2023-05-24 - bijlage NL.IMRO.0715.BPBG76-VG01 (toelichting)
Tekst van het document
Soorten Vogelrichtlijn: dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn);
NL.IMRO.0715.BPBG76-VG01
Buitengebied, Zelzaetseweg 10
|29
2.
3.
Soorten Habitatrichtlijn: dit zijn soorten die genoemd worden in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd; Andere soorten: dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage A van de Wnb. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland.
De beschermde status van soorten kan echter per provincie verschillen, provincies hebben de bevoegdheid om bij een provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Voor soorten die ook niet in de bijlage van de Wnb worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wnb) als vangnet. Op grond van deze bepalingen moeten schadelijke behandelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te beperken. Quickscan Natuurwetgeving Naar aanleiding van de voorgenomen ontwikkeling aan de Zelzaetseweg 10 te Zuiddorpe heeft Aeres Milieu B.V. een quickscan natuurwetgeving uitgevoerd. Het volledige rapport is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Het risico bestaat dat het plangebied deel uitmaakt van leefgebieden van diverse beschermde soorten. Het doel van de quickscan is om vast te stellen of de natuurwetgeving de geplande ontwikkeling in de weg staat. Per onderwerp worden de mogelijke effecten beschreven. Het onderdeel houtopstanden is niet meegenomen omdat er met het planvoornemen geen houtopstanden worden gekapt. Natura 2000 De plannen zullen waarschijnlijk geen effect op de natuurwaarden in Natura 2000-gebieden hebben.
Om elk risico uit te sluiten, is het echter te overwegen de stikstofdepositie op Natura 2000gebieden te laten bepalen. Indien daaruit blijkt dat er een significante toename verwacht wordt, is er een vergunning nodig op grond van de Wnb. De stikstofdepositie op omliggende Natura 2000gebieden is verder in deze paragraaf (onder ‘Stikstofdepositie’) nader uitgewerkt. Natuurnetwerk Nederland De plannen hebben waarschijnlijk geen negatieve effecten op het NNN. Er zijn geen negatieve effecten op het NNN te verwachten, op dit punt zijn er geen bezwaren vanuit het provinciale natuurbeleid. Beschermde planten en dieren Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in de provincie Zeeland een algemene vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen.
Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst. Vleermuizen: foerageergebied en vliegroutes De bomen in het plangebied fungeren mogelijk als vaste vliegroute en/of foerageergebied van vleermuizen. Wanneer er bomen worden gekapt gaat er mogelijk een deel van een vaste vliegroute of foerageergebied verloren, er zijn echter voldoende bomen in de directe omgeving die alternatieve geleiding bieden, een eventueel aanwezige vliegroute zal hierdoor niet noemenswaardig worden aangetast. Het is voor vleermuizen aan te bevelen inlandse
NL.IMRO.0715.BPBG76-VG01
Buitengebied, Zelzaetseweg 10
|30
loofboomsoorten waar mogelijk te behouden, zij vormen een geschikte voedselbron voor insecten, die vervolgens weer als voedsel voor vleermuizen kunnen dienen. Wezel In het plangebied komt mogelijk de wezel voor, deze soort is in de provincie Zeeland niet vrijgesteld voor ruimtelijke ontwikkeling. Conform Bouwens (2017) hoeven plangebieden kleiner dan één hectare niet nader te worden onderzocht op het voorkomen van kleine marterachtigen. Het plangebied is minder dan één hectare groot, er dient dus geen nader onderzoek naar de aanwezigheid van wezel en hermelijn plaats te vinden. Stikstofdepositie Met de uitspraak van de Raad van State is het Programma Aanpak Stikstof komen te vervallen. Ieder plan en project zal daarom moeten aantonen dat er geen sprake is van negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor de kwalificerende soorten en habitattypen uit de dichtstbijzijnde stikstofgevoelige delen in de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden. Door intreding van de wet Stikstofreductie op 1 juli 2021 is het niet langer nodig een activiteit met tijdelijke emissies op de lokale effecten te toetsen. Het gaat hierbij om de bouw, sloop en eenmalige aanleg van bebouwing. De emissies van de gebruiksfase worden nog wel in kaart gebracht en berekend.
De berekening voor de stikstofdepositie heeft betrekking op de sloop- en bouwwerkzaamheden, wonen en werken en het verkeersnetwerk aan de Zelzaetseweg 10 te Zuiddorpe. Uit de berekeningen (bijlage, Gemeente Terneuzen, 09 juni 2022) blijkt dat – met de uitgangspunten die in dit onderzoek gedaan zijn – gedurende de gebruiksfase geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar op de omliggende Nederlandse Natura 2000-gebieden zijn berekend. Een vergunning inzake de Wet Natuurbescherming (Wnb) is dus niet vereist. Conclusie Het aspect natuurwetgeving vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.9
Verkeer en parkeren
Het planvoornemen heeft een gewijzigde verkeersgeneratie als gevolg. Hierdoor dient aangetoond te worden dat het omliggende wegennetwerk de nieuwe verkeersdruk kan verwerken. Daarnaast dient aangegeven te worden hoe omgegaan wordt met parkeren. Verkeer Het planvoornemen betreft het ontwikkelen van een collectieve woonvorm bestaande uit een bestaande woning, een nieuw te realiseren woning en een premantelzorgwoning. Ontsluiting Het perceel zal in de toekomstige situatie worden ontsloten via de Zelzaetseweg. De maximale snelheid is hier 60 km/u met ter plaatse een adviessnelheid van 30 km/uur. Verkeersintensiteiten In de bestaande situatie kent het plangebied woonbestemming. Daarmee heeft het plangebied geen verkeersaantrekkende werking. Met het planvoornemen wordt één nieuwe vrijstaande woning gerealiseerd. De verkeersgeneratie behorende bij vrijstaande woningen in het buitengebied is volgens de CROW uitgave “Toekomstbestendig parkeren” minimaal 7,8 mvt/etmaal en maximaal 8,6 mvt/etmaal. De maximaal bijkomende verkeersgeneratie betreft 8,6 mvt/etmaal. Gesteld kan worden dat de ontwikkeling niet leidt tot een significante wijziging van het aantal verkeersbewegingen.
NL.IMRO.0715.BPBG76-VG01
Buitengebied, Zelzaetseweg 10
|31
Parkeren Het parkeren is geregeld in de Parkeernota 2015-2020 van de gemeente Terneuzen. Voor de nieuwe woning geldt een parkeernorm van 2,1 parkeerplaatsen per woning. Op eigen terrein is voldoende ruimte om in de eigen parkeerbehoefte te voorzien.
5.10
Water
Inleiding Sinds 1 november 2003 is de zogenaamde watertoets verplicht. Dat wil zeggen dat in elk ruimtelijk plan gemotiveerd moet worden aangegeven hoe met het water in het gebied wordt omgegaan en wat de ruimtelijke veranderingen voor het water betekenen. De initiatiefnemer dient in dat kader in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over het ruimtelijke planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van waterschap Scheldestromen, verantwoordelijk voor het waterkwaliteits- en waterkwantiteitsbeheer. Deze instantie is daarmee formeel de waterbeheerder. De waterparagraaf dient voorgelegd te worden aan de waterbeheerder. Op 7 oktober 2021 heeft de gemeenteraad van de gemeente Terneuzen drie nieuwe verordeningen op het gebied van water- en rioolbeheer vastgesteld die vanaf 1 januari 2022 in werking treden. Dit om voor te bereiden op klimaatverandering en in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren. De drie vastgestelde verordeningen zijn: • Verordening rioolaansluiting en eenmalig aansluitrecht • Verordening afvoer hemel- en grondwater • Verordening waterbergingsfonds Verordening rioolaansluiting en eenmalig aansluitrecht De meeste gebouwen zijn aangesloten op het gemeentelijk riool.
In deze verordening is vastgelegd wie eigenaar is van welk deel van het riool. Dit is met name van belang bij verstoppingen. Ook biedt deze verordening de basis voor het verrekenen van aansluitkosten. Verordening afvoer hemel- en grondwater Door duurzaam om te gaan met regenwater wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan klimaatdoelstellingen. Met deze verordening kan in aangewezen gebieden verboden worden dat men regenwater in het vuilwaterriool loost. Deze verplichting gaat vooralsnog alleen gelden in het buitengebied. Daar is voldoende ruimte om het regenwater op eigen terrein te bergen of te laten infiltreren. In de toekomst kan deze verplichting ook in andere gebieden gaan gelden. Nieuwbouw De Verordening afvoer hemel- en grondwater heeft ook consequenties voor nieuwbouw. Bij nieuwbouw wordt verlangd dat zoveel mogelijk water op eigen terrein wordt verwerkt. Deze verordening verplicht dat men voorziet in een minimale waterberging. Het waterschap kan in aanvulling op de gemeentelijke eisen ook eisen stellen aan waterberging. Verordening waterbergingsfonds Het is zeer gewenst om een waterberging op eigen terrein te realiseren. Dit is echter niet altijd en overal mogelijk. Deze verordening biedt in uitzonderlijke gevallen de mogelijkheid om de verplichting tot het realiseren van een waterberging af te kopen, waardoor de gemeente de verplichting overneemt.
Huidige watersysteem Waterkeringen Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Scheldestromen. Binnen of nabij het plangebied zijn geen waterkeringen aanwezig. Oppervlaktewaterlichamen NL.IMRO.0715.BPBG76-VG01
Buitengebied, Zelzaetseweg 10
|32
Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Scheldestromen. In het plangebied ligt een oppervlaktewaterlichaam. Deze is niet beschermd en derhalve niet van invloed op het planvoornemen. Ten noorden langs het plangebied ligt een secundaire watergang. De ontwikkeling van de collectieve woonvorm aan de Zelzaetseweg bevindt zich buiten de beschermingszone van de secundaire watergang.
Figuur 109 Uitsnede Legger Oppervlaktewaterlichamen (plangebied rood omlijnd)
Toekomstig watersysteem Nagegaan is aan de hand van de criteria uit de Handreiking watertoets van het waterschap Scheldestromen of de beoogde ontwikkeling strijdig is met waterdoelstellingen c.q. noodzaakt tot waterhuishoudkundige maatregelen. Thema en water(beheer)doelstelling
Uitwerking
Veiligheid waterkeringen Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening houden met de daarvoor benodigde ruimte.
Binnen of nabij het plangebied zijn geen primaire of regionale waterkeringen aanwezig. Vermeld de totale oppervlakken (in m2) van:
Voorkomen overlast door oppervlaktewater Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Waarborgen van voldoende bouwpeil om overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties.
NL.IMRO.0715.BPBG76-VG01
Dakoppervlak dichte bodemverharding doorlatende bodemverharding wateroppervlak
huidige situatie
na realisatie
0
Ca. 240
1
0
Ca. 240
2
0
0
3
0
0
4
Uitleg dakoppervlak na realisatie: het plangebied krijgt een woning van circa 150 m2, waarbij een bijgebouw van circa 90 m2 mag worden gebouwd. Geschat is dat ter plaatse circa 240 m2 aan verhard Buitengebied, Zelzaetseweg 10
|33
oppervlak wordt gerealiseerd. Totaal komt dit neer op een toename van 480 m2 aan verhard oppervlak. De waterbergingsopgave wordt bepaald door het aantal m² verhard oppervlak dat op het oppervlaktewatersysteem (versneld) wordt afgevoerd. Indien de opgave wordt gerealiseerd in of in open verbinding met de naaste gelegen waterlopen geldt er een bergingsopgave van 75 mm/m² verhard oppervlak. De T=100 waterbergingshoogte is hierbij 0,70 m. Voor deze uitvoeringsvariant is een watervergunning benodigd.
Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ RWZI’s en van de (gemeentelijke) rioleringen. Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband met de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten.
De waterbergingsopgave kan ook gerealiseerd worden door het hemelwater via de bodem af te voeren, al dan niet via een voorziening zoals een solitaire (infiltratie) vijver of een lager gelegen terreindeel. Omdat de grondwaterstanden en de infiltratiecapaciteit een (mogelijk) onzekere factor vormen en/of niet bekend zijn wordt geadviseerd om deze voorziening(en) worst-case te dimensioneren op de volledige tiendaagse norm T=100 neerslaggebeurtenis van 147 mm. De voorziening(en) worden aangelegd boven de (hoogste) grondwaterstanden. Daarnaast kan een combinatie van uitvoeringsmogelijkheden worden toegepast. Het huishoudelijk- en hemelwater kan worden afgevoerd op het aanwezige gemeentelijke afvalwaterriool. Het hemelwater kan worden geïnfiltreerd in de waterdoorlatende bodem en de oppervlaktewaterlichamen rondom het plangebied. Huishoudelijk afvalwater kan aangesloten worden op het bestaande drukrioleringssysteem. Met de gemeente dient één en ander te worden afgestemd. Volgens de Provinciale waterkansenkaart is er in het plangebied sprake van beperkte infiltratiemogelijkheden. Met betrekking tot de afvoer van het hemelwater wordt daarom rekening gehouden met de volledige tiendaagse norm T=100 neerslaggebeurtenis van 147 mm.
Thema en water(beheer)doelstelling
Uitwerking
Grondwaterkwantiteit en verdroging Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden.
Omdat de grondwaterstanden een (mogelijk) onzekere factor vormen en/of niet bekend zijn wordt geadviseerd om worst-case te dimensioneren op de volledige tiendaagse norm T=100 neerslaggebeurtenis van 147 mm. De (nieuwe) bebouwing wordt op hetzelfde peil gebouwd als de omliggende bebouwing. De ontwikkeling voorziet niet in het onttrekken van grondwater. Er worden geen uitloogbare bouwmaterialen gebruikt.
NL.IMRO.0715.BPBG76-VG01
Buitengebied, Zelzaetseweg 10
|34
Grondwaterkwaliteit Behoud of realisatie van een goede grondwaterkwaliteit. Denk aan grondwaterbeschermingsgebieden.
Er wordt niet gebouwd in een infiltratiegebied, natuurgebied of gebied voor drinkwatervoorziening. Zowel tijdens de bouwfase als tijdens de gebruiksfase worden geen uitloogbare materialen gebruikt. Er zijn geen nadelige gevolgen voor de grondwaterkwaliteit.
Oppervlaktewaterkwaliteit Behoud of realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem. Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren.
Het planvoornemen heeft geen invloed op de oppervlaktewaterkwaliteit. Er worden geen uitloogbare bouwmaterialen gebruikt.
Volksgezondheid Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico’s via o.a. de daarvoor benodigde ruimte.
De waterlopen langs het plangebied hebben een beperkte waterdiepte (bij het zomerstreefpeil is deze <0,50 m). Het verdrinkingsgevaar is hierdoor gering maar niet afwezig. Bij de planuitwerking wordt met dit aspect rekening gehouden.
Bodemdaling Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveldsdalingen in zettingsgevoelige gebieden kunnen veroorzaken.
Volgens de Waterkansenkaart van de Provincie is het plangebied sterk zettingsgevoelig. Dit is een aandachtspunt in de planuitwerking.
Natte natuur Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur.
Onderhoud oppervlaktewater Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden worden. Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting.
Andere belangen waterbeheer Relatie met eigendom waterbeheerder Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren. Scheepvaart en/of wegbeheer Goede bereikbaarheid en in stand houden van veilige vaarwegen en wegen in beheer en onderhoud bij Rijkswaterstaat, de provincie en/of het waterschap.
In de directe omgeving van het plangebied is geen natte natuur aanwezig. Het planvoornemen heeft hier dus geen invloed op. Langs de aanliggende waterlopen geldt een beschermingszone (Keur watersysteem) in het plangebied van 7 m uit de insteek van de betreffende waterloop. Bij de inrichting van het plangebied dient rekening te worden gehouden met een obstakel vrije onderhoudsstrook van 7 m uit de insteek. Verder geldt er een ontvangst- en opruimplicht van de bij het onderhoud vrijkomende stoffen zoals maaisel en baggerspecie.
Met het planvoornemen vinden geen ingrepen plaats aan eigendommen van de waterbeheerder.
Met het planvoornemen wordt gebruik gemaakt van bestaande in-/uitritten.
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het planvoornemen niet strijdig is met de waterdoelstelling.
NL.IMRO.0715.BPBG76-VG01
Buitengebied, Zelzaetseweg 10
|35
5.11
Vormvrije mer
Beleid en normstelling In onderdeel C en D van de bijlage van het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten merplichtig zijn, of mer-beoordelingsplichtig. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarde opgenomen. Het bevoegd gezag moet bij dergelijke activiteiten, voor zover deze niet aan de drempelwaarde voldoen, nagaan of er sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling moeten hierbij in beschouwing genomen worden. Deze omstandigheden betreffen: • De kenmerken van het project; • De plaats van het project; • De kenmerken van de potentiële effecten. Onderzoek en conclusie Gelet op de kenmerken van het plan, zoals de kleinschaligheid in vergelijking met de norm van de drempelwaarde, de plaats van het project en de kenmerken van potentiële effect, zal uitvoering van het plan niet leiden tot belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu. Dit blijkt ook uit de onderzoeken voor de verschillende milieuaspecten zoals die in voorgaande paragrafen zijn opgenomen. Voor dit bestemmingsplan is geen mer-procedure of mer-beoordelingsprocedure noodzakelijk.
NL.IMRO.0715.BPBG76-VG01
Buitengebied, Zelzaetseweg 10
|36
6.
JURIDISCHE ASPECTEN
De juridische aspecten bestaan uit een verbeelding en planregels. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze van juridische vertaling in planregels van de voor het plangebied gewenste functionele en stedenbouwkundige ontwikkeling. Bij het opstellen van de verbeelding en de planregels is uitgegaan van de bepalingen uit het Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012).
6.1
Verbeelding
Op de verbeelding is met behulp van de in de SVBP2012 bepaalde methode de bestemming van de gronden aangegeven. De bijbehorende bepalingen zijn vervolgens opgenomen in de planregels. De verbeelding visualiseert de planregels.
6.2
Planregels
De planregels bestaan uit de volgende vier hoofdstukken: 1.
2.
3.
4.
6.3
Inleidende bepalingen, dit hoofdstuk bestaat uit twee delen. Het eerste deel betreft het artikel ‘Begrippen’ waarin wordt toegelicht wat onder bepaalde begrippen wordt verstaan. Het tweede artikel is ‘Wijze van meten’ waarin wordt toegelicht hoe de benoemde maatvoering moet worden gemeten. Bestemmingsregels, in dit hoofdstuk worden de op de kaart aangegeven bestemmingen nader verklaard. Hierin wordt onder andere bepaald de maximale bebouwingshoogte. De gehanteerde bestemmingen worden in de paragraaf 6.3 van dit hoofdstuk verder uitgewerkt. Algemene regels, in dit hoofdstuk worden regelingen opgenomen die zijn bedoeld voor meer dan één bestemming. De gehanteerde algemene regels worden nader toegelicht in paragraaf 6.3 van dit hoofdstuk. Overgangs- en slotregels, binnen de overgangsbepalingen wordt geregeld dat met het bestemmingsplan strijdige bouwwerken en plannen welke bestaan ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan mogen worden uitgevoerd, mits er geen veranderingen plaatsvinden in aard en omvang. In de slotregel wordt de officiële naam van het bestemmingplan genoemd, welke moet worden gebruikt om te verwijzen naar het plan.
Toelichting op de bestemmingen
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel worden een aantal in het plan gebruikte begrippen nader omschreven. Door de omschrijving wordt de interpretatie van de begrippen beperkt en daarmee de duidelijkheid en rechtszekerheid van het plan vergroot. Artikel 2 Wijze van meten In dit artikel wordt aangegeven op welke wijze de in het plan voorgeschreven maatvoeringen dienen te worden bepaald.
NL.IMRO.0715.BPBG76-VG01
Buitengebied, Zelzaetseweg 10
|37
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Wonen De op de verbeelding voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen met aanhuis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten en bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, tuinen, groen, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en water. Per bouwvlak is ten hoogste één woning toegestaan, tenzij anders vermeld op de verbeelding. De verbeelding geeft het gewijzigde aantal wooneenheden (van 10 naar 11) weer. Gebouwen en overkappingen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd. Op de gronden met de aanduiding ‘erf’ mogen uitsluitend bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen worden zijnde, worden gebouwd. Gebouwen en overkappingen worden binnen het bouwvlak gebouwd en per bouwvlak is ten hoogste één woning toegestaan. In dit artikel staan voor hoofdgebouwen met bijbehorende aan- en uitbouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde ook bouwregels over de maximale goot- en bouwhoogte. Artikel 3.5.2 Pre-Mantelzorg Het gebruiken van bijgebouw ten behoeve van het ontvangen of verlenen van pre-mantelzorg is onder voorwaarden toegestaan; 1. Er is binnen 10 jaar na vaststelling van het bestemmingsplan een zorgindicatie voor Mantelzorg 2.
Indien er geen zorgindicatie voor mantelzorg is, eindigt het gebruik ten behoeve van premantelzorg na 10 jaar (gerekend vanaf de datum van vaststelling bestemmingsplan); 3. De constructie van de pre-mantelzorgwoning is makkelijk verplaatsbaar en/ of afbreekbaar. Artikel 4 Waarde – Archeologie - 1 De op de verbeelding voor ‘Waarde – Archeologie – 1’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Voor ingrepen in een gebied groter dan 100 m² en dieper dan 0,5 m is een archeologisch onderzoek noodzakelijk. Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 5 Anti-dubbeltelregel In dit artikel is een regel opgenomen die voorkomt dat een al verleende bouwvergunning meegenomen wordt bij de beoordeling van latere bouwplannen. Artikel 6 Algemene bouwregels In dit artikel zijn de regels ten aanzien van de algemene bouwregels, algemene bebouwingspercentages, bouwhoogtes en toegestane overschrijdingen door ondergeschikte bouwwerken opgenomen. Artikel 7 Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn algemene regels opgenomen ten aanzien van het strijdig gebruik. Artikel 8 Algemene afwijkingsregels In dit artikel zijn algemene regels opgenomen ten aanzien van de mogelijkheden voor het afwijken van de regels.
Artikel 9 Algemene wijzigingsregels In dit artikel zijn algemene regels opgenomen ten aanzien van het wijzigen van een bestemming. Artikel 10 Overige regels In dit artikel is een regel opgenomen ten aanzien van andere wettelijke regelingen waarnaar wordt verwezen in het bestemmingsplan, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan.
NL.IMRO.0715.BPBG76-VG01
Buitengebied, Zelzaetseweg 10
|38
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 11 Overgangsrecht Dit artikel betreft het overgangsrecht met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken die afwijken van het bestemmingsplan op het moment dat dit bestemmingsplan inwerking treedt. Dit gebruik mag worden voortgezet. Wijziging hiervan is alleen toegestaan indien de afwijking hierdoor niet wordt vergroot. Artikel 12 Slotregel De regels kunnen worden aangehaald onder de naam: Bestemmingsplan ‘Zuiddorpe, Zelzaetseweg 10’.
NL.IMRO.0715.BPBG76-VG01
Buitengebied, Zelzaetseweg 10
|39
7.
UITVOERBAARHEID
7.1
Economische uitvoerbaarheid
Op grond van artikel 3.1.6 lid 1 onder f van het Bro dient de uitvoerbaarheid van bestemmingsplannen te worden aangetoond. De Wet ruimtelijke ordening bepaalt dat de gemeenteraad een exploitatieplan moet vaststellen voor gronden waarop een aangewezen bouwplan is voorgenomen, tenzij het kostenverhaal anderszins verzekerd is. In artikel 6.2.1 Bro staat aangegeven wat onder een aangewezen bouwplan wordt verstaan. Het bestemmingsplan betreft een particulier initiatief op particulier terrein. Tussen de initiatiefnemer en de gemeente is ten behoeve van de kosten een overeenkomst gesloten. Hiermee is het verhaal van kosten van de grondexploitatie over in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd en hoeft er geen exploitatieplan te worden opgesteld. Hiermee is de economische uitvoerbaarheid van voorliggend plan voldoende aangetoond.
7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
In het kader van het zgn. 3.1.1 Bro wordt het ontwerpbestemmingsplan toegezonden naar bestuurlijke instanties, waarbij de gelegenheid is geboden om een reactie te geven op het plan ‘ontwerp bestemmingsplan Buitengebied, Zelzaetseweg 10 te Zuiddorpe’. Het ontwerpbestemmingsplan heeft 6 weken ter inzage gelegen (van 1 december 2022 tot en met 11 januari 2023). In deze periode zijn geen zienswijzen ingediend. Na vaststelling wordt het bestemmingsplan samen met het besluit tot vaststelling opnieuw 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen dit besluit beroep aantekenen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
NL.IMRO.0715.BPBG76-VG01
Buitengebied, Zelzaetseweg 10