2023-05-24 - Bijlage Beheerplan Civiele Kunstwerken 2023
Tekst van het document
BEHEERPLAN CIVIELE KUNSTWERKEN 2023
Afdeling Realisatie en Beheer Team Techniek
Maart 2023
Beheerplan civiele kunstwerken 2023
1
Inhoud SAMENVATTING………………………………………………………………………………….… 3 1. INLEIDING 1.0 Inleiding…………………………………………………………………………..…………. 5 1.1 Aanleiding opstellen beheer- en beleidsplan…………………………………..……..… 5 1.2 Doel van het beheer- en beleidsplan……………………………………………..……… 5 1.3 Beheer, scope en afbakening…………………….………………………………..……… 6 1.4 Werkwijze totstandkoming beheerplan………….…………………………………......... 6 1.5 Leeswijzer………………………………………….……………………………………….. 6 2. WETTELIJKE KADERS EN REGELGEVING 2.0 Inleiding………………………………………………………………………..................... 7 2.1 Wegenwet…………………………………………………………………………………... 7 2.2. Woningwet………………………………………………………………………………….. 7 2.3 Bouwbesluit……………………………………………………………………………........ 7 2.4 Burgerlijk Wetboek………………………………………………………………............... 8 2.5 Besluit Begroting en Verantwoording……………………………………..……………... 8 2.6 Overige wetgeving………………………………………………………..……………….. 8 3. HUIDIGE SITUATIE
3.0 Inleiding………………………………………………………………….……....... 9 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
Opbouw kunstwerkenareaal………………………………………………….………….. 9 Leeftijdsopbouw kunstwerken………………………………………………….………… 9 Huidig onderhoudsniveau ………….…………………………………………………….. 10 Huidige onderhoudstoestand en inspectieresultaten………………………………….. 11 Uitgevoerde nadere onderzoeken……………………………………………………….. 11 Geadviseerde nadere onderzoeken……………………………………………………... 12
4. BELEID 4.1 Beheervisie uitvoeren……………………………………………………………………... 13 4.2 Beheerstrategie en onderhoudsniveau vaststellen……………………………………..13 4.3 Inspecties plannen………………………………………………………………………… 15 4.4 Duurzaam integreren……………………………………………………………………… 15 4.5 Leefbaarheid verbeteren………………………………………………………………….. 16 4.6 Financieel kunstwerkenbeheer controleren…………………………………………….. 16 4.6.1 Voorkomen van kapitaalvernietiging…………………………………………….. 16 4.6.2 Afschrijvingstermijnen Kunstwerktypen…………………………………………. 16 5. FINANCIEN 5.0 Inleiding…………………………………………………………………………………….. 17 5.1 Meerjarenonderhoudsplanning en financiële consequenties 2020-2029…………….17 5.2 Beleidsadvies verhoging van jaarlijks onderhoudsbudget………………………......... 18 BIJLAGEN BIJLAGE I Paspoorten kunstwerken BIJLAGE II Onderhoudsacties 2023-2027 BIJLAGE III Meerjarenoverzicht per kunstwerk 2023 – 2027 BIJLAGE IV Meerjarenoverzicht per vakdiscipline 2023 – 2027
Beheerplan civiele kunstwerken 2023
2
Samenvatting Aanleiding Ingenieursbedrijf Westenberg B.V. heeft voor de gemeente Terneuzen een instandhoudingsinspectie kunstwerken uitgevoerd. Dit voor het opstellen van dit “Beheerplan civiele kunstwerken”. Dit beheerplan bevat alle kunstwerken die bij de gemeente Terneuzen in beheer en onderhoud zijn. Het plan beschrijft de beheer- en beleidsaspecten om het areaal kostenbewust, maatschappelijk en duurzaam, te beheren. Het Beheerplan bevat de beleidskaders voor beheer en onderhoud. Ook bevat het plan een financieel advies met een voorgesteld onderhoudsniveau voor de kunstwerken. In dit beheerplan zijn: • Alleen civiele kunstwerken in beheer en eigendom van de gemeente Terneuzen opgenomen. • Alle kosten gebaseerd op instandhouding van het huidige areaal. • Alle berekende kosten conform prijspeil januari 2023. Wettelijke kaders en regelgeving Voor het beheer van kunstwerken zijn hoofdzakelijk de volgende wetten van toepassing: de Wegenwet 1930, de Woningwet 2015, het Bouwbesluit 2012 en het Burgerlijk wetboek. Artikel 162 en 174 van het Burgerlijk wetboek omschrijven de wettelijke aansprakelijkheid voor gebreken aan kunstwerken. Dit betekent dat een civieltechnisch kunstwerk veilig moet zijn voor de gebruikers. Als dat niet het geval is, kunnen burgers de gemeente aansprakelijk stellen.
Burgers kunnen de gemeente aansprakelijk stellen voor gevolgen van onveilige situaties en letsel. Het adequaat uitvoeren van planmatig en indien nodig calamiteitenonderhoud voorkomt schade en aanspraak. Het Beheerplan geeft inzicht in de onderhoudskosten en onderhoudsniveaus voor de periode 2023 tot met 2027, zodat de gemeente volgens artikel 12 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten kan aantonen hoe zij omgaat met de kapitaalgoederen en daarvoor geplande onderhoudskosten en reserveringen. Huidige situatie, inspectie onderhoudsniveau en budget Het areaal bestaat uit 68 kunstwerken. Dit zijn bruggen, steigers, stuwen, tunnels en een trap (Kinderdijk Axel). De keermuren, beschoeiingen en overige trappen maken geen onderdeel uit van dit Beheerplan. De trap aan de Kinderdijk in Axel was destijds een houten trap die dringend aan groot onderhoud toe was. Vandaar dat deze is opgenomen bij het overzicht van de civiele kunstwerken. (Inmiddels is deze trap vervangen door een betonnen trap, zoals alle overige trappen). De technische staat van de kunstwerken is over het algemeen goed tot redelijk, slechts 12 kunstwerken kennen een matige tot slechte staat. De huidige staat van het areaal is redelijk tot goed maar is in de afgelopen periode verslechterd.
Dit komt doordat we alleen het hoogst noodzakelijke aan onderhoud en vervangingen hebben uitgevoerd de afgelopen periode. Naast de genoemde instanthoudingsinspecties hebben wij in 2022 een nader onderzoek uitgevoerd naar de stalen ophaalbrug over de Oostkolk in Terneuzen. Deze ophaalbrug moeten we in zijn geheel renoveren. Deze werkzaamheden nemen we niet mee in het regulier onderhoud, maar voeren we uit als een project. Deze werkzaamheden hebben wij om die reden niet opgenomen in dit beheerplan.
Beheerplan civiele kunstwerken 2023
3
Beleid, beheervisie, beheerstrategie en geadviseerd onderhoudsniveau De uitgangspunten en visie voor het beheer van de kunstwerken zijn: • Borgen van de veiligheid. • Borgen van het functioneren. • Voldoen aan de van toepassing zijnde wettelijke kaders. • Voldoen aan het gemeentelijke beleid. De ambitie is om het beheer van de kunstwerken volgens CROW-norm Kwaliteit B - redelijk - te hanteren. Dit sluit aan bij de keuze in het ‘Beheerplan Wegen’ en overige objecten in de buitenruimte en komt overeen met onderhoudsniveau 3 conform de NEN 2767. De motivatie hiervoor is dat de prijs-kwaliteitsverhouding dan het meest optimaal is. De levensduur van de kunstwerken wordt verlengd, zonder dat tekort wordt gedaan aan de functionaliteit en de kwaliteit van het areaal. Hierdoor wordt het areaal in een goede en veilige staat gebracht/gehouden. Uit de resultaten van de laatste inspectie (2022) blijkt dat niet alle kunstwerken in een redelijke tot goede technische staat verkeren. Door het te lage onderhoudsbudget is dit echter ook niet te realiseren. Geadviseerd wordt om het onderhoudsbudget te verhogen. Dit zal op de langere termijn alleen maar winst opleveren. Dit komt tot uiting door: minder kapitaalvernietiging, minder kans op onveilige situaties, minder mobiliteitsproblemen en een betere leefomgeving. Financiën, meerjarenonderhoudsplanningen en financiële consequenties
Kosten
Totaal 2023
Totaal 2024
Totaal 2025
Totaal 2026
Totaal 2027
Gemiddeld per jaar
Totaal
€ 411.316
€ 47.553
€ 168.001
€ 210.531
€ 218.563
€ 211.193
De tabel laat zien dat het huidig beschikbaar budget voor 2023 van € 56.000,- te laag is voor het gewenste onderhoudsniveau. Voor handhaving van het huidige onderhoudsniveau is een budget van € 211.193,- per jaar nodig. In vergelijking met het beschikbare budget is er dan sprake van een tekort van € 155.193,- per jaar. Wij adviseren voldoende middelen te reserveren om planmatig, ‘onderhoudsniveau 3’ uit te voeren. Zo kunnen we er voor zorgen dat de conditie op dit niveau blijft. Concreet betekent dit aanvullende middelen beschikbaar te stellen van € 155.193,- per jaar. Hiermee komt het totale budget op € 211.193,- per jaar.
Beheerplan civiele kunstwerken 2023
4
1. Inleiding 1.0 Inleiding De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. De civieltechnische kunstwerken zijn onderdeel van de openbare ruimte. Het Burgerlijk Wetboek regelt de aansprakelijkheid van beheerders van openbare voorzieningen. De centrale gedachte is dat de beheerder verantwoordelijk is voor het uitvoeren van voldoende en doelmatig onderhoud. Als er een geschil ontstaat moet de gemeente (als beheerder) aantonen dat zij inspecties en onderhoud zorgvuldig uitvoeren. Civieltechnische kunstwerken zijn een verzameling voorzieningen in de openbare ruimte die het gebruik van die ruimte ondersteunen. Deze kunstwerken zijn veelal objecten die een kruising van (water)wegen of natuurlijke barrières mogelijk maken. Zij zijn daarmee van essentieel belang voor de bereikbaarheid van die ruimte. Ook bevorderen zij de mobiliteit van het verkeer. In de gemeente Terneuzen bevinden zich nu 68 civieltechnische kunstwerken. Deze staan in dit beheer- en beleidsplan, hierna te noemen beheerplan. Dit plan omvat alle in de gemeente gelegen (objecttypen) bruggen, tunnels, steigers en stuwen. Keermuren, beschoeiingen, trappen en overige objecten in de openbare ruimte maken geen onderdeel uit van dit beheerplan. Dit beheerplan beschrijft de beheer- en beleidsaspecten om het civiele kunstwerken van de gemeente Terneuzen te beheren.
Het beheerplan draagt er toe bij dat kostenbewust, maatschappelijk en duurzaam te doen. 1.1 Aanleiding opstellen beheer- en beleidsplan De gemeente heeft een jaarlijks budget ad € 56.000,00 voor het in stand houden van al haar civiele kunstwerken. Gebaseerd op de huidige beheer- en beleidskaders is het huidige budget niet toereikend. De onderhoudsstaat van de kunstwerken is nu zodanig dat het ‘groot onderhoud’ zich de komende jaren steeds eerder en meer aandient. Dit met de daaraan verbonden kosten. Hierdoor zijn meer financiële middelen noodzakelijk dan er tot nu in de exploitatiebegroting is opgenomen. Het beleid over het beheer van het kunstwerkenareaal moeten de komende beheerperiode mogelijk aangepast worden. Goed inzicht in het huidige kwaliteitsniveau en de geplande onderhoudskosten is daarom noodzakelijk. Dit inzicht is nodig om het areaal in een veilige en technisch goede staat te brengen en te behouden. Ingenieursbureau Westenberg B.V. heeft hiervoor meegewerkt om dit beheerplan voor de periode 2023 – 2027 op te stellen. 1.2 Doel van het beheer- en beleidsplan Het beheerplan geeft inzicht hoe de civiele kunstwerken op een kostenbewuste wijze beheerd kunnen worden. Hierbij is enerzijds het doel om onveilige situaties en kapitaalsvernietiging te voorkomen. Anderzijds is het doel om inzicht te geven in het huidige kwaliteitsniveau van het areaal en de onderhoudskosten.
Daarbij spelen ook duurzame en maatschappelijke eisen een rol. Dit omdat het areaal onderdeel uitmaakt van de openbare ruimte.
Beheerplan civiele kunstwerken 2023
5
1.3 Beheer, scope en afbakening De gegevens in dit beheerplan gaan uit van het huidige areaal. Er zijn instandhoudingsinspecties uitgevoerd voor het opstellen van dit beheerplan. Hierbij zijn de onderhoudsmaatregelen in een planning kwantitatief en kwalitatief opgenomen. De volgende aandachtspunten maken onderdeel uit van de scope: • Alleen civiele kunstwerken in beheer en eigendom van de gemeente Terneuzen opgenomen. • Alle kosten gaan uit van het in stand houden van het huidige areaal. • Alle berekende kosten volgens prijspeil januari 2023. • Vervangingen in de planperiode 2023 – 2027 zijn meegenomen. 1.4 Werkwijze totstandkoming beheerplan Voor het opstellen van dit beheerplan zijn de volgende werkzaamheden uitgevoerd. Inventarisatie en inspectie areaal De gemeente heeft aan Ingenieursbureau Westenberg B.V. opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een inspectie. Hierbij is ook het aanleveren de gegevens voor het opstellen van een beheer- en beleidsplan voor de civiele kunstwerken opgenomen. Opstellen meerjarenoverzichten en beheersysteem In het beheerplan zijn voor de periode 2023 – 2027 onderhoudsmaatregelen en -kosten vastgesteld. Op basis van de inspectieresultaten zijn meerjarenoverzichten gemaakt van correctieve en reguliere onderhoudsmaatregelen. Ook vervangingsinvesteringen en kosten van inspecties zijn hierin opgenomen. Zie bijlagen III en IV.
Opstellen beleids- en beheerplan In dit beleidsplan zijn de beleidskaders voor beheer en onderhoud beschreven. Ook is een advies voor het onderhoudsniveau van de civiele kunstwerken beschreven. Daarnaast zijn de financiële consequenties in beeld gebracht. Na het uitvoeren van de inspecties zijn de onderhouds- en vervangingsmaatregelen vastgesteld. Vervolgens is het beheerplan opgesteld. 1.5 Leeswijzer In hoofdstuk 2 zijn de van toepassing zijnde wettelijke kaders en regelgeving toegelicht. De areaalgegevens en de huidige onderhoudstoestand zijn samengevat in hoofdstuk 3. Hoofdstuk 4 gaat in op het onderhoudsbeleid. Hoofdstuk 5 beschrijft de financiering onderhoudskosten met aansluitend een beleidsadvies. De resultaten van de inspectie en kostenoverzichten zijn vastgelegd in de volgende bijlagen: • Bijlage I: Paspoorten • Bijlage II: Onderhoudsacties 2023-2027 • Bijlage III: Meerjarenoverzicht per kunstwerk 2023-2027 • Bijlage IV: Meerjarenoverzicht per vakdiscipline 2023-2027
Beheerplan civiele kunstwerken 2023
6
2. Wettelijk kaders en regelgeving 2.0 Inleiding Dit hoofdstuk omschrijft de wettelijke kaders en regelgeving. Hieruit volgen de voorwaarden en uitgangspunten om het beheerplan op te stellen. Samen met het beleid vormt dit het kader om de beleids- en beheervisie met onderhoudsaanpak, te vertalen in een beheerplan. 2.1 Wegenwet De Wegenwet van (1930) en de Woningwet (2015) bevatten de wettelijke kaders voor het onderhoud van civiele kunstwerken. De Wegenwet geldt zowel voor (vaar)wegen en bruggen. De gemeente is verplicht om alle gemeentelijke wegen in een goede staat te onderhouden. Hierbij is geen definitie bekend van wat men onder de term “in een goede staat” verstaat. Er is dus sprake van een onderhoudsverplichting zonder een vastgelegd kwaliteitsniveau. Daarin is vrijheid voor invulling van het kwaliteitsniveau waarop de gemeente het areaal wenst te onderhouden. Hierbij moet uiteraard wel aan de wettelijke eisen worden voldaan. Ook blijft de zorgplicht altijd bestaan. Voor het beheer van het kunstwerkenareaal moeten rekening gehouden worden met de volgende aanvullende aspecten: • Beheersysteem, of een vorm daarvan waarin opgenomen het areaal civiele kunstwerken. • Periodieke inspecties volgens een uniforme methodiek. • Preventief onderhoudsbeleid. • Systematische en eenduidige klachtenregistratie. 2.2 Woningwet De Woningwet van 2015 geldt ook voor civiele kunstwerken.
Civiele kunstwerken moeten zodanig gebouwd zijn dat er geen gevaar voor de veiligheid en gezondheid. Het civiel kunstwerk moet daarvoor ook voldoen aan de voorschriften die zijn vastgelegd in het Bouwbesluit. 2.3 Bouwbesluit Het Bouwbesluit is een algemene maatregel van bestuur (AMvB), vallend onder de Woningwet. Dit besluit bevat voorschriften voor zowel gebouwen als bouwwerken (waaronder civiele kunstwerken). Dit op het terrein van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid en milieu. De laatste wijzigingen op het bouwbesluit 20121 dateert van 2022. Behorende bij het Bouwbesluit geldt de Regeling Bouwbesluit. Deze zorgt voor volledige afstemming tussen het Bouwbesluit, de onderliggende normen, CE-markeringen en kwaliteitsverklaringen. Het Bouwbesluit verwijst naar de geldende constructieve normen. Dit zijn de Eurocodes en de NEN 8700-serie. Sinds 2012 zijn er voor het eerst normen om de constructieve veiligheid van een bestaand bouwwerk te toetsen. Er is een specifiek prestatieniveau waar een bouwwerk absoluut niet onder mag komen: het afkeurniveau. De NEN 8700 bevat de voorschriften om te beoordelen of die bouwwerken in constructieve zin moeten worden afgekeurd.
1
Na verwachting vervalt het huidige bouwbesluit in juli 2023 vervangen door Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL). Het BBL bevat regels over veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid bij het (ver)bouwen van een bouwwerk, de staat van het bouwwerk, het gebruik van het bouwwerk en het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden.
Beheerplan civiele kunstwerken 2023
7
2.4 Burgerlijk Wetboek Een kunstwerk moet voor gebruikers veilig zijn. Als dit niet het geval is dan is de gemeente, als beheerder, aansprakelijk als: • het kunstwerk niet voldoet aan de gestelde eisen; • op het kunstwerk voorwerpen of substanties aanwezig zijn die daar niet op thuis horen en die leiden tot gevaarlijke situaties. Uit het Burgerlijk Wetboek (BW) zijn de volgende artikelen van toepassing: • Artikel 162, boek 6, BW (artikel 6:162 BW) gebreken op het kunstwerk (weg). • Artikel 174, boek 6, BW (artikel 6:174 BW) gebreken aan het kunstwerk (weg) zelf; In artikel 6:174 BW is sinds 1992 de aansprakelijkheid van de wegbeheerders geregeld. Het andere artikel 6:162 BW, regelt de onrechtmatige daad in algemene zin. 2.5 Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is een AMvB vanuit de Gemeentewet van 2003. Het vormt een aanvulling op de verdere uitwerking van de financiële regelgeving van de gemeente. In artikel 12 schrijft de BBV voor, dat de gemeente inzicht moeten geven in hoe om te gaan met gemeentelijke kapitaalgoederen. In ieder geval voor wegen, riolering, water, groen en gebouwen. Dat geldt ook voor civiele kunstwerken in acht nemende de Wegenwet van 1930 en de Woningwet van 2015. Daarnaast is de toezichthoudende taak van het Rijk en de provincies van belang.
Het ministerie van BZ ziet er op toe, dat provincies en gemeenten hun kapitaalgoederen adequaat onderhouden. 2.6 Overige wetgeving Bij het beheer en onderhoud van de gemeentelijke infrastructuur zijn er raakvlakken met de wetten en verordeningen genoemd in tabel 1: Omschrijving Voorbeeld raakvlak Wegenverkeerswet Inrichting c.q. ontwerp van verharding op kunstwerk Wet Geluidhinder Inrichting c.q. ontwerp van verharding op kunstwerk Arbeidsomstandighedenwet (ARBO) Inrichting installatie en bediening beweegbare brug Wet Milieubeheer Ontwerp olieopvangbakken Flora- en Faunawet Begroeiing metselwerk met beschermde plantensoorten Waterwet Vervangen conservering stalen brug Boswet Bomen kappen bij nieuwbouw / renovatie Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht Aanvraag vergunning bouwwerkzaamheden Binnenvaartwet Inrichting vaarwegbeseining Binnenvaartpolitiereglement (BPR) Inrichting vaarwegbeseining Verordeningen: • Kanalenreglement • Wegenreglement Tabel 1: Overzicht bestaande wet- en regelgeving gerelateerd aan vaste en beweegbare kunstwerken
Beheerplan civiele kunstwerken 2023
8
3. Huidige situatie 3.0 Inleiding Dit hoofdstuk gaat in op: • de opbouw van het areaal (par 3.1) • de leeftijd van de kunstwerken (par 3.2) • het huidige onderhoudsniveau (par 3.3) • de onderhoudstoestand van de kunstwerken op basis van inspectieresultaten (par 3.4) • Uitgevoerde nadere onderzoeken (par 3.5) • Geadviseerde nadere onderzoeken (par.3.6) 3.1 Opbouw kunstwerkenareaal Het geïnspecteerde kunstwerken bestaan uit de volgende kunstwerktypes en aantallen. Alle kunstwerken zijn bij de gemeente in eigendom en in beheer en onderhoud. Kunstwerken areaal Vaste Bruggen
35
Betonnen bruggen
7
Houten bruggen
9
Stalen bruggen
19
Beweegbare bruggen
4
Houten bruggen
2
Stalen bruggen
2
Steigers
23 Houten steigers
19
Stalen steigers
4
Stuwen
3 Stalen stuwen
3
Tunnels
2 Betonnen tunnels
2
Trappen
1 Trappen
TOTAAL
1 68
Tabel 2: Overzicht per kunstwerktype.
Beheerplan civiele kunstwerken 2023
9
3.2 Leeftijdsopbouw kunstwerken In onderstaande afbeelding geven we de leeftijdsopbouw van de 68 kunstwerken grafisch weer. Meer dan 50% van het aantal kunstwerken dateert uit de bouwperiode 2001 – 2010.
Tabel 3: Bouwjaarperioden van 68 kunstwerken.
3.3 Huidig onderhoudsniveau De gemeente hanteert momenteel onderhoudsniveau 3, volgens CROW-norm Kwaliteit B – redelijk. Onderhoudsacties baseren we op het uitvoeren van correctief onderhoud als de functionaliteit of veiligheid in het geding is. Bij dit scenario is het acceptabel dat het kunstwerk in een matige onderhoudstoestand verkeert, zolang het bij de eerstvolgende onderhoudscyclus teruggebracht wordt naar ten minste redelijke staat. Het gevolg is dat er meer calamiteitenonderhoud voorkomt, het risico op onveilige situaties toeneemt en kapitaalvernietiging plaats vindt. De huidige staat van het areaal is redelijk tot goed maar is in de afgelopen periode verslechterd. Dit komt doordat er een minimum aan onderhoud en vervangingen zijn uitgevoerd de afgelopen periode. In onderstaand diagram is de onderverdeling visueel weergegeven:
Tabel 4: Staat van de kunstwerken.
Beheerplan civiele kunstwerken 2023
10
3.4 Huidige onderhoudstoestand en inspectieresultaten Tijdens de inspectie zijn de (paspoort)gegevens van de kunstwerken gecontroleerd en geactualiseerd. Vervolgens maakte het adviesbureau een inventarisatie van risico’s en schades. Dit in relatie tot het gewenst periodiek onderhoud. De inspectie is uitgevoerd en verwerkt in een onderhoudsplanning aan de hand van het huidige gehanteerde onderhoudsniveau. 3.5 Uitgevoerde onderzoeken Constructieve risicoscan
In 2016 is voor een aantal kunstwerken een constructieve risicoscan uitgevoerd. Op basis van risicoklassen is aangegeven of er een mogelijk draagkrachtrisico aanwezig is. De definities van de risicoklassen zijn als volgt: Risicoklasse 1 2 3 4 5
Omschrijving Met hoge prioriteit draagkrachtonderzoek uitvoeren om risico's exact te bepalen. Met verhoogde prioriteit draagkrachtonderzoek uitvoeren om risico's exact te bepalen. Draagkrachtonderzoek wordt aanbevolen, draagkrachtrisico zeer mogelijk aanwezig. Draagkrachtonderzoek aanbevelingswaardig, gezien economische impact bij uitval. Geen constructieve risico’s aanwezig.
Bij onderstaande kunstwerken is klasse 3 of minder geconstateerd. Er is aanbevolen om bij deze kunstwerken vervolg onderzoek voor uit te voeren. Nr.
Naam
0111 0113 0117
Betonbrug Van Middelhovenstr. 48 Betonbrug Eerste Verkorting Schapenbout viaduct
1036
Fietstunnel Kennedylaan
Risicoklasse 3 3 3 1
Vervolg onderzoek Hier zijn geen nadere onderzoeken uitgevoerd; Hier zijn geen nadere onderzoeken uitgevoerd Brug is herberekend en heeft een as-last beperking van 2,5 ton gekregen. Brug is nader onderzocht, scheurvorming blijkt niet constructief
Tabel 5 resultaten constructieve risicoscan
1010 Stalen ophaalbrug Oostkolk
De conservering van de ophaalbrug is in 2022 nader onderzocht en blijkt einde levensduur te hebben bereikt. De conservering heeft op diverse locaties zijn beschermende functie voor het staal verloren. De conservering dient onder geconditioneerde omstandigheden volledig te worden vervangen. Voor de resultaten van het aanvullende onderzoek wordt verwezen naar Rapportage met kenmerk Tnz.115012.
Beheerplan civiele kunstwerken 2023
11
3.6 Geadviseerde onderzoeken Naar aanleiding van de inspectie wordt geadviseerd om in 2023 de volgende nadere onderzoeken uit te voeren. Nr. 1004
Naam
Omschrijving onderzoek
Kosten
Drijvende stijger steiger D
Jaarlijkse schouw/monitoren drijflichamen steigers
€ 150,00
1005
Drijvende steiger steiger B
Jaarlijkse schouw/monitoren drijflichamen steigers
€ 150,00
1006
Drijvende steiger steiger A
Jaarlijkse schouw/monitoren drijflichamen steigers
€ 150,00
0107
Houten brug Kinderdijk
Resistograaf onderzoek, restlevensduur houten onderdelen
€ 2.000,00
0702
Stalen brug Hoge Sas
Resistograaf onderzoek, restlevensduur houten onderdelen
€ 2.000,00
0703
Houten ophaalbrug Oostkade Resistograaf onderzoek, restlevensduur houten onderdelen
€ 2.000,00
1004
Drijvende stijger steiger D
Resistograaf onderzoek, restlevensduur houten onderdelen
€ 2.000,00
1005
Drijvende steiger steiger B
Resistograaf onderzoek, restlevensduur houten onderdelen
€ 2.000,00
1006
Drijvende steiger steiger A
Resistograaf onderzoek, restlevensduur houten onderdelen
€ 2.000,00
1011
Houten brug Oude vaart
Resistograaf onderzoek, restlevensduur houten onderdelen
€ 2.000,00
0113
Betonbrug Eerste Verkorting
0113
Betonbrug Eerste Verkorting
Betoninspectie nader onderzoek verzakking en schades metselwerk Constructieve herberekening brug
1010
Stalen ophaalbrug Oostkolk
Betoninspectie en nader onderzoek verzakking en schades metselwerk
Totaal
Beheerplan civiele kunstwerken 2023
€ 4.000,00 n.t.b. € 4.000,00 € 22.450,00
12
4. Beleid 4.1 Beheervisie uitvoeren De uitgangspunten en visie voor het beheer van de kunstwerken zijn: 1. Borgen van de veiligheid. 2. Borgen van het goed functioneren. 3. Voldoen aan de van toepassing zijnde wettelijke kaders. 4. Voldoen aan het gemeentelijke beleid. Traditioneel wordt het beheer gebaseerd op het in stand houden van de kunstwerken. Dit tegen aanvaardbare kosten en met inachtneming van de aansprakelijkheid in het kader van het Burgerlijk Wetboek. Het kunstwerkenbeheer moet ook een bijdrage leveren aan tevredenheid van de burger. Een onderhoudsaanpak die zich uitsluitend richt op traditioneel beheer, waarbij alleen technische aspecten een rol spelen, is niet meer toereikend. Ook de belevingswaarde is mede bepalend voor de algemene kwaliteit van een kunstwerk,. Deze drukken we uit in een beeldkwaliteit conform de “Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte” van het CROW. Wettelijk moeten de kunstwerken in ieder geval aan minimale eisen (veiligheid) voldoen. Zie hoofdstuk 2 Wettelijke kaders en regelgeving. De beeldkwaliteit geeft daar extra waarde aan. De politieke ambities in relatie tot soms beperkte beschikbare middelen bepalen mede de beeldkwaliteit. Paragraaf 4.2. gaat dieper in op het stellen van beeldkwaliteit kenmerken en onderhoudsniveaus.
4.2 Beheerstrategie en onderhoudsniveau vaststellen Het uitvoeren van onderhoud op een vooraf bepaald kwaliteitsniveau is de kerntaak van de beheerder. Deze geeft daarmee invulling aan het gemeentelijk onderhoudsbeleid en de te volgen beheerstrategie. Als voorbereiding op het vaststellen van het benodigde onderhoud zijn er vier onderhoudsniveaus opgesteld. Deze niveaus met toelichting geven we weer in deze paragraaf. Voor het vastleggen van de minimale kwaliteit zijn voor de civieltechnische kunstwerken interventieniveaus voor onderhoud opgesteld. Hierbij is gebruik gemaakt van de volgende documenten: • Kwaliteitscatalogus openbare ruimte CROW-publicatie 323. De CROW-systematiek is een landelijk erkende werkwijze die gebruikmaakt van beeldkwaliteiten; • Referentiedocumenten van andere (landelijke) beheerders van civiele objecten; In paragraaf 4.2.1 is een totaaloordeel over de kwaliteit van de kunstwerken en het te adviseren onderhoudsniveau opgenomen. Dit op basis van deze documenten en ervaringen van andere gemeenten. Alsook op advies van Ingenieursbureau Westenberg.
Beheerplan civiele kunstwerken 2023
13
Tabel 6 verduidelijkt de relatie tussen de genoemde kwaliteitsniveaus en de kwaliteitscatalogus CROW-publicatie 323 en de NEN2767-4 Conditiemeting Infrastructuur.
Tabel 6: Indeling kwaliteitsniveaus, gebiedskwaliteiten en koppeling met CROW-systematiek 323 en de NEN2767-4.
Voor dit beheerplan is invulling gegeven aan vier onderhoudsniveaus. Hierbij zijn de ervaringen van Ingenieursbedrijf Westenberg opgenomen, met kengetallen voor onderhoudskosten voor de gemeentelijke markt. Onderhoudsniveaus voor de civieltechnische kunstwerken zijn: • Onderhoudsniveau 1: Uitstekend. • Onderhoudsniveau 2: Goed. • Onderhoudsniveau 3: Redelijk. • Onderhoudsniveau 4: Matig/slecht. Onderhoudsniveau 1 (uitstekend) Onderhoud op dit niveau, wordt uitgevoerd met het oog op de toonbaarheid en duurzaamheid. Op dit niveau zal het onderdeel zo lang mogelijk meegaan, zonder dat het zijn functionaliteit verliest. Bij een aantal onderdelen spreken we niet van “duurzaam” maar van “comfort”. Dit komt voornamelijk voor bij asfalt en slijtlagen. Als er sprake is van comfort, wordt er onderhoud gepleegd voordat weggebruikers het oncomfortabel ervaren. Bij dit onderhoudsniveau is het bijvoorbeeld gebruikelijk om twee maal per jaar het kunstwerk te reinigen en te inspecteren. Onderhoudsniveau 2 (goed) Onderhoud op niveau 2 zorgt dat een onderdeel zijn functie niet verliest. Bij dit scenario vervalt een aantal onderhoudsmaatregelen met betrekking tot toonbaarheid. Bij de andere onderhoudsmaatregelen (projecten) worden lagere frequenties gehanteerd. Door lagere frequenties te hanteren accepteert de beheerder een (beheersbare) lager niveau van bepaalde onderdelen van het kunstwerk.
Bijvoorbeeld het lokaal ontbreken van voegwerk in een metselwerk muur. Bij dit onderhoudsniveau is het bijvoorbeeld gebruikelijk om jaarlijks het kunstwerk te reinigen, te monitoren en/of inspecteren.
Beheerplan civiele kunstwerken 2023
14
Onderhoudsniveau 3 (redelijk) Dit is het laagste onderhoudsniveau waarbij de beheerder planmatig onderhoud uitvoert. Er wordt alleen onderhoud gepleegd als de veiligheid in het geding komt. Functieverlies van sommige kunstwerkonderdelen is acceptabel. Bij toepassing van dit onderhoudsniveau (-scenario) is het acceptabel dat het kunstwerk in een matige onderhoudstoestand verkeert, zolang het bij de eerstvolgende onderhoudscyclus teruggebracht wordt naar ten minste redelijke staat. Dit betekent wel dat er meer calamiteitenonderhoud voor komt. Bij dit onderhoudsniveau accepteerde de beheerder bijvoorbeeld schades aan de conservering of de staalconstructie. Onderhoudsniveau 4 (matig/slecht) Onderhoud vindt alleen plaats om herstelmaatregelen voor calamiteiten uit te voeren. Op dit niveau vinden geen inspecties plaats en komt geen planmatig onderhoud voor. Dit geeft onveilige situaties. Met als gevolg veel ad-hoc calamiteiten en met het risico dat we het kunstwerk voor verkeer afsluiten, of vroegtijdig vervangen. Het is een onderhoudsniveau waarbij reiniging van het kunstwerk niet in de programmering zit. Kwaliteits- en onderhoudsniveau Voor het bepalen van de kwaliteit van de kunstwerken kunnen een aantal vragen worden gesteld. Zo kan men zich afvragen “wat is zinvol en noodzakelijk”' en “wat is haalbaar'.
De ambitie is om het beheer van de kunstwerken volgens CROW-norm Kwaliteit B te hanteren, dit komt overeen met Onderhoudsniveau 3. Dit is de ondergrens van verantwoord beheer. De maatregelen worden ingepland als de schadebeelden de waarschuwingsgrens bereiken. De motivatie hiervoor is dat de prijs-kwaliteitsverhouding dan het meest optimaal is. De levensduur van de kunstwerken wordt verlengd, zonder dat tekort wordt gedaan aan de functionaliteit en de kwaliteit van het areaal. 4.3 Inspecties plannen Bij onderhoudsniveau 3 wordt het areaal van de kunstwerken periodiek (eens per drie jaar) geïnspecteerd. Dit is een visuele inspectie van kunstwerkonderdelen boven het maaiveld en de waterlijn. Onzichtbare onderdelen vormen een risico. Er kunnen aanvullende inspecties onder het maaiveld of de waterlijn uitgevoerd worden, als daar een technische aanleiding voor is. 4.4 Duurzaamheid integreren Duurzaamheid is drieledig. Bij duurzame ontwikkeling is sprake van een ideaal evenwicht tussen ecologische, economische en sociale belangen. Alle ontwikkelingen die op technologisch, economisch, ecologisch, politiek of sociaal vlak bijdragen aan een gezonde aarde, met welvarende bewoners en goed functionerende ecosystemen, zijn duurzaam. Het gebruik van duurzame materialen verenigt beide.
Dit kan door enerzijds de meest milieuvriendelijke - materialen en anderzijds de meest duurzame materialen en technieken te gebruiken. Door slimme materiaalkeuzen zijn beide aspecten te verenigen.
Beheerplan civiele kunstwerken 2023
15
Dit leidt tot het meest duurzame milieuvriendelijke resultaat wat economisch gezien ook de voordeligste optie is. Voor het duurzaam ontwerpen, beheren en onderhouden van de kunstwerken stellen moet rekening gehouden worden met: • Constructief kiezen voor duurzame materialen. Met het toepassen en gebruiken van duurzame materialen wordt de levensduur van de te onderhouden objecten aanzienlijk verbeterd. Bijvoorbeeld het toepassen van FSC gekeurd hout met duurzaamheidsklasse 1 en een composieten brugdek. Het kiezen van duurzame materialen is direct van invloed op de gemiddelde onderhoudskosten. • Eisen aan materialen en constructies stellen op basis van CO2-reductie, onderhoudsarme eigenschappen en herbruikbaarheid. 4.5 Leefbaarheid verbeteren Het thema “Leefbaarheid” heeft betrekking op meerdere aspecten van de openbare ruimte. Het gaat bijvoorbeeld om de herkenbaarheid, de sfeer of het benadrukken van het bijzonder karakter van de openbare ruimte. Het uiteindelijke doel is dat de burger zich prettig en veilig voelt in de openbare ruimte. Het karakter van een openbare ruimte kan bijvoorbeeld in bruggen(ontwerp) tot uitdrukking worden gebracht. De toepassing van een brug over een watergang heeft vaak een praktische functie. Daarnaast kan de brug ook de leefbaarheid van de openbare ruimte verrijken.
Binnen dit thema passen de volgende aandachtspunten voor het beleidsplan kunstwerken: • Bij vervangingen van kunstwerken het ontwerp toespitsen op duurzaamheid en/of leefbaarheidsaspecten. • Bij gedeeltelijke vervangingen zoals bijvoorbeeld een houten brugdek of slijtlaag rekening houden met geluidreducerende materialen en/of detaillering. 4.6 Financieel kunstwerkenbeheer controleren 4.6.1 Voorkomen van kapitaalvernietiging
Kapitaalvernietiging kan voorkomen worden door tijdig de juiste onderhoudsmaatregelen toe te passen. Te lang uitstellen van noodzakelijke onderhoud leidt tot kapitaalsvernietiging. Daardoor lopen de kosten voor het ontstaan van achterstallig onderhoud op. Kort voor het overschrijden van de functionele en/of veiligheidsnorm is meestal een minder ingrijpende onderhoudsmaatregel nodig. Wanneer de (kwalitatieve) veroudering van kunstwerken verder heeft doorgezet en mogelijk onomkeerbaar wordt, is vaker een ingrijpendere maatregel nodig. Dat heeft als gevolg dat er duurdere en meer ingrijpende onderhoudsmaatregelen nodig zijn of zelfs vroegtijdige vervanging. Door te lang uitstel van onderhoud staat op een bepaald moment de onderhoudsinvestering niet meer in verhouding tot de vervangingswaarde. Hierdoor ontstaat een risico dat, eerder dan gepland, ad-hoc een vervanging moet plaats vinden, waar geen middelen voor zijn gereserveerd. 4.6.2 Afschrijvingstermijnen kunstwerktypen
In de bijlage I “Paspoorten kunstwerken” zijn de algemene gegevens van de kunstwerken (=objecten) vastgelegd. Voor zover de bouwjaren niet exact bekend zijn, is het bouwjaar op basis van de inspectieresultaten geschat. Vervolgens is de restlevensduur van een object is bepaald. De afschrijvingstermijn van de kunstwerken gebeurt op basis van de minimale technische levensduur, zie onderstaande tabel. Brugtype Afschrijvingstermijn Houten brug 40 jaar Stalen brug 55 jaar Betonnen brug 70 jaar Tabel 7: Afschrijvingstermijn per brugtype
Beheerplan civiele kunstwerken 2023
16
5. Financiën 5.0 Inleiding Dit hoofdstuk gaat in op de financiële consequenties per onderhoudsniveau. Momenteel hanteren wordt een beheerstrategie gehanteerd, gebaseerd op het correctief uitvoeren van onderhoud. Het onderhoudsniveau zit nu tussen matig en redelijk. 5.1 Meerjarenonderhoudsplanning en financiële consequenties 2023 -2027 Tabel 8 bevat per onderhoudsniveau de gemiddelde benodigde totale onderhoudskosten (incl. bijkomende kosten voor voorbereiding, toezicht en administratie ca. 15%). Deze is vergeleken met het beschikbare budget. Het benodigd budget (totale kosten) voor het huidige onderhoudsniveau is bepaald uit het kostentotaal van de onderhoudsmaatregelen en vervangingen. Dit op basis van de inspectieronde. De bedragen in tabel 8 zijn de benodigde budgetten om onze civiele kunstwerken de komende 5 jaar op het aangegeven onderhoudsniveau in stand te houden. Kosten
Totaal 2023
Totaal 2024
Totaal 2025
Totaal 2026
Totaal 2027
Gemiddeld per jaar
Totaal
€ 411.316
€ 47.553
€ 168.001
€ 210.531
€ 218.563
€ 211.193
Tabel 8: Jaarlijks gemiddeld benodigd onderhoudsbudget afgezet tegen beschikbaar budget.
De onderhoudskosten in dit beheerplan baseren we op eenheidsprijzen van GWW-kosten (zie gwwkosten.nl) en ervaringscijfers / kostenkentallen) De kosten zijn als volgt opgebouwd: • Inclusief aankoop materiaal, lonen, kosten materieel. • Exclusief winst & risico, algemene kosten en uitvoeringskosten. • Exclusief bijzonder materieel (duikploeg, hoog-, laagwerker etc.), maatregelen in het kader van het milieu, verkeersmaatregelen, ontheffingen/vergunningen, e.d. • Exclusief btw. • VAT-kosten (voorbereiding, administratie en toezicht) 15% zijn opgenomen in de overzichten. • Gebaseerd op prijspeil 2023. • Gebaseerd op gelijktijdig uitvoeren van onderhoudsprojecten.
Beheerplan civiele kunstwerken 2023
17
5.2 Beleidsadvies verhoging van jaarlijks onderhoudsbudget Tabel 8 laat zien dat het huidige beschikbare budget te laag is. In de exploitatiebegroting staat voor 2023 een budget van € 56.000,-. Dit budget is te laag voor het gewenste onderhoudsniveau. Voor handhaving van het huidige onderhoudsniveau is een budget van € 211.193,- per jaar nodig. In vergelijking met het beschikbare budget is er een tekort van € 155.193,- per jaar. Een lager onderhoudsniveau dan het huidig onderhoudsniveau is ongewenst omdat dan onveilige situaties ontstaan. Dat heeft ook achterstallig onderhoud en kapitaalvernietiging tot gevolg. Door het te lage onderhoudsniveau moeten we onderdelen eerder vervangen. De toestand van de kunstwerken is nu redelijk tot goed. Om ervoor te zorgen dat de conditie niet verder afneemt, moeten we planmatig, ‘onderhoudsniveau 3’ uitvoeren. Geadviseerd wordt daarvoor aanvullende middelen beschikbaar te stellen van € 155.193, - per jaar. De gemiddelde onderhoudskosten om aan dit niveau te voldoen, bedragen voor de komende 5 jaar circa € 211.193, - per jaar.
Beheerplan civiele kunstwerken 2023
18