2023-12-14 C5 - inrichting van de weg - brief burger geanonimiseerd
Tekst van het document
⎯⎯⎯⎯ ⎯⎯⎯ ⎯ HU IJSSE NSTRAAT
·
4543 CB ZAAMSL AG
·
NL
⎯⎯⎯⎯⎯⎯⎯⎯⎯
E-MA IL: @ZE ELANDNET .NL
Aan de leden van de Gemeenteraad Terneuzen
Zaamslag, 7 november 2023 Betreft: inrichting van de weg Geachte leden van de Gemeenteraad, Uit het artikel "Fietser voorrang op rotonde?" in de krant van 6-11-2023 blijkt dat er bij de Raad kennis ontbreekt van de verkeerswetgeving. Gaarne maak ik u daarom op het volgende attent. Als u de betekenis van de borden naleest in het RVV, dan blijkt dat het juridisch helemaal niet mogelijk is om fietsers "uit de voorrang" te halen. Bord B6 en haaientanden hebben op het fietspad bij rotondes geen enkele betekenis en fietsers en voetgangers hebben ondanks deze borden gewoon voorrang op afslaande bestuurders. Bijgaand zend ik u enkele documenten waaruit dit blijkt. Met vriendelijke groet, <
Bijlagen: probleemanalyse uit 2006 brief met probleemstelling aan CROW, SWOV, VIA artikel in "Verkeersknooppunt", een uitgave van de politie
⎯⎯⎯⎯
15 aug 2006 van: Probleemstelling. Indien op een rotonde op de tot die rotonde behorende fietspaden bord B6 of B7 of haaientanden zijn geplaatst, wordt daarmee ten onrechte de indruk gewekt dat de bestuurders op het fietspad voorrang moeten verlenen aan bestuurders die afslaan/de rotonde verlaten. Zoals hierna uiteengezet moeten ook in die situatie afslaande bestuurders het rechtdoorgaande verkeer (inclusief voetgangers) voor laten gaan. Deze onduidelijkheid kan tot gevaarlijke situaties leiden. Uiteenzetting. onderwerp: verplichting tot voor laten gaan bij afslaan. 1. Volgens art.1 lid b van de WVW wordt onder een weg verstaan: wegen en paden met inbegrip van tot die weg behorende paden, bermen en zijkanten. Hieruit volgt dat ook het bij de weg behorende fietspad en voetpad deel uitmaken van de weg. Dus ook bij rotondes behoren fiets- en voetpaden tot de rotonde. 2. Volgens art. 18 van het RVV moeten bestuurders bij het afslaan rechtdoorgaand verkeer op dezelfde weg (dus ook voetgangers) voor laten gaan. Onder ‘dezelfde weg’ moet hier ook worden verstaan de bij de weg behorende fiets- en voetpaden (zie 1). 3. Indien voor een kruising op het fietspad haaientanden en/of bord B6 en/of bord B7 is geplaatst, behouden deze tekens hun betekenis volgens het RVV, t.w. ‘verleen voorrang aan bestuurders op de kruisende weg’.
Aangezien het fietspad en het voetpad bij de weg behoort, moeten afslaande bestuurders de fietsers en voetgangers die rechtdoor gaan voor laten gaan (zie 2). Deze bevinden zich immers niet op de kruisende weg. Bij rotondes bevinden zowel de afslaande bestuurders als de fietsers en voetgangers die de rotonde volgen zich op de rotonde (zie 1). 4. De geplaatste haaientanden en/of bord B6/B7 gelden voor de bestuurders op het fietspad. Afslaande bestuurders hebben geen verkeerstekens en dienen dus de gedragsregel ‘afslaan/voor laten gaan’ te volgen. De wegbeheerder zou, indien hij afslaande bestuurders voor wil laten gaan, eventueel voor die bestuurders bord B3 of B5 kunnen plaatsen, al dan niet met onderbord. Het blijft echter ook dan discutabel of op die wijze een apart kruispunt kan worden geconstrueerd met een fietspad dat eigenlijk deel uitmaakt van de weg. 5. Voor rotondes gelden geen aparte verkeersregels, anders dan art. 47 RVV (plaats op de rijbaan) en art. 48 RVV (rechts inhalen). Over het afslaan op rotondes gelden geen andere regels dan zoals vastgelegd in art. 18 RVV (zie 2). 6. De toelichting bij art. 48 RVV geeft nogmaals aan, ‘dat bestuurders die een rotonde verlaten het verkeer dat de rotonde blijft volgen voor moet laten gaan’.
Ook uit deze formulering blijkt dat ook de fietsers op het fietspad bij de rotonde, op de rotonde rijden (‘verkeer dat de rotonde blijft volgen’). Letterlijk staat in deze toelichting ‘...rechtdoorgaande fietsers en bromfietsers op het fietspad dat deel uitmaakt van de rotonde’. Verder gaat deze toelichting over de voorrang van bestuurders op de rotonde, dus t.o.v. bestuurders die zich
niet op de rotonde bevinden, dus de rotonde naderen. De toelichting belicht de eventuele wenselijkheid van de impliciete betekenis van bord D1 m.b.t. de voorrang van bestuurders op de rotonde t.o.v. bestuurders die de rotonde naderen en dus niet van bestuurders op de rotonde t.o.v. elkaar. Om deze reden is bij rotondes op de toeritten – terecht - bord B6 geplaatst. 7. De betekenis van bord B6/B7 en haaientanden voor een kruising op fietspaden kan uitsluitend zo worden uitgelegd, dat fietsers en bromfietsers voorrang moeten verlenen aan bestuurders die de rotonde vanuit een toerit naderen, of een kruispunt vanuit een kruisende weg naderen. Ook in die situatie zou voor de kruisende bestuurders bord B3/B4/B5 geplaatst moeten zijn. 8. Indien er een wetswijziging of jurisprudentie zou komen, waarin de borden B6 en B7 en haaientanden tevens de betekenis krijgen: ‘verleen voorrang aan afslaande bestuurders’, dan zou dit verregaande consequenties hebben voor allerlei andere situaties. Als voorbeeld kan worden genoemd het linksafslaan op een voorrangskruising, waarbij een tegemoetkomende bestuurder dus ook haaientanden en/of bord B6/B7 heeft. 9. Indien een zodanige beweging wordt gemaakt, dat ook richting wordt aangegeven, dan is er sprake van afslaan en niet van het oprijden van een kruispunt. Conclusie.
Om aan genoemde gevaarlijke situaties een einde te maken is het noodzakelijk dat de infrastructuur wordt aangepast aan de genoemde wetgeving. In de praktijk komt dit neer op het niet plaatsen, dan wel het wegnemen, van de borden B6 en B7 en haaientanden in de omschreven situaties.
Aan: CROW Aan: SWOV Aan: VIA 26-5-2022 Onderwerp: Het is juridisch niet mogelijk om fietsers ‘uit de voorrang te halen’ Geachte heer, mevrouw, Naar aanleiding van het rapport ‘Is de fietser nog wel veilig op het kruispunt?’ van VIA van 13-4-2022 breng ik het volgende onder uw aandacht. Probleem 1: U weet natuurlijk dat de op het fietspad (meestal bij een rotonde) geplaatste borden B6 en haaientanden geen enkele betekenis hebben en dat fietsers/bromfietsers/voetgangers ook dan voorrang behouden op afslaande bestuurders. Dit is al jaren een onwenselijke en gevaarlijke inrichting van de weg, aangezien veel weggebruikers daardoor denken dat de bestuurders op het fietspad en de voetgangers de afslaande bestuurders voor moeten laten gaan. Ter verduidelijking zend ik u drie bijlagen: 1. afslaan.pdf: een analyse van dit probleem door mij (2006); 2. Verkeersknooppunt_art.pdf: een artikel in dit blad van de politie waarin dit probleem wordt beschreven (2010); 3. verkeersknooppunt02.pdf: Een brief van mij aan de redactie van Verkeersknooppunt, waarin dit probleem nog wordt aangevuld (2010). Conclusie: Het is juridisch niet mogelijk om fietsers ‘uit de voorrang te halen’, zoals in het genoemde rapport wordt voorgesteld. Probleem 2: U weet natuurlijk dat een rotonde geen tweerichtingsverkeer voor fietsers mag hebben.
Volgens art.1 lid b van de WVW wordt onder een weg verstaan: wegen en paden met inbegrip van tot die weg behorende paden, bermen en zijkanten. Hieruit volgt dat ook het bij de weg behorende fietspad en voetpad deel uitmaken van de weg. Dus ook bij rotondes behoren fietsen voetpaden tot de rotonde. De bestuurders op de bedoelde fietspaden (fietsers, bromfietsers, snorfietsers) moeten dus de gedragsregels voor rotondes volgen, waaronder ook de door bord D1 aangegeven verplichte rijrichting. Bestuurders die de rotonde naderen, zullen mogelijk de van rechts komende bestuurders op het fietspad niet of niet tijdig opmerken, aangezien zij gewend zijn dat bestuurders op de rotonde van links naderen en hun kijkgedrag daarop richten. Dit geldt in het bijzonder voor buitenlandse bestuurders, aangezien in het buitenland geen tweerichtingsverkeer op een rotonde voorkomt. Probleem 3: Het voor laten gaan van rechtdoor gaand verkeer bij het afslaan op rotondes levert nog een technisch probleem op: door de kromming van de rijbaan en het fietspad zijn bestuurders op het fietspad vaak niet te zien in de rechter buitenspiegel en ook het over de schouder kijken geeft vaak onvoldoende zicht, om dezelfde reden.
Een mogelijke oplossing voor dit probleem (en ook voor probleem 1 en 2) bij kleine rotondes is rotondes zonder fietspad en fietsstrook te construeren. Daardoor rijden alle bestuurders op de hoofdrijbaan van de rotonde en zijn alle weggebruikers voor elkaar goed zichtbaar. Zij rijden dan niet naast elkaar, maar achter elkaar. Ik vertrouw u met deze informatie van dienst te zijn.