2023-11-29 - Bijlage 1 bijlagen bij de toelichting
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED, EENDRAGTWEG 8 (ZAAMSLAG) Bijlagen bij de toelichting
Toelichting - Bestemmingsplan Buitengebied, Eendragtweg 8 (Zaamslag) - 30
Bijlage 1. Verkennend bodemonderzoek Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag SMA, 1 februari 2023
Toelichting - Bestemmingsplan Buitengebied, Eendragtweg 8 (Zaamslag) - 31
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag Projectnummer: 23220163 1 februari 2023
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag 1 februari 2023 MTS Hof de Eendragt 23220163
ing. B.W.K. van der Veen A.N. de Vries, MSc
2001, 2002, 2018
Inhoudsopgave SAMENVATTING ......................................................................................................................................... 1 CONCLUSIES ......................................................................................................................................... 1 AANBEVELINGEN .................................................................................................................................. 1 1. INLEIDING................................................................................................................................................ 3 1.1. AANLEIDING EN DOEL ................................................................................................................... 3 1.2. REFERENTIEKADER ....................................................................................................................... 3 1.3. BETROUWBAARHEID ..................................................................................................................... 5 2. VOORONDERZOEK ................................................................................................................................ 8 2.1. ALGEMENE BODEM- EN LOCATIEGEGEVENS ............................................................................ 8 2.2.
HISTORISCHE KAARTEN, LUCHTFOTO’S EN OVERIG BEELDMATERIAAL ............................. 10 2.3. RELEVANTE BODEMDOCUMENTEN EN VERGUNNINGEN ....................................................... 10 2.4. REGIONALE BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE .............................................................. 10 2.5. INTERPRETATIE VERWACHTE MILIEUHYGIËNISCHE BODEMKWALITEIT ............................. 12 2.6. HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE ............................................................................. 13 3. VELDWERK ........................................................................................................................................... 15 3.1. VERKENNEND BODEMONDERZOEK NAAR CHEMISCHE PARAMETERS ............................... 15 3.2. VERKENNEND ONDERZOEK NAAR ASBEST ............................................................................. 15 4. ANALYTISCH ONDERZOEK ................................................................................................................. 17 4.1. VERKENNEND BODEMONDERZOEK NAAR CHEMISCHE PARAMETERS ............................... 17 4.2. VERKENNEND ONDERZOEK NAAR ASBEST ............................................................................. 19 5. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................................... 20 5.1.
CONCLUSIES ................................................................................................................................ 20 5.2. TOETSING ONDERZOEKSHYPOTHESES ................................................................................... 20 5.3. AANBEVELINGEN.......................................................................................................................... 21 ACHTERGRONDDOCUMENTEN .............................................................................................................. 22 BIJLAGE 1 OVERZICHTSKAART LIGGING ONDERZOEKSLOCATIE BIJLAGE 2 SITUATIETEKENING BIJLAGE 3 BOORBESCHRIJVINGEN EN -PROFIELEN BIJLAGE 4 TOETSINGSTABELLEN BIJLAGE 5 ANALYSERESULTATEN BIJLAGE 6 BODEMINFORMATIE, KAARTEN EN LUCHTFOTO’S BIJLAGE 7 FOTO’S
23220163
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag
Samenvatting Door MTS Hof de Eendragt is aan SMA Zeeland B.V. de opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek aan de Eendragtweg 8 te Zaamslag. Aanleiding tot dit bodemonderzoek is de bestemmingsplanwijziging van ‘Wonen’ naar ‘Agrarisch’ en de beoogde sloop van een wagenschuur met een asbesthoudend dak op de betreffende locatie. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is inzicht te verkrijgen of het voormalige, dan wel huidige gebruik van de onderhavige locatie en zijn omgeving heeft geleid tot verontreiniging van de bodem (grond en grondwater). Daarnaast zal ter hoogte van de aanwezige brandstoftank op het terrein (1 jaar in gebruik) de Nulsituatie ten behoeve van de huidige bodemkwaliteit met betrekking tot minerale olie en vluchtige aromaten worden vastgelegd. Het doel van het verkennend bodemonderzoek naar asbest is bepalen in hoeverre de verdenking van de locatie voor het voorkomen van asbest in de bodem terecht is, alsmede een uitspraak te doen over het indicatieve gehalte asbest in de bodem. Conclusies Plaatselijk is in de bovengrond een lichte overschrijding van de achtergrondwaarde gemeten van diverse metalen en PAK10. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen. In het grondwater op het algemeen terrein is een licht verhoogde concentratie xylenen boven de streefwaarde aangetoond.
Ter plaatse van de bovengrondse dieseltank zijn in de grond en het grondwater geen verhoogde gehalten voor olie gerelateerde stoffen aangetoond. In de puinverharding is zintuiglijk en analytisch geen asbest aangetoond. In de grond onder de kapotte dakgoot bij de loods met het asbesthoudend dak is eveneens geen asbest aangetoond. Aanbevelingen De op de onderzoekslocatie geconstateerde verhoogde gehalten in de grond en het grondwater geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend of nader bodemonderzoek naar chemische parameters. Uit het asbestonderzoek blijkt dat er geen verdere aanleiding is voor aanvullend of nader onderzoek naar asbest. In geval van het nuttig herbestemmen van uitkomende grond kan alsnog een onderzoek conform het Besluit bodemkwaliteit (partijkeuring op grond) nodig zijn. Dit is afhankelijk van onder andere -maar niet uitsluitend- de afzetlocatie, de partijomvang, de aangetroffen gehalten en de bodemvreemde bijmengingen. De eventuele noodzaak tot verdere keuring en mogelijkheden hiervoor kunnen in overleg
23220163
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag
1
met het bevoegd gezag Besluit bodemkwaliteit (veelal de ontvangende gemeente) en/of een milieuadviesbureau worden bepaald. Bodemvreemde lagen of bijmengingen kunnen stoffen bevatten die, bij vermenging met grond, een bodemverontreiniging kunnen veroorzaken of reeds hebben veroorzaakt. Vermenging met (bijvoorbeeld onder-, boven-, en naastgelegen) grond dient daarom voorkomen te worden.
23220163
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag
2
1. Inleiding 1.1. Aanleiding en doel Door MTS Hof de Eendragt is aan SMA Zeeland B.V. de opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek aan de Eendragtweg 8 te Zaamslag. Aanleiding tot dit bodemonderzoek is de bestemmingsplanwijziging van ‘Wonen’ naar ‘Agrarisch’ en de beoogde sloop van een wagenschuur met een asbesthoudend dak op de betreffende locatie. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is inzicht te verkrijgen of het voormalige, dan wel huidige gebruik van de onderhavige locatie en zijn omgeving heeft geleid tot verontreiniging van de bodem (grond en grondwater). Daarnaast zal ter hoogte van de aanwezige brandstoftank op het terrein (1 jaar in gebruik) de Nulsituatie ten behoeve van de huidige bodemkwaliteit met betrekking tot minerale olie en vluchtige aromaten worden vastgelegd. Het doel van het verkennend bodemonderzoek naar asbest is bepalen in hoeverre de verdenking van de locatie voor het voorkomen van asbest in de bodem terecht is, alsmede een uitspraak te doen over het indicatieve gehalte asbest in de bodem. 1.2. Referentiekader Onderzoeksopzet De onderzoeksopzet is afgeleid van de NEN 5740 en de NEN 5707 cq. NEN 5897. Het onderzoek bestaat uit: vooronderzoek, veldonderzoek, chemische analyses, interpretatie en toetsing.
Toetsingskader verkennend bodemonderzoek naar chemische parameters De voor de standaardbodem (lutum 25% en organische stof 10%) gecorrigeerde analyseresultaten van de grond worden conform de Wet bodembescherming getoetst aan de achtergrondwaarden (AW2000) en interventiewaarden. De analyseresultaten van het grondwater worden getoetst aan de streefwaarden en interventiewaarden. De achtergrondwaarden hebben betrekking op achtergrondgehalten van stoffen die van nature voorkomen, of op detectiegrenzen bij stoffen die niet van nature voorkomen. In principe is sprake van een onbeïnvloede bodemkwaliteit. De streefwaarden grondwater geven aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van verwaarloosbare risico’s voor het ecosysteem. De interventiewaarden bodemsanering geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Ze zijn representatief voor het verontreinigingsniveau waarboven sprake is van een geval van ernstige (bodem) verontreiniging. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging indien voor ten minste één stof de gemiddelde
23220163
gemeten
concentratie
van
minimaal
25
m
3
bodemvolume
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag
in
het
geval
van
3
3
grondverontreiniging, of 100 m bodemvolume in het geval van een grondwaterverontreiniging, hoger is dan de interventiewaarde. In enkele specifieke situaties kan bij gehalten onder de interventiewaarden ook sprake zijn van een geval van ernstige verontreiniging. Dit geldt voor de zogenaamde gevoelige functies: -
moestuin/volkstuin,
-
plaatsen waar vluchtige verbindingen aanwezig zijn in het grondwater in combinatie met hoge grondwaterstanden en/of in de onverzadigde bodem onder bebouwing.
Als een geval van ernstige verontreiniging is vastgesteld dan is sprake van een potentieel risico dat aanleiding geeft tot een vorm van saneren of beheren. De achtergrond-, streef- en interventiewaarden worden in het vervolg, samenvattend, toetsingswaarden genoemd. De norm voor barium in grond is tijdelijk ingetrokken. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 920 mg/kg ds (interventiewaarde barium voor een standaardbodem). Toetsingskader bodemonderzoek naar asbest Het beleid ten aanzien van asbest in de bodem is vermeld in de Circulaire Bodemsanering. Bij toetsing van het asbestgehalte in bodem wordt enkel een interventiewaarde gehanteerd. De interventiewaarde bodemsanering voor asbest en de restconcentratienorm voor asbesthoudende bulkmaterialen is vastgesteld op 100 mg/kg gewogen (gewogen betekent de concentratie serpentijnasbest vermeerderd met tien maal de concentratie amfiboolasbest).
Deze nu geldende interventiewaarde voor asbest in bodem van 100 mg/kg ds, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen serpentijn- en amfiboolasbest, is gebaseerd op het Verwaarloosbaar Risiconiveau in lucht, zoals voorgesteld door de Gezondheidsraad in 1988 en vervolgens opgenomen als streefwaarde in de beleidsnotitie asbest in het milieu uit 1991. Op materialen met een asbestconcentratie beneden genoemde norm worden het Arbeidsomstandighedenbesluit en het Asbestverwijderingsbesluit geacht niet van toepassing te zijn (bij een gehalte van 100 mg/kg ds gewogen en lager is, bij historische asbestverontreinigingen d.w.z. verontreinigingssituaties die voor 1 juli 1993 zijn ontstaan, formeel geen sprake van een asbestverontreiniging). Tijdens verkennend onderzoek is in principe geen directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk. Indien het indicatief vastgestelde asbestgehalte kleiner is dan de helft van de interventiewaarde is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de interventiewaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend.
23220163
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag
4
Toetsingskader asbestonderzoek niet-vormgegeven bouwstoffen en granulaten De regelgeving voor asbest in bodem, grond en puin(granulaat) is grotendeels vermeld in het Besluit bodemkwaliteit en het Besluit asbestwegen milieubeheer maar ook in het Arbeidsomstandighedenbesluit en het Asbestverwijderingsbesluit. In het kader van een in-situ onderzoek is meestal hoofdzakelijk het Besluit asbestwegen milieubeheer van toepassing. Het bevoegd gezag Besluit asbestwegen milieubeheer is het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M). Inspectie Leefomgeving en Transport voert, namens I&M, taken uit op het gebied van regelgeving van asbest in puin(granulaat). Het bevoegd gezag Besluit asbestwegen milieubeheer is het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (I&M). Inspectie Leefomgeving en Transport voert, namens I&M, taken uit op het gebied van regelgeving van asbest in puin(granulaat). Het Besluit asbestwegen milieubeheer is van toepassing op alle asbest bevattende wegen (gedefinieerd als wegen, paden, erfverhardingen of gedeeltes daarvan, alsmede andere grond die bestemd is om door rij- of ander verkeer te worden gebruikt) en stroken (gedefinieerd als stroken van een halve meter aan beide zijden van en direct aansluitend op wegen), met dien verstande dat: a)
het niet verboden is een asbesthoudende weg voorhanden te hebben indien het gewogen asbestgehalte ten hoogste 100 mg/kg ds is;
b)
het niet verboden is een asbesthoudende weg voorhanden te hebben indien de eigenaar heeft aangetoond dat het asbest vóór 1 juli 1993 is aangebracht én het asbest is afgeschermd door een verharding die geen asbest bevat én die voldoet aan CROW publicatie 189, uitgave januari 2005. De weg moet voldoen aan één van de volgende criteria: -
de weg heeft een duurzame afscherming van het asbest, welke bestaat uit asfalt, klinkers of beton en in een goede staat verkeert of
-
de weg heeft een duurzame afscherming van het asbest, welke afscherming bestaat uit een laag zand, grond, puingranulaat of materiaal dat een vergelijkbare afscherming biedt, waarvan de dikte ten minste 0,2 m. is.
In alle andere gevallen dient het asbest te worden verwijderd.
1.3. Betrouwbaarheid Het hier gerapporteerde bodemonderzoek is uitgevoerd op zorgvuldige wijze, in overeenstemming met de geldende richtlijnen en de gebruikelijke inzichten en methoden. SMA Zeeland B.V. beschikt over een kwaliteitsmanagementsysteem (NEN-EN-ISO 9001: 2015) en veiligheidsmanagementsysteem (VGM Checklist Aannemers) waarbinnen de kwaliteit van de werkzaamheden dusdanig wordt beheerst en gewaarborgd dat haar diensten zo goed mogelijk aan de eisen en doelstellingen van de opdrachtgever voldoen. Het veldwerk is uitgevoerd door SMA Zeeland B.V. Het milieukundige veldwerk ten behoeve van het grond- en grondwateronderzoek is uitgevoerd op basis van de richtlijnen van de BRL SIKB 2000 en conform de hierbij van toepassing zijnde protocollen. De uitvoerende partij beschikt hiertoe over het
23220163
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag
5
procescertificaat “Veldwerk voor milieuhygiënisch bodemonderzoek” op basis van de Beoordelingsrichtlijn SIKB 2000 voor de protocollen 2001, 2002, 2018. Dit procescertificaat is uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake het milieukundige veldwerk, beginnend bij de acceptatie van het veldwerk, en eindigend bij de overdracht van de veldwerkgegevens en monsters. Eventueel onderzoek aan asfaltverharding, halfverhardingen en funderingsmaterialen valt niet onder de scope van de BRL SIKB 2000. In het kader van de waarborging van de onafhankelijkheid verklaart de hierboven genoemde partij dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de in dit kader gestelde eisen van de BRL SIKB 2000 en de daarbij behorende protocollen. De laboratoriumanalyses van dit onderzoek zijn uitgevoerd door een daartoe door de Raad van Accreditatie geaccrediteerd laboratorium. Een bodemonderzoek is erop gericht met beperkte middelen vast te stellen of er bodemverontreiniging aanwezig is. Dit impliceert dat de conclusies van het bodemonderzoek slechts een beperkte reikwijdte hebben. Door beperkt aantal boringen, proefgaten, proefsleuven en analyses, betekent dit concreet dat een mogelijk aanwezige verontreiniging over het hoofd gezien kan worden.
Het bodemonderzoek garandeert derhalve nooit dat de onderzochte locatie geheel schoon is of anderszins, dat met het bodemonderzoek alle eventueel aanwezige verontreinigingen worden gedetecteerd. Verder geldt dat de resultaten van het onderhavige onderzoek een momentopname vormen van de bodemkwaliteit. Na de uitvoering en rapportage van dit onderzoek zouden activiteiten kunnen plaatsvinden die de milieuhygiënische kwaliteit van grond en grondwater op de onderzoekslocatie kunnen beïnvloeden. Voorbeelden hiervan zijn het bouwrijp maken van de locatie of het aanvoeren van grond van elders. Een andere factor kan bijvoorbeeld zijn het transport van verontreinigende stoffen via het grondwater van buiten
de
onderzoekslocatie.
Gezien
deze
overwegingen,
dienen
de
hier
gerapporteerde
onderzoeksresultaten met meer voorzichtigheid gebruikt en geïnterpreteerd te worden naarmate de tijd toeneemt die verlopen is na de uitvoering van het onderzoek. Op basis van de uit dit bodemonderzoek verkregen gegevens kan geen uitspraak worden gedaan over de daadwerkelijke aan- of afwezigheid van asbest en/of het gehalte aan asbest in lagen waarop geen specifiek veld- en analytisch onderzoek is verricht. Dit betreft met name als “onverdacht voor verontreiniging met asbest” aangemerkte lagen. Hiervoor kan (aanvullend) onderzoek plaatsvinden conform de NEN 5707 (Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond) en/of de NEN 5897 (Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Op basis van de uit dit bodemonderzoek verkregen gegevens kan in principe geen uitspraak gedaan worden over de toepassingsmogelijkheden van eventueel van de locatie af te voeren grond. Hiervoor dient onderzoek plaats te vinden conform het Besluit bodemkwaliteit.
23220163
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag
6
SMA Zeeland B.V. kan niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele schade of anderszins voor eventuele gevolgen die voortkomen uit het gebruik en de interpretatie van de in dit rapport gepresenteerde onderzoeksgegevens. Dit rapport mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd, tenzij met uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van SMA Zeeland B.V.
23220163
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag
7
2. Vooronderzoek In dit hoofdstuk wordt het voormalige, het huidige en het toekomstige bodemgebruik besproken. Dit zal leiden tot een hypothese over de mogelijke verontreinigingssituatie van de onderzoekslocatie. In NEN 5725:2017 zijn zeven mogelijke aanleidingen voor vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. In onderhavig onderzoek is of zijn de volgende generieke aanleiding(en) van toepassing: A. Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. 2.1. Algemene bodem- en locatiegegevens De algemene locatiegegevens en algemene gegevens met betrekking tot de bodem worden als volgt samengevat: De locatie heeft in het verleden altijd een agrarische bestemming gehad met bijbehorende activiteiten. Na aankoop van de locatie door opdrachtgever in 2004, is de locatie herbestemd als enkel Wonen. De aanwezige bovengrondse opslagtank voor dieselolie betreft een dubbelwandige gekeurde dieseltank welke in 2021 is geplaatst. Vanuit de informatie van de opdrachtgever is hier geen nulmeting verricht. De aanwezige grote schuur wordt overwegend gebruikt als tijdelijk onderdak voor koeien en de stalling van agrarische machinewerktuigen. De binnenzijde van de schuur is volledig verhard met een betonvloer. De kleinere schuur wordt gebruikt als werkplaats met opslag, waarvan het dak gedeeltelijk asbesthoudend is.
De afwatering geschiedt via een dakgoot welke halverwege is afgebroken(stormschade), hierdoor is 2
een verdachte druppellijn/spot aanwezig met een beperkte omvang van circa 1 m . Tabel 2.1. Overzicht algemene aspecten van de onderzoekslocatie Algemene onderzoeksaspecten
Bron(houder)
Locatiegegevens en ligging Adres en plaats
Eendragtweg 8 te Zaamslag
Kadaster
Burgerlijke gemeente
Terneuzen
Kadaster
Kadastrale gemeente
Terneuzen
Kadaster
Sectie
T
Kadaster
Nummer
1228
Kadaster
Oppervlakte (m )
4.450
SMA Zeeland B.V.
Gemiddelde hoogte (m1 t.o.v. NAP)
+1,35
AHN
Ligging op kaart
Zie bijlagen 1 en 2
Kadaster, SMA Zeeland B.V.
Gedeeltelijk verhard met
Opdrachtgever
doorgroeiblokken, betonvloer en
SMA Zeeland B.V.
2
Kadaster
Bodemopbouw Verhardingen
puinverharding
23220163
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag
8
Algemene onderzoeksaspecten
Bron(houder)
Antropogene lagen
Niet bekend
Opdrachtgever
Dempingen
Niet bekend
Provincie Zeeland (Geoloket of Bodem Informatie Systeem, BIS) Kadaster
Grondwaterbeheersplan
Niet gezoneerd
Waterschap Scheldestromen
Geohydrologie
Zie § 2.4
DINOloket
Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit Zonering bodemkwaliteitskaart
Nota bodembeheer
(BKK)
gemeente Terneuzen
BKK klasse bovengrond
Nota bodembeheer
BKK klasse ondergrond
Nota bodembeheer
BKK functieklasse
Nota bodembeheer
BKK Toepassingseis PFAS
Nota bodembeheer
Boomgaardenkaart (periode)
Zie bijlage 6
’t Zeeuws bodemvenster (Provincie Zeeland)
Aandachtsgebied lood
’t Zeeuws bodemvenster
Aandachtsgebied arseen in
Provincie Zeeland (Geoloket)
grondwater Asbestkansenkaart
Provincie Zeeland (BIS)
Voormalig stortplaats bekend Opslagtanks bekend
Provincie Zeeland (Geoloket of BIS) Ja, een dubbelwandige dieseltank, circa
Opdrachtgever
1 jaar oud. Geval van ernstige
Nee
Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)
Wbb-beschikkingen bekend
Nee
Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)
Bodemdocumenten bekend
Nee
Gemeente (BIS)
bodemverontreiniging bekend
Provincie Zeeland (Geoloket of BIS) Gebruik en beïnvloeding van de locatie Voormalig gebruik
Agrarisch / wonen
Opdrachtgever
Huidig gebruik
Wonen / agrarisch
Opdrachtgever SMA Zeeland B.V.
Toekomstig gebruik
Agrarisch/ wonen
Opdrachtgever
Geplande werkzaamheden
Sloop van schuur met asbesthoudend
Opdrachtgever
dak Aard bebouwing
Woning, grote- en kleine schuur
Kadaster, BAG
Periode bebouwing
Woning 1850, grote schuur 1900 en
Kadaster, BAG
kleine schuur 1972 Bedrijventerrein
23220163
Nee
Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag
9
Algemene onderzoeksaspecten Calamiteiten bekend
Bron(houder) Nee
Opdrachtgever Gemeente (BIS) RUD Zeeland (BIS)
Bodembedreigende activiteiten
Nee
Opdrachtgever
bekend (anders dan bovenstaand)
SMA Zeeland B.V. Gemeente (BIS) RUD Zeeland (BIS)
Relevante vergunningen
Nee
Gemeente (BIS)
beschikbaar
RUD Zeeland
Toepassing asbestverdachte
Asbesthoudend dak wagenschuur
Opdrachtgever
materialen
(dakgoot gedeeltelijk kapot), verder
SMA Zeeland B.V.
mogelijk in puinverharding.
Gemeente (BIS) RUD Zeeland (BIS)
Terreinverkenning Bijzonderheden
Geen
SMA Zeeland B.V.
2.2. Historische kaarten, luchtfoto’s en overig beeldmateriaal Uit historische kaarten (bronhouder: Kadaster) en luchtfoto’s (bronhouder: Provincie Zeeland (Geoloket)) kan worden opgemaakt dat de locatie omstreeks 1850 al is gelegen in agrarisch gebied. Op basis van het interpreteren van oude landkaarten kan worden aangenomen dat rond 1900 de locatie al een agrarische functie vervult. Zie verder Bijlage 6. 2.3. Relevante bodemdocumenten en vergunningen Tot de huidige onderzoekslocatie en zijn directe omgeving zijn geen relevante bodemdocumenten aangetroffen. Bij afwezigheid van één of meer relevante bodemdocumenten wordt voor de hypothesevorming teruggevallen op de beschikbare gegevens met betrekking tot de algemene bodemkwaliteit, namelijk de bodemkwaliteitskaart en eventuele voormalige bodembedreigende activiteiten. 2.4. Regionale bodemopbouw en geohydrologie Op basis van in de nabijheid van de onderzoekslocatie gelegen boringen en daarvan afgeleid kaartmateriaal, afkomstig van onder andere TNO en de voormalige RGD (bronhouder: DINOloket), is het onderstaande
vereenvoudigde
bodemmodel
geformuleerd.
De
werkelijke
bodemopbouw
en
grondwaterstand ter plaatse van de onderzoekslocatie kan hiervan afwijken.
23220163
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag
10
Figuur 1. Gemodelleerde bodemopbouw tot 5 m-mv.
23220163
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag
11
2.5. Interpretatie verwachte milieuhygiënische bodemkwaliteit In NEN 5725:2017 zijn per generieke aanleiding zoals benoemd in het begin van dit hoofdstuk, diverse te beantwoorden onderzoeksvragen geformuleerd. Na het verkrijgen van de gegevens beschreven in voorgaande paragrafen dienen in onderhavig onderzoek nog de volgende vragen te worden beantwoord om een onderzoekshypothese te vormen: A. Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende?
De horizontale begrenzingen van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in Bijlage 2. Het grondonderzoek beperkt zich tot een maximale diepte van 2,0 m-mv. Het grondwateronderzoek beperkt zich tot een diepte van 1,5 m- de grondwaterstand die tijdens het veldwerk zal worden aangetroffen.
Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn verdachte parameters?
Vermoedelijk is sprake van diffuse, antropogene bodembelasting met heterogene verdeling op schaal van monstername als gevolg van het jarenlange gebruik van de locatie. Concrete puntbronnen zijn niet aan te wijzen. De risicostoffen betreffen de parameters uit het standaardpakket voor landbodem.
Een diesel opslagtank, welke in 2021 is geplaatst, kan mogelijkerwijs een puntbron van bodemverontreiniging vormen. De nulsituatie zal worden vastgelegd. Hierbij worden de grond- en het grondwater onderzocht op minerale olie en de vluchtige aromaten BTEXNS (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen).
Is de bodem asbestverdacht?
De puinverharding is asbestverdacht. De grond onder de kapotte dakgoot van het asbesthoudend dak wordt gezien als asbest verdacht in grond.
De grond op de rest van de locatie is niet asbestverdacht. Indien tijdens de veldwerkzaamheden asbestverdachte materialen of asbestverdachte bijmengingen (puin, beton of afval) in de bodem worden aangetroffen, dient wel te worden uitgegaan van een locatie verdacht voor bodemverontreiniging met asbest.
Wat is de bodemopbouw en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich?
De bodemopbouw kan op voorhand niet met zekerheid worden bepaald. In Zeeland worden zand en klei doorgaans in afwisselende mate en opbouw in de deklaag gevonden, waarbij vanaf 1,5 mmv soms ook veenlagen worden aangetroffen. Dit is sterk afhankelijk van de precieze
23220163
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag
12
onderzoekslocatie en historische, natuurlijke en antropogene processen welke de huidige Zeeuwse Delta hebben gecreëerd. Vermoedelijk is er wel een verschil in milieuhygiënische kwaliteit tussen de boven- en ondergrond als gevolg van (vaak historische) antropogene activiteiten. Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving op de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar?
Als gevolg van natuurlijke bodemprocessen worden arseen, barium, chroom en molybdeen in Zeeland regelmatig in van nature verhoogde concentraties aangetroffen in het freatische grondwater. In de grond zijn dan niet altijd verhoogde gehalten aantoonbaar en concentraties kunnen fluctueren. Voor barium en chroom geldt dat de natuurlijke achtergrondconcentraties in brak grondwater doorgaans wat hoger zijn dan in zoet grondwater (RIVM briefrapport 20170125).
Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Motiveer het antwoord.
Veld- en analytisch onderzoek is noodzakelijk. De beschikbare gegevens geven te weinig concrete informatie over de huidige milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (bovengrond, ondergrond en grondwater) op de locatie.
Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek (inclusief de indeling van de onderzoekslocatie in deellocaties met verschillende hypotheses over de aard en verdeling van de verontreinigende stoffen)?
Zie § 2.6.
2.6. Hypothese en onderzoeksstrategie Op basis van het vooronderzoek zijn de volgende (gestandaardiseerde) onderzoekshypotheses geformuleerd waarbij in voorkomende gevallen onderscheid is gemaakt tussen separaat te onderzoeken deellocaties. Er wordt tevens onderscheid gemaakt tussen de verwachte bodemverontreinigingssituatie met betrekking tot chemische parameters en de verwachte verontreinigingssituatie met betrekking tot asbest. Tabel 2.2. Hypothese en bijbehorende strategie voor vervolgonderzoek naar chemische parameters Bodemcompartiment /
Hypothese (NEN 5725)
Analyseparameters
traject
Strategie (NEN 5740)
Gehele locatie Bovengrond
verdachte locatie, diffuse
standaard parameters voor
bodembelasting en heterogene
landbodem (pakket A) + OCB
VED-HE-NL
verdeling op schaal van monsterneming Ondergrond
23220163
onverdachte, kleinschalige locatie
pakket A
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag
ONV-NL
13
Bodemcompartiment /
Hypothese (NEN 5725)
Analyseparameters
Strategie
traject
(NEN 5740)
Grondwater
onverdachte, kleinschalige locatie
standaard parameters voor
maar met mogelijk van nature
grondwater (pakket B), As, Cr
VED-HE-NL
verhoogde concentraties arseen, chroom, barium en/of molybdeen Bovengrondse dieseltank Grond
verdachte locatie, plaatselijke
tankstationpakket
VEP
tankstationpakket
VEP
bodembelasting en een duidelijke kern, geen ondergrondse opslagtank Grondwater
verdachte locatie, plaatselijke bodembelasting en een duidelijke kern, ondergrondse opslagtank(s)
pakket A:
standaardpakket onderzoek landbodem: barium, cadmium, kobalt, koper, lood, nikkel, zink, kwik, molybdeen, PCB7, PAK10 (VROM), minerale olie (GC), percentages lutum en organische stof;
pakket B:
standaardpakket grondwater: barium, cadmium, kobalt, koper, lood, nikkel, zink, kwik, molybdeen, vluchtige aromaten (BTEXSN), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOCl), minerale olie;
Tankstationpakket: minerale olie, BTEXNS (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen, styreen); As, Cr:
arseen, chroom;
OCB:
organochloorbestrijdingsmiddelen.
Tabel 2.3. Hypothese en bijbehorende strategie voor vervolgonderzoek naar asbest Bodemcompartiment /
Hypothese (NEN 5725)
traject
Strategie* (NEN 5707 cq. 5897)
Puinverharding
verdachte halfverharding, diffuse belasting met heterogene
VED-HE-NL
verdeling op schaal van monsterneming Grond onder kapotte
verdachte toplaag, diffuse bodembelasting en heterogene
dakgoot
verdeling op schaal van monsterneming
Grond overig terrein
onverdachte, kleinschalige locatie
Maatwerk**
ONV-NL
*op basis van NEN 5707 is er in geval van een voor bodemverontreiniging met asbest onverdachte locatie geen verplichting tot vervolgonderzoek in de vorm van veld- en analytisch onderzoek, tenzij op basis van voortschrijdend inzicht de hypothese van een asbest-onverdachte locatie dient te worden gewijzigd. Ook een vervolgonderzoek naar asbest in niet-vormgegeven bouwstoffen volgens NEN 5897 in de vorm van veld- en analytisch onderzoek is niet van toepassing in geval van (op basis van NEN 5725) asbest-onverdachte, nietvormgegeven bouwstoffen. ** er is een monster genomen van de toplaag om deze te analyseren op asbest in grond.
Een beschrijving van de veldwerkzaamheden en de resultaten daarvan, volgt in hoofdstuk 3.
23220163
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag
14
3. Veldwerk In dit hoofdstuk worden de uitvoering en de resultaten van het veldwerk besproken. 3.1. Verkennend bodemonderzoek naar chemische parameters Het veldwerk is op 11 januari 2023 uitgevoerd door de erkende veldwerker G. de Feijter met assistentie van B.W.K. van der Veen conform de in paragraaf 2.6 vermelde onderzoeksstrategie. De boorlocaties zijn weergegeven in de situatietekening in Bijlage 2. De boringen zijn verdeeld geplaatst op de onderzoeklocatie. Van het opgeboorde bodemmateriaal is per halve meter en/of per (zintuiglijk afwijkende) bodemlaag een monster genomen. Ter plaatse van boring 103 is van de meest verdachte bodemlaag een steekbusmonster genomen. Dit voorkomt het verdampen van vluchtige verbindingen bij monstername. Voor gedetailleerde informatie met betrekking tot de bodemopbouw en de eventuele aanwezigheid van bodemvreemde bijmengingen wordt verwezen naar de veldwerkgegevens in Bijlage 3. De algemene bevindingen zijn: Uit veldwaarnemingen blijkt dat de bodem tot gemiddeld 0,5 m-mv bestaat uit zandige klei en hieronder, tot 2,50 m- mv (maximale boordiepte) uit siltig zand. De grondwaterstand is tijdens het veldwerk bepaald op 1,0 m-mv. Het grondwater is bemonsterd op 19 januari 2023 door de hiertoe erkende veldwerker S. Ram. In peilbuis 102 is een grondwaterstijghoogte gemeten van 0,9 m-mv.
In peilbuis 14 is een grondwaterstijghoogte gemeten van 1,0 m-mv. Tijdens de bemonstering van het grondwater zijn geen afwijkingen geconstateerd. De bepalingen van de grondwaterstijghoogte, zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (EC) en de troebelheid van het grondwater (zie Bijlage 4B) geven geen aanleiding de analysestrategie te wijzigen. 3.2. Verkennend onderzoek naar asbest Het veldwerk is op 11 januari 2023 uitgevoerd door de hiertoe erkende veldmedewerker G. de Feijter met assistentie van B.W.K. van der Veen conform de in paragraaf 2.6 vermelde onderzoeksstrategie. De volgende werkzaamheden hebben plaatsgevonden: Visuele inspectie van het maaiveld Hierbij is het maaiveld van het gehele onderzoeksterrein, zowel in de lengte als daarna nogmaals in de breedte, per strook van 1,5 m breedte afgelopen en visueel onderzocht op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Deze zijn niet aangetroffen.
23220163
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag
15
Visuele inspectie ontgraven en opgeboorde materiaal Ruimtelijk verdeeld over het onderzoeksterrein zijn in totaal 7 proefgaten gegraven van 0,3 x 0,3 m danwel ø 0,35 m zoals hieronder weergegeven. De locaties van de proefgaten zijn zoveel mogelijk gecombineerd met de locaties van bovengenoemde boringen van het bodemonderzoek naar chemische parameters: Het uitgegraven materiaal uit de proefgaten is gezeefd (maaswijdte 20 mm) danwel uitgespreid in lagen van maximaal 2 cm en visueel geïnspecteerd op het voorkomen van grove asbestverdachte materialen (stukken groter dan 20 mm). In het opgegraven materiaal werd geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De lagen uit de boring (ø12 cm) zijn eveneens uitgespreid in lagen van maximaal 2 cm en visueel geïnspecteerd op asbestverdachte materialen. In het opgeboorde materiaal werd geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Samenstelling analysemonsters Wanneer grove asbestverdachte materialen zijn waargenomen, is per laag en per proefgat een verzamelmonster ter analyse op asbest aangeboden aan het laboratorium. Na het verwijderen van de grove delen bodemvreemde bijmengingen (delen groter dan 20 mm) zijn in het veld, van de overblijvende fijne fracties representatieve analysemonsters samengesteld en ter analyse op asbest aangeboden aan het laboratorium. Zie het volgende hoofdstuk. De veldwerkgegevens zijn opgenomen in Bijlage 3.
23220163
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag
16
4. Analytisch onderzoek In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de keuze van de geanalyseerde monsters en de parameters waarop deze zijn geanalyseerd. Vervolgens worden de analyseresultaten gepresenteerd evenals de eventuele overschrijdingen van de toetsingswaarden. De analyserapporten van het laboratorium zijn opgenomen in Bijlage 5. 4.1. Verkennend bodemonderzoek naar chemische parameters Analysestrategie Hieronder is tabelgewijs weergegeven welke monsters ter analyse zijn ingezet. Ook is weergegeven op welke parameters is geanalyseerd. Tabel 4.1 Inzet grond(meng)monsters ter analyse (Meng)
Boring + traject
monsters
(m-mv)
Grondsoort
Reden analyse
Analyse (parameters)
Gehele locatie MM01
16 (0,00 - 0,50)
Klei
MM02
01, 05 (0,00 - 0,50)
Klei
Bovengrond, zwak grindhoudend,
pakket A + OCB
sporen kolengruis Bovengrond, sporen baksteen, zwak
12 (0,20 - 0,70)
pakket A + OCB
grindhoudend
13 (0,15 - 0,65) MM03
05, 14 (1,00 - 1,50)
Zand
07 (0,65 - 1,00)
Ondergrond, algemene kwaliteit,
pakket A
zintuiglijk schoon
10 (0,75 - 1,25) MM04
14 (0,15 - 0,50)
Klei
Zintuiglijk schone grondlaag onder
pakket A
volledig kolengruishoudende laag Bovengrondse dieseltank GM01
103 (0,22 - 0,42)
Zand
Steekbus eerste contactlaag
tankstationpakket
Tabel 4.2 Inzet grondwatermonsters ter analyse (Meng)
Peilbuis
Filterdiepte (m -mv)
Reden analyse
monsters
Analyse (parameters)
Gehele locatie 14-1-1
14
1,50 - 2,50
algemene kwaliteit
pakket B
1,50 - 2,50
nulsituatie-meting
Tankstationpakket
Bovengrondse dieseltank 102-1-1
23220163
102
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag
17
Analyseresultaten De resultaten van de toetsing van de analyseresultaten aan het toetsingskader uit de Wet bodembescherming zijn weergegeven in de onderstaande tabel(len). Hierin wordt per stof of stofgroep een index tussen haakjes weergegeven. Wanneer in het monster geen gehalten groter dan de toetsingswaarde zijn gevonden, wordt een streepje “-“ getoond. De index tussen haakjes geeft het volgende aan:
index (-): gehalte groter dan de generieke achtergrond-/streefwaarde, maar index ≤ 0,01;
index > 0,00 en ≤ 1,00: gehalte groter dan de generieke achtergrond-/streefwaarde, maar kleiner
index > 1,00: gehalte groter de interventiewaarde.
dan de interventiewaarde; De toetsingstabellen, waarin de getoetste analyseresultaten zijn opgenomen, zijn vermeld in Bijlage 4. Tabel 4.3 Overschrijdingstabel analyseresultaten grond(meng)monsters aan Wbb (Meng)
Boring + traject
> Achtergrondwaarde
> Interventiewaarde
monsters
(m-mv)
(0 < index <= 1,0)
(index > 1)
Koper (0,16)
-
Gehele locatie MM01
16 (0,00 - 0,50)
Zink (0,02) Kwik (-) Lood (0,05) PAK 10 VROM (0,04) MM02
01,05 (0,00 - 0,50)
-
-
-
-
-
-
-
-
12 (0,20 - 0,70) 13 (0,15 - 0,65) MM03
05, 14 (1,00 - 1,50) 07 (0,65 - 1,00) 10 (0,75 - 1,25)
MM04
14 (0,15 - 0,50)
Bovengrondse dieseltank GM01
103 (0,22 - 0,42)
Tabel 4.4 Overschrijdingstabel analyseresultaten grondwatermonsters aan Wbb Monster
Peilbuis
Filterdiepte
> Streefwaarde
> Interventiewaarde
(m -mv)
(0 < index <= 1,0)
(index > 1)
1,50 - 2,50
Xylenen (som) (-)
-
1,50 - 2,50
-
-
Gehele locatie 14-1-1
14
Bovengrondse dieseltank 102-1-1
23220163
102
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag
18
4.2. Verkennend onderzoek naar asbest Er is in het veld- en laboratoriumonderzoek geen asbest aangetroffen. Daarom is geen berekening gemaakt van het gewogen asbestgehalte en naderonderzoek overbodig.
23220163
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag
19
5. Conclusies en Aanbevelingen In dit hoofdstuk wordt de verontreinigingssituatie beschreven op basis van de onderzoeksresultaten. Vervolgens wordt deze getoetst aan de hypothese. Tenslotte wordt de conclusie van het onderzoek weergegeven. 5.1. Conclusies Plaatselijk is in de bovengrond een lichte overschrijding van de achtergrondwaarde gemeten van diverse metalen en PAK10. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetroffen. In het grondwater op het algemeen terrein is een licht verhoogde concentratie xylenen boven de streefwaarde aangetoond. Ter plaatse van de bovengrondse dieseltank zijn in de grond en het grondwater geen verhoogde gehalten voor olie gerelateerde stoffen aangetoond. In de puinverharding is zintuiglijk en analytisch geen asbest aangetoond. In de grond onder de kapotte dakgoot bij de loods met het asbesthoudend dak is eveneens geen asbest aangetoond. 5.2. Toetsing onderzoekshypotheses In het vooronderzoek zijn onderzoekshypotheses geformuleerd op basis waarvan de gebruikte veldwerken analysestrategieën zijn opgesteld. Hieronder is aangegeven in hoeverre deze hypotheses verworpen kunnen worden op basis van de overige onderzoeksresultaten. Eventuele gevolgen voor het vervolgtraject zijn hieronder in Aanbevelingen aangegeven. Gehele locatie Voor het onderzoek naar chemische parameters is uitgegaan van de hypotheses:
Bovengrond: verdacht voor bodemverontreiniging met diverse stoffen. Deze hypothese dient
Ondergrond: onverdacht voor bodemverontreiniging met diverse stoffen. Deze hypothese kan
Grondwater: onverdacht voor bodemverontreiniging met mogelijk van nature verhoogde
worden aangenomen. worden aangenomen. concentraties arseen, chroom, barium en/of molybdeen. Deze hypothese dient te worden verworpen. Voor het onderzoek naar asbest is uitgegaan van de hypothese(s):
Puinverharding: verdacht voor verontreiniging met asbest. Deze hypothese kan worden verworpen.
Grond onder kapotte dakgoot: verdacht voor verontreiniging met asbest. Deze hypothese kan worden verworpen.
23220163
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag
20
Grond overig terrein: onverdacht voor verontreiniging met asbest. Er is daarom geen gericht veldof analytisch onderzoek naar asbest in deze laag uitgevoerd. Deze hypothese kan worden gehandhaafd.
Bovengrondse dieseltank Voor het onderzoek naar chemische parameters is uitgegaan van de hypotheses:
Grond: verdacht voor bodemverontreiniging met oliegerelateerde stoffen. Deze hypothese kan worden verworpen.
Grondwater: verdacht voor bodemverontreiniging met diverse stoffen. Deze hypothese kan worden verworpen.
5.3. Aanbevelingen De op de onderzoekslocatie geconstateerde verhoogde gehalten in de grond en het grondwater geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend of nader bodemonderzoek naar chemische parameters. Uit het asbestonderzoek blijkt dat er geen verdere aanleiding is voor aanvullend of nader onderzoek naar asbest. In geval van het nuttig herbestemmen van uitkomende grond kan alsnog een onderzoek conform het Besluit bodemkwaliteit (partijkeuring op grond) nodig zijn. Dit is afhankelijk van onder andere -maar niet uitsluitend- de afzetlocatie, de partijomvang, de aangetroffen gehalten en de bodemvreemde bijmengingen. De eventuele noodzaak tot verdere keuring en mogelijkheden hiervoor kunnen in overleg met het bevoegd gezag Besluit bodemkwaliteit (veelal de ontvangende gemeente) en/of een milieuadviesbureau worden bepaald. Bodemvreemde lagen of bijmengingen kunnen stoffen bevatten die, bij vermenging met grond, een bodemverontreiniging kunnen veroorzaken of reeds hebben veroorzaakt. Vermenging met (bijvoorbeeld onder-, boven-, en naastgelegen) grond dient daarom voorkomen te worden.
23220163
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag
21
Achtergronddocumenten Onderstaande documenten vormen de basis voor divers milieuhygiënisch onderzoek op, aan en in bodem en bouwstoffen in Nederland. Wet- en regelgeving (vigerende versies op wetten.overheid.nl) 1.
Wet bodembescherming
2.
Circulaire Bodemsanering 2013
3.
Besluit Bodemkwaliteit
4.
Regeling Bodemkwaliteit
5.
Besluit asbestwegen milieubeheer
6.
Regeling nadere voorschriften asbestwegen milieubeheer
7.
Besluit Uniforme Saneringen
8.
Regeling Uniforme Saneringen
Normdocumenten 9.
Nederlands
Normalisatie
Instituut,
NEN
5707:2015/C2:2017,
Bodem
–
Inspectie
en
monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, ICS 13.080.01, Delft, augustus 2015 10. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5717:2017, Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, ICS 13.080.05, Delft, december 2017 11. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5720:2017, Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch onderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van waterbodem en baggerspecie, ICS 13.080.05, Delft, 1 december 2017 12. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5725:2017, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, ICS 13.080.01; 13.080.05, Delft, oktober 2017 13. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5740:2009/A1:2016, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, ICS 13.080.05, Delft, januari 2009
23220163
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag
22
14. Nederlands Normalisatie Instituut, NEN 5897:2015/C2:2017, Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat, ICS 13.030.30, Delft, augustus 2015 15. Nederlands Normalisatie Instituut, NTA 5755:2010, Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek - Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging, ICS 13.080.05, Delft, juli 2010 Richtlijnen en protocollen 16. Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Richtlijnen en protocollen bodembeheer, www.sikb.nl/bodembeheer/richtlijnen 17. CROW, Publicatie 210, Richtlijn omgaan met vrijgekomen asfalt - Selectief verwijderen van teervrij en teerhoudend asfalt, ISBN 978 90 6628 655 9, Ede, juni 2015 18. Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Den Haag, 13 december 2021
23220163
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag
23
Bijlage 1 Overzichtskaart ligging onderzoekslocatie
Schaal: 1:25.000
23220163
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag
Bijlage 1
Bijlage 2 Situatietekening
23220163
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag
Bijlage 2
Meetpunten Boringen (m-mv) 0,5 1 2 Peilbuis Gaten & sleuven Gaten Gaten met boring Contouren Onderzoekslocatie Bovengrondse brandstoftank
Projectnummer: 23220163
Tekenaar:
svuden
Locatie:
Eendragtweg 8 te Zaamslag
Tekeningnr:
RAP01
Onderdeel:
Verkennend bodemonderzoek
Papierformaat: A3
Verharding Perceelgrens
Opdrachtgever: MTS Hof de Eendracht
Datum:
31-01-2023
Bijlage 3 Boorbeschrijvingen en -profielen
23220163
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag
Bijlage 3
Meetpunt:
01
Meetpunt:
02
Veldwerker:
Gilian De Feijter
Veldwerker:
Gilian De Feijter
Datum:
11-1-2023
Datum:
11-1-2023
X:
51111,03
X:
51126,32
Y:
374533,37
Y:
374540,11
Z (mv + NAP):
1.4884
Z (mv + NAP):
1.3581
0
0
Klei, sterk zandig, matig humeus, sporen roest, donkerbruin
1
1 30
100 50
100
2
Meetpunt:
03
Meetpunt:
04
Veldwerker:
Gilian De Feijter
Veldwerker:
Gilian De Feijter
Datum:
11-1-2023
Datum:
11-1-2023
X:
51143,76
X:
51157,53
Y:
374535,54
Y:
374548,21
Z (mv + NAP):
1.4772
Z (mv + NAP):
1.5081
0 10
1
20
Neutraal grijszwart, Asfalgranulaat met klei.
2
100
Kunstof Doorgroeiblokken
150
Klei, matig zandig, neutraalgrijs
50
Klei, sterk zandig, zwak humeus, resten asfalt, neutraal grijsbruin Klei, matig zandig, neutraal bruingrijs
0
1
15
2 50
100
Neutraal, Asfaltgranulaat Volledig grind, matig zandhoudend, neutraal grijsbruin Klei, sterk zandig, sporen roest, neutraal grijsbruin
70
3 100
Meetpunt:
05
Meetpunt:
06
Veldwerker:
Gilian De Feijter
Veldwerker:
Gilian De Feijter
Datum:
11-1-2023
Datum:
11-1-2023
X:
51174,32
X:
51177,06
Y:
374537,36
Y:
374522,81
Z (mv + NAP):
1.4749
Z (mv + NAP):
0.9672
0
0
Klei, sterk zandig, matig humeus, sporen baksteen, donkerbruin
1
Volledig puin, neutraal grijsbruin, Metselpuin, baksteen, betonbrokken.
1 40
50
50
100
Zand, sterk siltig, sporen roest, neutraal grijsbruin
2
Zand, sterk siltig, sporen roest, lichtgrijs
2 90
50 3 150
0
Zand, sterk siltig, neutraalgrijs 4 -50
200
Projectcode: 23220163 Projectnaam: Eendragtweg 8 te Zaamslag
Meetpunt:
07
Meetpunt:
08
Veldwerker:
Gilian De Feijter
Veldwerker:
Gilian De Feijter
Datum:
11-1-2023
Datum:
11-1-2023
X:
51184,08
X:
51172,90
Y:
374512,84
Y:
374518,31
Z (mv + NAP):
1.1503
Z (mv + NAP):
0.9472
0
0
Volledig puin, neutraal grijsbruin, Metselpuin, baksteen, betonbrokken, klinkers, tegels.
100 1
50
Volledig puin, neutraal grijsbruin, 50% > 20mm. Metselpuin, baksteen, beton, grind, dakpan.
1
65
50
75
Zand, sterk siltig, sporen roest, lichtgrijs
3
0
100
0 4
Zand, sterk siltig, sporen roest, licht bruingrijs
2
Zand, sterk siltig, sporen roest, neutraal grijsbruin
125
150
Zand, sterk siltig, neutraalgrijs
-50 5 200
Meetpunt:
09
Meetpunt:
10
Veldwerker:
Gilian De Feijter
Veldwerker:
Gilian De Feijter
Datum:
11-1-2023
Datum:
11-1-2023
X:
51171,38
X:
51163,19
Y:
374508,96
Y:
374500,29
Z (mv + NAP):
0.9188
Z (mv + NAP):
0.8568
0
0
Volledig puin, neutraal grijsbruin, Metselpuin, baksteen, betonbrokken, ijzer.
1 50
Volledig puin, neutraal grijsbruin, 65% > 20mm. Metselpuin, baksteen, beton, grind, aardewerk.
1 50 50
2 0
2
70
75
Zand, sterk siltig, sporen roest, lichtgrijs
3
0
Zand, sterk siltig, sporen roest, licht bruingrijs Zand, sterk siltig, resten planten, neutraalgrijs
3
120
-50 4
-100
5 200
Meetpunt:
11
Meetpunt:
12
Veldwerker:
Gilian De Feijter
Veldwerker:
Gilian De Feijter
Datum:
11-1-2023
Datum:
11-1-2023
X:
51152,11
X:
51157,15
Y:
374501,35
Y:
374508,69
Z (mv + NAP):
1.1341
Z (mv + NAP):
0.7519
0
100 1 50
0
Zand, matig siltig, brokken asfalt, zwak baksteenhoudend, resten natuursteen, neutraal bruingrijs, 25% > 20mm. Klei, sterk zandig, sporen roest, neutraal grijsbruin
50 2 100
Projectcode: 23220163 Projectnaam: Eendragtweg 8 te Zaamslag
1
20
50 2 70
Volledig puin, neutraal grijsbruin, 40% > 20mm. Metselpuin, baksteen, beton, grind, aardewerk. Klei, matig zandig, sporen roest, neutraal grijsbruin
Meetpunt:
13
Meetpunt:
14
Veldwerker:
Gilian De Feijter
Veldwerker:
Gilian De Feijter
Datum:
11-1-2023
Datum:
11-1-2023
X:
51141,30
X:
51128,18
Y:
374493,25
Y:
374521,78
Z (mv + NAP):
1.1512
Z (mv + NAP):
0.9641
0
1
100
15
Klei, matig zandig, sporen roest, zwak grindhoudend, neutraal grijsbruin
2
1 2
Neutraalzwart, Asfaltgranulaat.
0 10 15
Volledig kolengruis, neutraal
3 50
50
65
4 0
Neutraalzwart, Asfaltgranulaat.
Klei, matig zandig, sporen roest, zwak grindhoudend, licht bruingrijs Zand, sterk siltig, sporen roest, licht grijsbruin
100
Zand, sterk siltig, neutraalgrijs 5 -50 6 -100
200
Zand, matig siltig, neutraalgrijs 7 -150
250
Meetpunt:
15
Meetpunt:
16
Veldwerker:
Gilian De Feijter
Veldwerker:
Gilian De Feijter
Datum:
11-1-2023
Datum:
11-1-2023
X:
51135,91
X:
51131,11
Y:
374506,20
Y:
374488,99
Z (mv + NAP):
1.1072
Z (mv + NAP):
1.1288
0
100
1
20
Zand, sterk siltig, sporen roest, zwak grindhoudend, licht bruingrijs
2 50
0
Neutraalzwart, Asfaltgranulaat.
70
Projectcode: 23220163 Projectnaam: Eendragtweg 8 te Zaamslag
Klei, matig zandig, matig humeus, zwak grindhoudend, sporen kolengruis, sporen roest, donkerbruin
100 1 50
Meetpunt:
17
Meetpunt:
101
Veldwerker:
Gilian De Feijter
Veldwerker:
Gilian De Feijter
Datum:
11-1-2023
Datum:
11-1-2023
X:
51118,96
X:
51166,18
Y:
374520,28
Y:
374531,85
Z (mv + NAP):
1.2927 0
1
100
Volledig beton 30
-50 Klei, sterk zandig, sporen roest, neutraal bruingrijs
2
Zand, sterk siltig, sporen roest, neutraal grijsbruin
2
50
50
0
0 Klei, sterk zandig, matig humeus, donkerbruin
1 80
100
Zand, uiterst siltig, sporen roest, neutraal grijsbruin
3
0
150
Zand, uiterst siltig, neutraal bruingrijs
4
-50
200
Meetpunt:
102
Meetpunt:
103
Veldwerker:
Gilian De Feijter
Veldwerker:
Gilian De Feijter
Datum:
11-1-2023
Datum:
11-1-2023
X:
51167,06
X:
51165,58
Y:
374530,06
Y:
374528,32
0
0
0
0 Volledig beton
Volledig beton 22
29
1 -50
6
50
Zand, sterk siltig, sporen roest, sporen baksteen, neutraal grijsbruin Zand, sterk siltig, sporen roest, neutraal grijsbruin
2 -100 3 150
-150
Zand, matig siltig, neutraalgrijs 4 -200 5 -250
250
Projectcode: 23220163 Projectnaam: Eendragtweg 8 te Zaamslag
Zand, sterk siltig, sporen roest, neutraal grijsbruin
2 -50
1 72
Legenda (conform NEN 5104)
grind
klei Grind, siltig
geur Klei, zwak siltig
geen geur zwakke geur
Grind, zwak zandig
matige geur
Klei, matig siltig
sterke geur Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
matige olie-water reactie sterke olie-water reactie
Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10
Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000 Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
Zand, uiterst siltig
>10000
monsters
geroerd monster
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus volumering
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water
peilbuis
blinde buis
casing
hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting
grind afdichting filter
Bijlage 4 Toetsingstabellen Bijlage 4A Grond, Wet bodembescherming Bijlage 4B Grondwater chemisch, Wet bodembescherming
23220163
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag
Bijlage 4
Bijlage 4A Grond, Wet bodembescherming
23220163
Sagro Milieu Advies Zeeland B.V.
Eindrapport verkennend bodemonderzoek Eendragtweg 8 te Zaamslag
Bijlage 4
Tabel 1: Gemeten gehalten in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming in mg/kg.ds Grondmonster Grond soort Certificaatcode Boring(en) Traject (m -mv) Humus (%ds) Lutum (%ds) Datum van toetsing
GM01
MM01
MM02
Zand
Klei
Klei
2023004264 103 0,22 - 0,42 1,10 14,50 19-1-2023 Meetw
2023004270 16 0,00 - 0,50 3,80 15,80 19-1-2023 Meetw
2023004270 01, 05, 12, 13 0,00 - 0,70 3,20 13,70 19-1-2023 Meetw GSSD
GSSD
Index
METALEN Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink AROMATISCHE VERBINDINGEN Benzeen <0,050 Ethylbenzeen <0,050 Tolueen <0,050 Xylenen (som) Styreen (Vinylbenzeen) <0,050 Naftaleen <0,010 PAK 10 VROM
<0,175 -0,03 <0,175 -0 <0,175 -0 <0,35 -0,01 <0,175 -0 <0,007 <0,0070 (2)-0,04
Index
57 0,37 7,5 48 0,19 60 <1,5 17 110
81 (6) 0,49 10,5 65 0,22 73 <1,1 23 149
-0,01 -0,03 0,16 0 0,05 -0 -0,18 0,02
<0,050
<0,035 3,01
0,04
<0,013
-0,01
<0,0018 <0,0018
-0
<0,0055
-0
<0,0018 <0,0018 <0,0037
0 -0 0
<0,0010 <0,0010
<0,0018
0
<0,0010 <0,0010 <0,0010
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7) BESTRIJDINGSMIDDELEN Hexachloorbenzeen (HCB) Aldrin Drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin) alfa-HCH beta-HCH Heptachloorepoxide Heptachloorepoxide (som 0.7 factor) Heptachloor Hexachloorbutadieen alfa-Endosulfan Chloordaan (cis + trans) DDT (som) DDT (som, 0.7 factor) DDE (som) DDE (som, 0.7 factor) DDD (som) DDD (som, 0.7 factor) DDT,DDE,DDD (som, 0.7 factor) Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm gamma-HCH
GSSD
<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0014 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0023 0,0025 0,0014
29 0,24 5,9 8,1 0,053 25 <1,5 13 65
46 (6) 0,33 9,1 11,6 0,064 32 <1,1 19 95
-0,02 -0,03 -0,19 -0 -0,04 -0 -0,24 -0,08
<0,050
<0,035 1,20
-0,01
<0,015
-0
<0,0022 <0,0022
-0
<0,0066
-0
<0,0022 <0,0022 <0,0044
0 0 0
<0,0022
0
<0,0010 <0,0010
0,0014
<0,0018 0 <0,0037 0 0,0061 -0,13 0,0066 -0,04 <0,0037
-0
0,0062
0,0018 0,0018 0,0014
<0,0022 0 <0,0044 0 0,0056 -0,13 0,0056 -0,04 <0,0044
-0
0,0050 0,044
<0,0010
Index
<0,0018
Projectcode: 23220163
0,048 -0
<0,0010
<0,0022
-0
Grondmonster GM01 Grond Zand soort Certificaatcode 2023004264 Boring(en) 103 Traject (m -mv) 0,22 - 0,42 Humus (%ds) 1,10 Lutum (%ds) 14,50 Datum van toetsing 19-1-2023 OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C5-C10 <6,7 23,4 (6) Minerale olie C10 - C40 <35 <123
-0,01
MM01
MM02
Klei
Klei
2023004270 16 0,00 - 0,50 3,80 15,80 19-1-2023
2023004270 01, 05, 12, 13 0,00 - 0,70 3,20 13,70 19-1-2023
<35
<64
Projectcode: 23220163
-0,03
<35
<77
-0,02
Tabel 2: Gemeten gehalten in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming in mg/kg.ds Grondmonster Grond soort Certificaatcode Boring(en) Traject (m -mv) Humus (%ds) Lutum (%ds) Datum van toetsing METALEN Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink
MM03
MM04
Zand
Klei
2023004262 05, 07, 10, 14 0,65 - 1,50 0,90 8,40 19-1-2023 Meetw GSSD
Index
2023004325 14 0,15 - 0,50 1,40 9,40 19-1-2023 Meetw <20 <0,20 4,4 <5,0 <0,050 <10 <1,5 9,1 22
<28 (6) <0,22 8,5 <5,8 <0,045 <10 <1,1 16,4 38
-0,03 -0,04 -0,23 -0 -0,08 -0 -0,29 -0,18
<0,050
<0,035 <0,35
-0,03
<0,025
0
<20 <0,20 3,3 <5,0 <0,050 <10 <1,5 5,6 <20
<30 (6) <0,22 6,8 <5,9 <0,046 <10 <1,1 10,7 <25
-0,03 -0,05 -0,23 -0 -0,08 -0 -0,37 -0,2
AROMATISCHE VERBINDINGEN Benzeen Ethylbenzeen Tolueen Xylenen (som) Styreen (Vinylbenzeen) Naftaleen <0,050 PAK 10 VROM
<0,035 <0,35
-0,03
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7)
<0,025
0
GSSD
BESTRIJDINGSMIDDELEN Hexachloorbenzeen (HCB) Aldrin Drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin) alfa-HCH beta-HCH Heptachloorepoxide Heptachloorepoxide (som 0.7 factor) Heptachloor Hexachloorbutadieen alfa-Endosulfan Chloordaan (cis + trans) DDT (som) DDT (som, 0.7 factor) DDE (som) DDE (som, 0.7 factor) DDD (som) DDD (som, 0.7 factor) DDT,DDE,DDD (som, 0.7 factor) Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm gamma-HCH
Projectcode: 23220163
Index
Grondmonster MM03 Grond Zand soort Certificaatcode 2023004262 Boring(en) 05, 07, 10, 14 Traject (m -mv) 0,65 - 1,50 Humus (%ds) 0,90 Lutum (%ds) 8,40 Datum van toetsing 19-1-2023 OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C5-C10 Minerale olie C10 - C40 <35 <123
8,88 >AW 8,88 2 6 8 # GSSD Index
MM04 Klei 2023004325 14 0,15 - 0,50 1,40 9,40 19-1-2023 -0,01
<35
<123
: <= Achtergrondwaarde : > Achtergrondwaarde : > Interventiewaarde : Enkele parameters ontbreken in de som : Heeft geen normwaarde : Asbest voldoet : verhoogde rapportagegrens : Gestandaardiseerde meetwaarde : (GSSD - AW) / (I - AW) - Getoetst via de BoToVa service, versie 3.1.0 -
Projectcode: 23220163
-0,01
Tabel 3: Normwaarden conform de Wet Bodembescherming AW
WO
IND
I
METALEN Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
0,6 15 40 0,15 50 1,5 35 140
1,2 35 54 0,83 210 88 39 200
4,3 190 190 4,8 530 190 100 720
13 190 190 36 530 190 100 720
AROMATISCHE VERBINDINGEN Benzeen Ethylbenzeen Tolueen Xylenen (som) Styreen (Vinylbenzeen) PAK 10 VROM
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
0,2 0,2 0,2 0,45 0,25 1,5
0,2 0,2 0,2 0,45 0,25 6,8
1 1,25 1,25 1,25 86 40
1,1 110 32 17 86 40
GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN PCB (som 7) mg/kg ds
0,02
0,04
0,5
1
0,0085
0,027
1,4
0,015 0,001 0,002 0,002 0,0007 0,003 0,0009 0,002 0,2 0,1 0,02 0,4 0,003
0,04 0,001 0,002 0,002 0,0007
0,14 0,5 0,5 0,1 0,1
2 0,32 4 17 1,6 4 4
0,0009 0,002 0,2 0,13 0,84
0,1 0,1 1 1,3 34
4 4 1,7 2,3 34
0,04
0,5
1,2
BESTRIJDINGSMIDDELEN Hexachloorbenzeen (HCB) Aldrin Drins (Aldrin+Dieldrin+Endrin) alfa-HCH beta-HCH Heptachloorepoxide Heptachloor Hexachloorbutadieen alfa-Endosulfan Chloordaan (cis + trans) DDT (som) DDE (som) DDD (som) Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm gamma-HCH
mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds
OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C40 mg/kg ds
190
190
Projectcode: 23220163