CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-09-28 IC10 - Bijlage 1. Notitie stofdepositie glastuinbouw Westdorpe-1 geanonimiseer...

commissie Omgeving 13 september 2023, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Ingekomen stukken2.794 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Buro Blauw b.v. Nude 54 6702 DN Wageningen Tel. : 0317-466699 Fax : 0317-426111 E-mail: info@buroblauw.nl

Notitie Notitienummer:

BL2022.10650.N01-V03

Titel:

Notitie stofdepositie glastuinbouw Westdorpe

Auteur: Datum:

December 2022

Bijlage:

Analyserapport Dustscan

Opdrachtgever: (ZBBP10650.DirectionalDust.220412.pdf) Provincie Zeeland –

1.

Inleiding

Naar aanleiding van overlast door stofdepositie in de glastuinbouw gelegen nabij Westdorpe, is door Buro Blauw in opdracht van de provincie Zeeland een onderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd met als doelstelling de identificatie van de aangetroffen stoffen, alsmede het bepalen van de bron van het aangetroffen stof. Op basis van deze identificatie wordt in hoofdstuk 6 het gezondheidsrisico van het aangetroffen stof afgeleid. De identificatie van het stof is gericht op de materialen die verwacht worden op basis van de nabijgelegen industrieën en activiteiten in noord- en zuidwestelijke richting. Ten oosten van de glastuinbouw bevinden zich geen industrieën en vinden er geen activiteiten plaats waarbij verwacht kan worden dat deze tot de genoemde stofdepositie zouden kunnen leiden. Verwacht wordt dat stofdepositie afkomstig is van verwerking van puin en cement, graanproducten en bodemas. Het onderzoek is gedurende vier weken uitgevoerd tussen 15 maart en 12 april 2022. In deze versie 3 van het rapport zijn alle opmerkingen van de provincie Zeeland verwerkt en is een meer uitgebreide analyse van de meetresultaten opgenomen t.o.v. de eerste versie van het rapport. Figuur 1.1 toont de locatie van de glastuinbouw, alsmede de posities van de meetopstellingen.

Buro Blauw b.v. Nude 54a, 6702 DN Wageningen Telefoon: 0317-425200, Telefax: 0317-426111, E-mail: info@buroblauw.nl Postbank nr.: 4004002, K.v.K. 09064003 Arnhem, BTW-nummer NL0091.91.033.B01 Algemene leveringsvoorwaarden gedeponeerd bij Kamer van Koophandel Arnhem

Notitie nr.

BL2022.10650.N01-V03 Datum:

December 20222

N

Figuur 1.1. Locatie van de glastuinbouw en de meetposities, aangeduid als ‘North’ en ‘South’.

2.

Mogelijke bronnen van stofemissies in de nabijheid van Westdorpe

In de omgeving van Westdorpe bevinden zich enkele industrieën welke voor verspreiding van stof kunnen zorgen. Deze bevinden zich voornamelijk tussen het noord- en zuidwesten van de onderzochte glastuinbouw. De bedrijven welke als mogelijke veroorzakers aangeduid kunnen worden zijn o.a. actief in het verwerken en opslaan van puin, graanverwerking en bodemas afkomstig van afvalwerking. Figuur 2.1 toont de locaties van de mogelijke stofbronnen, met de verwachte stof afkomstig uit de met oranje pijlen aangegeven richtingen.

Notitie nr. Datum:

BL2022.10650.N01-V03 December 2022

3

N Figuur 2.1. Locatie van de glastuinbouw en de mogelijke stofbronnen.

3.

Wettelijk kader

Bij de verspreiding van stofdeeltjes wordt onderscheid gemaakt tussen fijnstof- en grofstof. Fijnstof is gedefinieerd als deeltjes kleiner dan 10µm. Blootstelling aan fijnstof veroorzaakt gezondheidsproblemen. Voor fijnstofconcentraties in de buitenlucht zijn wettelijke normen vastgelegd in de Wet milieubeheer. Deze worden samengevat in tabel 3.1. Tabel 3.1

Stof

Samenvatting grenswaarden voor fijnstof in de Wet milieubeheer, hoofdstuk 5, titel 5.2

Voor

Norm

Niveau

Status

40 µg/m3

PM10

Mens Mens

Jaargemiddelde Daggemiddelde; overschrijding is toegestaan 50 µg/m3 op niet meer dan 35 dagen per jaar

Grenswaarde Grenswaarde

PM2,5

Mens

Jaargemiddelde

25 µg/m3

Grenswaarde

Notitie nr.

BL2022.10650.N01-V03

Datum: December 20224 Op 27 oktober 2022 heeft de Europese Commissie aangekondigd de EU-richtlijnen voor luchtkwaliteit verder aan te scherpen. De Commissie wil de norm voor PM2,5 verlagen naar 10 µg/m3 en voor PM10 naar 20 µg/m3. Deze herziening stemt de luchtkwaliteitsnormen beter af op de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). De WHO adviseert een norm van 15 µg/m3 voor PM10 en van 5 µg/m3 voor PM2,5. Stofdepositie wordt veroorzaakt door deeltjes groter dan 10 µm. Deze deeltjes worden niet of nauwelijks via de longen opgenomen in het lichaam. Nadelige effecten voor de gezondheid ontstaan als het stof ingeslikt wordt en doordat stofvervuiling van oppervlaktes hinder veroorzaakt. In Nederland bestaan geen wettelijke normen voor een aanvaardbaar stofdepositieniveaus. Ook is geen sprake van een provinciaal of lokaal stofhinderbeleid. Bij vergunningverlening aan hinderlijk stofemissie veroorzakende bedrijven wordt veelal gebruik gemaakt van de maatregelen beschreven Afdeling 3.4 van het Activiteitenbesluit. In verschillende landen en staten zijn grenswaarden gesteld voor acceptabele stofdepositieniveaus. Deze worden samengevat in tabel 3.2. Deze kunnen als een referentie gebruikt worden voor het beoordelen van de ernst van de in dit onderzoek vastgestelde stofdepositieniveaus in Westdorpe. Tabel 3.2

Overzicht van internationale normen voor stofdepositieniveaus

Land

Staat

Middelingstijd Omschrijving

België

Vlaanderen

Maand

Australië

West-

Canada

Newfoundland

Duitsland VS VS VS VS

Mississippi New York North Dakota Pennsylvania

Maand Maand Maand Jaar Maand Maand Maand 3 Maanden Maand Jaar

Richtwaarde Grenswaarde Waarneembaar Onaanvaardbaar

Boven achtergrond < 5 % van de tijd

Depositie in [mg/(m².dag)] 350 650 133 333 233 153 350 175 100 196 500 267

Notitie nr. Datum:

4.

BL2022.10650.N01-V03 December 2022

5

Onderzoeksopzet

Doelstelling van het onderzoek is na te gaan vanuit welke richting de depositie van stof plaatsvindt en, het vaststellen van de samenstelling van het stof en op basis daarvan de bron(nen) te identificeren. De onderzoeksopstelling bestaat uit de inrichting van twee meetposities aan de noord- en zuidkant van de te onderzoeken glastuinbouw. Met de zogenaamde DustScan wordt de weekgemiddelde stofdepositie op ieder meetpunt, afhankelijk van de windrichting gemeten. De DustScan is een ronde koker voorzien van een klevende film, gepositioneerd op een paal. Hierdoor wordt stof- afhankelijk van de windrichting bemonsterd. Figuur 4.1 toont een DustScan en de bemonsterde plakstrip.

Figuur 4.1. De DustScan (links) met een bemonsterde plakstrip (rechts). Op de belaste plakstrips wordt de stofdepositie gemeten. Dit gebeurt met de volgende analyses: - Met automatische beeldanalyse wordt de bedekkingsgraad (% AAC) en de bedekkingsgraad met zwart stof (% EAC), per windrichtingssector van 15o gemeten worden. De beoordeling van de mate van vervuiling van het oppervlak door stofdepositie vindt plaats m.b.v. een beoordelingsmatrix voorgesteld door Dustscan. Deze beoordelingsmatrix staat in tabel 4.1.

Tabel 4.1

Kwalitatieve beoordelingsmatrix voor de mate van de gemeten stofdepositie.

Notitie nr. -

BL2022.10650.N01-V03

Datum: December 20226 Gravimetrische analyse, waarmee de stofdepositie uitgedrukt in mg/m2/dag verkregen wordt. Dit kwantitatieve resultaat kan vergeleken worden met de wettelijke buitenlandse normen in tabel 3.2.

Het doel van dit onderzoek is de bron(nen) van de stofdepositie en de samenstelling van het stof te achterhalen. Daarom is in dit onderzoek gekozen voor de kwalitatieve beoordeling volgens tabel 4.1. Om een compleet beeld van de stofdepositie in de nabijheid van de meetlocatie te verkrijgen, is er op twee verschillende plekken gelijktijdig bemonsterd gedurende vier weken. De plakstrips zijn wekelijks gewisseld.

5.

Meetresultaten

5.1

Overzicht uitgevoerde metingen

De metingen zijn uitgevoerd gedurende 4 weken van 15 maart en 12 april 2022. Tabel 5.1 toont een overzicht van de data waarop gemeten is door middel van de plakstrips. De plakstrips worden normaliter wekelijks of tweewekelijks gewisseld. De vier metingen zijn wekelijks gewisseld en bemonsterd. Tabel 5.1.

Meting: 1 2 3 4

Overzicht van meetdata en bemeten locaties.

Week: 11 12 13 14

Van: 15-3-2022 22-3-2022 29-3-2022 05-4-2022

Tot: 22-3-2022 29-3-2022 05-4-2022 12-4-2022

Tijdens de uitvoering van de metingen hebben zich geen storingen voorgedaan.

5.2

Meteo tijdens de metingen

Omdat de windrichting een bepalende factor is in het bepalen van de veroorzakende bronnen, is naast de stofconcentratie en stofsoort gekeken naar de windrichtingen op basis van meteogegevens van het KNMI. Deze gegevens zijn vergeleken met de aangetroffen stofsoorten, om te bepalen of er gelijkenissen te vinden zijn met de mogelijke bronnen. De windrichtingen die zich tijdens de meetcampagne voordeden zijn grotendeels niet overeenkomstig met het langjarig gemiddelde over de jaren 2011-2021 voor het KNMIstation Westdorpe. Figuur 5.1 toont een windroos waarbij de windrichtingen gedurende de meetperiode en het langjarig gemiddelde inzichtelijk zijn gemaakt. Tijdens de meetcampagne is de windrichting veelal vanuit de noordoostelijke hoek geweest, wat een lagere stofconcentratie dan verwacht kan hebben veroorzaakt.

Notitie nr. Datum:

BL2022.10650.N01-V03 December 2022

7

N NNW 15% NW

NNO NO

10%

WNW

ONO

5%

W

O

0%

WZW

OZO ZW

ZO ZZW

ZZO Z

Meetperiode

Langjarig Westdorpe

Figuur 5.1. Windroos meetperiode en langjarig gemiddelde. Tijdens de metingen is de windsnelheid typerend geweest ten opzichte van het langjarig gemiddelde. Er hebben zich geen momenten voorgedaan waarbij de windkracht boven 7 bft uit is gekomen. Figuur 5.2 toont de windsnelheden ten tijde van de meetperiode en het langjarig gemiddelde.

Cumulatieve frequentie

100% 80% 60% 40% 20% 0%

Meetperiode

Langjarig Westdorpe

Figuur 5.2. Cumulatieve frequentie van de windsnelheden en langjarig gemiddelde voor Westdorpe.

Notitie nr.

BL2022.10650.N01-V03 Datum:

5.3

December 20228

Meetresultaten DustScan

De resultaten van de stofdepositiemetingen worden in figuren 5.1, 5.2, 5.3 en 5.4 getoond. De taartdiagrammen tonen de richting waaruit de stofdepositie gemiddeld over de meetperiode gemeten is en de bijbehorende impact van dit stof. Voor gedetailleerde gegevens per meetperiode en windrichting wordt verwezen naar [1], dat als pdf-bijlage bij dit rapport is gevoegd.

Figuur 5.1. Gemiddelde richting en impact (op basis van hoeveelheid) van stofdepositie | 15 maart – 22 maart 2022. (Groen – zeer laag; Beige - laag; Geel – medium; Oker – hoog; Rood – zeer hoog) Uit figuur 5.1 is te zien dat bij meetpositie North een hoge stofdepositie optreedt bij wind uit het zuidoosten. In deze meetperiode was ook voor een groot deel van de tijd sprake van een zuidoostelijke windrichting. Oostnoordoosten wind komt in deze meetperiode het meeste voor. In deze richting ligt de betoncentrale, terwijl er dan geen stofdepositie gemeten is. Bij meetpunt South treedt er geen depositie van betekenis op bij deze windrichting. Ten zuidoosten van de meetpunten liggen geen stofemitterende bedrijven.

Figuur 5.2. Gemiddelde richting en impact van stofdepositie | 22 maart – 29 maart 2022.

Notitie nr. BL2022.10650.N01-V03 Datum: December 2022 9 In meetperiode 2 is er geen stofdepositie van betekenis bij de beide meetpunten opgetreden, waarbij voornamelijk sprake was van een noordoostelijke windrichting. In deze windrichting ligt de betoncentrale, terwijl er dan ook geen stofdepositie van betekenis gemeten is.

Figuur 5.3. Gemiddelde richting en impact van stofdepositie | 29 maart – 05 april 2022. Meetperiode 3 geeft hetzelfde beeld als meetperiode 2, wind uit het noordoosten en geen stofdepositie van betekenis. Dit geeft hetzelfde beeld als meetperiode 2, wind vanaf de betoncentrale en geen stofdepositie van betekenis.

Figuur 5.4. Gemiddelde richting en impact van stofdepositie | 05 april – 12 april 2022. Meetperiode 4 laat een matige stofdepositie in noordwestelijke richting bij meetpunt North en in westelijke richting bij meetpunt Zuid. Deze stofdepositie in overeenstemming met de dominante zuidwestelijke windrichting in die periode. Uit alle meetresultaten blijkt dat sprake is van geringe depositie van zwartstof (%EAC). Vrijwel alle gemeten depositie in de omgeving kan omschreven worden als “totaal stof” (%AAC). Hieruit kan worden opgemaakt dat de depositie van het zwarte stof een langdurig proces betreft. Tijdens de eerste meetperiode is op de meetlocatie ‘North’ een hogere stofimpact waargenomen vanuit het zuidoosten. Tabel 5.2 geeft een overzicht van de aangetroffen elementen. Voor verdere details en analyseresultaten wordt verwezen naar het rapport van DustScanAQ [2].

Notitie nr.

BL2022.10650.N01-V03 Datum:

December 202210

Tabel 5.2. Overzicht van aangetroffen materialen in de monsters, naar [2].

Common mineral grains

Typically pale and translucent, but some appear reddish-brown or grey-blue in colour. Normally subangular to subrounded in shape. Under XPL, distinctive bright interference colours.

Common mineral grains such as quartz, calcite and gypsum from a variety of sources including local soils, rocks, construction activity and roads.

Black opaque material

Irregular opaque black particles, most likely from a variety of sources. Occasionally some display the characteristic sinuous appearance of rubber crumb, whilst others appear perfectly spherical (cenospheres).

Rubber (tyre) crumb, cenospheres associated with combustion, and unidentifiable material most likely related to industrial activity.

Fibres

Generally brightly coloured and translucent.

Textiles including clothing fibres.

Organic material

Generally pale brown to orange in colour, and irregular in shape. Some particles display identifiable surface features or morphology, whilst others are more amorphous.

Pollen grains, insect fragments, plant and fungal material.

Grain / flour

Spherical in shape with bright pale blue interference colours and distinctive black crosshair interference pattern.

Starch or flour grains

Tabel 5.3 geeft de relatieve hoeveelheden van elke bovenstaande stoffen aan, zoals aangetroffen in elke verzamelde plakstrip.

Notitie nr. Datum: Tabel 5.3

6.

BL2022.10650.N01-V03 December 2022 Relatieve hoeveelheden van aangetroffen stoffen over de meetperiode.

11

Discussie en conclusies

Op twee locaties van de nabij Westdorpe gevestigde glastuinbouw is een onderzoek uitgevoerd in het kader van stofdepositie. De richting waaruit het stof afkomstig is, is bepaald door middel van zogenaamde plakstrips, daarnaast is de compositie van de aangetroffen stofdeeltjes op basis van microscopische analyse geanalyseerd. De resultaten van stofdepositie op de plakstrips tonen aan dat er geen eenzijdige richting aan te merken is waaruit het stof afkomstig is. De voornaamste windrichting is tijdens de meetperiode vanuit het noordoosten gebleken, wat voor minder ideale condities heeft gezorgd om stof vanuit de verdachte richtingen waar te nemen. Er zijn verschillende stofsoorten waargenomen welke verklaard kunnen worden door lokale bedrijven die zich bezighouden met producten die deze stof kunnen veroorzaken. Er is geen aandeel bodemas of meststoffen gevonden in het opgevangen stof. Deze stoffen waren als mogelijke veroorzakers van de stofdepositie, maar zijn niet gevonden op de bemonsterde locaties. Tijdens de metingen is de windrichting niet optimaal gebleken om langdurig vanuit de verdachte bronnen depositie (mogelijk) te kunnen waarnemen. In meetperiode 1 was grotendeels sprake van een zuidoostelijke wind, waar bij meetpositie North een hoge stofdepositie, bestaande uit mineralen en verbrandingsproducten is gemeten.

Bij meetpositie South is juist een zeer lage stofdepositie gemeten.

Notitie nr.

BL2022.10650.N01-V03

Datum: December 202212 Dit duidt op een zeer lokale – mogelijke verbrandingsbron bij meetpositie North. Ook kan stof afkomstig zijn van het zware verkeer op de Provincialeweg N62. In meetperiode 1, 2 en 3 was sprake van wind uit het noordoosten, waarbij een zeer lage stofdepositie, bestaande uit mineralen gemeten is. Het bedrijf Fassaert Beton ligt ten noordoosten van de meetpunten. Eventuele stofemissie van dit bedrijf heeft dus geen stofdepositie bij de meetpunten veroorzaakt. Stof bestaat uit mineralen, en komt overeen met de betoncentrale. In meetperiode 4 was sprake van zuidwestelijke wind. In die windrichting liggen de bedrijven Sagro reststoffenbeheer en de bedrijven aan de Wervenweg in Sas van Gent. Stof bestaat uit mineralen, hetgeen overeenkomt met de opslagen en activiteiten van de genoemde bedrijven. Uit de resultaten van het microscopische onderzoek kan geconcludeerd worden dat een groot aandeel van het aangetroffen stof een oorsprong heeft in de vorm van mineralen zoals steen, beton en cement. Dit aandeel kan verklaard worden door de nabijgelegen puinbreker bij Sagro, welke op 350-400 meter van het ‘North’ meetpunt gesitueerd is. Daarnaast is er ten noordoosten van dit punt een betonproducent aanwezig, welke bij kan dragen aan het stof van deze samenstelling.

Naast dit steenachtige aandeel zijn er ook zwartkleurige deeltjes aangetroffen met een oorsprong in verbrandingsprocessen en daarnaast uit rubberachtige materialen. De rubberachtige zwarte materialen kunnen verklaard worden door bandenslijtage van voertuigbewegingen in de nabijheid van de meetlocaties. Het aandeel zwart stof veroorzaakt door verbrandingsprocessen is lastiger te lokaliseren, maar is wel in relatief grote aantallen aanwezig. Dit kan tevens eventuele overlast door zwartkleuring verklaren. Een mogelijke bron is scheepvaart op het kanaal Terneuzen-Gent ten westen van de onderzoekslocatie. Zwartstof van verbrandingsprocessen bestaat grotendeels uit roet. Roet wordt voornamelijk als zeer fijnstof (deeltjes kleiner dan 1 µm) uitgestoten. Deze zeer kleine deeltjes dragen nauwelijks bij aan de stofdepositie, maar kunnen wel de oorzaak zijn van het (geleidelijk) zwart kleuren van het grovere minerale stof. Roet is bij inademing schadelijk voor de gezondheid. In die zin is het zwart gekleurde gedeponeerde stof niet schadelijk, maar de blootstelling via de lucht wel. Dit geldt evenwel voor alle inwoners van dit gebied. Er is geen aandeel bodemas of meststof gevonden in de monsters, terwijl dit wel in lijn van de verwachting lag.

Op basis van dit onderzoek kan geconcludeerd worden dat de bedrijvigheid rondom puin- en steenachtige materialen een bijdrage levert aan het aangetroffen stof in de nabije omgeving van de glastuinbouw. Naast dit type stof is een relatief groot aandeel zwart stof afkomstig van verbrandingsprocessen, mogelijk roet waargenomen. Bodemas en meststoffen zijn niet aangetroffen in het bemonsterde stof. Een exacte bronbepaling van het zwarte stof is niet mogelijk gebleken en vereist verder onderzoek door middel van een langdurigere meetcampagne.

Notitie nr. Datum:

BL2022.10650.N01-V03 December 2022

13

Literatuurlijst [1] DustScanAQ, "DS100 DIRECTIONAL DUST FLUX REPORT," DustScanAQ, 2022. [2] M. Tuzinkiewicz, "Dust Characterisation Report," DustScanAQ, Oxfordshire, 2022. [3] D. Quinn, "Dust Characterisation Report," DustScanAQ, Oxfordshire, United Kingdom, 2022.

Auteur:

Controleur: Adviseur luchtkwaliteit Datum: 8 november 2022

Directeur / senior adviseur Datum: 8 november 2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13090734/1