CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-06-21 - bijlage Bp Sas van Gent, Paul Krügersdreef 5-gecompr.def

gemeenteraad 6 juli 2023, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan ‘Sas van Gent, Paul Krugersdreef 5’23.942 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Juust

30

Sas van Gent, Paul Krügersdreef 5

dekking. De geplande werkzaamheden hebben geen negatief voor de huismus. Verder blijkt dat er 1 1 zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis is aangetroffen. Hier is tijdens een onderzoeksronde geconstateerd dat hier één exemplaar verbleef. Er zijn geen andere soorten vleermuizen aangetroffen. Het gebouw en het plangebied hebben geen andere functies voor vleermuizen. Tijdens de sloop zal het zomerverblijf verdwijnen. Er dient hiervoor een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden. Er dienen in de directe omgeving < 200 meter, 4 duurzame vleermuiskasten (of 2 vleermuispaalkasten) geplaatst te worden voor de periode tussen sloop en nieuwbouw. In de nieuwbouw dienen minimaal 4 blijvende inbouwvoorzieningen aangebracht te worden, zie bijlage voor voorbeelden. De maten van de vleermuiskasten dienen te voldoen aan de voorwaarden die vernoemd zijn in het Kennisdocument Gewone dwergvleermuis BIJ12. Er zijn geen andere beschermde soorten vastgesteld in de te slopen bebouwing. In de specifieke gebruiksregels bij de bestemming 'Wonen' is een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat de grond en bouwwerken pas in gebruik genomen mogen worden nadat de mitigerende maatregelen, voortkomend uit het nader onderzoek, zijn uitgevoerd.

4.10

Niet gesprongen explosieven

In de Tweede Wereldoorlog is in Zeeland veel gevochten. Doordat tijdens de gevechten niet alle munitie is ontploft zijn er tot op de dag van vandaag blindgangers in de bodem te vinden. Gemeente Terneuzen hanteert voor niet-gesprongen explosieven (NGE) het Historisch Vooronderzoek en NGE-Risicokaart van REASeuro, kenmerk RO180093 van 24 oktober 2018. De bedoelde locatie aan de Paul Krügersdreef valt in relatie tot NGE door oorlogshandelingen in de Tweede Wereldoorlog niet in een aangemerkt risicogebied (zie afbeelding). De trefkans voor het aantreffen van munitie is nihil. Ditzelfde geldt dan voor eventueel humaan risico. Daarmee is er geen projectgebonden risicobeoordeling of ander onderzoek naar zogenoemde ontplofbare oorlogsresten nodig. Het aspect niet-gesprongen explosieven vormt geen belemmering voor het aanvangen van (graaf)werkzaamheden. In geval er alsnog munitie wordt aangetroffen, wordt ingezet op het handelen op basis van het protocol ‘Toevalstreffer conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog’.

Afbeelding 20 | Uitsnede NGE-Risicokaart (bron: REASeuro)

Juust

31

Sas van Gent, Paul Krügersdreef 5

4.11

Verkeer en parkeren

Een goede ontsluiting en voldoende parkeerfaciliteiten zijn belangrijk voor een goed functionerende ontwikkeling. In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de gevolgen van het plan op de verkeerssituatie in de omgeving, de verkeersgeneratie, de ontsluiting en de wijze waarop voldoende parkeergelegenheid in het plan is gewaarborgd. Parkeren De parkeernorm wordt bepaald aan de hand van de door de gemeenteraad van Terneuzen vastgestelde geactualiseerde parkeernormen (september 2019), zoals opgenomen in de parkeernota 2015-2020, en het facetbestemmingsplan 'Parkeren Terneuzen'. De locatie Paul Krügersdreef 5 valt binnen het gebiedstype 'rest bebouwde kom' en heeft een stedelijkheidsgraad 'weinig stedelijk'. Voor de appartementen is uitgegaan van appartementen in het goedkope segment (7 * 80 m2 ) en het middeldure segment (4 * 90 m² en 2 * 100 m²). In onderstaande tabel is de parkeerbehoefte in beeld gebracht: Classificatie

Aantal

Minimale parkeernorm

Maximale parkeernorm

Gemiddelde parkeernorm

Appartement (goedkoop) Appartement (middelduur

7

1,2

2,0

1,6

Parkeerbehoefte (o.b.v. gemiddelde norm) 11,2

6

1,5

2,3

1,9

11,4 22,6 (=23)

Uit bovenstaande tabel blijkt dat de totale parkeerbehoefte van het plan 22,6 (afgerond 23) parkeerplaatsen bedraagt op basis van de gemiddelde norm. Het aandeel bezoekers is 0,3 per woning waardoor er 3,9 (afgerond 4) bezoekersparkeerplaatsen nodig zijn. Op het terrein is ruimte voor 19 parkeerplaatsen waardoor het bewonersparkeren geheel op eigen terrein kan worden opgelost. Het bezoekersparkeren kan opgelost worden in de openbare ruimte. Aan de Paul Krügersdreef kan aan beide zijden van de weg worden geparkeerd (langsparkeren). Verkeersgeneratie De verkeersgeneratie wordt bepaald aan de hand van de CROW-publicatie 381 'toekomstbestendig parkeren'. Uitgegaan wordt van stedelijkheidsgraad 'weinig stedelijk' en gebiedstype 'rest bebouwde kom'. In onderstaande tabel is de verkeersgeneratie in beeld gebracht. Hieruit blijkt dat de totale verkeersgeneratie 75,2 motorvoertuigbewegingen per etmaal bedraagt. Classificatie Appartement (goedkoop) Appartement (middelduur)

Aantal Minimale Maximale Gemiddelde Totale verkeersgeneratie verkeersgeneratie verkeersgeneratie verkeersgeneratie 7 5,2 6,0 5,6 39,2 6

5,6

6,4

6,0

36 75,2

Ontsluiting De verkeersbewegingen van de appartementen worden afgewikkeld via de Paul Krügersdreef. Deze weg is toereikend voor de invulling van het perceel met de woonfunctie. Het plan heeft geen nadelige gevolgen voor de infrastructuur aan de Paul Krügersdreef.

Juust

32

Sas van Gent, Paul Krügersdreef 5

4.12

Water

Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht. Beschreven moet worden op welke wijze in het plangebied met water en watergerelateerde aspecten wordt omgegaan. Voorkomen moet worden dat ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beiden is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals bijvoorbeeld wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, etc., te voorkomen. Thema en water(beheer)doelstelling Uitwerking Veiligheid waterkeringen Het plangebied is niet gelegen in nabijheid van een Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening waterkering en dus ook niet binnen de houden met de daarvoor benodigde ruimte. beschermingszone van de waterkering. Voorkomen overlast door oppervlaktewater Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Waarborgen van voldoende bouwpeil om overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties.

In de huidige situatie bedraagt het dakoppervlak 256 m2 en de dichte bodemverharding 230 m2 . Dit betekent een totale verharding van 486 m2 . In de toekomstige situatie is er een dakoppervlak van 595 m2 , een dichte bodemverharding van 84 m2 en een doorlatende bodemverharding van 730 m2 . Aangezien er gebruik wordt gemaakt van waterpasserende straatstenen (10% waterdoorlatend) is er een totale doorlatende bodemverharding van 657 m2 . In de toekomstige situatie is er een totale verharding van 1.336 m2 . Dit betekent een verhardingstoename van 850 m2 en een benodigde watercompensatie van 63,8 m3 (850 * 0,075). De benodigde watercompensatie wordt voorzien op eigen terrein. Aan de noordzijde van het plangebied (tussen de Paul Krügersdreef en het nieuw te realiseren gebouw) wordt voorzien in de watercompensatie middels een wadi met een lengte van 10 meter, een breedte van 6 meter en een diepte van 1 meter. Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater Het huishoudelijk afvalwater (DWA) wordt gescheiden Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ van het hemelwater (HWA) en beiden afgevoerd naar RWZI's en van de (gemeentelijke) rioleringen. het rioolstelsel. Deze riolering heeft Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in onvoldoende capaciteit. Op het terrein is in de huidige verband met de reductie van hydraulische belasting van situatie een drainage aanwezig.

Deze zal de RWZI, het transportsysteem en het beperken van verlegd/opnieuw aangelegd moeten worden. Het plan overstorten. heeft geen negatieve effecten op de waterhuishouding.

Juust

33

Sas van Gent, Paul Krügersdreef 5

Grondwaterkwantiteit en verdroging De ontwikkeling voorziet niet in het onttrekken van Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast grondwater. De ontwikkeling veroorzaakt evenmin en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen mogelijke grondwateroverlast. van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden. Grondwaterkwaliteit Zowel tijdens de bouwfase als de gebruiksfase worden Behoud of realisatie van een goede geen uitlogende materialen gebruikt. Er zijn (daardoor) grondwaterkwaliteit. Denk aan geen nadelige gevolgen voor de waterkwaliteit te grondwaterbeschermingsgebieden. verwachten. Oppervlaktewaterkwaliteit Er zal geen gebruik worden gemaakt van uitloogbare Behoud of realisatie van goede materialen. Er zijn (daardoor) geen nadelige gevolgen oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht voor de waterkwaliteit te verwachten. van het watersysteem. Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren. Volksgezondheid In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico's via o.a. de daarvoor benodigde ruimte. Bodemdaling De polderpeilen worden niet aangepast. Bodemdaling Voorkomen van maatregelen die (extra) zal niet optreden. maaiveldsdalingen in zettinggevoelige gebieden kunnen veroorzaken.

Natte natuur In het plangebied is geen natte natuur aanwezig. Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur. Onderhoud oppervlaktewater In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden worden. Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting. Anderer belangen waterbeheer Relatie met eigendom waterbeheerder Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren.

Juust

In het plangebied zijn geen gronden van het waterschap gelegen.

34

Sas van Gent, Paul Krügersdreef 5

Wegen in beheer bij het waterschap In en in de nabijheid van het plangebied zijn geen (alleen invullen voor zover van toepassing) wegen gelegen die in beheer zijn bij het waterschap. * in de bouwfase: Vinden er transporten (grond/bouwmaterialen) plaats over waterschapswegen? * na realisatie: verkeersaantrekkende werking Veroorzaakt uw plan structureel extra verkeer? *na realisatie: bereikbaarheid Omschrijf hoe motorvoertuigen, fietsers en voetgangers uw plan kunnen bereiken. Worden er hiervoor uitwegen gewijzigd of nieuw aangelegd? * na realisatie: parkeren Wordt er op uw eigen terrein geparkeerd? * na realisatie: (ver)bouwen Bent u voornemens om binnen 20 meter van een waterschapsweg een bouwwerk te (ver)bouwen? (zoals een woning of afscheiding (gefundeerd).

4.13

Milieu Effect Rapportage

In onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn diverse activiteiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Hierbij moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden geldt een m.e.r.-plicht. In onderdeel D is per activiteit de drempelwaarde benoemd. Als een activiteit voorkomt in onderdeel D en boven de dremeplwaarde komt, geldt voor het te nemen besluit een m.e.r.-beoordelingsplicht. Indien er activiteiten plaatsvinden die in onderdeel D zijn opgenomen, maar onder de drempelwaarde blijven, dient er nagegaan te worden of het project grote milieugevolgen heeft. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. De hoofdcriteria waaraan getoetst moet worden zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect. Het bevoegd gezag dient vervolgens voor de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan een besluit te nemen of er een MER moet worden opgesteld. De grondslag hiervoor is een vormvrije m.e.r.-beoordeling.

Bij woningbouw kan er sprake zijn van een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals aangegeven in onderdeel D 11.2, kolom 1; 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterrein.' Er is sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject. Echer, de ontwikkeling van 13 appartementen blijft ver onder de drempelwaarden. In de huidige situatie zijn er bedrijfsmatige activiteiten mogelijk en mag er reeds op het perceel bebouwd worden. Het appartementencomplex vormt geen nieuw beslag op de ruimte en heeft geen milieueffecten groter dan wat in de huidige situatie is toegestaan. Dit blijkt uit de voorgaande paragrafen. Het opstellen van een aparte aanmeldnotitie is daarom niet doelmatig.

4.14

Conclusie

Omgevingsaspecten zijn onderzocht en vormen geen belemmering voor de ontwikkeling. Planologische medewerking aan het initiatief ligt dan ook in de rede.

Juust

35

Sas van Gent, Paul Krügersdreef 5

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Financiële uitvoerbaarheid

Voor bouwplannen zoals die zijn aangewezen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het uitgangspunt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt. Van de verplichting een exploitatieplan vast te stellen kan onder andere worden afgeweken als het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld door een anterieure overeenkomst of doordat de verplicht te verhalen kosten zijn verdisconteerd in de grondprijs. Dit plan voorziet in het realiseren van 13 appartementen en betreft een 'aangewezen' bouwplan, zoals dat hiervoor is benoemd. De gemeente Terneuzen sluit met de initiatiefnemer een (anterieure) overeenkomst waarin onder andere het kostenverhaal is geregeld. De kosten die gemaakt worden bij de uitvoering van de ontwikkeling zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Ook eventuele planschade wordt op de initiatiefnemer verhaald. De ontwikkeling heeft voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen. Voor het verkrijgen van de noodzakelijke omgevingsvergunning(en) zullen de gebruikelijke leges in rekening worden gebracht.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Vooroverleg Vooroverleg zoals bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is voor dit plan van toepassing. In het kader van dit bestuurlijke vooroverleg is het plan in ieder geval toegezonden aan de provincie, het waterschap en de veiligheidsregio. Ter inzage legging ontwerpbestemmingsplan Gelet op het bepaalde in artikel 3.8 Wro in combinatie met afdeling 3.4 Awb wordt een ontwerpbestemmingsplan, na voorafgaande bekendmaking, gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Een ieder is dan in de gelegenheid zijn of haar zienswijze mondeling of schriftelijk kenbaar te maken bij de gemeenteraad. Vaststelling van het bestemmingsplan, al dan niet in gewijzigde vorm, gebeurt met inachtneming van de ingediende zienswijzen.

Juust

36

Sas van Gent, Paul Krügersdreef 5

Bijlagen toelichting

Juust

37

Sas van Gent, Paul Krügersdreef 5

Bijlage 1 Verkennend asbestonderzoek

Juust

38

bodem-

en

Sas van Gent, Paul Krügersdreef 5

VERKENNEND BODEMONDERZOEK Conform NEN 5740 strategie, §5.3 VEP, §5.6 VED-HE en maatwerk

VERKENNEND ASBEST IN GRONDONDERZOEK Conform NEN 5707+C1/C2

PROJECT: PAUL KRUGERSDREEF 5 TE SAS VAN GENT

Opdrachtgever

:

Juust B.V. Dhr. G. Verweij Goessestraatweg 17a 4421 AD te Kapelle

Vestiging

:

ABO-Milieuconsult B.V. Amundsenweg 29 4462 GP Goes tel. +31 (0)113 362280

Projectnummer Periode onderzoek Datum rapportage

: : :

ANL21-6195 December 2021 18 januari 2022

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING ...................................................................................................................................... 3 1 INLEIDING ........................................................................................................................................ 5 2 VOORONDERZOEK ......................................................................................................................... 6 2.1 Algemene bodem- en locatiegegevens .................................................................................... 6 2.2 Historische kaarten, luchtfoto’s en overig beeldmateriaal ........................................................ 7 2.3 Eerder uitgevoerd bodemonderzoek......................................................................................... 7 2.4 Bodemsamenstelling en geohydrologische situatie .................................................................. 9 2.5 Interpretatie verwachte milieuhygiënische bodemkwaliteit ..................................................... 10 2.6 Conclusies met betrekking tot het vooronderzoek .................................................................. 11 3 VELDWERKZAAMHEDEN .............................................................................................................

12 3.1 Opzet veldwerkzaamheden .................................................................................................... 12 3.2 Resultaten veldonderzoek ...................................................................................................... 12 4 LABORATORIUMONDERZOEK .................................................................................................... 15 4.1 Opzet laboratoriumonderzoek ................................................................................................. 15 4.2 Resultaten laboratoriumonderzoek/toetsingskader ................................................................ 16 4.3 Toetsingstabellen grond en grondwater.................................................................................. 17 4.4 Overschrijdingstabellen grond en grondwater ........................................................................ 17 4.5 Resultaten asbestonderzoek .................................................................................................. 18 5 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ........................................................................................... 19 5.1 Conclusies ...............................................................................................................................

19 5.2 Aanbevelingen ........................................................................................................................ 20

TABELLEN TABEL 2.1: Algemene bodem- en locatiegegevens TABEL 2.2: Conclusie en hypothese vooronderzoek TABEL 3.1: Verrichte veldwerkzaamheden TABEL 3.2: Peilbuisgegevens TABEL 3.3: Zintuiglijke waarnemingen TABEL 4.1: Overzicht samenstelling (meng)monsters en analyseparameters TABEL 4.2: Monsterselectie asbestonderzoek TABEL 4.3: Overschrijdingstabel grond TABEL 4.4: Overschrijdingstabel grondwater TABEL 4.5: Resultaten asbestonderzoek in grond BIJLAGEN BIJLAGE 1a: Locatie aanduiding op topografische ondergrond + foto’s onderzoekslocatie BIJLAGE 1b: Historische kaarten en luchtfoto BIJLAGE 2: Situatietekening onderzoekslocatie BIJLAGE 3.1: Boorprofielen BIJLAGE 3.2: Verslaglegging veldwerkzaamheden asbestonderzoek BIJLAGE 4.1: Analysecertificaten grond en grondwater BIJLAGE 4.2: Analysecertificaten asbest in grondonderzoek + asbestberekening(en) BIJLAGE 5: Toetsingstabellen grond en grondwater BIJLAGE 6: Toetsingskader en Toetsingsnormen tijdelijk handelingskader PFAS BIJLAGE 7: Vooronderzoek

Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Paul Krugersdreef 5 te Sas van Gent, ANL21-6195

2/20

SAMENVATTING Op de locatie gelegen aan de Paul Krugersdreef 5 te Sas van Gent is in opdracht van Juust B.V in de periode december 2021 door ABO-Milieuconsult B.V. een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 en een asbestonderzoek conform NEN 5707 uitgevoerd. De onderzoekslocatie is gelegen aan de Paul Krugersdreef 5 te Sas van Gent (kadastraal bekend als: Gemeente Sas van Gent, sectie C, nummers 5444 en 6132 (deels)). De onderzoekslocatie heeft een totale oppervlakte van circa 2.500 m2. Aanleiding voor het uitvoeren van het onderzoek betreft het opstellen van een bestemmingsplan en de daaruit voortvloeiende aanvraag van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen). De locatie kan op basis van het vooronderzoek als verdacht worden beschouwd. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn in totaal 17 boringen (boring 1 t/m 17), waaronder één peilbuis geplaatst. Conclusies Verkennend bodemonderzoek (onderdeel 1) De sloot is met gebiedseigen grond gedempt. In de ondergrond ter plaatse van boring 9 is een sterke verontreiniging met zink aangetoond. In de overige boven- en de ondergrondmonsters zijn maximaal licht verhoogde gehalten aangetoond. Op basis van de onderzoeksresultaten kan voor de PFAS-verbindingen geconcludeerd worden dat de grond voldoet aan de landelijke achtergrondwaarde. In het grondwater zijn geen verhoogde concentraties aangetoond.

De hypothese "De onderzoekslocatie is verdacht” dient op basis van de aangetoonde resultaten aangenomen te worden. Verkennend asbestonderzoek (onderdeel 2) Tijdens het zintuiglijk onderzoek van de grond zijn verschillende bodemvreemde kenmerken waargenomen waaronder baksteen, puin en asbestverdacht materiaal. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn asbestinspectiegaten gegraven (0,3 m lengte, 0,3 m breedte en 0,5 m diepte). De bodemvreemde materialen afkomstig uit deze gaten en boringen zijn visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal. Op basis van de analyseresultaten kan worden geconcludeerd dat in asbestinspectiegat G8 (bodemtraject 0,00 – 0,50 m –mv) een indicatief gewogen gehalte van 216 mg/kg ds. aanwezig is. In asbestinspectiegat G9 (bodemtraject 0,00 – 0,50 m -mv) wordt een indicatief gewogen gehalte van 823 mg/kg ds. Het asbestgehalte wordt hoofdzakelijk bepaald door de aanwezigheid van asbest in de grove fractie (>20 mm). Het indicatief gewogen asbestgehalte ligt ruim boven de interventiewaarde van 100 mg/kg ds. Het aangetroffen asbest is hechtgebonden en bestaat uit asbesthoudende cement golfplaat en cement vlakke plaat (10-15% chrysotiel). Het gewogen asbestgehalte dient als indicatief te worden beschouwd. Het verkennend asbestonderzoek heeft aangetoond dat ter plaatse van G8 en G9 asbest aanwezig is.

In het bodemtraject van 0,00 – 0,50 m –mv van de overige asbestinspectiegaten is zowel zintuiglijk en analytisch geen asbest aangetoond.

Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Paul Krugersdreef 5 te Sas van Gent, ANL21-6195

3/20

Aanbevelingen Verkennend bodemonderzoek: Op basis van de onderzoeksresultaten kan worden geconcludeerd dat de sterke verontreiniging met de parameter zink in het traject 1,0 – 1,6 m -mv uit eerder uitgevoerd onderzoek middels onderhavig onderzoek is geactualiseerd. Uitgaande van de resultaten uit voorgaand- en onderhavig onderzoek, kan worden geconcludeerd dat sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met zink nabij boringen P101, 105 en 108 (onderzoek Oranjewoud, kenmerk: 162342/117, d.d. 18 april 2008) en boring 9 uit onderhavig onderzoek. Rekening houdende met de historie- en ligging van de onderzoekslocatie wordt uitgegaan dat de sterke verontreiniging, onderdeel is van een historisch geval van ernstige bodemverontreiniging (ontstaan voor 1987). Op basis van de onderzoeksresultaten kan worden geconcludeerd dat in de huidige situatie, een leeflaag met minimale dekking van 1,0 dikte aanwezig is. Hierdoor zijn in de huidige situatie, geen contactmogelijkheden met de sterk verontreinigde grond mogelijk. Indien ten behoeve van de voorgenomen herinrichtings- en nieuwbouwplannen, graafwerkzaamheden en/of wijzigingen aan de situatie, binnen het geval van ernstige bodemverontreiniging voorzien zijn, wordt aanbevolen om deze af te stemmen met het bevoegd gezag (in deze de RUD Zeeland).

Eventuele saneringswerkzaamheden dienen door een BRL SIKB 7000 gecertificeerd aannemer en onder begeleiding van een gecertificeerd BRL SIKB 6001 milieukundige begeleider te worden uitgevoerd. De overige resultaten van het verkennend bodemonderzoek geven geen aanleiding tot uitvoering van nader onderzoek. Verkennend asbestonderzoek: In het kader van de Wet bodembescherming is ter plaatse van asbestinspectiegaten G8 en G9 mogelijk sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest. Aanbevolen wordt een nader asbestonderzoek in de nabije omgeving van asbestinspectiegaten G8 en G9 uit te voeren. Middels uitvoering van een nader asbestonderzoek kan de mate en omvang van dit geval van ernstige bodemverontreiniging verder in kaart worden gebracht. Algehele aanbevelingen: Opgemerkt dient te worden dat aan de hand van de bevindingen van onderhavig onderzoek geen absolute uitspraken kunnen worden gedaan over de hergebruiksmogelijkheden van eventueel af te voeren grond en/of puin. Om te bepalen of er sprake is van grond (bodemkwaliteitsklasse achtergrondwaarde, wonen of industrie) ofwel een bouwstof gelden er andere beoordelingscriteria en onderzoeksstrategieën. Voldaan moet worden aan Besluit bodemkwaliteit.

Veldmedewerkers:

R. Kole (Sialtech B.V. erkend BRL 2001, 2002 en 2018) V. Cheglov (Sialtech B.V. erkend BRL 2001, 2002 en 2018)

Projectadviseur:

Dhr. Ing. B. Lijmbach

Handtekening:

Dhr. R.J. van der Helm General Business Unit Manager Zonder toestemming van de opdrachtgever of ABO-Milieuconsult B.V. mag deze uitgave niet anders dan in zijn geheel worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook. Alle opdrachten worden uitgevoerd volgens onze Algemene Voorwaarden, zoals gedeponeerd bij de KvK Zuidwest-Nederland te Middelburg onder nr. 22065838. Op verzoek kunnen de Algemene Voorwaarden naar u worden toegestuurd. Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Paul Krugersdreef 5 te Sas van Gent, ANL21-6195

4/20

1 INLEIDING Door de Juust B.V. is aan ABO-Milieuconsult B.V. opdracht verleend een vooronderzoek, een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5725 en NEN 5740 en een verkennend asbestonderzoek conform NEN 5707 uit te voeren op de locatie gelegen aan de Paul Krugersdreef 5 te Sas van Gent. Straat, Plaats Gemeente Kadastrale gegevens Sectie Nummer

: Paul Krugersdreef 5 te Sas van Gent : Terneuzen

Gemeente

: Sas van Gent

Oppervlakte

: Circa 2.500 m2

Omschrijving

: De onderzoekslocatie bestaat uit een autogaragebedrijf met inpandig een vloeistofdichte betonvloer met aan de voorzijde klinker- en slakkenverharding. Achter de bestaande bebouwing zijn moestuinen aanwezig.

: C : 5444 en 6132 (deels)

Zie bijlage 1 voor de regionale ligging en bijlage 2 voor een overzicht van de onderzoekslocatie. Doel van het onderzoek Het onderzoek heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de algemene kwaliteit van de bodem c.q. de aard en de concentraties aan milieubelastende stoffen die in de grond en het grondwater voorkomen. Aanleiding van het onderzoek Aanleiding voor het uitvoeren van het onderzoek betreft het opstellen van een bestemmingsplan en de daaruit voortvloeiende aanvraag van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen). Rapportage In het onderhavige rapport worden de uitgangspunten en de resultaten van dit verkennend bodemonderzoek beschreven. In hoofdstuk 2 van het rapport zijn de resultaten van het vooronderzoek en de gehanteerde hypotheses weergegeven. De veldwerkzaamheden en het laboratoriumonderzoek zijn beschreven in de hoofdstukken 3 en 4. In hoofdstuk 5 zijn de conclusies en aanbevelingen vermeld. ABO-Milieuconsult B.V. heeft als onafhankelijk adviseur geen enkele juridische binding met de eigenaar van de onderzoekslocatie.

Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Paul Krugersdreef 5 te Sas van Gent, ANL21-6195

5/20

2

VOORONDERZOEK In dit hoofdstuk wordt het voormalige, het huidige en het toekomstige bodemgebruik besproken. Dit zal leiden tot een hypothese over de mogelijke verontreinigingssituatie van de onderzoekslocatie. In de NEN 5725 zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Opgemerkt wordt dat er sprake kan zijn van een combinatie van meerdere aanleidingen. In dat geval dienen de onderzoeksvragen voor elke afzonderlijke aanleiding te worden beantwoord. Voor onderhavig onderzoek is de volgende aanleiding vastgesteld: A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. De onderzoeksvragen, behorende bij de vastgestelde aanleiding, zijn in de navolgende paragrafen in tabelvorm aangegeven. Per onderzoeksvraag is, direct onder de betreffende vraag, het antwoord opgenomen.

2.1 Algemene bodem- en locatiegegevens De algemene locatiegegevens en algemene gegevens met betrekking tot de bodem worden als volgt samengevat: Tabel 2.1: Algemene bodem- en locatiegegevens 1.

Algemene onderzoeksaspecten

Bron(houder)

Locatiegegevens en ligging Adres en plaats

Paul Krugersdreef 5 te Sas van Gent

Kadaster

Burgerlijke gemeente

Terneuzen

Kadaster

Kadastrale gemeente

Sas van Gent

Kadaster

Sectie

C

Kadaster

Nummer

5444 en 6132 (deels)

Kadaster

Circa 2.500

Opdrachtgever/ kadaster perceel

Gemiddelde hoogte (m t.o.v. NAP)

2,3

AHN

Ligging op kaart

Zie bijlage 1 en 2

Kadaster

Verhardingen

Klinkers, slakken, braakliggend en inpandig een betonvloer

Opdrachtgever

Antropogene lagen

Onbekend

Topotijdreis

Dempingen

Een watergang is aanwezig geweest in de periode 1950 – 1959.

Topotijdreis

Grondwaterbeheersplan

N.v.t.

Provincie Zeeland

Geohydrologie

Zie §2.2

Dinoloket

Zonering bodemkwaliteitskaart (BKK)

1 Buitengebied en naoorlogse bebouwing

Provincie Zeeland (Geoloket)

BKK klasse bovengrond

Wonen

Provincie Zeeland (Geoloket)

BKK klasse ondergrond

Industrie

Provincie Zeeland (Geoloket)

BKK functieklasse

Wonen

Provincie Zeeland (Geoloket)

Boomgaardenkaart (periode)

Niet van toepassing

Boomgaardenkaart Provincie Zeeland

Aandachtsgebied lood

Nee

Zeeuws bodemvenster

Aandachtsgebied arseen in grondwater

Mogelijk verhoogde kans

Provincie Zeeland (Geoloket)

Asbestkansenkaart

Niet gezoneerd

Asbestkansenkaart Geoloket Zeeland

Voormalig stortplaats bekend

Nee

Provincie Zeeland (Geoloket)

2

Oppervlakte (m ) 1

2.

3.

Bodemopbouw

Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Paul Krugersdreef 5 te Sas van Gent, ANL21-6195

6/20

Opslagtanks bekend

Nee

Nazca-i

Geval van ernstige bodemverontreiniging bekend

Nee

Provincie Zeeland

Bodemdocumenten bekend

Zie §2.3

Provincie Zeeland

4.

Gebruik en beïnvloeding van de locatie

Voormalig gebruik

Bedrijfsmatig

Opdrachtgever

Huidig gebruik

Bedrijfsmatig

Opdrachtgever

Toekomstig gebruik

Wonen

Opdrachtgever

Aard bebouwing

Loods

BAG viewer

Periode bebouwing

1970 – heden

Opdrachtgever / BAG viewer

Bedrijventerrein

Nee

Provincie Zeeland

Calamiteiten bekend

Nee

RUD Zeeland (BIS)

Bodembedreigende activiteiten bekend

Nee

RUD Zeeland (BIS)

Relevante vergunningen beschikbaar

Nee

Gemeente (BIS)

Toepassing asbestverdachte materialen

Nee

Opdrachtgever

Geen

ABO Milieuconsult B.V en Sialtech B.V.

5.

Terreinverkenning

Bijzonderheden

2.2 Historische kaarten, luchtfoto’s en overig beeldmateriaal De onderzoekslocatie is gelegen aan de Paul Krugersdreef 5 te Sas van Gent. De onderzoekslocatie bestaat uit een autogaragebedrijf met inpandig een vloeistofdichte betonvloer met aan de voorzijde klinker- en slakkenverharding. Achter de bestaande bebouwing zijn moestuinen aanwezig. Op basis van historische topografische kaarten (Topotijdreis) kan worden geconcludeerd dat ter plaatse van de onderzoekslocatie sinds medio 1970 bebouwing zichtbaar is. Het type, de locatie en de omvang van de bebouwing is in de loop der jaren meerdere malen aangepast. Op historische kaarten (periode 1950 – 1959) is op de onderzoekslocatie een sloot zichtbaar. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden wordt gelet op het aantreffen van eventuele (verdachte) bijmengingen en/of afwijkende bodemlagen. 2.3 Eerder uitgevoerd bodemonderzoek Ter plaatse van Paul Krugersdreef 5 te Sas van Gent hebben volgens de beschikbare gegevens de volgende activiteiten plaatsgevonden die (bodem) verontreiniging zouden kunnen veroorzaken; - Autoreparatiebedrijf (1951 tot heden); - Moestuin. Uit informatie welke is ontleend aan Nazca-I (RUD-Zeeland en aangesloten gemeenten) blijkt dat er op en nabij de onderzoekslocatie diverse onderzoeken zijn uitgevoerd. Hieronder zijn de meest relevante onderzoeken samengevat.

Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Paul Krugersdreef 5 te Sas van Gent, ANL21-6195

7/20

Uitgevoerde bodemonderzoeken ter plaatse van de onderzoekslocatie: Verkennend bodemonderzoek, Calandstraat te Sas van Gent, Oranjewoud., kenmerk 162342-96, d.d. 1701-2018 De aanleiding tot het onderzoek wordt gevormd door de (voorgenomen) verhuur van het terrein. Uit het onderzoek blijkt dat in de bovengrond licht verhoogde gehalten aan PAK en DDT/DDE/DDD (som) zijn aangetoond. In de ondergrond zijn de onderzochte parameters niet aangetoond in gehalten boven de streefwaarden. Ter plaatse van de perceelsgrens met garagebedrijf aan de Paul Krugersdreef zijn in de laag 1,0 - 1,5 m mv een licht verhoogd gehalte aan minerale olie en een matig verhoogd gehalte aan zink aangetoond. Ter plaatse van boring 14 is een sterk verhoogd gehalte aan zink aangetoond. De verhoogde gehaltes aan zink zijn mogelijk te relateren aan puin. In het grondwater zijn de onderzochte parameters niet aangetoond in concentraties boven de streefwaarde. Op de locatie is een indicatief maaiveld onderzoek uitgevoerd. Hierbij is asbest verdacht plaatmateriaal waargenomen nabij boring 14. uit analyse blijkt dat het plaatmateriaal 5 tot 10% serpentijnasbest bevat. In de geanalyseerde bovengrondmonsters zijn geen verhoogde gehalten aan asbest aangetoond. Nader bodemonderzoek, Calandstraat te Sas van Gent, Oranjewoud., kenmerk 162342-117, d.d.

18-042018 Nader onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van sterk verhoogd gehalte aan zink in boring 14. Er is sprake van een diffuse verontreiniging met zink welke zich op basis van de gemeten gehalten concentreert in de richting van Paul Krugersdreef 5. De verontreiniging bevindt zich in de zintuiglijk verontreinigde laag met zwak puinhoudende en zwak kolengruishoudende bijmenging tussen 1,0 en 2,0 m -mv. Meer dan 80m3 grond heeft een verontreiniging boven de interventie waarde (en 500m 3 >S): dit is een ernstig geval van bodemverontreiniging. Meest recent onderzoek uitgevoerd op het naastgelegen terrein: Verkennend bodemonderzoek, Calandstraat te Sas van Gent, Oranjewoud., kenmerk 162342-117, d.d. 1804-2018: In onderhavig onderzoek is deellocatie 2 gelegen direct aan de onderzoekslocatie. Hieronder worden de resultaten hiervan kort opgesomd. Zintuiglijk worden op de begraafplaats in de boven- en ondergrond sporen puin aangetroffen. In zowel de boven-, de ondergrond en het grondwater worden geen van de geanalyseerde parameters in een verhoogd gehalten/concentraties aangetroffen. Afperking zink verontreiniging Paul Krugersdreef Ten oosten van de begraafplaats (Paul Krugersdreef 5) is een autoherstelwerkpiaats gelegen. In voorgaande onderzoeken zijn op deze locatie verontreinigingen met zink aangetroffen op een diepte van 1,0 tot 2,0 m mv.

Daarom zijn ter plaatse van de perceelsovergang naar de Paul Krugersdreef 5 extra monsters ingezet ter analyse. In deze grondmonsters zijn geen van de onderzochte parameters in een verhoogd gehalten aangetoond. Gezien de resultaten van de analyses gedaan op de monsters genomen ter plaatse van dit deelterrein, waarbij geen van de parameters is aangetoond in een verhoogd gehalte of verhoogde concentratie, wordt vervolgonderzoek niet nodig geacht. Als gevolg van de onderzoeksresultaten uit de boringen die geplaatst zijn ten behoeve van de zink verontreiniging aan de Paul Krugersdreef 5, blijkt dat de zink verontreiniging niet grensoverschrijdend is

Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Paul Krugersdreef 5 te Sas van Gent, ANL21-6195

8/20

2.4 Bodemsamenstelling en geohydrologische situatie De gemiddelde hoogteligging van de onderzoekslocatie bedraagt circa 2,3 m +NAP. De regionale ligging van de locatie is opgenomen in bijlage 1. Voor inzicht in de bodemopbouw (geologie en geohydrologisch) op de onderzoekslocatie is het digitale kaartmateriaal, zoals beschikbaar gesteld door TNO op de website van DINO loket, ingezien. In onderstaand figuur is het schematisch model (50 meter diepte) van de geologie ter plaatse van de onderzoekslocatie. De zwarte lijn snijdt de onderzoekslocatie.

Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Paul Krugersdreef 5 te Sas van Gent, ANL21-6195

9/20

2.5 Interpretatie verwachte milieuhygiënische bodemkwaliteit In de NEN 5725:2017 zijn per generieke aanleiding zoals benoemd in het begin van dit hoofdstuk, diverse te beantwoorden onderzoeksvragen geformuleerd. Na het verkrijgen van de gegevens beschreven in voorgaande paragrafen dienen in onderhavig onderzoek nog de volgende vragen te worden beantwoord om een onderzoekshypothese te vormen: A. Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. -

Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? De onderzoekslocatie beperkt zich tot de locatie zoals weergegeven in bijlage 2 van onderhavige locatie.

-

Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn verdachte parameters? Ten zuiden van de bebouwing is een moestuin aanwezig, de bovengrond is hierdoor verdacht op bodemverontreiniging met bestrijdingsmiddelen. Verder zijn er geen bronnen aanwezig die aanleiding geven tot het veroorzaken van een bodemverontreiniging.

-

Is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? De bodem is niet asbestverdacht. Echter, in het verleden is een watergang aanwezig geweest op de locatie, die mogelijk gedempt zijn met asbestverdacht materiaal. Voor bodemkwaliteitsklasse zie tabel 2.1: algemene bodem- en locatiegegevens.

-

Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? De verwachte bodemopbouw betreft wisselend zand en klei.

-

Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Nee, er is geen informatie bekend met betrekking tot beïnvloeding vanuit de omgeving.

-

Wordt op de locatie of een deel daarvan (geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Nee

-

Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Veld- en analytisch onderzoek is noodzakelijk. De beschikbare gegevens geven te weinig concrete informatie over de huidige milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (bovengrond, ondergrond en grondwater) op de locatie.

-

Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek (inclusief de indeling van de onderzoekslocatie in deellocaties met verschillende hypotheses over de aard en verdeling van de verontreinigende stoffen)? Zie §2.6

Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Paul Krugersdreef 5 te Sas van Gent, ANL21-6195

10/20

2.6 Conclusies met betrekking tot het vooronderzoek Tabel 2.2: Conclusie en hypothese vooronderzoek (Deel)locatie

Voormalige autogarage

Oppervlakte (m2)

Circa 25

Bijzonderheden

-

Conclusie

Grond

Verdacht

Grondwater

Verdacht

NEN5740

§5.3 VEP

Hypothese Onderzoeksstrategie (Deel)locatie

Overig terrein rondom de bebouwing 2

Oppervlakte (m )

Circa 2.250

Bijzonderheden

-

Conclusie

Grond

Verdacht met aandacht voor de gedempte sloot

Grondwater

Verdacht

NEN5740

§5.6 VED-HE

Hypothese Onderzoeksstrategie (Deel)locatie

Moestuinen 2

Oppervlakte (m )

-

Bijzonderheden

-

Conclusie

Grond

Verdacht op bestrijdingsmiddelen

Grondwater

-

NEN5740

Maatwerk

Hypothese Onderzoeksstrategie (Deel)locatie

Voormalige zink verontreiniging

Oppervlakte (m2)

-

Bijzonderheden

-

Conclusie

Grond

Verdacht op verontreiniging met zink

Grondwater

-

NEN5740

Maatwerk/actualisatie

Hypothese Onderzoeksstrategie

Indien één of meer geanalyseerde parameters in de grond of het grondwater worden aangetoond in een gehalte/concentratie boven de achtergrondwaarde voor grond van de toetsingstabel uit de Regeling bodemkwaliteit Bijlage B, tabel 1 (13 december 2007) of streefwaarde voor grondwater uit de Circulaire Bodemsanering 2013, wordt de hypothese aangenomen. Voor de toetsing van de parameters PFAS en GenX wordt aangesloten bij het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, d.d. 8 juli 2019) inclusief de aanpassing tijdelijk handelingskader PFAS d.d. 2 juli 2020. GenX wordt niet onderzocht omdat het geen verdachte bronlocatie voor GenX betreft. De resultaten van het historisch vooronderzoek geven aanleiding tot de uitvoering van een asbest in grondonderzoek.

Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Paul Krugersdreef 5 te Sas van Gent, ANL21-6195

11/20

3

VELDWERKZAAMHEDEN

3.1 Opzet veldwerkzaamheden Verkennend bodemonderzoek (onderdeel 1) De veldwerkzaamheden, te weten het uitvoeren van de boringen, het plaatsen van de peilbuizen, het bemonsteren van de grond, het bemonsteren van het grondwater en het zintuiglijk onderzoek van de grond(water)monsters zijn uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000, protocollen 2001 en 2002 (laatst vigerende versie). Voor de monstername is tevens aangesloten bij de Handreiking PFAS bemonsteren (V1.0, 25 juni 2020) opgesteld door het Expertisecentrum PFAS, VVMA en VKB. PFAS staat voor: Poly- en PerFluor Alkyl Stoffen. De grond is, afhankelijk van de zintuiglijke waarnemingen en bodemopbouw, per 0,5 m bemonsterd. De situering van de boorpunten en de peilbuis is weergegeven in bijlage 2. De boorbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 3. Verkennend asbestonderzoek (onderdeel 2) De onderzoeksopzet is gebaseerd op de NEN 5707+C1/C2 (december 2017): “ Bodem- Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond”. Het verkennend asbest in grondonderzoek voorziet in een maaiveld inspectie (indien voldoende inspecteerbaar oppervlak beschikbaar is), het graven van gaten en het visueel inspecteren van de vrijkomende grond. De vrijkomende grond wordt gezeefd (20 mm). De fijne fractie <20 mm wordt analytisch onderzocht.

De grove fractie (>20 mm, AVM, indien aanwezig) zal per meetlocatie, analytisch worden onderzocht. Doel van het verkennend asbestonderzoek is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is en een (indicatieve) uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem. Hiertoe zal een verkennend asbestonderzoek in de grond conform NEN 5707+C1/C2 (december 2017): “ Bodem- Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond” worden uitgevoerd. 3.2 Resultaten veldonderzoek Verkennend bodemonderzoek (onderdeel 1) De veldwerkzaamheden zijn uitbesteed aan Sialtech B.V. De boorwerkzaamheden en het plaatsen van de peilbuizen zijn uitgevoerd op 21 en 22 december 2021 door de SIKB BRL 2000, protocol 2001 en 2002 erkende veldwerkers R. Kole en V. Cheglov. Het grondwater is bemonsterd op 28 december 2021 door dhr. V. Cheglov. In de volgende tabellen zijn de verrichte werkzaamheden schematisch weergegeven. Tabel 3.1: Verrichte veldwerkzaamheden Locatie Aantal boringen Autoreparatiebedrijf (circa 250 m2) 3 tot 1,0 m -mv (boringen 2, 4 en 6) Overig terrein rondom de bebouwing (circa 2.250 m2)

Aantal peilbuizen 1 (boring 5, filterstelling 2,2 – 3,2 m -mv)

9 tot ± 1,00 m -mv (boringen 1, 3, 7, 11, 12 en 16) 7 tot ± 2,00 m -mv (boringen 8 t/m 10, 13 t/m 15 en 17)

Tabel 3.2: Peilbuisgegevens Watermonster Filterdiepte Grondwaterstand (m -mv) (m -mv) 5-1-1 2,20 - 3,20 0,83 EC: elektrisch geleidingsvermogen pH: zuurgraad Temp.: temperatuur NTU: Nephelometric Turbidity Unit

pH (-) 7,0

EC (µS/cm) 1298

Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Paul Krugersdreef 5 te Sas van Gent, ANL21-6195

Troebelheid (NTU) 725

12/20

Troebelheid is een kwalitatieve meting die een waarde geeft over de helderheid van water tussen 1 en 10. NTU is een natuurlijke waarde, hoe hoger hoe troebeler het monster. In het grondwater is een verhoogde troebelheid gemeten. Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan organische parameters in het grondwater. Bij het voorliggende onderzoek is de index van geen enkele organische parameter groter dan 0,5. De eventuele overschatting van de gehalten als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd. Geen van de overige in het veld gemeten waarden in het grondwater wijkt duidelijk af van de waarde, welke gezien de natuurlijke omstandigheden, verwacht kan worden. De grond bestaat van het maaiveld tot de geboorde diepte van 3,2 m –mv uit zand met sporadisch een ingeschakelde kleilaag. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn geen bijmengingen aangetroffen die te relateren zijn aan de voormalige (gedempte) watergang. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat de watergang is gedempt met gebiedseigen grond. Tijdens het zintuiglijk onderzoek van de grond zijn verschillende bodemvreemde en/of op verontreiniging duidende kenmerken waargenomen.

In tabel 3.3 zijn de zintuiglijke waarnemingen weergegeven. Tabel 3.3: Zintuiglijke waarnemingen Boring Diepte boring (m -mv) 1 1,00

3

1,00

Traject (m -mv) 0,00 - 0,10 0,50 - 1,00

Grondsoort

Zand

0,00 - 0,20 0,80 - 1,00

Klei

4 6 7

1,00 1,00 1,00

0,00 - 0,18 0,00 - 0,18 0,20 - 0,50

Zand

8

2,00

0,50 - 1,00 0,00 - 0,50

Zand Zand

9

2,00

0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,50 - 0,80

Zand Zand Zand

1,00 - 1,50

Zand

1,00 - 1,50 0,00 - 0,50

Zand Zand

10 11

2,00 1,03

1,00 - 1,03 12 14 15

1,00 2,00 2,00

0,80 - 1,00 0,85 - 1,20 0,00 - 0,30

Zand Zand Zand

0,30 - 0,40 1,00 - 1,50

Zand

Waargenomen bijzonderheden volledig slakken, geen olie-water reactie resten baksteen, brokken klei, geen oliewater reactie volledig slakken, geen olie-water reactie resten baksteen, brokken klei, geen oliewater reactie volledig beton, geen olie-water reactie volledig beton, geen olie-water reactie zwak baksteenhoudend, resten leisteen, geen olie-water reactie sporen baksteen, geen olie-water reactie sporen plastic, spikkels baksteen, geen oliewater reactie spikkels baksteen, geen olie-water reactie resten plastic, geen olie-water reactie spikkels baksteen, laagjes klei, sporen roest, geen olie-water reactie spikkels glas, spikkels puin, geen olie-water reactie spikkels baksteen, geen olie-water reactie resten puin, resten baksteen, resten asbestverdacht materiaal, geen olie-water reactie volledig baksteen, geen olie-water reactie, Ondoordringbaar gestaakt. spikkels baksteen, geen olie-water reactie spikkels baksteen, geen olie-water reactie resten baksteen, zwak slakhoudend, spikkels puin, sporen split, resten plastic, geen olie-water reactie volledig betonstraatstenen spikkels baksteen, geen olie-water reactie

De aangetroffen bijmengingen met baksteen en puin in combinatie met het aangetroffen asbest verdacht plaatmateriaal (AVM) worden als asbestverdacht beschouwd. In overleg met de opdrachtgever is aanvullend op het verkennend bodemonderzoek een asbest in grondonderzoek conform NEN 5707 uitgevoerd.

Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Paul Krugersdreef 5 te Sas van Gent, ANL21-6195

13/20

Verkennend asbestonderzoek (onderdeel 2) De veldwerkzaamheden voor dit onderzoek zijn uitbesteed aan Sialtech B.V. en 21 en 22 december 2021 door de SIKB BRL 2000, protocol 2018 erkende veldwerkers R. Kole en V. Cheglov. Het weer tijdens de uitvoering van het onderzoek was helder en droog. Het bodemvochtpercentage is vastgesteld op >10%. Tijdens het zintuiglijk onderzoek van de grond zijn verschillende bodemvreemde kenmerken waargenomen waaronder baksteen, puin en asbest verdacht plaatmateriaal. De bodemvreemde materialen worden waargenomen tot een diepte van 1,5 m -mv. Voor het onderzoek is het maaiveld visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Op het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn 8 asbestinspectiegaten gegraven van 0,3 m lengte bij 0,3 m breedte en tot een diepte van 0,5 m -mv. Tijdens de visuele inspectie van het vrijkomende materiaal is ter plaatse van een tweetal asbestinspectiegaten asbest verdacht plaat materiaal aangetroffen. In onderstaande tabel 3.4 staan schematisch de veldwaarnemingen en samengestelde monsters (fijne fractie) vermeld. Tabel 3.4: Overzicht veldwaarnemingen en monstername asbest in grondonderzoek Asbestinspectiegat Traject Monstercode Aantreffen asbestverdacht materiaal (m -mv) (<20 mm) AVM >20 mm (in gram) G3 G4 G10 G8 G9

0,0 – 0,5 0,0 – 0,5 0,0 – 0,3 0,0 – 0,5 0,0 – 0,5

MMAG3 (17 kg) MMA1 (13,6 kg) MMAG8 (15 kg) MMAG9 (14,1 kg)

164 gram (AVM1) 415 gram (AVM2)

Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Paul Krugersdreef 5 te Sas van Gent, ANL21-6195

Aantal aangetroffen stukjes asbest verdacht (plaat) materiaal 6 5

14/20

4

LABORATORIUMONDERZOEK

4.1 Opzet laboratoriumonderzoek Verkennend bodemonderzoek (onderdeel 1) Het samenstellen van de mengmonsters en de grond- en grondwateranalyses is uitgevoerd door het AS 3000 en RvA- geaccrediteerde laboratorium van Eurofins Analytico te Barneveld. De geanalyseerde (meng)monsters en hun samenstelling zijn als volgt. Tabel 4.1: Overzicht samenstelling (meng)monsters en analyseparameters AnalyseTraject Deelmonsters Motivatie monster (m -mv) Bodem MM1 0,08 - 0,68 2 (0,08 - 0,50) Zandige bovengrond ter plaatse van de 4 (0,18 - 0,68) autogarage 5 (0,18 - 0,68) 6 (0,18 - 0,68) MM2 0,00 - 0,50 7 (0,20 - 0,50) Zandige bovengrond ter plaatse van het 8 (0,00 - 0,50) overige terrein met bijmengingen met 11 (0,00 - 0,50) baksteen 15 (0,00 - 0,30) MM3 0,50 - 1,50 1 (0,50 - 1,00) Zandige ondergrond ter plaatse van het 9 (1,00 - 1,50) overige terrein met bijmengingen met 14 (0,85 - 1,20) baksteen 15 (1,00 - 1,50) 3-3 0,80 - 1,00 3 (0,80 - 1,00) Kleihoudende ondergrond ter plaatse van het overige terrein met bijmengingen met baksteen 8-1 0,00 - 0,50 8 (0,00 - 0,50) Actualisatie sterke verontreiniging met zink in de bovengrond 9-1 0,00 - 0,50 9 (0,00 - 0,50) Actualisatie sterke verontreiniging met zink in de bovengrond 10-1 0,00 - 0,30 10 (0,00 - 0,30) Actualisatie sterke verontreiniging met zink in de bovengrond 11-1 0,00 - 0,50 11 (0,00 - 0,50) Actualisatie sterke verontreiniging met zink in

de bovengrond MMOCB 0,00 - 0,50 9 (0,00 - 0,50) Bovengrond ter plaatse van de moestuinen 10 (0,00 - 0,30) 11 (0,00 - 0,50) 17 (0,00 - 0,50) 8-3 1,00 - 1,50 8 (1,00 - 1,50) Actualisatie sterke verontreiniging met zink in de ondergrond 10-5 1,00 - 1,50 10 (1,00 - 1,50) Actualisatie sterke verontreiniging met zink in de ondergrond Uitsplitsing MM3 1-2 0,50 - 1,00 1 (0,50 - 1,00) Uitsplitsing sterke verontreiniging met zink 9-4 1,00 - 1,50 9 (1,00 - 1,50) Uitsplitsing sterke verontreiniging met zink 14-3 0,85 - 1,20 14 (0,85 - 1,20) Uitsplitsing sterke verontreiniging met zink 15-4 1,00 - 1,50 15 (1,00 - 1,50) Uitsplitsing sterke verontreiniging met zink PFAS MM1PFAS 0,08 - 0,68 2 (0,08 - 0,50) Bovengrond ter plaatse van autogarage 4 (0,18 - 0,68) 5 (0,18 - 0,68) 6 (0,18 - 0,68) MM2PFAS 0,00 - 0,50 1 (0,10 - 0,50) Bovengrond noordelijk deel van de 3 (0,20 - 0,50) onderzoekslocatie 7 (0,00 - 0,20) 7 (0,20 - 0,50) 8 (0,00 - 0,50) 11 (0,00 - 0,50) 15 (0,00 - 0,30) MM3PFAS 0,00 - 0,50 9 (0,00 - 0,50) Bovengrond zuidelijk deel van de 10 (0,00 - 0,30) onderzoekslocatie 12 (0,00 - 0,30) 13 (0,00 - 0,50) 14 (0,00 - 0,50) 16 (0,00 - 0,30) 17 (0,00 - 0,50) Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Paul Krugersdreef 5 te Sas van Gent, ANL21-6195

Analysepakket

Standaard pakket inclusief lutum en organische stof

Standaard pakket inclusief lutum en organische stof

Standaard pakket inclusief lutum en organische stof

Standaard pakket inclusief lutum en organische stof Lutum + Organische stof, Zink (Zn) Lutum + Organische stof, Zink (Zn) Lutum + Organische stof, Zink (Zn) Lutum + Organische stof, Zink (Zn) Lutum + Organische stof, OCB (25)

Lutum + Organische stof, OCB (25) Lutum + Organische stof, OCB (25)

Lutum + Organische stof, Zink (Zn) Lutum + Organische stof, Zink (Zn) Lutum + Organische stof, Zink (Zn) Lutum + Organische stof, Zink (Zn) Organische stof (gloeiverlies), PFAS (28) Handelingskader

Organische stof (gloeiverlies), PFAS (28) Handelingskader

Organische stof (gloeiverlies), PFAS (28) Handelingskader

15/20

MM4PFAS

0,50 - 1,00

1 (0,50 - 1,00) 7 (0,50 - 1,00) 8 (0,50 - 1,00) 10 (0,50 - 0,70) 10 (0,70 - 1,00) 14 (0,50 - 0,85) 15 (0,50 - 1,00) 16 (0,50 - 1,00) 17 (0,50 - 1,00)

Ondergrond gehele onderzoekslocatie

Organische stof (gloeiverlies), PFAS (28) Handelingskader

Grondwater: 2-1-1

2,20 – 3,20

filterstelling

Algemene kwaliteit grondwater

Standaardpakket grondwater

Standaard pakket grond:

Standaard pakket grondwater:

PFAS: OCB:

Bestaat uit de parameters: 9 metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink, somPCB’s (som van PCB 28, PCB 52, PCB 101, PCB 118, PCB 138, PCB 153 en PCB 180), som-PAK’s (som van naftaleen, fenantreen, antraceen, fluorantheen, chryseen, benzo(a)antraceen, benzo(a)pyreen, benzo(k)fluorantheen, indeno(1,2,3 cd)pyreen en benzo(ghi)peryleen) en minerale olie (GC). Bestaat uit de parameters: 9 metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink, minerale olie (GC), vluchtige aromatische koolwaterstoffen (de som van benzeen, tolueen, ethylbenzeen somxylenen (som o, m, p,) styreen en naftaleen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen: de som van19 stoffen en minerale olie (GC). Poly- en PerFluor Alkyl Stoffen (28+2 stoffen uit het tijdelijk handelingskader) Organochloorbestrijdingsmiddelen

Verkennend asbestonderzoek (onderdeel 2) Van gezeefde de grond afkomstig uit de gaten is in het veld van de bovengrond één grondmengmonster samengesteld en aangeleverd aan het erkende laboratorium van Eurofins Analytico te Barneveld. In onderstaande tabel staat de monsterselectie en analyse vermeld. Tabel 4.2: monsterselectie AnalyseAsbestinspectie gat monster (traject m -mv) Asbest in grond MMAG3 G3 (0,0 – 0,5 m -mv) G4 (0,0 – 0,5 m -mv) MMA1 G10 (0,0 – 0,5 m -mv) G8 (0,0 – 0,5 m -mv) MMAG8 MMAG9

G9 (0,0 – 0,5 m -mv)

Asbest verdacht plaatmateriaal G8-AVM 1 G8 (0,00 - 0,50) G9-AVM

G9 (0,00 - 0,50)

Motivatie

Analyse

Bijmengingen met baksteen Bijmengingen met baksteen

Asbest Grond NEN5898 2016 C1 Asbest Grond NEN5898 2016 C1

Bijmengingen met baksteen en asbestverdacht materiaal Bijmengingen met baksteen en asbestverdacht materiaal

Asbest Grond NEN5898 2016 C1

Aangetroffen asbest verdacht plaatmateriaal in G8 Aangetroffen asbest verdacht plaatmateriaal in G9

Asbest Verz. NEN5898 2016 ext

Asbest Grond NEN5898 2016 C1

Asbest Verz. NEN5898 2016 ext

4.2 Resultaten laboratoriumonderzoek/toetsingskader Wet bodembescherming (Wbb) Bij de beoordeling van de kwaliteit van de grond is gebruik gemaakt van de toetsingstabel zoals vermeld in het Besluit- en de Regeling bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering 2013. Hiervoor is gebruik gemaakt van BOTOVA-gevalideerde software. (BoToVa staat voor Bodem Toets en Validatie). Deze toetsingstabel bevat achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor de beoordeling van concentratieniveaus van diverse milieubelastende stoffen in de bodem. Een nadere uitleg betreffende het toetsingskader is opgenomen in bijlage 6. Gewijzigde circulaire bodemsanering 2009 De resultaten van het asbest in grondonderzoek en (indicatief) asbest in puinonderzoek zijn conform het huidige overheidsbeleid getoetst aan de interventiewaarde uit de Circulaire bodemsanering. Dit beleid houdt in dat een interventiewaarde bodemsanering voor asbest wordt gehanteerd van 100 mg/kg.ds gewogen (serpentijn asbestgehalte vermeerderd met 10 maal de amfibool asbestgehalte). In onderstaande tabel zijn de onderzoekresultaten weergegeven. Bron: Brief aan Tweede Kamer, kenmerk TK 2003-2004, 28 663 en 28 199, nr. 15).

Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Paul Krugersdreef 5 te Sas van Gent, ANL21-6195

16/20

Aanpassing tijdelijk handelingskader PFAS (2 juli 2020) De onderzoeksresultaten van de PFAS analyses ten behoeve van het indicatief fundatiefonderzoek zijn getoetst aan de landelijke normen voor toepasbaar op land zoals genoemd in de Kamerbrief van 2 juli 2020 met betrekking tot Aanpassing tijdelijk handelingskader PFAS. In bijlage 6.2 van onderhavig onderzoek zijn de toepassingsnormen in tabel opgenomen. 4.3 Toetsingstabellen grond en grondwater De achtergrondwaarden en interventiewaarden van de grond hebben betrekking op een bodem met bepaalde organische stof- en lutumpercentages zoals deze in de tabellen zijn gepresenteerd. De rapportagegrens voor de parameter PCB ligt hoger dan de vastgestelde achtergrondwaarde. Conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (6 juni 2008) mag in dit geval, omdat de gehanteerde detectiegrens/ rapportagegrens binnen de eisen van AS-3000 ligt en er geen sprake is van een verhoogde rapportagegrens, worden uitgegaan van een kwaliteit die voldoet aan de achtergrondwaarde. Aangezien voor barium geen antropogene verontreiniging wordt verwacht in grond, vindt er geen toetsing plaats van het aangetoonde gehalte (conform circulaire bodemsanering 2009). 4.4 Overschrijdingstabellen grond en grondwater In onderstaande tabellen worden de overschrijdingen van de parameters in de grond en het grondwater aangegeven.

Tabel 4.3: Overschrijdingstabel grond AnalyseTraject monster (m -mv) Grond MM1 2 (0,08 - 0,50) 4 (0,18 - 0,68) 5 (0,18 - 0,68) 6 (0,18 - 0,68) MM2 7 (0,20 - 0,50) 8 (0,00 - 0,50) 11 (0,00 - 0,50) 15 (0,00 - 0,30) MM3 1 (0,50 - 1,00) 9 (1,00 - 1,50) 14 (0,85 - 1,20) 15 (1,00 - 1,50) 3-3 3 (0,80 - 1,00) 8-1 8 (0,00 - 0,50) 9-1 9 (0,00 - 0,50) 10-1 10 (0,00 - 0,30) 11-1 11 (0,00 - 0,50) MMOCB 9 (0,00 - 0,50) 10 (0,00 - 0,30) 11 (0,00 - 0,50) 17 (0,00 - 0,50) 8-3 8 (1,00 - 1,50) 10-5 10 (1,00 - 1,50) Uitsplitsing MM3 1-2 1 (0,50 - 1,00) 9-4 9 (1,00 - 1,50) 14-3 15-4 > AW >I Index

14 (0,85 - 1,20) 15 (1,00 - 1,50) : Geen overschrijding : > Achtergrondwaarde : > Interventiewaarde : (GSSD - AW) / (I - AW)

> AW (+index) Licht verontreinigd

> I (+index) Sterk verontreinigd

BBK monster-conclusie (indicatief)

-

-

Altijd toepasbaar

PCB (som 7) (-) Kwik (-)

-

Altijd toepasbaar

Cadmium (0,16) Kwik (-) Lood (0,22)

Zink (4,61)

Niet Toepasbaar > Interventiewaarde

Zink (0,23) DDE (som) (0,01) DDD (som) (-)

-

Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Klasse industrie Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar Altijd toepasbaar

Zink (0,36)

-

Altijd toepasbaar Klasse industrie

-

Zink (26,89)

Zink (0,27) Zink (0,44)

-

Altijd toepasbaar Niet Toepasbaar > Interventiewaarde Klasse industrie Klasse industrie

Verkennend bodem- en asbestonderzoek, Paul Krugersdreef 5 te Sas van Gent, ANL21-6195

17/20

Tabel 4.4: Toetsing analyseresultaten tijdelijk handelingskader PFAS. AnalyseDeelmonsters Analyseresultaten in µg/kg ds. Monster-conclusie1) monster PFOS PFOA Overige PFAS MM1PFAS 2 (0,08 - 0,50) 0,1 0,1 <0,1 Voldoet aan 4 (0,18 - 0,68) Achtergrondwaarde 5 (0,18 - 0,68) 6 (0,18 - 0,68) MM2PFAS 1 (0,10 - 0,50) 0,7 0,3 0,2 Voldoet aan 3 (0,20 - 0,50) Achtergrondwaarde 7 (0,00 - 0,20) 7 (0,20 - 0,50) 8 (0,00 - 0,50) 11 (0,00 - 0,50) 15 (0,00 - 0,30) MM3PFAS 9 (0,00 - 0,50) 1,1 0,6 0,2 Voldoet aan 10 (0,00 - 0,30) Achtergrondwaarde 12 (0,00 - 0,30) 13 (0,00 - 0,50) 14 (0,00 - 0,50) 16 (0,00 - 0,30) 17 (0,00 - 0,50) MM4PFAS 1 (0,50 - 1,00) 0,2 0,2 <0,1 Voldoet aan 7 (0,50 - 1,00) Achtergrondwaarde 8 (0,50 - 1,00) 10 (0,50 - 0,70) 10 (0,70 - 1,00) 14 (0,50 - 0,85) 15 (0,50 - 1,00) 16 (0,50 - 1,00) 17 (0,50 - 1,00) 1) De toepassingsnorm voor PFAS in bodemfunctieklasse landbouw/natuur bedraagt voor de parameters overige PFAS inclusief GenX 1,4 µg/kg ds en PFOS 1,9 µg/kg ds. Opgemerkt dient te worden dat gebiedsspecifiek mogelijk een hogere achtergrondwaarde wordt gehanteerd. De toepassingsnormen voor PFAS in bodemfunctieklasse Wonen en Industrie zijn respectievelijk 3 µg/kg ds. voor de overige PFAS, PFOS en GenX en voor PFOA 7 µg/kg ds.

Tabel 4.5: Overschrijdingstabel grondwater Watermonster Filterdiepte > SW (+index) (m -mv) Licht verontreinigd 5-1-1 2,20 - 3,20 : geen overschrijdingen >S : > Streefwaarde >I : > Interventiewaarde Index : (GSSD - S) / (I - S)

> I (+index) Sterk verontreinigd -

4.5 Resultaten asbestonderzoek De resultaten van het onderzoek zijn conform het huidige overheidsbeleid getoetst aan de interventiewaarde uit de Circulaire bodemsanering. Dit beleid houdt in dat een interventiewaarde bodemsanering voor asbest wordt gehanteerd van 100 mg/kg.ds gewogen (serpentijn asbestgehalte vermeerderd met 10 maal de amfibool asbestgehalte). In onderstaande tabel zijn de onderzoekresultaten weergegeven. Tabel 4.6: Resultaten asbestonderzoek in grond Asbestinspectiegat AnalyseAsbestverdacht incl. traject in m -mv monster fijne materiaalmonster > fractie (<20 20 mm mm)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12826219/1