2023-11-30 - Bijlage 1 - Notitie - voortgang Campus Terneuzen 12-2023
Tekst van het document
Notitie voortgang Campus Terneuzen Aanleiding Op 15 december 2022 besloot u in te stemmen met de rapportage ‘verkenning huisvesting voortgezet onderwijs’. U besloot het onderzoeksgebied van locatie Vliegende Vaart aan te wijzen als de ontwikkellocatie voor nieuwe onderwijshuisvesting voor het voortgezet onderwijs. Onze ambitie is breder. We willen op locatie Vliegende Vaart een onderwijscampus realiseren met een breed aanbod van (onderwijs)voorzieningen. We zijn inmiddels een jaar verder ten opzichte van het besluit over het aanwijzen van de ontwikkellocatie en nemen u graag mee in de voortgang van het project.
Inhoud notitie We beginnen deze notitie met een korte terugblik. Aansluitend gaan we in op de planning, de huisvesting voor het Lodewijk College en Campus Terneuzen. Tot slot geven we een toelichting over de netwerkcongestie, externe veiligheid en participatie en communicatie.
1. Terugblik In april 2023 informeerden wij u tijdens een raadsinformatiebijeenkomst over onze ambitie en visie voor Campus Terneuzen. We willen een brede onderwijscampus realiseren waar ook de leerlingen van het voortgezet speciaal onderwijs een plek kunnen krijgen. Daarnaast zien we mogelijkheden voor het aanbieden van middelbaar en hoger beroepsonderwijs. Daarbij kijken we ook expliciet naar het huisvesten van samenwerkingsverbanden zoals het Centrum voor Top Techniek (CTT). We onderzoeken de realisatie van een campus waar we voor leerlingen vanuit verschillende doelgroepen mogelijkheden creëren voor kwalitatief aantrekkelijk en divers onderwijs, kunst, cultuur, sport, beweging, gezondheid, vitaliteit en sociale samenhang. Het aanbieden van goed en gevarieerd onderwijs, in samenhang met andere voorzieningen, is in een regio als Zeeuws-Vlaanderen immers van groot belang. Op deze manier kunnen we talent ontwikkelen welke onze regio nodig heeft en talenten in de regio behouden. Ook zijn we op deze manier aantrekkelijk voor nieuwe inwoners. Met de realisatie van de campus zullen we dan ook actief inzetten op de samenwerking met het bedrijfsleven en zorgen voor aansluiting op de (regionale) arbeidsmarkt.
De ambitie van de campus sluit aan bij de ambitie van de Strategische Regiovisie Zeeuws-Vlaanderen waarin we een aantrekkelijk woonklimaat voor huidige en nieuwe bewoners willen creëren. We willen u met dit voorstel (14 december 2023) vragen de ambitie voor Campus Terneuzen (bijlage 2 en 3 van het voorstel) te onderschrijven. De komende periode zullen we de visie verder concretiseren en nader uitwerken. Dit kunnen wij uiteraard niet alleen. Dit doen we samen met (potentiële) partners. In deze notitie leest u hier meer over.
2. Planning Op 6 juli 2023 deelden we met u de eerste versie van de tijdlijn voor Campus Terneuzen. We maakten een schematische weergave van de hoofdactiviteiten en schetsten hoe de trajecten huisvesting voortgezet onderwijs, huisvesting voortgezet speciaal onderwijs en Campus Terneuzen zich tot elkaar verhouden. In bijlage 4 van het advies treft u een update van deze tijdlijn. Ook in de komende periode blijven we de planning updaten en verfijnen.
1
3. Huisvesting Voortgezet Onderwijs (Lodewijk College) In december 2022 nam u het besluit om de Vliegende Vaart aan te wijzen als ontwikkellocatie voor het voortgezet onderwijs. Wij zijn samen met het Lodewijk College én de stichting Voortgezet Onderwijs Zeeuws-Vlaanderen aan de slag gegaan met het verder concretiseren van dit plan. Dit deden we met hulp van HEVO. HEVO is een specialist op het gebied van duurzame huisvesting en adviseert over huisvesting en vastgoed. Gezamenlijk hebben we de wens uitgesproken om de ontwikkeling van de nieuwbouw aan te vliegen vanuit een gezamenlijke ambitie en partnerschip. We willen een school neerzetten op Campus Terneuzen waar de hele regio trots op kan zijn. Die gezamenlijke ambitie dragen we graag samen uit naar alle betrokkenen.
3.1
Leerlingenaantal
In overleg met de school maakten we afspraken over het beoogd aantal leerlingen. We zijn het er over eens dat we een school willen realiseren voor 2.200 leerlingen. Dit aantal legden we vast op basis van de meest recente leerlingenprognoses van Pronexus. Ook hielden we in dit leerlingenaantal rekening met extra instroom (100 leerlingen) vanuit het Praktijk Onderwijs (po) en het Voortgezet Speciaal Onderwijs (vso). We willen immers rekening houden met de ontwikkeling naar meer inclusief onderwijs.
3.2
Ruimtebehoefte
De ruimtebehoefte voor een school voor het voortgezet onderwijs bepalen we aan de hand van het ruimtebehoeftemodel. Dit model staat in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Terneuzen 2022. Deze Verordening heeft u op 3 februari 2022 vastgesteld. Op basis van het ruimtebehoeftemodel is de ruimtebehoefte voor de school met 2.200 leerlingen 16.460 m2 Bruto Vloeroppervlak (BVO). Daarbij houden we rekening met 3.358 m2 ten behoeve van fietsparkeren voor het Lodewijk College. Deze oppervlakte omvat ruim 2.200 plekken voor fietsen. We houden rekening met 2.525 m2 ten behoeve van parkeren voor het Lodewijk College. Dat staat ongeveer gelijk aan 100 parkeerplekken. We houden rekening met 1.725 m2 ten behoeve van buitenruimte voor het Lodewijk College. Ook houden we rekening met noodzakelijke groenvoorzieningen. We betrekken deze uitgangspunten bij het opstellen van het stedenbouwkundig kader. In een stedenbouwkundig kader schetsen we de ruimtelijke randvoorwaarden die gelden voor Campus Terneuzen. Waar mogelijk proberen we deze ruimtelijke randvoorwaarden ook te verbeelden. Nog te nemen besluiten met betrekking tot de campus kunnen deze uitgangspunten beïnvloeden. Bijvoorbeeld als gevolg van nog te maken afspraken over dubbel en/of medegebruik, zoals bijvoorbeeld voor de parkeerplaatsen of de groene ruimte op de campus.
3.3
Kwaliteit
De Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Terneuzen 2022 gaat uit van een minimum niveau ten aanzien van de kwaliteit. Dat wil zeggen: Bouwbesluit en een Bijna Energieneutraal Gebouw (BENG). Op 30 juni 2020 stemde u in met het Integraal Huisvestingsplan (IHP). In het IHP is opgenomen dat gemeente en schoolbesturen het realiseren van kwalitatief goede en duurzame huisvesting zien als een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Het IHP beoogt, in het geval van nieuwbouw, de realisatie van gasloze, Energie Neutrale Gebouwen (ENG). Ook streven gemeente en schoolbesturen naar een kwaliteitsambitie van Frisse Scholen klasse B. Daarbij is de kwaliteit van het binnenmilieu (naast luchtkwaliteit ook temperatuur) van groot belang. 2
In het IHP omschreven we per project met elkaar te onderzoeken welke boven normatieve kwaliteit haalbaar is en hoe deze in gezamenlijkheid kan worden gefinancierd. Hierbij wordt gedacht aan Total Cost of Ownership. Het toevoegen van aspecten als ‘duurzaamheid’ en ‘extra kwaliteit’ leidt tot duurzamere en onderhoudsarme(re) gebouwen. Kwaliteit toevoegen leidt daarmee ook tot exploitatievoordelen. Schoolbesturen financieren op basis van Total Cost of Ownership (TCO) een deel van de stichtingskosten van een nieuwbouwopgave. Deze investering komt de duurzaamheid van het gebouw op het gebied van onderhoud en exploitatie ten goede. Door het combineren van de zorgplicht van de gemeente met de exploitatievoordelen die te verwachten zijn voor de schoolbesturen, wordt het realiseren van extra kwaliteit financieel haalbaar. Over welke kwaliteit we willen toevoegen, voerden en voeren we gesprekken met het schoolbestuur. In afstemming met de school willen we voor de nieuwbouw van het Lodewijk College kwaliteit toevoegen. We houden nu rekening met een Energieneutraal Gebouw (ENG) en aanvullende kwaliteit op het gebied van Frisse Scholen, Exploitatiegericht bouwen en het verhogen van het kwaliteitsniveau. Conform IHP willen we de kosten voor deze extra investering verdelen tussen gemeente en schoolbestuur.
In het IHP zijn we met schoolbesturen overeengekomen dat wanneer er kwaliteit wordt toegevoegd uitstijgend boven Bouwbesluit en BENG, de extra investering 50%-50% tussen hen wordt verdeeld. Vooralsnog gaan we in de verdere uitwerkingen uit van een hoger ambitieniveau dan Bouwbesluit en BENG. Gemeente en school zijn immers beiden bereid om te investeren in extra kwaliteit. HEVO heeft inmiddels een eerste start gemaakt met het houden van werksessies voor het opstellen van het programma van eisen voor het Lodewijk College. Aansluitend brengen we onder andere door het programma van eisen in beeld in hoeverre ruimtebehoefte, kwaliteitsniveau en budget met elkaar in overeenstemming zijn. Het streven is om in het eerste kwartaal van 2024 meer duidelijkheid te hebben over hoe de kaders zich tot elkaar verhouden.
3.4
Gymzalen
Met de school spraken we af dat we uitgaan van een ruimtebehoefte van zes gymzalen. Ook dit aantal volgt uit de Verordening. Twee gymzalen kan de school gebruiken in sportcentrum Vliegende Vaart. We willen daarnaast vier nieuwe gymzalen realiseren. Dit is nog steeds in lijn met de gehanteerde uitgangspunten vanuit de rapportage ‘verkenning huisvesting voortgezet onderwijs’. De school heeft gevraagd om rekening te houden met de wettelijke vereisten met name met betrekking tot de akoestiek van de gymzalen. We spraken af dat we gaan onderzoeken of en in hoeverre de bestaande gymzalen in sportcentrum Vliegende Vaart al dan niet voldoen aan de wettelijke vereisten. Voor wat betreft de gymlessen is het wenselijk om een nadere inventarisatie en verkenning uit te voeren met betrekking tot de op het sportpark Vliegende Vaart aanwezige sportverenigingen. Een en ander gelet op de ambities ten aanzien van dubbel en/of medegebruik. Enerzijds kunnen sportverenigingen wellicht in de avond- en weekenduren gebruik maken van de nog te realiseren nieuwe gymzalen. Anderzijds kan de school voor de gymlessen wellicht overdag gebruik maken van de (buiten)terreinen en faciliteiten van de op het sportpark aanwezige sportverenigingen.
3
3.5
Financiën met betrekking tot Voortgezet Onderwijs
In de rapportage ‘verkenning huisvesting voortgezet onderwijs’ spraken wij over een bandbreedte voor de te realiseren school. De bandbreedte is, zoals wij toen ook aangaven, afhankelijk van nog te maken keuzes. We hebben gesproken over een richtinggevend bedrag van € 75.000.000,-. In dit richtinggevende bedrag hielden wij rekening met een kostenpost van circa € 5.000.000 ten behoeve van de verwerving van percelen voor de realisatie van een school voor het voortgezet onderwijs. Dit bedrag stelde u in juli 2023 beschikbaar. Op 6 juli 2023 besloot u immers tot het vormen van de bestemmingsreserve Campus Terneuzen. Naast dit bedrag stelde u een bedrag van € 6.000.000 beschikbaar ten behoeve van de verwerving van percelen voor de realisatie van Campus Terneuzen. Op 5 september 2023 informeerden wij u over de eerste aankoop van een perceel in het onderzoeksgebied. Wij zijn in gesprek met eigenaren over hun percelen. Op het moment dat wij overgaan tot aankoop van een perceel leggen wij zoals wethouder Suij heeft toegezegd in de raadsvergadering de stukken omtrent de aankoop achteraf onder geheimhouding ter inzage bij de griffie. Zoals wij toen ook hebben beloofd, zullen we op een later moment inzichtelijk maken welke percelen we verwerven. We verwerven immers percelen voor de school én percelen voor de verdere campus.
Gelet op de lopende onderhandelingen met perceeleigenaren, kunnen wij hier op dit moment niet nader op ingaan. Op dit moment voorzien wij met de hierboven genoemde uitgangspunten (ruimtebehoefte en kwaliteitsniveau) binnen de eerder aangegeven kaders te blijven. We vinden het op dit moment nog te vroeg om u een besluit te laten nemen over een voorkeursscenario met een bijbehorend investeringskrediet. Dit in lijn met de besluitvorming van eerdere voorstellen zoals bijvoorbeeld onderwijshuisvesting Rivierenbuurt, Hoek en Westdorpe.
U heeft reeds € 75.000.000 voor huisvesting voortgezet onderwijs gereserveerd in de begroting. Zoals is weergegeven in bovenstaande tabel verwachten wij op dit moment dat de kosten voor de gemeente circa € 68.000.000 bedragen. Aansluitend gaan wij uit van een bijdrage van de school. Op basis van bovenstaande kaders en uitgangspunten gaan we aan de slag met het ontwerpen van de school. In samenwerking met HEVO werkt het Lodewijk College op dit moment aan het opstellen van een programma van eisen (PvE). Als straks blijkt dat gestelde kaders (ruimtebehoefte, kwaliteit en budget) niet met elkaar in overeenstemming zijn, moeten we keuzes maken. Dat kunnen we niet alleen. Dat doen we in overleg met de school. Uiteraard zullen wij u hier ook bij betrekken. Omdat we nu nog geen zicht hebben op ‘of en in hoeverre’ campuspartners de ruimtebehoefte van het Lodewijk College beïnvloeden, willen wij u nu nog niet vragen het investeringskrediet beschikbaar te stellen. 4
Er lijkt op dit moment sprake te zijn van enige marge tussen de kosten voor de gemeente (€ 68.000.000,-) en het eerder genoemde richtinggevende bedrag (€ 75.000.000,-). Dit richtinggevende bedrag is gereserveerd in de begroting. We vinden het van belang om nu een pas op de plaats te maken. We willen in dit grote project de regie houden en steeds weloverwogen stappen zetten. We willen voorkomen dat we ons nu al rijk rekenen met de resterende € 7.000.000,-. Ons voorstel is dan ook om eerst een en ander nader uit te werken alvorens wij u definitief vragen het investeringskrediet ten behoeve van de nieuwe huisvesting voor het Lodewijk College beschikbaar te stellen. Wel willen we het komende jaar al enkele stappen gaan zetten. U kunt hierbij denken aan het verder uitwerken, maar bijvoorbeeld ook aan het opstarten van de onderzoeken met betrekking tot Flora en Fauna, een verkeerskundig onderzoek en een bodemonderzoek. Ook moet u denken aan het opstarten van de advisering en de voorbereidingen voor het bestemmingsplan (omgevingsplan).Voor deze te maken kosten willen we u nu vragen om een deel (4 procent) van de nog gereserveerde middelen (€ 70.000.000,-) vrij te geven voor de verdere voorbereiding van het project, zijnde € 2.800.000,-.
Zodra wij zicht hebben op het programma van eisen, maar bijvoorbeeld ook op de campuspartners en de mogelijkheden ten aanzien van dubbel en/of medegebruik komen we bij u terug met een uitgewerkt voorkeursscenario. Op dit moment kunnen wij u dit inzicht nog onvoldoende geven.
3.6
Uitgangspunten indexering
In afstemming met HEVO hielden we voor de bouw van de school rekening met 16,38 procent indexering. In onderstaande tabel is opgebouwd hoe HEVO tot dit percentage is gekomen. Op het moment dat de daadwerkelijke indexering afwijkt van deze inschatting heeft dit een direct effect op het totale investeringsbedrag. Het is lastig om daar nu op vooruit te lopen. De inschatting die we deden is ons inziens de meest realistische benadering. Mocht op een later moment blijken dat de daadwerkelijke indexering hoger ligt, kunnen we wellicht (een deel van) deze extra kosten dekken vanuit de post ‘onvoorzien’. (Op dit moment houden we rekening met een post onvoorzien van 10 procent. Deze bedraagt circa € 5.100.000,- als onderdeel van € 56.000.000,-. Dit is het volledige bedrag voor stichtingskosten en schoolkavel zie hiervoor ook tabel in 2.5 Financieel voortgezet onderwijs) Jaar 2023 2024 2025 2026 2027 2028
Percentage 5,00 % 3,50 % 3,50 % 3,50 % 3,50 % 1,75 % 16,38 %
Indexering over: 100 % 100 % 100 % 50 % (start bouw 1-1-2026) 50 % 50 % (half jaar tot bouw gereed)
Voor de jaren 2026 tot en met 2028 houden we rekening met 50 procent van het indexpercentage van dat betreffende jaar.
3.7
Bouwheerschap
In de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) is bepaald dat een initiatiefrol bij het schoolbestuur ligt. Dat wil zeggen dat het schoolbestuur of het bevoegd gezag in principe bouwheer is voor de nieuwbouw. Tenzij het schoolbestuur met het college van Burgemeester en Wethouders 5
overeenkomt dat de gemeente de gewenste voorziening tot stand brengt. De wet verleent een toetsende rol aan de gemeente als het schoolbestuur bouwheer is. Deze bepalingen zijn verder uitgewerkt in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Terneuzen 2022. In overleg met het schoolbestuur kwamen we tot de conclusie dat het vooralsnog niet mogelijk is om al een besluit te nemen over het bouwheerschap. We streven ernaar om dit besluit in het eerste kwartaal van 2024 te nemen.
4. Campus Terneuzen We gaan de campus nader uitwerken en aanvullen. Dit kunnen we niet alleen en doen we samen met (potentiële) partners. In het afgelopen jaar deelden wij onze (concept) ambitie en visie. We informeerden u tijdens een raadsinformatiebijeenkomst. Ook andere partners informeerden wij. We willen u nu twee ambitiedocumenten laten vaststellen zodat we deze kunnen concretiseren en nader kunnen uitwerken. We voerden verkennende gesprekken om te onderzoeken hoe partners aankijken tegen de Campus. Hierbij ligt de focus op de invloed die partners hebben op de huisvesting van het Lodewijk College. Dit doen we omdat we op dit moment bezig zijn met het realiseren van de plannen voor het Lodewijk College. De partners zijn – beargumenteerd vanuit het Lodewijk College - in te delen in drie hoofdcategorieën. 1. Campuspartners Dit zijn partners waarmee het Lodewijk College samenwerkt én waarvoor op de campus vastgoedontwikkeling plaatsvindt die mogelijk ook leidt tot een aanvullend programma voor de huisvesting van het Lodewijk College. Te denken valt bijvoorbeeld aan OZEO het overkoepelende bestuur voor speciaal-, voortgezet speciaal- en praktijkonderwijs in Zeeland. Zij kunnen gebruik maken van de voorzieningen van het Lodewijk College als het gaat om praktijkruimtes.
Zij hebben echter zelf ook huisvesting nodig voor leerlingen waarvoor (een vorm van) inclusief regulier onderwijs (nog) niet mogelijk is. Op dit moment richten wij ons in eerste instantie op de campuspartners: Voortgezet speciaal onderwijs (OZEO), Middelbaar beroepsonderwijs (Scalda) Centrum voor Top Techniek (CTT) 2. Samenwerkingspartners Dit zijn partners waarmee het Lodewijk College samenwerkt. Deze partners maken gebruik van (het programma voor) huisvesting van het Lodewijk College. Mogelijke partners zijn bijvoorbeeld Hogeschool Zeeland University of Applied Sciences, University College Roosevelt en Universiteit Gent. In dit stadium verwachten we niet dat zij zelf willen investeren in fysieke huisvesting op de campus. Wellicht wel dat zij door een samenwerking met het Lodewijk College of een van de andere partners van de Campus gebruik willen maken van huisvesting op de campus (dubbel- en/of medegebruik). Te denken valt daarbij ook aan eventuele partners vanuit zorg en/of welzijn of bijvoorbeeld partners die een buitenschools aanbod willen realiseren.
6
3. Netwerkpartners Dit zijn partners waarmee het Lodewijk College samenwerkt, maar die geen invloed hebben op het programma of gebruik maken van de huisvesting van het Lodewijk College. Te denken valt bijvoorbeeld aan partijen als Campus Zeeland of provincie Zeeland. Ons streven is in het eerste kwartaal van 2024 meer duidelijkheid te hebben over de samenwerkingsen campuspartners. Het opstarten van deze nadere verkenning is essentieel vanwege de inpassing van het geheel binnen Campus Terneuzen en vanwege de mogelijke beïnvloeding van de huisvesting voor het Lodewijk College. We willen meer zicht krijgen op de synergiemogelijkheden en op de mogelijkheden voor dubbel en/of medegebruik.
4.1
Aanwezige sportverenigingen
Op het sportpark Oude Vaart zijn verschillende sportverenigingen gehuisvest. Een deel binnen, maar ook een deel buiten het door u vastgestelde onderzoeksgebied. Alle sportverenigingen hebben wij geïnformeerd over de beoogde ontwikkelingen. De sportverenigingen binnen het onderzoeksgebied zijn geïnformeerd. De realisatie van de huisvesting voor het voortgezet onderwijs - en aansluitend de ontwikkeling van Campus Terneuzen - kan mogelijk gevolgen hebben voor hun (sport)accommodatie. Zodra er meer bekend is over de uiteindelijke situering zullen we de consequenties in kaart brengen en verder uitwerken. Het Lodewijk College maakt op dit moment voor de gymlessen gebruik van de sportvelden van diverse verenigingen op sportpark Vliegende Vaart. Hiervoor hebben zij zelf afspraken gemaakt met deze verenigingen. In de komende tijd gaan wij in overleg met het Lodewijk College en de verenigingen in kaart brengen welke afspraken er gemaakt zijn. Ook zullen we gezamenlijk bekijken of en welke afspraken er gemaakt kunnen worden voor het dubbel- en/of medegebruik van de velden voor Campus Terneuzen.
4.2
Stedenbouwkundig kader
We willen toewerken naar een stedenbouwkundig kader. Dit doen we parallel aan het opstellen van het programma van eisen voor het Lodewijk College. Het stedenbouwkundig kader vormt een belangrijke randvoorwaarde voor de architect en daarmee ook voor het ontwerp van het schoolgebouw maar ook voor andere gebouwen op de campus. Op basis van de verkenning van wensen van partners kunnen we ook voor hen ontwikkelruimte op de campus reserveren. Het stedenbouwkundig kader is daarnaast een belangrijk handvat om te borgen dat we voldoen aan de gezamenlijke en gedeelde ambitie voor Campus Terneuzen.
5. Netwerkcongestie Zoals u weet, heeft Stedin ons een formele vooraankondiging van netwerkcongestie in Zeeland gestuurd. Dit betekent dat grootverbruik klanten (> 3 x 80 ampère) op een wachtlijst komen voor afname van elektriciteit. Grootverbruikers (> 3x80 ampère) worden wel voorzien van een aansluiting, maar komen op een wachtlijst voor transportvermogen voor afname van elektriciteit. Voor de school zou dit - als grootverbruik klant - betekenen dat de school wel wordt aangesloten, maar geen elektriciteit van het net kan afnemen. Dit vormt een risico voor het in gebruik nemen van de school gelet op de aanwezigheid van allerlei elektrische installaties (bijvoorbeeld: licht, ventilatie, maar ook computers, digitale borden en allerhande apparatuur in (praktijk)lokalen). In afstemming met betrokken partijen wordt actie ondernomen om zo snel mogelijk tot een Zeeuwse aanpak voor netwerkcongestie te komen. Of en welke gevolgen de netwerkcongestie heeft voor 7
Campus Terneuzen is vooralsnog onbekend. Recent vernamen wij dat wordt onderzocht of bijvoorbeeld zorginstellingen en scholen voorrang kunnen krijgen. We onderzoeken welke gevolgen de netwerkcongestie heeft voor Campus Terneuzen.
6. Externe veiligheid In de rapportage ‘verkenning huisvesting voortgezet onderwijs’ informeerden wij u over externe veiligheid. Gelet op het onderzoeksgebied hebben we te maken met een brandaandachtsgebied en twee explosieaandachtsgebieden. Of en in hoeverre de aandachtgebieden van toepassing zijn, is afhankelijk van de situering en aansluitend de vormgeving van het gebouw. Op dit moment kunnen wij hier geen nadere uitspraken over doen. Een en ander vraagt om nader onderzoek en onderbouwing. Wel geldt nog steeds dat wij diverse mogelijkheden zien om de noodzaak tot het nemen van maatregelen te beperken of te elimineren.
7. Participatie en communicatie Tot slot willen we u graag meenemen in de stappen die wij zetten in het informeren van betrokkenen en belangstellenden. In januari 2023 verstuurden wij de eerste nieuwsbrief. In het afgelopen jaar verstuurden we zeven nieuwsbrieven. De nieuwsbrief versturen wij inmiddels naar circa 400 geabonneerden. Naast de nieuwsbrief werken we ook met een projectpagina (www.terneuzen.nl/campusterneuzen) en een algemeen e-mailadres (campusterneuzen@terneuzen) voor het project. Op 14 oktober 2023 organiseerden we een inloop- en participatiebijeenkomst in een van de sportzalen van de Vliegende Vaart. Meer dan 120 geïnteresseerden bezochten de bijeenkomst. We zijn blij met de aandachtspunten die we hebben gehoord. We nemen deze mee in het vervolgtraject. De meeste aandachtspunten en tips richten zich op het gebied van verkeer. Ook de toekomstige aanwezigheid van openbare sportvelden en openbaar toegankelijke wandel- en fietspaden kwamen vaak terug. De bijeenkomst werd positief gewaardeerd door de bezoekers. Hoewel ze ook graag concrete(re) plannen hadden gezien, vonden ze het prettig om in een vroeg stadium hun wensen en zorgen met ons te delen. We vonden het nuttig om al in een vroeg stadium ideeën, tips, aandachtspunten en wensen op te halen. Het is belangrijk om een ieder nu al mee te nemen in de wensen, ideeën en ambities voor Campus Terneuzen.
Deze inloop- en participatiebijeenkomst was zeker niet de laatste. Ook in het vervolgtraject zullen we op diverse momenten informeren en communiceren over het project maar zeker ook betrokkenen vragen om te participeren.
8