2023-09-28 IC3 - bijlage 1 Voortgangsrapportage 2023 RES Zeeland 1.0 voor NPRES
Tekst van het document
Voortgangsrapportage NPRES 2023 RES Zeeland
Inleiding Zeeland heeft in oktober 2020 als eerste regio in Nederland een Regionale Energiestrategie (RES) vastgesteld. De RES 1.0 is een regionaal vastgesteld beleid voor de opwek van duurzame energie, het verduurzamen van de gebouwde omgeving (duurzame warmte) en mobiliteit. Iedere twee jaar wordt het beleid, waar nodig, herzien. Het grootste deel van de RES is nog steeds actueel. Maar de wereld is echter in de tussentijd in rap tempo veranderd. De schaarste op het elektriciteitsnet is enorm toegenomen, de huidige gasprijzen vragen om versnelling in de aanpak en ook op andere vlakken zien we grote veranderingen. Dit vraagt om herziening van een aantal onderdelen van de RES 1.0, die we doorvoeren in de RES 2.0. Deze is naar verwachting eind 2023 gereed. De voortgangsrapportage RES wordt elke twee jaar opgesteld. Hierin is te lezen of we als RES-regio op koers liggen met het regionale bod voor 2030. De rapportage gaat in op de voortgang en het doelbereik ten opzichte van de RES 1.0 en het bijbehorende uitvoeringsprogramma. Dit is een feitelijk document dat geen nieuwe keuzes bevat, daarmee niet MER-plichtig is en geen besluitvorming in Raden, Staten of Algemeen Besturen vraagt. De rapportage wordt vastgesteld door het bestuurlijk kernteam RES, colleges van gemeenten en provincie en het dagelijks bestuur van het waterschap.
Het wordt voorgelegd aan de volksvertegenwoordigers, op vergelijkbare wijze als bij andere voortgangsrapportages, en actief gedeeld met maatschappelijke stakeholders. Voortgang uitvoering RES 1.0 In de RES 1.0 is gekozen voor de aanpak ‘Parijs op z’n Zeeuws’. De RES is opgesteld door het samenwerkingsverband ZEA (Zeeuws Energieakkoord) waarin een groot aantal partners en vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties, bedrijven, overheden en inwoners meewerkten. Deze aanpak leidde tot een breed gedragen RES. De uitvoering is praktisch en gericht op realisatie. De RES 2.0 is een doorontwikkeling van de RES 1.0. We bouwen voort op onder meer de gezamenlijke afspraken uit de RES 1.0. Wat is er veranderd sinds de RES 1.0? -
-
De sterk toegenomen energieprijzen en de daardoor steeds hoger wordende energierekening vergroten de urgentie van maatregelen, onder andere in de gebouwde omgeving. Het kabinet heeft een nieuw doel van 55-60% CO2-reductie in 2030 ten opzichte van 1990 vastgelegd in het nationale klimaatbeleid. We passen de doelstelling voor de gebouwde omgeving aan op deze nieuwe nationale doelstelling. In Zeeland komt een groot deel van de verhoogde ambitie voort uit maatregelen in de industrie, die geen onderdeel uitmaken van de RES. Voor elektriciteit hebben we in 2020 ambitieuze doelstellingen afgesproken, die ook nu nog goed aansluiten bij de verhoogde doelstelling. Continuïteit hierin is van belang voor een stabiele uitvoering. Daarom voeren we in aanloop naar de RES 2.0 geen aanpassing door in de doelstellingen voor elektriciteit en blijft de doelstelling voor 3 TWh staan. Wel zoeken we, in alle thema’s, naar versnelling in de uitvoering. De grote schaarste op het elektriciteitsnet die steeds meer gebieden in Zeeland treft met de bijbehorende economische en maatschappelijke gevolgen maakt het noodzakelijk om op een meer integrale wijze te kijken naar het energiesysteem.
2
Duurzame opwek op land, waar staan we nu? De Zeeuwse partners spannen zich in om in 2030 tenminste 3 TWh (11 PJ) aan opwekking hernieuwbare elektriciteit te realiseren. 3 TWh is circa 1/12e deel van de landelijke doelstelling van 35 TWh en komt overeen met het eigen Zeeuwse verbruik op het moment dat de RES 1.0 is opgesteld (inclusief industrie). Om deze ambitie te bereiken is er voor windenergie het indicatieve doel voor 2030 van 700 MW windenergie. Voor zon-pv is de gezamenlijke doelstelling 1000 MW in 2030 voor op dak en projecten op land/water. Het bod van 3 TWh is geen harde bovengrens maar geeft meer de richting aan van het haalbare doel. Inzet is om vanuit Zeeland zoveel mogelijk bij te dragen aan de landelijke opgave en extra projecten, die het vermogen van zon en wind boven het bod brengen, zijn mogelijk. De meest recente data geven weer dat er al stappen zijn gezet in het realiseren van de doelstellingen. In figuur 1 is het opgesteld vermogen eind 2022 weergegeven in MW samen met de het RES-doel in 2030. Technologie
Opgesteld vermogen eind 2022 (MW)
Opbrengst eind 2022 (TWh)*
Indicatief vermogen RES-doel 2030 (MW)
Windenergie
573
1,85
700
2,19
Zon-op-dak
190
0,17
400
0,475
Zon-op-land/water
255
0,24
600
0,475
Totaal
1.018
2,2
1.700
3,00
Opbrengst TWh, RESdoel 2030**
De groei van duurzame opwek ligt in lijn met de lange termijn doelstelling. Dat gaat niet vanzelf. Aandacht en samenwerking blijven noodzakelijk om richting toekomst de doelen te halen. Voor zon-pv ligt de voorkeur bij zon-opdak. De uitvoering van het Zeeuwse project zon-op-dak, waarbij dak eigenaren proactief worden benaderd loopt voorspoedig. Maar ook zon-op-veld is noodzakelijk om de doelen te halen. RES Zeeland zit momenteel op 73% van de 2030-doelstelling.
3
Figuur 21: Ontwikkeling opgesteld en aangesloten vermogen windenergie MWp (bron: Stedin)
Figuur 3: Ontwikkeling opgesteld en aangesloten vermogen Zon MWp (bron: Stedin)
1 Figuur 1 laat het opgesteld vermogen zon en wind zien. In de figuren 2 en 3 gaat het om het aangesloten vermogen zon en wind.
Dat is de oorzaak van het verschil in de getallen.
4
Voorbeeldproject: Loket Zon op dak Om dakeigenaren te stimuleren over te gaan op de aanleg van een pv-installatie heeft de provincie Zeeland in samenwerking met Zeeuwind en Stedin het loket Zon op dak opgezet. De inzet is om het beschikbare potentieel aan dakoppervlak zo optimaal en volledig mogelijk te benutten. Gebouweigenaren met een geschikt dak voor een zon pvinstallatie groter dan 15 kW, zoals MKB-bedrijven en VvE's, worden actief benaderd met een aanbod voor advies tot aan het moment dat een installateur het zon-op-dak project daadwerkelijk realiseert. Er zijn inmiddels 209 aanmeldingen en 23 projecten gerealiseerd met een totaal vermogen van 1,8 MWp. Het doel is om 230 gebouweigenaren te ondersteunen. De sterke stijging van de duurzame opwek zorgt voor uitdagingen voor de landelijke en regionale netcapaciteit. De groei gaat lokaal sneller dan dat netbeheerders de netcapaciteit kunnen laten groeien. Op Schouwen-Duiveland en Tholen is sprake van congestie, maar ook in (delen van) de gemeenten Goes, Borsele, Terneuzen, Hulst en NoordBeveland wordt de netcapaciteit schaarser. Dit kan invloed hebben op de groeimogelijkheden van duurzame opwek. Hoe hier slim mee kan worden omgegaan staat beschreven in de pMIEK. De pMIEK is tot stand gekomen in afstemming met onder meer de RES.
Regionale Structuur Warmte Zeeland heeft in 2022 de Regionale Structuur Warmte (RSW) laten opstellen, als actualisatie van de informatie die in de RES 1.0 is opgenomen. De Zeeuwse gemeenten volgen de adviezen van de RSW, die strookt met hetgeen in de RES 1.0 is aangegeven als strategie: vooral inzetten op het terugdringen van de warmtevraag en in overleg treden met de netbeheerder wanneer wijken over willen gaan op warmtepompen. Daarnaast kwam uit de RSW naar voren dat het de moeite waard is om te onderzoeken of de beschikbare industriële warmte te koppelen is naar de gebouwde omgeving. Bovenlokale warmtebronnen De inzet van deze bovenlokale warmtebronnen en het opzetten van infrastructuur daarvoor is in Zeeland nog in de fase van haalbaarheidsonderzoeken. Eind 2022 heeft Witteveen en Bos een nadere verkenning opgeleverd over de restwarmteverdeling Midden-Zeeland. De betrokken gemeenten Vlissingen, Middelburg, Borsele, Goes en Kapelle willen op basis van de uitkomsten de haalbaarheid laten onderzoeken. Terneuzen is ook bezig met een haalbaarheidsonderzoek voor de beschikbare warmte uit de Kanaalzone. Vlissingen heeft binnen de stad nog een eigen haalbaarheidsproject met collectieve warmtevoorziening, evenals Middelburg. Hetzelfde geldt voor Schouwen-Duiveland, maar dan met aquathermie.
Zeeuwse aanpak gebouwde omgeving In Zeeland staan we voor de uitdaging om 185.000 huizen en 48.000 bestaande gebouwen te verbouwen tot goed geïsoleerde en duurzaam verwarmde gebouwen. Door verspreidde bebouwing en het relatief lage aantal woningen en gebouwen is de keuze voor alternatieve warmtebronnen complex. Het grootschalig overstappen naar warmtepompen is vanwege de netcapaciteit op veel plaatsen niet mogelijk. In Zeeland is dit voor een groot deel van de woningen wel het belangrijkste alternatief voor aardgas. De 13 Zeeuwse gemeenten werken nauw samen rond de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Het RES Programmateam Gebouwde Omgeving ondersteunt de gemeenten en faciliteert en coördineert activiteiten gericht op de verduurzaming van woningbouw en commercieel vastgoed. Voorbeeldproject: Zeeuws isolatieprogramma Bijna alle Zeeuwse gemeenten zijn in het voorjaar van 2023 gestart met een gezamenlijk isolatieprogramma om woningen met een slecht energielabel te isoleren. Het gaat in Zeeland om ongeveer 50.000 woningen met energielabel E,F of G. Woningeigenaren kunnen hun woning kosteloos laten voorzien van energiebesparende maatregelen zoals radiatorfolie, tochtstrips of een brievenbusborstel. De maatregelen worden uitgevoerd door professionele isolatieteams, bestaande uit bouwbedrijven die lid zijn van Bouwend Nederland.
Het project wordt bekostigd vanuit de Rijksbijdrage (NIP-gelden) die de Zeeuwse gemeenten hebben ontvangen.
5
Voorbeeldproject: Verduurzaming maatschappelijk vastgoed Vanuit de KlimOp-regeling van de provincie Zeeland worden gebouweigenaren van maatschappelijk vastgoed ondersteund om hun pand te verduurzamen. Er worden op dit moment 270 gebouwen geholpen met duurzaamheidsadvies. De doelgroep is zeer divers, het gaat bijvoorbeeld om scholen, dorpshuizen, brandweerkazernes, kinderopvang, kerkgebouwen en praktijkgebouwen van zorgverleners.
Hoe iedereen mee kan doen met de RES 2.0 De RES heeft grote invloed op de leefomgeving. Het betrekken van inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties bij de ontwikkeling van de RES is een belangrijke succesfactor voor de maatschappelijke acceptatie en de uitvoering van de RES. Vroegtijdig betrekken van de omgeving helpt verschillende perspectieven, kennis en creativiteit snel op tafel te krijgen. Zo zorgt participatie voor meer draagvlak en betere besluiten. Ook levert het doorgaans tijdswinst op, latere fasen in het proces verlopen soepeler omdat je tijdig iedereen hebt betrokken. In de RES 2.0 wordt een participatieaanpak opgenomen. Met de directe stakeholders van de RES Zeeland hebben we de uitgangspunten voor goede participatie bij de totstandkoming van RES-beleid en voor de uitvoering van projecten voor duurzame opwek bepaald. Het doel van de participatie-aanpak is ervoor te zorgen dat alle RES-gerelateerde Zeeuwse participatietrajecten op basis van dezelfde uitgangspunten plaatsvinden en voor inwoners in alle gemeenten herkenbaarder en toegankelijker worden. Uiteindelijk geeft deze notitie slechts richting, het inrichten en uitvoeren van een participatieproces blijft maatwerk en de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever (RES-regio, gemeente en/of uitvoerder).
We zetten de beleidsparticipatie voor de RES 2.0 de komende tijd voort, onder meer door het organiseren van een informatieve online masterclass voor volksvertegenwoordigers en een Energiedialoog in oktober 2023.
Voorbeeldproject: Projectparticipatie in de Gebouwde Omgeving In de Zeeuwse gemeenten waar haalbaarheidsonderzoeken plaatsvinden voor de inzet van restwarmte of aquathermie, worden burgers betrokken. Dit geldt in ieder geval voor het project in Terneuzen, Vlissingen, Middelburg en SchouwenDuiveland. In Borsele vindt in een dorp volop burgerparticipatie plaats met het uitwerken van het Wijkuitvoeringsplan voor dat dorp.
Communicatie In de afgelopen twee jaar lag de focus van de RES-communicatiestrategie op het vergroten van de zichtbaarheid en het creëren van bekendheid, maatschappelijk bewustzijn én draagvlak voor de Zeeuwse RES. Het doel was overheden, maatschappelijke organisaties, inwoners en ondernemers te betrekken en informeren voor het gedragen uitvoeren van de RES Zeeland. Middels een uitgebreide stakeholderanalyse zijn er heldere communicatiestrategieën ontwikkeld en communicatiedoelen en -boodschappen opgesteld. Voorbeeld: Om de communicatiedoelen van de RES Zeeland te bereiken, zijn diverse communicatiemiddelen en activiteiten ontwikkeld: -
-
Met een eigen website, nieuwsbrief en sociale media informeren we partners en stakeholders over RES Zeeland. Voor het creëren van bewustzijn bij Zeeuwse inwoners nam de RES Zeeland deel aan een reeks televisieprogramma’s van Omroep Zeeland over wat Zeeland doet om de klimaatdoelstellingen te bereiken. Er is een KinderRES opgesteld, waarna NME Zeeland meer dan 100 gastlessen voor basisschoolleerlingen van groep 7 en 8 organiseerde. Tientallen vrijwillige gastdocenten vertelden over het opwarmen van de aarde en onze CO2opgave. Voor de dialoog met verschillende groepen stakeholders over de RES werden netwerkbijeenkomsten, masterclasses, een enquête, een denktank voor jongeren en een energiedialoog over RES 2.0 georganiseerd.
6
In de volgende fase ligt de focus van de communicatie op het ondersteunen van partners en stakeholders met kennisdeling, verbinding, communicatie- en participatietools en monitoring. Het hoofddoel is de uitvoering van de Zeeuwse RES extra kracht bij te zetten.
Energiesysteem In Zeeland is veel energie nodig en er wordt veel energie geproduceerd. De ontwikkelingen in het Zeeuwse energiesysteem gaan snel en zorgen voor een toenemende druk op het elektriciteitsnet. Hierdoor kan netcongestie ontstaan, zoals nu al het geval is in Schouwen-Duiveland en Tholen. Het is een gezamenlijke uitdaging om toekomstbestendige keuzes te maken om opwekcapaciteit, industrie, mobiliteit, landbouw en gebouwde omgeving te verduurzamen. Dit kan door slimme oplossingen te bedenken om netcongestie te voorkomen. Om dit proces te ondersteunen is een nieuw concept ontwikkeld: integraal programmeren. Voor het integraal programmeren is in het voorjaar van 2023 de eerste pMIEK voor Zeeland opgesteld. Middels de pMIEK-systematiek worden keuzes over het energiesysteem. Hierin staan energie-infraprojecten die noodzakelijk zijn om aan de energiebehoeften te kunnen blijven voldoen, die ontstaan door de gebiedsontwikkelingen in de provincie. Het doel van de pMIEK is om de projecten met de meeste prioriteit, ook die prioriteit te geven in de investeringsplannen van de netbeheerder.De provincie Zeeland neemt regie voor het provinciaal integraal programmeren en geeft sturing aan het proces, dat samen met gemeenten, netbeheerders en andere stakeholders is vormgegeven. De RES kent een sterk raakvlak met de pMIEK. Daarom vindt er afstemming plaats tussen beide programma's.
Naast het feit dat het pMIEK Zeeland een verplichting is vanuit het Rijk, is het vooral een kans om samen vorm te geven aan het toekomstbestendige energiesysteem van Zeeland.
Mobiliteit Zeeland heeft als enige RES-regio mobiliteit opgenomen in de RES 1.0. Zeeland heeft de maatregelen uit het Klimaatakkoord op het gebied van mobiliteit vertaald naar concrete acties, die door de betrokkenen vanuit overheden, bedrijfsleven en maatschappij zijn opgepakt. Juist omdat de uitvoering met name buiten de RESorganisatie ligt, is in 2022 besloten om de verantwoordelijkheden van huidige en nieuwe acties van de tafel mobiliteit over te dragen aan de partijen die hiervoor verantwoordelijk zijn. Mobiliteit in de RES 2.0 focust zich op de energetische component, zoals de laadinfrastructuur en (mogelijk) waterstof. Hier wordt een link gelegd met het energiesysteem en daarmee ook het pMIEK. Vanwege de impact op het energiesysteem is er specifieke aandacht voor bedrijventerreinen (met zwaar transport). Verder geven overheden zelf het goede voorbeeld via inkoop, aanbesteding en eigen vervoer. Op deze manier worden verantwoordelijkheden verlegd naar de lokale organisaties en marktpartijen. De RES-organisatie behoudt wel een signalerings- en monitoringsfunctie.
Organisatie en proces RES 2.0 Om te komen tot een RES 2.0 is in 2022 een start gemaakt met de ontwikkeling van bouwstenen. Er zijn zeven bouwstenen beschreven met daarin per thema wat de belangrijkste wijzigingen zijn ten opzichte van de RES 1.0. De bouwstenen zijn elektriciteit, warmte/gebouwde omgeving, energiesysteem, mobiliteit, participatie en communicatie, organisatie en samenwerking en algemeen. Hierin zijn de gemaakte afspraken van de RES 1.0 tegen het licht gehouden en zijn voorstellen voor aanpassingen opgenomen. De onderwerpen industrie, waterstof, landbouw, innovatie, arbeidsmarkt en scholing vallen onder de bouwsteen ‘algemeen’. Tijdens de Energiedialoog RES 2.0 in september 2022 hebben we met ruim 100 verschillende deelnemers gesproken over hoe we de energietransitie in Zeeland verder willen voortzetten. Er is met bestuurders gediscussieerd, een informatieve livestream voor volksvertegenwoordigers georganiseerd, informatie gedeeld en opgehaald via een onderzoek onder Zeeuwse inwoners en een denktanksessie met jongeren. Op deze manier hebben we iedereen willen betrekken bij de ontwikkeling van de RES 2.0. Na de Energiedialoog zijn de bouwstenen eind 2023 vastgesteld door de besturen van provincie, gemeenten en waterschap. Daarnaast zijn ook de volksvertegenwoordigers van de verschillende overheden geïnformeerd.
7
RES in de leefomgeving De RES bevindt zich in een speelveld met een grote dynamiek. Met betrekking tot de leefomgeving spelen enerzijds effecten en afwegingen direct gerelateerd aan de energietransitie in bredere zin en anderzijds, - en in samenhang daarmee -, de afwegingen met betrekking tot andere ruimtelijke opgaves. De RES staat niet op zichzelf. Er is een duidelijk raakvlak met integraal programmeren en een overlap in andere programma's, waarbij dezelfde stakeholders betrokken worden. Vanuit RES Zeeland is afstemming met andere lopende trajecten, zowel binnen Zeeland als met aangrenzende RES-regio's. Denk aan de pMIEK, RAL/NAL, opwek langs de provinciegrenzen, de aanpak van de industrie (CES) en de eventuele waterstofbackbone. Daarnaast is er de ruimtelijke puzzel van Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG), woningbouw en RES die onderling moeten worden afgestemd.
RES en m.e.r. In de RES 1.0 is afgesproken om 700 MW aan windturbines te realiseren in de bestaande concentratiegebieden voor windenergie. Deze gebieden zijn reeds vastgelegd in provinciaal beleid. Voor zonneenergie is de gezamenlijke doelstelling 1000 MW in 2030 bij voorkeur op dak en aanvullend met projecten op land/water. Alhoewel de RES Zeeland kader scheppend is, als het gaat om de invulling van de totale opwekambitie van 3TWh, worden in de RES geen specifieke locaties aangewezen voor wind en zon. De provincie geeft de ruimtelijke kaders op hoofdlijnen, gemeenten vullen dit in op lokaal niveau. Naar verwachting is de Zeeuwse RES 2.0 niet m.e.r.-plichtig, omdat er geen nieuwe ruimtelijke besluiten plaatsvinden. Dit wordt later dit jaar onderzocht via een m.e.r.-toets. Vooruitblik Op dit moment werken we aan de RES 2.0, een volgende stap in het realiseren van de duurzame energie-opgaven in 2030. In verdiepingssessies met RES-partners leggen we de verschillende bouwstenen van de RES naast elkaar. We bekijken waar onderlinge verbanden en kansen liggen. Hierbij is aandacht voor integrale gebiedsgerichte aanpak, het energiesysteem en interbestuurlijke samenwerking.
Daarnaast zetten we de participatie de komende tijd voort, onder meer door het organiseren van een informatieve online masterclass voor volksvertegenwoordigers en een energiedialoog met alle stakeholders uit het Zeeuwse RES-netwerk. De RES 2.0 wordt naar verwachting eind 2023 vastgesteld door de Zeeuwse volksvertegenwoordigers van provincie, gemeenten en het waterschap. Het bestuurlijk kernteam RES wordt halfjaarlijks geïnformeerd over de voortgang ten aanzien van de uitvoering van de RES Zeeland middels tussenrapportages. Er wordt ook een publieke versie van de tussenrapportage verspreid om stakeholders van de RES Zeeland te informeren over de voortgang.
8