbare (koop)woning te komen, ondanks de relatief lage hypotheek rentestand. Dit komt voor een deel door de gestegen woningprijzen. Met de gewenste ontwikkeling wordt ingespeeld op het langer zelfstandig kunnen blijven wonen. Er worden 18 levensloopbestendige appartementen gerealiseerd. In de woongebouwen worden liften ingebouwd en het plangebied ligt in de nabijheid van voorzieningen. Het plan maakt een doorstroming op de woningmarkt mogelijk. Kopers die een woning in het plan afnemen, laten veelal een betaalbare woning achter. De voorgenomen ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van de woonvisie.
Woningmarktafspraken Zeeuws-Vlaanderen 2016-2025 De Zeeuws-Vlaamse gemeenten hebben met elkaar spelregels vastgesteld waarbinnen woningbouw kan plaatsvinden. Belangrijk thema daarin is te komen tot een realistische woningbouwproductie. In de afspraken was het noodzakelijk om de plancapaciteit terug te dringen omdat de bestaande harde plancapaciteit en de plannen in de pijplijn leiden tot een overschot. Echter is met de nieuwe provinciale prognoses en de Zeeuwse Woondeal (zie paragraaf 3.2) geen sprake meer van een overcapaciteit aan woningbouwplannen. Het 'Plan van aanpak plancapaciteit gemeente Terneuzen 2020', voortkomend uit de beleidsnotitie 'Ruimte voor Woonkwaliteit' is daardoor achterhaald. Om de actuele Ladderruimte voor Zeeuws-Vlaanderen in beeld te kunnen brengen heeft de Provincie Zeeland het dashboard 'Ladderruimte' gemaakt. Volgens het dashboard is in november 2023 in de regio sprake van een woningbehoefte van 2149 woningen en een positieve Ladderruimte van 1290 woningen. De gewenste
Juust
15
Oranjestraat 1, Axel
ontwikkeling, de 18 appartementen, past binnen deze ruimte. De gewenste ontwikkeling is nog niet opgenomen in de dashboard Ladderuimte. Het is de bedoeling om deze woningen op te nemen om sturing te houden op vraag en aanbod. Verder is afgesproken dat er geen uitbreiding van woningbouw plaatsvindt buiten het bestaand bebouwd gebied en wordt de voorkeur gegeven aan plannen waarbij herstructurering/sanering van bedrijfs- / woonlocaties wordt gerealiseerd. De planlocatie betreft een binnenstedelijke herstructureringslocatie. Door de nieuwbouw op de locatie wordt kwaliteit toegevoegd aan het woningaanbod en wordt voorzien in huisvestingsmogelijkheden voor doelgroepen waar een grote behoefte aan is. De geplande 18 appartementen voorzien namelijk in de behoefte aan nultredenwoningen. Door het realiseren van deze nultredenwoningen kunnen woningbezitters doorstromen en zullen de vrijkomende woningen beschikbaar komen voor starters. Het plan past binnen de gemaakte regionale afspraken. De gewenste ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van het regionaal beleid en vormt daarmee geen belemmering voor verlening van de omgevingsvergunning.
3.4
Gemeentelijk beleid
Structuurvisie Terneuzen 2025 De structuurvisie Terneuzen 2025 geeft de visie voor ontwikkeling van de gemeente Terneuzen op lange termijn. Het vormt een afwegingskader bij de beoordeling van nieuwe initiatieven. In de structuurvisie wordt een toekomstbeeld anno 2025 geschetst. Daarbij wordt rekening gehouden met de ontwikkelingen in de economie en in de leefomgevingskwaliteit. De gemeente wil een veelzijdigheid aan woonmilieus binnen de gemeentegrenzen. De focus ligt daarbij op herstructureren van bestaande woongebieden. In de structuurvisie zijn 8 strategieën benoemd om ontwikkelingen en initiatieven te kunnen toetsen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
Juust
Versterken: tevreden over huidige multifunctionaliteit; zorgen over (toekomstige) kwaliteit; faciliteren van ontwikkelingen die multifunctionaliteit versterken. Verbreden: ontevreden over huidige monofunctionaliteit; faciliteren dat nieuwe functies worden toegevoegd gecombineerd met kwaliteitsverbetering; Verbinden: ontevreden over robuustheid structuur; onduidelijkheid over exacte situering verbinding; onduidelijkheid over procedure; planvorming start waarschijnlijk binnen termijn structuurvisie; Transformeren: ontevreden over huidige kwaliteit; ideeën over nieuwe hoofdfunctie; onduidelijkheid over procedure; planvorming start waarschijnlijk binnen termijn structuurvisie; Ontwikkelen: ontevreden over huidige functie; nieuwe functie inbrengen; duidelijkheid over kwaliteit en procedure; Herstructureren: tevreden over huidige hoofdfunctie, ontevreden over kwaliteit; actieve/fysieke benadering om kwaliteit van hoofdfunctie te verbeteren; Behouden: tevreden over huidige functie en kwaliteit; kleinschalige aanpassingen zijn mogelijk; geen actieve benadering; Beschermen: tevreden over huidige hoofdfunctie; kwetsbare hoofdfunctie beschermen; faciliteren dat ontwikkelingen in de omgeving de hoofdfunctie niet bedreigen.
16
Oranjestraat 1, Axel
Afbeelding 9 | Strategie versterken (bron: gemeente Terneuzen; bewerking: Juust) Het plangebied is gelegen binnen de strategie 'versterken' (afbeelding 9). Een aantal gebieden binnen de gemeente wordt als zodanig waardevol aangemerkt dat de gemeente actief beleid wil voeren om de waarde van deze gebieden voor de gemeente in de toekomst te behouden en waar mogelijk te versterken. Het gaat hierbij enerzijds om de centrumgebieden van de grotere kernen en de gebieden met een regionale functie/ uitstraling en anderzijds om de versterking van de Liniezone, met name gerelateerd aan de Staats-Spaanse Linies. Het plangebied is gelegen in de kern Axel. Door de gewenste ontwikkeling treedt een kwaliteitsverbetering op, waarbij het verouderde vastgoed volledig vervangen wordt door nieuwbouw. De waarde van het gebied wordt hiermee versterkt. Het plan draagt bij aan aan de doelstellingen van de strategie 'versterken' en past hiermee binnen de structuurvisie.
Juust
17
Oranjestraat 1, Axel
Hoofdstuk 4 Kwaliteit leefomgeving 4.1
van
de
Inleiding
Er bestaat een duidelijke relatie tussen milieubeleid en ruimtelijke ordening. De laatste decennia groeien deze beleidsvelden dan ook naar elkaar toe. De milieukwaliteit vormt een belangrijke afweging bij de ontwikkelingsmogelijkheden van ruimtelijke functies. Bij de besluitvorming over het al dan niet toelaten van een bepaalde ruimtelijke ontwikkeling wordt dan ook onderzocht welke milieuaspecten daarbij een rol (kunnen) spelen. Het is van belang om milieubelastende functies (zoals bepaalde bedrijfsactiviteiten) ruimtelijk te scheiden ten opzichte van milieugevoelige functies zoals woningen. Andersom moet in de ruimtelijke ordening nadrukkelijk rekening gehouden worden met de gevolgen van ruimtelijke ingrepen voor het milieu. Milieubelastende situaties moeten voorkomen worden.
4.2
Archeologie en cultuurhistorie
Archeologie In Europees verband is het zogenaamde 'Verdrag van Malta' tot stand gekomen. Uitgangspunt van dit verdrag is het archeologisch erfgoed zo veel mogelijk te behouden. Waar dit niet mogelijk is, dient het bodemarchief met zorg ontsloten te worden. In juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Deze wet vervangt diverse wetten en regels voor behoud en beheer van cultureel erfgoed in Nederland. In de Erfgoedwet staat wat cultureel erfgoed is, hoe Nederland omgaat met roerend cultureel erfgoed, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe Nederland daar toezicht op houdt. Er is geen dubbelbestemming archeologie aanwezig op het perceel. Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek is op basis daarvan niet nodig. De gemeente Terneuzen eist echter wel dat er een volledige toets aan het interimbeleid archeologie 'De onderste steen boven?!', (waarvan de vrijstellingenkaart ook deel uitmaakt) plaatsvindt. Naast het interimbeleid archeologie wordt ook getoetst aan de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Terneuzen. Deze hangen samen met de door de raad vastgestelde Erfgoedverordening Archeologie .Op basis van het gemeentelijk (interim) archeologiebeleid 'De onderste steen boven?' dient er een toetsing in de vorm van 6 stappen plaats te vinden. Daarbij wordt het stroomschema gevolgd zoals vastgelegd in het interimbeleid. 1.
Toetsing aan de Archeologische Monumentenkaart (AMK): Op de AMK ligt het plangebied in een gebied met een hoge archeologische waarde (monument 13480): dit betreft de oude stadskern van Axel. Hierdoor geldt een onderzoeksplicht ter plaatse van het plangebied. Op basis van het doorlopen van het stroomschema geldt voor het plangebied een dubbelbestemming Waarde-Archeologie 1 waarbinnen een verbod geldt voor het uitvoeren van (graaf)werkzaamheden die groter zijn dan 100 m² én dieper reiken dan 0,50 meter beneden maaiveld.
Juust
18
Oranjestraat 1, Axel
Afbeelding 10 | Uitsnede Archeologische Monumentenkaart (bron: www.archeologieinnederland.nl) 2. Toetsing aan de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW): Het plangebied is niet gesitueerd in een gekarteerd gebied.
Afbeelding 11 | Uitsnede Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (bron:www.archeologieinnederland.nl) 3. Toetsing aan Archis: Volgens de gegevens uit Archis is er nog geen onderzoek uitgevoerd binnen het plangebied. Het plangebied valt wel binnen het onderzoeksgebied van de drie bekende grootschalige onderzoeken die het gehele grondgebied van de gemeente Terneuzen beslaan en maakt ook deel uit van een bureauonderzoek naar het Kasteel van Axel: 2434360100 (SCEZ): Project verruiming vrijstellingsdieptes gemeente Terneuzen. Gemeentedekkend gebied. Deze kaart werd in 2017 vervangen door de Vrijstellingenkaart Gemeente Terneuzen 2017 en is daarmee komen te vervallen. Zie onderzoeksmelding 4568760100 hieronder.
Juust
19
Oranjestraat 1, Axel
4568760100 (Edufact): Opstellen Vrijstellingenkaart Gemeente Terneuzen 2017. 2439204100 (Artefact): Project Leemten in kennis. Gemeentedekkend gebied. 3291965100 (Raap): archeologisch bureauonderzoek naar het Kasteel van Axel. Bevat geen gegevens die relevant zijn voor het huidige plangebied. In de omgeving van een plangebied zijn een aantal archeologische onderzoeken uitgevoerd die hebben geleid tot vondstlocaties. Binnen een straal van 50 meter wordt bij onderzoeksmelding 2470916100 vondstlocatie 1145112 vermeld. Dit betreft de resultaten van een archeologische begeleiding die door Artefact in 2015 werd uitgevoerd bij de herinrichting van de Markt en de aangrenzende straten. 4. Toetsing aan het archief van het Zeeuws Archeologisch Depot (ZAD): Het ZAD heeft op d..d. 10-10-2023 aangegeven dat er één project is gevonden (nummer 4584) dat van belang kan zijn voor het plangebied Oranjestraat 1 te Axel. Het zijn diverse vondsten van Eric de Pooter, die hij in 2004 in zijn achtertuin van het pand Weststraat 35 heeft gedaan. Dat is in de directe omgeving van het plangebied. De vondsten uit de beerput dateren uit de 18e eeuw. Een 18de eeuwse beerput (buiten het plangebied) is niet ongebruikelijk in een middeleeuwse stadskern. 5.
Toetsing aan de bodemkaart van Van Rummelen: Op de geologische kaart (Van Rummelen) is het plangebied gelegen in een niet gekarteerd gebied (stedelijk gebied Axel). Uit de bijbladen van de geologisch kaart kunnen we afleiden dat er wel pleistocene afzettingen op een diepte tussen 0 en 1 m+NAP voorkomen. Het maaiveld varieert van 4,5 tot 3,5 m+NAP, dat wil zeggen dat het dekzand op minimaal 3,5 tot 2,5 m-mv voorkomt. Axel ligt op een pleistocene dekzandrug.
Afbeelding 12 | Uitsnede Van Rummelen 1977 6. Toetsing aan de vrijstellingenkaart 2017 (project verruiming vrijstellingsdiepte): De vrijstellingenkaart uit 2017 geeft voor het plangebied geen verruimde dieptevrijstelling.
Juust
20
Oranjestraat 1, Axel
Afbeelding 13 | Uitsnede Vrijstellingenkaart 2017 (bron: gemeente Terneuzen) Conclusie Op basis van voorgaande toetsing blijkt dat ter plaatse van het plangebied een dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 1' van toepassing is, waarbinnen een verbod geldt voor het uitvoeren van (graaf)werkzaamheden die groter zijn dan 100 m² én dieper reiken dan 0,50 meter beneden maaiveld. In de huidige situatie is de grond onder het huidige gebouw reeds tot 1 m-mv geroerd. De funderingspalen en -balken (80 m2 ) gaan dieper dan 0,5 m-mv, maar overschrijden niet de vrijstellingsoppervlakte van 100 m2 . De funderingsbalken worden, aangezien er niet gewerkt wordt met een bouwput, ingebracht vanaf maaiveld. Voor het plaatsen van de funderingsbalken worden sleuven uitgegraven met een minigraver. De rioleringen, nutsleidingen, hemelwaterberging en terreinverhardingen inclusief onderlaag gaan niet dieper dan 0,5 m-mv of bevinden zich in een gebied waar de bodem reeds verstoord is tot 1,0 m-mv. De gemeenschappelijke buitenberging wordt op een funderingsplaat gefundeerd. Deze is gesitueerd in een gebied met reeds geroerde grond. Aangezien de vrijstellingswaarden niet worden overschreden, is archeologisch onderzoek niet aan de orde. Cultuurhistorie Met de Erfgoedwet beschermt de overheid het cultureel erfgoed in Nederland.
De Erfgoedwet heeft zes wetten en regelingen op het gebied van cultureel erfgoed vervangen waaronder de Monumentenwet 1988. Op basis van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het wettelijk verplicht om in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving op te nemen van de wijze waarop met in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden of monumenten rekening is gehouden. Voor de beoordeling van het aspect cultuurhistorie is de cultuurhistorische waardenkaart, als onderdeel van de Structuurvisie 2025 van de gemeente Terneuzen beschikbaar. Daarin zijn ruimtelijke strategieën voor het grondgebied van Terneuzen aangegeven. In de cultuurhistorische waardenkaart wordt uitgegaan van 3 strategieën: Behoud (behoud en bescherming), Behoud door ontwikkeling (versterken, verbreden, verbinden) en
Juust
21
Oranjestraat 1, Axel
Vernieuwing mogelijk (transformeren, ontwikkelen, herstructureren). Op de kaart 'Behoud' ligt het plangebied niet binnen een bepaalde strategie. Het plangebied is wel gelegen binnen het cultuurhistorisch element 'stedelijk vestingwerk'. Daarnaast zijn in de nabije omgeving verschillende gemeentelijke monumenten gelegen en één rijksmonument. De gewenste ontwikkeling heeft een positieve impact op de belevingswaarde van het stedelijk vestingswerk, aangezien de planontwikkeling zorgt voor meer groen in het stedelijk vestingswerk. Daarnaast wordt detonerende bebouwing gesloopt en nieuwbouw gerealiseerd. Dit zorgt voor een kwaliteitsimpuls. De ontwikkeling tast de gemeentelijke monumenten en het rijksmonument niet aan.
Afbeelding 14 | Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart - behoud (bron: gemeente Terneuzen) Op de kaart 'Behoud door ontwikkeling' ligt het plangebied binnen de strategie 'versterken' (zie onderstaande afbeelding). Deze strategie gaat over het tevreden zijn over de huidige multifunctionaliteit; zorgen over (toekomstige) kwaliteit en faciliteren van ontwikkelingen die multifunctionaliteit versterken. Het realiseren van een appartementencomplex draagt hier aan bij. Verder ligt het plangebied in de bebouwing en dorpsvorm '(smal)stad'.
Afbeelding 15 | Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart - behoud door ontwikkeling (bron: gemeente Terneuzen) Op basis van de kaart 'Vernieuwing mogelijk', zijn binnen het plangebied geen cultuurhistorische elementen gelegen en kent het gebied geen expliciete strategie (zie onderstaande afbeelding).
Juust
22
Oranjestraat 1, Axel
Afbeelding 16 | Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart - vernieuwing mogelijk (bron: gemeente Terneuzen) Het aspect 'archeologie en cultuurhistorie' vormt op basis van het bovenstaande geen belemmering voor het planologisch mogelijk maken van de voorgenomen ontwikkeling.
4.3
Bedrijven en milieuzonering
Een goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Sommige activiteiten die planologisch mogelijk worden gemaakt, veroorzaken milieubelasting voor de omgeving. Andere (gevoelige) functies moeten juist beschermd worden tegen milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Het doel van milieuzonering is om te komen tot een optimale kwaliteit van de leefomgeving. De meest nabijgelegen bedrijfsbestemming is gelegen op de locatie Weststraat 38. Dit bedrijf valt, conform de VNG-brochure 'Bedrijven- en Milieuzonering', binnen milieucategorie 2. Hiervoor geldt een richtafstand van 30 meter. De afstand tussen het plangebied en de bedrijfsbestemming bedraagt ruim 50 meter, waardoor aan de richtafstand wordt voldaan. In de nabije omgeving van het plangebied is eveneens de bestemming 'Detailhandelsdoeleinden' gelegen. Voor deze bestemming geldt een richtafstand van 10 meter. De afstand tussen het plangebied en de dichtsbijgelegen detailhandelbestemming bedraagt ruim 12 meter. Hierdoor wordt voldaan aan de richtafstand.
4.4
Bodem
Om het risico uit te sluiten, dat mensen gezondheidsproblemen krijgen als gevolg van een langdurig verblijf op verontreinigde grond, dient aangetoond te worden dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde functie. Het planvoornemen wordt gerealiseerd op gronden welke in de huidige situatie de bestemming 'Centrumdoeleinden' hebben. Een verkennend bodemonderzoek is noodzakelijk. Op 4 augustus 2023 is door MH Poly Consultants & Engineers B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (Bijlage 1). Uit dit onderzoek blijkt dat de zandige bovengrond niet verontreinigd is. De kleiige ondergrond is licht verontreinigd op basis van diverse metalen en de PAK'S som. Uit het onderzoek blijkt dat nader onderzoek niet nodig is. Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor het planologisch mogelijk maken van de voorgenomen ontwikkeling.
Juust
23
Oranjestraat 1, Axel
4.5
Externe veiligheid
De doelstelling van het externe veiligheidsbeleid is het realiseren van een veilige woon- en leefomgeving door het beheersen van risico's van activiteiten met gevaarlijke stoffen (zoals het gebruik, de opslag, de productie als het transport). Het beleid is erop gericht te voorkomen dat er dichtbij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Bij nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met risicobronnen in de omgeving. Binnen het plangebied of in de directe omgeving van het plangebied zijn geen risicobronnen aanwezig (afbeelding 17). Op grotere afstand van het plangebied zijn twee risicobronnen gelegen. Op een afstand van 900 meter tot het plangebied is op de locatie Buthdijk 2a een opslagtank en vulpunt gelegen. Op een afstand van 1,34 kilometer tot het plangebied zijn op de locatie Beoostenblijsestraat 3 twee vulpunten gelegen. Het plangebied is niet gelegen binnen het invloedsgebied van deze risicobronnen.
Afbeelding 17 | Uitsnede professionele risicokaart (bron: IpO) Op een afstand van ruim 1 kilometer is een aardgasleiding gelegen. Het plangebied valt niet binnen de 1% letaalzone. Verder zijn er in de nabijheid van het plangebied geen transportroutes gevaarlijke stoffen aanwezig (weg, water, spoor). Het aspect 'externe veiligheid' vormt geen belemmering voor het gewenste plan.
4.6
Geluid
Geluid kan hinderlijk en schadelijk voor de gezondheid zijn. Zo kunnen hoge geluidsniveaus het gehoor beschadigen. Maar ook verstoring van de slaap kan op de lange duur slecht zijn voor de gezondheid. In Nederland zijn afspraken gemaakt over wat acceptabele geluidsniveaus zijn en wat niet (de geluidsnormen). Bij ruimtelijke plannen kan akoestisch onderzoek nodig zijn om geluidhinder bij geluidgevoelige objecten (scholen, woningen, etc.) te voorkomen. De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. Een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd als een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidzone van een bestaande geluidbron of indien het plan een nieuwe geluidbron mogelijk maakt.
Juust
24
Oranjestraat 1, Axel
Het plangebied is gelegen binnen de geluidzone van de Zuidsingel. Voor het plangebied is reeds een hogere waarde vastgesteld van 63 dB(A) vanwege verkeer op de Oranjestraat. Akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai is daarom niet meer nodig. Een onderzoek naar gevelmaatregelen is wel benodigd, vanwege de hoge geluidsbelasting van het wegverkeerslawaai. Het gevelonderzoek hoeft echter niet bij deze ruimtelijke onderbouwing te worden aangeleverd, maar zal in het kader van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen moeten worden aangeleverd. Het voldoen aan de vereiste geluidwering van gevels vloeit namelijk voort uit het Bouwbesluit. Een akoestisch onderzoek voor industrielawaai is niet nodig. Hiervoor wordt, zonder akoestisch onderzoek, een hogere waarde besluit vastgesteld van 55 dB(A).
4.7
Kabels en leidingen
In een bestemmingsplan worden uitsluitend kabels en leidingen (gas, water, elektra, rioolpersleidingen) opgenomen die ruimtelijke relevantie hebben, of van belang zijn in het kader van externe veiligheid, beheer of gezondheidsrisico. Voor deze kabels en leidingen geldt een waarborgzone omdat deze wellicht een risico met zich meebrengen. Het gaat hier met name om een verhoogd risico als ze bij werkzaamheden worden geraakt. In of in de nabijheid van het plangebied liggen geen planologisch relevante kabels en/of leidingen.
4.8
Luchtkwaliteit
In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient rekening te worden gehouden met luchtkwaliteit. Als het een ruimtelijk project of (te vergunnen) activiteit betreft, waarvan de bijdrage aan de luchtverontreiniging klein is, is geen toetsing aan de grenswaarden luchtkwaliteit nodig. Beoordeeld moet worden of de ontwikkeling 'Niet In Betekende Mate' (NIBM) bijdraagt aan de concentraties van diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) in de buitenlucht. Als een project tot een toename voor NO2 en PM10 leidt die lager is dan de NIBM grens van 1,2 µg/m3 hoeft het project niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Vanzelfsprekend moet er wel sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. In de regeling NIBM is aangegeven, dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen en één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. In het voorliggende plan worden nooit meer verkeersbewegingen verwacht dan voor 1.500 nieuwe woningen het geval is. Om die reden wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling als een ontwikkeling is te beschouwen die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit (afbeelding 18). Toetsing aan de normen uit de Wet luchtkwaliteit is dan ook niet benodigd. Onderzoek naar luchtkwaliteit is niet benodigd.
Afbeelding 18 | NIBM (bron: Infomil)
Juust
25
Oranjestraat 1, Axel
4.9
Natuur
De Wet natuurbescherming zorgt voor bescherming van gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen. De beschermde flora en fauna mag niet worden verstoord, verjaagd of worden gedood. Voorafgaand aan een ontwikkeling moet worden onderzocht of er beschermde dieren- of plantensoorten in het plangebied leven. Gebiedsbescherming Het plangbied ligt niet binnen de begrenzing van een natuurgebied, natuurnetwerk en Natura-2000 gebieden. Het dichtstbijzijnde beschermde Natura 2000-gebied is Canisvliet. Dit natuurgebied ligt op circa 7,5 kilometer van het plangebied. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling op enige afstand van beschermde Natura 2000-gebieden plaatsvindt worden geen negatieve effecten als gevolg van externe werking (middels visuele verstoring en verstoring door productie van geluid, trilling en licht) verwacht. Voor dit plan is voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden berekend (Bijlage 2). Uit de berekening blijkt dat het aspect stikstof geen belemmering vormt voor uitvoering van het plan. Het project heeft daarmee geen negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Voor het onderdeel stikstof is geen vergunning op grond van de Wet natuurbescherming nodig, er geldt ook geen 'aanhaakplicht' in het kader van het verlenen van een omgevingsvergunning.
Soortenbescherming Nieuwe ontwikkelingen kunnen effect hebben op beschermde gebieden en beschermde soorten (dieren en planten). De status van het huidige pand geeft aanleiding tot het uitvoeren van een quickscan Wet natuurbescherming. Door Adviesbureau Wieland is op 20 oktober 2023 een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd (zie Bijlage 3). Hieruit blijkt dat in de te slopen bebouwing en in de bebouwing in de directe nabijheid van de te slopen bebouwing potentiële verblijfplaatplaatsen aanwezig zijn voor vleermuizen. Voor beschermde grondgebonden zoogdieren is het plangebied niet geschikt. Hiervoor is het te klein en ligt het te geïsoleerd tussen bebouwing en verharding. Bovendien is het terrein zelf verhard en niet toegankelijk voor grondgebonden zoogdieren. Om te bepalen of vleermuizen voorkomen en wat de eventuele functie van het plangebied is, dient een nader onderzoek uitgevoerd te worden conform Vleermuisprotocol 2021. In de te slopen bebouwing of de bebouwing in de directe omgeving zijn potentiële broedplaatsen voor huismus en gierzwaluw. Deze kunnen door de werkzaamheden verstoord worden, of verloren gaan. Om te bepalen of deze soorten hier daadwerkelijk broeden, of vaste rust- en verblijfplaats dient er een nader onderzoek uitgevoerd te worden. Het terrein is niet geschikt voor andere beschermde soorten.
PM Nader onderzoek vleermuizen, huismus en gierzwaluw (Adviesbureau Wieland)
4.10
Niet gesprongen explosieven
Gemeente Terneuzen hanteert voor niet-gesprongen explosieven (NGE) het Historisch Vooronderzoek met NGE-Risicokaart van REASeuro, kenmerk RO180093 van 24 oktober 2018. Zodra een locatie als (potentiële) risicolocatie is aangemerkt, moet er in eerste instantie rekening worden gehouden met mogelijk achtergebleven conventionele explosieven.
Juust
26
Oranjestraat 1, Axel
Afbeelding 19 | Uitsnede NGE-risicokaart (bron: gemeente Terneuzen) Risicokaart De locatie aan de Oranjestraat Axel valt in relatie tot NGE door oorlogshandelingen in de Tweede Wereldoorlog in een aangemerkt risicogebied (afbeelding 19). Tijdens de bevrijding hebben in september 1944 hevige grondgevechten en artilleriebeschietingen plaatsgevonden, namelijk bij het verdrijven van Duitse soldaten uit Axel in de opmars richting Terneuzen en Zaamslag door Poolse eenheden. Op basis daarvan is sprake van een NGE-risicolocatie door mogelijk achtergebleven klein kaliber munitie (KKM), hand- en geweergranaten, munitie voor granaatwerpers en geschutmunitie van de kalibers 5 cm t/m 10,5 cm afkomstig van grondartillerie. Vooral in bebouwd gebied hebben door de Explosieven Opruimingsdienst (EOD) munitieruimingen plaatsgevonden. De locatie valt in een aangemerkt (hoog) risicovol gebied. De locatie bevindt zich ter plaatse van het oude bastion/kroonwerk van de vestingwerken aan de zuidzijde van Axel en bleef tot halverwege de 20e eeuw onbebouwd. De oorspronkelijk lager gelegen locatie bevind zich aan de rand van de bebouwing, dat gaandeweg is opgehoogd (met o.a. grond en huisvuil). Oorlogsmunitie kan hier met name in de ondergrond redelijkerwijs nog aanwezig zijn. Door de omvang van het (binnenstedelijk) plangebied is er een verhoogde kans op de aanwezigheid cq.
op het aantreffen van conventionele explosieven. Conclusie Er is een verhoogde kans op de aanwezigheid van NGE. In geval van funderingswerkzaamheden en/of grondverzet is het vóóraf doen van een projectgebonden risicoanalyse vereist. Voorafgaand aan funderings(sloop)werkzaamheden en/of grondverzet moet, met het oog op de veiligheid, een projectgebonden Risicoanalyse op de aanwezigheid van Niet Gesprongen Explosieven uitgevoerd worden. Deze Risicoanalyse wordt minimaal 2 weken voor aanvang van de werkzaamheden overlegd met het bevoegd gezag. Na toestemming van het bevoegd gezag kan gestart worden met de werkzaamheden.
Juust
27
Oranjestraat 1, Axel
4.11
Verkeer en parkeren
Een goede ontsluiting en voldoende parkeerfaciliteiten zijn belangrijk voor een goed functionerende ontwikkeling. In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de gevolgen van het plan op de verkeerssituatie in de omgeving, de verkeersgeneratie, de ontsluiting en de wijze waarop voldoende parkeergelegenheid in het plan is gewaarborgd. Parkeren De parkeernorm wordt bepaald aan de hand van de door de gemeenteraad van Terneuzen vastgestelde Parkeernota Terneuzen 2023-2033 (september 2023). Het plangebied valt binnen het gebiedstype 'centrum' en heeft een stedelijkheidsgraad 'weinig stedelijk'. De ontwikkeling bevat de realisatie van 18 appartementen. In het parkeerbeleid van de gemeente Terneuzen is geen verdeling tussen dure, midden en goedkope woningen op basis van prijs of oppervlakte vastgelegd. Omdat woningprijzen fluctueren wordt het Bruto Vloeroppervlak (BVO) gebruikt als graadmeter. Op basis van vastgesteld parkeerbeleid in vergelijkbare gemeentes, wordt de volgende indeling gehanteerd: duur (> 130 m2 ), midden (70-130 m2 ) en goedkoop (< 70 m2 ). De indeling in woningsegmenten midden en goedkoop is enkel van toepassing voor het bepalen van de juiste parkeerkencijfers. De appartementen hebben een oppervlakte variërend tussen de 87,4 m2 en 100 m2 . De appartementen vallen daarmee, conform bovenstaande indeling, in het middensegment.
Voor een koopappartement in het middensegment geldt, op basis van de Parkeernota Terneuzen 2023-2033, een parkeernorm van 1,4 parkeerplaats per appartement. De parkeerbehoefte van het plan bestaat daarmee uit 25,2 (afgerond 26) parkeerplaatsen. Het piekmoment is daarmee 26 parkeerplaatsen op een werkdagnacht. De parkeerbehoefte is inclusief bezoekersparkeren van 0,3 parkeerplaats per appartement. Op eigen terrein worden 14 parkeerplaatsen gerealiseerd voor bewoners. Hierdoor is een parkeertekort van 12 parkeerplaatsen die moet worden opgevangen in de openbare ruimte. Aan de zuidzijde van het plangebied is op een loopafstand van circa 90 meter het Hofplein, een openbare parkeergelegenheid, aanwezig. Deze parkeerplaats heeft een capaciteit van 150 parkeerplaatsen. In 2021 zijn verkeerstellingen uitgevoerd in de directe omgeving van het plangebied en ook ter plaatse van het Hofplein. Uit deze tellingen blijkt dat het Hofplein op hetzelfde piekmoment (donderdagnacht 11:00-13:00) een bezettingsgraad heeft van 5% (7 parkeerplaatsen bezet). Op het piekmoment van de ontwikkeling is hiermee ruim voldoende parkeerplaatsen beschikbaar om het theoretisch tekort aan parkeerplaatsen op te vangen in de openbare ruimte.
Uit deze tellingen blijkt verder dat het Hofplein op het piekmoment van het parkeerterrein zelf (donderdagmiddag 14:00-16:00) een bezettingsgraad heeft van 24% (36 parkeerplaatsen bezet). Bovendien worden in de openbare ruimte, tussen het plangebied en de Oranjestraat, 4 extra parkeerplaatsen toegevoegd. Aan de noordoostzijde van het plangebied wordt een fietsenberging gerealiseerd waar toekomstige bewoners hun fiets kunnen stallen. Verkeersgeneratie en ontsluiting De verkeersgeneratie wordt bepaald aan de hand van de CROW-publicatie 381 'toekomstbestendig parkeren'. Uitgegaan wordt van stedelijkheidsgraad 'weinig stedelijk' en gebiedstype 'centrum'. Uitgaande van een koopappartement in het middensegment bedraagt de verkeersgeneratie gemiddeld 5,8 motorvoertuigbewegingen per etmaal. De totale verkeersgeneratie bedraagt hiermee 104,4 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Het plangebied wordt aan de noordzijde ontsloten op de Kaaiwal (en daarna Oranjestraat) en aan de zuidzijde op de Oranjestraat. De Oranjestraat heeft, naar verwachting, voldoende capaciteit om de verkeersgeneratie van 104,4 motorvoertuigbewegingen af te wikkelen.
4.12
Water
Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht. Beschreven moet worden op welke wijze in het plangebied met water en watergerelateerde aspecten wordt omgegaan. Voorkomen moet worden dat ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beiden is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals bijvoorbeeld wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, etc., te voorkomen. Thema en water(beheer)doelstelling
Juust
Uitwerking
28
Oranjestraat 1, Axel
Veiligheid waterkeringen Het plangebied is niet gelegen binnen zoneringen van Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening primaire en regionale waterkeringen. houden met de daarvoor benodigde ruimte. Voorkomen overlast door oppervlaktewater In de huidige situatie is het plangebied geheel verhard. Het plan biedt voldoende ruimte voor het In de toekomstige situatie wordt groen toegevoegd, vasthouden, bergen en afvoeren van water. waardoor er een afname is van het verhard oppervlak. Waarborgen van voldoende bouwpeil om Er is daarom geen watercompensatie nodig. overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening Op basis van het verordening afvoer hemel- en houden met de gevolgen van klimaatverandering en de grondwater Terneuzen (2022) moet het hemelwater kans op extreme weersituaties. vanaf nieuwe gebouwen en nieuwe overkappingen zoveel mogelijk op eigen terrein geborgen worden. De minimale capaciteit van de hemelwaterberging is 75 liter per m2 nieuw verhard oppervlak. Het nieuw verhard oppervlak bedraagt 609 m2 waardoor er een hemelwaterberging van 45.675 liter (oftewel 45,68 m3) wordt gerealiseerd. De ondergrondse hemelwaterberging onder de parkeerplaatsen wordt zo ontworpen en in stand gehouden dat deze tussen 6 en 9 dagen weer voor 90% beschikbaar is.
De hoeveelheid hemelwater die niet kan worden geborgen, kan worden geloosd in het openbare riool of in de openbare ruimte. Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater Het afvalwater wordt afgevoerd via het gemengde Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ rioolstelsel van de gemeente. Het hemelwater wordt, RWZI's en van de (gemeentelijke) rioleringen. zodra het niet meer geborgen kan worden in de Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in hemelwaterberging, afgevoerd via het rioolstelsel. verband met de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten. Grondwaterkwantiteit en verdroging In het plangebied wordt geen grondwater onttrokken. Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden. Grondwaterkwaliteit De grondwaterkwaliteit zal als gevolg van de Behoud of realisatie van een goede ontwikkeling niet verslechteren. Er worden duurzame grondwaterkwaliteit. Denk aan materialen toegepast. grondwaterbeschermingsgebieden. Oppervlaktewaterkwaliteit Er zal geen gebruik worden gemaakt van uitloogbare Behoud of realisatie van goede materialen. Er zijn (daardoor) geen nadelige gevolgen oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht voor de waterkwaliteit te verwachten. van het watersysteem.
Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren. Volksgezondheid Het plan leidt niet tot bepaalde risico's m.b.t. de Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en volksgezondheid. plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico's via o.a. de daarvoor benodigde ruimte.
Juust
29
Oranjestraat 1, Axel
Bodemdaling Er wordt geen grondwater onttrokken. Bodemdaling Voorkomen van maatregelen die (extra) wordt dan ook niet verwacht. maaiveldsdalingen in zettinggevoelige gebieden kunnen veroorzaken. Natte natuur Met de gewenste ontwikkeling worden waardevolle Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en wateren en natte natuur niet aangetast natuurlijk karakteristieke aquatische natuur. Onderhoud oppervlaktewater Binnen het plangebied en de directe omgeving zijn Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden geen watergangen gelegen. worden. Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting. Anderer belangen waterbeheer Relatie met eigendom waterbeheerder In het plangebied zijn geen objecten aanwezig die in Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de eigendom zijn van de waterbeheerder. werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren. Wegen in beheer bij het waterschap Niet van toepassing (alleen invullen voor zover van toepassing) * in de bouwfase: Vinden er transporten (grond/bouwmaterialen) plaats over waterschapswegen? * na realisatie: verkeersaantrekkende werking Veroorzaakt uw plan structureel extra verkeer? *na realisatie: bereikbaarheid Omschrijf hoe motorvoertuigen, fietsers en voetgangers uw plan kunnen bereiken.
Worden er hiervoor uitwegen gewijzigd of nieuw aangelegd? * na realisatie: parkeren Wordt er op uw eigen terrein geparkeerd? * na realisatie: (ver)bouwen Bent u voornemens om binnen 20 meter van een waterschapsweg een bouwwerk te (ver)bouwen? (zoals een woning of afscheiding (gefundeerd).
4.13
Milieu Effect Rapportage
In onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn diverse activiteiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Hierbij moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden geldt een m.e.r.-plicht. In onderdeel D is per activiteit de drempelwaarde benoemd. Als een activiteit voorkomt in onderdeel D en boven de drempelwaarde komt, geldt voor het te nemen besluit een m.e.r.-beoordelingsplicht. Indien er activiteiten plaatsvinden die in onderdeel D zijn opgenomen, maar onder de drempelwaarde blijven, dient er nagegaan te worden of het project grote milieugevolgen heeft. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. De hoofdcriteria waaraan getoetst moet worden zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect. Het bevoegd gezag dient vervolgens voor de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan een besluit te nemen of er een MER moet worden opgesteld. De grondslag hiervoor
Juust
30
Oranjestraat 1, Axel
is een vormvrije m.e.r.-beoordeling. In onderdeel D van het Besluit m.e.r. is de activiteit 'stedelijk ontwikkelingsproject' opgenomen met een drempelwaarde van 100 hectare of 2000 of meer woningen. Of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject is afhankelijk van de aard en omvang van de ontwikkeling. In onderhavig plan worden 18 appartementen mogelijk gemaakt. Het project wordt, gezien de aard en omvang, niet aangemerkt als een 'stedelijk ontwikkelingsproject'. Tevens zijn er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten, omdat de milieu-effecten zeer beperkt zijn (zie voorgaande paragrafen). Het opstellen van een (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsnotitie is niet nodig.
4.14
Conclusie
De milieu- en andere sectorale aspecten ten aanzien van het onderhavige plan zijn onderzocht en hierboven toegelicht. Deze aspecten vormen geen belemmering voor de ontwikkeling. Planologische medewerking aan het initiatief ligt dan ook in de rede.
Juust
31
Oranjestraat 1, Axel
Hoofdstuk 5 5.1
Uitvoerbaarheid
Financiële uitvoerbaarheid
Voor bouwplannen zoals die zijn aangewezen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het uitgangspunt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt. Van de verplichting een exploitatieplan vast te stellen kan onder andere worden afgeweken als het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld door een anterieure overeenkomst of doordat de verplicht te verhalen kosten zijn verdisconteerd in de grondprijs. Dit plan betreft een 'aangewezen' bouwplan, zoals dat hiervoor is benoemd. De gemeente Terneuzen sluit met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst waarin onder andere het kostenverhaal is geregeld. De kosten die gemaakt worden bij de uitvoering van de ontwikkeling zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Ook eventuele planschade wordt op de initiatiefnemer verhaald. De ontwikkeling heeft voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen. Voor het verkrijgen van de noodzakelijke omgevingsvergunning(en) zullen de gebruikelijke leges in rekening worden gebracht.