CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-06-21 a. Bestemmingsplan Buitengebied, Lovenpolder Hoek (boscompensatie) - Ontwerpbesluit

commissie Omgeving 21 juni 2023, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan ‘Buitengebied, Lovenpolder Hoek (boscompensatie)’19.050 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeenteraad Ontwerpbesluit

Zitting van 4 juli 2023 Omgeving & Economie - Planvorming zaaknummer: 9755

2023_Raad_00076 - Vaststellen bestemmingsplan 'Buitengebied, Lovenpolder Hoek (boscompensatie)’ Portefeuillehouder Frank Hulle,van Programma en/of paragraaf Programma Wonen & leefbaarheid Besluit Besluitpunt 1 De gemeenteraad besluit om de zienswijzen van reclamanten genoemd onder 1. tot en met 11. van de 'Antwoordnota zienswijzen en planaanpassing bestemmingsplan 'Buitengebied, Lovenpolder Hoek (boscompensatie)’ ontvankelijk te verklaren. Besluitpunt 2 De gemeenteraad besluit om de zienswijzen van reclamanten genoemd onder 1. en 2. van de 'Antwoordnota zienswijzen en planaanpassing bestemmingsplan 'Buitengebied, Lovenpolder Hoek (boscompensatie)’ gegrond te verklaren. Besluitpunt 3 De gemeenteraad besluit om de zienswijzen van reclamanten genoemd onder 3. tot en met 11. van de 'Antwoordnota zienswijzen en planaanpassing bestemmingsplan 'Buitengebied, Lovenpolder Hoek (boscompensatie)’ ongegrond te verklaren. Besluitpunt 4 De gemeenteraad besluit om de planaanpassingen vast te stellen conform het voorstel in hoofdstuk 4 van de 'Antwoordnota zienswijzen en planaanpassing bestemmingsplan 'Buitengebied, Lovenpolder Hoek (boscompensatie)’.

Besluitpunt 5 De gemeenteraad besluit in te stemmen met de beantwoording van de zienswijzen conform het voorstel in hoofdstuk 3 van de antwoordnota zienswijzen en planaanpassingen en daartoe de bijgevoegde ‘Antwoordnota zienswijzen en planaanpassing bestemmingsplan 'Buitengebied, Lovenpolder Hoek (boscompensatie)’ vast te stellen.

1/346

Besluitpunt 6 De gemeenteraad besluit het bestemmingsplan 'Buitengebied, Lovenpolder Hoek (boscompensatie)' als vervat in het GMLbestand NL.IMRO.0715.BPBG80-VG01 met bijbehorende bestanden zowel in digitale als analoge vorm gewijzigd vast te stellen. Besluitpunt 7 De gemeenteraad besluit op grond van artikel 6.12, lid 2 van de Wet ruimtelijke ordening geen exploitatieplan vast te stellen. Besluitpunt 8 De gemeenteraad besluit in te stemmen met het besluit van burgemeester en wethouders van 7 maart 2023 (2023_BW_00212) om geen milieueffectrapport te laten opstellen voor het bestemmingsplan 'Buitengebied, Lovenpolder Hoek (boscompensatie)'. Wat is de aanleiding? Dow heeft een aanvraag gedaan tot het opstellen van een bestemmingsplan om boscompensatie te kunnen realiseren. De boscompensatie is een verplichting die volgt uit het kappen van bos ten behoeve van de uitbreidingen van de bedrijven Ravago en Stedin op het terrein van Dow. De gronden waar de boscompensatie zou moeten plaatsvinden, hebben een agrarische bestemming. De gemeenteraad heeft op 3 juli 2018 het bestemmingsplan Dow, Logistiek Centrum 3PL (Ravago) vastgesteld dat de realisatie van een nieuw logistiek centrum op het terrein van Dow mogelijk heeft gemaakt. Hiervoor is 4,5 ha bos gekapt.

De gemeenteraad heeft daarnaast op 15 december 2022 het bestemmingsplan Dow, Mosselbanken en Logistiek Park, uitbreiding transformatorstation vastgesteld dat de uitbreiding van het transformatorstation voor Stedin mogelijk maakt op het terrein van Dow. Om deze uitbreiding mogelijk te maken is inmiddels 0,8 hectare bos gekapt. Voor de kap van bos op beide locaties geldt een herplantplicht op grond van de Wet natuurbescherming. De beoogde locatie voor boscompensatie ligt in het noorden van de aangrenzende Lovenpolder. De gemeenteraad heeft deze locatie eerder aangewezen als zoekgebied voor de boscompensatie van Ravago. De percelen in de Lovenpolder zijn in eigendom van Dow. Dit gebied heeft nu nog een agrarische bestemming. Het aanplanten van bos voor boscompensatie past niet binnen deze bestemming. Dow wil met voorliggend bestemmingsplan de agrarische bestemming deels wijzigen in een bestemming ‘Bos’ om de boscompensatie van Stedin en Ravago te realiseren. Voorlopig worden de overige gronden binnen het plangebied agrarisch gebruikt, maar Dow wil graag de mogelijkheid behouden om eventuele toekomstige boscompensatie te realiseren. Om hieraan tegemoet te komen wordt voorgesteld om binnen de bestemming ‘Agrarisch’ een aanduiding 'bos' op te nemen, waarmee die beoogde ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt met een omgevingsvergunning.

De wetlands waarvan eerder sprake is geweest maken geen onderdeel uit van dit bestemmingsplan omdat de plannen nog niet concreet genoeg waren. De uitvoering van de boscompensatie fase 1a (Ravago) en fase 1b (Stedin) staan gelijktijdig gepland voor het najaar van 2023. Op 7 maart 2023 heeft het college besloten om het ontwerp bestemmingsplan voor de boscompensatie ter inzage te leggen voor de wettelijke inspraaktermijn. Het ontwerpplan heeft ter inzage gelegen van 16 maart 2023 tot en met 26 april 2023. We hebben 11 schriftelijke zienswijzen ontvangen.

2/346

Communicatie met de omgeving heeft plaatsgevonden via een digitale bijeenkomst, een inloopavond, kort voordat het plan ter inzage is gelegd, en er zijn diverse persoonlijke gesprekken geweest voor en tijdens de inzageperiode met onder andere de eigenaren van de direct aangrenzende bedrijven en bewoners. In de plannen is zoveel mogelijk rekening gehouden met de wensen van deze eigenaren. De zienswijzen zijn verwoord en beantwoord in de 'Nota zienswijzen en planaanpassingen' behorende bij het bestemmingsplan 'Buitengebied, Lovenpolder Hoek (boscompensatie)’ Wat willen we bereiken? We willen bereiken dat Ravago en Stedin de verplichte boscompensatie als gevolg van het kappen van bos op hun twee bouwlocaties op het terrein van Dow kunnen realiseren in de naastgelegen Lovenpolder. Argumenten 7.1 Er is geen sprake van een bouwplan. Het gaat hier alleen om bosaanplant. Er is dus geen sprake van een bouwplan als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. Initiatiefnemer heeft zelf opdracht gegeven om een bestemmingsplan te laten opstellen. Het verhaal van de kosten voor begeleiding van de procedure vindt daarom plaats op grond van de legesverordening. 8.1 We verwachten geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.

In het Besluit milieueffectrapportage is in categorie D (sectie D 9) opgenomen dat een landinrichtingsproject dan wel een wijziging of uitbreiding daarvan m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op vestiging van een glastuinbouwgebied of bloembollenteeltgebied van 50 hectare of meer of een functiewijziging met een oppervlakte van 125 hectare of meer van water, natuur, recreatie of landbouw of. De beoogde ontwikkeling blijft ruim onder deze drempelwaarden. Dit betekent dat kan worden volstaan met een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling'. In Bijlage 1 van de toelichting van het bestemmingsplan is de m.e.r.-beoordeling opgenomen. Hieruit blijkt dat er geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu en dat het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure niet noodzakelijk is. Het college heeft dan ook op 7 maart 2023 besloten dat het opstellen van een milieueffectrapport niet nodig is. Kanttekeningen 6.1 In het plangebied ligt een woning met schuur. Aan de noordoostzijde van het plangebied ligt op het adres Lovenweg 4 (eigendom Dow) een voormalige boerderij waarvan de gemeenteraad het agrarisch bouwvlak in het verleden al heeft weg bestemd. Het erf heeft nu een agrarische bestemming zonder bouwvlak. De voormalige boerderij is in eigendom van Dow en wordt af en toe gebruikt door de agrariër die de gronden bewerkt.

Hoewel het gaat om een woning uit de 19e eeuw die er nog authentiek uitziet, heeft deze geen beschermde monumentenstatus. Voorlopig zal de bebouwing nog blijven staan. Deze vormt geen belemmering voor de uitvoering van de geplande boscompensatie. De bedoeling is de bebouwing op termijn wel te slopen. Het erf behoudt de agrarische bestemming met toevoeging van de functieaanduiding ‘bos’. 6.2 Het bos wordt in eerste instantie niet openbaar toegankelijk. 3/346

Als het bos openbaar toegankelijk wordt dan kan dit een meerwaarde opleveren voor omwonenden. We hebben de mogelijkheid besproken met Dow. Dow geeft er echter de voorkeur aan om het gebied voorlopig niet openbaar toegankelijk te maken. Dit zal mede afhankelijk zijn van de ervaringen die opgedaan worden als het bos is aangeplant en met eventuele toekomstige ontwikkelingen van het gebied . De optie om het bos openbaar toegankelijk te maken houden ze wel open. Dow is en blijft eigenaar van de gronden. 6.3 In het plangebied ligt een watertransportleiding Dit is een belangrijke waterleiding met een vitale en bovenregionale functie. Binnen de beschermingszone van deze leiding is het aanplanten van bomen niet toegestaan. Daar is bij de inrichting van het gebied rekening mee gehouden. Wat mag het kosten? Het bestemmingsplan is opgesteld op kosten van de initiatiefnemer. Voor de gemeente zijn hieraan geen kosten verbonden. Het verhaal van de ambtelijke kosten vindt plaats via legesheffing. Wat gaan we ervoor doen? Voorafgaand aan de behandeling in de cie. Omgeving en de vaststelling door de gemeenteraad: •

krijgen de indieners van een zienswijze een brief met het concept standpunt van de gemeenteraad met betrekking tot de ingediende zienswijzen.

Na vaststelling door de gemeenteraad: •

krijgen de indieners van een zienswijze een brief met het definitief standpunt van de gemeenteraad en worden zij gewezen op de beroepsmogelijkheden;

•

wordt het gewijzigd vastgestelde bestemmingsplan toegestuurd aan de Provincie Zeeland;

•

wordt het gewijzigd vastgestelde bestemmingsplan bekend gemaakt in ZVA en Gemeenteblad;

•

wordt het gewijzigd vastgestelde bestemmingsplan digitaal gepubliceerd op de landelijke voorziening (www.ruimtelijkeplannen.nl) en de gemeentelijke website;

•

wordt het gewijzigd vastgestelde bestemmingsplan gedurende 6 weken ter inzage gelegd voor de beroepstermijn bij de Raad van State.

Bijlagen 1. Antwoordnota zienswijzen.pdf 2. Bestemmingsplan Buitengebied, Lovenpolder Hoek (boscompensatie)verbeelding.pdf 3. Bestemmingsplan Buitengebied, Lovenpolder Hoek (boscompensatie)-Regels.pdf 4. Bestemmingsplan Buitengebied, Lovenpolder Hoek (boscompensatie)-Bijlagen regels.pdf 5. Bestemmingsplan Buitengebied, Lovenpolder Hoek (boscompensatie)-Toelichting.pdf 6. Bp Buitengebied, Lovenpolder Hoek (boscompensatie)_Bijlagen toelichting.pdf

4/346

7. Bestemmingsplan Buitengebied, Lovenpolder Hoek (boscoscompensatie) beplantingsplan fase 1a.pdf

5/346

TERNEUZEN

Antwoordnota zienswijzen en planaanpassing Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Lovenpolder Hoek (Boscompensatie)

Versie mei 2023

6/346

INHOUD

Blz

1.

Inleiding 1.1. Procedure 1.2. Leeswijzer

3 3 3

2.

Zienswijzen 2.1. Overzicht ingebrachte zienswijzen 2.2. Ontvankelijkheid 2.3. Gegrond of ongegrond

4 4 4 4

3.

Samenvatting en beoordeling zienswijzen

5

4.

Planaanpassing

7

7/346

2

1.

INLEIDING

1.1.

Procedure

Bestemmingsplan In het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Terneuzen' uit 2015 is aan de gronden binnen het plangebied de bestemming 'Agrarisch met waarden- coulisselandschap en Microrelief' en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 2’ toegekend. Binnen het bestemmingsplan is daarnaast plaatselijk een dubbelbestemming ‘Leiding – Water – Waterleiding’ van toepassing. Voor het gehele plangebied geldt een ‘Gebiedsaanduiding geluidszone – industrie – 1’. Aanleiding voor het opstellen van het bestemmingsplan buitengebied, Lovenpolder Hoek (Boscompensatie) is de compensatie van eerder gerooide houtopstanden (bos) als gevolg van uitbreidingen van bedrijventerrein voor de bedrijven Ravago en Stedin aan de Herbert H Dowweg. Voor deze uitbreidingen is respectievelijk 4,5 ha en 0,8 ha bos gekapt. Om beide bedrijfsuitbreidingen planologisch mogelijk te maken, heeft de gemeenteraad op 3 juli 2018 het bestemmingsplan Dow, Logistiek Centrum 3PL en op 15 december 2022 het bestemmingsplan Dow, Mosselbanken en Logistiek Park, uitbreiding transformatorstation vastgesteld. Beide bestemmingsplannen zijn in werking getreden en de bossen zijn gekapt. In beide bestemmingsplannen is een voorwaardelijke verplichting opgenomen om de herplant van bos binnen 3 jaar na het rooien uit te voeren en de herplant in stand te houden.

De realisatie van bos als compensatie van eerder gekapt bos is binnen het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied Terneuzen’ niet mogelijk. Om de boscompensatie mogelijk te maken is een zelfstandig bestemmingsplan opgesteld. De boscompensatie is gesitueerd op het perceel met kadastrale aanduiding gemeente Terneuzen, sectie U, nummer 1496. Het perceel is gelegen in de Lovenpolder ten noorden van Hoek in de hoek tussen de Lovenpoldersestraat en de Lovenweg. Op 7 maart 2023 heeft het college besloten om het ontwerp bestemmingsplan voor de boscompensatie ter inzage te leggen voor de wettelijke inspraaktermijn. Het plan heeft ter inzage gelegen van 16 maart 2023 tot en met 26 april 2023. Vaststellingsprocedure Het ontwerp bestemmingsplan heeft ter inzage gelegen van 16 maart 2023 tot en met 26 april 2023 (terinzagelegging op grond van artikel 3.8, lid 1, Wet ruimtelijke ordening). Tijdens deze terinzagelegging zijn 11 schriftelijke zienswijzen kenbaar gemaakt. 1.2.

Leeswijzer

De opbouw van deze antwoordnota is als volgt. • In hoofdstuk 2 wordt een overzicht gegeven van de kenbaar gemaakte zienswijze en is ingegaan op de ontvankelijkheid en gegrondheid ervan. • In hoofdstuk 3 is de zienswijze samengevat en beantwoord. • In hoofdstuk 4 is de aanpassing beschreven die bij de vaststelling van het bestemmingsplan is verwerkt.

8/346

3

2.

ZIENSWIJZEN

2.1

Overzicht ingebrachte zienswijzen

Tijdens de terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan ‘Buitengebied, Lovenpolder Hoek (boscompensatie)’ zijn 11 zienswijzen kenbaar gemaakt: 1. Indieners zienswijze (reclamant) 1; 2. Indieners zienswijze (reclamant) 2; 3. Indieners zienswijze (reclamant) 3; 4. Indieners zienswijze (reclamant) 4; 5. Indieners zienswijze (reclamant) 5; 6. Indieners zienswijze (reclamant) 6; 7. Indieners zienswijze (reclamant) 7; 8. Indieners zienswijze (reclamant) 8; 9. Indieners zienswijze (reclamant) 9; 10. Indieners zienswijze (reclamant) 10; 11. Indieners zienswijze (reclamant) 11; De zienswijzen 3 t/m 10 zijn inhoudelijk hetzelfde. Voor het opstellen van deze antwoordnota is er gekozen voor één algemene weerlegging van deze zienswijzen. 2.2

Ontvankelijkheid

Zienswijze 1 is ontvangen op 16 maart 2023. Zienswijze 2 is ontvangen op 14 april 2023. Zienswijzen 3 t/m 10 zijn ontvangen op 25 april 2023. Zienswijze 11 is ontvangen op 26 april 2023. Deze zienswijze zijn tijdig kenbaar gemaakt en ontvankelijk.

2.3

Gegrond of ongegrond

Op basis van de zienswijzen, zoals behandeld in hoofdstuk 3, wordt het volgende voorgesteld: de zienswijze genoemd onder 1. is gegrond; de zienswijze genoemd onder 2. is gegrond; de zienswijze genoemd onder 3. is ongegrond de zienswijze genoemd onder 4. is ongegrond de zienswijze genoemd onder 5. is ongegrond de zienswijze genoemd onder 6. is ongegrond de zienswijze genoemd onder 7. is ongegrond de zienswijze genoemd onder 8. is ongegrond de zienswijze genoemd onder 9. is ongegrond de zienswijze genoemd onder 10. is ongegrond de zienswijze genoemd onder 11. is ongegrond

9/346

4

3.

SAMENVATTING EN BEOORDELING ZIENSWIJZEN

Hierna worden de ingekomen zienswijzen samengevat weergegeven. Daarna volgt de reactie op de zienswijze. Zienswijze genoemd onder punt 1. Zienswijze a. Reclamant heeft bezwaar tegen het ontbreken van een dubbelbestemming ‘Leiding - Water – Waterleiding’ op de verbeelding vanwege de ligging van een transportwaterleiding aan de oostzijde van het plangebied en het ontbreken van planregels ter bescherming van de leiding terwijl deze dubbelbestemming met bijbehorende planregels wel deel uitmaken van het vigerende bestemmingsplan Buitengebied Terneuzen. Reacties a. Formeel is er geen sprake van een planologisch relevante leiding omdat geen van onderstaande gevallen van toepassing zijn: - hoogspanningsleidingen en -verbindingen van 50 kV en hoger die geen deel uitmaken van een inrichting als bedoeld in artikel 1 van de Wet milieubeheer; - buisleidingen waarop het Besluit externe veiligheid buisleidingen van toepassing is; Gelet op de bovenregionale functie van deze watertransportleiding en gelet op de bescherming die deze leiding op de aangrenzende gronden in het bestemmingsplan Buitengebied wel zou behouden en dat dit een onduidelijke situatie geeft, wordt echter toch tegemoet gekomen aan het bezwaar. Ter bescherming van deze leiding wordt in het bestemmingsplan op de verbeelding een dubbelbestemming opgenomen met bijbehorende planregels.

Conclusie De zienswijze is gegrond en leidt tot planaanpassing.

10/346

5

Zienswijze genoemd onder punt 2 Zienswijze a. Reclamant heeft bezwaar tegen de bestemming van onderstaand driehoekig stuk grond.

Reclamant woont tegenover dit perceel. Reclamant vreest voor vermindering van licht en uitzicht, hinder als gevolg van afwaaiend blad en takken en brandoverslag vanuit het bos. Reclamant voert verder aan dat er meer dan genoeg ruimte over is binnen het plangebied. Reactie a. We zien af van een inhoudelijke beoordeling van de argumenten omdat we tegemoet kunnen komen aan het verzoek door de aanplant van bos te verplaatsen naar een andere plaats binnen het plangebied. Conclusie De zienswijze is gegrond en leidt tot planaanpassing. Zienswijze genoemd onder de punten 3 tot en met 10 Reclamanten genoemd onder de punten 3 t/m 10 hebben inhoudelijk dezelfde zienswijze ingediend. Er is omwille van de overzichtelijkheid voor gekozen om de zienswijzen eenmalig weer te geven en van een reactie te voorzien. De zienswijze omvat inhoudelijk drie onderdelen hieronder opgesomd onder a. t/m c.: Zienswijze a. Onttrekking van landbouwgrond Reclamanten vrezen ervoor dat de ontwikkeling met bos op termijn zal leiden tot een beschermde natuurstatus van het plangebied met als gevolg extra beperkingen voor het

11/346

6

gebruik van landbouwgronden zoals bijvoorbeeld een beperking in het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Reactie: Voor de provincie is er geen aanleiding of reden aanwezig om dit compensatie gebied te begrenzen als Natuurnetwerk Nederland (NNN). De beoogde inrichting met bos levert vanuit het oogpunt van natuur geen belemmeringen op voor aangrenzende percelen en functies. De inrichting met bos levert dus ook geen extra beperkingen op in toepassing van bestrijdingsmiddelen.

b. Belemmering uitzicht, toename ongedierte Reclamanten verwachten dat door het aanplanten van het bos de omliggende bewoners beperkt zullen worden in hun vrij polderzicht. Verder verwachten reclamanten dat het bos een toevluchtsoord wordt van allerlei klein en groot ongedierte, zoals ratten, muizen maar ook vossen en wolven etc. wat schade tot gevolg kan hebben voor het houden van boerderijdieren, in het bijzonder voor het pluimveebedrijf van de familie Van Wijck op nog geen 50 meter afstand van het plangebied. Reactie Er is in Nederland geen recht op vrij uitzicht. De indieners van de zienswijzen wonen bovendien allemaal op grote afstand van het plangebied (meer dan 500 meter en verder) waardoor het uitzicht voor hun slechts in beperkte mate of helemaal niet zal wijzigen. Voor degenen die echt verlies van uitzicht hebben (zienswijze 2), is het plan aangepast zodat ze wel zichtlijnen behouden. Muizen, ratten en vossen komen in het plangebied al voor. Het bos zal waarschijnlijk wel extra soorten aantrekken, maar er wordt niet verwacht dat die schade gaan opleveren voor omliggende gronden. Dat dit bos een bijdrage zal leveren aan het verspreiden van de wolf in Zeeuws-Vlaanderen is niet aannemelijk. Het oppervlak is veel te klein om als leefgebied voor de wolf te dienen. Met de eigenaar van het pluimveebedrijf zijn gesprekken gevoerd over de plannen.

Het bedrijf zelf heeft geen bezwaar tegen aanpassing van de bestemming van Agrarisch naar Bos. Er hebben verder geen houders van boerderijdieren bezwaar gemaakt op dit punt. c. Vloeivelden Reclamanten verwachten dat als gevolg van gebruik van de gronden als vloeivelden voor industriële doeleinden verontreiniging van het grond- en oppervlaktewater zal optreden met alle gezondheidsproblemen van dien. Verwezen wordt naar de geschiedenis van de voormalige CVI stortplaats in de Kanaalpolder te Philippine. Reclamanten zijn bezorgd dat de schuld voor toekomstige verontreinigingen gelegd zal worden bij de agrariërs van aangrenzende gronden. Reactie Vermoedelijk zijn reclamanten in de veronderstelling dat met dit bestemmingsplan de zogenaamde wetlands mogelijk worden gemaakt. Daar is in een eerder stadium wel sprake van geweest. De plannen voor de eventuele aanleg van de wetlands in de Lovenpolder zijn nog niet concreet. Dit bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van de wetlands in ieder geval niet mogelijk. Onderdeel c. van deze zienswijze is dus helemaal niet relevant. Conclusie De zienswijzen zijn ongegrond en leiden niet tot planaanpassing. Zienswijze genoemd onder punt 11

12/346

7

Reclamant heeft agrarische gronden die aan de oostzijde grenzen aan het plangebied. De gronden worden agrarisch gebruikt en mede gebruikt voor sportvliegen. Van het toekomstige bos en eventueel andere activiteiten op het aan zijn eigendom grenzende perceel U 1496 , wil reclamant geen hinder of nadelige gevolgen ondervinden als gevolg van onderhoudsactiviteiten of plaatsen van hekken, zowel voor de agrarische- als de vliegactiviteiten. Verder vermeldt reclamant dat er intensief overleg is geweest over het nu voorliggende plan, waarvan de laatste keer op 14 april 2023 waarbij het plan werd toegelicht en waarin reclamant zich kan vinden. Reactie: Er zijn inderdaad met deze reclamant gesprekken geweest en de plannen die ter vaststelling aan de gemeenteraad worden voorgelegd zijn ten opzichte 14 april 2023 niet meer gewijzigd Er is rekening gehouden met de wensen van de indiener van de zienswijze. Dit blijkt uit het opnemen van een vliegfunnel in de bosaanplant waardoor er veilig geland en opgestegen kan worden vanaf het vliegterrein. In de inrichtingsplannen zijn nu geen hekwerken als erfafscheiding voorzien. Het bestemmingsplan maakt het plaatsen van erfafscheidingen niet rechtstreeks mogelijk. Conclusie De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot planaanpassing.

13/346

8

4.

PLANAANPASSING

Verbeelding (zie bijlage): 1. Beschermingszone leiding toegevoegd; 2. De functieaanduiding Bos is verwijderd ter plaatse van het driehoekige bestemmingsvlak aan de oostzijde van het plangebied dat is gelegen tegenover de woningen aan de Lovenpolderstraat en verplaatst naar het midden van het plangebied. Planregels: 3. Dubbelbestemming Leiding – Water toegevoegd (artikel 5) Toelichting: 1. Het aangepaste inrichtingsplan is verwerkt in de toelichting en afbeeldingen zijn gewijzigd. 2. In paragraaf 4.4 is aangegeven dat het vervolgonderzoek voor bodem wordt uitgevoerd (het onderzoek loopt). 3. Paragraaf 4.10 is aangevuld met stikstofdepositie aanlegfase. 4. Hoofdstuk 6 is aangevuld met de inloopavond, de persoonlijke gesprekken en de uitkomsten van de zienswijzen. 5. Bijlage 1: Aangepast inrichtingsplan opgenomen. 6. Bijlage 6: Ecologisch onderzoek is vervangen door recente quickscan (vervolgonderzoek loopt) 7. Bijlage 7: Berekening stikstofdepositie toegevoegd. 8. Bijlage 8: Verslag inloopavond toegevoegd 9. Bijlage 9: Nota zienswijzen toegevoegd

14/346

9

Lo

ve

nw

eg

Plangebied Plangrens

3

Enkelbestemmingen AW-CLMR BO

L-W

Leiding - Water

WR-A2

Waarde - Archeologie 2

AW-CLMR

(sbo-bhp1a)

aat olderstr Lovenp

(bo)

Gebiedsaanduidingen

(sbo-bhp1a)

(sbo-bhp1a)

Bos

Dubbelbestemmingen

4

BO

Agrarisch met waarden - Coulisselandschap en microreliëf

geluidzone - industrie - 1 L-W

WR-A2

19

vrijwaringszone - dijk

BO

Functieaanduidingen (sbo-bhp1b)

(bo)

bos

18

AW-CLMR

(sbo-bhp1a)

specifieke vorm van bos - bosherplant fase 1a

(sbo-bhp1b)

specifieke vorm van bos - bosherplant fase 1b

17/L1

AW-CLMR

(bo)

17 17a

GEMEENTE TERNE EN Buitengebied, Lovenpolder Hoek (boscompensatie)

bestemmingsplan

L-W

15/346

PROJECT

20211389

FORMAAT

A3

SCHAAL

1:2000

KAART

1/1

Vastgesteld

GETEKEND

P. Fijneman

Ontwerp

04-05-2023

IDN

NL.IMRO.0715.BPBG80-ON01

Concept

07-09-2022

RHO ADVISE RS

info@rho.nl www.rho.nl

N

bestemmingsplan

Buitengebied, Lovenpolder Hoek (boscompensatie) Terneuzen

16/346

DATUM IMRO IDN

27-01-2023 NL.IMRO.0715.BPBG80-VG01

PROJECT PROJECTLEIDER

Buitengebied, Lovenpolder Hoek (boscompensatie) mr. ir. H. Wenting

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

DOW Benelux 401030.20211389

AUTEUR STATUS

Josh Luijkx vastgesteld

17/346

Inhoudsopgave

Regels Hoofdstuk 1

4 Inleidende regels

5

Artikel 1

Begrippen

5

Artikel 2

Wijze van meten

9

Bestemmingsregels

10

Artikel 3

Agrarisch met waarden - Coulisselandschap en Microreliëf

10

Artikel 4

Bos

14

Artikel 5

Leiding - Water

16

Artikel 6

Waarde - Archeologie 2

18

Hoofdstuk 3

Algemene regels

21

Artikel 7

Anti-dubbeltelregel

21

Artikel 8

Algemene aanduidingsregels

22

Artikel 9

Algemene afwijkingsregels

23

Artikel 10

Algemene wijzigingsregels

24

Artikel 11

Overige regels

25

Overgangs- en slotregels

26

Artikel 12

Overgangsrecht

26

Artikel 13

Slotregel

27

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 4

3/27

18/346

Regels

4/27

19/346

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan het bestemmingsplan Buitengebied, Lovenpolder Hoek (boscompensatie) met identificatienummer NL.IMRO.0715.BPBG80-VG01 van de gemeente Terneuzen. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waar gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 afwijking bij omgevingsvergunning een afwijking als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, sub c juncto artikel 2.12, lid 1, sub a, onderdeel 1 van de Wabo, zoals die luidde ten tijde van inwerkingtreding van dit plan. 1.6 archeologisch deskundige de beleidsmedewerker archeologie van de gemeente, de gemeentelijk adviseur archeologie of een door het bevoegd gezag aangewezen deskundige op het gebied van archeologie. 1.7 archeologisch onderzoek Archeologisch onderzoek: onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een Certificaat BRL 4000 beschikt. 1.8 archeologisch rapport een rapport van een archeologisch onderzoeksbureau of een goed onderbouwd advies van een deskundige op het gebied van archeologie.

1.9 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden. 1.10 bebouwing een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.11 bestaand ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan.

5/27

20/346

1.12 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.13 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.14 bevoegd gezag het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning, zoals bedoeld in de Wabo.[ Wet algemene bepalingen omgevingsrecht] 1.15 bodemingreep werken en werkzaamheden waarvan mag worden aangenomen dat zij het bodemarchief kunnen aantasten, waaronder het bouwen van een fundering wordt begrepen. 1.16 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.17 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.18 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten. 1.19 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

1.20 cultureel erfgoed uit het verleden geërfde materiële en immateriële bronnen, in de loop van de tijd tot stand gebracht door de mens of ontstaan uit de wisselwerking tussen mens en omgeving, die mensen, onafhankelijk van het bezit ervan, identificeren als een weerspiegeling en uitdrukking van zich voortdurend ontwikkelende waarden, overtuigingen, kennis en tradities, en die aan hen en toekomstige generaties een referentiekader bieden. 1.21 cultuurhistorische waarde cultuurhistorische waarde: de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde in verband met ouderdom en/of historische gaafheid. 1.22 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

6/27

21/346

1.23 geluidgevoelige objecten woningen, geluidsgevoelige terreinen en andere geluidsgevoelige terreinen op basis van de Wet geluidhinder (Wgh, art. 1) en het Besluit geluidhinder (Bgh, art. 1.2). 1.24 KNA Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (zie www.skib.nl). 1.25 maaiveld de bovenkant van het terrein dat een gebouw/bouwwerk omgeeft, met dien verstande dat waar sprake is van een hellend of ongelijk maaiveld onder het "aangrenzende maaiveld" wordt verstaan het maaiveld dat grenst aan de voorgevel van een gebouw. 1.26 monumentencommissie een door het bevoegd gezag aan te wijzen deskundige of commissie van deskundigen inzake monumenten en cultuurhistorische panden. 1.27 normaal agrarisch gebruik werkzaamheden in de normale bouwvoor t.b.v. de gewasteelten. 1.28 omgevingsvergunning vergunning voor activiteiten als genoemd in artikel 2.1 van de Wabo. 1.29 opgraven/opgraving de ontsluiting van een vindplaats met als doel de informatie te verzamelen en vast te leggen die nodig is voor het beantwoorden van de in het Programma van Eisen verwoorde onderzoeksvra(a)g(en) en het behalen van de onderzoeksdoelstellingen. 1.30 ophoging het blijvend verhogen van het bestaande maaiveld door het aanbrengen van grond of andersoortige materialen. Tijdelijke ophoging tot een maximum van 6 maanden in relatie tot de agrarische bedrijfsvoering wordt niet gezien als een ophoging.

1.31 overig bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang, geen gebouw zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.32 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een dak. 1.33 peil de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld; 1.34 slopen het geheel of gedeeltelijk afbreken van een bouwwerk.

7/27

22/346

1.35 verstoring aantasting van een gebied met archeologische waarden. Dit verschijnsel kan zich voordoen: door erosie, afgraving of egalisatie, door (diepe) bewerking van de bovengrond, door zetting als gevolg van ophoging, door verdroging en verzuring. 1.36 vrijstellingsdiepte de in de Vrijstellingenkaart Terneuzen 2017 (zoals opgenomen in bijlage 1) aangegeven vrijstellingsdiepte. 1.37 vrijstellingsoppervlakte de in de Regels, voor dat gebied, aangegeven vrijstellingsoppervlakte. 1.38 wet/wettelijke regelingen indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q. verordeningen e.d., dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan, tenzij anders bepaald.

8/27

23/346

Artikel 2

Wijze van meten

2.1 afstand de afstand tussen bouwwerken onderling en de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2 bouwhoogte van een antenne-installatie a. ingeval van een vrijstaande (schotel)antenne-installatie: tussen het peil en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie; b. ingeval van een op of aan een bouwwerk gebouwde (schotel)antenne-installatie: tussen de voet van de (schotel)antenne-installatie en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie. 2.3 bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4 breedte, lengte en diepte van een gebouw tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidingsmuren. 2.5 inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.6 oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.7 vloeroppervlakte de gebruiksoppervlakte volgens NEN2580.

9/27

24/346

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Agrarisch met waarden - Coulisselandschap en Microreliëf

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor Agrarisch met waarden - Coulisselandschap en Microreliëf aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van grondgebonden agrarische bedrijven; b. behoud, versterking en ontwikkeling van aanwezige natuur, landschaps- en cultuurhistorische waarden; en tevens voor: c. ter plaatse van de aanduiding 'bos': bos ten behoeve van natuur- en landschapsdoeleinden; d. niet - grondgebonden agrarische activiteiten en aquacultuur als neventak; e. bestaande Nieuwe Economische Dragers en bestaande mini-campings (kleinschalig kamperen) zoals vermeld in bijlage 6 van de regels; f. aan de bestemming ondergeschikte extensieve dagrecreatie met bijbehorende kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen; g. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groenelementen, (natuurvriendelijke) oevers, water, laad- en losvoorzieningen, nutsvoorzieningen en parkeervoorzieningen. 3.2 Bouwregels Op deze gronden mag uitsluitend ten dienste van de bestemming en indien noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering worden gebouwd en gelden de volgende regels: 3.2.1 Buiten het bouwvlak a. buiten bouwvlakken zijn uitsluitend toegestaan: 1. lage tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen; 2. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van overkappingen, paardenbakken, stapmolens, schokgolf generatoren en voorzieningen voor opslag; met dien verstande dat: b.

de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevel bedraagt ten hoogste 1 m; c. de bouwhoogte van erfafscheidingen elders bedraagt ten hoogste 2 m; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m. 3.3 Afwijken van de bouwregels 3.3.1 Overkappingconstructies als teeltondersteunende voorziening Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.1 voor het bouwen van overkappingconstructies als teeltondersteunende voorziening buiten een bouwvlak, met in achtneming van het volgende: a. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 3,5 m; b. de gezamenlijke oppervlakte van regenkappen buiten het bouwvlak bedraagt ten hoogste 3 ha per bouwvlak; c. de gezamenlijke oppervlakte van hagelnetten buiten het bouwvlak bedraagt ten hoogste 5 ha per bouwvlak,

10/27

25/346

d. e.

f. g. h.

i. j. k.

tenzij sprake is van fruitgaarden die voor meer dan 80% aangrenzend aan de fruitgaard zijn omgeven door windsingels; fruitgaarden die voor meer dan 80 % aangrenzend aan de fruitgaard zijn omgeven door windsingels mogen geheel voorzien worden van hagelnetten; de gezamenlijke oppervlakte van overige overkappingen buiten het bouwvlak bedraagt ten hoogste 1 ha per bouwvlak; indien de afstand tot gronden met de bestemming Natuur minder dan 100 m bedraagt wordt de omgevingsvergunning uitsluitend verleend indien geen onevenredige aantasting van de landschaps- of natuurwaarden van het natuurgebied plaatsvindt; verlening van de omgevingsvergunning leidt niet tot een onevenredige aantasting van natuur, landschapsen cultuurhistorische waarden; de teeltondersteunende voorziening staat ten dienste aan het grondgebonden agrarisch bedrijf; ter plaatse wordt voorzien in een voldoende afschermende landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een dichte struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een gemiddelde breedte van ten minste 5 m; medewerking wordt slechts verleend indien een privaatrechtelijke overeenkomst wordt gesloten over de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing; de omgevingsvergunning wordt slechts verleend ten behoeve van een reëel of volwaardig agrarisch bedrijf; verlening van de omgevingsvergunning leidt

niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen.

3.3.2 Stellingen als teeltondersteunende voorziening Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.1 ten behoeve van de bouw van stellingen als teeltondersteunende voorziening buiten een bouwvlak, met inachtneming van het volgende: a. de gezamenlijke oppervlakte van de stellingen buiten het bouwvlak bedraagt ten hoogste 1 ha per bouwvlak; b. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 1,5 m; c. indien de afstand tot gronden met de bestemming Natuur minder dan 100 m bedraagt wordt de omgevingsvergunning uitsluitend verleend indien geen onevenredige aantasting van de landschaps- of natuurwaarden van het natuurgebied plaatsvindt; d. verlening van de omgevingsvergunning leidt niet tot een onevenredige aantasting van natuur, landschapsen cultuurhistorische waarden; e. de teeltondersteunende voorziening staat ten dienste aan het grondgebonden agrarisch bedrijf; f. ter plaatse wordt voorzien in een voldoende afschermende landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een dichte struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een gemiddelde breedte van ten minste 5 m; g. medewerking wordt slechts verleend indien een privaatrechtelijke overeenkomst wordt gesloten over de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing; h.

de omgevingsvergunning wordt slechts verleend ten behoeve van een reëel of volwaardig agrarisch bedrijf; i. verlening van de omgevingsvergunning leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen.

11/27

26/346

3.3.3 Boog- en gaaskassen als teeltondersteunende voorziening Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.1 ten behoeve van de bouw van boog- en gaaskassen als teeltondersteunende voorziening buiten een bouwvlak, met inachtneming van het volgende: a. de omgevingsvergunning wordt uitsluitend verleend voor boog- en gaaskassen grenzend aan het bouwvlak; b. de gezamenlijke oppervlakte van de boog- en gaaskassen buiten het bouwvlak bedraagt ten hoogste 1 ha per bouwvlak; c. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 3,5 m; d. indien de afstand tot gronden met de bestemming Natuur minder dan 100 m bedraagt wordt de omgevingsvergunning uitsluitend verleend indien geen onevenredige aantasting van de landschaps- of natuurwaarden van het natuurgebied plaatsvindt; e. de teeltondersteunende voorziening staat ten dienste aan het grondgebonden agrarisch bedrijf; f. verlening van de omgevingsvergunning leidt niet tot een onevenredige aantasting van natuur, landschapsen cultuurhistorische waarden; g. ter plaatse wordt voorzien in een voldoende afschermende landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een dichte struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een gemiddelde breedte van ten minste 5 m; h.

medewerking wordt slechts verleend indien een privaatrechtelijke overeenkomst wordt gesloten over de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing; i. de omgevingsvergunning wordt slechts verleend ten behoeve van een reëel of volwaardig agrarisch bedrijf; j. verlening van de omgevingsvergunning leidt niet tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen; k. verlening van de omgevingsvergunning leidt niet tot onevenredige gevolgen voor het waterbeheer; het bevoegd gezag vraagt hierover schriftelijk advies van de waterbeheerder alvorens de omgevingsvergunning te verlenen. 3.4 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken gelden de volgende regels: a. het gebruik van groeibevorderende of conditionerende belichting, zoals assimilatiebelichting of cyclische belichting, in permanente tunnel- of boogkassen is niet toegestaan; b. het gebruik van groeibevorderende of conditionerende belichting, zoals assimilatiebelichting of cyclische belichting, in kassen waarvan gevel en dak aan de binnenzijde niet volledig zijn afgeschermd tegen horizontale en verticale lichtuitstraling, is niet toegestaan; c. voorzieningen voor opslag, niet zijnde bouwwerken, zijn buiten bouwvlakken niet toegestaan, met uitzondering van mestzakken aansluitend aan het bouwvlak en wateropslag; d.

de opslag van goederen, anders dan agrarische producten afkomstig van het eigen agrarisch bedrijf, buiten een bouwvlak, is niet toegestaan; e. opslag van goederen met een totale stapelhoogte van meer dan 3 m is niet toegestaan; f. de opslag van kuilvoer is uitsluitend op en direct aansluitend aan het bouwvlak toegestaan; g. de opslag van dierlijke mest ten behoeve van handelsdoeleinden, is niet toegestaan; h. containervelden en bassins voor aquacultuur zijn buiten een bouwvlak niet toegestaan; i. het gebruik van lage tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen voor een aaneengesloten periode langer dan 6 maanden is niet toegestaan;

12/27

27/346

j.

het gebruik van gronden die zijn gelegen binnen een afstand van 50 m van woningen van derden, of terreinen bestemd voor verblijfsrecreatie (minicampings daaronder inbegrepen) ten behoeve van nieuwe fruitteeltboomgaarden is niet toegestaan; k. Wgh - inrichtingen zijn niet toegestaan. 3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.5.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Agrarisch met waarden - Coulisselandschap en Microreliëf zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden) de volgende werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het planten, verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting met uitzondering van het rooien van boomgaarden; b. het graven en dempen van sloten en waterpartijen; c. het aanleggen of verharden van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; d. het voor langer dan één groeiseizoen omzetten van grasland in bouwland; e. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en ophogen; f.

het aanleggen van boven- of ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 3.5.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het verbod van lid 3.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. 3.5.3 Voorwaarde voor een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 3.5.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de natuur-, landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden als bedoeld in 3.1 niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast. 3.5.4 Advisering Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 3.5.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in van de landschaps- en natuurbeschermingsdeskundige of aan de voorwaarde als bedoeld in lid 3.5.3 wordt voldaan.

13/27

28/346

Artikel 4

Bos

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bos' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bos; b. extensieve dagrecreatie met bijbehorende voorzieningen; c. behoud en ontwikkeling van landschaps- en cultuurhistorische waarden; d. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals ondergrondse faunapassages en de daarbij behorende voorzieningen, fiets- en wandelpaden, bermen en bermsloten, waterpartijen, kleinschalige nutsvoorzieningen, bruggetjes en duikers. 4.2 Bouwregels Op deze gronden mag uitsluitend ten dienste van de bestemming worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen of overkappingen zijnde, worden gebouwd, met uitzondering van erfafscheidingen; b. de bouwhoogte van andere bouwwerken, geen gebouwen, overkappingen of erfafscheidingen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m. 4.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2 onder a voor het bouwen van een erfafscheiding, met in achtneming van het volgende: a. de hoogte en situering van het hekwerk zijn landschappelijk inpasbaar. 4.4 Specifieke gebruiksregels 4.4.1 Gebruik voor boscompensatie a. De gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bos - bosherplant fase 1a' mogen niet op zodanige wijze worden gebruikt dat de aanleg en instandhouding van 4,5 ha houtopstanden op deze gronden worden belemmerd. b. De gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bos - bosherplant fase 1b' mogen niet op zodanige wijze worden gebruikt dat de aanleg en instandhouding van 0,8 ha houtopstanden op deze gronden worden belemmerd. 4.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.5.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Bos zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen of verharden van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; c.

het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en ophogen van gronden; d. het verwijderen, kappen of rooien van bomen of andere opgaande beplanting alsmede het verwijderen van

14/27

29/346

oevervegetaties. 4.5.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het verbod van lid 4.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. 4.5.3 Voorwaarde voor een omgevingsvergunning De werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 4.5.1 zijn slechts toelaatbaar, indien daardoor de natuur-, landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast.

15/27

30/346

Artikel 5

Leiding - Water

5.1 Bestemmingsomschrijving De voor Leiding - Water aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor een waterleiding met een diameter van ten minste 400 mm. 5.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 5.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 5.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 5.2 onder b, indien de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen en het belang van de leiding(en) door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad en vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de betrokken leidingexploitant.

5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1 Uitvoeringsverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming Leiding - Water zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanbrengen of rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; c. het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; d. het indrijven van voorwerpen in de bodem; e. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; f. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren. 5.4.2 Uitzonderingen op het uitvoeringsverbod Het verbod van lid 5.4.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning is verleend, zoals in lid 5.3 bedoeld; b. normaal onderhoud en beheer betreffen; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; d.

reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.

16/27

31/346

5.4.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden, zoals in lid 5.4.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien het leidingbelang daardoor niet onevenredig wordt geschaad. 5.4.4 Advisering Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 5.4.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in van de leidingbeheerder(s) of aan de voorwaarde als bedoeld in lid 5.4.3 wordt voldaan.

17/27

32/346

Artikel 6

Waarde - Archeologie 2

6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. 6.2 Bouwregels 6.2.1 Bouwwerken ten behoeve van de bestemming a. Op de in artikel 6.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van deze dubbelbestemming worden gebouwd. b. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 3,50 meter. 6.2.2 Andere gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag worden gebouwd, tenzij het te verstoren oppervlak van het plangebied groter is dan 500 m² en waarbij bovendien grond-of graafwerkzaamheden dieper gaan dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld; b. het bepaalde onder a is niet van toepassing indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.

6.3 Afwijken van de bouwregels 6.3.1 Algemene afwijking Burgemeester en wethouders zijn bevoegd via een omgevingsvergunning artikel 2.1, lid 1, sub c juncto artikel 2.12, lid 1, sub a, sub 1 Wabo af te wijken van het bepaalde onder artikel 6.2.2 sub a ten behoeve van het bouwen in een plangebied met een te verstoren oppervlak groter dan 500 m² en dieper dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld, indien de aanvrager van de vergunning artikel 2.1, lid 1 sub a Wabo een rapport heeft overgelegd, waarin wordt aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn of dat de archeologische waarden van het terrein naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate worden veiliggesteld. 6.3.2 Voorwaarden Indien uit het in artikel 6.3.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de vergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; a. de verplichting tot het doen van opgravingen; b.

de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.

18/27

33/346

6.3.3 Advies Bij het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.3.1 vragen burgemeester en wethouders aan de archeologisch deskundige om advies om advies omtrent het criterium als bedoeld in dat lid. Bij een negatief advies verzoeken burgemeester en wethouders de archeologisch deskundige de verder te nemen stappen aan te geven. 6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1 Omgevingsvergunningsvereiste Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning artikel 2.1, lid 1 sub b Wabo) de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of uit te laten voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld, waartoe ook wordt gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en aanleggen van drainage; b. het ophogen van de bodem met meer dan 2.00 meter en waartoe wordt gerekend het aanleggen van tijdelijke gronddepots; c. het aanleggen, vergraven, verruimen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren op een grotere diepte dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld; d.

het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, zulks indien de diepte van de aan te brengen verharding meer dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld bedraagt; e. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op één of andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond op een grotere diepte dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld; f. het verlagen van het waterpeil, voor zover dit geen bevoegdheid van het waterschap betreft; g. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd op een grotere diepte dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld; h. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur op een grotere diepte dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld. 6.4.2 Uitzonderingsregel Het in artikel 6.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. een te verstoren oppervlak van het plangebied beslaan van ten hoogste 500 m²; b. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; c. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; d. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. 6.4.3 Voorwaarden a.

De omgevingsvergunning wordt verleend, indien is gebleken dat de in artikel 6.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van archeologische waarden; b. Voor zover de in artikel 6.4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte

19/27

34/346

gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologische waarden, kan de vergunning worden verleend, indien aan de vergunning de volgende regels worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of; 3. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties; c. De vergunning kan alleen worden verleend nadat de aanvrager een rapport heeft overgelegd, waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. 6.4.4 Advies Alvorens de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen, vragen burgemeester en wethouders aan de archeologisch deskundige om advies omtrent het criterium als bedoeld in artikel 6.4.3. Bij een negatief advies verzoeken burgemeester en wethouders de archeologisch deskundige de verder te nemen stappen aan te geven.

6.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening het bestemmingsplan te wijzigen door de bestemming 'Waarde - Archeologie 2', als bedoeld in artikel 6.1 geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen behoudenswaardige archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.

20/27

35/346

Hoofdstuk 3 Artikel 7

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

21/27

36/346

Artikel 8

Algemene aanduidingsregels

8.1 geluidszone - industrie Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone – industrie' zijn geen nieuwe geluidsgevoelige objecten toegestaan. 8.2 vrijwaringszone - dijk Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - dijk' zijn de gronden mede aangeduid voor bescherming, onderhoud en instandhouding van de aangrenzende waterkering.

22/27

37/346

Artikel 9

Algemene afwijkingsregels

9.1 Maten en bouwgrenzen Het bevoegd gezag kan - tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds afwijking mogelijk is - bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor a. afwijkingen van maten (waaronder percentages) met ten hoogste 10%; b. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen; c. de omgevingsvergunning wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

23/27

38/346

Artikel 10 Algemene wijzigingsregels 10.1 Overschrijding bestemmingsgrenzen Burgemeester en wethouders kunnen de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijdingen mogen echter ten hoogste 3 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot.

24/27

39/346

Artikel 11 Overige regels 11.1 Werking wettelijke regelingen De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan.

25/27

40/346

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

Artikel 12 Overgangsrecht 12.1 Overgangsrecht bouwwerken Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt: a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan; b. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van dit lid onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in dit lid onder a met maximaal 10%; c. dit lid onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 12.2 Overgangsrecht gebruik Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12826227/1