2023-06-21 - Antwoordnota zienswijzen
Tekst van het document
TERNEUZEN
Antwoordnota zienswijzen en planaanpassing Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Lovenpolder Hoek (Boscompensatie)
Versie mei 2023
INHOUD
Blz
1.
Inleiding 1.1. Procedure 1.2. Leeswijzer
3 3 3
2.
Zienswijzen 2.1. Overzicht ingebrachte zienswijzen 2.2. Ontvankelijkheid 2.3. Gegrond of ongegrond
4 4 4 4
3.
Samenvatting en beoordeling zienswijzen
5
4.
Planaanpassing
7
2
1.
INLEIDING
1.1.
Procedure
Bestemmingsplan In het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Terneuzen' uit 2015 is aan de gronden binnen het plangebied de bestemming 'Agrarisch met waarden- coulisselandschap en Microrelief' en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 2’ toegekend. Binnen het bestemmingsplan is daarnaast plaatselijk een dubbelbestemming ‘Leiding – Water – Waterleiding’ van toepassing. Voor het gehele plangebied geldt een ‘Gebiedsaanduiding geluidszone – industrie – 1’. Aanleiding voor het opstellen van het bestemmingsplan buitengebied, Lovenpolder Hoek (Boscompensatie) is de compensatie van eerder gerooide houtopstanden (bos) als gevolg van uitbreidingen van bedrijventerrein voor de bedrijven Ravago en Stedin aan de Herbert H Dowweg. Voor deze uitbreidingen is respectievelijk 4,5 ha en 0,8 ha bos gekapt. Om beide bedrijfsuitbreidingen planologisch mogelijk te maken, heeft de gemeenteraad op 3 juli 2018 het bestemmingsplan Dow, Logistiek Centrum 3PL en op 15 december 2022 het bestemmingsplan Dow, Mosselbanken en Logistiek Park, uitbreiding transformatorstation vastgesteld. Beide bestemmingsplannen zijn in werking getreden en de bossen zijn gekapt. In beide bestemmingsplannen is een voorwaardelijke verplichting opgenomen om de herplant van bos binnen 3 jaar na het rooien uit te voeren en de herplant in stand te houden.
De realisatie van bos als compensatie van eerder gekapt bos is binnen het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Terneuzen’ niet mogelijk. Om de boscompensatie mogelijk te maken is een zelfstandig bestemmingsplan opgesteld. De boscompensatie is gesitueerd op het perceel met kadastrale aanduiding gemeente Terneuzen, sectie U, nummer 1496. Het perceel is gelegen in de Lovenpolder ten noorden van Hoek in de hoek tussen de Lovenpoldersestraat en de Lovenweg. Op 7 maart 2023 heeft het college besloten om het ontwerp bestemmingsplan voor de boscompensatie ter inzage te leggen voor de wettelijke inspraaktermijn. Het plan heeft ter inzage gelegen van 16 maart 2023 tot en met 26 april 2023. Vaststellingsprocedure Het ontwerp bestemmingsplan heeft ter inzage gelegen van 16 maart 2023 tot en met 26 april 2023 (terinzagelegging op grond van artikel 3.8, lid 1, Wet ruimtelijke ordening). Tijdens deze terinzagelegging zijn 11 schriftelijke zienswijzen kenbaar gemaakt. 1.2.
Leeswijzer
De opbouw van deze antwoordnota is als volgt. • In hoofdstuk 2 wordt een overzicht gegeven van de kenbaar gemaakte zienswijze en is ingegaan op de ontvankelijkheid en gegrondheid ervan. • In hoofdstuk 3 is de zienswijze samengevat en beantwoord. • In hoofdstuk 4 is de aanpassing beschreven die bij de vaststelling van het bestemmingsplan is verwerkt.
3
2.
ZIENSWIJZEN
2.1
Overzicht ingebrachte zienswijzen
Tijdens de terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan ‘Buitengebied, Lovenpolder Hoek (boscompensatie)’ zijn 11 zienswijzen kenbaar gemaakt: 1. Indieners zienswijze (reclamant) 1; 2. Indieners zienswijze (reclamant) 2; 3. Indieners zienswijze (reclamant) 3; 4. Indieners zienswijze (reclamant) 4; 5. Indieners zienswijze (reclamant) 5; 6. Indieners zienswijze (reclamant) 6; 7. Indieners zienswijze (reclamant) 7; 8. Indieners zienswijze (reclamant) 8; 9. Indieners zienswijze (reclamant) 9; 10. Indieners zienswijze (reclamant) 10; 11. Indieners zienswijze (reclamant) 11; De zienswijzen 3 t/m 10 zijn inhoudelijk hetzelfde. Voor het opstellen van deze antwoordnota is er gekozen voor één algemene weerlegging van deze zienswijzen. 2.2
Ontvankelijkheid
Zienswijze 1 is ontvangen op 16 maart 2023. Zienswijze 2 is ontvangen op 14 april 2023. Zienswijzen 3 t/m 10 zijn ontvangen op 25 april 2023. Zienswijze 11 is ontvangen op 26 april 2023. Deze zienswijze zijn tijdig kenbaar gemaakt en ontvankelijk.
2.3
Gegrond of ongegrond
Op basis van de zienswijzen, zoals behandeld in hoofdstuk 3, wordt het volgende voorgesteld: de zienswijze genoemd onder 1. is gegrond; de zienswijze genoemd onder 2. is gegrond; de zienswijze genoemd onder 3. is ongegrond de zienswijze genoemd onder 4. is ongegrond de zienswijze genoemd onder 5. is ongegrond de zienswijze genoemd onder 6. is ongegrond de zienswijze genoemd onder 7. is ongegrond de zienswijze genoemd onder 8. is ongegrond de zienswijze genoemd onder 9. is ongegrond de zienswijze genoemd onder 10. is ongegrond de zienswijze genoemd onder 11. is ongegrond
4
3.
SAMENVATTING EN BEOORDELING ZIENSWIJZEN
Hierna worden de ingekomen zienswijzen samengevat weergegeven. Daarna volgt de reactie op de zienswijze. Zienswijze genoemd onder punt 1. Zienswijze a. Reclamant heeft bezwaar tegen het ontbreken van een dubbelbestemming ‘Leiding - Water – Waterleiding’ op de verbeelding vanwege de ligging van een transportwaterleiding aan de oostzijde van het plangebied en het ontbreken van planregels ter bescherming van de leiding terwijl deze dubbelbestemming met bijbehorende planregels wel deel uitmaken van het vigerende bestemmingsplan Buitengebied Terneuzen. Reacties a. Formeel is er geen sprake van een planologisch relevante leiding omdat geen van onderstaande gevallen van toepassing zijn: - hoogspanningsleidingen en -verbindingen van 50 kV en hoger die geen deel uitmaken van een inrichting als bedoeld in artikel 1 van de Wet milieubeheer; - buisleidingen waarop het Besluit externe veiligheid buisleidingen van toepassing is; Gelet op de bovenregionale functie van deze watertransportleiding en gelet op de bescherming die deze leiding op de aangrenzende gronden in het bestemmingsplan Buitengebied wel zou behouden en dat dit een onduidelijke situatie geeft, wordt echter toch tegemoet gekomen aan het bezwaar. Ter bescherming van deze leiding wordt in het bestemmingsplan op de verbeelding een dubbelbestemming opgenomen met bijbehorende planregels.
Conclusie De zienswijze is gegrond en leidt tot planaanpassing.
5
Zienswijze genoemd onder punt 2 Zienswijze a. Reclamant heeft bezwaar tegen de bestemming van onderstaand driehoekig stuk grond.
Reclamant woont tegenover dit perceel. Reclamant vreest voor vermindering van licht en uitzicht, hinder als gevolg van afwaaiend blad en takken en brandoverslag vanuit het bos. Reclamant voert verder aan dat er meer dan genoeg ruimte over is binnen het plangebied. Reactie a. We zien af van een inhoudelijke beoordeling van de argumenten omdat we tegemoet kunnen komen aan het verzoek door de aanplant van bos te verplaatsen naar een andere plaats binnen het plangebied. Conclusie De zienswijze is gegrond en leidt tot planaanpassing. Zienswijze genoemd onder de punten 3 tot en met 10 Reclamanten genoemd onder de punten 3 t/m 10 hebben inhoudelijk dezelfde zienswijze ingediend. Er is omwille van de overzichtelijkheid voor gekozen om de zienswijzen eenmalig weer te geven en van een reactie te voorzien. De zienswijze omvat inhoudelijk drie onderdelen hieronder opgesomd onder a. t/m c.: Zienswijze a. Onttrekking van landbouwgrond Reclamanten vrezen ervoor dat de ontwikkeling met bos op termijn zal leiden tot een beschermde natuurstatus van het plangebied met als gevolg extra beperkingen voor het
6
gebruik van landbouwgronden zoals bijvoorbeeld een beperking in het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Reactie: Voor de provincie is er geen aanleiding of reden aanwezig om dit compensatie gebied te begrenzen als Natuurnetwerk Nederland (NNN). De beoogde inrichting met bos levert vanuit het oogpunt van natuur geen belemmeringen op voor aangrenzende percelen en functies. De inrichting met bos levert dus ook geen extra beperkingen op in toepassing van bestrijdingsmiddelen.
b. Belemmering uitzicht, toename ongedierte Reclamanten verwachten dat door het aanplanten van het bos de omliggende bewoners beperkt zullen worden in hun vrij polderzicht. Verder verwachten reclamanten dat het bos een toevluchtsoord wordt van allerlei klein en groot ongedierte, zoals ratten, muizen maar ook vossen en wolven etc. wat schade tot gevolg kan hebben voor het houden van boerderijdieren, in het bijzonder voor het pluimveebedrijf van de familie Van Wijck op nog geen 50 meter afstand van het plangebied. Reactie Er is in Nederland geen recht op vrij uitzicht. De indieners van de zienswijzen wonen bovendien allemaal op grote afstand van het plangebied (meer dan 500 meter en verder) waardoor het uitzicht voor hun slechts in beperkte mate of helemaal niet zal wijzigen. Voor degenen die echt verlies van uitzicht hebben (zienswijze 2), is het plan aangepast zodat ze wel zichtlijnen behouden. Muizen, ratten en vossen komen in het plangebied al voor. Het bos zal waarschijnlijk wel extra soorten aantrekken, maar er wordt niet verwacht dat die schade gaan opleveren voor omliggende gronden. Dat dit bos een bijdrage zal leveren aan het verspreiden van de wolf in Zeeuws-Vlaanderen is niet aannemelijk. Het oppervlak is veel te klein om als leefgebied voor de wolf te dienen. Met de eigenaar van het pluimveebedrijf zijn gesprekken gevoerd over de plannen.
Het bedrijf zelf heeft geen bezwaar tegen aanpassing van de bestemming van Agrarisch naar Bos. Er hebben verder geen houders van boerderijdieren bezwaar gemaakt op dit punt. c. Vloeivelden Reclamanten verwachten dat als gevolg van gebruik van de gronden als vloeivelden voor industriële doeleinden verontreiniging van het grond- en oppervlaktewater zal optreden met alle gezondheidsproblemen van dien. Verwezen wordt naar de geschiedenis van de voormalige CVI stortplaats in de Kanaalpolder te Philippine. Reclamanten zijn bezorgd dat de schuld voor toekomstige verontreinigingen gelegd zal worden bij de agrariërs van aangrenzende gronden. Reactie Vermoedelijk zijn reclamanten in de veronderstelling dat met dit bestemmingsplan de zogenaamde wetlands mogelijk worden gemaakt. Daar is in een eerder stadium wel sprake van geweest. De plannen voor de eventuele aanleg van de wetlands in de Lovenpolder zijn nog niet concreet. Dit bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van de wetlands in ieder geval niet mogelijk. Onderdeel c. van deze zienswijze is dus helemaal niet relevant. Conclusie De zienswijzen zijn ongegrond en leiden niet tot planaanpassing. Zienswijze genoemd onder punt 11
7
Reclamant heeft agrarische gronden die aan de oostzijde grenzen aan het plangebied. De gronden worden agrarisch gebruikt en mede gebruikt voor sportvliegen. Van het toekomstige bos en eventueel andere activiteiten op het aan zijn eigendom grenzende perceel U 1496 , wil reclamant geen hinder of nadelige gevolgen ondervinden als gevolg van onderhoudsactiviteiten of plaatsen van hekken, zowel voor de agrarische- als de vliegactiviteiten. Verder vermeldt reclamant dat er intensief overleg is geweest over het nu voorliggende plan, waarvan de laatste keer op 14 april 2023 waarbij het plan werd toegelicht en waarin reclamant zich kan vinden. Reactie: Er zijn inderdaad met deze reclamant gesprekken geweest en de plannen die ter vaststelling aan de gemeenteraad worden voorgelegd zijn ten opzichte 14 april 2023 niet meer gewijzigd Er is rekening gehouden met de wensen van de indiener van de zienswijze. Dit blijkt uit het opnemen van een vliegfunnel in de bosaanplant waardoor er veilig geland en opgestegen kan worden vanaf het vliegterrein. In de inrichtingsplannen zijn nu geen hekwerken als erfafscheiding voorzien. Het bestemmingsplan maakt het plaatsen van erfafscheidingen niet rechtstreeks mogelijk. Conclusie De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot planaanpassing.
8
4.
PLANAANPASSING
Verbeelding (zie bijlage): 1. Beschermingszone leiding toegevoegd; 2. De functieaanduiding Bos is verwijderd ter plaatse van het driehoekige bestemmingsvlak aan de oostzijde van het plangebied dat is gelegen tegenover de woningen aan de Lovenpolderstraat en verplaatst naar het midden van het plangebied. Planregels: 3. Dubbelbestemming Leiding – Water toegevoegd (artikel 5) Toelichting: 1. Het aangepaste inrichtingsplan is verwerkt in de toelichting en afbeeldingen zijn gewijzigd. 2. In paragraaf 4.4 is aangegeven dat het vervolgonderzoek voor bodem wordt uitgevoerd (het onderzoek loopt). 3. Paragraaf 4.10 is aangevuld met stikstofdepositie aanlegfase. 4. Hoofdstuk 6 is aangevuld met de inloopavond, de persoonlijke gesprekken en de uitkomsten van de zienswijzen. 5. Bijlage 1: Aangepast inrichtingsplan opgenomen. 6. Bijlage 6: Ecologisch onderzoek is vervangen door recente quickscan (vervolgonderzoek loopt) 7. Bijlage 7: Berekening stikstofdepositie toegevoegd. 8. Bijlage 8: Verslag inloopavond toegevoegd 9. Bijlage 9: Nota zienswijzen toegevoegd
9