2023-11-29 - Buitengebied, Koegorsstraat ong. Terneuzen vastgesteld 2 Bijlagen toelichting (geanonimiseerd)-2-gecomprimeerd-1
Tekst van het document
bestemmingsplan
Buitengebied, Koegorsstraat Terneuzen Terneuzen
ong.
RHO ADVISEURS DATUM
30-10-2023
IMRO
NL.IMRO.0715.BPBG81-VGO1
IDN
PROJECT
Koegorsstraat, Zuidpoort
PROJECTLEIDER
(geanonimiseerd)
OPDRACHTGEVER
Symach
PROJECTNUMMER
20220099
AUTEUR
(geanonimiseerd) Braak vastgesteld
STATUS
B.V.
Terneuzen
Inhoudsopgave
Bijlagen toelichting
5
Bijlage 1
Stroomschema Archeologie
7
Bijlage 2
Archeologische plantoets
11
Bijlage 3
Verkennend bodemonderzoek
33
Bijlage 4
Watertoets
105
Bijlage 5
QRA externe veiligheid
111
Bijlage 6
Verantwoording groepsrisico
151
Bijlage 7
Quickscan Wet natuurbescherming
171
Bijlage 8
Naderonderzoek kleine marterachtigen
211
Bijlage 9
Stikstofberekening
231
Bijlage 10
Aanmeldnotitie vormvrije m. e. r-beoordeling
253
Bijlage 11
Participatieverslag
279
Bijlage 12
Antwoordnota zienswijzen
283
3/284
4/284
Bijlagen toelichting
5/284
6/284
Bijlage 1
7/284
Stroomschema Archeologie
De onderste steen boven? Interim-beleid archeologie gemeente Terneuzen
Lijst agendapunten nr. 6d
BIJLAGE 1 Stroomschema onderzoeksplicht archeologie. Deze toetsen dienen uitgevoerd te worden bij het opstellen van ruimtelijke plannen, de behandeling van aanvragen om aanlegvergunning of vergunningverlening in het kader van de Erfgoedverordening.
Aanbevolen wordt deze toetsen uit te voeren in samenhang met de toets op cultuurhistorie. Hierdoor kan tijd bespaard worden. Ook in het milieuonderzoek is meestal al veel informatie over de bodemopbouw en de recente historie van de locatie aanwezig. Daarnaast kan de toets aangevuld worden met informatie uit archieven, literatuur, kaartmateriaal, luchtfoto’s, de lijst van verdronken dorpen, een terreininspectie en informatie van plaatselijke heemkundigen, historici of (amateur) archeologen. Bij een uitvoeriger toetsing mag, na overeenstemming met de beleidsmedewerker archeologie of een bevoegd deskundige, gemotiveerd worden afgeweken van het stroomschema. STAP 1. TOETSBEVOEGD GEZAG 1.
Is sprake van een archeologisch monument?
Ja: het rijk is bevoegd
Nee: is sprake van een wettelijke
gezag
procedure zoals ontgronding, trajectbesluit, MER, bouw- en/of milieuvergunning en dergelijke?
Ja: bevoegd gezag
Nee/ alle overige gevallen: gemeente is bevoegd gezag in het kader van de erfgoedverordening.
archeologie valt samen met bevoegd gezag procedure. * Dit kan bijvoorbeeld het rijk of de provincie zijn, maar ook de gemeente.
STAP 2. VRIJSTELLINGSREGELING In onderstaande situaties is sprake van vrijstelling: Algemene vrijstelling tot 0, 5 meter diep en < 100 m2**. Vrijstelling indien reeds eerder aantoonbaar verstoring of onderzoek heeft plaatsgevonden. Hierbij kan gedacht worden aan ophogingen, ontgrondingen, wegcunetten, rioleringsleuven, bodemsanering en dergelijke. Een en ander dient ter beoordeling aan het bevoegd gezag te worden voorgelegd. Vrijstelling is eveneens van toepassing als de uitkomst van de toets voor de 4 genoemde criteria (AMK, IKAW, ARCHIS/ZAA, en de bodemkaart) uitkomt op ‘geen onderzoeksplicht’. (zie stap 3 TOETS ONDERZOEKSPLICHT) * In het kader van de Wabo kan een andere overheid een verklaring van geen bedenkingen opstellen. 15 aan de daadwerkelijkLijstte bebouwen agendapunten nr. 6d ** De genoemde diepte en oppervlakte zijn gerelateerd of verstoren diepte en oppervlakte, dus niet aan de perceelgrootte.
STAP 3. TOETS ONDERZOEKSPLICHT INDIEN GEMEENTE BEVOEGD GEZAG IS Ja: onderzoeksplicht. 1. AMK Bodemkaart*** Nee: geen < 1000 m2, geen onderzoeksplicht onderzoeksplicht, ga naar > 1000 m2, onderzoeksplicht < 500 m2, geen onderzoeksplicht > 500 m2, onderzoeksplicht
Hollandveen Duinkerke II**** 2. IKAW
Duinkerke III
geen
onderzoeksplicht
Aanbevolen wordt deze toetsen uit te voeren in samenhang met de toets op cultuurhistorie. Hierdoor kan tijd bespaard worden. Ook in het milieuonderzoek is meestal al veel informatie over de bodemopbouw en de Zeerlocatie lage aanwezig. of lage trefkans: Hoge trefkans Middelhoge recente historie van de Daarnaast kan de toets aangevuldtrefkans: worden met informatie uit archieven, literatuur, kaartmateriaal, luchtfoto’s, de lijst van verdronken dorpen, een terreininspectie en informatie Geen onderzoeksplicht, ga van plaatselijke heemkundigen, historici of (amateur) archeologen. verder naar mag, ARCHIS/ZAA na overeenstemming met de beleidsmedewerker archeologie of SCEZ, gemotiveerd worden afgeweken van het stroomschema. Bij een uitvoeriger toetsing * De genoemde diepte en oppervlakte zijn gerelateerd aan de daadwerkelijk te bebouwen of verstoren diepte en oppervlakte, dus niet aan de perceelgrootte. ** Te beoordelen door de beleidsmedewerker archeologie of SCEZ. In geval van voormalige vestingwerken is een grens van 500 m2 van toepassing. *** Van Rummelen 1977. Beoordeeld dienen te worden; de te verstoren bodemlagen. Als de genoemde bodemlaag niet verstoord wordt
geldt geen onderzoeksplicht. Als de bodemlaag reeds aantoonbaar verstoord is
geldt eveneens geen onderzoeksplicht. De van de bodemlagen het milieuonderzoek. < 500diepteligging m2* > 500 kan m2*vaak afgeleid worden < 100uit m2* geen > 100 m2* **** Deze laag is van belang voor de Middeleeuwen Bij uitvoerige toetsing is 1000 m2 de grens > bij ontbreken archeologische indicatoren. geen onderzoeksplicht, ga onderzoeksplicht onderzoeksplicht, onderzoeksplicht verder naar ARCHIS/ZAA
ga verder naar
ARCHIS/ZAA
3. ARCHIS/ ZAA
Geen gegevens: geen onderzoeksplicht, ga verder naar bodemkaart
Gegevens, lage waarde**: geen onderzoeksplicht, ga verder naar bodemkaart
Gegevens, hoge waarde**: onderzoeksplicht
4. BODEMKAART***
Pleistoceen zand
< 100 m2* - of > 1 m onder - of > 2 m onder -
maaiveld < 500 m2* maaiveld < 1000 m2* geen onderzoeksplicht
het maaiveld of < 1m onder maaiveld en > 100 m2* - of > 1 m onder maaiveld > 500 m2* - of > 2 m onder maaiveld > 1000 m2* onderzoeksplicht -
Duinkerke II ****
Hollandveen
aan
Duinkerke III: Geen onderzoeksplicht
< 1000 m2*
> 1000 m2*
< 500m2*
> 500 m2*
geen
onderzoeksplicht
geen
onderzoeksplicht
onderzoeksplicht
onderzoeksplicht
* De genoemde diepte en oppervlakte zijn gerelateerd aan de daadwerkelijk te bebouwen of verstoren diepte en oppervlakte, dus niet aan de perceelgrootte. ** Te beoordelen door de beleidsmedewerker archeologie of een archeologisch deskundige. In geval van voormalige vestingwerken is een grens van 500 m2 van toepassing. *** Van Rummelen 1977. Beoordeeld dienen te worden; de te verstoren geologische lagen. Als de genoemde geologische laag niet verstoord wordt geldt geen onderzoeksplicht. Als de geologische laag reeds aantoonbaar verstoord is geldt eveneens geen onderzoeksplicht. De diepteligging van de geologische lagen kan vaak afgeleid worden uit het milieuonderzoek. **** Inclusief oudere afzettingen van Duinkerke. Deze laag is van belang voor de Middeleeuwen Bij uitvoerige toetsing is de grens > 1000 m2 bij ontbreken archeologische indicatoren en algehele vrijstelling als deze lagen verstoord of geërodeerd zijn. Lijst agendapunten nr. 6d
16
Bijlage 2
11/284
Archeologische plantoets
ARCHEOLOGIE TOETS ONTWIKKELINGSLOCATIE KOEGORSSTRAAT (PERCEEL 2527) IN TERNEUZEN GEMEENTE TERNEUZEN
Archeologie Toets
Ontwikkelingslocatie Koegorsstraat (perceel 2527) Gemeente
in Terneuzen
Terneuzen
Opdrachtgever
Rho Adviseurs
voor
leefruimte
(geanonimiseerd) nl nn (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
Rapportnummer Versienummer Datum
Vestiging
18537.002 2 12 mei
2023
Zuid-Holland
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) 088
-
5001600
B (geanonimiseerd) @econsultancy.nl
Opsteller Kwaliteitscontrole
©
De heer drs. De heer ir.
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd)
Econsultancy bv, Rotterdam en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders
Foto's
vermeld.
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 ISSN: 2210-8785
(Analoog rapport) (Digitaal rapport E-depot)
Kwaliteitszorg Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor protocollen 4001, 4002, 4003 en 4004 van de BRL SIKB 4000. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO) . De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA) . De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
Econsultancy Archeologisch Rapport
INLEIDING Econsultancy heeft van Rho Adviseurs voor leefruimte het verzoek gekregen een archeologische plantoets uit te voeren voor een ontwikkelingslocatie aan de Koegorsstraat in Terneuzen. De initiatiefnemer heeft het voornemen om hier een bedrijventerrein te ontwikkelen. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken moet eerst een wijziging van het bestemmingsplan worden doorgevoerd.
Conform het beleid van de gemeente Terneuzen moet in deze fase van planvorming een Archeologie Toets worden uitgevoerd om te bepalen of archeologisch onderzoek nodig is voorafgaand aan grondroerende werkzaamheden.
LOCATIE De ontwikkelingslocatie ligt ten zuiden van Terneuzen en beslaat een agrarisch perceel (Gemeente Terneuzen, sectie P, perceel 2572) dat het grootste deel van het gebied tussen de Hoofdweg in het noorden, de Gravin Mariaweg in het oosten, de Koegorsstraat in het zuiden en de Zeelandweg in het westen omvat. De totale oppervlakte van het perceel is circa 5 ha. Het perceel is in gebruik als akkerland. Het maaiveld ligt in het plangebied rond 1 m NAP. De ligging en de huidige staat van het plangebied is weergegeven in figuren 1 en 2. ,
GEMEENTELIJK BELEID Het archeologiebeleid van de gemeente Terneuzen is vastgelegd in een Erfgoedverordening uit 2011. Bij deze verordening hoort de nota De onderste steen boven? uit 2011. 1 Deze nota bevat een stroomschema aan de hand waarvan bepaald kan worden of er sprake is van een archeologische onderzoeksplicht. Dit stroomschema is opgenomen in bijlage 1. In de eerste stap wordt bepaald of de gemeente de bevoegde overheid is. In de tweede stap wordt bepaald of er sprake is van een vrijstellingsregeling en in de derde stap wordt bepaald of er een onderzoeksplicht is als de gemeente bevoegd gezag is. Op basis van de nota is ook een beleidskaart opgesteld waarin vier beleidscategorieën worden onderscheiden: één categorie waarvoor geen onderzoeksplicht geldt en drie categorieën waarbij bij verstoringen dieper dan 50 cm en afhankelijk van de oppervlakte van de ingreep wel een onderzoeksplicht geldt. Deze beleidskaart is ook vertaalt naar de bestemmingsplannen die na 2011 zijn opgesteld, waaronder het bestemmingsplan Buitengebied Terneuzen uit 2013. 2 Volgens dit bestemmingsplan (zie figuur 3) heeft het centrale en meest oostelijke deel van de ontwikkelingslocatie een dubbelbestemming ‘waarde – archeologie 2’, waarvoor een onderzoeksplicht geldt bij ingrepen groter dan 500 m 2 en dieper dan 50 cm -mv.
In 2014 is er een vrijstellingenkaart opgesteld waarbij de vrijstellingsgrenzen ten aanzien van de diepte van de ingreep op basis van de geologische opbouw is verruimd. De begeleidende handleiding 3 wordt expliciet gesteld dat de vrijstellingenkaart alleen van toepassing is op de gebieden met een archeologische onderzoeksplicht, dus met een dubbelbestemming ‘waarde – archeologie’. In 2017 is de kaart geactualiseerd. 4 Volgens deze kaart (figuur 4) geldt voor het grootste deel van het plangebied een vrijstelling voor ingrepen ondieper dan 150 cm. Bij een klein deel in het oosten ligt de vrijstellingsgrens op 50 cm -mv en bij een deel in het centrale deel van de locatie ligt de grens bij 4 m-mv.
1 ‘De onderste steen boven? Interim-beleid archeologie gemeente Terneuzen’, 2011 2 ‘Bestemmingsplan Buitengebied Terneuzen’, 2013 3 Weerd and Kerckhaert, 2014 4 N. J. G. de Visser and Weerd, 2017
RAPPORT 18537. 002 versie 2
Pagina 1 van 4
ARCHEOLOGIE TOETS De Archeologie Toets bestaat uit het doorlopen van het stroomschema uit de beleidsnota, zoals verbeeld in bijlage 1.
Stap 1. Toetsbevoegd gezag In de eerste stap van de toets wordt aan de hand van een tweetal opeenvolgende vragen bepaald wie de bevoegde overheid is. Is er sprake van een archeologisch monument? Met archeologische monumenten worden archeologische rijksmonumenten bedoeld. Een overzicht van archeologische rijksmonumenten wordt gegeven via de webviewer Archeologie in Nederland van de RCE. 5 Deze viewer bevat een laag met actuele rijksmonumenten. Volgens deze kaart liggen er geen rijksmonumenten in het plangebied. Het antwoord op de vraag is nee en hiermee kan worden doorgegaan naar de tweede vraag. Is er sprake van een wettelijke procedure zoals ontgronding, trajectbesluit, MER, bouw- en/of milieuvergunning en dergelijke? In deze fase van de planvorming is het nog niet bekend welke ruimtelijke procedures er doorlopen zullen worden. Afhankelijk van de procedure is de bevoegde overheid het rijk, de provincie, het waterschap of de gemeente. De vraag kan nog niet beantwoord worden, maar uiteindelijk zal voor de voorgenomen werkzaamheden een omgevingsvergunning moeten worden afgegeven, waarmee de gemeente bevoegde overheid wordt. Met de constatering dat de gemeente vanzelf wel een keer bevoegde overheid wordt, kan worden doorgegaan naar stap 2.
Stap 2: Vrijstellingsregeling In de tweede stap wordt bepaald of er sprake is van vrijstelling van archeologisch onderzoek. Vrijstelling kan worden verleend als aan een van de drie volgende voorwaarden kan worden voldaan. De algemene vrijstelling voor ingrepen tot 50 cm diep en kleiner dan 100 m 2 Deze vrijstelling is niet van toepassing, aangezien de vrijstellingsgrenzen naar alle waarschijnlijkheid worden overschreden. Vrijstelling indien reeds eerder aantoonbaar verstoring of onderzoek heeft plaatsgevonden. Uit Archis blijkt dat het plangebied niet eerder is onderzocht (figuur 5) Uit de dataset Vergraven gronden (zie figuur 5) blijkt dat langs de Koegorsstraat een gastransportleiding ligt. De bodem is hier geroerd, waarschijnlijk tot een diepte van tenminste 2 m. In de rest van het plangebied zijn geen verstoringen bekend. Het plangebied is in beperkte mate verstoord en niet eerder onderzocht, dus dit vrijstellingscriterium is ook niet van toepassing. Vrijstelling is eveneens van toepassing als de uitkomst van de toets voor de 4 genoemde criteria (AMK, IKAW, ARCHIS/ZAD, en de bodemkaart) uitkomt op ‘geen onderzoeksplicht’ (zie stap 3 TOETS ONDERZOEKSPLICHT) .
.
.
De eerste twee vrijstellingscriteria zijn niet van toepassing. Om te bepalen of het derde criterium van toepassing is, moet eerst stap 3 worden doorlopen.
Stap 3: Toets onderzoeksplicht indien de gemeente bevoegd gezag is In de derde stap worden aantal bronnen geraadpleegd om te bepalen of er alsnog sprake is van een onderzoeksplicht. Achtereenvolgens zijn dit de AMK, de IKAW, Archis/ZAD en de geologische kaart van Zeeuws-Vlaanderen uit 1977. Elke keer als een bron niet leidt tot onderzoek, wordt een volgende
geraadpleegd.
5 ‘Archeologie in Nederland;
RAPPORT 18537. 002 versie 2
Archeologische Rijksmonumenten (actueel) ’, 2023
Pagina 2 van 4
AMK. Volgens de Archeologische monumentenkaart (figuur 6) liggen er in het plangebied geen archeologische monumenten. Door naar de IKAW. IKAW. Volgens de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (figuur 6) heeft het plangebied een zeer lage tot lage trefkans. Door naar Archis en het ZAD. Archis/ZAD. Volgens Archis (figuur 6) zijn er in het plangebied geen archeologische vondsten gedaan. Verder is op 11 mei 2023 contact opgenomen met Hans Jongepier van het Zeeuws Archeologisch Depot. Volgens hem zijn in het plangebied ook geen vondsten aangetroffen. Door naar de geologische kaart. Geologische kaart. Volgens de geologische kaart van Zeeuws-Vlaanderen (figuur 7) loopt door het westelijke deel van het plangebied een grote Duinkerke-III-geul. Een smalle aftakking loopt door het oostelijke deel van het plangebied. Deze geul heeft zich deels tot diep in de pleistocene ondergrond ingesneden (code Do. 3b) maar met name in het oosten is de top van de pleistocene ondergrond (grotendeels) intact aanwezig (code DPo. 3a/b) In het centrale deel van het plangebied worden Duinkerke-III-afzettingen op Hollandveen op pleistocene afzettingen verwacht (code Fo. 3b) ,
,
.
.
Uit de toetsing aan de geologische kaart volgt dat voor het deel waar alleen Duinkerke III-afzettingen worden verwacht, geen onderzoeksplicht geldt. Voor de delen waar pleistocene afzetting en /of veen wordt verwacht geldt wel een onderzoeksplicht (figuur 8) .
Daar waar Hollandveen wordt verwacht geldt een onderzoeksplicht bij ingrepen groter dan 1000 m 2 De delen waar pleistoceen zand wordt verwacht, hebben een vrijstelling afhankelijk van de verwachte diepte van het zand. Ligt het zand binnen 1 m -mv, dan is de vrijstellingsgrens 100 m 2 Ligt het zand tussen 1 en 2 m -mv, dan is de vrijstellingsgrens 500 m 2 en ligt het zand dieper dan 2 m -mv, dan is de vrijstellingsgrens 1000 m 2 Uit geologische boringen in het DINO-loket 6 blijkt dat, daar waar pleistoceen zand wordt aangetroffen, dit dieper dan 3 m -mv ligt. Dit betekent dus dat de voor de delen waarvoor een onderzoeksplicht geldt, die plicht in alle gevallen geldt voor ingrepen groter dan 1000 m 2 Deze delen dienen bij het opstellen van het bestemmingsplan een dubbelbestemming ‘waarde – archeologie 3’ te krijgen (figuur 9)
.
.
.
.
.
Tot slot kan de vrijstellingenkaart worden toegepast om een vrijstellingsgrens in de diepte te bepalen. Hieruit blijkt dat archeologische onderzoek hier noodzakelijk is bij ingrepen dieper dan 150 of 400 cm -mv (zie figuur
9)
.
CONCLUSIE Bij toekomstige ontwikkelingen geldt voor een deel van het plangebied een onderzoeksplicht bij ingrepen groter dan 1000 m 2 en dieper dan 150 of 400 cm -mv (zie figuur 9) Hier zal, wanneer de vrijstellingsdieptes worden overschreden, voorafgaand aan de aanvraag van een omgevingsvergunning, eerst archeologisch onderzoek moeten worden uitgevoerd. Conform de richtlijnen van de provincie Zeeland, dient dit onderzoek te bestaan uit een bureauonderzoek met verkennend booronderzoek. 7 .
.
6 ‘DINOloket; ondergrondgegevens’, no date 7 Provincie Zeeland, 2019
RAPPORT 18537. 002 versie 2
Pagina 3 van 4
BRONNEN ‘Archeologie in Nederland; Archeologische Rijksmonumenten (actueel) ’ (2023) Rijksdienst voor het Available at: https: //rce. webgispublisher. nl/Viewer. aspx? map=ArcheoloCultureel Erfgoed. gie%2Din%2DNederland#. .
‘Archeologie in Nederland; AMK’ (2014) Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. https: //rce. webgispublisher. nl/Viewer. aspx? map=Archeologie%2Din%2DNederland#. .
Available
at:
‘Archeologie in Nederland; IKAW3’ (2008) Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Available at: https: //rce. webgispublisher. nl/Viewer. aspx? map=Archeologie%2Din%2DNederland. .
‘Archis 3; Archeologische gebeurtenissen’ (2022) Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Available at: https: //archis. cultureelerfgoed. nl/zoekenenvinden/#/zaak/search (Accessed: 17 June 2022) .
.
Archis 3; Rijksmonumenten
(no date) Available at: https: //archis. cultureelerfgoed. nl/zoekenenvinden/#/kaart_rijksmonument (Accessed: 7 February 2022) .
.
Buitengebied Ruimtelijke ‘Bestemmingsplan Terneuzen’ (2013) https: //www. ruimtelijkeplannen. nl/documents/NL. IMRO. 0715. BPBG01VG98/r_NL. IMRO. 0715. BPBG01-VG98. html#. .
Plannen.
Available
at:
Brouwer, F. and Werff, M. M. van der (2012) ‘Vergraven gronden. Inventarisatie van “diepe” grondbewerkingen, ophogingen en afgravingen’. Alterra. Available at: https: //edepot. wur. nl/217669.
‘De onderste steen boven? Interim-beleid archeologie gemeente Terneuzen’ (2011) Gemeente Ter.
neuzen.
‘DINOloket; ondergrondgegevens’ (no date) https: //www. dinoloket. nl/ondergrondgegevens.
.
TNO
Geologische Dienst Nederland. Available at:
Kadaster, Basisregistratie Topografie (BRT) (s. d. ) ‘TOP25raster’. Available at: https: //www. nationaalgeoregister. nl/geonetwork/srv/api/records/44061dee-c6cf-4a94-8513-7370867ad32e. Kadaster, Landelijke Voorziening Beeldmateriaal (2021) ‘Luchtfoto Beeldmateriaal / PDOK RGB 25cm 7, 5cm en WMTS’. Available at: https: //www. nationaalgeoregister. nl/geonetwork/srv/dut/catalog. search#/metadata/c82a783a-9a58-4761-a809-b4c5d90dcd35. N. J. G. de Visser and Weerd, H. de (2017) Handleiding vrijstellingenkaart archeologie 2017. Gemeente Terneuzen. Edufact-rapport 9. Provincie Zeeland (2019) Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland, houdende de Regeling aanvullende richtlijnen voor archeologisch onderzoek in de provincie Zeeland 2019. Available at: https: //lokaleregelgeving. overheid. nl/CVDR631011/1 (Accessed: 8 June 2022) .
Rummelen, F. F. F. E. van (1977) Toelichtingen bij de geologische kaart van Nederland 1: 50. 000 Bladen Zeeuwsch-Vlaanderen West en Oost. Haarlem: Rijks Geologische Dienst. Weerd, H. de and Kerckhaert, K. J. R. (2014) Handleiding Vrijstellingenkaart archeologie Gemeente Terneuzen.
SCEZ.
RAPPORT 18537. 002 versie 2
Pagina 4 van 4
Figuur 1. Ligging van het plangebied
Kadaster, Basisregistratie Topografie (BRT) s. d. ,
RAPPORT 18537. 002 versie 2
Figuur 2. Het plangebied op een luchtfoto
Kadaster, Landelijke Voorziening Beeldmateriaal, 2021
RAPPORT 18537. 002 versie 2
Figuur 3. Dubbelbestemmingen in het plangebied
‘Bestemmingsplan Buitengebied Terneuzen’, 2013
RAPPORT 18537. 002 versie 2
Figuur 4. Het plangebied op de gemeentelijke vrijstellingenkaart N. J. G. de Visser and Weerd, 2017
RAPPORT 18537. 002 versie 2
Figuur 5. Archeologische onderzoeken en vergraven gronden Brouwer and Werff, 2012; Archis 3; Rijksmonumenten, no date
RAPPORT 18537. 002 versie 2
Figuur 6. IKAW, AMK en vondsten
‘Archeologie in Nederland; IKAW3’, 2008; ‘Archeologie in Nederland; AMK’, 2014; ‘Archis 3; Archeologische gebeurtenissen’, 2022
RAPPORT 18537. 002 versie 2
Figuur 7. Geologische kaart van Zeeuws-Vlaanderen
Rummelen, 1977
RAPPORT 18537. 002 versie 2
Figuur 8. Vereenvoudigde geologische opbouw
Rummelen, 1977
RAPPORT 18537. 002 versie 2
Figuur 9. Onderzoekplicht
Rummelen, 1977
RAPPORT 18537. 002 versie 2
Bijlage 1
Rapport 18537. 002 versie 2
Stroomschema onderzoeksplicht archeologie
BIJLAGE 1 Stroomschema onderzoeksplicht archeologie. Deze toetsen dienen uitgevoerd te worden bij het opstellen van ruimtelijke plannen, de behandeling van aanvragen om aanlegvergunning of vergunningverlening in het kader van de Erfgoedverordening.
Aanbevolen wordt deze toetsen uit te voeren in samenhang met de toets op cultuurhistorie. Hierdoor kan tijd bespaard worden. Ook in het milieuonderzoek is meestal al veel informatie over de bodemopbouw en de recente historie van de locatie aanwezig. Daarnaast kan de toets aangevuld worden met informatie uit archieven, literatuur, kaartmateriaal, luchtfoto’s, de lijst van verdronken dorpen, een terreininspectie en informatie van plaatselijke heemkundigen, historici of (amateur) archeologen. Bij een uitvoeriger toetsing mag, na overeenstemming met de beleidsmedewerker archeologie of een bevoegd deskundige, gemotiveerd worden afgeweken van het stroomschema. STAP 1. TOETSBEVOEGD GEZAG 1.
Is sprake van een archeologisch monument?
Ja: het rijk is bevoegd
Nee: is sprake van een wettelijke
gezag
procedure zoals ontgronding, trajectbesluit, MER, bouw- en/of milieuvergunning en dergelijke?
Ja: bevoegd gezag
Nee/ alle overige gevallen: gemeente is bevoegd gezag in het kader van de erfgoedverordening.
archeologie valt samen met bevoegd gezag procedure. * Dit kan bijvoorbeeld het rijk of de provincie zijn, maar ook de gemeente.
STAP 2. VRIJSTELLINGSREGELING In onderstaande situaties is sprake van vrijstelling: Algemene vrijstelling tot 0, 5 meter diep en < 100 m2**. Vrijstelling indien reeds eerder aantoonbaar verstoring of onderzoek heeft plaatsgevonden. Hierbij kan gedacht worden aan ophogingen, ontgrondingen, wegcunetten, rioleringsleuven, bodemsanering en dergelijke. Een en ander dient ter beoordeling aan het bevoegd gezag te worden voorgelegd. Vrijstelling is eveneens van toepassing als de uitkomst van de toets voor de 4 genoemde criteria (AMK, IKAW, ARCHIS/ZAA, en de bodemkaart) uitkomt op ‘geen onderzoeksplicht’. (zie stap 3 TOETS ONDERZOEKSPLICHT) * In het kader van de Wabo kan een andere overheid een verklaring van geen bedenkingen opstellen. 15 aan de daadwerkelijkLijstte bebouwen agendapunten nr. 6d ** De genoemde diepte en oppervlakte zijn gerelateerd of verstoren diepte en oppervlakte, dus niet aan de perceelgrootte.
STAP 3. TOETS ONDERZOEKSPLICHT INDIEN GEMEENTE BEVOEGD GEZAG IS Ja: onderzoeksplicht. 1. AMK Bodemkaart*** Nee: geen < 1000 m2, geen onderzoeksplicht onderzoeksplicht, ga naar > 1000 m2, onderzoeksplicht < 500 m2, geen onderzoeksplicht > 500 m2, onderzoeksplicht
Hollandveen Duinkerke II**** 2. IKAW
Duinkerke III
geen
onderzoeksplicht
Aanbevolen wordt deze toetsen uit te voeren in samenhang met de toets op cultuurhistorie. Hierdoor kan tijd bespaard worden. Ook in het milieuonderzoek is meestal al veel informatie over de bodemopbouw en de Zeerlocatie lage aanwezig. of lage trefkans: Hoge trefkans Middelhoge recente historie van de Daarnaast kan de toets aangevuldtrefkans: worden met informatie uit archieven, literatuur, kaartmateriaal, luchtfoto’s, de lijst van verdronken dorpen, een terreininspectie en informatie Geen onderzoeksplicht, ga van plaatselijke heemkundigen, historici of (amateur) archeologen. verder naar mag, ARCHIS/ZAA na overeenstemming met de beleidsmedewerker archeologie of SCEZ, gemotiveerd worden afgeweken van het stroomschema. Bij een uitvoeriger toetsing * De genoemde diepte en oppervlakte zijn gerelateerd aan de daadwerkelijk te bebouwen of verstoren diepte en oppervlakte, dus niet aan de perceelgrootte. ** Te beoordelen door de beleidsmedewerker archeologie of SCEZ. In geval van voormalige vestingwerken is een grens van 500 m2 van toepassing. *** Van Rummelen 1977. Beoordeeld dienen te worden; de te verstoren bodemlagen. Als de genoemde bodemlaag niet verstoord wordt
geldt geen onderzoeksplicht. Als de bodemlaag reeds aantoonbaar verstoord is uit geldt eveneens geen onderzoeksplicht. De diepteligging van de bodemlagen kan vaak afgeleid worden het milieuonderzoek. < 500 m2* > 500 m2* < 100 m2* geen > 100 m2* **** Deze laag is van belang voor de Middeleeuwen Bij uitvoerige toetsing is 1000 m2 de grens > bij ontbreken archeologische indicatoren. geen onderzoeksplicht, ga onderzoeksplicht onderzoeksplicht, onderzoeksplicht ga verder naar verder naar ARCHIS/ZAA ARCHIS/ZAA
3. ARCHIS/ ZAA
Geen gegevens: geen onderzoeksplicht, ga verder naar bodemkaart
Gegevens, lage waarde**: geen onderzoeksplicht, ga verder naar bodemkaart
Gegevens, hoge waarde**: onderzoeksplicht
4. BODEMKAART***
Pleistoceen zand
< 100 m2* of > 1 m onder - of > 2 m onder -
geen
het maaiveld of < 1m onder maaiveld en > 100 m2* of > 1 m onder maaiveld > 500 m2* - of > 2 m onder maaiveld > 1000 m2* -
maaiveld < 500 m2* maaiveld < 1000 m2*
onderzoeksplicht
Duinkerke II ****
Hollandveen
aan
-
Duinkerke III: Geen onderzoeksplicht
< 1000 m2*
> 1000 m2*
< 500m2*
> 500 m2*
geen
onderzoeksplicht
geen
onderzoeksplicht
onderzoeksplicht
onderzoeksplicht
onderzoeksplicht
* De genoemde diepte en oppervlakte zijn gerelateerd aan de daadwerkelijk te bebouwen of verstoren diepte en oppervlakte, dus niet aan de perceelgrootte. ** Te beoordelen door de beleidsmedewerker archeologie of een archeologisch deskundige. In geval van voormalige vestingwerken is een grens van 500 m2 van toepassing. *** Van Rummelen 1977. Beoordeeld dienen te worden; de te verstoren geologische lagen. Als de genoemde geologische laag niet verstoord wordt geldt geen onderzoeksplicht. Als de geologische laag reeds aantoonbaar verstoord is geldt eveneens geen onderzoeksplicht. De diepteligging van de geologische lagen kan vaak afgeleid worden uit het milieuonderzoek. **** Inclusief oudere afzettingen van Duinkerke. Deze laag is van belang voor de Middeleeuwen Bij uitvoerige toetsing is de grens > 1000 m2 bij ontbreken archeologische indicatoren en algehele vrijstelling als deze lagen verstoord of geërodeerd zijn. Lijst agendapunten nr. 6d
16
32/284
Bijlage 3
33/284
Verkennend bodemonderzoek
VERKENNEND BODEMONDERZOEK
KOEGORSSTRAAT TE TERNEUZEN
Rapportage
verkennend
Koegorsstraat
bodemonderzoek
te Terneuzen
Opdrachtgever
Rho Adviseurs voor leefruimte
| (geanonimiseerd) nn (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
Contactpersoon
De heer
Rapportnummer
18537.001
Versienummer
D1
Status
Eindrapportage
Datum
7 juni 2022
Vestiging
Zuid-Holland
| (geanonimiseerd) nn (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) 088
-
5001600
(geanonimiseerd) @econsultancy.nl BM
Opsteller Paraaf
Kwaliteitscontrole Paraaf
De heer M. Zandvliet,
MSc
jn De heer ir
GN (geanonimiseerd)
EP
Kwaliteitszorg Eeonsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadviesen -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Eeconsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de
milieuhygiënische bodemkwaliteit. Daarnaast betreft het bodemonderzoek een momentopname. voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever Eeonsultancy uitgevoerde bodemonderzoek neemt.
Econsultancy accepteert op aanleiding van het door
naar
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING
2
AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE
3
MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM 3. 1 3. 2 3. 3 3. 4 3. 5 3. 6 3. 7 3. 8 3. 9
. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .
. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .
. .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .
Geraadpleegde bronnen Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie Toekomstige situatie Calamiteiten Uitgevoerd (e) bodemonderzoek (en) op de onderzoekslocatie Aangrenzende terreindelen/percelen Terreininspectie Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten Bodemopbouw en geohydrologie
. . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . . . . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .
.. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .
.. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .
. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .
. . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .
.. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .
1 2 2 2 3 3 3 3 3 4 4 4
4
CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET) 5
5
VELDWERK 5. 1 5. 2
. . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .
Algemeen Grondonderzoek 5. 2. 1 Uitvoering veldwerk 5. 2. 2 Zintuiglijke waarnemingen Grondwateronderzoek 5. 3. 1 Uitvoering veldwerk 5. 3. 2 Bemonstering
.. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . . . . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .
5. 3
. . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .
. .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . . . . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .
.. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .
6
LABORATORIUMONDERZOEK 6. 1 6. 2 6. 3
7
. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .
Uitvoering analyses Toetsingskader Resultaten grond- en grondwatermonsters
. .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .
5 5 5 5
6 6 6 6 7 7
. . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. .
8 10
. . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. .
12
. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .. . . .. . . .. . . . .. . . .. . . .
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES
BIJLAGEN: 1. 2. 3. 4a. 4b. 5a.
Topografische ligging van de locatie Locatieschets - Boorprofielen - Analysecertificaten - Getoetste analyseresultaten Circulaire bodemsanering - Toetsingskader Circulaire bodemsanering -
18537. 001
1
INLEIDING
Rho Adviseurs voor leefruimte heeft aan Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek op de locatie Koegorsstraat te Terneuzen. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de aankoop en de bestemmingsplanwijziging van de onderzoekslocatie. Het verkennend bodemonderzoek heeft tot doel met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op de onderzoekslocatie een grond- en/of grondwaterverontreiniging aanwezig is, teneinde te bepalen of er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de bestemmingsplanwijziging van de onderzoekslocatie. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is verricht conform de NEN 5725: 2017 " Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek." Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740+A1: 2016 " Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond." Het veldwerk en de bemonstering zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 2000 " Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek," protocollen 2001 en 2002 en de daarin gestelde eisen. Tevens is rekening gehouden met het veldwerkprotocol (Expertisecentrum PFAS, juni 2020) voor de bemonstering van PFAS-verbindingen in grond en grondwater.
De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1) De analyseresultaten zijn aanvullend indicatief getoetst aan de normwaarden voor toepassen van grond of baggerspecie op of in de bodem uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1) De analyseresultaten zijn tevens getoetst aan de toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie op landbodem boven grondwaterniveau zoals opgenomen in het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”. .
.
Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor de protocollen 2001 en 2002 van de BRL SIKB 2000. In dat kader verklaart Econsultancy geen eigenaar van de onderzoekslocatie te zijn of te worden.
R 18537. 001 versie D1
Pagina 1 van 13
Eco/nsultancy,
2
_AFBAKENING
ONDERZOEKSLOCATIE
Het
milieuhygiënisch
vooronderzoek
bodem
afstand
van
25 meter.
(£ 49.940 m?)
is gelegen
terreindelen
binnen
een
De onderzoekslocatie Het
perceel,
waar
zen, sectie P,
Volgens
de onderzoekslocatie
nummer
het Actueel
deel
aan
Hoogtebestand
de coördinaten
direct hieraan
en
grenzende
Koegorsstraat te Terneuzen (zie bijlage 1).
Nederland
bevindt het maaiveld
het midden
van
3
_ MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK Geraadpleegde
de
uitmaakt, is kadastraal
van
+NAP
3.1
de onderzoekslocatie
bekend
gemeente Terneu-
2572.
m
en
zijn
omvat
van
zich op de onderzoekslocatie X
een =
hoogte van
48.080,
Y
=
circa 1,0
369.070.
BODEM
bronnen
Voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden is een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem uitgevoerd op basis van de NEN 5725. In tabel 1 zijn de in het kader van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem geraadpleegde bronnen weergegeven. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over het historische, huidige en toekomstige gebruik, eventuele calamiteiten, eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, de bodemopbouw en geohydrologie, verhardingen, kabels en leidingen. Tabel 1.
Geraadpleegde bronnen
Onderdeel Historisch, huidig
en
toekomstig gebruik
Bouw-/milieudossier,
ondergrondse tanks, calamiteiten, eerder uitgevoerd bodemonderzoek Locatiegegevens
van
Bron
Opdrachtgever (contactpersoon: Gemeente
Terneuzen
www. topotijdreis.nl
-
kadastrale
www.kadaster.nl
-
hoogtekaart
-
historisch
gegevens
-luchtioto's -
-
-
-
-
(online tool),
Google streeiview provinciale bodeminformatie bodemopbouw
webservices.gbo-provincies.nl/luio/services/wms maps.google.nl www.bodemloket.nl
maps.bodemdata.nl www.dinoloket.nl www.kadaster.nl/klic-wion
Terreininspectie
R 18537001
versie D1
april 2022
www.ahn.nl
kabels
leidingen
12
8 februari 2022
www.pdok.nl
geo{hydro}logie en
d.d.
<0. MN, (geanonimiseerd)
internet:
topografisch kaartmateriaal basisregistratie grootschalige topografie
-
de heer
Uitgevoerd
door
Eeonsultaney,
d.d.
17 mei
2022
Pagina 2 van 13
3. 2
Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie
Uit historisch kaartmateriaal uit de periode 1900 - heden blijkt, dat de onderzoekslocatie altijd in gebruik is geweest als weiland en heeft voor zover bekend altijd een agrarische bestemming gehad. De onderzoekslocatie is nimmer bebouwd geweest. Voor zover bij de opdrachtgever en de gemeente Terneuzen bekend, heeft er op de onderzoekslocatie nimmer opslag van oliehoudende producten in ondergrondse of bovengrondse tanks plaatsgevonden. Er zijn geen aanwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. Uit de geraadpleegde bronnen blijkt geen aanwezigheid van ophogingen, dempingen of stortingen. In bijlage 2 is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. 3. 3
Toekomstige situatie
De initiatiefnemer is voornemens een nieuwe bedrijfslocatie op de onderzoekslocatie te realiseren. 3. 4
Calamiteiten
Voor zover bij de opdrachtgever bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan en zijn geen gegevens bekend dat op deze locatie, als ook in de directe nabijheid, met schuim is geblust. Ook uit informatie van de gemeente Terneuzen blijkt niet, dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan. 3. 5
Uitgevoerd (e) bodemonderzoek (en) op de onderzoekslocatie
Op de onderzoekslocatie is in 2001 door SGS een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (rapport ET 65555, d. d. 9 januari 2001) In bovengrond zijn destijds lichte verontreinigingen met EOX en arseen aangetoond. In de ondergrond is plaatselijk een lichte verontreiniging met EOX aangetoond. Het grondwater bleek plaatselijk licht verontreinigd te zijn met kwik en zink. .
3. 6
Aangrenzende terreindelen/percelen
In paragraaf 3. 1 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de omliggende terreindelen en aangrenzende percelen binnen 25 meter van de onderzoekslocatie opgenomen. Het bodemgebruik van de omliggende terreindelen is als volgt:
de noordzijde bevindt zich de Hoofdweg en een woonhuis met bijbehorende percelen; de oostzijde bevindt zich de Koegorsstraat met daarachter agrarische percelen; aan de zuidzijde bevindt zich Koegorsstraat met daarachter agrarische percelen; aan de westzijde bevindt zich een bedrijfsterrein. aan aan
Op het perceel dat in zuidelijke richting aan de onderzoekslocatie grenst is in 2015 door Colsen, adviesburo voor Milieutechniek b. v. een oriënterend bodemonderzoek uitgevoerd (rapport 000206 d. d. 6 mei 2015) De boringen die relevant zijn onderhavige onderzoekslocatie betreffen boringen P103 tot en met P105 en boringen 201 tot en met 203. In de boringen 201 tot en met 203 in de wegberm zijn .
R 18537. 001 versie D1
Pagina 3 van 13
zintuiglijk met puin- en kooldeeltjes aangetroffen. Na uitsplitsing bleek monster 201 (traject: 0, 0-0, 5 m -mv) matig verontreinigd te zijn met PAK en de monsters 202 en 203 (beide in traject: 0, 0-0, 5 m -mv) sterk verontreinigd met PAK. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetroffen. Het grondwater bleek licht verontreinigd te zijn met barium, xylenen, naftaleen en/of zink. De sterke verontreinigingen zijn niet ingekaderd, maar er wordt gesteld dat deze sterke PAK-verontreinigingen te relateren zijn aan de bodemvreemde bijmengingen die zich beperken tot de wegberm. Er vinden geen industriële activiteiten in de directe omgeving van de onderzoekslocatie plaats. Uit de verzamelde informatie blijkt, dat er vanuit de omliggende percelen geen grensoverschrijdende verontreinigingen zijn te verwachten. 3. 7
Terreininspectie
Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. De tijdens de terreininspectie aangetroffen situatie komt overeen met de locatiegegevens, zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3. 2. Op de onderzoekslocatie zijn geen mogelijke bronnen voor een grond- en/of grondwaterverontreiniging aangetroffen. Op het maaiveld zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. 3. 8
Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten
Met het nieuwe handelingskader is heel Nederland verdacht op het voorkomen van deze stoffen. Als bij het ontgraven of saneren sprake is van afvoer van de grond naar elders, is het voor de toepassing elders of de acceptatie bij een grondbank, verwerker of stortplaats noodzakelijk om onderzoek te doen naar PFAS. De onderzoekslocatie is met betrekking tot de bovengrond gelegen binnen de bodemkwaliteitszone " achtergrondwaarde”, van het gebied waarvoor de Provincie Zeeland een “Nota bodembeheer” heeft opgesteld. Met betrekking tot de ondergrond is de onderzoekslocatie gelegen binnen de bodemkwaliteitszone " achtergrondwaarde”. 3. 9
Bodemopbouw en geohydrologie
De originele bodem bestaat volgens de bodemkaart van Nederland uit een kalkrijke poldervaaggronden, die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit lichte klei. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Westland. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 0, 25 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 0, 75 m -mv zou bevinden. Het water van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO in zuidelijke richting. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.
R 18537. 001 versie D1
Pagina 4 van 13
4
CONCLUSIES MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM (ONDERZOEKSOPZET)
Uit het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem blijkt, dat er geen sprake is van bodembelasting, anders dan een regionale of landelijke diffuse achtergrondbelasting in de grond en het grondwater. Op de locatie worden geen verontreinigende stoffen verwacht in gehalten boven de landelijk of regionaal geldende achtergrondwaarde voor grond en/of de streefwaarde voor grondwater. Dit geldt zowel voor natuurlijke achtergrondgehalten als voor " antropogene " achtergrondgehalten, waarvan de oorzaak niet eenduidig is aan te wijzen. Verspreid over de hele locatie is altijd sprake geweest van een gelijksoortig en extensief gebruik (eenduidig geringe antropogene beïnvloeding) en weinig tot geen bebouwing. De oppervlakte is groter dan 1, 0 ha. Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie " grootschalig onverdacht " (ONV-GR) Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. .
Op basis van het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecies” blijkt dat vooralsnog heel Nederland (voornamelijk de bovengrond) als “verdacht” wordt aangemerkt met betrekking tot de parametergroep PFAS. Dit betekent echter niet dat alle locaties per definitie verdacht zijn op PFAS bóven de toetsnorm. Verwacht wordt, dat er verspreid over de onderzoekslocatie gelijke gehalten aan PFAS voorkomen. Uit de reeds bekende gegevens concludeert Econsultancy dat atmosferische depositie naar verwachting de enige (beperkte) bron van PFASverontreiniging op de locatie is. Van atmosferische depositie is bekend dat dit tot beperkt verhoogde PFAS-gehalten in bodem en water kan leiden. Voor het PFAS-onderzoek is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie “verdacht met een homogeen verontreinigende stof” (VED-HO-NL) .
5
VELDWERK
5. 1
Algemeen
Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de richtlijnen, die geformuleerd zijn in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de gegevens voortvloeiend uit het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem en de ligging van kabels en leidingen. Bijlage 2 bevat de locatieschets met daarop aangegeven de situering van de boorpunten en de peilbuizen. In bijlage 3 zijn de boorprofielen opgenomen. 5. 2 5. 2. 1
Grondonderzoek Uitvoering veldwerk
Het veldwerk is op 17 en 18 mei 2022 uitgevoerd onder kwaliteitsverantwoordelijkheid van de heer S. Luk. Deze medewerker van Econsultancy staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2001 van de BRL SIKB 2000 " Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek." In het totaal zijn er met behulp van een edelmanboor 31 boringen geplaatst; 21 boringen tot 0, 5 m mv, 4 boringen tot maximaal 1, 0 m -mv en 6 boring tot maximaal 2, 7 m -mv. Deze diepe boringen zijn afgewerkt als peilbuis, teneinde de milieuhygiënische kwaliteit van het grondwater te kunnen bepalen. Van het opgeboorde materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt en zijn er grondmonsters genomen over trajecten van ten hoogste 0, 5 m, waarbij bodemlagen met verontreinigingskenmerken of een afwijkende textuur separaat bemonsterd zijn.
R 18537. 001 versie D1
Pagina 5 van 13
5. 2. 2
Zintuiglijke waarnemingen
De bodem bestaat voornamelijk uit zwak siltig klei. De bovengrond is bovendien zwak humeus. De bovengrond is sporadisch zwak baksteenhoudend. Verder zijn er zintuiglijk geen verontreinigingen waargenomen. Baksteen is niet verdacht op het voorkomen van asbest. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie, alsmede in de bodem, geen puin (resten) of andere asbestverdachte materialen aangetroffen. Tabel 2 geeft een overzicht van de zintuiglijk waargenomen verontreinigingen, die in het opgeboorde materiaal zijn aangetroffen. Tabel 2.
Zintuiglijk waargenomen verontreinigingen
Boornummer
Einddiepte boring (m -mv)
Traject (m -mv)
07
2, 50
0, 00 - 0, 50
zwak baksteenhoudend
12
2, 50
0, 00 - 0, 50
zwak baksteenhoudend
14
2, 50
0, 00 - 0, 50
zwak baksteenhoudend
25
2, 70
0, 00 - 0, 50
zwak baksteenhoudend
5. 3
Grondwateronderzoek
5. 3. 1
Uitvoering veldwerk
Waargenomen verontreinigingen
Verspreid over de onderzoekslocatie zijn 6 peilbuizen (filterstellingen variërend tussen 1, 2-2, 2 en 1, 72, 7 m -mv) geplaatst. De filterstelling is bepaald op basis van de grondwaterstand, zoals deze tijdens de veldwerkzaamheden op 17 mei 2022 is ingeschat. 5. 3. 2
Bemonstering
De grondwaterbemonstering is op 25 mei 2022 uitgevoerd door de heer S. Luk. Deze medewerker van Econsultancy staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 " Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek." De bemonstering is uitgevoerd conform de NEN 5744: 2011. Tabel 3 geeft een overzicht van de peilbuisgegevens en de resultaten van de veldmetingen. Overzicht gegevens peilbuizen en veldmetingen grondwater
Tabel 3. Peilbuis-
Situering peilbuis
Filterstelling (m -mv)
Grondwaterstand (m -mv)
Elektrisch Geleidingsvermogen (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
Zuurgraad (pH)
01
verspreid op onderzoekslocatie
1, 20 - 2, 20
1, 00
1. 191
21, 7
6, 71
07
verspreid op onderzoekslocatie
1, 50 - 2, 50
1, 20
1. 040
28, 1
7, 06
12
verspreid op onderzoekslocatie
1, 50 - 2, 50
0, 80
1. 486
34, 9
7, 08
14
verspreid op onderzoekslocatie
1, 50 - 2, 50
1, 00
1. 318
34, 5
7, 03
25
verspreid op onderzoekslocatie
1, 70 - 2, 70
0, 90
1. 510
41, 8
7, 05
31
verspreid op onderzoekslocatie
1, 70 - 2, 70
1, 20
1. 818
12, 6
7, 14
nummer
R 18537. 001 versie D1
Pagina 6 van 13
6
LABORATORIUMONDERZOEK
6. 1
Uitvoering analyses
Alle grond- en grondwatermonsters zijn aangeboden aan een laboratorium dat is erkend door de Raad voor Accreditatie en AS3000-geaccrediteerd is voor milieuhygiënisch bodemonderzoek. De grondmengmonsters en de grondwatermonsters zijn geanalyseerd op de volgende pakketten: standaardpakket grond: droge stof, lutum en organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink) polychloorbifenylen (PCB) polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en minerale olie;
-
,
,
PFAS grond: droge stof, organische stof, perfluoroctaansulfonaat lineair (PFOS) perfluoroctaansulfonaat vertakt (PFOS) perfluoroctaanzuur lineair (PFOA) perfluoroctaanzuur vertakt (PFOA) en overige PFAS;
-
,
,
,
standaardpakket grondwater: metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink) vluchtige aromaten (BTEX) styreen, naftaleen, gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOX) en minerale olie.
-
,
,
Tabel 4 geeft een overzicht van de samenstelling van de grondmengmonsters en de analysepakketten. Tabel 4.
Overzicht van de samenstelling van de grondmengmonsters en de analysepakketten
Grondmengmonster
Traject (m -mv)
MM01
07 (0, 00 - 0, 50) 12 (0, 00 - 0, 50) 14 (0, 00 - 0, 50) 25 (0, 00 - 0, 50)
standaardpakket
bovengrond (zwak baksteenhoudend)
MM02
01 (0, 00 - 0, 50) 02 (0, 00 - 0, 50) 03 (0, 00 - 0, 50) 04 (0, 00 - 0, 50) 05 (0, 00 - 0, 50) 06 (0, 00 - 0, 50) 08 (0, 00 - 0, 50) 09 (0, 00 - 0, 50) 10 (0, 00 - 0, 50)
standaardpakket
bovengrond (zintuiglijk schoon)
MM03
11 (0, 00 - 0, 50) 13 (0, 00 - 0, 50) 15 (0, 00 - 0, 50) 16 (0, 00 - 0, 50) 17 (0, 00 - 0, 50) 18 (0, 00 - 0, 50) 19 (0, 00 - 0, 50) 20 (0, 00 - 0, 50)
standaardpakket
bovengrond (zintuiglijk schoon)
MM04
21 (0, 00 - 0, 50) 22 (0, 00 - 0, 50) 23 (0, 00 - 0, 50) 24 (0, 00 - 0, 50) 26 (0, 00 - 0, 50) 27 (0, 00 - 0, 50) 28 (0, 00 - 0, 50) 29 (0, 00 - 0, 50) 30 (0, 00 - 0, 50)
standaardpakket
bovengrond (zintuiglijk schoon)
MM05
01 (0, 60 - 1, 10) 01 (1, 10 - 1, 60) 01 (1, 60 - 2, 00) 17 (0, 50 - 1, 00) 25 (1, 00 - 1, 50) 25 (1, 50 - 2, 00)
standaardpakket
ondergrond (zintuiglijk schoon)
MM06
05 (0, 50 - 1, 00) 12 (1, 00 - 1, 50) 12 (1, 50 - 2, 00) 14 (1, 00 - 1, 50) 14 (1, 50 - 2, 00) 27 (0, 50 - 1, 00)
standaardpakket
ondergrond (zintuiglijk schoon)
MM07
07 (1, 00 - 1, 50) 07 (1, 50 - 2, 00) 29 (0, 50 - 1, 00) 31 (1, 00 - 1, 50) 31 (1, 50 - 2, 00)
standaardpakket
ondergrond (zintuiglijk schoon)
R 18537. 001 versie D1
Analysepakket
Bijzonderheden
Pagina 7 van 13
Vervolg tabel 4.
Overzicht van de samenstelling van de grondmengmonsters en de analysepakketten
Grondmengmonster
Traject (m -mv)
MMPFAS01
01 (0, 00 - 0, 50) 02 (0, 00 - 0, 50) 09 (0, 00 - 0, 50) 10 (0, 00 - 0, 50)
PFAS (28) Handelingskader
bovengrond (zintuiglijk schoon)
MMPFAS02
03 (0, 00 - 0, 50) 04 (0, 00 - 0, 50) 11 (0, 00 - 0, 50) 13 (0, 00 - 0, 50)
PFAS (28) Handelingskader
bovengrond (zintuiglijk schoon)
MMPFAS03
06 (0, 00 - 0, 50) 08 (0, 00 - 0, 50) 15 (0, 00 - 0, 50) 16 (0, 00 - 0, 50)
PFAS (28) Handelingskader
bovengrond (zintuiglijk schoon)
MMPFAS04
17 (0, 00 - 0, 50) 18 (0, 00 - 0, 50) 19 (0, 00 - 0, 50) 27 (0, 00 - 0, 50)
PFAS (28) Handelingskader
bovengrond (zintuiglijk schoon)
MMPFAS05
22 (0, 00 - 0, 50) 23 (0, 00 - 0, 50) 28 (0, 00 - 0, 50) 30 (0, 00 - 0, 50)
PFAS (28) Handelingskader
bovengrond (zintuiglijk schoon)
6. 2
Analysepakket
Bijzonderheden
Toetsingskader
De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1) Dit toetsingskader voor de beoordeling van de gehalten en/of concentraties van verontreinigingen is gegeven in de toetsingstabel en bevat voor grond en grondwater elk drie te onderscheiden waarden met de verschillende niveaus: .
-
-
-
-
achtergrondwaarde: " " geeft de gehalten aan zoals die op dit moment voorkomen in de bodem deze waarde (AW) van natuur- en landbouwgronden, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen; streefwaarde: deze waarde (S) " " geeft het milieukwaliteitsniveau aan voor grondwater, waarbij als nadelig te waarderen effecten verwaarloosbaar worden geacht; tussenwaarde: " " is de helft van de som van de achtergrondwaarde (of in het geval van deze waarde (T) grondwater de streefwaarde) en de interventiewaarde. De tussenwaarde is de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek moet worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat; interventiewaarde: " " geeft het niveau voor verontreinigingen in grond en grondwater aan waarbodeze waarde (I) ven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen, die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij gehalten en/of concentraties boven de interventiewaarde is er sprake van een sterke verontreiniging. Bij overschrijding van de interventiewaarde wordt vaak een nader onderzoek uitgevoerd om de ernst van de verontreiniging en de spoedeisendheid van de sanering te bepalen.
Wanneer het boven de tussenwaarde of interventiewaarde gelegen gehalte een natuurlijke oorsprong heeft, is uitvoering van vervolgonderzoek meestal niet noodzakelijk.
R 18537. 001 versie D1
Pagina 8 van 13
In bijlage 5 is de toetsingstabel opgenomen uit de eerder genoemde circulaires. Deze bijlage bevat de achtergrondwaarden en de interventiewaarden voor een standaardbodem (10% organische stof en 25% lutum) De gemeten gehalten zijn door middel van een BoToVa-toetsing, met behulp van de door het laboratorium bepaalde waarden voor het organische stof- en lutumgehalte, omgerekend naar gehalten in een standaardbodem en vervolgens getoetst. De gebruikte analysetechnieken zijn weergegeven op de certificaten in bijlage 4a. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt de volgende terminologie gebruikt: .
Grond: niet verontreinigd: licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:
gehalte < achtergrondwaarde en/of detectielimiet; gehalte > achtergrondwaarde en < tussenwaarde; gehalte > tussenwaarde < interventiewaarde; gehalte > interventiewaarde.
Grondwater: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:
concentratie < streefwaarde en/of detectielimiet; concentratie > streefwaarde en < tussenwaarde; concentratie > tussenwaarde < interventiewaarde; concentratie > interventiewaarde.
-
De omgerekende gehalten naar gehalten in een standaardbodem zijn tevens indicatief getoetst aan de Regeling bodemkwaliteit. Dit opgenomen resultaat geeft een indicatie van de kwaliteit van de grond met betrekking tot grondverzet en/of (indien van toepassing) terugsaneerwaarden. Hierbij wordt grond ingedeeld in de klassen Achtergrondwaarde, Wonen, Industrie en Niet Toepasbaar. De analyseresultaten voor wat betreft PFAS in grond zijn getoetst aan de toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem boven grondwaterniveau, zoals opgenomen in het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecies”. De toepassingsnormen voor wat betreft de parameter PFAS zijn in tabel 5 weergegeven. Tabel 5.
Toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem boven grondwaterniveau) Bodemfunctieklasse
Bodemkwaliteitsklasse
Toetsingswaarde (µg/kg d. s. )
landbouw/natuur
landbouw/natuur, wonen of industrie
PFOA = 1, 9 overige PFAS = 1, 4
wonen of industrie
landbouw/natuur
PFOA = 1, 9 overige PFAS = 1, 4
wonen of industrie
wonen of industrie
PFOA = 7 overige PFAS = 3
R 18537. 001 versie D1
Pagina 9 van 13
6. 3
Resultaten grond- en grondwatermonsters
Tabel 6 geeft een overzicht van de parameters in de grond die de geldende toetsingskaders overschrijden. Tabel 6.
Overschrijdingen toetsingskaders grond
Grond (meng) monster
Traject (m -mv)
Gehalte > AW (licht verontreinigd)
Gehalte > T (matig verontreinigd)
Gehalte > I (sterk verontreinigd)
MM01
07 (0, 00 - 0, 50) 12 (0, 00 - 0, 50) 14 (0, 00 - 0, 50) 25 (0, 00 - 0, 50)
-
-
-
AW
MM02
01 (0, 00 - 0, 50) 02 (0, 00 - 0, 50) 03 (0, 00 - 0, 50) 04 (0, 00 - 0, 50) 05 (0, 00 - 0, 50) 06 (0, 00 - 0, 50) 08 (0, 00 - 0, 50) 09 (0, 00 - 0, 50) 10 (0, 00 - 0, 50)
-
-
-
AW
MM03
11 (0, 00 - 0, 50) 13 (0, 00 - 0, 50) 15 (0, 00 - 0, 50) 16 (0, 00 - 0, 50) 17 (0, 00 - 0, 50) 18 (0, 00 - 0, 50) 19 (0, 00 - 0, 50) 20 (0, 00 - 0, 50)
-
-
-
AW
MM04
21 (0, 00 - 0, 50) 22 (0, 00 - 0, 50) 23 (0, 00 - 0, 50) 24 (0, 00 - 0, 50) 26 (0, 00 - 0, 50) 27 (0, 00 - 0, 50) 28 (0, 00 - 0, 50) 29 (0, 00 - 0, 50) 30 (0, 00 - 0, 50)
-
-
-
AW
MM05
01 (0, 60 - 1, 10) 01 (1, 10 - 1, 60) 01 (1, 60 - 2, 00) 17 (0, 50 - 1, 00) 25 (1, 00 - 1, 50) 25 (1, 50 - 2, 00)
-
-
-
AW
MM06
05 (0, 50 - 1, 00) 12 (1, 00 - 1, 50) 12 (1, 50 - 2, 00) 14 (1, 00 - 1, 50) 14 (1, 50 - 2, 00) 27 (0, 50 - 1, 00)
-
-
-
AW
MM07
07 (1, 00 - 1, 50) 07 (1, 50 - 2, 00) 29 (0, 50 - 1, 00) 31 (1, 00 - 1, 50) 31 (1, 50 - 2, 00)
-
-
-
AW
MMPFAS01
01 (0, 00 - 0, 50) 02 (0, 00 - 0, 50) 09 (0, 00 - 0, 50) 10 (0, 00 - 0, 50)