CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-02-01 IC1 - Bijlage 1 Plan van aanpak omgevingsplan gemeente Terneuzen

commissie Omgeving 17 januari 2024, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Ingekomen stukken6.815 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2023

Plan van aanpak OMGEVINGSPLAN TERNEUZEN

GEMEENTE TERNEUZEN VERSIE 1.0

STADHUISPLEIN 1 | Terneuzen

INHOUD Afkortingen ............................................................................................................................................................. 2 1. Inleiding ............................................................................................................................................................... 3 1.1 Wat is een omgevingsplan? .......................................................................................................................... 3 1.2 Instrumenten omgevingswet ........................................................................................................................ 3 1.3 Omgevingsplan van rechtswege ................................................................................................................... 4 1.4 Minimale acties Omgevingswet .................................................................................................................... 4 2. Kaders.................................................................................................................................................................. 6 2.1 Wettelijke kaders ..........................................................................................................................................

6 2.2 Uitgangspunten ............................................................................................................................................. 7 3. Huidige situatie ................................................................................................................................................... 9 4. Voorbereiding ................................................................................................................................................... 10 5. Transitiefase ...................................................................................................................................................... 11 5.1 Uitgangspunten procedurevoorkeuren medewerking aan initiatieven ...................................................... 11 5.2 Uitgangspunten werkwijze definitief Grondgebied dekkend omgevingsplan ............................................ 13 6. Overzicht ........................................................................................................................................................... 16 6.1 Voorbereiding .............................................................................................................................................

16 6.2 Medewerking aan initiatieven .................................................................................................................... 16 6.3 Gebiedsdekkend omgevingsplan ................................................................................................................ 17 7. Organisatie ........................................................................................................................................................ 19 7.1 Proces .......................................................................................................................................................... 19 7.2 Participatie en communicatie ..................................................................................................................... 19 8. Toepasbare regels ............................................................................................................................................. 19

1

AFKORTINGEN AMvB APV Bkl Bopa Bro DSO DSO-LV LVBB Ob Ow TAM IMRO TPOD VFL VNG Wabo Wro

1

Algemene Maatregel van Bestuur Algemene Plaatselijke Verordening Besluit kwaliteit leefomgeving Buitenplanse omgevingsplanactiviteit Besluit ruimtelijke ordening Digitaal Stelsel Omgevingswet Digitaal Stelsel Omgevingswet – Landelijke Voorziening1 Landelijke Voorziening Bekendmaken en Beschikbaar stellen Omgevingsbesluit Omgevingswet Tijdelijke Alternatieve Maatregel Toepassings Profiel Overheids Documenten Verordening Fysieke Leefomgeving Vereniging Nederlandse Gemeenten Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Wet ruimtelijke ordening

Het Digitaal Stelsel Omgevingswet kent zowel lokale als landelijke componenten.

2

1. INLEIDING Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet (hierna ook Ow) in werking. Met de Omgevingswet wil de Rijksoverheid de regels voor ruimtelijke ontwikkelingen vereenvoudigen en samenvoegen. De centrale doelstelling van deze wet is om een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit te bereiken en in stand te houden. Eén van de kerninstrumenten van de Omgevingswet is het gemeentelijk omgevingsplan.2 1.1 WAT IS EEN OMGEVINGSPLAN? Het omgevingsplan is een besluit van de gemeenteraad en bevat regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving en op activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor deze fysieke leefomgeving. Een omgevingsplan geldt voor het gehele gemeentelijke grondgebied. De regels in het omgevingsplan zijn juridisch bindend voor iedereen. Die regels zijn niet allemaal nieuw. Veel van de regels staan nu al in bestemmingsplannen, milieuregelgeving en verordeningen. In het omgevingsplan worden ze allemaal gebundeld en waar nodig op elkaar afgestemd. Het opstellen van het omgevingsplan biedt bovendien de mogelijkheid om bestaande regels te heroverwegen: zijn ze nog nodig? Kan er meer ruimte worden gegeven? Of moeten ze juist strenger? 1.2 INSTRUMENTEN OMGEVINGSWET In dit plan van aanpak wordt het instrument omgevingsplan behandeld.

De andere instrumenten van de Omgevingswet voor gemeenten zijn de omgevingsvisie, het programma en de omgevingsvergunning. De inhoud en strekking van de regels van het omgevingsplan worden beïnvloed door de omgevingsvisie en eventueel programma’s. Het omgevingsplan is voor omgevingsvergunningen het toetsingskader. Onderstaande afbeelding maakt de onderlinge verhouding c.q. relatie tussen de verschillende instrumenten duidelijk. In de afbeelding wordt ook duidelijk waar de verschillende instrumenten onder de huidige regelgeving, genoemd in de linkerkolom, een plaats krijgen in de nieuwe instrumenten onder de Omgevingswet, genoemd in de rechterkolom.

2

De andere instrumenten van de Omgevingswet voor gemeenten zijn de omgevingsvisie, het programma en de omgevingsvergunning. Deze instrumenten worden in dit handboek buiten beschouwing gelaten.

3

Eén van de kerninstrumenten van de Omgevingswet is het gemeentelijk omgevingsplan. Zoals hiervoor opgemerkt bevat het omgevingsplan regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving en op activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor deze fysieke leefomgeving. Onder de nieuwe wetgeving is het van belang dat ruimtelijke ontwikkelingen nog steeds mogelijk gemaakt kunnen worden. Dit kan op drie manieren: 1. De ontwikkeling past binnen het omgevingsplan. Er wordt een omgevingsvergunning verleend. 2. De ontwikkeling past niet in het omgevingsplan, dan zijn er twee mogelijkheden: a. het wijzigen van het omgevingsplan; b. het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Een BOPA is mogelijk als er (a) sprake is van een concreet initiatief en (b) als het geregeld kan worden met een vergunning aan initiatiefnemer of degene die de activiteit uitvoert. Een vergunning voor een BOPA geldt dan ook alleen voor de initiatiefnemer of degene die de activiteit uitvoert en kan dus géén algemeen verbindende voorschriften in het omgevingsplan wijzigen. In dit plan van aanpak ligt de focus op het kerninstrument omgevingsplan. De BOPA blijft hier buiten beschouwing. 1.3 OMGEVINGSPLAN VAN RECHTSWEGE Vanaf 1 januari 2024 hebben alle gemeenten in Nederland van rechtswege een tijdelijk omgevingsplan.

Dit omgevingsplan bestaat uit bestemmingsplannen, wijzigingsplannen en beheerverordeningen, Rijksregels die overgaan naar de gemeenten (de zogenoemde Bruidsschat) en (delen van) gemeentelijk verordeningen, o.a. op het gebied van de thema’s geur, erfgoed en water. Er zijn ook verordeningregels die niet automatisch worden ondergebracht in het omgevingsplan van rechtswege maar uiteindelijk wel in het definitieve omgevingsplan thuishoren. Gemeenten kunnen tot 2032 werken met het (tijdelijk) omgevingsplan van rechtswege. Voor die tijd moet het omgevingsplan omgezet zijn naar een volwaardig omgevingsplan. Dit betekent dat alle eerder genoemde plannen vertaald moeten worden naar het ‘volwaardige’ omgevingsplan, ook zullen dan nog niet eerder vertaalde plannen, beleidskaders, visies, programma’s en de instructieregels van provincie en Rijk die gaan over de fysieke leefomgeving een plek moeten krijgen in het omgevingsplan. 1.4 MINIMALE ACTIES OMGEVINGSWET De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft een overzicht gemaakt van de minimale acties3 die gemeenten moeten ondernemen om klaar te zijn voor de invoering van de Omgevingswet in het algemeen, en voor het kerninstrument omgevingsplan in het bijzonder. Op basis van de bestuursopdracht werken wij aan de implementatie van de Omgevingswet en de minimale acties.

Voor het kerninstrument omgevingsplan zijn de volgende minimale acties door de VNG opgenomen: 14. Kunnen wijzigen omgevingsplan Als een gemeente een omgevingsplan wil wijzigen, dan stelt de gemeente deze wijziging per 1-1-2024 vast conform de eisen van de Omgevingswet. Het gewijzigde deel van het plan voldoet aan de provinciale instructieregels en aan de instructieregels uit hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. De wijziging wordt met behulp van de geldende standaard ontsloten via LVBB/ DSO-LV.

3

Minimale acties Omgevingswet – versie 6.0 (https://vng.nl/sites/default/files/2022-09/Minimale%20acties%20omgevingswet%20v6.pdf)

4

15. Kunnen werken met tijdelijk omgevingsplan Per 1-1-2024 is de gemeente in staat om te kunnen werken met het tijdelijk omgevingsplan (van rechtswege). De gemeente heeft zich hiervoor verdiept in de bruidsschat, het overgangsrecht en de wijze waarop het tijdelijk omgevingsplan geraadpleegd kan worden in het DSO-LV. Daarnaast heeft de gemeente de bestaande 'planvoorraad' opgeschoond en -voor zover nodig geacht- de oude bestemmingsplannen geactualiseerd in ruimtelijkeplannen.nl. 16. Plan(ning) gemaakt voor een nieuw omgevingsplan De gemeente heeft keuzen gemaakt over de uitgangspunten, structuur en insteek van het nieuwe omgevingsplan. Daarbij is ook bepaald in welke stappen en in welk tempo het nieuwe omgevingsplan wordt opgesteld. Eén en ander in lijn met de kaders vanuit rijks- en provinciale regelgeving en vastgelegd in een plan van aanpak. Met dit plan van aanpak wordt invulling gegeven aan de minimale acties van de VNG voor het kerninstrument omgevingsplan. Via voortgangsrapportages en raadsinformatiebrieven informeren wij college en raad over de voortgang. Het uiteindelijk vaststellen van (een deel van) het omgevingsplan is een bevoegdheid van de gemeenteraad.

5

2. KADERS In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wetgeving en richtinggevende besluiten die al beschikbaar zijn. Zij vormden het kader waarbinnen de activiteiten in het Plan van Aanpak verder uitgewerkt zijn. 2.1 WETTELIJKE KADERS Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. De gemeente krijgt dan via het overgangsrecht automatisch een omgevingsplan van rechtswege. Dit wordt ook wel het tijdelijke deel van het omgevingsplan, of het tijdelijke omgevingsplan genoemd. Het tijdelijk deel van het omgevingsplan is gevuld met: · De Bruidsschat. Dit zijn de regels waarvoor de verantwoordelijkheid vanuit het rijk wordt overgedragen aan gemeenten. Het gaat dan met name om regels uit de milieuwetgeving waarvoor lokaal maatwerk mogelijk is. · Ruimtelijke regels uit bestemmingsplannen, beheersverordeningen, wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen van de gemeente. Eventuele inpassingsplannen van provincie en rijk vallen hier ook onder. · Enkele specifieke gemeentelijke verordeningen met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit zijn de erfgoedverordening, de geurverordening en de verordening over afvoer van regen- en grondwater. In verschillende gemeentelijke verordeningen staan ook regels die over de fysieke leefomgeving gaan. Hierbij gaat het om regels bijvoorbeeld opgenomen in de APV, Erfgoedverordening of beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen.

Ter voorbereiding op de komst van de Omgevingswet heeft de gemeente Terneuzen de ruimtelijke regels vanuit de diverse gemeentelijke verordeningen al gebundeld in de Verordening Fysieke Leefomgeving, waarvan de eerste versie werd vastgesteld op 15 december 2022. Op 14 december 2023 wordt de meest actuele versie vastgesteld. Na 1 januari 2024 blijven deze regels zelfstandig bestaan totdat ze worden opgenomen in het nieuwe deel, ook wel het definitieve omgevingsplan genoemd. Hieronder is dat schematisch weergegeven.

De gemeente krijgt een overgangstermijn tot 2032. Daarbinnen moeten regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan en de relevante regels uit de gemeentelijke verordeningen worden overgezet naar het nieuwe deel van het omgevingsplan.

6

Bij het opstellen van het definitieve omgevingsplan moet aan alle vereisten van de Omgevingswet worden voldaan. Er zal een goede balans moeten worden nagestreefd tussen behoud, bescherming, gebruik, beheer en ontwikkeling in de fysieke leefomgeving. Dat vraagt om een integrale afweging van alle aspecten die gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving óf gevolgen voor de mens door die fysieke leefomgeving. De gemeentelijke vrijheid om hierin afwegingen te maken wordt vooral ingekaderd door instructieregels van het rijk in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en de instructieregels die de provincie in haar omgevingsverordening stelt. De wijze waarop de gemeente haar beleidsvrijheid invult, wordt mede bepaald door haar eigen keuzes over: · haar rol in de samenleving (actief <-> passief); · keuzes voor specifieke speerpunten in beleid over de fysieke leefomgeving; · keuzes ten aanzien van behouden en beschermen versus gebruiken en ontwikkelen; · keuzes ten aanzien van regeldruk en vertrouwen. In de omgevingsvisie komen de hoofdlijnen van bovenstaande punten terug. De juridische verwerking en nadere detaillering van de keuzes in de omgevingsvisie volgt in het omgevingsplan. 2.2 UITGANGSPUNTEN De Omgevingswet vraagt om een andere manier van denken en werken. Dit komt ook tot uitdrukking bij het instrument omgevingsplan.

Bij het opstellen of wijzigen van het omgevingsplan hanteren wij de volgende uitgangspunten: Leren door te proberen Het omgevingsplan is een nieuw instrument dat sterk afwijkt van het instrument bestemmingsplan waar nu mee wordt gewerkt. Het instrument is nog volop in ontwikkeling. De verbrede reikwijdte en nieuwe thema’s als gezondheid en veiligheid vragen om samenwerking tussen partijen om te komen tot ‘evenwichtige toedeling van functies en locaties’. Vanuit het ministerie en VNG is gewerkt aan een casco omgevingsplan en een geïntegreerde staalkaart. Daarnaast wordt gewerkt aan voorbeelden voor het wijzigen van het omgevingsplan. Vanuit het casco omgevingsplan, de geïntegreerde staalkaart en deze voorbeelden gaan wij werken aan het omgevingsplan voor Terneuzen. De doorlooptijd om tot een volledig dekkend definitief omgevingsplan te komen is enkele jaren. De overgangstermijn is niet voor niets van kracht tot 2032. In de tussentijd blijft de winkel open en zullen er gebiedsontwikkelingen zijn waarvoor een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk is. Dit zijn ontwikkelingen waarvan de realisatie gewenst is, waarvoor het instrument Omgevingsvergunning niet toereikend is en die niet kunnen wachten tot het definitieve omgevingsplan helemaal gereed is. Voor deze urgente en gewenste ontwikkelingen stellen we een omgevingsplan op maat op.

De ervaringen die we bij deze plannen en procedures opdoen, verwerken we meteen in het proces om tot een definitief omgevingsplan te komen. In sommige gevallen zullen we achteraf extra energie in het project moeten steken om iets te repareren. Fouten maken is waarschijnlijk onvermijdelijk aangezien dit instrument zich in de praktijk nog moet bewijzen en uiteindelijk ook door jurisprudentie zal worden gevormd. Voortschrijdend inzicht kan leiden tot wijzigen of aanpassen van eerder gemaakte keuzes. Beleidsneutrale omzetting Gemeenten hebben tot en met 2032 om het tijdelijk omgevingsplan om te zetten naar een grondgebied dekkend omgevingsplan. Het omgevingsplan is in principe niet meer en niet minder dan de juridische weergave van eerder danwel elders gemaakte beleidskeuzes. Het omgevingsplan stellen we daarom zoveel als mogelijk beleidsneutraal op: we zetten bestaande rechten dus zoveel mogelijk gelijkwaardig om. We houden daarbij wel rekening met in rijks- en provinciale instructieregels en nieuw beleid dat al is vastgesteld, bijvoorbeeld in de omgevingsvisie of een thematische beleidsuitwerking. Bovendien zullen we keuzes moeten maken indien er verschillen zitten in de oude regelingen. Dit komt voor bij de ruimtelijke regels in onze ruim 200 bestemmingsplannen die de afgelopen twee decennia door de gemeenteraad zijn vastgesteld.

7

Vanwege de complexiteit van het instrument omgevingsplan en de vele te maken keuzes wordt bij het omzetten het uitgangspunt beleidsneutraal gehanteerd. Dit maakt de opgave overzichtelijker en beter behapbaar. Indien er sprake is van tegenstrijdigheden in thematische beleidsvelden of ruimtelijke regels zal hier uiteraard wel een keuze in moeten worden gemaakt. De wijze waarop we deze keuze maken en hoe dit doorwerkt in het omgevingsplan beschrijven we transparant in de toelichting van het omgevingsplan. Zo maken we bij vaststelling van het omgevingsplan een bewuste keuze.

8

3. HUIDIGE SITUATIE In de afgelopen twee decennia heeft de gemeenteraad van Terneuzen omstreeks 200 bestemmingsplannen en beheersverordeningen vastgesteld. Daarnaast heeft het college omstreeks 80 omgevingsvergunningen afwijkend gebruik verleend die eveneens in het definitieve omgevingsplan geregeld moeten worden. De bestemmingsplannen voor de meeste kernen zijn opgesteld door hetzelfde stedenbouwkundige bureau. Doordat er wel een tijdspanne zit tussen het eerste vastgestelde plan voor een kern en het laatste vastgestelde plan voor een kern is de regelsystematiek over het algemeen hetzelfde. Datzelfde geldt voor de beheersverordeningen voor de industrieterreinen. Voor het buitengebied geldt één bestemmingsplan met vele wijzigingen daarvan via postzegelplannen en wijzigingsplannen. Al deze plannen moeten worden overgebracht naar het omgevingsplan, dat wil zeggen de regels die van toepassing zijn voor een locatie en alle locaties waarvoor die regel van toepassing is. Wanneer de Omgevingswet in werking treedt, worden plaatselijke verordeningen niet beschouwd als onderdeel van het tijdelijke omgevingsplan. Tijdens de wettelijke overgangsfase tot 2032 moet de gemeente de regels uit deze verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving integreren in het omgevingsplan. Een tussenstap is het vooruitlopend opstellen van een Verordening Fysieke Leefomgeving.

De bedoeling van deze verordening is om alle gemeentelijke verordeningen die leiden tot aanpassing van, of invloed hebben op, de fysieke leefomgeving, te bundelen in één verordening. Het voordeel van het bijeenbrengen van gemeentelijke regels die de fysieke infrastructuur betreffen zijn: a. Het biedt overzicht; b. De verordening biedt grip, omdat tijdens de overgangsfase de regels uit verordeningen die de fysieke infrastructuur betreffen bij elkaar staan; c. We hebben bij de indeling zoveel als mogelijk voorgesorteerd op de indeling zoals die in de toekomst ook in een omgevingsplan aan de orde komt. Het casco van het omgevingsplan van de VNG bood hiervoor de basis. Van de circa 240 Terneuzense verordeningen en beleidsstukken hebben 95 verordeningen en beleidsstukken betrekking op een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Van de 95 verordeningen en beleidsregels zijn er 14 die een plek zouden moeten/mogen krijgen in het toekomstige omgevingsplan, en daaraan voorafgaand dus in de Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL). Op 15 december 2022 stelde de gemeenteraad van Terneuzen de Verordening Fysieke Leefomgeving vast. Ten slotte wordt in het tijdelijke Omgevingsplan ook de zogeheten ‘bruidsschat’ opgenomen.

De bruidsschat bevat naast begrippen en voorrangsbepalingen en overgangsrecht regels over bouwwerken, open erven en terreinen, regels over milieubelastende activiteiten en regels over het aanleggen van wegen en spoorwegen. De verwachting is dat de gemeente Terneuzen regels in het tijdelijke Omgevingsplan zal kunnen schrappen, omdat die niet op de gemeente van toepassing zijn.

9

4. VOORBEREIDING De periode van voorbereiding loopt tot en met de inwerkingtreding van de Omgevingswet, op dit moment voorzien op 1 januari 2024. Tot 1 januari 2024 werken wij om de basis op orde te hebben, de benodigde software aan te schaffen en de benodigde besluiten te nemen. Uit de minimalen acties, zoals in de Inleiding beschreven, volgen de onderstaande opgaven. Ruimtelijke plannen De ruimtelijke plannen die gepubliceerd worden op deze landelijke voorziening maken onderdeel uit van het tijdelijke omgevingsplan. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet gaat ruimtelijke plannen over naar het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Er ligt een opgave om ruimtelijke plannen voor 1 januari 2024 op te schonen. Deze actie is al uitgevoerd en vormt tot aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet een continue proces. Harmoniseren Voor de inwerkingtreding van het Omgevingswet ligt er nog een kans om beleid en/of planregels uit de geldende bestemmingsplannen te actualiseren en/of te harmoniseren. Voor het grondgebied van Terneuzen is er voor de centrumgebieden van Terneuzen, Axel en Sas van Gent aanleiding om tot actualisatie over te gaan. Binnen deze centrumgebieden is teveel plancapaciteit voor detailhandel en horeca aanwezig die gesaneerd kan worden ten gunste van de woonfunctie. Voor deze centrumgebieden stellen wij nog een facetbestemmingsplan.

Inhoudelijk zitten er tussen de bestemmingsplannen voor de kernen wel enkele verschillen maar deze zijn niet dusdanig groot dat dit het opstellen van een paraplubestemmingsplan nodig maakt. Datzelfde geldt ook voor de diverse beheersverordeningen die met name voor de industrieterreinen zijn opgesteld. Voor sommige beleidsvelden is actualisatie voor 1 januari 2024 wel noodzakelijk vanwege bijvoorbeeld gewijzigde begripsbepalingen of een andere systematiek onder de Omgevingswet. Het gaat daarbij om de beleidsvelden cultureel erfgoed, externe veiligheid, geur en geluid. Dit wordt door de omgevingsdienst opgepakt. Software Vanaf het moment dat de Omgevingswet in werking treedt moet elke gemeente aangesloten zijn op het DSO. Om te kunnen aansluiten op de Landelijke voorziening van het DSO (DSO-LV) en de Landelijke voorziening bekendmaken en beschikbaar stellen (LVBB) moeten gemeenten software aanschaffen of aanpassen. Het gaat om systemen voor VTH, plansoftware en software voor toepasbare regels. Voor het kerninstrument omgevingsplan gaat het vooral om plansoftware en software voor toepasbare regels. De software moet worden geïmplementeerd, de medewerkers moeten hiermee kunnen werken en de software moet worden beheerd. De software is inmiddels aangeschaft en aangesloten op het DSO.

Het opstellen en/of wijzigen van een omgevingsplan wordt, net als in de huidige situatie met het instrument bestemmingsplan, uitbesteed. Als gemeente zijn wij zelf verantwoordelijk voor het (versie)beheer en de onderlinge afstemming tussen de plannen. Intern worden nog opleidingen gevolgd om ook intern (beperkte) aanpassingen aan het omgevingsplan te kunnen uitvoeren. Training Om te kunnen werken met het kerninstrument omgevingsplan wordt kennis en ervaring opgedaan. Met training en opleiding worden de medewerkers voorbereid om te kunnen werken met een tijdelijk omgevingsplan, een omgevingsplan te wijzigen voor een initiatief en een grondgebied dekkend omgevingsplan op te stellen. Daarbij wordt veel gebruik gemaakt van het aanbod van de VNG (o.a. werkplaatsen en netwerksessies).

10

5. TRANSITIEFASE Op 1 januari 2024 start de transitiefase. De gemeente heeft dan tot uiterlijk 2032 de tijd om bestaande regels in het tijdelijk deel van het omgevingsplan én regels uit een aantal lokale verordeningen om te zetten naar een definitief omgevingsplan. Tijdens deze transitiefase blijft de winkel open. We zullen gelijktijdig met het opstellen van een definitief omgevingsplan ook planologische procedures moeten doorlopen om urgente gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken. Ook het verlenen van reguliere vergunningen zal gewoon door moeten gaan. In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we bij voorkeur om gaan met initiatieven die niet passen binnen de regels voor de fysieke leefomgeving in de transitiefase. Ook leggen we een aantal keuzes vast over de manier hoe we tot het definitieve omgevingsplan komen. 5.1 UITGANGSPUNTEN PROCEDUREVOORKEUREN MEDEWERKING AAN INITIATIEVEN Tijdens de transitiefase kunnen we gebruik maken van vier verschillende procedures om een urgente gewenste ontwikkeling die in strijd is met de regels voor de fysieke leefomgeving mogelijk te maken. In volgorde van voorkeur zijn dat: · procedures afronden op basis van de oude wetgeving op grond van het overgangsrecht; · met een omgevingsvergunning op grond van de Omgevingswet afwijken van het tijdelijke omgevingsplan; · Tam IMRO; · het wijzigen van een omgevingsplan op basis van het initiatief.

Overgangsrecht oude wetgeving Het overgangsrecht regelt dat bestemmingsplannen (en uitwerkings- en wijzigingsplannen) kunnen worden afgerond op grond van de Wet ruimtelijke ordening indien voor 1 januari 2024 een ontwerp van het plan ter inzage is gelegd. Na afronding van de planologische procedure zijn deze plannen automatisch onderdeel van het tijdelijke omgevingsplan. Deze optie heeft als grote voordeel dat door opname in het tijdelijke omgevingsplan er een toetsingskader ontstaat op basis waarvan omgevingsvergunningen verleend kunnen worden. Jurisprudentie en risico’s zijn door ervaring met deze procedure bekend en hoeven geen verrassing meer te vormen. Nadeel is dat er omgeschakeld moet worden naar een andere procedure indien niet tijdig een ontwerp plan ter inzage kan worden gelegd. Daar waar mogelijk stimuleren we initiatiefnemers al vanaf dit moment om tijdig de noodzakelijke stukken aan te leveren zodat de procedure nog op grond van de oude wetgeving kan worden afgehandeld. Er bestaat echter een risico dat er onvoldoende capaciteit beschikbaar is om alle plannen te beoordelen en in procedure te brengen. Ook kan het zijn dat initiatiefnemers (en hun adviseurs) niet in staat blijken tijdig de benodigde stukken aan te leveren. De druk op alle partijen die in het omgevingsrecht werkzaam zijn, is momenteel namelijk erg hoog.

Op enig moment is het niet meer realistisch om nog plannen in behandeling te nemen met als doel deze onder het overgangsrecht af te handelen. Dat moment lag omstreeks 1 oktober jongstleden. Buitenplanse Omgevingsvergunning (Bopa) Na inwerkingtreding van de Omgevingswet kunnen geen nieuwe procedures op grond van de Wro meer worden opgestart. Voor wenselijke ontwikkelingen die strijdig zijn met het tijdelijke omgevingsplan maken we dan zoveel mogelijk gebruik van de omgevingsvergunning. Met de omgevingsvergunning kan namelijk in ruime mate worden afgeweken van het omgevingsplan. Het afgeven van omgevingsvergunningen is een collegebevoegdheid. De raad heeft met het vaststellen van het omgevingsplan kaders geschept. Het is aan het college om de afwegingen te maken rondom concrete initiatieven. De verhouding raad – college zoals de Omgevingswet hem beoogd komt hier in heel duidelijk naar voren. Toch kunnen er situaties of initiatieven zijn waar de raad enige invloed wilt hebben op de beslissingen die het college kan nemen.

11

Onder de huidige Wet ruimtelijk ordening is hiervoor de ‘verklaring van geen bedenkingen’ geïntroduceerd. Deze moet het college voorafgaand vragen aan de raad, wanneer een omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan met een uitgebreide procedure (art 2.12, eerste lid, onder a, onder 3 Wabo) wordt afgegeven. De gemeenteraad kan aangeven in welke gevallen zij zo’n verklaring niet noodzakelijk acht. Binnen de gemeente Terneuzen is een ‘verklaring van geen bedenkingen’ niet noodzakelijk als de raad het initiatief niet ‘politiek gevoelig’ verklaart. De Omgevingswet draait de situatie in feite om. Artikel 16.15 lid b, onder 1 Ow geeft de gemeenteraad namelijk de mogelijkheid om een lijst met gevallen vast te stellen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten waarin zij optreden als adviseur. Dit advies is echter wel bindend. Het college kan deze dus niet naast zich neerleggen. De lijst met categorieën van gevallen waarvoor de raad advies wordt gevraagd over een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit heeft de gemeenteraad van Terneuzen vastgesteld in de raadsvergadering van 3 februari 2022. Verleende vergunningen worden op een later moment in het omgevingsplan opgenomen, zodra dat definitief vorm heeft gekregen. Voordeel van deze procedure is dat hij relatief onafhankelijk van het omgevingsplanproces kan worden doorlopen.

Bovendien is het maatwerk omdat er sprake is van een concrete aanvraag. Iedereen (initiatiefnemer, belanghebbenden en gemeente) weet precies wat er mogelijk wordt gemaakt. Nadeel is dat het (bouw)plan voor de vergunningaanvraag verder moet worden uitgewerkt dan voor een wijziging van het omgevingsplan. Dit risico zal een initiatiefnemer moeten accepteren als hij niet wil wachten op het definitieve omgevingsplan. TAM IMRO De inwerkingtreding van de Omgevingswet is vooralsnog uitgesteld tot 1 januari 2024. Op dit moment is de verwachting dat het DSO op 1 januari nog (steeds) niet naar behoren functioneert. Dit geeft beperkingen voor het instrument omgevingsplan. Voor het geval het DSO niet werkt, of een gemeente nog niet in staat is om met het DSO te werken, zijn Tijdelijke Alternatieve Maatregelen (TAM) geïntroduceerd. Als alternatief kan gebruik worden gemaakt van TAM IMRO. Dit is een omgevingsplan dat inhoudelijk moet voldoen aan de Omgevingswet (evenwichtige toedeling van functies aan locaties) en de AMvB’s (instructieregels) maar dan met gebruik van de ‘oude’ digitale IMRO standaarden in plaats van de nieuwe TPOD standaarden. Het plan wordt gepubliceerd op ruimtelijkeplannen.nl maar is vervolgens ook in het DSO raadpleegbaar.

Het TAM IMRO-instrument is een vrij nieuw instrument dat door de VNG nog uitgewerkt wordt in de vorm van een handreiking inclusief voorbeelden (pilots). De gemeente volgt de ontwikkelingen met betrekking tot de Omgevingswet. Naar verwachting kan een gemeente tot 2 jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet gebruik maken van het TAM IMRO-instrument. Het TAM IMRO-instrument is een volwaardig en reëel alternatief als het DSO niet naar behoren werkt, de gemeente nog onvoldoende in staat is geweest om te oefenen met de nieuwe software en om medewerking te verlenen aan urgente gebiedsontwikkelingen. Wijzigen van het omgevingsplan Indien een initiatief in strijd is met het omgevingsplan kan medewerking worden verleend door het wijzigen van het omgevingsplan. Het maken van zo’n omgevingsplan op maat kent een aantal nadelen. Ten eerste is het een nieuwe procedure en dat brengt per definitie risico’s met zich mee. Werkprocessen zijn bijvoorbeeld nog maar beperkt getest en jurisprudentie over de begrenzing van lokale afwegingsruimte is nog niet beschikbaar. Ten tweede is het lokale kader (het definitieve omgevingsplan) nog niet gereed. Door keuzes over één locatie naar voren te trekken, kan het lastig worden deze keuzes later in te bedden in de standaardregels voor het definitieve omgevingsplan.

De gemeente heeft er belang bij dat wijziging van het omgevingsplan op uniforme wijze gebeurt en niet iedere initiatiefnemer een eigen invulling geeft aan het omgevingsplan. Het omgevingsplan is immers grotendeels vormvrij en er zijn veel keuzes te maken. Om deze uniformiteit te waarborgen, de kosten voor een initiatiefnemer te beperken en zorgvuldig medewerking te kunnen verlenen aan een initiatief is een ‘Handboek omgevingsplan’ opgesteld.

12

In dit handboek wordt het instrument, de inhoud, het proces en de procedure beschreven. Daarbij wordt aangeven op welke wijze een initiatiefnemer een omgevingsplan aanlevert en wie (gemeente of initiatiefnemer) waarvoor verantwoordelijk is. In dit handboek worden keuzes gemaakt zodat de initiatiefnemer weet wat aangeleverd moet worden (en wat niet). Deze keuzes hebben onder andere betrekking op de opbouw van het omgevingsplan, de invulling van de decentrale ruimte en de software. Daarnaast wordt nog gewerkt aan een tweede product, namelijk het casco omgevingsplan. Het casco omgevingsplan regelt de structuur van het omgevingsplan en bevat de ‘standaard’ planregels (regelbibliotheek). De initiatiefnemer kan uit deze planregels putten voor het wijzigen van het omgevingsplan. Op deze wijze wordt de uniformiteit geborgd. De planregels worden opgesteld voor de meest voorkomende initiatieven (o.a. wonen) en worden toegespitst op de gemeente Terneuzen. De regelbibliotheek is niet uitputtend. 5.2 UITGANGSPUNTEN WERKWIJZE DEFINITIEF GRONDGEBIED DEKKEND OMGEVINGSPLAN Per 1 januari 2024 heeft iedere gemeente van rechtswege een tijdelijk omgevingsplan. Het tijdelijke omgevingsplan zal vervolgens een transitie door moeten maken naar een volwaardig omgevingsplan.

Uiteindelijk (naar huidige inzichten op 31 december 2032) is er geen sprake meer van een tijdelijk deel, maar zal elke gemeente een volwaardig omgevingsplan moeten hebben waarin: • sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; • de regels voor de fysieke leefomgeving zijn opgenomen; • wordt voldaan aan de instructieregels van het Rijk (Besluit kwaliteit leefomgeving) en de provincie (Provinciale omgevingsverordening); • de vormgeving voldoet aan de digitale standaarden (TPOD Omgevingsplan). Het omgevingsplan kan worden gezien als een puzzel met heel veel grote en kleine stukjes. Een wijziging van het Omgevingsplan, bijvoorbeeld voor een initiatief, dat na de inwerkingtreding van de Omgevingswet bekend wordt gemaakt, is volgens artikel 22, lid 3 van de Omgevingswet een omgevingsplan en dus één van de puzzelstukjes van dit volwaardige omgevingsplan. Het is onmogelijk om een dergelijke puzzel in korte tijd en in één keer goed in elkaar te leggen. Een bestaand ruimtelijk plan (bestemmingsplan) op een locatie kan alleen in zijn geheel komen te vervallen bij vaststelling van een nieuw (deel)plan. Voor het overige gedeelte blijft het tijdelijke omgevingsplan (het omgevingsplan van rechtswege) van kracht. Bij het wijzigen van het omgevingsplan zijn de volgende uitgangspunten van belang: beleidsneutraal, en ‘leren door te proberen’, zie paragraaf 2.2.

Het opstellen van een grondgebied dekkend omgevingsplan neemt een aantal jaren in beslag, en de wetgever heeft gemeenten dan ook tot en met 2032 gegeven om een grondgebied dekkend omgevingsplan te maken dat volledig voldoet aan de wet. In voorbereiding op het opstellen van het grondgebied dekkend omgevingsplan moeten de volgende keuzes worden gemaakt. Structuur en opbouw omgevingsplan Voor de structuur en opbouw van het omgevingsplan zijn er een aantal mogelijkheden: • Een gebiedsgerichte opbouw: de opbouw van het omgevingsplan is gebaseerd op de groepering van regels die van toepassing zijn op hetzelfde gebied. • Een thematische opbouw: de opbouw van het omgevingsplan is gebaseerd op de groepering van regels die zien op hetzelfde thema. • Een systematische opbouw: de opbouw van het omgevingsplan is gebaseerd op de groepering van regels met eenzelfde functie of doel: wat de regels beogen te regelen. De VNG heeft een casco omgevingsplan, een geïntegreerde staalkaart omgevingsplan en een handboek opgesteld. Deze documenten reiken een structuur aan voor de regels in het omgevingsplan. Deze structuur sluit aan bij de systematische opbouw en wordt gekenmerkt door het aanwijzen van gebieden en thema’s in hoofdstuk 4 en regels voor activiteiten in hoofdstuk 5. Dit casco omgevingsplan wordt niet voorgeschreven.

13

Vanuit de praktijk blijkt er behoefte aan uniformiteit en standaardisering in de inhoudsopgave, structuur en opbouw. Een ruime meerderheid van de gemeenten in Nederland kiest ervoor om het casco omgevingsplan van de VNG te volgen. Terneuzen sluit met haar grondgebied dekkend omgevingsplan zoveel als mogelijk aan bij het casco omgevingsplan en de geïntegreerde staalkaart van de VNG. Bruidschat De Omgevingswet gaat uit van ‘decentraal tenzij’. Veel regels kunnen beter op lokaal niveau worden gesteld. Ze zijn dan concreet en toegespitst op de locatie. Onder de Omgevingswet verhuizen veel rijksregels naar de gemeente. Het gaat bijvoorbeeld om regels over geluid, geur, trillingen en vergunningvrij bouwen. Deze regels zijn opgenomen in de Bruidsschat. Deze regels maken van rechtswege onderdeel uit van het tijdelijk omgevingsplan en maken bij inwerkingtreding van de Omgevingswet automatisch deel uit van het omgevingsplan van de gemeente. Gemeenten wegen vervolgens af of de regels uit de Bruidsschat overgenomen, gewijzigd of geschrapt worden bij het overzetten naar het grondgebied dekkende omgevingsplan. Verordening Fysieke Leefomgeving Ter voorbereiding op de komst van de Omgevingswet heeft de gemeente Terneuzen de ruimtelijke regels vanuit de diverse gemeentelijke verordeningen al gebundeld in de Verordening Fysieke Leefomgeving, vastgesteld 15 december 2022.

Na 1 januari 2024 blijven deze regels zelfstandig bestaan totdat ze worden opgenomen in het nieuwe deel, ook wel het definitieve omgevingsplan genoemd. Alleen de gemeentelijke erfgoedverordening en de gemeentelijke verordening afvoer regen- en grondwater maken onder het nieuwe recht deel uit van het tijdelijke omgevingsplan. De regels uit de Verordening Fysieke Leefomgeving, de Erfgoedverordening en afvoer regen- en grondwaterverordening worden geïntegreerd in het definitieve omgevingsplan. Bovengenoemde onderdelen kunnen als ‘bouwsteen’ voor het opstellen van het omgevingsplan worden voorbereid. De bruidsschat en de lokale verordeningen lenen zich ervoor om projectmatig op te pakken, te analyseren, keuzes te maken en alvast regels voor het omgevingsplan te formuleren. Gebiedsgericht en stapsgewijs Er zijn diverse mogelijkheden om in de periode tot 2032 te komen tot een omgevingsplan. Aan alle manieren kleven voor- en nadelen. • In één keer een gemeente dekkend omgevingsplan Juridisch en technisch gezien is het mogelijk om in één keer een omgevingsplan te maken voor de gehele gemeente en die ook in een keer door de raad vast te laten stellen. Deze methode geeft de beste mogelijkheid om tot een integrale werkwijze te komen en biedt de beste mogelijkheid om te komen tot uniformiteit in de systematiek en regels van het plan.

De omvang en complexiteit van het omgevingsplan maakt dat deze methode in de praktijk bijna onwerkbaar is. De taak die op ons afkomt is omvangrijker dan de actualisatie van alle bestemmingsplan bij de invoering van de huidige Wet ruimtelijke ordening (Wro). Ook daar heeft de organisatie enkele jaren over gedaan. Deze manier van opbouwen van het omgevingsplan wordt dan ook niet gezien als een realistische optie. • Themagewijs opbouwen De nieuwe wet geeft de mogelijkheid om het omgevingsplan gefaseerd op te bouwen. Welke fases daarvoor gekozen worden en hoe die worden afgebakend is een eigen keuze. Er kan gekozen worden voor een opbouw per thema. Bijvoorbeeld wonen, groen, water, erfgoed. Het voordeel hiervan is dat de thema’s kunnen aanhaken op bestaande beleidsthema’s en bestaande beleidscyclus. Zo is het makkelijker in het plan in te springen op trends en ontwikkelingen binnen die thema’s. Nadeel van deze werkwijze is dat de integrale werkwijze beperkt is tot het beleidsthema. Op locatieniveau komen thema’s samen. Een omgevingsplan moet voorzien in een regeling voor alle toegestane functies en activiteiten. Het risico ontstaat dat er een onoverzichtelijk geheel aan regelingen ontstaat. Benoemen van thema’s is vaak lastig. Er is vaak overlap en niet altijd duidelijk in welke thema’s bepaalde regels terug zouden moeten komen.

14

Themagewijs opbouwen is juridisch wel mogelijk. Maar themagewijs afbreken van het tijdelijke omgevingsplan is vaak lastig of soms zelf niet mogelijk. De kans dat er hierdoor een aantal jaren een heel onoverzichtelijk pallet aan regels naast elkaar gehanteerd moet worden is vrij groot. Daarom wordt deze methode ook niet voorgestaan. • Gebiedsgewijs opbouwen Gefaseerd opbouwen van je omgevingsplan kan ook per gebied. Door te kiezen voor gebieden met een ruimtelijke samenhang is het mogelijk om voor zo’n gebied een set integrale regels te maken. De samenhang en uniformiteit bewaken van de regels tussen de gebieden is de grootste uitdaging wanneer voor deze methode wordt gekozen. Omdat het opbouwen hiermee in afgebakende stukken opgeknipt kan worden is de verwachting dat de grote hoeveelheid werk hanteerbaar wordt. Maak ook voor de gemeenteraad levert een gebiedsgerichte opbouw meer overzicht. In tegenstelling tot themagericht opbouwen kan het tijdelijke omgevingsplan makkelijker gebiedsgericht worden afgebroken. Wanneer een deelgebied is afgerond komt dit ter vervanging van het tijdelijke omgevingsplan voor dat deelgebied. De omgevingsvisie vormt in veel opzichten de basis voor het omgevingsplan. Het proces rond het opstellen van de omgevingsvisie start op basis van de huidige structuurvisie (en andere bestaande beleidsdocumenten).

In de huidige Structuurvisie 2025 worden woon-, werk-, en buitengebied onderscheiden. De gebieden uit de visie zijn een prima basis voor de indeling van het omgevingsplan. Er wordt gekozen voor een gebiedsgerichte werkwijze. De volgende deelgebieden worden onderscheiden: • kernen; • buitengebied; • industrieterreinen. Het idee op dit moment is om de onderscheiden deelgebieden in bovenstaande volgorde om te zetten naar omgevingsplanregels. Planning omgevingsplan De omgevingsvisie bevat kaders voor de fysieke leefomgeving en vormt een belangrijk vertrekpunt voor het opstellen van het grondgebied dekkend omgevingsplan. De omgevingsvisie Terneuzen wordt naar verwachting in 2025 vastgesteld. Parallel aan het proces om te komen tot een omgevingsvisie Terneuzen wordt gestart met het opstellen van het grondgebied dekkende omgevingsplan. Wij beginnen met de weinig dynamische gebieden zodat wij kennis en ervaring opdoen met de werking van de software, het wijzigen van het omgevingsplan voor initiatieven en gebruik kan worden gemaakt van praktijkvoorbeelden. De overgangstermijn is van kracht tot 2032. Het is wenselijk om de overgangsperiode korter te laten duren dan wettelijk mogelijk. Gelet op de vele onzekerheden die er nog zijn, is het echter te vroeg om een ander jaartal als harde ambitie vast te leggen.

15

6. OVERZICHT In dit hoofdstuk worden per fase de beschreven stappen en uitgangspunten beschreven. De te nemen stappen worden in de tijd geplaatst. Daarbij is de uiterste datum opgenomen waarvoor de actie afgerond moet worden. 6.1 VOORBEREIDING Opgaven Ruimtelijke plannen

Actualisatie begripsbepalingen etc. Actualisatie detailhandel Software

Training

Omschrijving Ruimtelijke plannen is opgeschoond. Dit is echter een continu proces tot 1 januari 2024 en wordt gemonitord via het kwaliteitsdashboard ruimtelijke plannen van het Kadaster. Technische aanpassingen op een aantal beleidsthema’s, zoals geluid, geur en externe veiligheid. Actualisatie centrumgebieden Terneuzen, Axel en Sas van Gent De plansoftware is aangeschaft en getest. Voor het werken met de software zijn trainingen verzorgd. Vanaf september verwachten wij tijd te hebben met de plansoftware te oefenen. Onderdeel daarvan is het maken van afspraken over het beheer van de software en de wijze van annoteren. Tot aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden trainingen gevolgd om te kunnen werken met het tijdelijk omgevingsplan, het omgevingsplan te kunnen wijzigen en te kunnen werken met de nieuwe software. Dat geldt ook voor de tijdelijke alternatieve maatregelen.

Planning Gereed en bijhouden tot en met 31 december 2023

1ste helfti 2024

1ste helft 2024 31 december 2023

Trainingstraject in samenwerking met stedenbouwkundig bureau tot en met 1ste helft 2024

6.2 MEDEWERKING AAN INITIATIEVEN Opgave Bestemmingsplannen overgangsrecht

Buitenplanse omgevingsvergunning afwijkend gebruik omgevingsplan

Omschrijving In overleg met initiatiefnemers worden ontwerpbestemmingsplannen nog voor de inwerkingtreding ter inzage gelegd. Als dit niet meer haalbaar is, vanwege tijd of kwaliteit, wordt dit met de initiatiefnemer besproken. Medewerking aan een concreet initiatief waarbij geen regels voor

Planning Continu proces

Vanaf 1 januari 2024

16

TAM IMRO

Wijziging omgevingsplan op maat

omliggende percelen gewijzigd moeten worden. Medewerking aan urgente gebiedsontwikkeling waarvoor een Bopa niet geschikt is. - Handboek Omgevingsplan voor initiatiefnemers - Casco en regelbibliotheek

Vanaf 1 januari 2024 zolang de Omgevingswet hiervoor de mogelijkheid geeft (nu 2 jaar na inwerking treding) - Gereed - Structuur casco en regelbibliotheek voor de belangrijkste functies gevuld 1ste helft 2024

6.3 GEBIEDSDEKKEND OMGEVINGSPLAN Opbouw

Strategie

Bruidschat

Verordening Fysieke Leefomgeving

Qua inhoudsopgave, structuur en opbouw wordt zoveel als mogelijk aangesloten bij het door de VNG opgestelde casco omgevingsplan, de geïntegreerde staalkaart omgevingsplan en het bijbehorende handboek. Het grondgebied dekkend omgevingsplan wordt opgesteld op basis van de bestaande bestemmingsplannen, bruidsschatregels en verordeningen. Wat onder het huidige recht wordt geregeld, wordt ook in het grondgebied dekkende omgevingsplan geregeld. De regels uit de bruidsschat worden beoordeeld. Daarbij wordt afgewogen of deze regels worden geschrapt, overgenomen of gewijzigd worden overgenomen. De bruidschat wordt geïntegreerd in het definitieve omgevingsplan. De regels uit de Verordening Fysieke Leefomgeving, de Erfgoedverordening en afvoer regen- en grondwaterverordening worden geïntegreerd in het definitieve omgevingsplan.

nvt

nvt

1 januari 2024

31 december 2032 31 december 2032

17

Omgevingsplan Terneuzen

Parallel aan het proces om te komen tot een omgevingsvisie Terneuzen wordt gestart met het opstellen van het grondgebied dekkend omgevingsplan. Daarbij gaan we uit van een gebiedsgerichte aanpak (deelgebied) waarbij ook themagericht (bruidsschat, lokale verordeningen) worden ingevoegd. Wij hanteren hierbij de volgende volgorde van uitwerken: • kernen; • buitengebied; • industrieterreinen. Vanwege de nodige onzekerheden wordt voor het opstellen

31 december 2032

van het grondgebied dekkend omgevingsplan een doorlooptijd van vijf jaar gereserveerd.

18

7. ORGANISATIE 7.1 PROCES De gemeenteraad is bevoegd om het omgevingsplan te wijzigen, tenzij een delegatiebesluit is genomen. Dan is het college bevoegd gezag. De gemeenteraad heeft op 3 februari 2022 een delegatiebesluit genomen. De gemeenteraad wordt geïnformeerd over dit plan van aanpak zodat zij als bevoegd orgaan op de hoogte is van de voorgestelde werkwijze. Voor het overige wordt de werkwijze met de gemeenteraad voortgezet zoals dit ook bij het opstellen van bestemmingsplannen gebruikelijk is en wordt de gemeenteraad via raadsinformatiebrieven, themabijeenkomsten en commissievergaderingen geïnformeerd. De werkzaamheden worden uitgevoerd binnen de bestaande organisatiestructuur. Het handboek omgevingsplan, het casco omgevingsplan en de regelbibliotheek worden in samenwerking met een stedenbouwkundig bureau opgesteld. Het grondgebied dekkend omgevingsplan wordt naar verwachting voor een groot deel door een extern adviesbureau opgesteld. Deze werkzaamheden worden, zoals nu ook voor bestemmingsplannen, intern begeleid. 7.2 PARTICIPATIE EN COMMUNICATIE Participatie Participatie gaat een belangrijke rol spelen onder de Omgevingswet. De Omgevingswet zegt over participatie: 'het in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden [...] bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit'.

Het is straks verplicht om aan te geven, hoe en wanneer belanghebbenden bij de planvorming betrokken zijn. Voor het omgevingsplan zijn de eisen ten aan zien van participatie opgenomen in het Omgevingsbesluit (artikel 10.2 Ob). Zowel bij het wijzigen van het omgevingsplan voor een initiatief als bij het opstellen van het grondgebied dekkende omgevingsplan wordt volgens het vastgestelde gemeentelijke participatiebeleid de dialoog met de omgeving gevoerd. Op grond van artikel 10.2 Omgevingsbesluit: • wordt een kennisgeving gedaan als een omgevingsplan wordt gewijzigd. Daarin wordt aangegeven hoe de participatie wordt vorm gegeven; • moet als onderdeel van het wijzigingsbesluit worden aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen zijn betrokken bij de voorbereiding en wat we met de resultaten van hun inbreng is gedaan. Communicatie Initiatiefnemers worden als het omgevingsplan voor een initiatief willen wijzigen, geïnformeerd over het handboek omgevingsplan en de casco planregels.

8. TOEPASBARE REGELS Toepasbare regels zijn begrijpelijke vertalingen van de juridische regels uit het omgevingsplan. De gemeente vertaalt de juridische regels zelf naar toepasbare regels voor het Omgevingsloket. Daar kunnen initiatiefnemers met vragenbomen onderzoeken wat voor hen van toepassing is. Door vragen te beantwoorden krijgen ze bijvoorbeeld antwoord op de volgende vragen: • Heb ik een vergunning nodig als ik een dakkapel wil plaatsen? • Welke informatie moet ik aanleveren om een vergunning aan te vragen? • Welke maatregelen moet ik nemen als ik een bepaalde activiteit wil uitvoeren? Vooralsnog wordt het huidige niveau van digitale dienstverlening voortgezet en wordt het omgevingsloket verder gevuld naarmate het omgevingsplan verder vorm krijgt.

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13665346/1