2023-11-28 a. Zienswijze regionaal risicoprofiel Veiligheidsregio Zeeland - Ontwerpbesluit
Tekst van het document
Gemeenteraad Ontwerpbesluit
Zitting van 14 december 2023 Middelen - Bestuur en Interne Zaken zaaknummer: 159838
2023_Raad_00198 - Zienswijze regionaal risicoprofiel Veiligheidsregio Zeeland Portefeuillehouder Erik Merrienboer, van Programma en/of paragraaf Paragraaf Verbonden partijen Besluit Besluitpunt 1 De gemeenteraad besluit een positieve zienswijze te geven op het verlengen van het regionaal risicoprofiel Veiligheidsregio Zeeland 2020 - 2023 tot en met 2026. Wat is de aanleiding? In de Wet Veiligheidsregio's is opgenomen dat het bestuur van de Veiligheidsregio een regionaal risicoprofiel opstelt als basis voor het regionaal beleidsplan. Het risicoprofiel wordt vastgesteld nadat de gemeenteraden in de gelegenheid zijn gesteld hun zienswijzen kenbaar te maken. Het huidige regionaal risicoprofiel is vastgesteld voor de periode van 2020 tot en met 2023. Uit bijgevoegde externe toetsing blijkt dat er geen inhoudelijke redenen zijn om het huidige risicoprofiel te actualiseren. Daarnaast wordt een nieuwe, landelijke methodiek ontwikkeld, die de basis zal vormen voor het toekomstig risicoprofiel. Deze methodiek is echter op dit moment nog niet beschikbaar. De gemeenteraden wordt gevraagd een zienswijze te geven op verlenging van de werkingsduur van het huidige risicoprofiel tot en met 2026, met toevoeging van het in 2023 opgestelde grensoverschrijdend risicoprofiel.
Wat willen we bereiken? We willen onze zienswijze kenbaar maken, zodat deze meegenomen kan worden bij de besluitvorming over de verlenging van de werkingsduur van het regionaal risicoprofiel in de vergadering van het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio van december 2023.
1/129
Argumenten 1.1
Geen inhoudelijke reden voor actualisatie op dit moment
Uit de externe toetsing blijkt dat er geen redenen zijn het bestaande risicoprofiel nu te actualiseren. Daarnaast is de nieuwe, landelijke methodiek voor het opstellen van risicoprofielen op dit moment nog niet beschikbaar. Voorstel is daarom nu een positieve zienswijze te geven op het verlengen van het risicoprofiel tot en met 2026. Kanttekeningen Er zijn geen kanttekeningen bij dit voorstel. Wat mag het kosten? Er zijn geen kosten aan dit voorstel verbonden. Wat gaan we ervoor doen? We leggen de zienswijze van onze gemeenteraad voor aan het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio.
Bijlagen 1. Verzoek om zienswijze op verlengen regionaal risicoprofiel - geanonimiseerd.pdf 2. Bijlage 1 - Regionaal Risicoprofiel 2020-2023-1.pdf 3. Bijlage 2 - Grensoverschrijdend risicoprofiel.pdf 4. concept-zienswijze gemeenteraad op het verlengen van de werkingsduur van het regionaal risicoprofiel.pdf
2/129
Aan De colleges van burgemeester en wethouders van de Zeeuwse gemeenten
Onderwerp: Zienswijze verlenging werkingsduur regionaal risicoprofiel
Geacht college, Naar aanleiding van onze Algemeen Bestuursvergadering op 14 september 2023 vragen wij u een zienswijze op het voorstel tot het verlengen van de werkingsduur van het regionaal risicoprofiel. Wij vragen u deze brief door te sturen naar uw gemeenteraad. Wat vragen wij? Omdat de werkingsduur van het regionaal risicoprofiel (RRP) loopt tot eind 2023, heeft een beknopte actualisatie plaatsgevonden. Het Algemeen Bestuur heeft in haar vergadering van 14 september 2023 de actualisatierapportage behandeld en geconcludeerd dat uit deze externe toetsing blijkt dat er geen inhoudelijke redenen zijn om het bestaande RRP (bijlage 1) op dit moment inhoudelijk aan te passen. Daarnaast heeft het Algemeen Bestuur op 7 juli het grensoverschrijdend risicoprofiel (bijlage 2) vastgesteld. Na toevoeging van de grensoverschrijdende risico’s en de actualisatierapportage is het RRP weer actueel, waarmee de werkingsduur verlengd kan worden tot en met 2026. Op het voorstel de werkingsduur van het RRP te verlengen ontvangen wij graag een zienswijze van uw gemeenteraad. Inhoudelijke toelichting Om als veiligheidsregio een adequaat beleid te kunnen voeren, moet inzicht zijn in de aanwezige risico’s, zowel in de eigen regio als in de omliggende gebieden.
Zoals vastgelegd in de Wet veiligheidsregio's zal elke regio als basis voor het 'beleidsplan veiligheidsregio' (artikel 14) moeten beschikken over een 'regionaal risicoprofiel' (artikel 15). Het RRP is een inventarisatie en analyse van de in een veiligheidsregio aanwezige risico’s op rampen en crises, inclusief relevante risico's uit aangrenzende gebieden. Het huidige RRP is opgesteld in 2019 en heeft als werkingsduur 2020-2023 gekregen. Normaliter zou een volledige herziening hebben plaatsgevonden. Hiervoor is niet gekozen om twee redenen: Een deel van de risico’s in onze regio verandert niet of nauwelijks. Wel worden risico’s beïnvloed door snel opeenvolgende maatschappelijke veranderingen. Deze tijd vraagt daarom om een meer dynamisch risicoprofiel. Landelijk is een nieuwe methodiek1 in ontwikkeling op basis waarvan risico’s in de toekomst kunnen worden bepaald. Deze methodiek zou in 2023 gereed zijn, maar heeft vertraging opgelopen. Naar verwachting kan vanaf 2024 met deze methodiek gewerkt worden.
1 De veiligheidsregio’s hebben aangegeven behoefte te hebben aan een aanpassing van de methodiek voor het opstellen van het
regionaal risicoprofiel. De huidige methodiek, zoals beschreven in3/129 de Handreiking Regionaal Risicoprofiel, dateert van het jaar 2009 en is sterk verouderd. Gewenst is een methodiek te ontwikkelen die beter aansluit bij de huidige beleidsmatige, maatschappelijke en technologische ontwikkelingen rond risico-inventarisatie, -analyse en -beoordeling. In september 2022 is daarvoor in opdracht van de Stuurgroep Risicogerichtheid gestart met een verkenning bij alle 25 veiligheidsregio’s, het Analistennetwerk Nationale Veiligheid (ANV, verantwoordelijk voor de Rijksbrede Risicoanalyse) en diverse crisispartners.
Kijkend naar de ontwikkelingen in Zeeland de afgelopen jaren was de inschatting dat op de risicothema’s geen dermate grote nieuwe situaties ontstaan zijn dat daardoor, op basis van de huidige methodiek, wijzigingen in het risicoprofiel verwacht worden. Om dit laatste nader te bepalen is in april-juni 2023 een beknopte actualisatie van het regionaal risicoprofiel Zeeland uitgevoerd door een extern bureau. Beknopte actualisatie Als eerste heeft een screening van het vigerende risicoprofiel op actualiteit plaatsgevonden waarbij onder andere de door de Covid-19 crisis verkregen inzichten in beschouwing zijn genomen, als ook hoe en of het impactcriterium Cultureel Erfgoed voldoende is beschouwd. Vervolgens is gekeken of uitbreiding van het risicoprofiel nu aan de orde is, met het oog op de gevolgen van de energietransitie en de te verwachten toename van transporten en op- en overslag van de hierbij betrokken gevaarlijke stoffen zoals waterstof en ammoniak. De conclusie is dat tussen het moment van opstellen van het huidige risicoprofiel en nu, geen ontwikkelingen zijn geweest die het risicobeeld doen wijzigen. Mogelijke nieuwe risico’s kunnen de komende jaren met name ontstaan door de activiteiten in de energietransitie.
Aanbevolen wordt wel om in de nieuwe cyclus onderscheid te maken tussen de winter en zomer situatie, met het oog op de hoeveelheid mensen die in Zeeland aanwezig zijn, omdat hierdoor met name de impact van incidenten, rampen of crises vergroot kunnen worden. Verlenging werkingsduur Omdat uit deze externe toetsing blijkt dat er geen redenen zijn het bestaande risicoprofiel inhoudelijk aan te passen, stellen we voor de werkingsduur van het huidige risicoprofiel te verlengen. Om pragmatische redenen wordt voorgesteld dit tot en met 2026 te verlengen. Ten eerste is nog onduidelijk wanneer de nieuwe methodiek gereed zal zijn. Daarnaast wordt voor het opstellen van een nieuw risicoprofiel, op basis van een nieuwe methodiek en de noodzakelijk afstemming met alle betrokken partners een doorlooptijd verwacht van minimaal 12 maanden. Met aansluitend de besluitvormingsprocedure die enige maanden in beslag neemt zal niet eerder dan in 2025 het nieuwe risicoprofiel vastgesteld kunnen worden. Integratie documenten tot nieuw regionaal risicoprofiel Door het Algemeen Bestuur en met name vanuit de gemeenten in het grensgebied is gevraagd om een grensoverschrijdend risicoprofiel op te stellen. Vanwege het ontbreken van tijd bij onszelf en onze Vlaamse partners tijdens de Covid-19 crisis heeft het opstellen hiervan lange tijd in beslag genomen.
Uiteindelijk is vorig jaar gekozen om hiervoor een extern bureau in te schakelen. Het grensoverschrijdend risicoprofiel is op 7 juli 2023 door het Algemeen Bestuur vastgesteld. Zodra de nieuwe methodiek gereed is en een volledige herziening van het risicoprofiel plaatsvindt, zullen de grensoverschrijdende risico’s daarin integraal worden meegenomen. Tot het zover is, wordt voorgesteld de drie documenten (het huidige regionaal risicoprofiel, de actualisatierapportage en het grensoverschrijdend risicoprofiel) in samenhang als één document vast te stellen; het regionaal risicoprofiel 2023-2026. Besluitvorming Het Algemeen Bestuur behandelt de verlenging van de werkingsduur van het regionaal risicoprofiel op 15 december 2023 ter besluitvorming. Graag ontvangen wij vóór 1 december 2023 uw zienswijze op de verlenging van de werkingsduur van het regionaal risicoprofiel.
Het Algemeen Bestuur van Veiligheidsregio Zeeland, 4/129
Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020-2023
5/129
Colofon: Dit document is tot stand gekomen onder regie van de team risicobeheersing. Om een beter beeld te schetsen bij de risico’s in Zeeland is een kijkplaat gemaakt. Op de voorpagina is de voorzijde afgebeeld. Op de laatste pagina van het rapport staat de achterzijde van de kijkplaat. Deze kijkplaat is ook op A2 papier beschikbaar.
Adres: Veiligheidsregio Zeeland Postbus 8016 4330 EA Middelburg
Projectteam, auteurs en eindredactie: Han Clarijs Jan Willem Vermeulen Colin van Winkelen
Beheer: Versie 0.1 1.0
Datum juli 2019 augustus 2019
1.1 2.0
September 2019 Februari 2020
Wijzigingen t.o.v. vorige versie Ontwerpversie voor behandeling MT en VD. Conceptversie 1.0 waarin de opmerkingen vanuit het MT en de VD zijn verwerkt. Vastgesteld in Algemeen Bestuur van 19 september 2019. Definitief exemplaar waarin de opmerkingen van de gemeenteraden zijn verwerkt.
Het risicoprofiel is ter consultatie aangeboden aan de gemeenteraden, de buurregio’s RotterdamRijnmond Midden- en West-Brabant, crisispartners en buurland België1. Het beheer van het risicoprofiel is belegd bij Veiligheidsregio Zeeland. De Wet veiligheidsregio’s kent de verplichting om ten minste één keer in de vier jaar het risicoprofiel te actualiseren.
1
artikel 15 Wvr
6/129
Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023
2
Inhoudsopgave 1
2
Inleiding........................................................................................................................................... 5 1.1
Inleiding en methodiek Risicoprofiel....................................................................................... 5
1.2
Risicoprofiel opbouw en inhoud ............................................................................................. 6
1.3
Leeswijzer ................................................................................................................................ 7
Inventarisatie van risico’s............................................................................................................... 8 2.1
Inleiding ................................................................................................................................... 8
2.2
Zeeland algemeen ................................................................................................................... 8
2.3
Natuurlijke omgeving ........................................................................................................... 12
2.3.1
Overstromingen............................................................................................................. 12
2.3.2
Natuurbranden ............................................................................................................. 14
2.3.3
Extreem weer ............................................................................................................... 16
2.3.4
Aardbevingen ................................................................................................................ 17
2.3.5
Plagen ........................................................................................................................... 17
2.3.6
Dierziekten..................................................................................................................... 18
2.3.7
Scenariokeuze................................................................................................................ 19
2.4
Gebouwde omgeving ............................................................................................................ 20
2.4.1
Brand in kwetsbaar object............................................................................................ 20
2.4.2
Instorting gebouw ......................................................................................................... 21
2.4.3
Scenariokeuze................................................................................................................ 22
2.5
Technologische omgeving ..................................................................................................... 23
2.5.1
Incidenten met brandbare/explosieve stoffen in de open lucht .................................. 23
2.5.2
Incident met toxische stoffen in de open lucht............................................................ 26
2.5.3
Stralingsincidenten ........................................................................................................ 26
2.5.4
Scenariokeuze................................................................................................................ 30
2.6
Vitale infrastructuur .............................................................................................................. 31
2.6.1
Verstoring energievoorziening ...................................................................................... 31
2.6.2
Verstoring drinkwatervoorziening................................................................................. 32
2.6.3
Verstoring rioolwaterafvoer en afvalwaterzuivering .................................................... 33
2.6.4
Verstoring telecommunicatie en ICT............................................................................. 34
2.6.5
Verstoring afvalverwerking ........................................................................................... 35
2.6.6
Verstoring voedselvoorziening...................................................................................... 36
2.6.7
Scenariokeuze................................................................................................................ 37
2.7
Verkeer en vervoer................................................................................................................ 37
2.7.1
Luchtvaartincidenten..................................................................................................... 38
2.7.2
Incidenten op het water................................................................................................ 39
2.7.3
Verkeersincidenten op land .......................................................................................... 41
2.7.4
Incidenten in tunnels..................................................................................................... 43 7/129
Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023
3
2.7.5 2.8
4
5
6
Gezondheid ........................................................................................................................... 46
2.8.1
Bedreiging volksgezondheid.......................................................................................... 46
2.8.2
Ziektegolf....................................................................................................................... 47
2.8.3
Scenariokeuze................................................................................................................ 49
2.9
3
Scenariokeuze................................................................................................................ 45
Sociaal-maatschappelijke omgeving ..................................................................................... 50
2.9.1
Paniek in menigten........................................................................................................ 50
2.9.2
Verstoring openbare orde ............................................................................................. 51
2.9.3
Terrorisme/ ernstige criminaliteit ................................................................................. 51
2.9.4
Persoon verward gedrag ............................................................................................... 52
2.9.5
Scenariokeuze................................................................................................................ 53
Buurregio’s.................................................................................................................................... 54 3.1
Veiligheidsregio Midden- en West Brabant .......................................................................... 54
3.2
Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond.................................................................................. 55
3.3
Vlaamse provincies................................................................................................................ 55
Risicoanalyse................................................................................................................................. 56 4.1
Inleiding ................................................................................................................................. 56
4.2
Scenario’s .............................................................................................................................. 56
4.3
Risicodiagram ........................................................................................................................ 58
Capaciteitenanalyse...................................................................................................................... 59 5.1
Inleiding ................................................................................................................................. 59
5.2
Capaciteiteninventarisatie .................................................................................................... 59
5.3
Capaciteiten per crisistype en proces ................................................................................... 59
5.4
Aandachtspunten en opmerkingen per crisistype en proces................................................ 61
Conclusie ....................................................................................................................................... 66 6.1
Inleiding ................................................................................................................................. 66
6.2
Zwaartepunten ...................................................................................................................... 66
6.3
Besluitvorming op basis van het risicoprofiel ....................................................................... 67
Bijlage 1: overzicht tabellen en figuren ............................................................................................... 68
8/129
Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023
4
1
Inleiding
1.1
Inleiding en methodiek Risicoprofiel
Om als veiligheidsregio een adequaat beleid te kunnen voeren, moet er inzicht zijn in de aanwezige risico’s, zowel in de eigen regio als in de omliggende gebieden. Zoals vastgelegd in de Wet veiligheidsregio's zal elke regio derhalve als basis voor het 'beleidsplan veiligheidsregio' (artikel 14) moeten beschikken over een 'regionaal risicoprofiel' (artikel 15). Het regionaal risicoprofiel is een inventarisatie en analyse van de in een veiligheidsregio aanwezige risico’s op rampen en crises, inclusief relevante risico's uit aangrenzende gebieden. Dagelijkse veiligheidsrisico’s vallen buiten het regionaal risicoprofiel, zoals ook is geadviseerd vanuit het landelijke project. Deze risico’s zijn in een ander traject in beeld gebracht (brandrisicoprofiel, zorgrisicoprofiel, veiligheidsmonitor) en worden ook binnen dat kader verder geanalyseerd. Naast het regionaal risicoprofiel kennen we ook het Nationaal Veiligheidsprofiel. Rond sommige risico’s is er dus een overlap. Dit zijn dan vaak de bovenregionale risico’s. Hieronder is dit visueel weergegeven.2
Figuur 1: samenhang tussen de risicoprofielen
In het regionaal risicoprofiel worden alleen risico’s meegenomen voor zover deze de taakstelling van de veiligheidsregio’s raken. Dit houdt in dat geen risico’s worden meegenomen waarop de veiligheidsregio op geen enkele manier van invloed kan uitoefenen (bijvoorbeeld de kernramp in Fukushima, Brexit). Het is de intentie om in 2021 een addendum toe te voegen voor grensoverschrijdende risico’s vanuit België. De risico’s in aangrenzende veiligheidsregio’s zijn in dit rapport beschreven.
2 Risico’s in samenhang, IFV mei 2018
9/129
Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023
5
In 2015 is het regionaal risicoprofiel bestuurlijk vastgesteld voor Zeeland (inclusief de daarbij horende consultatieronde langs alle partners). Het ontwerp risicoprofiel is ook voorgelegd aan alle gemeenteraden voor zienswijzen en wensen ten aanzien van beleid. De voorliggende rapportage is een herziene en doorontwikkelde versie van het in 2015 vastgestelde risicoprofiel. Voor het opstellen van het risicoprofiel voor Zeeland is gebruik gemaakt van de Handreiking Regionaal Risicoprofiel.3 Ook andere regio’s maken gebruik van deze landelijke methodiek. Dit bevordert de mogelijkheden tot interregionale samenwerking. Hiermee is tevens geborgd dat het risicoprofiel voor onze regio voldoet aan de eisen vanuit de wetgeving.
1.2
Risicoprofiel opbouw en inhoud
Risico-inventarisatie De eerste stap was inzicht krijgen in de aanwezige risico’s. Belangrijke basis hiervoor is de risicokaart. Daar waar nodig zijn de beschikbare gegevens aangevuld met gegevens uit andere bronnen. Verder is een toekomstverkenning uitgevoerd (geactualiseerd) van ontwikkelingen die het risicoprofiel de komende vier jaar zouden kunnen beïnvloeden. De inventarisatie heeft geleid tot een overzicht van crisistypen en de daaruit voortvloeiende incidenttypen die zich in de regio Zeeland kunnen voordoen. Deze zijn ingedeeld aan de hand van 7 maatschappelijke thema’s: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Natuurlijke omgeving Gebouwde omgeving Technologische omgeving Vitale infrastructuur en voorzieningen Verkeer en vervoer Gezondheid Sociaal-maatschappelijke omgeving
Risico-analyse Bij de risicoanalyse zijn de geïnventariseerde risico’s uitgewerkt in 43 scenario’s. Om de breedte van de analyse te bewaken, is gekeken naar een evenwichtige verdeling van de scenario’s over de verschillende soorten crisistypen. Van de geselecteerde scenario's is de impact en de waarschijnlijkheid bepaald op basis van statistische gegevens, landelijke uitwerkingen en/of inschatting van meerdere deskundigen op grond van zijn kennis of ervaring (expertjudgement).
De impactbeoordeling is gebaseerd op zes vitale belangen: 1. Territoriale veiligheid 2. Fysieke veiligheid 3. Economische veiligheid 4. Ecologische veiligheid 5. Sociale en politieke stabiliteit 6. Veiligheid cultureel erfgoed 3 www.regionaalrisicoprofiel.nl (voor informatie over onder andere de landelijke handreiking en de methodiek).
10/129
Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023
6
Per scenario is op hoofdlijnen een inschatting en overzicht gemaakt wat er al aan het betreffende incidenttype wordt gedaan. De uitkomsten van de risicoanalyse zijn weergegeven in een risicodiagram, waarbij de plaats van het scenario/incident in het risicodiagram een weergave is van de impact en de waarschijnlijkheid.
1.3
Leeswijzer
In het voorliggende risicoprofiel worden de onderstaande vragen uitgewerkt. Wat kan ons overkomen? (risico-inventarisatie) Welke soorten branden, rampen en crises kunnen zich in de regio en omliggende gebieden voordoen? Welke risicovolle situaties zijn er in de regio en omliggende gebieden aanwezig? Welke toekomstige ontwikkelingen kunnen zich daarin voordoen? Het antwoord op deze vragen is terug te vinden in hoofdstukken 2 en 3. Hoe erg is dat? (risico-analyse) Hoe groot is de impact als een brand, ramp of crisis zich voordoet? Hoe groot is de waarschijnlijkheid dat een brand, ramp of crisis zich voordoet? Het antwoord op deze vragen is terug te vinden in hoofdstuk 4.4
Figuur 2: processtappen regionaal risicoprofiel volgens de landelijke Handreiking Regionaal Risicoprofiel
Hoe kunnen we de risico’s beheersen? (capaciteiten-analyse) Onderdeel van de actualisatie van het regionaal Risicoprofiel is ook de beoordeling van de beschikbare capaciteiten van de afzonderlijke disciplines om de risico’s te kunnen beheersen en te bestrijden. Dit is terug te vinden in hoofdstuk 5. 4 De beschrijving van de scenario’s per thema zijn niet in dit rapport opgenomen. Deze zijn terug te vinden op de Viadesk
omgeving onder Regionaal Risicoprofiel.
11/129
Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023
7
Welke risico’s zouden eventueel meer/ minder aandacht moeten krijgen? Dit vindt plaats bij de vertaling naar het regionaal beleidsplan. Het risicoprofiel is daarbij een hulpmiddel. Ook bijvoorbeeld de wensen van gemeenten zullen worden meegenomen bij het opstellen van het beleidsplan. In het beleidsplan is een koppeling gemaakt tussen de geïnventariseerde risico’s, de uitkomsten van de risicoanalyse en het te voeren beleid. In hoofdstuk 6 is dit in resultaten beschreven.
2
Inventarisatie van risico’s
2.1
Inleiding
In dit hoofdstuk worden aan de hand van de maatschappelijke thema’s de risico’s binnen de regio Zeeland geïnventariseerd. Deze maatschappelijke thema’s zijn: 1. Natuurlijke omgeving 2. Gebouwde omgeving 3. Technologische omgeving 4. Vitale infrastructuur en voorzieningen 5. Verkeer en vervoer 6. Gezondheid 7. Sociaal-maatschappelijke omgeving Per veiligheidsthema wordt op basis van een uitgebreide inventarisatie het risicobeeld weergegeven. De inventarisatie heeft plaatsgevonden aan de hand van de landelijke Handreiking Regionaal Risicoprofiel. Het gaat in dit hoofdstuk om de vraag: Wat kan ons overkomen? Welke soorten branden, rampen en crises kunnen zich in de regio en omliggende gebieden voordoen? Welke risicovolle situaties zijn er in de regio en omliggende gebieden aanwezig? Welke toekomstige ontwikkelingen kunnen zich daarin voordoen?
2.2
Zeeland algemeen
Veiligheidsregio Zeeland valt geografisch samen met de provinciegrenzen. In het noorden wordt Zeeland begrensd door Zuid-Holland, in het oosten door Noord-Brabant, in het zuiden door België en in het westen door de Noordzee. Zeeland bestaat uit dertien gemeenten: Borsele, Goes, Hulst, Kapelle, Middelburg, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Sluis, Terneuzen, Tholen, Veere en Vlissingen. Met circa 382.000 inwoners is Zeeland de dunst-bevolkte provincie van Nederland. ZeeuwsVlaanderen is de enige Nederlandse regio waar minder dan 150 inwoners per km² wonen. De oppervlakte van Zeeland beslaat bijna 3.000 km² en daarvan is een derde deel water. Deze uitgestrektheid van de regio en de aanwezigheid van veel bruggen en dammen brengt ook risico’s (capaciteitskeuzes) met zich mee wat betreft opkomsttijden en bereikbaarheid van de hulpdiensten. Tevens is hierdoor het thema zelfredzaamheid belangrijk binnen Veiligheidsregio Zeeland.
12/129
Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023
8
Bevolkingsomvang In de periode van 2013-2017 had Zeeland zowel te maken gehad met krimp als met groei van de bevolking. In 2013 en 2014 staat de bevolkingsontwikkeling vooral in het teken van het wegtrekken van jongeren, wat de instroom vanuit het buitenland overschaduwt en samen met een sterfteoverschot zorgt voor dalende bevolkingsaantallen in vrijwel alle Zeeuwse gemeenten. In maart 2015 is de trend van een krimpende bevolking omgeslagen naar een groeibeweging. In de bijna drie jaar daarna stijgt het aantal inwoners van Zeeland met ruim 1.400. De oorzaak van deze ommekeer ligt vooral in de toename van de vestiging vanuit andere provincies. Dat heeft de jaarlijkse uittocht van Zeeuwse jongeren die elders gaan studeren voor een veel groter deel weten te compenseren. Eind oktober 2017 is het inwonertal van Zeeland volgens het CBS gegroeid naar 382.141. Zeeland heeft door de vergrijzing wel te maken met een groeiend sterfteoverschot, waardoor de structurele krimp nog steeds toeneemt. Maar omdat het vertrek naar elders in het land zo sterk is afgenomen, is de toegenomen migratie vanuit het buitenland meer dan voldoende compensatie.
Figuur 3: natuurlijke aanwas en migratie in Zeeland, bron CBS
De afgelopen jaren is de samenstelling van de bevolking sterk veranderd. Daarin zijn drie ontwikkelingen zichtbaar: vergrijzing, ontgroening door het vertrek van jongeren en een dalend aantal geboorten. Het aantal huishoudens in Zeeland groeit. Tussen 2013 en 2017 zijn er 2.341 huishoudens bijgekomen. Dat is iets meer dan de helft van de groei in de vier jaar daarvoor. Op 1 januari 2017 telde het CBS in Zeeland 172.925 huishoudens. De huishoudensgroei is volledig toe te schrijven aan de toename van eenpersoonshuishoudens. Toerisme In Zeeland is toerisme een belangrijk onderdeel van de regio. In 2017 zijn er ruim 10 miljoen overnachtingen geteld in Zeeland. Het toeristenseizoen loopt van april tot en met oktober en de piek is in de maanden juli en augustus. Het toerisme vanuit het buitenland groeit al jaren. Het klassieke kamperen neem licht af en de verhuur van huisjes of chalets op parken neemt toe.
13/129
Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023
9
Figuur 4: aantal overnachtingen in Zeeland, bron kenniscentrum toerisme
Bevolkingsontwikkeling De laatste provinciale bevolkingsprognose stamt uit 2015. Die prognose had de recente instroom van vluchtelingen onvoldoende voorzien, waardoor het werkelijke bevolkingsaantal iets hoger uitkomt. De nieuwe referentieraming houdt daar wel rekening mee. De migratie van en naar het buitenland wordt ingeschat op een positief saldo in de toekomst. De prognose gaat verder uit van een stijgend sterfteoverschot. Dat is gezien de aanhoudende vergrijzing en ontgroening onvermijdelijk.
Figuur 5: bevolkingsprognose Provincie Zeeland
Volgens de referentieraming zal na 2021 de bevolking in Zeeland afnemen en in 2050 uitkomen rond de 360.000. De bevolkingsprognoses zijn een uitkomst van voorspellingen van geboorten, sterfte en migratie.
14/129
Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023
10
Kerngegevens Oppervlakte grondgebied in km² Oppervlakte water in km² Inwoners Gemeenten
2.930 1.446 382.000 13
Kwetsbare objecten Brzo inrichtingen LPG tankstations Ammoniak koelinstallaties Opslag > 10 ton stoffen Spoorwegemplacementen Defensie inrichtingen Vuurwerkinrichtingen
2220 17 35 11 26 5 2 30
Rundvee Schapen Geiten Paarden en pony’s Varkens Kippen
53.394 34.977 3.867 2.238 50.483 1.889.337
Tabel 1: kerngegevens Zeeland, bronnen: Staat van Zeeland 2017, CBS en risicokaart 2018
Figuur 6: overzicht risicokaart 2019
15/129
Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023
11
2.3
Natuurlijke omgeving
De provincie Zeeland kenmerkt zich door haar schorren, slikken, polders en dijken, maar ook bossen en duinen. Zeeland heeft een zeer afwisselend landschap. Zeeland maakt onderdeel uit van de Voordelta, het gebied voor de kust van Zeeland en de Zuid-Hollandse eilanden. De Maas, Rijn en Schelde vertakken zich hier voordat ze de Noordzee bereiken. Het is een rijk ecosysteem waar tientallen beschermde diersoorten in voorkomen. De natuurlijke omgeving is dus een belangrijk aspect in deze open en groene provincie, zowel in het dagelijks leven als voor bijvoorbeeld toerisme. Binnen dit thema worden een zestal crisistypen onderscheiden. Hieronder zullen deze typen één voor één kort omschreven worden.
2.3.1
Overstromingen
Overstroming uit zee; Overstroming door hoge rivierwaterstanden; Vollopen polder/ dijkdoorbraak. Beschrijving Overstromingen kunnen plaatsvinden als een waterkering faalt. Nederland wordt beschermt door duinen en dijken, langs de kust, meren en rivieren. Deze sterkte van de waterkering is vastgelegd in de Waterwet en in de Deltabeslissing Waterveiligheid. De kans op overlijden door overstroming mag in Nederland nergens lager zijn dan 1:100.000 per jaar. Het is niet alleen de watering die hieraan een bijdrage levert. Ook de ruimtelijke inrichting van het gebied achter de dijk en de voorbereiding op de crisis als gevolg van een overstroming bepalen de veiligheid. Dit noemen we meerlaags veiligheid.
Figuur 7: meerlaags veiligheid, bron STOWA 2019
1) preventie: het zoveel mogelijk voorkomen van een overstroming door de aanleg van dijken, dammen, sluizen etc. 2) duurzame ruimtelijke planning: het beperken van de gevolgen van een eventuele overstroming door een duurzame ruimtelijke inrichting van ons land. 3) crisisbeheersing op orde krijgen en houden: een betere (organisatorische) voorbereiding op een mogelijke overstroming (crisisbeheersing). Indicatoren 16/129
Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023
12
Een groot gedeelte van Zeeland loopt de kans om te overstromen omdat het onder de zeespiegel ligt. Het gaat hierbij om een gebied van circa 81.565 hectare. Zeeland heeft daarnaast een aantal buitendijkse gebieden waar ook bouwplannen voor zijn. Per 1 januari 2017 is de normering van de waterveiligheid gewijzigd. Iedereen in Nederland krijgt tenminste hetzelfde beschermingsniveau tegen overstromingen. De veiligheidsnormen die we hiervoor hanteren zijn tot stand gekomen door te kijken naar de risico’s: de kans op overstromen én de gevolgen van een overstroming. De normering is dus nu expliciet gebaseerd op de mogelijke gevolgen van een overstroming achter de dijk. Rivieren zijn niet aanwezig in de regio, de Ooster- en Westerschelde zijn zeearmen. Impact De impact van een (grote) overstroming is enorm. In een overstroomd gebied zullen gebouwen, vitale infrastructuur worden verwoest. Hiernaast zal een deel van zo’n gebied levensgevaarlijk zijn vanwege de waterstanden die zullen optreden. Een overstroming als gevolg van stormvloed zal plaatsvinden in de periode van 1 oktober tot 1 maart, waarbij naast water ook de storm voor grote schade zal leiden. Na een overstroming is het getroffen gebied is voor langere tijd onbruikbaar en zal herstel moeten plaatsvinden. Een groot deel van de Zeeuwse bevolking zal getroffen worden.
Niet alleen degene binnen het overstroomde gebied maar ook in die delen van Zeeland die niet overstromen zullen gevolgen merkbaar zijn. Afhankelijk van de plaats van de overstroming zullen delen van Zeeland minder of niet bereikbaar zijn. De leefbaarheid vanwege uitval van elektra, gas, drinkwater en telecommunicatie loopt, ook in niet overstroomde delen, mogelijk snel terug. Ook de economische schade die optreedt zal aanzienlijk zijn. Bedrijven kunnen niet bevoorraad worden of hun producten leveren. Bijkomend aspect voor hen die op droge gronden wonen is dat waarschijnlijk een beroep gedaan zal worden op allerlei vormen van onderdak. Ook de milieuschade zal aanzienlijk zijn.
Figuur 8: dijkvakken Zeeland, bron waterveiligheidsportaal 2019
Door klimaatverandering is het de verwachting dat de zeespiegel de komende decennia zal gaan stijgen. Dergelijke aspecten worden niet alleen in de Zeeuwse regio opgepakt maar landelijk. In het 17/129
Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023
13
Deltaprogramma werken Rijkswaterstaat en waterschappen aan de versterking van de waterkeringen. Tot en met 2050 hebben ze daar de tijd voor. In 2023 zal de normering van de waterkeringen door worden herijkt, onder andere op basis van de verwachtingen over klimaatverandering.
2.3.2
Natuurbranden
Bosbrand; Heide, veen en duinbrand.
Beschrijving In Zeeland zijn meerdere gebieden die aangemerkt kunnen worden als “natuurbrand gevoelig”. Het gaat dan met name om de duingebieden op de kop van Schouwen-Duiveland en het noorden van Walcheren. Indicatoren De belangrijkste indicator voor dit incidenttype behelst dat natuurgebieden (bos/ heide/ duin) een minimale (aaneengesloten) grootte hebben van 100 hectare. Dit is aan de orde in de Kop van Schouwen, de Schotsman, de Manteling Walcheren, het Axelse bos en het waterwingebied Sint Jansteen. Impact De impact van een natuurbrand is beperkt op regioniveau. Er zijn geen grote gebieden in de provincie die gevaar lopen. Wel zijn op basis van de risico-inventarisatie in het kader van natuurbranden een aantal specifieke gebieden te benoemen waar een verhoogd risico is op een natuurbrand. 5 In 2018 is ingezoomd op dit risico door middel van het toepassen van de landelijke risico index natuurbranden (RIN). Hierbij is per natuurgebied in Zeeland (RIN Zeeland) in beeld gebracht hoe groot het risico is en waar dit door komt. Op basis van de RIN Zeeland liggen de meeste kilometervakken met een hoger risico met name aan de kust.
De bepalende factoren voor natuurbranden van de risico’s, welke vanuit de RIN aan de duinen aan de kust worden gescoord, zijn een combinatie van hoge opkomsttijden van zowel het eerste voertuig als een peloton, aanwezigheid van personen, de beperkte bluswatervoorzieningen, de aanwezige vegetatie (vooral duindoorn) en de beperkte bereikbaarheid van de gebieden. Woningen, dorpen en vakantieparken en campings in of rondom de natuurgebieden kunnen door een brand worden bedreigd. In of in de directe nabijheid van deze gebieden bevinden zich een aantal dorpen en ook een aantal kwetsbare objecten zoals hotels met meer dan 250 personen of instellingen met verminderd zelfredzame mensen. Bij dit crisistype is het belangrijk om te realiseren dat door een grote natuurbrand ook beschermd natuurgebied (Natura 2000) verloren gaat en dat de gevolgen hiervan direct zijn weerslag zal hebben op de economie en het toerisme in deze gebieden. Toekomstverwachting
5 Risico inventarisatie natuurgebieden Zeeland 2018
18/129
Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023
14
Naar verwachting zullen er de komende vier jaar geen grote veranderingen plaatsvinden in de (omvang van) de grote natuurgebieden in de regio. Wel kunnen door de klimaatveranderingen in Nederland langere periodes van droogte voorkomen waardoor de kans op een natuurbrand groter wordt.
Figuur 9: RIN Zeeland 2018
19/129
Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023
15
2.3.3
Extreem weer
Koudegolf, sneeuw, ijzel; Hittegolf; Zware storm, windhozen, zware neerslag; Aanhoudend laaghangende mist. Beschrijving Extreme weersomstandigheden kent vele gedaanten en deze kunnen in Zeeland plaatsvinden. Extreem weer is er altijd geweest. Extremen horen namelijk bij de natuurlijke variabiliteit van het weer in Nederland. Een algemeen kenmerk van dit crisistype is een grote hoeveelheid verstoringen en gevarieerde hulpvragen tegelijkertijd. De effecten kunnen variëren van niet relevant tot aanzienlijk. Alle genoemde incidenttypen zijn relevant voor de regio. Indicatoren De belangrijkste indicator die gebruikt is voor dit crisistype is de geleidelijke verandering van het klimaat waar we de laatste jaren mee te maken hebben gehad. Hierbij valt te denken aan het toenemend aantal warme dagen, veranderingen in het neerslagpatroon, windhozen en afname van het aantal strenge winterdagen. Impact De impact van extreem weer varieert van een toenemend aantal sterfgevallen bij extreme hitte of kou, terwijl door langdurige mist of ijzel delen van het dagelijks leven stil komen te liggen. Storm kan de gehele regio treffen, terwijl een windhoos vrij plaatselijk kan zijn. Bij zowel extreme kou als bij storm zijn effecten op de infrastructuur te verwachten die een verstoring van het dagelijks leven tot gevolg kunnen hebben.
Een hittegolf kan effect hebben op de watervoorziening en mogelijk ook voor de landbouw (beperking sproeiwater).
Figuur 10: voorbeelden extreem weer; Bosatlas van de veiligheid 2017
20/129
Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023
16
Toekomstverwachting Klimaatverandering is een continu (langzaam) proces wat vaak terugkeert in het maatschappelijk en politiek debat. De komende vier jaar worden er echter geen grote veranderingen verwacht.
2.3.4
Aardbevingen
Aardbevingen
Beschrijving Aardbevingen hebben in Zeeland nog niet plaatsgevonden en zijn in de toekomst ook niet te verwachten. Wel hebben we in Zeeland in het verleden schokken gevoeld als gevolg van aardbevingen in België. De laatste keer was in 1995 toen een aardbeving plaatsvond in het Belgische Bergen (4,8 op de schaal van Richter). Indicatoren De mogelijke effecten van een aardbeving worden op de risicokaart aangegeven volgens de schaal van Mercalli en bevinden zich niet in Zeeland. Het crisistype is voor Zeeland niet relevant.
Toekomstverwachting Lichte aardbevingen hebben in Zeeland nog niet plaatsgevonden en zijn in de toekomst ook niet te verwachten.
2.3.5
Plagen
Ongedierte
Beschrijving Gezien het landelijke en open karakter van de provincie waarbij een groot deel van het grondgebied wordt gebruikt voor de landbouw en veeteelt kan ongedierte voor behoorlijke overlast zorgen. Binnen dit incidenttype worden overlast van onder andere ratten, boktorren en eikenprocessierupsen gewogen. Van dier op mens overdraagbare (dier)ziekten worden binnen het thema Gezondheid nader uitgewerkt. Indicatoren Een belangrijke indicator is de toenemende overlast die wordt veroorzaakt door een steeds verder oprukkende eikenprocessierups. De laatste jaren is het diertje aan een gestage opmars door Nederland bezig en dit leidt steeds vaker tot overlast. Zowel toeristen als bewoners in Zeeland bevinden zich in de zomermaanden veel buiten en is er dan een risico op de gevolgen van een plaag van de eikenprocessierups. 21/129
Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023
17
Impact De impact van ongedierte kan verschillen van (lokale) overlast van bijvoorbeeld de eikenprocessierups tot wijdverspreide schade door toedoen van muizen of ratten aan akkers en landerijen. Toekomstverwachting Er zijn geen aanwijzingen die duiden op grote veranderingen de komende jaren.
2.3.6
Dierziekten
Ziektegolf
Beschrijving De provincie heeft een landelijk karakter en kenmerkt zich door de aanwezigheid van veeteelt. Een dierziekte kan daarom tot grote problemen leiden in een (deel van de) regio. Indicatoren Als belangrijkste indicatoren is gebruik gemaakt van CBS gegevens uit het jaar 2018 over het aantal landbouwbedrijven en stuks (pluim)vee in de provincie. Zo bevinden zich in de provincie ongeveer 2832 landbouwbedrijven. Deze bedrijven zijn goed voor een veestapel van ongeveer 54.000 stuks rundvee, 35.000 schapen, 50.000 varkens en 1.900.000 kippen. Impact Ook wanneer een dierziekte niet direct overdraagbaar is op de mens, kan de impact van een wijdverspreide dierziekte in de regio impact hebben op de inwoners. Hierbij valt te denken aan economische schade voor veebedrijven en leveranciers, maar ook aan het afsluiten van wegen en gebieden voor (gemotoriseerd) verkeer. Toekomstverwachting Er worden geen grote veranderingen verwacht ten aanzien van dit incidenttype.
22/129
Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023
18
2.3.7 Scenariokeuze In onderstaande tabel wordt weergegeven voor welke crisis- en incidenttypen er een scenario uitgewerkt wordt. Een aantal incidenttypen zal niet nader uitgewerkt worden door een beperkte aanwezigheid van indicatoren of beperkte impact op de regio in verhouding tot de andere incidenttypen. Crisistype
Incidenttype
Scenario
Overstromingen
Overstroming vanuit zee
Ja, zeer relevant door de Noordzee en de zeearmen Oosteren Westerschelde
Overstroming door hoge rivierwaterstanden
Nee, geen rivieren aanwezig
Onderlopen polder
Samenvoegen met overstroming vanuit zee
Bosbrand
Nee, relatief beperkte aanwezigheid/ impact
Heide, veen- en duinbrand
Ja, natuurgebieden aanwezig
Koudegolf
Ja, relevant
Hittegolf
Ja, relevant
Storm, windhozen
Ja, relevant
Aanhoudend laaghangende mist
Nee, relatief beperkte impact
Aardbeving
Aardbeving
Nee, komen niet voor
Plagen
Ongedierte
Nee, relatief beperkte impact
Dierziekten
Ziektegolf
Ja, relevant
Natuurbranden
Extreem weer
Tabel 2: scenariokeuze maatschappelijk thema Natuurlijke omgeving
23/129
Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023
19
2.4 Gebouwde omgeving Bij de crisistypen die vallen onder de gebouwde omgeving, gaat het om gebouwen en daaraan gekoppeld het aantal aanwezigen (of de mate van zelfredzaamheid van de aanwezigen). In Zeeland zijn veel gebouwen met niet zelfredzame personen en gebouwen met een grootschalige publieksfunctie. Landelijk is er een tendens te zien in het ontstaan van steeds meer branden in gebouwen met niet zelfredzame personen welke volgens de definities uit het Bouwbesluit 2012 niet vallen onder de ‘woonfunctie voor zorg’. Volgens deze definitie vallen hieronder alleen de woonfuncties waarbij aan de bewoners professionele zorg wordt verleend met een vanuit het zorgaanbod georganiseerde koppeling tussen wonen en zorg en een daarvoor bestemde en uitgeruste woning. Bij deze incidenttypen is het ook van belang om te kijken naar het grote oppervlakte van Zeeland en de aanwezigheid van veel water, omdat de aard en omvang van de effecten van een incident ook een relatie kan hebben met de uitgestrektheid en de bereikbaarheid (geïsoleerde ligging en moeilijke bereikbaarheid).
22.4.1
Brand in kwetsbaar object Brand in gebouw met niet zelfredzame personen; Paniek en brand tijdens groot evenement in gebouw; Brand in bijzonder hoog gebouw; Brand in dichte binnenstad.
Beschrijving Dit crisistype gaat over branden en incidenten met veel rookontwikkeling of giftige dampen in gebouwen waar binnen zich veel mensen kunnen bevinden. In Zeeland zijn veel gebouwen met niet zelfredzame personen en gebouwen met een grootschalige publieksfunctie. Hierbij moet gedacht worden aan scholen, verzorging- en verpleeghuizen en evenementgebouwen. De specifieke kwetsbare objecten zijn opgenomen op de risicokaart en bedraagt ruim 2000 objecten. In Zeeland zijn de ‘Sardijntoren’, gebouw ‘Hooglicht’, toren ‘Ter Reede’ in Vlissingen en ‘Waterfront’ in Terneuzen vier gebouwen met 25 verdiepingen of meer. Deze gebouwen kunnen voor grotere gevolgen bij een incident zorgen door de noodzaak van een speciale inzet door de hulpdiensten. Ook heeft Zeeland te maken met zeven dichte oude binnensteden; Goes, Hulst, Middelburg, Sluis, Veere, Vlissingen en Zierikzee. Op basis van het Brandrisicoprofiel Zeeland zijn objecten en gebieden te benoemen waar een verhoogd risico is op brand. De meeste incidenten vinden plaats in woningen.
24/129
Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023
20
Figuur 11: risico analyse: brandrisicoprofiel Zeeland 2018
Indicatoren Indicatoren binnen dit crisistype zijn het aantal gebouwen met niet of verminderd zelfredzame personen, aantal gebouwen met een grootschalige publieksfunctie en het aantal dichte binnensteden. Impact De impact van een (grote) brand in een kwetsbaar object strekt zich verder uit dan alleen de (in)direct getroffenen die bij dit object betrokken zijn, zoals bijvoorbeeld bewoners van zorginstellingen en hun families. Een grote brand in bijvoorbeeld een zorginstelling kan regionale of zelfs landelijke gevolgen hebben al naar gelang de oorzaak/effecten van de brand. Toekomstverwachting Er zijn in Zeeland op verschillende locaties plannen voor hoogbouw (Terneuzen en Vlissingen). Voor de lange termijn is de toenemende vergrijzing een aandachtspunt aangezien vooral ouderen slachtoffer zijn bij woningbranden.6
2.4.2
Instorting gebouw Instorting door explosies; Instorting door gebreken constructie of fundering.
6 Rapport fatale woningbranden 2018
25/129
Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023
21
Beschrijving Bij dit incidenttype ligt de nadruk op het aanwezig zijn van mensen tijdens het instorten van gebouwen. De oorzaak kan divers zijn (van gaslekkages tot terroristische aanslagen). Daarnaast valt op dat er de laatste jaren een stijgende lijn waarneembaar is in gaslekkages in woningen. Indicatoren Indicatoren binnen dit crisistype zijn het aantal gebouwen met niet of verminderd zelfredzame personen, het aantal gebouwen hoger dan 25 meter en het aantal gebouwen met een grootschalige publieksfunctie. Impact De impact van de instorting van een gebouw is groot. Afhankelijk van de omvang van het gebouw en de functie ervan kan de impact een regionale of zelfs landelijke schaal krijgen. Toekomstverwachting Er worden op korte termijn geen veranderingen verwacht op dit thema.
2.4.3 Scenariokeuze In onderstaande tabel wordt weergegeven voor welke crisis- en incidenttypen er een scenario uitgewerkt wordt. Een aantal incidenttypen zal niet nader uitgewerkt worden door een beperkte aanwezigheid van indicatoren en beperkte impact op de regio. Crisistype
Incidenttype
Scenario
Branden in kwetsbare objecten
Brand in gebouw met niet zelfredzame personen
Ja, veel relevante objecten
Brand in gebouw met een grootschalige publieksfunctie Brand in bijzonder hoge gebouwen of ondergrondse bebouwing Brand in dichte binnensteden
Ja, veel publieksgebouwen
Instorting door explosie
Ja, relevant
Instorting door gebreken constructie of fundering
Geen uitwerking
Instorting in grote gebouwen en kunstwerken
Nee, slechts beperkt aanwezig Ja, aantal dichte binnensteden
Tabel 3: scenariokeuze maatschappelijk thema Gebouwde omgeving
26/129
Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023
22
2.5 Technologische omgeving Onder de technologische omgeving vallen risico’s die horen bij inrichtingen met gevaarlijke stoffen en transport van gevaarlijke stoffen (bijvoorbeeld explosiegevaar of ontsnappen toxische stoffen). Voor het risicobeeld zijn alle inrichtingen en transportroutes geïnventariseerd die op de (professionele) risicokaart zijn opgenomen. Niet Bevi-inrichtingen zijn dus ook meegenomen bij deze risico-inventarisatie. De ondergrens van de inventarisatie is dan ook het Registratiebesluit. Ook de risico’s van nucleaire installaties en inrichtingen in Zeeland en België (Doel) alsook de transporten van radioactief materiaal worden voor het risicobeeld behandeld onder dit thema. Zeeland In tabel 2 zijn de geïnventariseerde risicobronnen binnen dit thema weergegeven. Op de (professionele) risicokaart is de ligging van deze risicobronnen weergegeven.
2.5.1 Incidenten met brandbare/explosieve stoffen in de open lucht
Incident transport over de weg; Incident transport over het water; Incident transport over het spoor; Incident transport buisleidingen; Incident stationaire inrichtingen.
Beschrijving Dit crisistype omvat incidenten met explosieve en brandbare stoffen voor zover daarbij buiten de directe plaats van het incident slachtoffers kunnen vallen. Het gaat hierbij om incidenten in de open lucht. Incidenten in tunnels met brandbare en explosieve stoffen vallen niet onder dit crisistype, omdat de effecten in een besloten ruimte heel anders zijn. Zie daarvoor het crisistype 'incidenten in wegtunnels' bij het maatschappelijke thema ‘Verkeer en vervoer’. Voor brand of explosies in gebouwen wordt verwezen naar de crisistypes ‘Explosies’ bij het thema ‘Gebouwde omgeving’.
Indicatoren Indicatoren bij dit crisistype zijn het aantal transportroutes en het aantal stationaire inrichtingen binnen Zeeland.
Risicobron Transport over de weg
Hoeveelheid/ aantal Risico’s aanwezig op verschillende Zeeuwse wegen; hiervoor is gebruik gemaakt van het Besluit externe veiligheid transportroutes (van kracht sinds 1-42015) en de Regeling basisnet (van kracht sinds 112-2016) met plafondaantallen. Geen plaatsgebonden risicocontouren 10-6 aanwezig (=lage kans).
27/129
Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023
23
Risicobron Transport over het water
Transport over het spoor
Transport door buisleidingen
Brzo-inrichtingen (Seveso III richtlijn)7 Bevi-inrichtingen (Besluit externe veiligheid)8 Nucleaire A-objecten Nucleaire B-objecten Defensie-inrichtingen (munitie etc.) en munitiedepots
Vuurwerkinrichtingen (inclusief verkooppunten)
Hoeveelheid/ aantal Risico’s aanwezig op met name Westerschelde, kanaal Gent-Terneuzen en Schelde-Rijnkanaal en in mindere mate op de Oosterschelde; hiervoor is gebruik gemaakt van het Besluit externe veiligheid transportroutes (van kracht sinds 1-4-2015) en de Regeling basisnet (van kracht sinds 1-12-2016) met plafondaantallen. Geen plaatsgebonden risicocontouren 10-6 aanwezig langs de vaarwegen (=lage kans). Risico’s aanwezig op spoortrajecten RoosendaalSloegebied, Dow-Chemical-Sluiskil-aansluiting en Sluiskil-aansluiting-Sas van Gent; hiervoor is gebruik gemaakt van het Besluit externe veiligheid transportroutes (van kracht sinds 1-4-2015) en de Regeling basisnet (van kracht sinds 1-12-2016) met plafondaantallen. Ook zijn risico’s aanwezig op spooremplacementen. Geen plaatsgebonden risicocontouren 10-6 aanwezig rondom het spoor (=lage kans). Risico’s aanwezig, binnen Zeeland is zo’n 1.285 km. aan buisleidingen aanwezig waar o.a. hoge druk (meer dan 40 bar) aardgas door wordt vervoerd. Tussen DOW en Yara wordt in 2019 een buisleiding voor het transport van waterstof in gebruik genomen. 17 (14 hoogdrempelig + 3 laagdrempelig) 110 Risico’s aanwezig bij KC Borssele en KC Doel (België) Risico’s aanwezig bij COVRA Munitieopslag defensie Ritthem Host Nation Support met doorvoer munitie via Vlissingen-Oost. Risico’s munitiedepots aanwezig (zie onderstaande noot) 30
Tabel 4: risicobronnen gevaarlijke stoffen
Noot: In Zeeland liggen nog verschillende explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Daarnaast ligt er in de Oosterschelde, ter hoogte van Zierikzee, een munitiedepot. In de periode van 1945 tot 1967 is hierin
7 Bron: Overzicht crisisbeheersing industriële veiligheid (OCIV) VRZ, versie 1.49 (2018) 8 Bron: Overzicht Bevi-inrichtingen, RUD Zeeland 2018
28/129
Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023
24
een zeer grote hoeveelheid munitie gestort: circa 30 duizend ton. Bijna 9 duizend ton bestaat uit kruit, springstof en pyrotechniek en 21 duizend ton bestaat uit metalen (omhulsels). Uitgebreid onderzoek in 2002 en 2003 in opdracht van diverse ministeries heeft opgeleverd dat er op dat moment geen aanwijsbare risico’s waren en afdekking van de munitie niet wenselijk is. In 2013 heeft Rijkswaterstaat een nieuw onderzoek uitgevoerd en in 2014 wordt maandelijks de waterkwaliteit gemeten boven de munitiestortplaats. Daarnaast wordt een onderzoek uitgevoerd naar de concentratie van zware metalen en energetische stoffen (van munitie en explosieven) in mosselvlees. Risico’s buiten de regio Zeeland In figuur 12 zijn de Brzo-inrichtingen weergegeven in de regio Zeeland en in de omringende regio’s en in België. Ook is de 15-km zone buiten Zeeland (conform het verdrag van Helsinki) aangegeven met een lijn. Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond kent volgens de risicokaart geen inrichtingen en transportroutes welke bij een incident een effectgebied over Zeeland zou kunnen hebben. Vanuit Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant reikt het effectgebied van een risicobron tot over de kern Tholen stad. Het betreft hier een inrichting met gevaarlijke stoffen. Ook de gemeente Reimerswaal kent een effectgebied welke haar oorsprong heeft in de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant.
Het betreft hier een BEVI-plichtige inrichting met diverse bovengrondse tanks met gevaarlijke stoffen. Vanuit België reiken verschillende effectgebieden over Zeeland. Veroorzakers van deze effecten betreffen Brzo-inrichtingen waar aanzienlijke hoeveelheden brandbare, explosieve en toxische stoffen worden opgeslagen en/of bewerkt. Vooral in Antwerpen, Zelzate en Zeebrugge bevinden zich concentraties van inrichtingen die in de buurt van de grens van Zeeland liggen.
Figuur 12: Seveso bedrijven in en rond Zeeland binnen de 15 km contour (Verdrag van Helsinki, bron Crisisbeheersing 2019)
29/129
Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023
25
Impact Een incident met brandbare en/of explosieve stoffen kan leiden tot een aanzienlijk aantal slachtoffers. Dit is afhankelijk van de locatie en het tijdstip van het incident. Ook wordt schade aan milieu en gebouwen in deze niet uitgesloten. Toekomstverwachting In de nabije toekomst worden kleine verschuivingen in het aantal risicobronnen verwacht. In verband met de nieuwe sluis in Terneuzen (oplevering in 2021) zal het transport van o.a. gevaarlijke stoffen van en naar Gent waarschijnlijk toenemen. Het transport en gebruik van brandstoffen als LNG (Liquid Natural Gas), CNG (Compressed Natural Gas), waterstof en andere alternatieve energiebronnen in kader van de toekomstige energietransitie zijn in opkomst. Deze stoffen zullen meer via het water en over de weg vervoerd worden naar de inrichtingen die deze stoffen op- en overslaan.
2.5.2
Incident met toxische stoffen in de open lucht
Incident transport over de weg; Incident transport over het water; Incident transport over het spoor; Incident transport buisleidingen; Incident stationaire inrichtingen.
Beschrijving Bij dit incidenttype gaat het om incidenten met giftige stoffen die zich (snel) via de lucht kunnen verspreiden. Het gaat hierbij expliciet niet om incidenten in besloten ruimten, omdat de effecten daarvan anders zijn. Indicatoren Indicatoren bij dit crisistype zijn het aantal transportroutes en het aantal stationaire inrichtingen binnen Zeeland. Zie hiervoor de cijfers in tabel 2 en de beschrijving van de risico’s buiten de regio in paragraaf 2.5.1. Impact Een dergelijk incident met toxische stoffen in de open lucht kan leiden tot een aanzienlijk aantal slachtoffers. Dit is afhankelijk van de locatie en het tijdstip van het incident. Ook wordt schade aan milieu in deze niet uitgesloten. Toekomstverwachting In de nabije toekomst worden kleine verschuivingen in het aantal risicobronnen verwacht. Grote veranderingen zijn echter niet waarschijnlijk.
2.5.3
Stralingsincidenten Incident A-objecten: met of nabij centrales | ongeval scheepvaart met kernenergie en nucleair defensiemateriaal;
30/129
Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023
26
Incident B-objecten: vervoer grote eenheden radioactief materiaal | overige nucleaire faciliteiten brandklasse i | nucleaire faciliteiten brandklasse ii | overig vervoer en gebruik nucleaire materialen; Incident militair terrein en transporten nucleaire materiaal.
Beschrijving Deze incidenttypen zijn relevant voor de provincie Zeeland. Onder dit crisistype vallen de incidenten met nucleaire installaties en vervoersincidenten met radioactief materiaal en radioactieve bronnen. Voor de formulering van de incidenttypen is licht afgeweken van de landelijke handreiking Regionaal Risicoprofiel, omdat hierdoor specifieker te werk kon worden gegaan met de verschillende risico’s. De gekozen incidenttypen zijn:
Ongeval A-objecten: kernenergiecentrales; Ongeval A-objecten: nabije kernenergiecentrales grensoverschrijdend; Ongeval A-objecten: scheepvaart met kernenergie en nucleair defensiemateriaal; Ongeval B-objecten: vervoer grote eenheden radioactief materiaal; Ongeval B-objecten: nucleaire faciliteiten; Ongeval B-objecten: overig vervoer; Ongeval B-objecten: gebruik radioactieve stoffen; Incident militair terrein en transporten nucleaire materiaal.
A-objecten Het enige A-object wat we in Zeeland hebben is de kernenergiecentrale in Borssele, deze heeft één kernreactor met een netto vermogen van 512 MWe. Op drie kilometer afstand van de Nederlandse grens bevindt zich in het Belgische Doel een kernenergiecentrale met vier kernreactoren met een netto vermogen van tweemaal 433 MWe, eenmaal 1006 MWe en eenmaal 1047 MWe.9
9 Bron: Responsplan Nationaal Plan Kernongevallen, VROM-Inspectie, augustus 2011
31/129
Regionaal Risicoprofiel Zeeland 2020 – 2023
27
Figuur 13: A-objecten in Nederland en buurlanden (Centrum kernongevallenbestrijding Veiligheidsregio's 2014)
Impact Het effectgebied van nucleaire incidenten in kernenergiecentrales is afhankelijk van de grootte van de lozing van nucleaire stoffen buiten de containment en van variabele factoren op meteo gebied waardoor het effectgebied de vorm van een ‘sleutelgat’ krijgt. De overheid heeft noodplannen voor de aanpak van een kernongeval. Het effectgebied om de plaats van het ongeval wordt in vijf zones ingedeeld; de preparatiezones, waarin elke zone een eigen maatregel betreft. 10 De afgelopen jaren is in Nederland gewerkt aan de harmonisatie met de buurlanden België en Duitsland op het gebied van nucleaire ongevallen, om zo aan beide zijden van de grens vergelijkbare beschermingsmaatregelen te treffen. Om deze harmonisatie mogelijk te maken zijn in Nederland de interventieniveaus en de daarmee samenhangende preparatiezones aangepast.