CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-01-16 - bijlage was wordt tabel

gemeenteraad 1 februari 2024, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen eerste wijziging Algemene Plaatselijke Verordening 20241.800 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt-tabel 1e wijziging Algemene plaatselijke verordening Terneuzen 2024

Algemeen Leeswijzer bepalingen In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, rood gezet. In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens rood gedrukt. De schuingedrukte teksten zijn teksten die afwijken van het model van de VNG en specifiek voor Terneuzen zijn òf het zijn teksten die facultatief zijn opgenomen in het model van de VNG (je kunt er voor kiezen om ze op te nemen of niet).

Aanpassingen artikelen Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat: a. de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of b. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is, de leeftijd van 21 jaren nog niet heeft bereikt als het een openbare inrichting betreft waarin alcoholhoudende dranken worden verkocht of de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt als het een openbare inrichting betreft waarin geen alcoholhoudende dranken worden verkocht. 4. De burgemeester kan nadere regels stellen ter bescherming van de belangen

Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan.

3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat: a. de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of b. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is, de leeftijd van 21 jaren nog niet heeft bereikt als het een openbare inrichting betreft waarin alcoholhoudende dranken worden verkocht of de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt als het een openbare inrichting betreft waarin geen alcoholhoudende dranken worden verkocht. 4. De burgemeester kan nadere regels stellen ter bescherming van de belangen

1

genoemd in dit artikel en in artikel 1:8 waarbij hij: a. in afwijking van het derde lid onder a kan bepalen dat de weigeringsgronden uit artikel 1:8 ook van toepassing blijven; en b. kan bepalen dat naast de exploitant en leidinggevende ook het personeel moet voldoen aan eisen omtrent slecht levensgedrag en integriteitsbeoordeling. 5. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; of d. bedrijfskantine of –restaurant; of e. paracommerciële horecabedrijven; of f. hotels en bed- en breakfast bedrijven. 6. Op de aanvraag om een vergunning of een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Bestaande tekst

genoemd in dit artikel en in artikel 1:8 waarbij hij: a. in afwijking van het derde lid onder a kan bepalen dat de weigeringsgronden uit artikel 1:8 ook van toepassing blijven; en b. kan bepalen dat naast de exploitant en leidinggevende ook het personeel moet voldoen aan eisen omtrent slecht levensgedrag en integriteitsbeoordeling. 5. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; of d. bedrijfskantine of –restaurant; of e. paracommerciële horecabedrijven; of f. hotels en bed- en breakfast bedrijven. g. camping of recreatiepark als bedoeld in artikel 2:38a, onder a, waarop de vergunningplicht uit artikel 2:38b, eerste lid, van toepassing is, voor zover sprake is van eenzelfde exploitant. Artikel 2:29 tot en met 2:33 zijn onverkort op de openbare inrichting op de camping of het recreatiepark van toepassing. 6. Op de aanvraag om een vergunning of een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Nieuwe tekst

Afdeling 6A. Toezicht op campings en recreatieparken Artikel 2:38a Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: a. camping of recreatiepark: (kampeer-)terrein waarvan het gebruik ten behoeve van het verschaffen van tijdelijk recreatief nachtverblijf planologisch is toegestaan; b. exploitant: de natuurlijke of rechtspersoon die een camping of recreatiepark exploiteert op grond van artikel 2:38b; c. beheerder/leidinggevende: de natuurlijke of rechtspersoon of personen die de onmiddellijke leiding uitoefent of uitoefenen; 2

d. recreatieverblijfplaats: kampeerplaats, kampeervak, kampeerunit, (sta)caravan, chalet en vergelijkbare accommodaties ten behoeve van recreatief nachtverblijf. Artikel 2:38b Vergunningplicht 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een camping of recreatiepark van meer dan 35 recreatieverblijfplaatsen te exploiteren; 2. de aanvraag voor de vergunning dient te geschieden met een door de burgemeester vastgesteld formulier; 3. voor zover voor de exploitatie van de camping of het recreatiepark ook een vergunning als bedoeld in artikel 2:28 APV benodigd is en er sprake is van eenzelfde eigenaar en beheerder/leidinggevende, wordt, gelet op het bepaalde in artikel 2:28, lid 5 onder g, één exploitatievergunning verleend. 4. in de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval vermeld: a. de persoonsgegevens van de exploitant, en b. de persoonsgegevens van de beheerder/leidinggevende. 5. Op de aanvraag is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:38c Gedragseisen De exploitant en de beheerder/leidinggevende: a. staan niet onder curatele; b. zijn niet in enig opzicht van aantoonbaar slecht levensgedrag, en c. hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt. Artikel 2:38d Weigeringsgronden 1. De burgemeester weigert de vergunning als: a.

de exploitant of beheerder/leidinggevende niet voldoet aan de in artikel 2:38c gestelde eisen; b. de exploitatie van de camping of het recreatiepark in strijd is met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd indien: a. naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de camping of het recreatiepark of de openbare orde door de exploitatie van de camping of het recreatiepark op ontoelaatbare wijze wordt beïnvloed; b. de exploitatie van de camping of het recreatiepark een onaanvaardbaar risico op ernstige verstoring van de openbare orde met zich zal meebrengen; c. dit in het belang is van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten; 3

d. ten aanzien van de te verlenen vergunning een negatief BIBOB-advies is ontvangen. Artikel 2:38e Sluiting 1. De burgemeester kan ter bescherming van de openbare orde en veiligheid de sluiting bevelen van een camping of recreatiepark indien daar: a. door misdrijf verkregen zaken voorhanden, bewaard of verborgen zijn dan wel verworven of overgedragen; b. discriminatie heeft plaatsgevonden op grond van ras, geslacht, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook; c. wapens als bedoeld in artikel 2 van de Wet wapens en munitie aanwezig zijn waarvoor geen ontheffing, vergunning of verlof is verleend; d. zich andere feiten en/of omstandigheden hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat het geopend blijven van de camping of recreatiepark ernstig gevaar oplevert voor de openbare orde. 2. De burgemeester kan de sluiting bevelen van een camping of recreatiepark indien: a. de exploitant of beheerder/leidinggevende handelt in strijd met het bepaalde in de artikel 2:38b, eerste lid, of artikel 2:38c onder sub a en b; b. de exploitant of beheerder/leidinggevende handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften; 3. de burgemeester trekt het sluitingsbevel in als naar zijn oordeel de in het eerste lid genoemde belangen voortzetting van de sluiting niet langer vereisen. 4.

de burgemeester draagt zorg voor het aanbrengen van het bevel tot sluiting bij de toegang van de inrichting of in de directe nabijheid daarvan. 5. de rechthebbende laat toe dat een afschrift van het sluitingsbevel wordt aangebracht. Artikel 2:38f Aanwezigheid in gesloten camping of recreatiepark 1. Het is verboden een camping of recreatiepark te betreden waarvan de sluiting is bevolen. 2. Het is de rechthebbende verboden zonder toestemming van de burgemeester bezoekers toe te laten of zelf de camping of het recreatiepark te betreden. Artikel 2:38g Intrekking vergunning Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 wordt de vergunning ingetrokken indien: a. de exploitatie van de camping of het recreatiepark door een andere dan in de vergunning genoemde houder wordt overgenomen; b. de exploitant of beheerder niet meer voldoet aan de in artikel 2:38c onder a en b gestelde eisen;

4

c. ten aanzien van de exploitant of beheerder/leidinggevende een negatief BIBOB-advies is ontvangen.

Toelichting We voegen afdeling 6A ‘Toezicht op campings en recreatiebedrijven’ toe in de Algemene Plaatselijke Verordening 2024. Daartoe worden de artikelen 2:38a tot en met 2:38g toegevoegd. Ook wordt onder lid 5 van artikel 2:28 een sub g toegevoegd. Artikel 2:38a tot en met 2:38g De wens bestaat om een exploitatievergunning voor campings en recreatieparken op te nemen in de APV. Met deze wijziging creëren we een vergunningsstelsel voor campings en recreatieparken. Dit heeft als voordeel dat het daardoor mogelijk wordt gemaakt om ten behoeve van deze vergunningaanvragen een onderzoek in te stellen op grond van de Wet Bibob. De exploitatievergunning kan geweigerd worden wanneer uit het Bibob-onderzoek blijkt dat er sprake is van ernstige vrees dat de vergunning zal worden misbruikt voor ondermijnende criminaliteit. Met het vervallen van onder andere de Wet op de openluchtrecreatie bieden de huidige wettelijke mogelijkheden geen adequate manier om op te treden tegen malafide ondernemers, anders dan bijvoorbeeld op grond van ruimtelijke wetgeving. De eisen die daarentegen aan een exploitatievergunning gesteld kunnen worden, zoals bijvoorbeeld een Bibob-procedure kunnen een preventieve werking hebben.

Voor B&B’s, hotels en kampeerboerderijen geldt de vergunningplicht niet aangezien de risico’s op het gebied van verstoringen van de openbare orde en veiligheid en ondermijnende criminaliteit hier minder groot zijn. Artikel 2:28, lid 5 onder g Om regel- en lastendruk te voorkomen wordt in dit artikel geborgd dat geen vergunning op grond van artikel 2:28 APV (exploitatie inrichting) nodig is als er ook een vergunningplicht bestaat onder afdeling 6A, èn er sprake is van eenzelfde eigenaar en beheerder/leidinggevende.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13658354/1