2023-04-05 - Bijlage 5. Start document warmteplan op wijkniveau industrieel restwarmtenet - geanonimiseerd
Tekst van het document
STARTDOCUMENT WARMTEPLAN OP WIJKNIVEAU Industrieel Restwarmtenet Terneuzen Opgesteld in samenwerking met SDR Zeeland en Provincie Zeeland
Gemeente Terneuzen 04-05-22
Samenvatting Restwarmte naar gebouwde omgeving in Terneuzen. Er is een overvloed aan restwarmte, die de warmtevraag van gebouwen in de regio overtreft. De plannen voor waterstof productie en elektrificatie van processen geeft uitzicht op langdurig beschikbare “groene” restwarmte. Onderzoek heeft vastgesteld dat het de goedkoopste alternatieve manier van verwarming voor (de meeste) huizen in Terneuzen is. De gemeenteraad heeft in februari 2022 ingestemd om verder te gaan in het onderzoek naar en de ontwikkeling van een warmtenet op basis van restwarmte van de industrie. Er zijn twee deelprojecten, binnen het restwarmtenet voor de regio, die concreet onder handen zijn: - Pilot- of eerste fase van het grote restwarmtenet in de gemeente Terneuzen: het dorp Hoek (+/-1000 Woningequivalenten of WEQ’s). - In het kader van NSPD als demoproject: “Energiewijk”, grensoverschrijdend restwarmtenet in Sas van Gent en Zelzate, wat breder zal inspelen, ook op andere opgaven. Het (vergeleken met de randstad) gebied met lage bebouwingsdichtheid en relatief grote afstanden tussen de kernen, is uitdagend voor de realisatie van een warmtenet. Er is een relatief lang en groot hoofdtransportnet nodig, bij relatief lage aantallen aansluitingen per kern/wijk.
Het zou interessant kunnen blijken om de warmte ook naar Sluis en Hulst te brengen (maar de kosten van een transportnet zijn dan nog veel hoger).Het aantal WEQ’s dat we op termijn willen bereiken is hoog: ruim 20.000. We hebben een enorme kans om de warmtetransitie in de gebouwde omgeving van de gemeente Terneuzen voor iedereen haalbaar en betaalbaar te maken. Óók voor woningeigenaren die een slecht geïsoleerd huis hebben en geen middelen om fors te investeren in het huis (energiearmoede). De warmte zal bovendien van goede kwaliteit zijn, d.w.z. vergelijkbaar met de warmte van de huidige CV ketel.
1
Inhoudsopgave Achtergrond ....................................................................................................................... 3 Visie en gebied .................................................................................................................. 4 Conclusies en aannames modelstudies Industrieel Restwarmtenet ................................... 4 Conclusie stakeholder-analyse .......................................................................................... 6 Hoek in cijfers (projectwijk specificaties en profiel) ............................................................. 8 Uitgangspunten Gemeente Terneuzen .............................................................................11 Volgende stappen .............................................................................................................12 Belangrijkste betrokken stakeholders ................................................................................13
2
Achtergrond In 2050 worden gebouwen in Nederland niet meer met aardgas verwarmd. Dat is nodig om onze CO2-uitstoot terug te dringen en klimaatverandering tegen te gaan. Ook willen we de afhankelijkheid van aardgas verminderen, zowel uit Groningen als uit het buitenland. De recente geopolitieke dreiging van Rusland onderstreept het belang van deze transitie. Voor de toekomst liggen er in Terneuzen twee grote opgaven voor: 1. Het verduurzamen en alternatief verwarmen van de gebouwde omgeving, 2. Het verduurzamen van de industrie. Deze twee opgaven hebben meerdere raakvlakken en kunnen elkaar versterken. In Terneuzen zijn er veel industriële bedrijven gevestigd. Deze bedrijven houden veel warmte over bij de verschillende bedrijfsprocessen. Vanuit het Interreg-project “Doen” is het initiatief gestart om samen met de Zeeuwse Overheden en bedrijven te onderzoeken of restwarmte van industrie kan worden ingezet voor de gebouwde omgeving. Dit heeft geleid tot het uitvoeren van twee onderzoeken: 1. Het uitvoeren van een modelstudie naar de technische en financiële haalbaarheid van een industrieel restwarmtenet in de Kanaalzone. 2. Een stakeholder analyse van partijen die bij het project betrokken moeten worden en hun belangen hierin. De onderzoeken laten zien dat een industrieel restwarmtenet haalbaar en betaalbaar is.
En qua kosten als beste alternatieve verwarming naar voren kwam ten opzichte van andere methoden. Tijdens de gemeenteraadsvergadering van 3 februari 2022 heeft de raad ermee ingestemd om de uitkomsten van de onderzoeken vast te stellen en verder te gaan met de het proces richting bouw van het restwarmtenet. Concreet zijn onderstaande besluiten genomen door de gemeenteraad van Terneuzen:
Besluitpunt 1 De raad besluit in te stemmen met de uitkomsten van de onderzoeken 1."Modelstudie Warmtenet Kanaalzone Terneuzen-Gent" en 2."Stakeholder analyse Restwarmtenet Terneuzen" (zie bijlage 1, 2, 3 en 4). Besluitpunt 2 De raad besluit akkoord te gaan met een onderzoek naar samenwerking tussen verschillende partijen in aanloop naar de aanleg en de exploitatie van een Industrieel restwarmtenet. Besluitpunt 3 De raad besluit het industrieel restwarmtenet en de pilot in Hoek aan te wijzen om uit te werken in een warmteplan op wijkniveau (passend bij de mogelijkheden die de Transitievisie Warmte biedt).
3
Visie en gebied De overkoepelende visie voor de warmteopgave in de Gemeente Terneuzen is vastgelegd in de Transitievisie warmte. Dit document is 16 december 21 door de gemeenteraad van Terneuzen vastgesteld. Hierin wordt aangegeven wat de beste duurzame verwarmingsmethode is die per wijk kan worden toegepast. In de Transitiekaart Terneuzen zijn er meerdere transitiepaden beschreven, zo ook het Restwarmtenet. Dit laat zien welke wijken er aangesloten kunnen worden. Wat dit document niet laat zien is hoe het tracé voor het restwarmtenet concreet kan lopen. Ook moet er rekening mee gehouden worden dat voor de paarse, oranje en gele gebieden een warmtenet in de meeste gevallen de best toepasbare techniek is. Dit is, na de publicatie van de TVW, verder onderzocht en beschreven in de modelstudies over het Restwarmtenet (zie het volgende hoofdstuk). https://terneuzen.raadsinformatie.nl/document/10810805/1/2021-1201+Bijlage+1_+TVW+2021+Terneuzen+Definitief+concept+7+okt
Conclusies en aannames modelstudies Industrieel Restwarmtenet Gelijktijdig aan het opstellen van de transitievisie warmte hebben we onderzoeken laten uitvoeren naar de haalbaarheid van een Industrieel restwarmtenet. De onderzoeken van Quo Mare zijn modelstudies waarin gemodelleerd is wat het meest effectieve tracé is voor de gebouwde omgeving en bedrijven met een warmtevraag. Uitgangspunt van deze studie is dat de industrie in de Kanaalzone ruim voldoende laagwaardige restwarmte beschikbaar heeft. Met laagwaardig bedoelen we in deze studie dat de restwarmtestromen een temperatuur hebben van onder de 1200C. Voor industrie is dit meestal te laag om er nog efficiënt gebruik van te kunnen maken in hun processen. Voor de bebouwde omgeving is dit nog wél een nuttige stroom. Omdat de restwarmte ruim voldoende beschikbaar is. Indien de restwarmte niet gebruikt wordt voor verwarming van de bebouwde 4
omgeving, wordt deze in veel gevallen door middel van koeltorens aan de omgeving (open lucht) afgegeven. https://terneuzen.raadsinformatie.nl/document/10969528/1/2022-0119+Bijlage+1_+20210421+Warmtenet+Final+report https://terneuzen.raadsinformatie.nl/document/10969526/1/2022-0119+Bijlage+2_+Addendum+Warmtenet+v1_0
Netwerk op basis van restwarmte van DOW, Yara, Cargill en Arcelor Mittal: Uit de onderzoeken komt het volgende tracé eruit als voorkeurstracé. Kantekening - uitbreiding Othene is nodig om het restwarmtenet daar aan te leggen. Binnenstad Terneuzen moet ook aangesloten worden, dit wordt niet duidelijk in de afbeelding. De bronnen DOW, Yara, Cargill en Arcelor Mittal Gent zorgen voor een “robuust” warmtenet op 70oC in de Kanaalzone (is een betrouwbaar warmtenet waarbinnen warmtebronnen voor elkaar kunnen opvangen). Een warmtenet dat zich uitstrekt tussen DOW en Arcelor Mittal. Dus met de gehele gemeente Terneuzen als bereik, tot en met Zelzate.
Bij aanschakelen toekomstige extra warmtebron in Terneuzen: De geplande ontwikkelingen op gebied van elektrificering van productieprocessen en het ontwikkelen van waterstoffabrieken brengt met zich mee dat daar ook restwarmte zal gaan vrijkomen. Als de geplande waterstoffabriek van Air Liquide wordt meegenomen (stand-by voor het geval DOW niet kan leveren), wordt het warmtenet volgens het rekenmodel gesplitst in een noordelijk- en een zuidelijk deel. Gezamenlijk vormen DOW, Air Liquide en Yara een robuust sub-netwerk. Iets zuidelijker vormen Cargill en ArcelorMittal Gent samen ook een robuust sub-netwerk dat Sas van Gent en Zelzate bedient. Aandachtspunt is in deze constellatie de continuïteit van de waterstoffabriek (is er altijd hernieuwbare energie beschikbaar voor de productie van groene waterstof?)
5
Conclusie stakeholder-analyse Nadat de modelstudies van het restwarmtenet waren afgerond, heeft Siemens een stakeholder-analyse uitgevoerd. In de aanloop naar de analyse zijn er verschillende bijeenkomsten geweest. Zowel met warmtevragers uit de samenleving (de inwoners) als commerciële warmtevragers (denk aan het ziekenhuis, zwembad en bedrijven). Verder waren hierbij potentiele warmteleveranciers ook aanwezig (de industrie). Voor de resultaten van de studie zie het bijgevoegde rapport. In de aanbevelingen is er uitgesproken om te definiëren welke partijen rollen kunnen vervullen en welk model het beste past bij de stakeholders in het gebied en het type restwarmtenet. Onderstaand model heeft hierin de voorkeur.
• Warmteproducent: o Invoeder van restwarmte op de hoofdinfrastructuur. • Transporteur van warmte: o Beheer en ontwikkeling van hoofdinfrastructuur voor warmte. o Verantwoordelijk voor betrouwbaar, veilig transport van invoeders van warmte naar afnemers/distributienetten. o Verantwoordelijk voor uitbreiden van het hoofdnet en aansluiten van nieuwe locaties. • Distributeur van warmte: o Beheer en ontwikkeling van distributienet voor warmte. o Verantwoordelijk voor betrouwbaar en veilige distributie. o Verantwoordelijk voor uitbreiden van distributienetten en aansluiten van nieuwe klanten. • Warmteleverancier: o Inkoop en verkoop van warmte aan afnemers. o Verantwoordelijk voor betrouwbare levering.
6
Opslag en productie In het model worden er verschillende partijen gescheiden en benoemd voor het uitvoeren van een taak bij de uitrol van het restwarmtenet. Ter verduidelijking van het model worden hieronder de rollen beschreven van de verschillende partijen. Er is al concreet in beeld welke warmteproducenten er in het gebied zijn. Zij zouden zich kunnen verenigen in een coöperatie. Het gaat hier om DOW, Yara, Arcelor Mittal en Cargill. Waar de partijen DOW en Arcelor Mittal in de eerste fase van het restwarmtenet de warmte zullen leveren. Wijk-Coöperaties en bedrijfsmatige afnemers. Aan de andere kant van het model zijn er de afnemers. Zij kunnen gescheiden worden in twee soorten afnemers. Particuliere afnemers en private afnemers. Particuliere afnemers in dit geval de inwoners van Hoek worden momenteel verenigd in een nieuwe opgerichte wijk/warmte vereniging. Voor de andere kernen zal dit ook aan de orde zijn. Op termijn kunnen deze verenigingen worden omgevormd tot coöperaties en verenigd worden. Dit maakt communicatie met deze gebruikersgroepen makkelijker en vergroot de mogelijkheid van invloed, wellicht zelfs inspraak, vanuit de bewoners op het beleid van het warmtebedrijf. Afnemende bedrijven kunnen op termijn wellicht ook verenigd worden. Transport, distributie en levering “Het warmtebedrijf”.
In het model wat werd aanbevolen en wat ook de voorkeur van de gemeenteraad heeft, houdt “Het Warmtebedrijf” zich bezig met bouw, transport, distributie en onderhoud van het restwarmtenet. De rol van warmteleverancier (versturen van rekeningen) kan hier ook onder vallen. Wanneer de meerwaarde kan worden aangetoond kan hier ook een rol toebedeeld worden aan een coöperatie; die in samenwerking met het warmtebedrijf deze rol kan uitvoeren. Op dit moment is het warmtebedrijf de enige variabele in het model. Verschillende commerciële, semi-commerciële en/of coöperaties al dan niet in samenwerking met elkaar, kunnen hierin een rol spelen. Bij een marktconsultatie willen wij aan marktpartijen vragen of er interesse is om deze rol te vervullen en welk aanbod er neergelegd wordt ten aanzien van de andere geïnteresseerden.
https://terneuzen.raadsinformatie.nl/document/10969529/1/2022-0119+Bijlage+3_+Eindrapport++Stakeholderanalyse+restwarmtenet+Kanaalzone+%28openbaar+%2B+bijlage%29
7
Hoek in cijfers (projectwijk specificaties en profiel) Op de vorige pagina’s wordt er een compleet restwarmtenet gepresenteerd. Het is van belang dat bij het ontwerp van het restwarmtenet de dimensionering moet worden meegenomen om het complete projectgebied van voldoende warmte te kunnen voorzien. Bij de bouw van een restwarmtenet moet je op een bepaalde locatie beginnen. De gemeenteraad heeft hier de kern Hoek voor aangewezen. De reden hiervoor is dat Hoek dicht bij de warmteleverancier ligt en er in het dorp met een aanwezige vereniging van inwoners voldoende draagvlak lijkt voor een eerste aanleg van het warmtenet. Om Hoek als pilot locatie uit te werken zijn er cijfers nodig. Basisdata uit het CBS geeft een goed inzicht hoe de opbouw is van de gebouwde omgeving, inwoners en energieverbruik. In de kern Hoek gaat het om totaal 1378 adressen, waarvan het bij 1186 om gebouwen met een woonfunctie gaat. De overige adressen hebben een functie winkel, kantoor of maatschappelijk.
8
9
Kaart met energie labels Hoek
10
Uitgangspunten Gemeente Terneuzen Het gaat om een gebied met een unieke kans voor de aanleg van een industrieel restwarmtenet voor de verwarming van 20.000 weq’s (woning equivalenten) op termijn. -
-
-
Warmteprijs losgekoppeld van de gasprijs. Alleen de reële kosten voor warmtelevering in rekening, op basis van kostprijs met reële opslag, transparant. Warmtebron uitkoppelen – hier is subsidie voor beschikbaar, de industriële partijen stellen de restwarmte gratis beschikbaar. Kosten voor uitkoppeling mogen doorgerekend worden, voor de uitkoppelingssubsidie. Bouw eerste fasen: rekening houden met complete warmtenet qua overdimensionering, voorfinanciering en onrendabele top. Voorkeur naar partij die bekend is met de processen in het gebied, wat betreft planvorming, bouw en bijhorende processen. Exploitatie - 30 jaar afschrijving – liever langere exploitatie tot 50 jaar (30+10+10?). Wanneer mogelijk oriënteren op een vast vastrecht voor grote en kleine afnemers, zonder reële afname afrekenen. Beide opties afwegen. Onderhoud: vraag naar borging lage onderhoudskosten. Mogelijk dmv in house onderhoud. Voorkeur voor combineren van infrastructurele werkzaamheden qua overlast en kosten.
Wellicht een beheerder die al infrastructuur heeft liggen in de ondergrond in het projectgebied? Bij het ontwerpen van het tracé rekening houden met de Structuurvisie “Ondergrondse Infrastructuur Terneuzen” en zo veel mogelijk aansluiting zoeken bij bestaande kabels en leidingen, zoals beschreven in het document: https://www.terneuzen.nl/Inwoners_Terneuzen/Bouwen/Bestemmingsplannen/Structu urvisies/Structuurvisie_gemeente_Terneuzen_ondergrondse_infrastructuur
Financiering en rendements-eisen Uit de voorverkenning met verschillende marktpartijen bleek dat er een groot verschil was bij de rentepercentages die gerekend worden bij financiering en de rendements-eisen die partijen stellen aan een warmtenet. Percentages zitten tussen de 2% per jaar tot 8% op het geïnvesteerde vermogen. Voorkeur gaat hierbij uit naar de semipublieke partijen die met een laag rentabiliteitspercentage uit de voeten kunnen. Iedere twee jaar publiceert de Autoriteit Consument en Markt de landelijke gemiddelde rendementen in de warmteleveringsmarkt. Onderstaande tabel laat zien dat het landelijke gemiddelde rendement op het geïnvesteerde vermogen in recente jaren tussen de 4,2% en 6,4% ligt.
Gezien de lage operationele kosten en relatief grote kapitaal investering; heeft de rentelast een enorme impact op de betaalbaarheid van een warmtenet. De huidige historisch lage marktrente biedt kansen het netwerk tegen een concurrerende prijs te realiseren. De gemeente Terneuzen is in principe bereid om een faciliterende rol te spelen in het aantrekken van subsidies om de rentelast voor het warmtenet zo laag mogelijk te houden.
11
Volgende stappen (niet in volgorde van tijd of belangrijkheid) A. Informeren naar mogelijke partners en aanpak door gesprekken met geïnteresseerde partijen om deel te nemen aan een warmtebedrijf. B. Uitvragen van een businesscase en schetsontwerp voor het complete warmtenet en een specifiek wijkuitvoeringsplan voor de kern Hoek. C. Opstarten van bewonerscommunicatie en -participatie D. Letters of intent warmte aanbieders - DOW - Arcelor Mittal - Yara - Cargill - Air Liquide - Etc. E. Letters of intent warmtevraag - Ziekenhuis de Honte - Woningbouwcoöperatie Clavis - Woningbouwcoöperatie Woongoed Terneuzen - Waterschap Scheldestromen - Sportcentrum de Vliegende Vaart / gemeentegebouwen - Elopak - SFP group - Etc
12
Belangrijkste betrokken stakeholders Kerngroep: (gemeente) - Emiel Langenhuizen (SDR) - Kim Reynierse (provincie) - Leo de Pree (bewonersvereniging restwarmte Hoek) Werkgroep/Klankbordgroep: - Woongoed Zeeuws Vlaanderen (Ronnie den Exter, Peter van de Voorde) - Clavis (Bianca Koster) - SDR (Emiel Langenhuizen, Kees Biesheuvel) - Verenigingen van inwoners/gebruikers – eerste fase: Bewonersvereniging restwarmte Hoek (Leo de Pree, Henk Haak, …) - Vertegenwoordigers van grootgebruikers; - Gemeente gebouwbeheer (….) - Bedrijven (nader) - Zorgsaam (Marlon Pijpelink) -
Eventueel toe te voegen: - NSP(?) - Participatiecoalitie? - Expertise Centrum Warmte (Peter van Vugt)
13