CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-11-29 - Bijlage 1 bijlagen bij de toelichting

gemeenteraad 14 december 2023, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Ongewijzigd vaststellen bestemmingsplan Buitengebied, Eendragtweg 8 Zaamslag22.647 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED, EENDRAGTWEG 8 (ZAAMSLAG) Bijlagen bij de toelichting

Toelichting - Bestemmingsplan Buitengebied, Eendragtweg 8 (Zaamslag) - 30

Bijlage 1. Verkennend bodemonderzoek Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag SMA, 1 februari 2023

Toelichting - Bestemmingsplan Buitengebied, Eendragtweg 8 (Zaamslag) - 31

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag Projectnummer: 23220163 1 februari 2023

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag 1 februari 2023 MTS Hof de Eendragt 23220163

ing. B.W.K. van der Veen A.N. de Vries, MSc

2001, 2002, 2018

Inhoudsopgave SAMENVATTING ......................................................................................................................................... 1 CONCLUSIES ......................................................................................................................................... 1 AANBEVELINGEN .................................................................................................................................. 1 1. INLEIDING................................................................................................................................................ 3 1.1. AANLEIDING EN DOEL ................................................................................................................... 3 1.2. REFERENTIEKADER ....................................................................................................................... 3 1.3. BETROUWBAARHEID ..................................................................................................................... 5 2. VOORONDERZOEK ................................................................................................................................ 8 2.1. ALGEMENE BODEM- EN LOCATIEGEGEVENS ............................................................................ 8 2.2.

HISTORISCHE KAARTEN, LUCHTFOTO’S EN OVERIG BEELDMATERIAAL ............................. 10 2.3. RELEVANTE BODEMDOCUMENTEN EN VERGUNNINGEN ....................................................... 10 2.4. REGIONALE BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE .............................................................. 10 2.5. INTERPRETATIE VERWACHTE MILIEUHYGIËNISCHE BODEMKWALITEIT ............................. 12 2.6. HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE ............................................................................. 13 3. VELDWERK ........................................................................................................................................... 15 3.1. VERKENNEND BODEMONDERZOEK NAAR CHEMISCHE PARAMETERS ............................... 15 3.2. VERKENNEND ONDERZOEK NAAR ASBEST ............................................................................. 15 4. ANALYTISCH ONDERZOEK ................................................................................................................. 17 4.1. VERKENNEND BODEMONDERZOEK NAAR CHEMISCHE PARAMETERS ............................... 17 4.2. VERKENNEND ONDERZOEK NAAR ASBEST ............................................................................. 19 5. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................... 20 5.1.

CONCLUSIES ................................................................................................................................ 20 5.2. TOETSING ONDERZOEKSHYPOTHESES ................................................................................... 20 5.3. AANBEVELINGEN.......................................................................................................................... 21 ACHTERGRONDDOCUMENTEN .............................................................................................................. 22 BIJLAGE 1 OVERZICHTSKAART LIGGING ONDERZOEKSLOCATIE BIJLAGE 2 SITUATIETEKENING BIJLAGE 3 BOORBESCHRIJVINGEN EN -PROFIELEN BIJLAGE 4 TOETSINGSTABELLEN BIJLAGE 5 ANALYSERESULTATEN BIJLAGE 6 BODEMINFORMATIE, KAARTEN EN LUCHTFOTO’S BIJLAGE 7 FOTO’S

23220163

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag

Samenvatting Door MTS Hof de Eendragt is aan SMA Zeeland B.V. de opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek aan de Eendragtweg 8 te Zaamslag. Aanleiding tot dit bodemonderzoek is de bestemmingsplanwijziging van ‘Wonen’ naar ‘Agrarisch’ en de beoogde sloop van een wagenschuur met een asbesthoudend dak op de betreffende locatie. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is inzicht te verkrijgen of het voormalige, dan wel huidige gebruik van de onderhavige locatie en zijn omgeving heeft geleid tot verontreiniging van de bodem (grond en grondwater). Daarnaast zal ter hoogte van de aanwezige brandstoftank op het terrein (1 jaar in gebruik) de Nulsituatie ten behoeve van de huidige bodemkwaliteit met betrekking tot minerale olie en vluchtige aromaten worden vastgelegd. Het doel van het verkennend bodemonderzoek naar asbest is bepalen in hoeverre de verdenking van de locatie voor het voorkomen van asbest in de bodem terecht is, alsmede een uitspraak te doen over het indicatieve gehalte asbest in de bodem. Conclusies Plaatselijk is in de bovengrond een lichte overschrijding van de achtergrondwaarde gemeten van diverse metalen en PAK10. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen. In het grondwater op het algemeen terrein is een licht verhoogde concentratie xylenen boven de streefwaarde aangetoond.

Ter plaatse van de bovengrondse dieseltank zijn in de grond en het grondwater geen verhoogde gehalten voor olie gerelateerde stoffen aangetoond. In de puinverharding is zintuiglijk en analytisch geen asbest aangetoond. In de grond onder de kapotte dakgoot bij de loods met het asbesthoudend dak is eveneens geen asbest aangetoond. Aanbevelingen De op de onderzoekslocatie geconstateerde verhoogde gehalten in de grond en het grondwater geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend of nader bodemonderzoek naar chemische parameters. Uit het asbestonderzoek blijkt dat er geen verdere aanleiding is voor aanvullend of nader onderzoek naar asbest. In geval van het nuttig herbestemmen van uitkomende grond kan alsnog een onderzoek conform het Besluit bodemkwaliteit (partijkeuring op grond) nodig zijn. Dit is afhankelijk van onder andere -maar niet uitsluitend- de afzetlocatie, de partijomvang, de aangetroffen gehalten en de bodemvreemde bijmengingen. De eventuele noodzaak tot verdere keuring en mogelijkheden hiervoor kunnen in overleg

23220163

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag

1

met het bevoegd gezag Besluit bodemkwaliteit (veelal de ontvangende gemeente) en/of een milieuadviesbureau worden bepaald. Bodemvreemde lagen of bijmengingen kunnen stoffen bevatten die, bij vermenging met grond, een bodemverontreiniging kunnen veroorzaken of reeds hebben veroorzaakt. Vermenging met (bijvoorbeeld onder-, boven-, en naastgelegen) grond dient daarom voorkomen te worden.

23220163

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag

2

1. Inleiding 1.1. Aanleiding en doel Door MTS Hof de Eendragt is aan SMA Zeeland B.V. de opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek aan de Eendragtweg 8 te Zaamslag. Aanleiding tot dit bodemonderzoek is de bestemmingsplanwijziging van ‘Wonen’ naar ‘Agrarisch’ en de beoogde sloop van een wagenschuur met een asbesthoudend dak op de betreffende locatie. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is inzicht te verkrijgen of het voormalige, dan wel huidige gebruik van de onderhavige locatie en zijn omgeving heeft geleid tot verontreiniging van de bodem (grond en grondwater). Daarnaast zal ter hoogte van de aanwezige brandstoftank op het terrein (1 jaar in gebruik) de Nulsituatie ten behoeve van de huidige bodemkwaliteit met betrekking tot minerale olie en vluchtige aromaten worden vastgelegd. Het doel van het verkennend bodemonderzoek naar asbest is bepalen in hoeverre de verdenking van de locatie voor het voorkomen van asbest in de bodem terecht is, alsmede een uitspraak te doen over het indicatieve gehalte asbest in de bodem. 1.2. Referentiekader Onderzoeksopzet De onderzoeksopzet is afgeleid van de NEN 5740 en de NEN 5707 cq. NEN 5897. Het onderzoek bestaat uit: vooronderzoek, veldonderzoek, chemische analyses, interpretatie en toetsing.

Toetsingskader verkennend bodemonderzoek naar chemische parameters De voor de standaardbodem (lutum 25% en organische stof 10%) gecorrigeerde analyseresultaten van de grond worden conform de Wet bodembescherming getoetst aan de achtergrondwaarden (AW2000) en interventiewaarden. De analyseresultaten van het grondwater worden getoetst aan de streefwaarden en interventiewaarden. De achtergrondwaarden hebben betrekking op achtergrondgehalten van stoffen die van nature voorkomen, of op detectiegrenzen bij stoffen die niet van nature voorkomen. In principe is sprake van een onbeïnvloede bodemkwaliteit. De streefwaarden grondwater geven aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van verwaarloosbare risico’s voor het ecosysteem. De interventiewaarden bodemsanering geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Ze zijn representatief voor het verontreinigingsniveau waarboven sprake is van een geval van ernstige (bodem) verontreiniging. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging indien voor ten minste één stof de gemiddelde

23220163

gemeten

concentratie

van

minimaal

25

m

3

bodemvolume

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag

in

het

geval

van

3

3

grondverontreiniging, of 100 m bodemvolume in het geval van een grondwaterverontreiniging, hoger is dan de interventiewaarde. In enkele specifieke situaties kan bij gehalten onder de interventiewaarden ook sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging. Dit geldt voor de zogenaamde gevoelige functies: -

moestuin/volkstuin,

-

plaatsen waar vluchtige verbindingen aanwezig zijn in het grondwater in combinatie met hoge grondwaterstanden en/of in de onverzadigde bodem onder bebouwing.

Als een geval van ernstige verontreiniging is vastgesteld dan is sprake van een potentieel risico dat aanleiding geeft tot een vorm van saneren of beheren. De achtergrond-, streef- en interventiewaarden worden in het vervolg, samenvattend, toetsingswaarden genoemd. De norm voor barium in grond is tijdelijk ingetrokken. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 920 mg/kg ds (interventiewaarde barium voor een standaardbodem). Toetsingskader bodemonderzoek naar asbest Het beleid ten aanzien van asbest in de bodem is vermeld in de Circulaire Bodemsanering. Bij toetsing van het asbestgehalte in bodem wordt enkel een interventiewaarde gehanteerd. De interventiewaarde bodemsanering voor asbest en de restconcentratienorm voor asbesthoudende bulkmaterialen is vastgesteld op 100 mg/kg gewogen (gewogen betekent de concentratie serpentijnasbest vermeerderd met tien maal de concentratie amfiboolasbest).

Deze nu geldende interventiewaarde voor asbest in bodem van 100 mg/kg ds, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen serpentijn- en amfiboolasbest, is gebaseerd op het Verwaarloosbaar Risiconiveau in lucht, zoals voorgesteld door de Gezondheidsraad in 1988 en vervolgens opgenomen als streefwaarde in de beleidsnotitie asbest in het milieu uit 1991. Op materialen met een asbestconcentratie beneden genoemde norm worden het Arbeidsomstandighedenbesluit en het Asbestverwijderingsbesluit geacht niet van toepassing te zijn (bij een gehalte van 100 mg/kg ds gewogen en lager is, bij historische asbestverontreinigingen d.w.z. verontreinigingssituaties die voor 1 juli 1993 zijn ontstaan, formeel geen sprake van een asbestverontreiniging). Tijdens verkennend onderzoek is in principe geen directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk. Indien het indicatief vastgestelde asbestgehalte kleiner is dan de helft van de interventiewaarde is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de interventiewaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend.

23220163

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag

4

Toetsingskader asbestonderzoek niet-vormgegeven bouwstoffen en granulaten De regelgeving voor asbest in bodem, grond en puin(granulaat) is grotendeels vermeld in het Besluit bodemkwaliteit en het Besluit asbestwegen milieubeheer maar ook in het Arbeidsomstandighedenbesluit en het Asbestverwijderingsbesluit. In het kader van een in-situ onderzoek is meestal hoofdzakelijk het Besluit asbestwegen milieubeheer van toepassing. Het bevoegd gezag Besluit asbestwegen milieubeheer is het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M). Inspectie Leefomgeving en Transport voert, namens I&M, taken uit op het gebied van regelgeving van asbest in puin(granulaat). Het bevoegd gezag Besluit asbestwegen milieubeheer is het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M). Inspectie Leefomgeving en Transport voert, namens I&M, taken uit op het gebied van regelgeving van asbest in puin(granulaat). Het Besluit asbestwegen milieubeheer is van toepassing op alle asbest bevattende wegen (gedefinieerd als wegen, paden, erfverhardingen of gedeeltes daarvan, alsmede andere grond die bestemd is om door rij- of ander verkeer te worden gebruikt) en stroken (gedefinieerd als stroken van een halve meter aan beide zijden van en direct aansluitend op wegen), met dien verstande dat: a)

het niet verboden is een asbesthoudende weg voorhanden te hebben indien het gewogen asbestgehalte ten hoogste 100 mg/kg ds is;

b)

het niet verboden is een asbesthoudende weg voorhanden te hebben indien de eigenaar heeft aangetoond dat het asbest vóór 1 juli 1993 is aangebracht én het asbest is afgeschermd door een verharding die geen asbest bevat én die voldoet aan CROW publicatie 189, uitgave januari 2005. De weg moet voldoen aan één van de volgende criteria: -

de weg heeft een duurzame afscherming van het asbest, welke bestaat uit asfalt, klinkers of beton en in een goede staat verkeert of

-

de weg heeft een duurzame afscherming van het asbest, welke afscherming bestaat uit een laag zand, grond, puingranulaat of materiaal dat een vergelijkbare afscherming biedt, waarvan de dikte ten minste 0,2 m. is.

In alle andere gevallen dient het asbest te worden verwijderd.

1.3. Betrouwbaarheid Het hier gerapporteerde bodemonderzoek is uitgevoerd op zorgvuldige wijze, in overeenstemming met de geldende richtlijnen en de gebruikelijke inzichten en methoden. SMA Zeeland B.V. beschikt over een kwaliteitsmanagementsysteem (NEN-EN-ISO 9001: 2015) en veiligheidsmanagementsysteem (VGM Checklist Aannemers) waarbinnen de kwaliteit van de werkzaamheden dusdanig wordt beheerst en gewaarborgd dat haar diensten zo goed mogelijk aan de eisen en doelstellingen van de opdrachtgever voldoen. Het veldwerk is uitgevoerd door SMA Zeeland B.V. Het milieukundige veldwerk ten behoeve van het grond- en grondwateronderzoek is uitgevoerd op basis van de richtlijnen van de BRL SIKB 2000 en conform de hierbij van toepassing zijnde protocollen. De uitvoerende partij beschikt hiertoe over het

23220163

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag

5

procescertificaat “Veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek” op basis van de Beoordelingsrichtlijn SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002, 2018. Dit procescertificaat is uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake het milieukundige veldwerk, beginnend bij de acceptatie van het veldwerk, en eindigend bij de overdracht van de veldwerkgegevens en monsters. Eventueel onderzoek aan asfaltverharding, halfverhardingen en funderingsmaterialen valt niet onder de scope van de BRL SIKB 2000. In het kader van de waarborging van de onafhankelijkheid verklaart de hierboven genoemde partij dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de in dit kader gestelde eisen van de BRL SIKB 2000 en de daarbij behorende protocollen. De laboratoriumanalyses van dit onderzoek zijn uitgevoerd door een daartoe door de Raad van Accreditatie geaccrediteerd laboratorium. Een bodemonderzoek is erop gericht met beperkte middelen vast te stellen of er bodemverontreiniging aanwezig is. Dit impliceert dat de conclusies van het bodemonderzoek slechts een beperkte reikwijdte hebben. Door beperkt aantal boringen, proefgaten, proefsleuven en analyses, betekent dit concreet dat een mogelijk aanwezige verontreiniging over het hoofd gezien kan worden.

Het bodemonderzoek garandeert derhalve nooit dat de onderzochte locatie geheel schoon is of anderszins, dat met het bodemonderzoek alle eventueel aanwezige verontreinigingen worden gedetecteerd. Verder geldt dat de resultaten van het onderhavige onderzoek een momentopname vormen van de bodemkwaliteit. Na de uitvoering en rapportage van dit onderzoek zouden activiteiten kunnen plaatsvinden die de milieuhygiënische kwaliteit van grond en grondwater op de onderzoekslocatie kunnen beïnvloeden. Voorbeelden hiervan zijn het bouwrijp maken van de locatie of het aanvoeren van grond van elders. Een andere factor kan bijvoorbeeld zijn het transport van verontreinigende stoffen via het grondwater van buiten

de

onderzoekslocatie.

Gezien

deze

overwegingen,

dienen

de

hier

gerapporteerde

onderzoeksresultaten met meer voorzichtigheid gebruikt en geïnterpreteerd te worden naarmate de tijd toeneemt die verlopen is na de uitvoering van het onderzoek. Op basis van de uit dit bodemonderzoek verkregen gegevens kan geen uitspraak worden gedaan over de daadwerkelijke aan- of afwezigheid van asbest en/of het gehalte aan asbest in lagen waarop geen specifiek veld- en analytisch onderzoek is verricht. Dit betreft met name als “onverdacht voor verontreiniging met asbest” aangemerkte lagen. Hiervoor kan (aanvullend) onderzoek plaatsvinden conform de NEN 5707 (Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond) en/of de NEN 5897 (Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Op basis van de uit dit bodemonderzoek verkregen gegevens kan in principe geen uitspraak gedaan worden over de toepassingsmogelijkheden van eventueel van de locatie af te voeren grond. Hiervoor dient onderzoek plaats te vinden conform het Besluit bodemkwaliteit.

23220163

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag

6

SMA Zeeland B.V. kan niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele schade of anderszins voor eventuele gevolgen die voortkomen uit het gebruik en de interpretatie van de in dit rapport gepresenteerde onderzoeksgegevens. Dit rapport mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd, tenzij met uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van SMA Zeeland B.V.

23220163

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag

7

2. Vooronderzoek In dit hoofdstuk wordt het voormalige, het huidige en het toekomstige bodemgebruik besproken. Dit zal leiden tot een hypothese over de mogelijke verontreinigingssituatie van de onderzoekslocatie. In NEN 5725:2017 zijn zeven mogelijke aanleidingen voor vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. In onderhavig onderzoek is of zijn de volgende generieke aanleiding(en) van toepassing: A. Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. 2.1. Algemene bodem- en locatiegegevens De algemene locatiegegevens en algemene gegevens met betrekking tot de bodem worden als volgt samengevat: De locatie heeft in het verleden altijd een agrarische bestemming gehad met bijbehorende activiteiten. Na aankoop van de locatie door opdrachtgever in 2004, is de locatie herbestemd als enkel Wonen. De aanwezige bovengrondse opslagtank voor dieselolie betreft een dubbelwandige gekeurde dieseltank welke in 2021 is geplaatst. Vanuit de informatie van de opdrachtgever is hier geen nulmeting verricht. De aanwezige grote schuur wordt overwegend gebruikt als tijdelijk onderdak voor koeien en de stalling van agrarische machinewerktuigen. De binnenzijde van de schuur is volledig verhard met een betonvloer. De kleinere schuur wordt gebruikt als werkplaats met opslag, waarvan het dak gedeeltelijk asbesthoudend is.

De afwatering geschiedt via een dakgoot welke halverwege is afgebroken(stormschade), hierdoor is 2

een verdachte druppellijn/spot aanwezig met een beperkte omvang van circa 1 m . Tabel 2.1. Overzicht algemene aspecten van de onderzoekslocatie Algemene onderzoeksaspecten

Bron(houder)

Locatiegegevens en ligging Adres en plaats

Eendragtweg 8 te Zaamslag

Kadaster

Burgerlijke gemeente

Terneuzen

Kadaster

Kadastrale gemeente

Terneuzen

Kadaster

Sectie

T

Kadaster

Nummer

1228

Kadaster

Oppervlakte (m )

4.450

SMA Zeeland B.V.

Gemiddelde hoogte (m1 t.o.v. NAP)

+1,35

AHN

Ligging op kaart

Zie bijlagen 1 en 2

Kadaster, SMA Zeeland B.V.

Gedeeltelijk verhard met

Opdrachtgever

doorgroeiblokken, betonvloer en

SMA Zeeland B.V.

2

Kadaster

Bodemopbouw Verhardingen

puinverharding

23220163

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag

8

Algemene onderzoeksaspecten

Bron(houder)

Antropogene lagen

Niet bekend

Opdrachtgever

Dempingen

Niet bekend

Provincie Zeeland (Geoloket of Bodem Informatie Systeem, BIS) Kadaster

Grondwaterbeheersplan

Niet gezoneerd

Waterschap Scheldestromen

Geohydrologie

Zie § 2.4

DINOloket

Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit Zonering bodemkwaliteitskaart

Nota bodembeheer

(BKK)

gemeente Terneuzen

BKK klasse bovengrond

Nota bodembeheer

BKK klasse ondergrond

Nota bodembeheer

BKK functieklasse

Nota bodembeheer

BKK Toepassingseis PFAS

Nota bodembeheer

Boomgaardenkaart (periode)

Zie bijlage 6

’t Zeeuws bodemvenster (Provincie Zeeland)

Aandachtsgebied lood

’t Zeeuws bodemvenster

Aandachtsgebied arseen in

Provincie Zeeland (Geoloket)

grondwater Asbestkansenkaart

Provincie Zeeland (BIS)

Voormalig stortplaats bekend Opslagtanks bekend

Provincie Zeeland (Geoloket of BIS) Ja, een dubbelwandige dieseltank, circa

Opdrachtgever

1 jaar oud. Geval van ernstige

Nee

Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)

Wbb-beschikkingen bekend

Nee

Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)

Bodemdocumenten bekend

Nee

Gemeente (BIS)

bodemverontreiniging bekend

Provincie Zeeland (Geoloket of BIS) Gebruik en beïnvloeding van de locatie Voormalig gebruik

Agrarisch / wonen

Opdrachtgever

Huidig gebruik

Wonen / agrarisch

Opdrachtgever SMA Zeeland B.V.

Toekomstig gebruik

Agrarisch/ wonen

Opdrachtgever

Geplande werkzaamheden

Sloop van schuur met asbesthoudend

Opdrachtgever

dak Aard bebouwing

Woning, grote- en kleine schuur

Kadaster, BAG

Periode bebouwing

Woning 1850, grote schuur 1900 en

Kadaster, BAG

kleine schuur 1972 Bedrijventerrein

23220163

Nee

Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag

9

Algemene onderzoeksaspecten Calamiteiten bekend

Bron(houder) Nee

Opdrachtgever Gemeente (BIS) RUD Zeeland (BIS)

Bodembedreigende activiteiten

Nee

Opdrachtgever

bekend (anders dan bovenstaand)

SMA Zeeland B.V. Gemeente (BIS) RUD Zeeland (BIS)

Relevante vergunningen

Nee

Gemeente (BIS)

beschikbaar

RUD Zeeland

Toepassing asbestverdachte

Asbesthoudend dak wagenschuur

Opdrachtgever

materialen

(dakgoot gedeeltelijk kapot), verder

SMA Zeeland B.V.

mogelijk in puinverharding.

Gemeente (BIS) RUD Zeeland (BIS)

Terreinverkenning Bijzonderheden

Geen

SMA Zeeland B.V.

2.2. Historische kaarten, luchtfoto’s en overig beeldmateriaal Uit historische kaarten (bronhouder: Kadaster) en luchtfoto’s (bronhouder: Provincie Zeeland (Geoloket)) kan worden opgemaakt dat de locatie omstreeks 1850 al is gelegen in agrarisch gebied. Op basis van het interpreteren van oude landkaarten kan worden aangenomen dat rond 1900 de locatie al een agrarische functie vervult. Zie verder Bijlage 6. 2.3. Relevante bodemdocumenten en vergunningen Tot de huidige onderzoekslocatie en zijn directe omgeving zijn geen relevante bodemdocumenten aangetroffen. Bij afwezigheid van één of meer relevante bodemdocumenten wordt voor de hypothesevorming teruggevallen op de beschikbare gegevens met betrekking tot de algemene bodemkwaliteit, namelijk de bodemkwaliteitskaart en eventuele voormalige bodembedreigende activiteiten. 2.4. Regionale bodemopbouw en geohydrologie Op basis van in de nabijheid van de onderzoekslocatie gelegen boringen en daarvan afgeleid kaartmateriaal, afkomstig van onder andere TNO en de voormalige RGD (bronhouder: DINOloket), is het onderstaande

vereenvoudigde

bodemmodel

geformuleerd.

De

werkelijke

bodemopbouw

en

grondwaterstand ter plaatse van de onderzoekslocatie kan hiervan afwijken.

23220163

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag

10

Figuur 1. Gemodelleerde bodemopbouw tot 5 m-mv.

23220163

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag

11

2.5. Interpretatie verwachte milieuhygiënische bodemkwaliteit In NEN 5725:2017 zijn per generieke aanleiding zoals benoemd in het begin van dit hoofdstuk, diverse te beantwoorden onderzoeksvragen geformuleerd. Na het verkrijgen van de gegevens beschreven in voorgaande paragrafen dienen in onderhavig onderzoek nog de volgende vragen te worden beantwoord om een onderzoekshypothese te vormen: A. Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? 

De horizontale begrenzingen van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in Bijlage 2. Het grondonderzoek beperkt zich tot een maximale diepte van 2,0 m-mv. Het grondwateronderzoek beperkt zich tot een diepte van 1,5 m- de grondwaterstand die tijdens het veldwerk zal worden aangetroffen.

Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn verdachte parameters? 

Vermoedelijk is sprake van diffuse, antropogene bodembelasting met heterogene verdeling op schaal van monstername als gevolg van het jarenlange gebruik van de locatie. Concrete puntbronnen zijn niet aan te wijzen. De risicostoffen betreffen de parameters uit het standaardpakket voor landbodem.

Een diesel opslagtank, welke in 2021 is geplaatst, kan mogelijkerwijs een puntbron van bodemverontreiniging vormen. De nulsituatie zal worden vastgelegd. Hierbij worden de grond- en het grondwater onderzocht op minerale olie en de vluchtige aromaten BTEXNS (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen).

Is de bodem asbestverdacht?  

De puinverharding is asbestverdacht. De grond onder de kapotte dakgoot van het asbesthoudend dak wordt gezien als asbest verdacht in grond.

De grond op de rest van de locatie is niet asbestverdacht. Indien tijdens de veldwerkzaamheden asbestverdachte materialen of asbestverdachte bijmengingen (puin, beton of afval) in de bodem worden aangetroffen, dient wel te worden uitgegaan van een locatie verdacht voor bodemverontreiniging met asbest.

Wat is de bodemopbouw en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? 

De bodemopbouw kan op voorhand niet met zekerheid worden bepaald. In Zeeland worden zand en klei doorgaans in afwisselende mate en opbouw in de deklaag gevonden, waarbij vanaf 1,5 mmv soms ook veenlagen worden aangetroffen. Dit is sterk afhankelijk van de precieze

23220163

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag

12

onderzoekslocatie en historische, natuurlijke en antropogene processen welke de huidige Zeeuwse Delta hebben gecreëerd. Vermoedelijk is er wel een verschil in milieuhygiënische kwaliteit tussen de boven- en ondergrond als gevolg van (vaak historische) antropogene activiteiten. Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving op de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? 

Als gevolg van natuurlijke bodemprocessen worden arseen, barium, chroom en molybdeen in Zeeland regelmatig in van nature verhoogde concentraties aangetroffen in het freatische grondwater. In de grond zijn dan niet altijd verhoogde gehalten aantoonbaar en concentraties kunnen fluctueren. Voor barium en chroom geldt dat de natuurlijke achtergrondconcentraties in brak grondwater doorgaans wat hoger zijn dan in zoet grondwater (RIVM briefrapport 20170125).

Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Motiveer het antwoord. 

Veld- en analytisch onderzoek is noodzakelijk. De beschikbare gegevens geven te weinig concrete informatie over de huidige milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (bovengrond, ondergrond en grondwater) op de locatie.

Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek (inclusief de indeling van de onderzoekslocatie in deellocaties met verschillende hypotheses over de aard en verdeling van de verontreinigende stoffen)? 

Zie § 2.6.

2.6. Hypothese en onderzoeksstrategie Op basis van het vooronderzoek zijn de volgende (gestandaardiseerde) onderzoekshypotheses geformuleerd waarbij in voorkomende gevallen onderscheid is gemaakt tussen separaat te onderzoeken deellocaties. Er wordt tevens onderscheid gemaakt tussen de verwachte bodemverontreinigingssituatie met betrekking tot chemische parameters en de verwachte verontreinigingssituatie met betrekking tot asbest. Tabel 2.2. Hypothese en bijbehorende strategie voor vervolgonderzoek naar chemische parameters Bodemcompartiment /

Hypothese (NEN 5725)

Analyseparameters

traject

Strategie (NEN 5740)

Gehele locatie Bovengrond

verdachte locatie, diffuse

standaard parameters voor

bodembelasting en heterogene

landbodem (pakket A) + OCB

VED-HE-NL

verdeling op schaal van monsterneming Ondergrond

23220163

onverdachte, kleinschalige locatie

pakket A

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag

ONV-NL

13

Bodemcompartiment /

Hypothese (NEN 5725)

Analyseparameters

Strategie

traject

(NEN 5740)

Grondwater

onverdachte, kleinschalige locatie

standaard parameters voor

maar met mogelijk van nature

grondwater (pakket B), As, Cr

VED-HE-NL

verhoogde concentraties arseen, chroom, barium en/of molybdeen Bovengrondse dieseltank Grond

verdachte locatie, plaatselijke

tankstationpakket

VEP

tankstationpakket

VEP

bodembelasting en een duidelijke kern, geen ondergrondse opslagtank Grondwater

verdachte locatie, plaatselijke bodembelasting en een duidelijke kern, ondergrondse opslagtank(s)

pakket A:

standaardpakket onderzoek landbodem: barium, cadmium, kobalt, koper, lood, nikkel, zink, kwik, molybdeen, PCB7, PAK10 (VROM), minerale olie (GC), percentages lutum en organische stof;

pakket B:

standaardpakket grondwater: barium, cadmium, kobalt, koper, lood, nikkel, zink, kwik, molybdeen, vluchtige aromaten (BTEXSN), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOCl), minerale olie;

Tankstationpakket: minerale olie, BTEXNS (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen, styreen); As, Cr:

arseen, chroom;

OCB:

organochloorbestrijdingsmiddelen.

Tabel 2.3. Hypothese en bijbehorende strategie voor vervolgonderzoek naar asbest Bodemcompartiment /

Hypothese (NEN 5725)

traject

Strategie* (NEN 5707 cq. 5897)

Puinverharding

verdachte halfverharding, diffuse belasting met heterogene

VED-HE-NL

verdeling op schaal van monsterneming Grond onder kapotte

verdachte toplaag, diffuse bodembelasting en heterogene

dakgoot

verdeling op schaal van monsterneming

Grond overig terrein

onverdachte, kleinschalige locatie

Maatwerk**

ONV-NL

*op basis van NEN 5707 is er in geval van een voor bodemverontreiniging met asbest onverdachte locatie geen verplichting tot vervolgonderzoek in de vorm van veld- en analytisch onderzoek, tenzij op basis van voortschrijdend inzicht de hypothese van een asbest-onverdachte locatie dient te worden gewijzigd. Ook een vervolgonderzoek naar asbest in niet-vormgegeven bouwstoffen volgens NEN 5897 in de vorm van veld- en analytisch onderzoek is niet van toepassing in geval van (op basis van NEN 5725) asbest-onverdachte, nietvormgegeven bouwstoffen. ** er is een monster genomen van de toplaag om deze te analyseren op asbest in grond.

Een beschrijving van de veldwerkzaamheden en de resultaten daarvan, volgt in hoofdstuk 3.

23220163

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag

14

3. Veldwerk In dit hoofdstuk worden de uitvoering en de resultaten van het veldwerk besproken. 3.1. Verkennend bodemonderzoek naar chemische parameters Het veldwerk is op 11 januari 2023 uitgevoerd door de erkende veldwerker G. de Feijter met assistentie van B.W.K. van der Veen conform de in paragraaf 2.6 vermelde onderzoeksstrategie. De boorlocaties zijn weergegeven in de situatietekening in Bijlage 2. De boringen zijn verdeeld geplaatst op de onderzoeklocatie. Van het opgeboorde bodemmateriaal is per halve meter en/of per (zintuiglijk afwijkende) bodemlaag een monster genomen. Ter plaatse van boring 103 is van de meest verdachte bodemlaag een steekbusmonster genomen. Dit voorkomt het verdampen van vluchtige verbindingen bij monstername. Voor gedetailleerde informatie met betrekking tot de bodemopbouw en de eventuele aanwezigheid van bodemvreemde bijmengingen wordt verwezen naar de veldwerkgegevens in Bijlage 3. De algemene bevindingen zijn: Uit veldwaarnemingen blijkt dat de bodem tot gemiddeld 0,5 m-mv bestaat uit zandige klei en hieronder, tot 2,50 m- mv (maximale boordiepte) uit siltig zand. De grondwaterstand is tijdens het veldwerk bepaald op 1,0 m-mv. Het grondwater is bemonsterd op 19 januari 2023 door de hiertoe erkende veldwerker S. Ram. In peilbuis 102 is een grondwaterstijghoogte gemeten van 0,9 m-mv.

In peilbuis 14 is een grondwaterstijghoogte gemeten van 1,0 m-mv. Tijdens de bemonstering van het grondwater zijn geen afwijkingen geconstateerd. De bepalingen van de grondwaterstijghoogte, zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (EC) en de troebelheid van het grondwater (zie Bijlage 4B) geven geen aanleiding de analysestrategie te wijzigen. 3.2. Verkennend onderzoek naar asbest Het veldwerk is op 11 januari 2023 uitgevoerd door de hiertoe erkende veldmedewerker G. de Feijter met assistentie van B.W.K. van der Veen conform de in paragraaf 2.6 vermelde onderzoeksstrategie. De volgende werkzaamheden hebben plaatsgevonden: Visuele inspectie van het maaiveld Hierbij is het maaiveld van het gehele onderzoeksterrein, zowel in de lengte als daarna nogmaals in de breedte, per strook van 1,5 m breedte afgelopen en visueel onderzocht op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Deze zijn niet aangetroffen.

23220163

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag

15

Visuele inspectie ontgraven en opgeboorde materiaal Ruimtelijk verdeeld over het onderzoeksterrein zijn in totaal 7 proefgaten gegraven van 0,3 x 0,3 m danwel ø 0,35 m zoals hieronder weergegeven. De locaties van de proefgaten zijn zoveel mogelijk gecombineerd met de locaties van bovengenoemde boringen van het bodemonderzoek naar chemische parameters: Het uitgegraven materiaal uit de proefgaten is gezeefd (maaswijdte 20 mm) danwel uitgespreid in lagen van maximaal 2 cm en visueel geïnspecteerd op het voorkomen van grove asbestverdachte materialen (stukken groter dan 20 mm). In het opgegraven materiaal werd geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De lagen uit de boring (ø12 cm) zijn eveneens uitgespreid in lagen van maximaal 2 cm en visueel geïnspecteerd op asbestverdachte materialen. In het opgeboorde materiaal werd geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Samenstelling analysemonsters Wanneer grove asbestverdachte materialen zijn waargenomen, is per laag en per proefgat een verzamelmonster ter analyse op asbest aangeboden aan het laboratorium. Na het verwijderen van de grove delen bodemvreemde bijmengingen (delen groter dan 20 mm) zijn in het veld, van de overblijvende fijne fracties representatieve analysemonsters samengesteld en ter analyse op asbest aangeboden aan het laboratorium. Zie het volgende hoofdstuk. De veldwerkgegevens zijn opgenomen in Bijlage 3.

23220163

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag

16

4. Analytisch onderzoek In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de keuze van de geanalyseerde monsters en de parameters waarop deze zijn geanalyseerd. Vervolgens worden de analyseresultaten gepresenteerd evenals de eventuele overschrijdingen van de toetsingswaarden. De analyserapporten van het laboratorium zijn opgenomen in Bijlage 5. 4.1. Verkennend bodemonderzoek naar chemische parameters Analysestrategie Hieronder is tabelgewijs weergegeven welke monsters ter analyse zijn ingezet. Ook is weergegeven op welke parameters is geanalyseerd. Tabel 4.1 Inzet grond(meng)monsters ter analyse (Meng)

Boring + traject

monsters

(m-mv)

Grondsoort

Reden analyse

Analyse (parameters)

Gehele locatie MM01

16 (0,00 - 0,50)

Klei

MM02

01, 05 (0,00 - 0,50)

Klei

Bovengrond, zwak grindhoudend,

pakket A + OCB

sporen kolengruis Bovengrond, sporen baksteen, zwak

12 (0,20 - 0,70)

pakket A + OCB

grindhoudend

13 (0,15 - 0,65) MM03

05, 14 (1,00 - 1,50)

Zand

07 (0,65 - 1,00)

Ondergrond, algemene kwaliteit,

pakket A

zintuiglijk schoon

10 (0,75 - 1,25) MM04

14 (0,15 - 0,50)

Klei

Zintuiglijk schone grondlaag onder

pakket A

volledig kolengruishoudende laag Bovengrondse dieseltank GM01

103 (0,22 - 0,42)

Zand

Steekbus eerste contactlaag

tankstationpakket

Tabel 4.2 Inzet grondwatermonsters ter analyse (Meng)

Peilbuis

Filterdiepte (m -mv)

Reden analyse

monsters

Analyse (parameters)

Gehele locatie 14-1-1

14

1,50 - 2,50

algemene kwaliteit

pakket B

1,50 - 2,50

nulsituatie-meting

Tankstationpakket

Bovengrondse dieseltank 102-1-1

23220163

102

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag

17

Analyseresultaten De resultaten van de toetsing van de analyseresultaten aan het toetsingskader uit de Wet bodembescherming zijn weergegeven in de onderstaande tabel(len). Hierin wordt per stof of stofgroep een index tussen haakjes weergegeven. Wanneer in het monster geen gehalten groter dan de toetsingswaarde zijn gevonden, wordt een streepje “-“ getoond. De index tussen haakjes geeft het volgende aan: 

index (-): gehalte groter dan de generieke achtergrond-/streefwaarde, maar index ≤ 0,01;

index > 0,00 en ≤ 1,00: gehalte groter dan de generieke achtergrond-/streefwaarde, maar kleiner

index > 1,00: gehalte groter de interventiewaarde.

dan de interventiewaarde; De toetsingstabellen, waarin de getoetste analyseresultaten zijn opgenomen, zijn vermeld in Bijlage 4. Tabel 4.3 Overschrijdingstabel analyseresultaten grond(meng)monsters aan Wbb (Meng)

Boring + traject

> Achtergrondwaarde

> Interventiewaarde

monsters

(m-mv)

(0 < index <= 1,0)

(index > 1)

Koper (0,16)

-

Gehele locatie MM01

16 (0,00 - 0,50)

Zink (0,02) Kwik (-) Lood (0,05) PAK 10 VROM (0,04) MM02

01,05 (0,00 - 0,50)

-

-

-

-

-

-

-

-

12 (0,20 - 0,70) 13 (0,15 - 0,65) MM03

05, 14 (1,00 - 1,50) 07 (0,65 - 1,00) 10 (0,75 - 1,25)

MM04

14 (0,15 - 0,50)

Bovengrondse dieseltank GM01

103 (0,22 - 0,42)

Tabel 4.4 Overschrijdingstabel analyseresultaten grondwatermonsters aan Wbb Monster

Peilbuis

Filterdiepte

> Streefwaarde

> Interventiewaarde

(m -mv)

(0 < index <= 1,0)

(index > 1)

1,50 - 2,50

Xylenen (som) (-)

-

1,50 - 2,50

-

-

Gehele locatie 14-1-1

14

Bovengrondse dieseltank 102-1-1

23220163

102

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag

18

4.2. Verkennend onderzoek naar asbest Er is in het veld- en laboratoriumonderzoek geen asbest aangetroffen. Daarom is geen berekening gemaakt van het gewogen asbestgehalte en naderonderzoek overbodig.

23220163

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag

19

5. Conclusies en Aanbevelingen In dit hoofdstuk wordt de verontreinigingssituatie beschreven op basis van de onderzoeksresultaten. Vervolgens wordt deze getoetst aan de hypothese. Tenslotte wordt de conclusie van het onderzoek weergegeven. 5.1. Conclusies Plaatselijk is in de bovengrond een lichte overschrijding van de achtergrondwaarde gemeten van diverse metalen en PAK10. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen. In het grondwater op het algemeen terrein is een licht verhoogde concentratie xylenen boven de streefwaarde aangetoond. Ter plaatse van de bovengrondse dieseltank zijn in de grond en het grondwater geen verhoogde gehalten voor olie gerelateerde stoffen aangetoond. In de puinverharding is zintuiglijk en analytisch geen asbest aangetoond. In de grond onder de kapotte dakgoot bij de loods met het asbesthoudend dak is eveneens geen asbest aangetoond. 5.2. Toetsing onderzoekshypotheses In het vooronderzoek zijn onderzoekshypotheses geformuleerd op basis waarvan de gebruikte veldwerken analysestrategieën zijn opgesteld. Hieronder is aangegeven in hoeverre deze hypotheses verworpen kunnen worden op basis van de overige onderzoeksresultaten. Eventuele gevolgen voor het vervolgtraject zijn hieronder in Aanbevelingen aangegeven. Gehele locatie Voor het onderzoek naar chemische parameters is uitgegaan van de hypotheses: 

Bovengrond: verdacht voor bodemverontreiniging met diverse stoffen. Deze hypothese dient

Ondergrond: onverdacht voor bodemverontreiniging met diverse stoffen. Deze hypothese kan

Grondwater: onverdacht voor bodemverontreiniging met mogelijk van nature verhoogde

worden aangenomen. worden aangenomen. concentraties arseen, chroom, barium en/of molybdeen. Deze hypothese dient te worden verworpen. Voor het onderzoek naar asbest is uitgegaan van de hypothese(s): 

Puinverharding: verdacht voor verontreiniging met asbest. Deze hypothese kan worden verworpen.

Grond onder kapotte dakgoot: verdacht voor verontreiniging met asbest. Deze hypothese kan worden verworpen.

23220163

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag

20

Grond overig terrein: onverdacht voor verontreiniging met asbest. Er is daarom geen gericht veldof analytisch onderzoek naar asbest in deze laag uitgevoerd. Deze hypothese kan worden gehandhaafd.

Bovengrondse dieseltank Voor het onderzoek naar chemische parameters is uitgegaan van de hypotheses: 

Grond: verdacht voor bodemverontreiniging met oliegerelateerde stoffen. Deze hypothese kan worden verworpen.

Grondwater: verdacht voor bodemverontreiniging met diverse stoffen. Deze hypothese kan worden verworpen.

5.3. Aanbevelingen De op de onderzoekslocatie geconstateerde verhoogde gehalten in de grond en het grondwater geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend of nader bodemonderzoek naar chemische parameters. Uit het asbestonderzoek blijkt dat er geen verdere aanleiding is voor aanvullend of nader onderzoek naar asbest. In geval van het nuttig herbestemmen van uitkomende grond kan alsnog een onderzoek conform het Besluit bodemkwaliteit (partijkeuring op grond) nodig zijn. Dit is afhankelijk van onder andere -maar niet uitsluitend- de afzetlocatie, de partijomvang, de aangetroffen gehalten en de bodemvreemde bijmengingen. De eventuele noodzaak tot verdere keuring en mogelijkheden hiervoor kunnen in overleg met het bevoegd gezag Besluit bodemkwaliteit (veelal de ontvangende gemeente) en/of een milieuadviesbureau worden bepaald. Bodemvreemde lagen of bijmengingen kunnen stoffen bevatten die, bij vermenging met grond, een bodemverontreiniging kunnen veroorzaken of reeds hebben veroorzaakt. Vermenging met (bijvoorbeeld onder-, boven-, en naastgelegen) grond dient daarom voorkomen te worden.

23220163

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag

21

Achtergronddocumenten Onderstaande documenten vormen de basis voor divers milieuhygiënisch onderzoek op, aan en in bodem en bouwstoffen in Nederland. Wet- en regelgeving (vigerende versies op wetten.overheid.nl) 1.

Wet bodembescherming

2.

Circulaire Bodemsanering 2013

3.

Besluit Bodemkwaliteit

4.

Regeling Bodemkwaliteit

5.

Besluit asbestwegen milieubeheer

6.

Regeling nadere voorschriften asbestwegen milieubeheer

7.

Besluit Uniforme Saneringen

8.

Regeling Uniforme Saneringen

Normdocumenten 9.

Nederlands

Normalisatie

Instituut,

NEN

5707:2015/C2:2017,

Bodem

–

Inspectie

en

monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, ICS 13.080.01, Delft, augustus 2015 10. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5717:2017, Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, ICS 13.080.05, Delft, december 2017 11. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5720:2017, Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch onderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van waterbodem en baggerspecie, ICS 13.080.05, Delft, 1 december 2017 12. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5725:2017, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, ICS 13.080.01; 13.080.05, Delft, oktober 2017 13. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5740:2009/A1:2016, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, ICS 13.080.05, Delft, januari 2009

23220163

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag

22

14. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5897:2015/C2:2017, Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat, ICS 13.030.30, Delft, augustus 2015 15. Nederlands Normalisatie Instituut, NTA 5755:2010, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek - Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging, ICS 13.080.05, Delft, juli 2010 Richtlijnen en protocollen 16. Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Richtlijnen en protocollen bodembeheer, www.sikb.nl/bodembeheer/richtlijnen 17. CROW, Publicatie 210, Richtlijn omgaan met vrijgekomen asfalt - Selectief verwijderen van teervrij en teerhoudend asfalt, ISBN 978 90 6628 655 9, Ede, juni 2015 18. Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Den Haag, 13 december 2021

23220163

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag

23

Bijlage 1 Overzichtskaart ligging onderzoekslocatie

Schaal: 1:25.000

23220163

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag

Bijlage 1

Bijlage 2 Situatietekening

23220163

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag

Bijlage 2

Meetpunten Boringen (m-mv) 0,5 1 2 Peilbuis Gaten & sleuven Gaten Gaten met boring Contouren Onderzoekslocatie Bovengrondse brandstoftank

Projectnummer: 23220163

Tekenaar:

svuden

Locatie:

Eendragtweg 8 te Zaamslag

Tekeningnr:

RAP01

Onderdeel:

Verkennend bodemonderzoek

Papierformaat: A3

Verharding Perceelgrens

Opdrachtgever: MTS Hof de Eendracht

Datum:

31-01-2023

Bijlage 3 Boorbeschrijvingen en -profielen

23220163

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag

Bijlage 3

Meetpunt:

01

Meetpunt:

02

Veldwerker:

Gilian De Feijter

Veldwerker:

Gilian De Feijter

Datum:

11-1-2023

Datum:

11-1-2023

X:

51111,03

X:

51126,32

Y:

374533,37

Y:

374540,11

Z (mv + NAP):

1.4884

Z (mv + NAP):

1.3581

0

0

Klei, sterk zandig, matig humeus, sporen roest, donkerbruin

1

1 30

100 50

100

2

Meetpunt:

03

Meetpunt:

04

Veldwerker:

Gilian De Feijter

Veldwerker:

Gilian De Feijter

Datum:

11-1-2023

Datum:

11-1-2023

X:

51143,76

X:

51157,53

Y:

374535,54

Y:

374548,21

Z (mv + NAP):

1.4772

Z (mv + NAP):

1.5081

0 10

1

20

Neutraal grijszwart, Asfalgranulaat met klei.

2

100

Kunstof Doorgroeiblokken

150

Klei, matig zandig, neutraalgrijs

50

Klei, sterk zandig, zwak humeus, resten asfalt, neutraal grijsbruin Klei, matig zandig, neutraal bruingrijs

0

1

15

2 50

100

Neutraal, Asfaltgranulaat Volledig grind, matig zandhoudend, neutraal grijsbruin Klei, sterk zandig, sporen roest, neutraal grijsbruin

70

3 100

Meetpunt:

05

Meetpunt:

06

Veldwerker:

Gilian De Feijter

Veldwerker:

Gilian De Feijter

Datum:

11-1-2023

Datum:

11-1-2023

X:

51174,32

X:

51177,06

Y:

374537,36

Y:

374522,81

Z (mv + NAP):

1.4749

Z (mv + NAP):

0.9672

0

0

Klei, sterk zandig, matig humeus, sporen baksteen, donkerbruin

1

Volledig puin, neutraal grijsbruin, Metselpuin, baksteen, betonbrokken.

1 40

50

50

100

Zand, sterk siltig, sporen roest, neutraal grijsbruin

2

Zand, sterk siltig, sporen roest, lichtgrijs

2 90

50 3 150

0

Zand, sterk siltig, neutraalgrijs 4 -50

200

Projectcode: 23220163 Projectnaam: Eendragtweg 8 te Zaamslag

Meetpunt:

07

Meetpunt:

08

Veldwerker:

Gilian De Feijter

Veldwerker:

Gilian De Feijter

Datum:

11-1-2023

Datum:

11-1-2023

X:

51184,08

X:

51172,90

Y:

374512,84

Y:

374518,31

Z (mv + NAP):

1.1503

Z (mv + NAP):

0.9472

0

0

Volledig puin, neutraal grijsbruin, Metselpuin, baksteen, betonbrokken, klinkers, tegels.

100 1

50

Volledig puin, neutraal grijsbruin, 50% > 20mm. Metselpuin, baksteen, beton, grind, dakpan.

1

65

50

75

Zand, sterk siltig, sporen roest, lichtgrijs

3

0

100

0 4

Zand, sterk siltig, sporen roest, licht bruingrijs

2

Zand, sterk siltig, sporen roest, neutraal grijsbruin

125

150

Zand, sterk siltig, neutraalgrijs

-50 5 200

Meetpunt:

09

Meetpunt:

10

Veldwerker:

Gilian De Feijter

Veldwerker:

Gilian De Feijter

Datum:

11-1-2023

Datum:

11-1-2023

X:

51171,38

X:

51163,19

Y:

374508,96

Y:

374500,29

Z (mv + NAP):

0.9188

Z (mv + NAP):

0.8568

0

0

Volledig puin, neutraal grijsbruin, Metselpuin, baksteen, betonbrokken, ijzer.

1 50

Volledig puin, neutraal grijsbruin, 65% > 20mm. Metselpuin, baksteen, beton, grind, aardewerk.

1 50 50

2 0

2

70

75

Zand, sterk siltig, sporen roest, lichtgrijs

3

0

Zand, sterk siltig, sporen roest, licht bruingrijs Zand, sterk siltig, resten planten, neutraalgrijs

3

120

-50 4

-100

5 200

Meetpunt:

11

Meetpunt:

12

Veldwerker:

Gilian De Feijter

Veldwerker:

Gilian De Feijter

Datum:

11-1-2023

Datum:

11-1-2023

X:

51152,11

X:

51157,15

Y:

374501,35

Y:

374508,69

Z (mv + NAP):

1.1341

Z (mv + NAP):

0.7519

0

100 1 50

0

Zand, matig siltig, brokken asfalt, zwak baksteenhoudend, resten natuursteen, neutraal bruingrijs, 25% > 20mm. Klei, sterk zandig, sporen roest, neutraal grijsbruin

50 2 100

Projectcode: 23220163 Projectnaam: Eendragtweg 8 te Zaamslag

1

20

50 2 70

Volledig puin, neutraal grijsbruin, 40% > 20mm. Metselpuin, baksteen, beton, grind, aardewerk. Klei, matig zandig, sporen roest, neutraal grijsbruin

Meetpunt:

13

Meetpunt:

14

Veldwerker:

Gilian De Feijter

Veldwerker:

Gilian De Feijter

Datum:

11-1-2023

Datum:

11-1-2023

X:

51141,30

X:

51128,18

Y:

374493,25

Y:

374521,78

Z (mv + NAP):

1.1512

Z (mv + NAP):

0.9641

0

1

100

15

Klei, matig zandig, sporen roest, zwak grindhoudend, neutraal grijsbruin

2

1 2

Neutraalzwart, Asfaltgranulaat.

0 10 15

Volledig kolengruis, neutraal

3 50

50

65

4 0

Neutraalzwart, Asfaltgranulaat.

Klei, matig zandig, sporen roest, zwak grindhoudend, licht bruingrijs Zand, sterk siltig, sporen roest, licht grijsbruin

100

Zand, sterk siltig, neutraalgrijs 5 -50 6 -100

200

Zand, matig siltig, neutraalgrijs 7 -150

250

Meetpunt:

15

Meetpunt:

16

Veldwerker:

Gilian De Feijter

Veldwerker:

Gilian De Feijter

Datum:

11-1-2023

Datum:

11-1-2023

X:

51135,91

X:

51131,11

Y:

374506,20

Y:

374488,99

Z (mv + NAP):

1.1072

Z (mv + NAP):

1.1288

0

100

1

20

Zand, sterk siltig, sporen roest, zwak grindhoudend, licht bruingrijs

2 50

0

Neutraalzwart, Asfaltgranulaat.

70

Projectcode: 23220163 Projectnaam: Eendragtweg 8 te Zaamslag

Klei, matig zandig, matig humeus, zwak grindhoudend, sporen kolengruis, sporen roest, donkerbruin

100 1 50

Meetpunt:

17

Meetpunt:

101

Veldwerker:

Gilian De Feijter

Veldwerker:

Gilian De Feijter

Datum:

11-1-2023

Datum:

11-1-2023

X:

51118,96

X:

51166,18

Y:

374520,28

Y:

374531,85

Z (mv + NAP):

1.2927 0

1

100

Volledig beton 30

-50 Klei, sterk zandig, sporen roest, neutraal bruingrijs

2

Zand, sterk siltig, sporen roest, neutraal grijsbruin

2

50

50

0

0 Klei, sterk zandig, matig humeus, donkerbruin

1 80

100

Zand, uiterst siltig, sporen roest, neutraal grijsbruin

3

0

150

Zand, uiterst siltig, neutraal bruingrijs

4

-50

200

Meetpunt:

102

Meetpunt:

103

Veldwerker:

Gilian De Feijter

Veldwerker:

Gilian De Feijter

Datum:

11-1-2023

Datum:

11-1-2023

X:

51167,06

X:

51165,58

Y:

374530,06

Y:

374528,32

0

0

0

0 Volledig beton

Volledig beton 22

29

1 -50

6

50

Zand, sterk siltig, sporen roest, sporen baksteen, neutraal grijsbruin Zand, sterk siltig, sporen roest, neutraal grijsbruin

2 -100 3 150

-150

Zand, matig siltig, neutraalgrijs 4 -200 5 -250

250

Projectcode: 23220163 Projectnaam: Eendragtweg 8 te Zaamslag

Zand, sterk siltig, sporen roest, neutraal grijsbruin

2 -50

1 72

Legenda (conform NEN 5104)

grind

klei Grind, siltig

geur Klei, zwak siltig

geen geur zwakke geur

Grind, zwak zandig

matige geur

Klei, matig siltig

sterke geur Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

uiterste geur

olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

matige olie-water reactie sterke olie-water reactie

Klei, matig zandig

Klei, sterk zandig

zand

uiterste olie-water reactie

p.i.d.-waarde >0

Zand, kleiïg

>1 >10

Zand, zwak siltig

>100

leem

>1000 Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

Zand, uiterst siltig

>10000

monsters

geroerd monster

overige toevoegingen

ongeroerd monster

zwak humeus volumering

veen Veen, mineraalarm

matig humeus

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib

water

peilbuis

blinde buis

casing

hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting

grind afdichting filter

Bijlage 4 Toetsingstabellen Bijlage 4A Grond, Wet bodembescherming Bijlage 4B Grondwater chemisch, Wet bodembescherming

23220163

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag

Bijlage 4

Bijlage 4A Grond, Wet bodembescherming

23220163

Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.

Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag

Bijlage 4

Tabel 1: Gemeten gehalten in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming in mg/kg.ds Grondmonster Grond soort Certificaatcode Boring(en) Traject (m -mv) Humus (%ds) Lutum (%ds) Datum van toetsing

GM01

MM01

MM02

Zand

Klei

Klei

2023004264 103 0,22 - 0,42 1,10 14,50 19-1-2023 Meetw

2023004270 16 0,00 - 0,50 3,80 15,80 19-1-2023 Meetw

2023004270 01, 05, 12, 13 0,00 - 0,70 3,20 13,70 19-1-2023 Meetw GSSD

GSSD

Index

METALEN Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink AROMATISCHE VERBINDINGEN Benzeen <0,050 Ethylbenzeen <0,050 Tolueen <0,050 Xylenen (som) Styreen (Vinylbenzeen) <0,050 Naftaleen <0,010 PAK 10 VROM

<0,175 -0,03 <0,175 -0 <0,175 -0 <0,35 -0,01 <0,175 -0 <0,007 <0,0070 (2)-0,04

Index

57 0,37 7,5 48 0,19 60 <1,5 17 110

81 (6) 0,49 10,5 65 0,22 73 <1,1 23 149

-0,01 -0,03 0,16 0 0,05 -0 -0,18 0,02

<0,050

<0,035 3,01

0,04

<0,013

-0,01

<0,0018 <0,0018

-0

<0,0055

-0

<0,0018 <0,0018 <0,0037

0 -0 0

<0,0010 <0,0010

<0,0018

0

<0,0010 <0,0010 <0,0010

GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7) BESTRIJDINGSMIDDELEN Hexachloorbenzeen (HCB) Aldrin Drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin) alfa-HCH beta-HCH Heptachloorepoxide Heptachloorepoxide (som 0.7 factor) Heptachloor Hexachloorbutadieen alfa-Endosulfan Chloordaan (cis + trans) DDT (som) DDT (som, 0.7 factor) DDE (som) DDE (som, 0.7 factor) DDD (som) DDD (som, 0.7 factor) DDT,DDE,DDD (som, 0.7 factor) Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm gamma-HCH

GSSD

<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0014 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0023 0,0025 0,0014

29 0,24 5,9 8,1 0,053 25 <1,5 13 65

46 (6) 0,33 9,1 11,6 0,064 32 <1,1 19 95

-0,02 -0,03 -0,19 -0 -0,04 -0 -0,24 -0,08

<0,050

<0,035 1,20

-0,01

<0,015

-0

<0,0022 <0,0022

-0

<0,0066

-0

<0,0022 <0,0022 <0,0044

0 0 0

<0,0022

0

<0,0010 <0,0010

0,0014

<0,0018 0 <0,0037 0 0,0061 -0,13 0,0066 -0,04 <0,0037

-0

0,0062

0,0018 0,0018 0,0014

<0,0022 0 <0,0044 0 0,0056 -0,13 0,0056 -0,04 <0,0044

-0

0,0050 0,044

<0,0010

Index

<0,0018

Projectcode: 23220163

0,048 -0

<0,0010

<0,0022

-0

Grondmonster GM01 Grond Zand soort Certificaatcode 2023004264 Boring(en) 103 Traject (m -mv) 0,22 - 0,42 Humus (%ds) 1,10 Lutum (%ds) 14,50 Datum van toetsing 19-1-2023 OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C5-C10 <6,7 23,4 (6) Minerale olie C10 - C40 <35 <123

-0,01

MM01

MM02

Klei

Klei

2023004270 16 0,00 - 0,50 3,80 15,80 19-1-2023

2023004270 01, 05, 12, 13 0,00 - 0,70 3,20 13,70 19-1-2023

<35

<64

Projectcode: 23220163

-0,03

<35

<77

-0,02

Tabel 2: Gemeten gehalten in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming in mg/kg.ds Grondmonster Grond soort Certificaatcode Boring(en) Traject (m -mv) Humus (%ds) Lutum (%ds) Datum van toetsing METALEN Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink

MM03

MM04

Zand

Klei

2023004262 05, 07, 10, 14 0,65 - 1,50 0,90 8,40 19-1-2023 Meetw GSSD

Index

2023004325 14 0,15 - 0,50 1,40 9,40 19-1-2023 Meetw <20 <0,20 4,4 <5,0 <0,050 <10 <1,5 9,1 22

<28 (6) <0,22 8,5 <5,8 <0,045 <10 <1,1 16,4 38

-0,03 -0,04 -0,23 -0 -0,08 -0 -0,29 -0,18

<0,050

<0,035 <0,35

-0,03

<0,025

0

<20 <0,20 3,3 <5,0 <0,050 <10 <1,5 5,6 <20

<30 (6) <0,22 6,8 <5,9 <0,046 <10 <1,1 10,7 <25

-0,03 -0,05 -0,23 -0 -0,08 -0 -0,37 -0,2

AROMATISCHE VERBINDINGEN Benzeen Ethylbenzeen Tolueen Xylenen (som) Styreen (Vinylbenzeen) Naftaleen <0,050 PAK 10 VROM

<0,035 <0,35

-0,03

GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7)

<0,025

0

GSSD

BESTRIJDINGSMIDDELEN Hexachloorbenzeen (HCB) Aldrin Drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin) alfa-HCH beta-HCH Heptachloorepoxide Heptachloorepoxide (som 0.7 factor) Heptachloor Hexachloorbutadieen alfa-Endosulfan Chloordaan (cis + trans) DDT (som) DDT (som, 0.7 factor) DDE (som) DDE (som, 0.7 factor) DDD (som) DDD (som, 0.7 factor) DDT,DDE,DDD (som, 0.7 factor) Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm gamma-HCH

Projectcode: 23220163

Index

Grondmonster MM03 Grond Zand soort Certificaatcode 2023004262 Boring(en) 05, 07, 10, 14 Traject (m -mv) 0,65 - 1,50 Humus (%ds) 0,90 Lutum (%ds) 8,40 Datum van toetsing 19-1-2023 OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C5-C10 Minerale olie C10 - C40 <35 <123

8,88 >AW 8,88 2 6 8 # GSSD Index

MM04 Klei 2023004325 14 0,15 - 0,50 1,40 9,40 19-1-2023 -0,01

<35

<123

: <= Achtergrondwaarde : > Achtergrondwaarde : > Interventiewaarde : Enkele parameters ontbreken in de som : Heeft geen normwaarde : Asbest voldoet : verhoogde rapportagegrens : Gestandaardiseerde meetwaarde : (GSSD - AW) / (I - AW) - Getoetst via de BoToVa service, versie 3.1.0 -

Projectcode: 23220163

-0,01

Tabel 3: Normwaarden conform de Wet Bodembescherming AW

WO

IND

I

METALEN Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

0,6 15 40 0,15 50 1,5 35 140

1,2 35 54 0,83 210 88 39 200

4,3 190 190 4,8 530 190 100 720

13 190 190 36 530 190 100 720

AROMATISCHE VERBINDINGEN Benzeen Ethylbenzeen Tolueen Xylenen (som) Styreen (Vinylbenzeen) PAK 10 VROM

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

0,2 0,2 0,2 0,45 0,25 1,5

0,2 0,2 0,2 0,45 0,25 6,8

1 1,25 1,25 1,25 86 40

1,1 110 32 17 86 40

GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7) mg/kg ds

0,02

0,04

0,5

1

0,0085

0,027

1,4

0,015 0,001 0,002 0,002 0,0007 0,003 0,0009 0,002 0,2 0,1 0,02 0,4 0,003

0,04 0,001 0,002 0,002 0,0007

0,14 0,5 0,5 0,1 0,1

2 0,32 4 17 1,6 4 4

0,0009 0,002 0,2 0,13 0,84

0,1 0,1 1 1,3 34

4 4 1,7 2,3 34

0,04

0,5

1,2

BESTRIJDINGSMIDDELEN Hexachloorbenzeen (HCB) Aldrin Drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin) alfa-HCH beta-HCH Heptachloorepoxide Heptachloor Hexachloorbutadieen alfa-Endosulfan Chloordaan (cis + trans) DDT (som) DDE (som) DDD (som) Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm gamma-HCH

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C40 mg/kg ds

190

190

Projectcode: 23220163

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13483114/1