2023-11-30 - Bijlage 2 - was-wordt tabel 2024
Tekst van het document
Overzicht ‘was-wordt’ Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2024 N T I
= wijziging in nummering = tekstuele wijziging = inhoudelijke wijziging
De wijzigingen in hoofdstuk 3 zijn het gevolg van een aanpassing van de Participatiewet ter uitvoering van het breed offensief. In hoofdstuk 7 zijn wijzigingen doorgevoerd van artikelen die er dubbel in stonden, of waar onjuiste informatie in stond. Hoofdstukken 1 en 10 zijn tekstuele wijzigingen naar B niveau.
I T
Was in 2023 Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2023 Aanhef hoofdstuk 1 Deze ‘Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2023’ is een aangepaste versie van de ‘Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2022’. De aanleiding om deze verordening vast te stellen was het Beleidsplan sociaal domein Terneuzen 2022-2025. De titel van dit beleidsplan is “Iedereen aan boord”. Samengevat zegt dit: “Iedereen moet mee kunnen doen in onze gemeente. In het sociaal domein werken we aan verdere vernieuwing en aan verbetering van de samenwerking tussen organisaties. We zetten in op integraal werken volgens het principe van één gezin, één plan, één regisseur. Ondersteuning en hulp zijn zo snel, adequaat, vroeg en dichtbij mogelijk. We gaan uit van kwaliteit”. De gemeenteraad stelde het Beleidsplan sociaal domein Terneuzen 2022-2025 op 16 december 2021 vast. Hierin kiest de raad voor meer samenhang tussen verschillende terreinen van het sociaal domein. Dit betekent: niet meer per hulpvraag verschillende regelingen maken maar één regeling waarin uw hulpvraag centraal staat. Om die reden is er in 2022 gekozen voor één verordening in het sociaal domein, de zogenaamde omgekeerde verordening. Op 16 december 2021 heeft de Raad besloten om de verordening 2022 te evalueren in oktober 2022. De Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2023 is het resultaat van deze evaluatie.
In deze regeling leest u wat u van de gemeente kunt verwachten maar ook wat wij van u verwachten.
Wordt in 2024 Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2024 Aanhef hoofdstuk 1 Deze ‘Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2024’ is een aangepaste versie van de ‘Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2023’. De aanleiding om deze verordening vast te stellen was het Beleidsplan sociaal domein Terneuzen 20222025. De titel van dit beleidsplan is “Iedereen aan boord”. Samengevat zegt dit: “Iedereen moet mee kunnen doen in onze gemeente. In het sociaal domein werken we aan verdere vernieuwing en aan verbetering van de samenwerking tussen organisaties. We zetten in op integraal werken volgens het principe van één gezin, één plan, één regisseur. Ondersteuning en hulp zijn zo snel, adequaat, vroeg en dichtbij mogelijk. We gaan uit van kwaliteit”. In deze regeling leest u wat u van de gemeente kunt verwachten maar ook wat wij van u verwachten. De regels gaan over de volgende onderwerpen: • • • •
werken en participeren; uitkeringen; gezond en veilig opgroeien, en; wonen in een veilige en gezonde omgeving.
De regels gaan over de volgende onderwerpen: • • •
Werken en participeren; Uitkeringen; Gezond en veilig opgroeien, en; Wonen in een veilige en gezonde omgeving. T
Artikel 1.1 Het is onze taak om u daarbij te helpen. De wetgever heeft wetten gemaakt om dit te bereiken. Het gaat om de: • • • •
• •
• • •
Artikel 1.1 Het is onze taak om u daarbij te helpen. De wetgever heeft wetten gemaakt om dit te bereiken. Het gaat om: • • •
Participatiewet (PW); Jeugdwet; Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015); Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW); Inkomensvoorziening oudere arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ); Algemene wet bestuursrecht (Awb); Burgerlijk Wetboek (BW); Gemeentewet.
•
•
• • •
de Participatiewet (PW); de Jeugdwet; de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015); de Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW); de Inkomensvoorziening oudere arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ); de Algemene wet bestuursrecht (Awb); het Burgerlijk Wetboek (BW); de Gemeentewet.
I
De regels in deze verordening vullen de wettelijke regels aan. Het zijn regels op hoofdlijnen. Soms zijn er nog extra regels nodig waarin we bepaalde zaken uitwerken. Ook dat regelen we in deze verordening. De Adviesraad Participatiewet heeft advies gegeven over deze verordening.
De regels in deze verordening vullen de wettelijke regels aan. Het zijn regels op hoofdlijnen. Soms zijn er nog extra regels nodig waarin we bepaalde zaken uitwerken. Ook dat regelen we in deze verordening.
T
1.2 Uitgangspunten De regels in deze verordening:
1.2 Uitgangspunten De regels in deze verordening:
1.
1.
2. 3. 4.
5. 6. 7. 8.
zijn bedoeld om de onder 1.1 genoemde doelen te realiseren en knelpunten van inwoners op te lossen; zijn goed leesbaar; regelen niet meer dan nodig is; houden de administratieve lasten van gemeente en inwoners zo laag mogelijk; kunnen we goed uitvoeren; zijn duidelijk voor de inwoners; zijn onderling afgestemd op elkaar; respecteren de wettelijke regels;
2. 3. 4.
5. 6. 7. 8. 9.
zijn bedoeld om de onder 1.1 genoemde doelen te realiseren en knelpunten van inwoners op te lossen; zijn goed leesbaar; regelen niet meer dan nodig is; houden de administratieve lasten van gemeente en inwoners zo laag mogelijk; kunnen we goed uitvoeren; zijn duidelijk voor de inwoners; zijn onderling afgestemd op elkaar; respecteren de wettelijke regels; helpen om maatwerk toe te passen.
9.
helpen om maatwerk toe te kunnen passen.
T
1.4 Nadere regels en beleidsregels Deze verordening is een algemeen verbindend voorschrift. De verschillende wetten bepalen dat gemeenten verplicht zijn om een aantal zaken in een verordening te regelen. Vaak wordt dat niet in detail in de verordening uitgewerkt. Dat kan vervolgens in nadere regelgeving.
1.4 Nadere regels en beleidsregels Deze verordening is een algemeen verbindend voorschrift. De verschillende wetten bepalen dat gemeenten verplicht zijn om een aantal zaken in een verordening te regelen. De details staan in de nadere regels en beleidsregels.
T
1.4.2 Beleidsregels Een beleidsregel beschrijft hoe het college omgaat met een wettelijke bevoegdheid. Er kunnen dus geen rechten of plichten voor u in worden vastgelegd. Wel geeft het u duidelijkheid hoe het college omgaat met uw hulpvraag en aanvraag. Het helpt onze consulenten om uw hulpvraag te beoordelen.
1.4.2 Beleidsregels Een beleidsregel beschrijft hoe het college omgaat met een wettelijke bevoegdheid. Er kunnen dus geen rechten of plichten voor u in worden vastgelegd. Wel geven beleidsregels u duidelijkheid hoe het college omgaat met uw hulpvraag en aanvraag. Ook helpt het onze consulenten om uw hulpvraag te beoordelen.
T
1.5 Leeswijzer Na deze inleiding leest u eerst hoe en waar u hulp kunt vragen en hoe wij die hulpvraag oppakken. Daarna leggen we in een aantal hoofdstukken uit wat de belangrijkste regels van de gemeentelijke taken zijn. De regels gaan over de hulp van de gemeente om een stap naar werk te zetten en minimaregelingen (hoofdstuk 3), ondersteuning voor kinderen en jongeren bij het opgroeien (hoofdstuk 4) en ondersteuning bij het wonen in uw eigen leefomgeving (hoofdstuk 5). In die hoofdstukken leest u wanneer u hulp kunt krijgen, wat die hulp inhoudt en welke rechten en plichten u heeft. Daarna zijn er enkele hoofdstukken over de vorm die de hulp heeft, wat we van elkaar kunnen verwachten en hoe de hulp georganiseerd is (hoofdstuk 6 tot en met 10). In het laatste hoofdstuk (hoofdstuk 11) staat een uitleg van de belangrijkste begrippen die we in deze verordening gebruiken.
1.5 Leeswijzer Na deze inleiding leest u eerst hoe en waar u hulp kunt vragen en hoe wij die hulpvraag oppakken. In hoofdstuk 2 leest u hoe en waar u hulp kunt vragen. En u leest hoe wij uw hulpvraag oppakken. Daarna leggen we in een aantal hoofdstukken uit wat de belangrijkste regels van de gemeentelijke taken zijn. De regels gaan over:
de hulp van de gemeente om een stap naar werk te zetten en minimaregelingen (hoofdstuk 3), ondersteuning voor kinderen en jongeren bij het opgroeien (hoofdstuk 4), ondersteuning bij het wonen in uw eigen leefomgeving (hoofdstuk 5).
In deze hoofdstukken leest u wanneer u hulp kunt krijgen, wat die hulp inhoudt en welke rechten en plichten u heeft. In de volgende hoofdstukken gaan de regels over:
de vorm die de hulp heeft (hoofdstuk 6), wat we van elkaar kunnen verwachten (hoofdstuk 7), hoe u invloed kan hebben op het beleid (hoofdstuk 8), de kwaliteit van diensten en producten (hoofdstuk 9),
T
Artikel 3.1.1: 3.3.1 Participatieplaats
Artikel 3.1.1: 3.3.1 Participatieplaats PW, IOAW, IOAZ
PW, IOAW, IOAZ
1. Wij kunnen deze voorziening inzetten als u een uitkering krijgt, ouder bent dan 27 jaar en uw kans op werk klein is. 2. Wij kunnen voor een periode van maximaal twee jaar een participatieplaats aanbieden. 3. Het doel is de kans op betaald werk te vergroten en werkervaring op te doen. 4. Een voorwaarde is dat het werk niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties. 5. Na iedere 6 maanden kunt u een premie van maximaal € 250,00 ontvangen. Een voorwaarde is dat u voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van uw kans op werk.
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
T
Wij kunnen deze voorziening inzetten als u een uitkering krijgt, ouder bent dan 27 jaar en uw kans op werk klein is. Wij kunnen voor een periode van maximaal twee jaar een participatieplaats aanbieden. Het doel is de kans op betaald werk te vergroten en werkervaring op te doen. Een voorwaarde is dat het werk niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties. De premie, bedoeld in artikel 10a lid 6 PW, bedraagt per 6 maanden maximaal 25% van de gehuwdennorm van artikel 31 lid j van de PW op basis van fulltime dienstverband of bij parttime dienstverband naar rato van het aantal gewerkte uren. Voor toepassing van lid 5 is de gehuwdennorm van 1 januari van dat kalenderjaar van toepassing. Een voorwaarde is dat u voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van uw kans op werk.
Bij punt 5 percentage toegevoegd wegens halfjaarlijkse indexering, anders krijgen inwoners uiteindelijk naar rato minder. Is Zeeuws-Vlaams afgestemd. Artikel 3.3.6: 3.3.6 Basisbaan
Artikel 3.3.6: 3.3.6 Basisbaan PW, IOAW, IOAZ
1.
de werking van de verordening (hoofdstuk 10). de uitleg van de belangrijkste begrippen die we in deze verordening gebruiken (hoofdstuk 11).
Een basisbaan kunnen wij enkel aanbieden als u: een bijstandsuitkering ontvangt; ouder bent dan 27 jaar;
PW, IOAW, IOAZ
1.
Een basisbaan kunnen wij enkel aanbieden als u: een bijstandsuitkering ontvangt;
2.
3.
4.
niet in aanmerking komt voor een indicatie banenafspraak en/of niet in aanmerking komt voor het doelgroepenregister; nog niet in staat bent regulier arbeid te verrichten. Wij kunnen u een basisbaan aanbieden als na afloop van een werkervaringsplaats en/of participatieplaats blijkt dat er geen werk voor u is, terwijl u wel uw doelen heeft behaald. Het doel is u te helpen naar betaald werk zodat u niet meer afhankelijk bent van een uitkering. Voor een basisbaan krijgt u het wettelijk minimumloon.
2.
3.
4. 5.
N 3.3.11 Wettelijke loonkostensubsidie
ouder bent dan 27 jaar; niet in aanmerking komt voor een indicatie banenafspraak en/of niet in aanmerking komt voor het doelgroepenregister; nog niet in staat bent regulier arbeid te verrichten. Wij kunnen u een basisbaan aanbieden als na afloop van een werkervaringsplaats en/of participatieplaats blijkt dat er geen werk voor u is, terwijl u wel uw doelen heeft behaald. Het doel is u te helpen naar betaald werk zodat u niet meer afhankelijk bent van een uitkering. Voor een basisbaan krijgt u het wettelijk minimumloon. Bij de invulling van de basisbaan gaan we uit van maatwerk.
3.3.15 Wettelijke loonkostensubsidie
PW, IOAW, IOAZ
PW, IOAW, IOAZ
Nummer gewijzigd N 3.3.12 Scholing, cursussen, trainingen
3.3.11 Scholing, cursussen, trainingen
PW, IOAW, IOAZ
PW, IOAW, IOAZ
Nummer gewijzigd T
3.3.13 Jobcoaching
3.3.13 Jobcoaching PW, IOAW, IOAZ
1. 2.
3.
4.
Wij kunnen voor begeleiding op uw werkplek een jobcoach inzetten. Dit doen we als u extra begeleiding nodig heeft om uw werk te behouden. We kunnen ook uw werkgever een vergoeding geven als hij een jobcoach inzet. Wij spreken met uw werkgever af hoe en hoe lang we de jobcoach inzetten.
N 3.3.14 Jobhunting, bemiddeling
PW, IOAW, IOAZ
5. 6. 7.
8.
Wij kunnen voor begeleiding op uw werkplek een jobcoach inzetten. Dit doen we als u extra begeleiding nodig heeft om uw werk te behouden. We kunnen ook uw werkgever een vergoeding geven als hij een jobcoach inzet. Wij spreken met uw werkgever af hoe en hoe lang we de jobcoach inzetten.
Reden: Staat er dubbel in 3.3.12 Jobhunting, bemiddeling
PW, IOAW, IOAZ
N 3.3.15 Kinderopvang
PW, IOAW, IOAZ
3.3.13 Kinderopvang
PW, IOAW, IOAZ
I
PW, IOAW, IOAZ
3.3.16 Nazorg PW, IOAW, IOAZ
1.
2.
Wij kunnen u ondersteunen of begeleiden als u werk gevonden heeft en uw uitkering is beëindigd. Dit doen we als dat nodig is om uw werk te kunnen doen of te kunnen behouden.
N 3.3.17 Andere voorzieningen en vergoedingen, maatwerk
Geschrapt
3.3.14 Andere voorzieningen en vergoedingen, maatwerk
PW, IOAW, IOAZ
I
PW, IOAW, IOAZ
3.4 Tegenprestatie Geschrapt PW, IOAW, IOAZ
1. Wij kunnen u een tegenprestatie opleggen als u een uitkering ontvangt en wij dit een passende manier vinden om iets terug te doen voor de samenleving. 2. De tegenprestatie moet nuttig zijn voor de samenleving en is onbetaald. 3. Het doel van de tegenprestatie is het vergroten van uw zelfredzaamheid en/of het vergroten van uw kansen op werk. 4. Bij het opleggen van een tegenprestatie houden wij rekening met uw persoonlijke omstandigheden, zoals gezinssituatie, duur van de werkloosheid en eventuele beperkingen. 5. U hoeft geen tegenprestatie te leveren als dit niet is te combineren met vrijwilligerswerk of mantelzorg. 6. De tegenprestatie duurt zolang u nog geen re-integratietraject volgt of betaald werk heeft gevonden. 7. De tegenprestatie mag het vinden van werk niet in de weg zitten. 8. De tegenprestatie mag niet leiden tot verdringing van werknemers en tot oneerlijke concurrentie. 9. U mag zelf een voorstel doen hoe u de tegenprestatie wil invullen. Als dit nodig is, kunnen wij meedenken en ondersteuning bieden. Wij beoordelen uw voorstel.
10. U kunt de tegenprestatie invullen door: a. het doen van vrijwilligerswerk; b. het leveren van mantelzorg; c. overige maatschappelijke nuttige werkzaamheden; d. door te werken aan persoonlijke problemen zodat u (later) in staat bent aan één van de hiervoor genoemde vormen van tegenprestatie te voldoen. 11. Het kan zijn dat u al maatschappelijke actief bent. Als u al een of meerdere van de hierboven genoemde activiteiten doet, kunnen we deze activiteiten aanmerken als tegenprestatie. I
3.3.16 Administratief proces loonkostensubsidie PW, IOAW, IOAZ 1. Wij verstrekken zoals in artikel 10d PW genoemd, ambtshalve of op aanvraag, loonkostensubsidie aan de werkgever. Bij een aanvraag zijn het tweede tot en met het vijfde lid van dit artikel van toepassing. 2. Bij een beschikking op aanvraag sturen wij de beschikking naar de aanvrager (werkgever of de persoon) en de medebelanghebbende (werkgever of persoon die niet de aanvraag heeft ingediend). 3. Een aanvraag voor loonkostensubsidie, als het een persoon betreft die nog niet behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, beschouwen wij als een aanvraag om vast te stellen of de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 10c lid 1, onder a PW. 4. Wij stellen binnen 4 weken na ontvangst van de aanvraag de loonwaarde vast, tenzij in overleg met de werkgever toepassing wordt gegeven aan artikel 10d lid 5 PW. 5. Wij gebruiken bij het verstrekken van de loonkostensubsidie het preferente proces loonkostensubsidie.
I
3.3.17 Voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen PW, IOAW, IOAZ
1. Wij kunnen persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen verstrekken als u een arbeidsbeperking heeft. 2. Bij de toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen gelden de volgende voorwaarden: a. u behoort tot de doelgroep en u bent minimaal 18 jaar oud. Wanneer u VSO/PRO-onderwijs heeft genoten geldt de minimale leeftijd van 18 jaar niet; b. u kunt zonder deze vorm van ondersteuning niet aan het arbeidsproces deelnemen; c. de werkgever biedt een dienstbetrekking aan van minimaal 6 maanden, met een minimale arbeidsduur van 12 uur per week; d. het is geen Arbo-taak waarvoor de werkgever verantwoordelijk is; e. het is geen meeneembare voorziening die tot de standaarduitrusting van de werkgever behoort of algemeen gebruikelijk is in een organisatie; f. wij vinden dat er geen sprake is van een werkplekaanpassing die in zijn algemeenheid van de werkgever kan worden verlangd; en g. de kosten van de investering in de voorziening wegen op tegen de maatschappelijke opbrengsten van uitstroom naar werk.
I
3.3.18 Aanvraagprocedure persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen PW, IOAW, IOAZ 1. Een aanvraag om persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen kunt u of uw werkgever bij ons indienen. Wij kunnen hiervoor een aanvraagformulier vaststellen. 2. Wij bepalen na overleg met u en indien van toepassing met uw werkgever, welke ondersteuning of voorziening(en) het beste kunnen bijdragen aan uw arbeidsinschakeling. 3. Wij onderzoeken, zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen 4 weken na de aanvraag uw mogelijkheden en ondersteuningsbehoeften. Wij onderzoeken of integrale samenwerking nodig is. Zo ja, dan werken wij samen met andere partijen, zoals bijvoorbeeld instanties op het gebied
van gezondheidszorg, jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning, onderwijs, schuldhulpverlening, welzijn of wonen. Dit om te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde integrale dienstverlening met het oog op de arbeidsinschakeling, bedoeld in artikel 8a lid 2 onderdeel g onder 1, of de wijze van voortgezette persoonlijke ondersteuning, bedoeld in artikel 8a lid 2 onderdeel g onder 2 PW. 4. Wij maken na afronding van het onderzoek, een schriftelijke verslag van de uitkomsten van het onderzoek. 5. Op basis van het onderzoeksverslag nemen wij een besluit en sturen dit naar u of uw werkgever op. 6. Een besluit over deze aanvraag voldoet aan de voorwaarden in paragraaf 2.5.
I
3.3.19 Persoonlijke ondersteuning bij werk PW, IOAW, IOAZ 1. Wij kunnen persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van jobcoaching in natura verstrekken door middel van een jobcoach werkt in opdracht van de gemeente of een derde, waarbij wij de uitvoering van de jobcoaching hebben ingekocht. 2. Wij kunnen persoonlijke ondersteuning bij werk in de vorm van een subsidie toekennen aan de werkgever voor: a. jobcoaching door een interne of externe jobcoach; of b. interne werkbegeleiding door een interne werkbegeleider. 3. De in lid 1 en 2 genoemde ondersteuning kan ook worden aangeboden met het oog op het verrichten van werkzaamheden, anders dan in dienstverband, zoals bij een proefplaats of een leer-werktraject.
I
3.3.20 Specifieke voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk PW, IOAW, IOAZ 1. De aanvraag voor persoonlijke ondersteuning bij werk moet binnen 8 weken na de ingangsdatum van de dienstbetrekking zijn ontvangen. 2. Lid 1 geldt niet als voorafgaand aan of op het moment van aanvang van het dienstverband de noodzaak voor die ondersteuning redelijkerwijs nog niet bekend kon zijn. 3. Wij besluiten op basis van individueel maatwerk, waarbij de aard, omvang, duur en
intensiteit van de persoonlijke ondersteuning wordt gewogen.
I
3.3.21 Interne werkbegeleiding PW, IOAW, IOAZ 1. Als u bent aangewezen op begeleiding bij het verrichten van werk die de gebruikelijke begeleiding door de werkgever en andere werknemers aanzienlijk te boven gaat, kunnen wij een subsidie verlenen aan de werkgever voor de aangetoonde meerkosten die verbonden zijn aan het organiseren van de interne werkbegeleiding. 2. Wij kunnen aan de werkgever ambtshalve of op aanvraag een training aanbieden voor een of meer medewerkers om hen in staat te stellen aan personen behorend tot de doelgroep interne werkbegeleiding te bieden.
I
3.3.22 Jobcoaching PW, IOAW, IOAZ 1.
Een jobcoach die de persoonlijke ondersteuning bij werk verzorgt moet voldoen aan de volgende kwaliteitseisen: a. de jobcoach beschikt over minimaal Hbo werk- en denkniveau; b. b. de jobcoach heeft een jobcoach opleiding gevolgd; c. c. de jobcoach heeft een registratie in het Register Loopbaancoach (voormalig Noloc Jobcoach) of het NVSBeroepenregister voor jobcoaches en/of is werkzaam bij een organisatie die een Blik op werk of Oval Keurmerk heeft of een jobcoach erkenning heeft van het UWV. d. De jobcoach heeft ervaring op het gebied van jobcoaching; e. de jobcoach heeft kennis van de specifieke doelgroep met een arbeidsbeperking, regionale arbeidsmarkt (ontwikkelingen) en de regionale sociale kaart; f. de jobcoach zorgt ervoor dat zijn kennis en vaardigheden actueel blijven en investeert in na- en bijscholing.
2.
3.
4.
5.
6.
I
Een uitzondering op de gestelde voorwaarden van lid 1 geldt voor situaties waarin een werknemer met baan en bijbehorende jobcoach bij ons binnenkomt, bijvoorbeeld als gevolg van verhuizing of een stageplek vanuit het VSO/PRO onderwijs. De jobcoach moet binnen 1 jaar alsnog aan de in lid 1 gestelde eisen voldoen. De in te zetten jobcoaching bepalen wij op basis van de volgende begeleidingsregimes: a. Licht: jaar 1, 6%; jaar 2, 3%; 3 jaar of meer, 3% van het aantal overeengekomen werkuren. b. Midden: jaar 1, 10%; jaar 2, 5%; 3 jaar of meer, 3% van het aantal overeengekomen werkuren. c. Intensief: jaar 1, 15%; jaar 2, 7,5%; 3 jaar of meer, 6% van het aantal overeengekomen werkuren. Wij kunnen van de in het lid 2 bedoelde maximale percentages afwijken voor zover toepassing daarvan, leidt tot onredelijkheid en onbillijkheid. Als we een of meer jobcoaches zelf in dienst of gecontracteerd hebben, kunnen wij deze bij voorrang aanbieden. Voordat wij de jobcoaching beëindigen verrichten wij onderzoek. Als de beëindiging plaatsvindt met instemming van u en uw werkgever kunnen wij van dit onderzoek afzien.
3.3.23 Jobcoaching in natura PW, IOAW, IOAZ 1. Wij kunnen ambtshalve, of op aanvraag, jobcoaching in natura aanbieden. 2. Bij aanvragen om jobcoaching in natura en de voorbereiding van een beschikking op de aanvraag is het bepaalde in artikel 3.3.17 tot en met 3.3.20 en artikel 3.3.22 van deze verordening ook van toepassing.
I
3.3.24 Subsidie voor het organiseren van jobcoaching PW, IOAW, IOAZ 1. Wij kunnen op aanvraag subsidie voor het organiseren van jobcoaching verlenen aan een werkgever. 2. Subsidie voor het organiseren van jobcoaching kan, met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 3.3.17 tot en met 3.3.20 en artikel 3.3.22 worden verleend als: a. de jobcoaching wordt geborgd door middel van een coachingsplan; b. de omvang en de kwaliteit van de georganiseerde jobcoaching passend is; c. de continuïteit van de jobcoaching geborgd is; en d. de persoon voor wie de subsidie wordt gevraagd daarvan op de hoogte is en schriftelijk instemt met het organiseren van jobcoaching door de werkgever. 3. Wij kunnen voor jobcoaching een maximumtarief per uur hanteren dat toereikend is voor de organisatie van jobcoaching, waarbij wij de tarieven bekend maken. 4. Met instemming van de werkgever en de werknemer voor wie de subsidie wordt verleend, kan de jobcoach mede: ondersteuning geven gericht op het vinden van werk; of integrale ondersteuning geven bij de overgang van werk naar werk en van werk naar onderwijs.
I
3.3.25 Specifieke voorwaarden toekenning vervoersvoorziening PW, IOAW, IOAZ 1. Wij kunnen een vervoersvoorziening toekennen als u tot de doelgroep behoort. De vervoersvoorziening moet noodzakelijk zijn om naar uw werkplek, proefplaats of opleidingslocatie te reizen. Deze vervoersvoorziening kunnen we zowel in natura als in de vorm van een vergoeding in geld verstrekken. 2. Wij bieden een vervoersvoorziening aan als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan a. u kan door uw beperking niet zelfstandig reizen of gebruik maken van het openbaar vervoer; en b. het vervoer is beperkt tot woonwerkverkeer. 3. De hoogte van de vergoeding in geld hangt af van het aantal dagen dat u werkt en
bedraagt het in de markt reguliere tarief voor een taxi of een andere vorm van vervoer. 4. Wij brengen een eventueel bedrag voor een vervoersvoorziening van de werkgever aan de werknemer in mindering op de te verstrekken vervoersvoorziening.
I
3.3.26 Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij visuele of motorische handicap PW, IOAW, IOAZ Wij kunnen een voorziening in de vorm van een intermediaire activiteit toekennen die gericht is op de vervanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende visuele of motorische lichaamsfunctie.
I
3.3.27 Specifieke voorwaarden meeneembare voorzieningen PW, IOAW, IOAZ
1. Wij kunnen een meeneembare voorziening toekennen, als dit nodig is voor de persoon om te kunnen werken. 2. De meeneembare voorziening wordt in beginsel in bruikleen beschikbaar gesteld. In bijzondere gevallen kunnen wij besluiten de voorziening in eigendom te verstrekken.
I
3.3.28 Specifieke voorwaarden werkplaatsaanpassingen PW, IOAW, IOAZ Wij kunnen een aanpassing van de werkplek toekennen aan een persoon, als dit noodzakelijk is om zijn werk uit te voeren.
I
3.3.29 Nazorg PW, IOAW, IOAZ
1. Wij kunnen u ondersteunen of begeleiden nadat de uitkering is beëindigd in verband met het vinden van werk. 2. Wij bieden u ondersteuning of begeleiding als dit nodig is om het werk te doen of te behouden. 3.5.3
Individuele inkomenstoeslag
PW 1.
U kunt individuele inkomenstoeslag aanvragen, als u langdurig een laag inkomen heeft. Hiermee bedoelen we in de 36 maanden voor de
3.5.3
Individuele inkomenstoeslag
PW 1.
U kunt individuele inkomenstoeslag aanvragen, als u langdurig een laag inkomen heeft. Hiermee bedoelen we in
2.
aanvraagdatum een inkomen had dat niet hoger is dan 120 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm. De individuele inkomenstoeslag is per kalenderjaar: a. € 350,00 als u alleenstaand bent; b. € 450,00 als u alleenstaande ouder bent; c. € 500,00 als u gehuwd bent.
2.
de 36 maanden voor de aanvraagdatum een inkomen had dat niet hoger is dan 120 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm. De individuele inkomenstoeslag is per kalenderjaar: a. 27% van de gehuwdennorm als u alleenstaand bent; b. 35% van de gehuwdennorm als u alleenstaande ouder bent; c. 39% van de gehuwdennorm als u gehuwd bent.
Percentages toegevoegd vanwege halfjaarlijkse indexatie. Anders krijgen inwoners uiteindelijk naar rato minder. Percentages naar boven afgerond, dit is Zeeuws-Vlaams afgestemd. 3.5.5
Meedoenbudget
Gemeentewet 1.
2.
3. 4.
T
Het meedoenbudget is bedoeld om inwoners met een laag inkomen mee te laten doen aan sportieve, sociale, educatieve en/of culturele activiteiten. U kunt in aanmerking komen voor het meedoenbudget als u een inkomen heeft dat lager is dan 120 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm. Het meedoenbudget bedraagt € 100,00 per gezinslid per jaar. Wij betalen het meedoenbudget in één keer aan u uit.
Artikel 5.1 Dagbesteding (groepsbegeleiding) 6.
5.2 1.
3.5.5
Meedoenbudget
Gemeentewet 1.
2.
3.
4.
Het meedoenbudget is bedoeld om inwoners met een laag inkomen mee te laten doen aan sportieve, sociale, educatieve en/of culturele activiteiten. U kunt in aanmerking komen voor het meedoenbudget als u een inkomen heeft dat lager is dan 120 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm. Het meedoenbudget bedraagt 5% van het bedrag genoemd in artikel 31 lid j van de PW. Wij betalen het meedoenbudget in één keer aan u uit.
Percentage toegevoegd vanwege halfjaarlijkse indexatie. Anders krijgen inwoners uiteindelijk naar rato minder. Percentages naar boven afgerond, dit is Zeeuws-Vlaams afgestemd. Artikel 5.1 Dagbesteding (groepsbegeleiding) Wmo 2015 Wmo 2015
Indien nodig, kan het vervoer naar en Punt 6 geschrapt. Geïndiceerd vervoer wordt van de dagbesteding vergoed niet meer ingezet. Alles loopt via het collectief worden. vervoer (algemeen gebruikelijk). Individuele begeleiding 5.2 Wmo 2015 U kunt in aanmerking komen voor individuele begeleiding als u de
Individuele begeleiding Wmo 2015
2.
3.
normale, dagelijkse activiteiten niet zelf kunt doen. Lid 1 is enkel van toepassing indien dagbesteding voor u onvoldoende is en er geen andere voorzieningen gericht op begeleiding kunnen worden ingezet. De begeleider helpt u bij de dagelijkse gang van zaken. De begeleider kan ook helpen bij vaak terugkerende activiteiten, zoals het structureren van de dag, het doen van de administratie en het beheren van de financiën. De begeleider neemt deze activiteiten niet volledig over.
1. U kunt in aanmerking komen voor individuele begeleiding als u de normale, dagelijkse activiteiten niet zelf kunt doen. 2. Lid 1 is enkel van toepassing als: • dagbesteding voor u onvoldoende is, en • we geen andere voorzieningen kunnen inzetten die gericht zijn op begeleiding.
N Artikel 5.4.2 Verplaatsen dichtbij huis Wmo 2015
Artikel 5.4.2 Verplaatsen dichtbij huis Wmo 2015
1. Als u vanwege een beperking in mobiliteit onvoldoende mogelijkheden heeft om in uw omgeving contact met anderen te hebben, kunnen wij een maatwerkvoorziening geven. U moet wel voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 2.4.1 van deze verordening. 2. Als het nodig is helpen wij u bij het vervoer dicht bij de woning. Hierdoor kunt u meedoen met recreatieve en maatschappelijke activiteiten en zelf de dagelijkse boodschappen doen. Die hulp kan bestaan in het aanbieden van: a. de mogelijkheid om te reizen met collectief taxivervoer indien u geen gebruik kunt maken van het openbaar vervoer. b. een scootmobiel, of c. het gebruikmaken van een ander vervoermiddel. 3. Het moet gaan om: a. het verplaatsen rondom de woning; b. het verplaatsen over een langere afstand vanaf de woning; of c. het vervoer naar de plek waar u deelneemt aan een activiteit van de gemeente om de dag in te vullen. 4. We beschikken als gemeente over twee algemene voorzieningen te weten: collectief vraagafhankelijk vervoer en een scootmobielpool. Deze
1. Als u vanwege een beperking in mobiliteit onvoldoende mogelijkheden heeft om in uw omgeving contact met anderen te hebben, kunnen wij een maatwerkvoorziening geven. U moet wel voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 2.4.1 van deze verordening. 2. Als het nodig is helpen wij u bij het vervoer dicht bij de woning. De hulp kan bestaan in het aanbieden van: a. de mogelijkheid om te reizen met collectief taxivervoer indien u geen gebruik kunt maken van het openbaar vervoer. b. een scootmobiel, of c. het gebruikmaken van een ander vervoermiddel. 3. Het moet gaan om: a. het verplaatsen rondom de woning; b. het verplaatsen over een langere afstand vanaf de woning; of c. het vervoer naar de plek waar u deelneemt aan een activiteit van de gemeente om de dag in te vullen. 4. We beschikken als gemeente over twee algemene voorzieningen te weten: collectief vraagafhankelijk vervoer en een scootmobielpool. Deze voorzieningen zijn voorliggend. Wij kijken altijd eerst naar een oplossing binnen een algemene voorziening;
I
voorzieningen zijn voorliggend. Wij kijken altijd eerst naar een oplossing binnen een algemene voorziening; 5. We kunnen nadere regels vaststellen.
5. We kunnen nadere regels vaststellen.
6.2.3
6.2.3
Hoogte en tarief pgb
Reden: Impliceert dat een hulpmiddel voor elk recreatief doel aangevraagd kan worden. Waarvoor een hulpmiddel gebruikt kan worden staat verwerkt onder punt 3. Hoogte en tarief pgb
Jeugdwet, Wmo 2015
Jeugdwet, Wmo 2015
2. Bij het bepalen van de hoogte van het pgb voor het inkopen van ondersteuning hanteren wij de volgende regels: a. Als een professionele hulpverlener de hulp gaat bieden is het pgb 75 procent van de kostprijs voor hulp in natura. b. Als een niet-professionele hulpverlener de hulp gaat bieden, is het pgb 120 procent van het wettelijk minimumloon • zoals vastgesteld op 1 januari van het voorafgaande jaar, • voor een persoon van 21 jaar of ouder, • inclusief vakantiebijslag, en • bij een 36-urige werkweek.
2. Bij het bepalen van de hoogte van het pgb voor het inkopen van ondersteuning hanteren wij de volgende regels: a. Als een professionele hulpverlener de hulp gaat bieden is het pgb 75 procent van de kostprijs voor hulp in natura. b. Als een niet-professionele hulpverlener de hulp gaat bieden, is het pgb: i. voor huishoudelijke hulp: het uurloon dat hoort bij de hoogste periodiek van de dan geldende cao VVT, vermeerderd met vakantietoeslag en de tegenwaarde van verlofuren; ii. voor begeleiding: het uurloon dat hoort bij de hoogste periodiek van FWG 30 van de dan geldende cao VVT, vermeerderd met vakantietoeslag en de tegenwaarde van verlofuren. Reden: Besloten door de CrvB tijdens een uitspraak op 16 augustus 2023.
I
7.2.5 Niet nakomen arbeidsverplichtingen
7.2.5 Niet nakomen arbeidsverplichtingen PW, IOAW, IOAZ, Awb
PW, IOAW, IOAZ, Awb
1. Wij verlagen uw uitkering voor een maand met 10 procent van de uitkeringsnorm, als u a. zich niet tijdig laat registreren als werkzoekende bij het UWV, of b. niet tijdig uw registratie heeft verlengd.
1. Wij verlagen uw uitkering voor een maand met 10 procent van de uitkeringsnorm, als u a. zich niet tijdig laat registreren als werkzoekende bij het UWV, of b. niet tijdig uw registratie heeft verlengd.
2. Wij verlagen uw bijstandsuitkering voor een maand met 20 procent van de uitkeringsnorm als u : a. niet voldoende meewerkt aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak; b. de verplichtingen zoals arbeidsinschakeling, artikel 9 Participatiewet, en nadere verplichtingen, artikel 55 Participatiewet, niet nakomt; c. een alleenstaande ouder bent en uit uw houding en gedrag laat blijken dat u geen gebruik wilt maken van een voorziening die de kans op werk vergroot, waardoor uw ontheffing van de arbeidsplicht, artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet, is ingetrokken; d. niet voldoende meewerkt aan de opgelegde tegenprestatie; e. niet of niet voldoende meewerkt aan de taaltoets, artikel 18b, tweede lid, van de Participatiewet. 3. Wij verlagen uw bijstandsuitkering voor een maand met 100 procent van de uitkeringsnorm voor het niet naar vermogen proberen werk (algemeen geaccepteerde arbeid) te krijgen en te behouden. 4. Wij verlagen uw IOAW- of IOAZuitkering voor een maand met 20 procent van de bijstandsnorm als u: a. niet of niet voldoende meewerkt aan een onderzoek naar de mogelijkheden om aan het werk te komen; b. niet of niet voldoende gebruik maakt van arbeidsinschakeling (artikel 36 IOAW of IOAZ) en overige verplichtingen (artikel 37 IOAW of IOAZ), voor zover dit niet heeft geleid tot het niet starten of (voortijdig) stoppen van die voorziening; c.
een alleenstaande ouder bent en uit uw houding en gedrag laat blijken dat u geen gebruik wilt maken van een voorziening die de kans op werk vergroot, waardoor uw ontheffing van de
2. Wij verlagen uw bijstandsuitkering voor een maand met 20 procent van de uitkeringsnorm als u : a. niet voldoende meewerkt aan het opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak; b. een alleenstaande ouder bent en uit uw houding en gedrag laat blijken dat u geen gebruik wilt maken van een voorziening die de kans op werk vergroot, waardoor uw ontheffing van de arbeidsplicht, artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet, is ingetrokken; c. niet voldoende meewerkt aan de opgelegde tegenprestatie; 3. Wij verlagen uw bijstandsuitkering voor een maand met 100 procent van de uitkeringsnorm voor het niet naar vermogen proberen werk (algemeen geaccepteerde arbeid) te krijgen en te behouden. 4. Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering voor een maand met 20 procent van de bijstandsnorm als u: a. niet of niet voldoende meewerkt aan een onderzoek naar de mogelijkheden om aan het werk te komen; b. niet of niet voldoende gebruik maakt van arbeidsinschakeling (artikel 36 IOAW of IOAZ) en overige verplichtingen (artikel 37 IOAW of IOAZ), voor zover dit niet heeft geleid tot het niet starten of (voortijdig) stoppen van die voorziening; c. een alleenstaande ouder bent en uit uw houding en gedrag laat blijken dat u geen gebruik wilt maken van een voorziening die de kans op werk vergroot, waardoor uw ontheffing van de arbeidsplicht (artikel 37 IOAW of IOAZ) is ingetrokken; d.
niet voldoende meewerkt aan de opgelegde tegenprestatie. 5. Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering voor een maand met 100 procent van de uitkeringsnorm, als u:
I
arbeidsplicht (artikel 37 IOAW of IOAZ) is ingetrokken; d. niet voldoende meewerkt aan de opgelegde tegenprestatie. 5. Wij verlagen uw IOAW- of IOAZuitkering voor een maand met 100 procent van de uitkeringsnorm, als u: a. niet uw best doet om werk (algemeen geaccepteerde arbeid) te krijgen; b. een baan afwijst; c. er zelf verantwoordelijk voor bent dat u uw werk kwijtraakt; d. niet of niet voldoende gebruik maakt van hulp door de gemeente, waardoor u sneller werk vindt (volgens de artikelen 36 en 37 IOAW of IOAZ), voor zover dit heeft geleid tot het niet starten of (voortijdig) stoppen van de voorziening. 6. Wij verlagen uw IOAW- of IOAZuitkering niet, als wij deze uitkering blijvend of tijdelijk kunnen weigeren (zoals bedoeld in artikel 20 IOAW en IOAZ).
a. niet uw best doet om werk (algemeen geaccepteerde arbeid) te krijgen; b. een baan afwijst; c. er zelf verantwoordelijk voor bent dat u uw werk kwijtraakt; d. niet of niet voldoende gebruik maakt van hulp door de gemeente, waardoor u sneller werk vindt (volgens de artikelen 36 en 37 IOAW of IOAZ), voor zover dit heeft geleid tot het niet starten of (voortijdig) stoppen van de voorziening. 6. Wij verlagen uw IOAW- of IOAZ-uitkering niet, als wij deze uitkering blijvend of tijdelijk kunnen weigeren (zoals bedoeld in artikel 20 IOAW en IOAZ).
7.2.7 Te weinig besef van verantwoordelijkheid
7.2.7 Te weinig besef van verantwoordelijkheid PW, Awb
1. Wij verlagen uw uitkering op het moment dat u te weinig inzet of verantwoordelijkheid toont voor uw eigen levensonderhoud. De verlaging hangt af van het bedrag dat de gemeente daardoor onterecht heeft uitbetaald. Dit noemen wij een benadelingsbedrag. 2. De verlaging van de uitkering is: a. 10 procent voor de duur van één maand bij een benadelingsbedrag tot € 1.000,00; b. 20 procent voor de duur van één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 1.000,00 tot € 2.000,00; c. 50 procent voor de duur van één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 2.000,00 tot € 4.000,00; d. 100 procent voor de duur van één maand bij een
Reden: stond er dubbel in.
PW, Awb
1. Wij verlagen uw uitkering op het moment dat u te weinig inzet of verantwoordelijkheid toont voor uw eigen levensonderhoud. De verlaging hangt af van het bedrag dat de gemeente daardoor onterecht heeft uitbetaald. Dit noemen wij een benadelingsbedrag. 2. De verlaging van de uitkering is: a. 10 procent voor de duur van één maand bij een benadelingsbedrag tot € 1.000,00; b. 20 procent voor de duur van één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 1.000,00 tot € 2.000,00; c. 50 procent voor de duur van één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 2.000,00 tot € 4.000,00; d. 100 procent voor de duur van één maand bij een benadelingsbedrag vanaf € 4.000,00 tot € 8.000,00; e. 100 procent voor de duur van twee maanden bij een
3.
4.
5.
6.
I
benadelingsbedrag vanaf € 4.000,00 tot € 8.000,00; e. 100 procent voor de duur van twee maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 8.000,00 tot € 12.000,00; f. 100 procent voor de duur van drie maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 12.000,00 tot € 16.000,00; g. 100 procent voor de duur van vier maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 16.000,00 tot € 20.000,00; h. 100 procent voor de duur van vijf maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 20.000,00. Iedere overschrijding van dit bedrag met € 4.000,00 leidt tot een verlenging van de duur met één maand. Wij verlagen uw uitkering met 100 procent voor één maand als u een uitkering aanvraagt, doordat u door eigen toedoen betaalde arbeid niet heeft behouden. Als u alvorens een advocaat te raadplegen, zich niet heeft gewend tot het Juridisch Loket, is een verlaging van toepassing ter hoogte van het bedrag van de verlaging van de eigen bijdrage. Wij stemmen de verlaging, zoals bedoeld in artikel 18, tweede lid Participatiewet, maar anders dan lid 3 van dit artikel af op het benadelingsbedrag. Wij kunnen bijstand in de vorm van een lening verstrekken. Wij doen dit als u door toepassing van lid 2 van dit artikel geen of te weinig middelen heeft om de noodzakelijke kosten voor levensonderhoud te betalen.
7.2.9 Niet nakomen van andere verplichtingen
benadelingsbedrag vanaf € 8.000,00 tot € 12.000,00; f. 100 procent voor de duur van drie maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 12.000,00 tot € 16.000,00; g. 100 procent voor de duur van vier maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 16.000,00 tot € 20.000,00; h. 100 procent voor de duur van vijf maanden bij een benadelingsbedrag vanaf € 20.000,00. Iedere overschrijding van dit bedrag met € 4.000,00 leidt tot een verlenging van de duur met één maand. 3. Wij stemmen de verlaging, zoals bedoeld in artikel 18, tweede lid Participatiewet, maar anders dan lid 3 van dit artikel af op het benadelingsbedrag. 4. Wij kunnen bijstand in de vorm van een lening verstrekken. Wij doen dit als u door toepassing van lid 2 van dit artikel geen of te weinig middelen heeft om de noodzakelijke kosten voor levensonderhoud te betalen.
7.2.9 Niet nakomen van andere verplichtingen PW, Awb
PW, Awb
1. Wij verlagen uw uitkering als u andere verplichtingen, bedoeld in artikel 55 van de Participatiewet, niet nakomt. 2. Wij verlagen uw uitkering voor een maand met:
1. Wij verlagen uw uitkering als u andere verplichtingen, bedoeld in artikel 55 van de Participatiewet, niet nakomt. 2. Wij verlagen uw uitkering voor een maand met:
a. 50 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet nakomen van verplichtingen over werken en arbeidsinschakeling; b. 50 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet nakomen van verplichtingen die verband houden met de aard en het doel van een bepaalde vorm van bijstand; c. 50 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet nakomen van verplichtingen die gericht zijn op een vermindering van de bijstand; d. 50 procent bij het niet instemmen met het financieel ontzorgen door het vanuit de uitkering betalen van vaste lasten; e. 100 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet nakomen van verplichtingen die gericht zijn op beëindiging van de uitkering. I
7.2.11 Herhaling (recidive)
a. 50 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet nakomen van verplichtingen over werken en arbeidsinschakeling; b. 50 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet nakomen van verplichtingen die verband houden met de aard en het doel van een bepaalde vorm van bijstand; c. 50 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet nakomen van verplichtingen die gericht zijn op een vermindering van de bijstand; d. 100 procent van de uitkeringsnorm bij het niet of niet nakomen van verplichtingen die gericht zijn op beëindiging van de uitkering.
7.2.11 Herhaling (recidive)
PW, IOAW, IOAZ, Awb
PW, IOAW, IOAZ, Awb
1. Wij verdubbelen de hoogte van de verlaging als u zich opnieuw schuldig maakt aan gedrag zoals bedoeld in artikel 7.2.5 artikel 7.2.7 artikel 7.2.8, en artikel 7.2.9. We doen dit alleen als u dit gedrag vertoont binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee we een verlaging hebben toegepast. 2. Wij verdubbelen de duur van de verlaging als u zich binnen twaalf maanden na de datum van het besluit opnieuw schuldig maakt aan hetzelfde gedrag. Het gaat dan om een besluit waarin we een verlaging van 100 procent op de uitkeringsnorm hebben toegepast. 3. Wij verlagen uw uitkering twee maanden met 100 procent als u zich
1. Wij verdubbelen de hoogte van de verlaging als u zich opnieuw schuldig maakt aan gedrag zoals bedoeld in artikel 7.2.5 artikel 7.2.7 artikel 7.2.8, en artikel 7.2.9. We doen dit alleen als u dit gedrag vertoont binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee we een verlaging hebben toegepast. 2. Wij verdubbelen de duur van de verlaging als u zich binnen twaalf maanden na de datum van het besluit opnieuw schuldig maakt aan hetzelfde gedrag. Het gaat dan om een besluit waarin we een verlaging van 100 procent op de uitkeringsnorm hebben toegepast. 3. Wij verlagen uw uitkering twee maanden met 100 procent als u zich opnieuw schuldig maakt aan gedrag zoals bedoeld
opnieuw schuldig maakt aan gedrag zoals bedoeld in artikel 18, lid 4 van de Participatiewet. We doen dit alleen als u dit gedrag vertoont binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee we een verlaging hebben toegepast. 4. Wij verlagen uw uitkering twee maanden met 100 procent als: U zich opnieuw schuldig maakt aan een gedraging, én We hebben lid 1 , 2 of 3 van dit artikel toegepast. We doen dit alleen als u dit gedrag vertoont binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee we een verlaging hebben toegepast. N 7.5 Hoe controleert de gemeente? 7.5.1 Controle
in artikel 18, lid 4 van de Participatiewet. We doen dit alleen als u dit gedrag vertoont binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee we een verlaging hebben toegepast.
7.6 Hoe controleert de gemeente? 7.6.1 Controle
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ
Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ
N 7.5.2 Voorkomen van fraude 7.6.2 Voorkomen van fraude Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ N 7.5.3 Privacy 7.6.3 Privacy Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ N 7.5.4 Toezichthouders 7.6.4 Toezichthouders Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Awb Awb N
T I
7.6 Meldingsregeling 7.7 Meldingsregeling calamiteiten en geweld calamiteiten en geweld Wmo 2015 Wmo 2015 10.3 1.
2.
Overgangsrecht 10.3 Gemeentewet, Awb U houdt het recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2023, totdat we een nieuw besluit hebben genomen. Als u een aanvraag heeft ingediend onder de oude verordening en waarop wij nog niet hebben beslist bij het in werking treden van deze verordening, wordt uw aanvraag afgehandeld op grond van deze verordening.
Overgangsrecht Gemeentewet, Awb
1. Hebt u een voorziening op grond van de Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2023? Dan houdt u hier recht op totdat we een nieuw besluit nemen. 2. We behandelen uw aanvraag op grond van de Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2023 als: • u een aanvraag heeft ingediend in 2023, en • wij nog geen besluit hebben genomen bij het in werking treden van de Verordening sociaal
3.
4. 5.
6.
7.
8.
I
Als u een bezwaarschrift heeft ingediend tegen een besluit dat wij hebben genomen op basis van de ingetrokken verordening, beslissen wij op uw bezwaarschrift op de toepasselijke ingetrokken verordening. We kunnen afwijken van lid 3 als dit gunstiger is voor u. Als u een zorgcontract heeft met iemand uit uw sociaal netwerk en u ontvangt een pgb naar het tarief voor een professionele hulpverlener, dan komt dit hoge tarief te vervallen zodra de looptijd van de voorziening is verstreken. Als uw pgb, zoals bedoeld in lid 5 van dit artikel, doorloopt na 1 maart 2023, dan gaan we uw pgb opnieuw beoordelen vanaf 1 maart 2023. Per 1 januari 2023 zal voor alle nieuwe voorzieningen, met uitzondering van die genoemd in artikel 6.4 van deze verordening, het abonnementstarief gelden. Heeft u een lopende voorziening waarvoor wij een eigen bijdrage op grond van deze verordening kunnen opleggen, dan leggen we de eigen bijdrage op vanaf 1 juli 2023.
Artikel 10.4: 1. Wij noemen deze verordening: Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2023. 2. Deze verordening treedt in werking op 1 maart 2023.
I
T
Besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Terneuzen op 14 december 2022. 11.1 Begripsbepalingen
domein gemeente Terneuzen 2024. Herschreven op B niveau. 3 t/m 8 geschrapt, is niet meer van toepassing.
Artikel 10.4: 1.Wij noemen deze verordening: Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2024. 2.Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2024.
Besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Terneuzen op 14 december 2023. 11.1 Begripsbepalingen Beslistermijn: Binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag wordt een beschikking afgegeven. Indien een beschikking niet binnen acht weken kan worden gegeven, deelt het bestuursorgaan dit binnen deze termijn aan de aanvrager mede en noemt het daarbij een zo kort
mogelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. Minimaregelingen: regelingen voor mensen met een laag inkomen. Passend werk: werk dat past bij wat u kunt en weet.
Passend werk: werk dat past bij uw (lichamelijke) (on)mogelijkheden. Preferente proces loonkostensubsidie: Vanuit het Breed Offensief hebben gemeenten, de VNG, Divosa, SZW en de Normaalste Zaak gewerkt aan de harmonisatie van het proces rondom de loonkostensubsidie. Als gemeenten hetzelfde proces hanteren, zijn de administratieve lasten voor werkgevers minder ingewikkeld. Zo wordt het eenvoudiger om mensen uit verschillende gemeenten een werkplek te bieden. Bovendien hoeven gemeenten nu niet zelf een proces te ontwikkelen en uit te denken. Gemeenten kunnen gebruik maken van een toolkit, daarin staat onder meer een stappenplan, procesplaten en communicatieset met voorbeeldbrieven, aanvraagformulieren, beschikkingen en andere handige formats. Dat noemen we het preferent proces Loonkostensubsidie. Het beheer preferent proces Loonkostensubsidie bij VNG. Wij gebruiken dat proces ook in Terneuzen.