2023-09-13 - 2e wijziging Verordening Fysieke Leefomgeving - verordening
Tekst van het document
RAADSBESLUIT
vergadering van: zaaknummer:
28 september 2023 102072
onderwerp:
Tweede wijziging van de Verordening Fysieke Leefomgeving 2023 Terneuzen
voorstel van: portefeuillehouder: datum voorstel: programma: afdeling:
College van Burgemeester en Wethouders J. de Buck 15 augustus 2023 Wonen & leefbaarheid Omgeving en Economie
De raad van de gemeente Terneuzen; gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. 15 augustus 2023; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; besluit: Vast te stellen de Verordening tot wijziging van de Verordening Fysieke Leefomgeving Terneuzen 2023 (citeertitel: tweede wijziging Verordening Fysieke Leefomgeving Terneuzen 2023); Artikel I De Verordening Fysieke Leefomgeving Terneuzen 2023 wordt gewijzigd als volgt: A1 Artikel 2.12 Aanwijzen plaatsen en tijdstippen parkeren door vergunninghouders wordt vervangen door: Artikel 2.12 Aanwijzen plaatsen en tijdstippen via het aanwijzingsbesluit 1. Het college kan, bij openbaar te maken besluit, weggedeelten aanwijzen die bestemd zijn voor parkeerapparatuur plaatsen en voor het parkeren door vergunninghouders. 2. Het college kan, bij openbaar te maken besluit, de tijdstippen vaststellen waarop het parkeren voor parkeerapparatuur plaatsen en aan vergunninghouders is toegestaan. 3. Indien het verkeersbelang of andere dringende omstandigheden zulks noodzakelijk maken, is het college bevoegd tijdelijke, van in het eerste en tweede lid bedoelde besluiten, afwijkende maatregelen te treffen. A2 Artikel 3.90 Parkeervergunning belanghebbenden wordt vervangen door:
Artikel 3.90 De parkeervergunningverlening Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een parkeervergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen en/of parkeerapparatuur plaatsen. A3 Artikel 3.91 Beslistermijn op aanvraag wordt vervangen door: Artikel 3.91 Soorten parkeervergunningen 1.
2.
Bewonersparkeervergunning. a. Een bewonersparkeervergunning kan worden verleend aan de eigenaar of houder van een motorvoertuig die volgens de Basis Registratie Personen als bewoner op een adres ingeschreven staat in een gebied waar belanghebbendenplaatsen en/of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuur plaatsen aanwezig zijn en het adres een zelfstandige woning betreft. b. In afwijking van het bepaalde in lid a, kan aan diegene die volgens de Basis Registratie Personen als bewoner op een adres ingeschreven staat in een gebied waar belanghebbendenplaatsen en/of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuur plaatsen aanwezig zijn en het adres een zelfstandige woning betreft een bewonersvergunning worden verleend ten behoeve van mantelzorg tegen overlegging van over een recente verklaring (niet ouder dan twee (2) maanden) van de huisarts of een andere instantie waaruit blijkt dat de aanvrager aangewezen is op mantelzorg kan een (extra) eerste bewonersvergunning aanvragen ten behoeve van mantelzorg. Ondernemers/werknemersparkeervergunning.
Een ondernemers/werknemersparkeervergunning kan worden verleend aan de eigenaar of houder van een motorvoertuig die een beroep of bedrijf uitoefent of werkzaam is voor een bedrijf en is gevestigd in een gebied waar belanghebbendenplaatsen en/of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuur plaatsen aanwezig zijn. 3.
Dienstverleningsparkeervergunning.
Een dienstverleningsparkeervergunning kan worden verleend aan de eigenaar of houder van een motorvoertuig die een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuur plaatsen aanwezig zijn en daar niet is gevestigd en aantoont dat het in het belang van diens beroep- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat gebied een motorvoertuig te parkeren. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in medische, overheid, ANBI, Ambulante handel en algemene parkeervergunningen.
4. Bezoekersparkeervergunning. Een bezoekersparkeervergunning kan worden verleend aan diegene die volgens de Basis Registratie Personen als bewoner op een adres ingeschreven staat in een gebied waar belanghebbendenplaatsen en/of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuur plaatsen aanwezig zijn en het adres een zelfstandige woning betreft.
A4 Artikel 3.92 Geldigheidsduur vergunning wordt vervangen door: Artikel 3.92 Beperkingen aan parkeervergunningverlening 1. Het college kan beleidsregels stellen omtrent het maximum aantal parkeervergunningen dat kan worden verleend en omtrent het vergunningengebied of de vergunning gebieden waarvoor de parkeervergunning geldig is. 2. Het college kan in bijzondere gevallen een parkeervergunning ook verlenen aan degene die niet voldoet aan één of meer van de voorwaarden genoemd in artikel 3.91, lid 1 tot en met 4. 3. Het college kan bij openbaar te maken besluit een maximum aantal uit te geven parkeervergunningen per aaneengesloten gebied en per categorie vaststellen en voorschriften over wachtlijsten geven. 4. Aan de parkeervergunning kunnen zowel beperkingen worden verbonden met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met betrekking tot de tijdstippen waarop de parkeervergunning van kracht is. 5. Het college kan aan een parkeervergunning ook andere voorschriften en beperkingen verbinden. Deze voorschriften en beperkingen mogen alleen strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte.
A5 Artikel 3.93 Intrekken en wijzigen van een vergunning wordt vervangen door: Artikel 3.93 Beleidsregels aanvragen en verlenen parkeervergunningen Het college kan beleidsregels vaststellen voor het aanvragen en verlenen van parkeervergunningen. A6 Artikel 3.94 Verbod achterlaten voorwerpen en voertuigen wordt vervangen door: Artikel 3.94 Geldigheid parkeervergunningen 1. Een parkeervergunning wordt voor ten hoogste één jaar verleend. 2. Een parkeervergunning vermeldt ten minste: a. de naam en het adres van de vergunninghouder; b. het gebied (ook zone en bronpunt) waarvoor de parkeervergunning geldt; c. de periode waarvoor de parkeervergunning geldt. 3. Alle parkeervergunningen zijn alleen geldig na registratie van het kenteken van het motorvoertuig waarvoor de parkeervergunning wordt gebruikt in de centrale computer. A7 Artikel 3.95 Verbod inwerkingstelling parkeerapparatuur wordt vervangen door: Artikel 3.95 Intrekken en wijzigen parkeervergunningen 1.
Het college kan een parkeervergunning intrekken of wijzigen: a. op verzoek van een vergunninghouder; b. wanneer de vergunninghouder niet meer woonachtig is of geen beroep of bedrijf meer uitoefent in het gebied, waarvoor de parkeervergunning is verleend; c. wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van parkeervergunningen komt te vervallen;
d. wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de parkeervergunning; e. wanneer de vergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn betalingsverplichting voor zijn parkeervergunning heeft voldaan; f. wanneer de vergunninghouder in strijd handelt met de aan de parkeervergunning verbonden voorschriften; g. wanneer de parkeervergunning voor een ander doel wordt gebruikt dan waarvoor de parkeer vergunning is afgegeven; h. wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de parkeervergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt; i. om redenen van openbaar belang. 2.
De vergunninghouder wordt van het besluit tot intrekking of wijzigen in kennis gesteld.
A8 Artikel 3.96 Verbod parkeren op plaats vergunninghouder wordt vervangen door: Artikel 3.96 Verbodsbepalingen 1. Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig te plaatsen of te laten staan: a. op een parkeerapparatuur plaats; b. op een belanghebbendenplaats. 2. Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te laten staan, dat daardoor een normaal gebruik ervan wordt belemmerd of verhinderd. 3. Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere middelen dan die welke in de kennisgeving op de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen. 4. Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel. A9 Artikel 3.97 (gereserveerd) wordt verplaatst naar § 3.5.2. Parkeerregulering en wordt als volgt aangepast: Artikel 3.97 Verbod parkeren op plaats parkeervergunninghouder 1. Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een belanghebbendenplaats en / of parkeerapparatuur plaats slechts aan parkeervergunninghouders is toegestaan aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden: a. zonder parkeervergunning; b. zonder dat het kenteken van het betreffende motorvoertuig in de centrale computer is geregistreerd; c. in strijd met de aan de parkeervergunning verbonden voorwaarden. 2.
Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel. A10 Het vijfde lid van artikel 7.1 Toezichthouders wordt als volgt gewijzigd: 5.
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens § 3.5.2 Parkeerregulering van deze verordening zijn, behalve de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, de door het college
aangewezen ambtenaren als bedoeld in artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering, belast A11 Aan het tweede lid van artikel 7.2 Strafbepaling als volgt gewijzigd: 2.
Overtreding van het bepaalde in de artikelen 3.96 en 3.97 van deze verordening wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van de eerste categorie.
B. De bijlagen bij de verordeningen wijzigen als volgt: B1 Bijlage 1 Begripsbepalingen als bedoeld in artikel 1.1. van deze verordening wordt aangepast voor de begripsbepalingen van Afdeling 3.5 Par. 3.5.2 Parkeerregulering. Deze begrippen worden als volgt gewijzigd. a. het RVV 1990: het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens van 26 juli 1990; b. motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990, met inbegrip van brommobielen; c. brommobiel: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onderdeel ia van het RVV 1990; d. parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- en uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op de binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; e.
houder: degene die naar omstandigheden als houder van een motorvoertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorvoertuig of brommobiel dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 (Staatsblad 1994, nummer 475) aangehouden register van opgegeven kentekens, als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorvoertuig of brommobiel opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven; f.
parkeerapparatuur: parkeermeters, voor het betalen van de parkeerbelasting ingerichte mobiele telefoons, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;
g. parkeerapparatuur plaats: een parkeerplaats waarvoor parkeerbelasting wordt geheven door middel van parkeerapparatuur; h. belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die: 1. is aangeduid met bord E9 van bijlage 1 van het RVV 1990; 2. gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 van bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd;
i.
parkeervergunning: een door het college verleende parkeervergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en/of belanghebbendenplaatsen;
j.
ontheffing: Een door het college verleende ontheffing op basis van RVV 1990, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren buiten reguliere parkeerplaatsen, zonder daarbij de toegankelijkheid van de openbare ruimte te belemmeren;
k. parkeerrecht: een door het college verleent recht, krachtens welke het is toegestaan een voertuig te plaatsen op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en/of belanghebbendenplaatsen; l.
vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend;
m. ontheffing houder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een ontheffing is verleend; n. bewonersparkeervergunning: een parkeervergunning als bedoeld in artikel 3.91 lid 1; o. ondernemers/werknemersparkeervergunning: een parkeervergunning als bedoeld in artikel 3.91 lid 2; p. dienstverleningsparkeervergunning: een parkeervergunning als bedoeld in artikel 3.91, lid 3; q. bezoekersparkeervergunning: een parkeervergunning als bedoeld in artikel 3.91, lid 4; r. centrale computer: een computer bestemd voor registratie van parkeeracties en parkeerrechten; s. zelfstandige woning: een woning welke een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woning, als bedoeld in artikel 1623a, derde lid van het Burgerlijk Wetboek; t.
mantelzorg: het met regelmaat niet-beroepsmatig zorg verlenen aan een bewoner met een indicatiebesluit van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) binnen de kring van familie, vrienden of kennissen;
u. gehandicaptenparkeerkaart: een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in de Regeling gehandicaptenparkeerkaart van 2 juli 2001 (nummer CDJZ/WBI/2001829, Staatscourant 130); v. feestdag: de landelijk erkende feestdagen: nieuwjaarsdag, eerste Paasdag, tweede Paasdag, Koningsdag, Hemelvaartsdag, eerste Pinksterdag, tweede Pinksterdag, eerste Kerstdag en tweede Kerstdag. B2 Bijlage 3 Aangewezen zones parkeren door vergunninghouders, als bedoeld in artikel 2.12 van deze verordening komt te vervallen.
B3. Bijlage 7 wordt als volgt aangepast Parkeren Terneuzen Onderwerp
Artikel Parkeerverordening
Artikel Verordening fysieke leefomgeving
Artikel Verordening fysieke leefomgeving incl. tweede wijziging Artikel 1.1. en bijlage 1 Artikel 2.12 Artikel 3.89 Artikel 3.90/3.91
Definities en begripsomschrijvingen Aanwijzing gebieden Aanwijzing activiteiten Parkeervergunning belanghebbenden Beslistermijnen op aanvraag Geldigheidsduur vergunning Intrekken of wijzigen vergunning Verbodsbepaling achterlaten voorwerpen en voertuigen Verbod inwerkingstellen parkeerapparatuur Verbod parkeren op plaats vergunninghouder Strafbepaling Toezichthouders
Artikel A Artikel B Nieuw Artikel C
Artikel 1.1. en bijlage 1 Artikel 2.12 Artikel 3.89 Artikel 3.90
Artikel D
Artikel 3.91
Artikel E
Artikel 3.92
Artikel 3.94
Artikel F
Artikel 3.93
Artikel 3.95
Artikel G
Artikel 3.94
Artikel 3.96
Artikel H
Artikel 3.95
Artikel I
Artikel 3.96
Artikel 3.97
Artikel J Artikel K
Artikel 7.2, lid 2 Artikel 7.1, lid 5
Artikel 7.2., lid 2 Artikel 7.1, lid 5
Artikel II Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking. Besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Terneuzen op 28 september 2023. griffier (plv),
voorzitter,
ing. N.M.J. Jansen-Geerinckx
H.J.A. van Merrienboer