CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-03-01 - Bijlage VGBP Terneuzen, Dinkelstraat 10 (2023 01 16)

gemeenteraad 16 maart 2023, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Terneuzen Zuid-Oost, Dinkelstraat 1021.360 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Maximale verkeersgeneratie ‘centrum – matig stedelijk’ 23,2 mvt x behandelkamer = 23,2 mvt/etmaal 23,2 mvt/etmaal

Nieuwe situatie Het planvoornemen voorziet in de beëindiging van de tandartsenpraktijk binnen het plangebied, waardoor de hierbij behorende verkeersstromen wegvallen. De bestemming wordt gewijzigd van ‘Dienstverlening’ naar ‘Wonen’. Verkeersgeneratie nieuwe situatie Functie Verkeersgeneratie volgens CROW “toekomstbestendig parkeren 2018” Twee-onder-eenMin: 6,9 mvt/etmaal kapwoning Max: 7,7 mvt/etmaal Totaal

Maximale verkeersgeneratie ‘centrum – matig stedelijk’ 7,7 mvt x 1 woning = 7,7 mvt/etmaal 7,7 mvt/etmaal

Het planvoornemen leidt tot een afname van circa 15,5 mvt/etmaal, wat ten goede komt aan de verkeersafwikkeling in de Dinkelstraat. Parkeren Ruimtelijke functies trekken een bepaalde hoeveelheid autoverkeer aan en daarmee ook de vraag naar een bepaalde parkeerbehoefte. Het aantal aan te leggen parkeerplaatsen is afhankelijk van de voorzieningen en de parkeernorm die bij de betreffende ontwikkeling hoort. Het parkeren is geregeld in de parkeernota 2015-2020 van de gemeente Terneuzen. Beleidsmatig is het Facet bestemmingsplan parkeren het uitgangspunt, waarbij het parkeren bij functiewijzigingen op eigen terrein dient te worden afgewikkeld. Door de bestemmingswijziging zal de parkeerbehoefte wijzigen. Bestaande situatie Voor een tandartsenpraktijk geldt een minimum van 1,3 parkeerplaatsen per praktijk. Er wordt daarom vanuit gegaan dat de parkeerbehoefte in de bestaande situatie bestaat uit 3 parkeerplaatsen. Parkeerbehoefte bestaande situatie Functie Oppervlakte/aantal Tandartsenpraktijk Eén tandartsenpraktijk Totaal

NL.IMRO.0715.BPTZO09-VG01

Parkeernorm 2,45/behandelkamer

Parkeerbehoefte 3 parkeerplaatsen 3 parkeerplaatsen

Terneuzen Zuid-oost, Dinkelstraat 10

|32

Toekomstige situatie Met het planvoornemen maakt de tandartsenpraktijk plaats voor een burgerwoning. In onderstaande tabel is de parkeerbehoeftes in toekomstige situatie weergegeven. Parkeerbehoefte toekomstige situatie Functie Oppervlakte/aantal Wonen (tweeEén woning onder-eenkapwoning) Totaal

Parkeernorm 2,2/ woning

Parkeerbehoefte 2,2 pp x 1 woning = 2,2 parkeerplaatsen 3 parkeerplaatsen

Met het planvoornemen blijft de parkeerdruk ter plaatse van de Dinkelstraat ongewijzigd waardoor de ontwikkeling geen negatief effect heeft op de parkeerdruk in de nabije omgeving. Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor het planvoornemen

5.10

Water

Inleiding Sinds 1 november 2003 is de zogenaamde watertoets verplicht. Dat wil zeggen dat in elk ruimtelijk plan gemotiveerd moet worden aangegeven hoe met het water in het gebied wordt omgegaan en wat de ruimtelijke veranderingen voor het water betekenen. De initiatiefnemer dient in dat kader in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over het ruimtelijke planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van waterschap Scheldestromen, verantwo ordelijk voor het waterkwaliteits- en waterkwantiteitsbeheer. Deze instantie is daarmee formeel de waterbeheerder. De waterparagraaf dient voorgelegd te worden aan de waterbeheerder. Huidige watersysteem Waterkeringen In het plangebied liggen geen waterkering of oppervlaktewaterlichamen uit de Legger van het waterschap Scheldestromen. Oppervlaktewaterlichamen In de nabijheid van het plangebied zijn geen oppervlaktewaterlichamen uit de legger aanwezig.

Figuur 20 Uitsnede van de legger oppervlaktewaterlichamen (plangebied zwarte pijl) NL.IMRO.0715.BPTZO09-VG01

Terneuzen Zuid-oost, Dinkelstraat 10

|33

Toekomstig watersysteem Nagegaan is aan de hand van de criteria uit de handreiking van het Waterschap Scheldestromen of de beoogde functiewijziging aan de Dinkelstraat 10 strijdig is met waterdoelstellingen c.q. noodzaakt tot waterhuishoudkundige maatregelen. Thema en water(beheer)doelstelling

Uitwerking

Veiligheid waterkeringen Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening houden met de daarvoor benodigde ruimte.

De locatie is niet gelegen nabij een waterkering. Vermeld de totale oppervlakken (in m²) van:

Voorkomen overlast door oppervlaktewater Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Waarborgen van voldoende bouwpeil om overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties.

dakoppervlak dichte bodemverharding doorlatende bodemverharding wateroppervlak

• •

Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ RWZI’s en van de (gemeentelijke) rioleringen. Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband met de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het transportsystee m en het beperken van overstorten. Thema en water(beheer)doelstelling Grondwaterkwantiteit en verdroging Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden.

huidige situatie

na realisatie

148

148

1

140

140

2

-

-

3

-

-

4

Het betreft een bestaande locatie waaraan fysiek niets wijzigt. De daken en terreinverha rdingen blijven lozen zoals in de huidige situatie op het gemengde rioolstelsel.

Het huishoudelijk- en hemelwater wordt afgevoerd naar het gemengde rioolstelsel in de Dinkelstraat. Met de functiewijziging blijft het bebouwd oppervlak gelijk.

Uitwerking

Meer of minder grondwateroverlast en/of verdroging is niet aan de orde met de functiewijziging .

Grondwaterkwaliteit Behoud of realisatie van een goede grondwaterkwaliteit. Denk aan grondwaterbeschermingsgebieden.

De grondwaterkwaliteit gaat niet achteruit. Fysiek verandert er niets aan de locatie.

Oppervlaktewaterkwaliteit Behoud of realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem. Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren.

De wijziging van de bestemming heeft geen invloed op de oppervlaktewa terkwa liteit.

NL.IMRO.0715.BPTZO09-VG01

Terneuzen Zuid-oost, Dinkelstraat 10

|34

Volksgezondheid Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico’s via o.a. de daarvoor benodigde ruimte. Bodemdaling Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveldsdalingen in zettingsgevoelige gebieden kunnen veroorzaken. Natte natuur Ontwikkeling/besc herming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur. Onderhoud oppervlaktewater Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden worden. Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting. Andere belangen waterbeheer Relatie met eigendom waterbeheerder Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren. Scheepvaart en/of wegbeheer Goede bereikbaarheid en in stand houden van veilige vaarwegen en wegen in beheer en onderhoud bij Rijkswaterstaat, de provincie en/of het waterschap.

Er zijn geen watergerelateerde consequenties voor de volksgezondheid.

Er verandert niets aan de huidige situatie dus speelt het aspect van bodemdaling als gevolg van de nieuwe ontwikkeling niet. Er wijzigt niets aan de aanwezige natuurwaarden.

De functiewijziging is niet van invloed op onderhoudswerkzaa mh ed en aan oppervlaktewa teren .

Er zijn geen objecten van waterbeheer aanwezig in de directe omgeving, zoals terreinen, milieucontouren , etc.

Doorstroming en veiligheid van vaarwegen en/of wegen in de nabijheid is niet van toepassing.

Watertoets De waterparagraaf wordt voorgelegd aan het waterschap Scheldestromen. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het planvoornemen niet strijdig is met de waterdoelstelling.

5.11

Vormvrije mer

Beleid en normstelling In onderdeel C en D van de bijlage van het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten mer plichtig zijn, of mer-beoordelingsplichtig. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarde opgenomen. Het bevoegd gezag moet bij dergelijke activiteiten, voor zover deze niet aan de drempelwaarde voldoen, nagaan of er sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling moeten hierbij in beschouwing genomen worden. Deze omstandigheden betreffen: • De kenmerken van het project; • De plaats van het project; • De kenmerken van de potentiële effecten. Onderzoek en conclusie Gelet op de kenmerken van het plan, zoals de kleinschaligheid in vergelijking met de norm van de drempelwaarde, de plaats van het project en de kenmerken van potentiële effect, zal uitvoering van NL.IMRO.0715.BPTZO09-VG01

Terneuzen Zuid-oost, Dinkelstraat 10

|35

het plan niet leiden tot belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu. Dit blijkt ook uit de onderzoeken voor de verschillende milieuaspecten zoals die in voorgaande paragrafen zijn opgenomen. Voor dit wijzigingsplan is geen Mer-procedure of Mer-beoordelingsprocedure noodzakelijk.

NL.IMRO.0715.BPTZO09-VG01

Terneuzen Zuid-oost, Dinkelstraat 10

|36

6.

JURIDISCHE ASPECTEN

De juridische aspecten bestaan uit een verbeelding en planregels. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze van juridische vertaling in planregels van de voor het plangebied gewenste functionele en stedenbouwkundige ontwikkeling. Bij het opste llen van de verbeelding en de planregels is uitgegaan van de bepalingen uit het Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012).

6.1

Verbeelding

Op de verbeelding is met behulp van de in de SVBP2012 bepaalde methode de bestemming van de gronden aangegeven. De bijbehorende bepalingen zijn vervolgens opgenomen in de planregels. De verbeelding visualiseert de planregels.

6.2

Planregels

De planregels bestaan uit de volgende vier hoofdstukken: 1.

2.

3.

4.

6.3

Inleidende bepalingen, dit hoofdstuk bestaat uit twee delen. Het eerste deel betreft het artikel ‘begrippen’ waarin wordt toegelicht wat onder bepaalde begrippen wordt verstaan. Het tweede artikel is ‘Wijze van meten’ waarin wordt toegelicht hoe de benoemde maatvoering moet worden gemeten. Bestemmingsregels, in dit hoofdstuk worden de op de kaart aangegeven bestemmingen nader verklaard. Hierin wordt onder andere bepaald de maximale bebouwingshoogte. De gehanteerde bestemmingen worden in de paragraaf 6.3 van dit hoofdstuk verder uitgewerkt. Algemene regels, in dit hoofdstuk worden regelingen opgenomen die zijn bedoeld voor meer dan één bestemming. De gehanteerde algemene regels worden nader toegelicht in paragraaf 6.3 van dit hoofdstuk. Overgangs- en slotregels, binnen de overgangsbepalingen wordt geregeld dat met het bestemmingsplan strijdige bouwwerken en plannen welke bestaan ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan mogen worden uitgevoerd, mits er geen veranderingen plaatsvinden in aard en omvang. In de slotregel wordt de officiële naam van het bestemmingplan genoemd, welke moet worden gebruikt om te verwijzen naar het plan.

Toelichting op de planregels

Hoofdstuk 1: Inleidende bepalingen Artikel 1 Begrippen In dit artikel wordt een aantal in het plan gebruikte begrippen nader omschreven. Door de omschrijving wordt de interpretatie van de begrippen beperkt en daarmee de duidelijkheid en rechtszekerheid van het plan vergroot. Artikel 2 Wijze van meten In dit artikel wordt aangegeven op welke wijze de in het plan voorgeschreven maatvoeringen dienen te worden bepaald. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels Artikel 3 Wonen De op de verbeelding voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor gebouwen ten behoeve van het wonen, alsmede aan-uitbouwen en bijgebouwen met daarbij behorende tuinen, erven en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. NL.IMRO.0715.BPTZO09-VG01

Terneuzen Zuid-oost, Dinkelstraat 10

|37

Artikel 4 Tuin De op de verbeelding voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen en erven met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Artikel 5 Waarde Archeologie 2 De op de verbeelding voor ‘Waarde Archeologie 2’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Hoofdstuk 3: Algemene regels Artikel 6 Anti-dubbeltelregel In dit artikel is een regel opgenomen die voorkomt dat een al verleende bouwvergunning meegenomen wordt bij de beoordeling van latere bouwplannen. Artikel 7 Algemene bouwregels In dit artikel zijn de regels ten aanzien van de algemene bouwregels, algemene bebouwingspercentages, bouwhoogtes en toegestane overschrijdingen door ondergeschikte bouwwerken opgenomen. Artikel 8 Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn algemene regels opgenomen ten aanzien van het strijdig gebruik. Artikel 9 Algemene afwijkingsregels In dit artikel zijn algemene regels opgenomen ten aanzien van de mogelijkheden voor het afwijken van de regels. Artikel 10 Algemene procedureregels In dit artikel zijn algemene procedureregels opgenomen ten aanzien van de mogelijkheden voor het afwijken van de regels.

Artikel 11 Overige regels In dit artikel is een regel opgenomen ten aanzien van andere wettelijke regelingen waarnaar wordt verwezen in het bestemmingsplan, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan. Daarbij zijn er regelingen met betrekking tot parkeren opgenomen. Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Artikel 12 Overgangsrecht Dit artikel betreft het overgangsrecht met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken die afwijken van het bestemmingsplan op het moment dat dit bestemmingsplan inwerking treedt. Dit gebruik mag worden voortgezet. Wijziging hiervan is alleen toegestaan indien de afwijking hierdoor niet wordt vergroot. Artikel 13 Slotregel De regels kunnen worden aangehaald onder de naam ‘‘Bestemmingsplan Terneuzen, Dinkelstraat 10’’.

NL.IMRO.0715.BPTZO09-VG01

Terneuzen Zuid-oost, Dinkelstraat 10

|38

7.

UITVOERBAARHEID

Dit hoofdstuk gaat in op de economische en de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

7.1

Economische uitvoerbaarheid

Op grond van artikel 3.1.6 lid 1 onder f van het Bro dient de uitvoerbaarheid van bestemmingsplannen te worden aangetoond. De Wet ruimtelijke ordening bepaalt dat de gemeenteraad een exploitatieplan moet vaststellen voor gronden waarop een aangewezen bouwplan is voorgenomen, tenzij het kostenverhaal anderszins verzekerd is. In artikel 6.2.1 Bro staat aangegeven wat onder een aangewezen bouwplan wordt verstaan. Het bestemmingsplan betreft een particulier initiatief op particulier terrein. Tussen de initiatiefnemer en de gemeente is ten behoeve van de kosten een overeenkomst gesloten. Hiermee is het verhaal van de kosten van de grondexploitatie over in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd en hoeft er geen exploitatieplan te worden opgesteld. Hiermee is de economische uitvoerbaarheid van voorliggend plan voldoende aangetoond.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

In het kader van het zgn. 3.1.1 Bro is het concept-ontwerpbestemmingsplan toegezonden naar bestuurlijke instanties, waarbij de gelegenheid is geboden om een reactie te geven op het plan. Het ontwerpbestemmingsplan heeft 6 weken ter inzage gelegen (van 24 november 2022 tot en met 4 januari 2023). In deze periode zijn geen zienswijzen ingediend. Na vaststelling wordt het bestemmingsplan samen met het besluit tot vaststelling opnieuw 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen dit besluit beroep aantekenen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

NL.IMRO.0715.BPTZO09-VG01

Terneuzen Zuid-oost, Dinkelstraat 10

REGELS

|1

Inhoud 1 Inleidende regels

2

Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten

2 8

2 Bestemmingsregels

9

Artikel 3 Tuin Artikel 4 Wonen Artikel 5 Waarde - Archeologie - 2

9 10 13

3 Algemene regels

16

Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Artikel 7 Algemene bouwregels Artikel 8 Algemene gebruiksregels Artikel 9 Algemene afwijkingsregels Artikel 10 Algemene procedureregels Artikel 11 Overige regels

16 17 18 19 20 21

4 Overgangs- en slotregels

22

Artikel 12 Overgangsrecht Artikel 13 Slotregel

22 23

NL.IMRO.0715.BPDinkelstraat10-VG01

Terneuzen Zuid-oost, Dinkelstraat 10

|2

1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 Begrippen 1.1 Plan Naam plan met identificatienummer NL.IMRO.0715.BPTZO09-VG01 van de gemeente Terneuzen; 1.2 Bestemmingsplan de geometrische bepaalde planobjecten met de daarbij behorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 De verbeelding de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML -bestand met bijbehorende regels en bijlagen; 1.4 Aan-en uitbouw een gebouw dat als afzonderlijke ruimte of als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.5 Aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.6 Aanduidingsgrens grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.7 Aan huis gebonden beroep een beroep, dat in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend, waarbij het woonhuis in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.8 Aan huis gebonden bedrijf het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q.

het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid dat, in tegenstelling tot een beroepsmatig gebruik van een woning, gericht op consumentenverzorging geheel of overwegend door middel van handwerk, waarvan de omvang zodanig is dat de woonfunctie behouden blijft en waarvoor geen meldings- of vergunningplicht op grond van bijlage I van het Bor geldt; 1.9 Achterste bouwperceelsgrens de kadastrale grens aan de achterzijde, de van de wegzijde afgekeerde grens, bij een bouwperceel die de zijkanten van een bouwperceel verbindt. Indien meerdere zijden van het bouwperceel van de weg zijn afgekeerd, wijzen burgemeester en wethouders een achterste bouwperceelsgrens aan; 1.10 Afwijking bij omgevingsvergunning een afwijking als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, sub c juncto artikel 2.12, lid 1, sub a, onderdeel 1 van de Wabo, zoals die luidde ten tijde van inwerkingtreding van dit plan; 1.11 Archeologisch deskundige de beleidsmedewerker archeologie van de gemeente, de gemeentelijk adviseur archeolo gie of een door het College van Burgemeester en Wethouders aangewezen deskundige op het geb ied van archeologie; 1.12 Archeologisch onderzoek Archeologisch onderzoek: onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een Certificaat BRL 4000 beschikt; NL.IMRO.0715.BPDinkelstraat10-VG01

Terneuzen Zuid-oost, Dinkelstraat 10

|3 1.13 Archeologisch rapport een rapport van een archeologisch onderzoeksbureau of een goed onderbouwd advies van een deskundige op het gebied van archeologie; 1.14 Archeologische waarde vindplaats of vondst met een oudheidkundige waarde. Het be treft hier met name archeologische relicten in hun oorspronkelijke ruimtelijke context. Zowel grote complexen / structuren zoals nederzettingsterreinen, als afzonderlijke vondsten kunnen met deze term worden aangeduid; 1.15 Awb de Algemene wet bestuursrecht, zoals deze luidde ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; 1.16 Bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.17 Bebouwingspercentage een percentage, dat de grootte van het deel van het terrein aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd en dat is aangegeven in de regels of bij uitzondering op de verbeelding is aangeduid; 1.18 Beroep aan huis het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, lichaamsverzorgend, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, waarvan de omvang zodanig is dat de woonfunctie behouden blijft en waarvoor geen meldings- of vergunningplicht op grond van bijlage I van het Bor geldt; 1.19 Bestaand ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; 1.20 Bestaand aantal woningen woningen zoals aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van het vastgesteld van dit

bestemmingsplan, dan wel gebouwd zijn of gebouwd kunnen worden overeenkomstig "Wet algemene bepalingen omgevingsrecht" of krachtens die wet gegeven voorschriften. 1.21 Bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak; 1.22 Bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.23 Bevi Besluit externe veiligheid inrichtingen, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; 1.24 Bevoegd gezag het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning, zoals bedoeld in de Wabo[ Wet algemene bepalingen omgevingsrecht]; 1.25 Bewoonbaar vloeroppervlak de oppervlakte van de leefruimten in een gebouw, gemeten binnen de afge werkte omtrekwanden (in voorkomende gevallen binnen de balustrade) verminderd met de in de ruimte uitspringende onderdelen van het gebouw zoals schoorsteenstoelen, kanalen en kasten, zonder aftrek van plinten en vast meubilair zoals aanrechten en verwarmingslichamen. Vloeroppervlak waarboven minder dan 1,50 m hoogte aanwezig is, wordt hierbij buiten beschouwing gelaten -sanitaire voorzieningen worden niet meegerekend in de oppervlakte van de leefruimten in een gebouw; 1.26 Bor besluit omgevingsrecht, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan; NL.IMRO.0715.BPDinkelstraat10-VG01

Terneuzen Zuid-oost, Dinkelstraat 10

|4 1.27 Bijgebouw een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.28 Bodemingreep werken en werkzaamheden waarvan mag worden aangenomen dat zij het bodemarchief kunnen aantasten, waaronder het bouwen van een fundering wordt begrepen; 1.29 Bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en he t vergroten van een bouwwerk; 1.30 Bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.31 Bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke ho ogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.32 Bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorend bebouwing is toegelaten; 1.33 Bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel; 1.34 Bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.35 Bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.36 Cultureel erfgoed uit het verleden geërfde materiële en immateriële bronnen, in de loop van de tijd tot stand gebracht door de mens of ontstaan uit

de wisselwerking tussen mens en omgeving, die mensen, onafhankelijk van het bezit ervan, identificeren als een weerspiegeling en uitdrukking van zich voortdurend ontwikkelende waarden, overtuigingen, kennis en tradities, en die aan hen en toekomstige generaties een referentiekader bieden; 1.37 Cultuurhistorische waarde Cultuurhistorische waarde: de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde in verband met ouderdom en/of historische gaafheid; 1.38 Dak iedere bovenbeëndiging van een gebouw; 1.39 Dakkapel een constructie ter vergroting van een gebouw, welke zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst; 1.40 Dakopbouw een constructie ter vergroting van een gebouw, welke zich boven de dakgoot bevindt, waarbij deze constructie deels boven de oorspronkelijke nok uitkomt en de onderzijden van de constructie in beide dakvlakken van het dak zijn geplaatst, zodanig dat gehee l of gedeeltelijk een bouwlaag wordt toegevoegd; NL.IMRO.0715.BPDinkelstraat10-VG01

Terneuzen Zuid-oost, Dinkelstraat 10

|5 1.41 Erf het deel van het bestemmingsvlak dat buiten het bouwvlak voor het hoofdgebouw en buiten bestemmingsvlakken waarop geen gebouwen mogen staan valt; 1.42 Erfafscheiding de afscheiding van het erf; 1.43 Gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeelte lijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.44 Geluidsgevoelig object woningen, woonwagenstandplaatsen, andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder en de artikelen 1.1 en 1.2 van het Besluit geluidhinder; 1.45 Hoofdgebouw een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.46 Hoofdverblijf de verblijfplaats die het centrum is van het sociale en maatschappelijke leven van één persoon of een huishouden. Hiervan is in ieder geval sprake als er op grond van de "Wet basisregistratie personen" een verplichting is tot inschrijving op de verblijfplaats.

1.47 Horizontale diepte van een gebouw de lengte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de naar de weg gekeerde geval aan de voorzijde van het gebouw; 1.48 Huishouden één of meer personen die in vast verband samenleven en waarbij sprake is van continuïteit in de samenstelling van de personen en van onderlinge verbondenheid. 1.49 KNA Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (zie www.skib.nl); 1.50 Kwetsbare objecten woningen, verblijfsgebouwen voor minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, ziekenhuizen, bejaardenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingshuizen, scholen, (delen) van gebouwen voor dagopvang van minderjarigen, gebouwen waar langdurig meer dan vijftig mensen verblijven (zoals grote kantoren, hotels of winkels en winkelcentra), kantoorgebouwen en hotels met een totaal bruto vloeroppervlak van meer dan 1.500 vierkante meter per object, winkels met een totaal bruto vloeroppervlak van 2.000 vierkante meter per winkel en sport-, kampeer- en recreatieterreinen voor langdurig verblijf van meer dan vijftig mensen, zoals gedefinieerd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen; 1.51 Maaiveld de bovenkant van het terrein dat een gebouw/bouwwerk omgeeft, met dien verstande dat waar sprake is van een hellend of ongelijk maaiveld onder het "aangrenzende maaiveld" wordt verstaan het maaiveld dat grenst aan de voorgevel van een gebouw; 1.52 Monumentencommissie een door

het bevoegd gezag aan te wijzen deskundige of commissie van deskundigen inzake monumenten en cultuurhistorische panden; 1.53 Normaal agrarisch gebruik werkzaamheden in de normale bouwvoor t.b.v. de gewasteelten; NL.IMRO.0715.BPDinkelstraat10-VG01

Terneuzen Zuid-oost, Dinkelstraat 10

|6 1.54 Nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen en apparatuur voor telecommunicatie; 1.55 Omgevingsvergunning vergunning voor activiteiten als genoemd in artikel 2.1 van de Wabo; 1.56 Opgraven/Opgraving de ontsluiting van een vindplaats met als doel de informatie te verzamelen en vast te leggen die nodig is voor het beantwoorden van de in het Programma van Eisen verwoorde onderzoeksvra(a)g(en) en het behalen van de onderzoeksdoelstellingen; 1.57 Ophoging het blijvend verhogen van het bestaande maaiveld door het aanbrengen van grond of andersoortige materialen. Tijdelijke ophoging tot een maximum van 6 maanden in relatie tot de agrarische bedrijfsvoering wordt niet gezien als een ophoging; 1.58 Overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde voorzien van een gesloten dak en van maximaal twee wanden; 1.59 Peil a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het afgewerkte maaiveld ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c.

voor een ander bouwwerk: de door de gemeenteraad of burgemeester en wethouders vastgesteld hoogte van de weg; d. indien in of op het water wordt gebouwd: het Nieuw Amsterdams Peil (of ee n ander plaatselijk aan te houden waterpeil); 1.60 Seksinrichting de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.61 Terrein een stuk grond van enige omvang; 1.62 Twee-aaneen blokken van twee aaneengebouwde hoofdgebouwen; 1.63 Verblijfsrecreatie vorm van recreëren, vrijetijdsbesteding, waarbij logies wordt aangeboden. Het bieden van logies aan buitenlandse werknemers, welke werkzaam zijn in Nederland en/of België, valt hier niet onder. 1.64 Verdieping de bouwlaag of bouwlagen boven de bouwlaag op de begane grond; 1.65 Voorgevelrooilijn de naar de verkeersbestemming toegekeerde zijde (de voorzijde) van de hoofdbebouwing binn en een bestemming;

NL.IMRO.0715.BPDinkelstraat10-VG01

Terneuzen Zuid-oost, Dinkelstraat 10

|7 1.66 Verstoring aantasting van een gebied met archeologische waarden. Dit verschijnsel kan zich voordoen: door erosie, afgraving of egalisatie, door (diepe) bewerking van de bovengrond, door zetting als gevolg van ophoging, door verdroging en verzuring; 1.67 Vrijstaand een gebouw zonder gemeenschappelijke wand met een ander gebouw; 1.68 Vrijstellingsdiepte de in de bijlage op de voorschriftenkaart, de voor dat gebied, aangegeven vrijstellingsdiepte; 1.69 Vrijstellingsoppervlakte de in de Regels, voor dat gebied, aangegeven vrijstellingsoppervlakte; 1.70 Wabo de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; 1.71 Weg als bedoeld in artikel 1, lid 1, sub b van de Wegenverkeerswet 1994, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; 1.72 Welstandscommissie commissie als bedoeld in het Reglement Welstandscommissie op grond van artikel 8, lid 6 van de Woningwet en hoofdstuk 9 van de Bouwverordening van de gemeente Terneuzen; 1.73 Wet/wettelijke regelingen indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q.

verordeningen e.d., dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan, tenzij anders bepaald; 1.74 Wonen het gebruik van een woning conform de begripsomschr ijving van ‘woning’; 1.75 Woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden als hoofdverblijf. Voor zover de woning gelegen is in het buitengebied, zijnde een perceel dat onder de werkingssfeer van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Terneuzen (NL.IMRO.0715.BPBG01VG98) valt, is ook verblijfsrecreatief verblijf toegestaan; 1.76 Woongebouw een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden; 1.77 Woonhuis een gebouw, dat één woning omvat, dan wel twee of meer naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als e en eenheid beschouwd kan worden; 1.78 Wro de Wet ruimtelijke ordening, zoals die luidde ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; 1.79 Zijdelingse bouwperceelsgrens de kadastrale grens van een bouwperceel tussen twee bouwpercelen, die voor - en achterzijde van een bouwperceel verbindt;

NL.IMRO.0715.BPDinkelstraat10-VG01

Terneuzen Zuid-oost, Dinkelstraat 10

|8

Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten, waarbij bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing worden gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 meter bedraagt. 2.1 Afstanden Afstanden tussen bouwwerken onderling alsmede afstanden van bouwwerken tot de perceelsgrens worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2 De goothoogte van een bouwwerk a. bij zadel- en schilddaken en platte daken: Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, goothoogten met een ondergeschikte lengte ten opzichte van de gevel niet meegerekend; b. bij lessenaarsdaken: Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel, goothoogten met een ondergeschikte lengte ten opzichte van de gevel niet meegerekend en voor zover niet gelijk aan de (bouw)hoogte van het bouwwerk.

2.3 Inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4 De (bouw)hoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5 De oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

NL.IMRO.0715.BPDinkelstraat10-VG01

Terneuzen Zuid-oost, Dinkelstraat 10

|9

2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 Tuin 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor a. tuinen en erven; met de daarbij behorende b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. waterhuishoudkundige voorzieningen; d. groenvoorzieningen. 3.2 Bouwregels Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 1 meter bedragen.

NL.IMRO.0715.BPDinkelstraat10-VG01

Terneuzen Zuid-oost, Dinkelstraat 10

|10

Artikel 4 Wonen 4.1 Bestemmingsomschrijving De op de verbeelding voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. gebouwen ten behoeve van het wonen; alsmede b. aan- en uitbouwen en bijgebouwen; met daarbij behorende c. tuinen en erven; d. waterhuishoudkundige voorzieningen; e. groenvoorzieningen; f. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. de hoofdgebouwen op de gronden met de aanduiding (tae) mogen uitsluitend vrijstaand of twee-aaneen worden gebouwd; b. een hoofdgebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak, niet zijnde een erf, worden gebouwd; c. het aantal woningen dat binnen dit bestemmingsplan aanwezig is ten tijde van de vaststelling van dit bestemmingsplan mag niet worden vermeerderd; d. hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd met de voorgevel in één van de naar de weg gekeerde bouwgrenzen, dan wel op een afstand van ten hoogste 3 meter evenwijdig hieraan; e. de breedte van de voorgevel van het hoofdgebouw mag ten hoogste 7,5 meter bedragen f. de afstand van vrijstaande en twee-aaneengebouwde hoofdgebouwen aan de niet aaneengebouwde zijde tot de perceelsgrens dient tenminste 2,5 meter te bedragen; g. de goothoogte van een hoofdgebouw mag niet meer dan op de verbeelding aangegeven maat bedragen h.

de bouwhoogte van een hoofdgebouw mag niet meer zijn dan 4 meter hoger dan de toegestane goothoogte, tenzij anders is bepaald op de verbee lding; i. de afstand van de achterste bouwgrens tot aan de achterste perceelsgrens mag niet minder dan de op de verbeelding aangegeven toegestane goothoogte bedragen 4.2.2 Aan-uitbouwen en bijgebouwen Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. aan- en uitbouwen en bijgebouwen mogen uitsluitend op de gronden binnen de op de verbeelding aangegeven bouwvlakken en op de bijbehorende erven worden gebouwd; b. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij een hoofdgebouw mag op de erven (buiten het bouwvlak) bedragen: 1. voor zover deze gronden deel uitmaken van een perceel kleiner dan 500 m², de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen ten hoogste 50% van dit erf bedragen, met een maximum van 60 m²; 2. voor zover deze gronden deel uitmaken van een perceel groter dan 500 m², de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen ten hoogste 50% van dit erf bedragen, met een maximum van 90 m²; met dien verstande dat een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 15 m² onbebouwd en onoverdekt dient te blijven en er per bouwperceel ten hoogste twee vrijstaande bijgebouwen zijn toegestaan; c.

aan- en uitbouwen en bijgebouwen dienen op een afstand van tenminste 3 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw te worden gebouwd;

NL.IMRO.0715.BPDinkelstraat10-VG01

Terneuzen Zuid-oost, Dinkelstraat 10

|11 d.

de goothoogte van een aan- en uitbouw en een bijgebouw mag niet meer dan 3 meter bedragen.

4.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a.

de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3.00 meter bedragen, met dien verstande dat: 1. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen; 2. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de naar de weg gekeerde gevel c.q. het verlengde daarvan mag niet meer dan 1 meter bedragen;

4.2.4 Maximale hoogtematen Voor bouwwerken gelden voorts de volgende maximale hoogtematen: Bouwwerk Hoofdgebouwen

Goothoogte zie verbeelding

Aan-, uitbouwen en bijgebouwen 3 meter Erfafscheidingen achter de voorgevel Overige bouwwerken achter de voorgevel bouwerken vóór de voorgevel -

Bouwhoogte 4 meter hoger dan goothoogte tenzij anders aangegeven op de verbeelding 6 meter 2 meter 3 meter 1 meter

4.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen stellen omtrent de situering en de goothoogte van aan- en uitbouwen en bijgebouwen, indien over een lengte van meer dan 2,5 meter in de zijerfscheiding wordt gebouwd, teneinde te waarborgen dat de op te richten bebouwing geen onnodig nadelige veranderingen teweegbrengt in de bezonningssituatie op de aangrenzende erven of tuinen en in de lichttoetreding van het naastgelegen hoofdgebouw, met dien verstande dat: a. daardoor de gebruikswaarde van het te bebouwen erf niet onevenredig wordt geschaad; b. de goothoogte van (delen van) gebouwen niet wordt teruggebr acht tot minder dan 2,5 meter; c. geen inbreuk wordt gemaakt op het bepaalde in artikel 4 lid 2.2 sub b ten aanzien van het maximaal te bebouwen gedeelte van de gronden. 4.4 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in het bepaalde in artikel 4 lid 2.1 sub b en toestaan dat een hoofdgebouw gedeeltelijk buiten het bouwvlak wordt gebouwd, mits de geluidbelasting vanwege het we gverkeer van geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, of een verkregen hogere grenswaarde. Bij het toepassen van deze afwijkingsmogelijkheden wordt de procedure genoemd in artikel 9 doorlopen.

voor de uitoefening van kleinschalige beroepsmatige en bedrijfsmatige activiteiten in de woning met in achtneming van de volgende bepalingen: a. 1. de woonfunctie dient in overwegende mate behouden en herkenbaar te blijven, waarbij het vloeroppervlak in gebruik voor de beroepsmatige activiteiten ten hoogste 25% van het binnenwerks vloeroppervlak van hoofdgebouwen en de daarbij behorende aan- en uitbouwen mag bedragen, met een maximum van 50 m² en voor bedrijfsmatige activiteiten ten hoogste 20% respectievelijk 20 m²;

NL.IMRO.0715.BPDinkelstraat10-VG01

Terneuzen Zuid-oost, Dinkelstraat 10

|12 2.

3. 4.

5. 6. 7.

8.

b.

het beroep of de activiteit dient door de bewoner te worden uitgeoefend; ten behoeve van een bedrijfsmatige activiteit mogen ten hoogste twee personeelsleden, waaronder de bewoner van het pand, werkzaam zijn; voor bedrijfsmatige activiteiten mag uitsluitend op afspraak worden gewerkt; het gebruik mag geen zodanige verkeersaantrekkende werking hebben dat deze kan leiden tot een nadelige beïnvloeding van de normale afwikkeling van het verkeer dan wel tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte; er mag geen detailhandel plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoop die verband houdt met de beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten; geen vrijstelling mag worden verleend voor het uitoefenen van bedrijvigheid die onder de werking van de Wet milieubeheer valt; vrijstelling wordt niet verleend indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; bij het toepassen van deze vrijstellingsbevoegdheid, is de procedure in afdeling 3.4 van de Algemene Wet bestuursrecht van toepassing;

het bepaalde in artikel 4 lid 2.1 sub g en toestaan dat een hoofdgebouw gedeeltelijk buiten het bouwvlak wordt gebouwd, mits de geluidbelasting vanwege het wegverkeer van geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, of een verkregen hogere grenswaarde.

NL.IMRO.0715.BPDinkelstraat10-VG01

Terneuzen Zuid-oost, Dinkelstraat 10

|13

Artikel 5 Waarde - Archeologie - 2 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor Waarde - Archeologie - 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Bouwwerken ten behoeve van deze bestemming a. op de in artikel 5 lid 1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van deze dubbelbestemming worden gebouwd; de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde bedraagt maximaal 3,50 meter. 5.2.2 Andere gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. ten behoeve van andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag worden gebouwd, tenzij het te verstoren oppervlak van het plangebied groter is dan 500 m² en waarbij bovendien grond-of graafwerkzaamheden dieper gaan dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld; b. het bepaalde onder artikel 5 lid 2.2 sub a is niet van toepassing indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.

5.3 Afwijken van de bouwregels 5.3.1 Algemene afwijking Burgemeester en wethouders zijn bevoegd via een omgevingsvergunning artikel 2.1, lid 1, sub c juncto artikel 2.12, lid 1, sub a, sub 1 Wabo af te wijken van het bepaalde onder artikel 5 lid 2.2 sub a ten behoeve van het bouwen in een plangebied met een te verstoren oppervlak groter dan 500 m² en dieper dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld, indien de aanvrager van de vergunning artikel 2.1, lid 1 sub a Wabo een rapport heeft overgelegd, waarin wordt aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn of dat de archeologische waarden van het terrein naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate worden veiliggesteld. 5.3.2 Voorwaarden Indien uit het onder artikel 5 lid 3.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kunnen burgemeester en wethouders één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de vergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c.

de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg di e voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties. 5.3.3 Advies Bij het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 5 lid 3.1, vragen burgemeester en wethouders aan de archeologische deskundige om advies omtrent het criterium als bedoeld in dat lid. Bij een negatief advies verzoeken burgemeester en wethouders de archeologisch deskundige de verder te nemen stappen aan te geven.

NL.IMRO.0715.BPDinkelstraat10-VG01

Terneuzen Zuid-oost, Dinkelstraat 10

|14 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1 Omgevingsvergunningvereiste Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning artikel 2.1, lid 1 sub b Wabo) de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld, waartoe ook wordt gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen en aanleggen van drainage; b. het ophogen van de bodem met meer dan 2.00 meter en waartoe wordt gerekend het aanleggen van tijdelijke gronddepots; c. het aanleggen, vergraven, verruimen en dempen van sloten, vijvers en andere wateren op een grotere diepte dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld; d. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, zulks indien de diepte van de aan te brengen verharding meer dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld b edraagt; e. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op één of andere wijze indrijven van voorwerpen in de grond op een grotere diepte dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld; f.

het verlagen van het waterpeil, voor zover dit geen bevoegdheid van het waterschap betreft; g. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd op een grotere diepte dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld; h. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur op een grotere diepte dan de vrijstellingsdiepte beneden het maaiveld. 5.4.2 Uitzonderingsregel Het in artikel 5 lid 4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. een te verstoren oppervlak van het plangebied beslaan van ten hoogste 500 m²; b. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; c. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; d. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. 5.4.3 Voorwaarden a. de omgevingsvergunning wordt verleend, indien is gebleken dat de in artikel 5 lid 4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van archeologische waarden; b.

voor zover de in artikel 5 lid 4.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologische waarden, kan de vergunning worden verleend, indien aan de vergunning de volgende regels worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of; 3. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties; c. de vergunning kan alleen worden verleend nadat de aanvrager een rapport heeft overgelegd, waarin de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.

NL.IMRO.0715.BPDinkelstraat10-VG01

Terneuzen Zuid-oost, Dinkelstraat 10

|15

5.4.4 Advies Alvorens de gevraagde omgevingsvergunning te verlenen, vragen burgemeester en wethouders aan de archeologisch deskundige om advies omtrent het criter ium als bedoeld in artikel 5 lid 4.3. Bij een negatief advies verzoeken burgemeester en wethouders de archeologisch deskundige de verder te nemen stappen aan te geven. 5.5 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3.6 van de Wet ruimte lijke ordening het bestemmingsplan te wijzigen door de bestemming ' Waarde - Archeologie - 2', als bedoeld in artikel 5 lid 1 geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van ar cheologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen behoudenswaardige archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.

NL.IMRO.0715.BPDinkelstraat10-VG01

Terneuzen Zuid-oost, Dinkelstraat 10

|16

3 ALGEMENE REGELS Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Grond welke eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

NL.IMRO.0715.BPDinkelstraat10-VG01

Terneuzen Zuid-oost, Dinkelstraat 10

|17

Artikel 7 Algemene bouwregels Daar waar afstanden op de dag van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer of minder bedragen dan ingevolge regels hoofdstuk 2 is voorgeschre ven, mogen de bestaande afstanden als maximaal respectievelijk minimaal toelaatbaar worden aangehouden. 7.1 Bestaande afstanden Daar waar afstanden op de dag van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer of minder bedragen dan ingevolge regels hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen de bestaande afstanden als maximaal respectievelijk minimaal toelaatbaar worden aangehouden. 7.2 Bestaande maten en hoeveelheden In die gevallen dat hoogten, inhoud, aantallen en/of oppervlakten van bouwwerken, die gebouwd zijn of kunnen worden gebouwd met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet of de Wabo, op de dag van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer of minder bedragen dan ingevolge regels hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen de bestaande maten en hoeveelheden als maximaal respectievelijk minimaal toelaatbaar worden aangehouden.

NL.IMRO.0715.BPDinkelstraat10-VG01

Terneuzen Zuid-oost, Dinkelstraat 10

|18

Artikel 8 Algemene gebruiksregels 8.1 Gebruik van gronden Het is verboden gronden en bouwwerken te (laten) gebruiken op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de grond gegeven bestemming, verleende onthe ffingen, verleende omgevingsvergunningen of vastgestelde wijzigingen en de overige regels. 8.2 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan onbebouwde gronden te gebruiken of te laten gebruiken: a. als opslagplaats voor bagger en grondspecie; b. als opslagplaats voor vaten, kisten, al dan niet voor gebruik geschikte werktuigen en machines of onderdelen daarvan, oude en nieuwe (bouw)materialen, afval, puin, grind of brandstoffen; c. als uitstallings-, opslag-, stand- of ligplaats voor kampeer- en verblijfsmiddelen; d. voor het houden van wedstrijden met motorvoertuigen of bromfietsen; e. voor de volgende leidingen/ verbindingen: 1. hoogspanningsleidingen en -verbindingen van 50 kV en hoger die geen deel uitmaken van een inrichting als bedoeld in artikel 1 van de Wet milieubeheer;van 50 kV en hoger; 2. buisleidingen waarop het Besluit externe veiligheid buisleidingen van toepassing is. 8.3 Verder strijdig gebruik Voorts wordt onder strijdig gebruik in ieder geval verstaan: a. gronden of gebouwen te (laten) gebruiken als seksinrichting of daarmee vergelijkbare gebruiksvormen; b.

het gebruik van woningen als recreatiewoningen, tenzij op de verbeelding anders is aangegeven; c. gronden of gebouwen te (laten) gebruiken ten behoeve van de opslag van consumentenvuurwerk (voor zover dit de vergunningplichtige hoeveelheid tussen de 1.000 kg en de 10.000 kg betreft).

NL.IMRO.0715.BPDinkelstraat10-VG01

Terneuzen Zuid-oost, Dinkelstraat 10

|19

Artikel 9 Algemene afwijkingsregels 9.1 Algemene afwijkingsregel Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, met een omgevingsvergunning af te wijken van: a. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; b. de bestemmingsregels en toestaan dat het beloop of het profiel van de wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; c. de bestemmingsregels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; d. de bouw van niet voor bewoning bestemde gebouwen en andere bouwwerken van geringe afmetingen ten dienste van het openbaar nut, zoals transformatorhuisjes, gasregelstations, schakelhuisjes, gemaalgebouwtjes, wachthuisjes, telefooncellen, muurtjes, standbeelden en lichtmasten, met dien verstande dat de inhoud van deze gebouwen en bouwwerken niet groter mag zijn dan 35 kubieke meter; e.

de bestemmingsregels ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot niet meer dan 15 meter; f. de bestemmingsregels ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, en ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, wordt vergroot tot niet meer dan 40 meter. 9.2 Procedurergel Bij het toepassen van één of meerdere van deze afwijkingsmogelijkheden, wordt de procedure genoemd in artikel 9 doorlopen.

NL.IMRO.0715.BPDinkelstraat10-VG01

Terneuzen Zuid-oost, Dinkelstraat 10

|20

Artikel 10 Algemene procedureregels 10.1 Afwijken van de regels Een omgevingsvergunning voor het afwijken van de regels en het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde en werkzaamheden, wordt voorbereid met toepassing van de in paragraaf 3.2 van de Wabo genoemde procedure.

NL.IMRO.0715.BPDinkelstraat10-VG01

Terneuzen Zuid-oost, Dinkelstraat 10

|21

Artikel 11 Overige regels 11.1 Verwijzing wettelijke regels De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan. 11.2 Parkeren

11.2.1 Algemene parkeerregels Het is verboden te bouwen dan wel het gebruik van gronden en/of bouwwerken te wijzigen indien er niet wordt voldaan aan de op grond van dit artikel gestelde eisen ten aanzien van parkeren en stallen van voertuigen. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor het parkeren of stallen van auto's in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. 11.2.2 Specifieke parkeerregels bij bouwplannen Een bouwplan dient te voorzien in voldoende parkeermogelijkheden op de bij het bouwplan behorende en daartoe bestemde gronden. De toename van de parkeerbehoefte wordt bepaald op de wijze zoals beschreven in de beleidsregels. Indien gedurende de planperiode de beleidsregels wijzigen, dan gelden de gewijzigde regels. 11.2.3 Specifieke parkeerregels bij gebruikswijzigingen Indien het wijzigen van het gebruik van gronden en/of bouwwerken daartoe aanleiding geeft, moet voor wat betreft de toename in de parkeerbehoefte, in voldoende mate ruimte zijn aangebracht op die gronden of op de bij die bouwwerken behorende en daartoe bestemde gronden. De parkeerbehoefte wordt bepaald op de wijze zoals beschreven in de beleidsregels.

Indien gedurende de planperiode de beleidsregels wijzigen, dan gelden de gewijzigde regels. 11.2.4 Afwijken van de parkeerregels Burgemeester en Wethouders kunnen door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 10 lid 2.2 en artikel 10 lid 2.3. Burgemeester en Wethouders nemen hierbij, conform de beleidsregels, in overweging of: a. het voldoen aan de parkeerregels door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; b. er op andere wijze in de benodigde parkeerbehoefte/stallingbehoefte wordt voorzien; c. er een financiële voorwaarde dient te worden gesteld. Indien gedurende de planperiode de beleidsregels wijzigen, gelden de gewijzigde regels. 11.2.5 Specifieke gebruiksregels Ruimte(n) voor het parkeren en stallen van voertuigen, voor zover de aanwezigheid van deze ruimte(n) krachtens deze parkeerregels is geëist, dient te n allen tijde voor dit doel beschikbaar te blijven. Ander gebruik wordt aangemerkt als strijdig gebruik.

NL.IMRO.0715.BPDinkelstraat10-VG01

Terneuzen Zuid-oost, Dinkelstraat 10

|22

4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 12 Overgangsrecht 12.1 Overgangsrecht ten aanzien van bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%; c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 12.2 Overgangsrecht ten aanzien van het gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoe ld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

NL.IMRO.0715.BPDinkelstraat10-VG01

Terneuzen Zuid-oost, Dinkelstraat 10

|23

Artikel 13 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: regels van het bestemmingsplan, te weten: Terneuzen Zuid-oost, Dinkelstraat 10.

NL.IMRO.0715.BPDinkelstraat10-VG01

Terneuzen Zuid-oost, Dinkelstraat 10

VERBEELDING

T

6 [tae] (***)

W WR-A2

LEGENDA plangebied

Enkelbestemmingen T

Tuin

W

Wonen

Bouwaanduidingen [tae]

Maatvoeringen

Dubbelbestemmingen WR-A2

twee-aaneen

6

maximum goothoogte (m)

Waarde - Archeologie 2 ondergrond

Bouwvlakken bouwvlak

Verbeelding Bestemmingsplan "Terneuzen Zuid-oost, Dinkelstraat 10"

Gemeente: IMRO-code: Tekening nr:

Terneuzen NL.IMRO.0715.BPTZO09-VG01

1-A

..-..-....

datum:

16-01-2023

ontwerp:

21-11-2022

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12402648/1