2023-01-19 - bijlage LH221818 woonzorgvisie wonen met zorg gemeente Terneuzen
Tekst van het document
0.1.1
Wonen met zorg en welzijn in Terneuzen Woonzorgvisie
Wonen met zorg en welzijn in de gemeente Terneuzen
Colofon Titel
❶ ❷ ❸ ❹
Wonen met zorg en welzijn in Terneuzen Woonzorgvisie Auteurs Lennart Homan (Bureau HHM) Lieset Jenneboer (Bureau HHM) Ilco Toebes (Bureau HHM) Johan van Iersel (In.Fact.Research) Opdrachtgever Gemeente Terneuzen Kenmerk HHM/LH/22/1818/wzvtnz2 Datum 29 november 2022
© Bureau HHM | In.Fact.Research
HHM/LH/22/1818/wzvtnz2
2
Wonen met zorg en welzijn in de gemeente Terneuzen
Inhoudsopgave 1.
Aanleiding ..................................................................................... 4
2.
De woonzorganalyse samengevat ..................................................5
3.
Trends, ontwikkelingen en opgaven ............................................... 7
4.
Speerpunten voor beleid .............................................................. 11
5.
En nu door! ................................................................................... 15
❶ ❷ ❸ ❹ HHM/LH/22/1818/wzvtnz2
Dit rapport is geoptimaliseerd voor lezen op een beeldscherm. Navigeer tussen de hoofdstukken met de cijfers in de kantlijn. Met de pijl daaronder komt u terug bij de inhoudsopgave.
3
Wonen met zorg en welzijn in de gemeente Terneuzen
1. Aanleiding De meeste mensen willen zo lang mogelijk thuis blijven wonen of (weer) zelfstandig gaan wonen. Door de vergrijzing, de decentralisatie van zorgtaken en de wijzigingen in de zorgwetgeving verandert de wijze van het aanbieden van zorg en de kijk op (geschikte) huisvesting. De gemeente Terneuzen wil een integrale langetermijnvisie op wonen in relatie tot welzijn en zorg ontwikkelen. Interpretatie van wonen in relatie tot welzijn en zorg Een langetermijnvisie op wonen in relatie tot welzijn en zorg richt zich primair op voorzieningen op het gebied van wonen, welzijn en zorg die een beslag leggen op de fysieke ruimte. Daarbij gaat het niet alleen om woonvoorzieningen – variërend van intramuraal tot extramuraal en alle mogelijke tussenvormen – maar ook om voorzieningen die gericht zijn op tijdelijk verblijf en opvang.
❶ ❷ ❸ ❹
De gemeente heeft met deze langetermijnvisie als doel: • Meer afstemming realiseren binnen de sectoren en organisaties die actief zijn op het gebied van wonen in relatie tot welzijn en zorg. • Een kader bieden waaraan lokale initiatieven op het gebied van wonen in relatie tot welzijn en zorg kunnen worden getoetst. Deze visie is in nauwe samenwerking met verschillende stakeholders tot stand gekomen. Het gaat om onder andere de zorgaanbieders, woningcorporaties en welzijn. Daarnaast zijn ook de inwoners van Terneuzen, door middel van het benaderen van de diverse wijk- en dorpsraden, begin 2021 gevraagd om knelpunten en oplossingen aan te dragen die nodig zijn om te komen tot een toekomstbestendige inrichting van het woonzorgaanbod binnen de gemeente Terneuzen.
HHM/LH/22/1818/wzvtnz2
In deze visie richten we ons op de behoefte aan passende woonzorgvormen voor de volgende groepen inwoners: • Inwoners met een handicap: waaronder lichamelijke beperking, verstandelijke beperking, zintuiglijke beperking, in alle leeftijden. • Inwoners met een psychische kwetsbaarheid: waaronder autisme, niet aangeboren hersenletsel, dementie, in alle leeftijden. • Jeugdigen en ouders: met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen. • Kwetsbare ouderen: ouderen die in mobiliteit of psychisch vermogen achteruitgaan. • Inwoners die vanwege persoonlijke of maatschappelijke omstandigheden of problemen tijdelijk niet functioneren of niet veilig thuis kunnen wonen. • Mensen met psychiatrische en/of verslavingsachtergrond of complexe psychosociale problemen en/of mensen met een zwervend bestaan voor zover deze vallen onder de doelgroep 'Beschermd wonen’ of Maatschappelijke Opvang. 1.2 Leeswijzer In hoofdstuk 2 geven we een korte samenvatting van de uitkomsten van de woonzorganalyse die in april 2021 is opgeleverd. In hoofdstuk 3 schetsen we vervolgens de belangrijke opgaven voor de gemeente Terneuzen op het vlak van wonen met zorg en welzijn. Dit vertalen we in hoofdstuk 4 naar de belangrijkste speerpunten voor het beleid voor de komende jaren.
4
Wonen met zorg en welzijn in de gemeente Terneuzen
2. De woonzorganalyse samengevat In dit hoofdstuk geven we op hoofdlijnen een samenvatting van de in de woonzorganalyse1 geconstateerde opgaven. 2.1 Voortzettende vergrijzing Op dit moment wonen er 6.240 inwoners van 75 jaar of ouder in Terneuzen. De komende tien jaar neemt dit aantal met een derde toe. Dit komt neer op een toename van meer dan 2.000 75-plussers. Deze ouderen zijn voor een deel vitaal, maar het aantal ouderen met beperkingen neemt sterk toe. Dit is één van de redenen om te werken aan een breed gedragen gemeentelijke visie op wonen met zorg.
❶ ❷ ❸ ❹
2.2 Een brede doelgroep De vergrijzing is niet de enige aanleiding voor het opstellen van een woonzorgvisie. Er zijn meer kwetsbare groepen die hier baat bij hebben. De inwoners van de gemeente Terneuzen hebben gemiddeld genomen een relatief lage sociaaleconomische status en parallel daaraan komt LVB-problematiek relatief vaak voor. Deze inwoners hebben lang niet altijd een ondersteuningsbehoefte, maar zijn wel kwetsbaar. Preventief beleid kan voorkomen dat problemen ontstaan. 2.3 Verschillen tussen gebieden Hoewel de problemen kleiner zijn dan in de grote steden in de Randstad, zijn er in de stad Terneuzen bepaalde buurten/complexen waar de concentratie van kwetsbare inwoners hoog is. Die concentratie staat op gespannen voet met het streven naar een inclusieve maatschappij. Daarnaast geldt dat de concentratie in sommige gebieden is toegenomen én dat deze toename is samengegaan met een toename van de overlast. Deze negatieve spiraal moet doorbroken worden.
1
Ook de vergrijzing verschilt sterk per gebied. In Terneuzen Centrum en Noord is het aandeel ouderen hoog en dat blijft zo. De grootste toename van het aantal ouderen vindt plaats in Terneuzen Zuid en Oost. Ook in de meer landelijke kernen is sprake van een sterke toename. Gevolg is dat de ouderen in de toekomst veel meer verspreid wonen over de gemeente, hetgeen een belangrijk aandachtspunt is bij de gebiedsgerichte uitwerking van beleid. 2.4 Ondersteuningsbehoefte Aandoeningen kunnen zorgen voor beperkingen in het alledaagse leven en in sommige gevallen ook voor een specifieke woningbehoefte. In Terneuzen zijn met name veel inwoners die beperkt worden bij het vinden van een zinvolle daginvulling. Ook komen stemmingen en angsten (deels voortkomend uit eenzaamheid) vaak voor. Tot slot heeft een groot deel problemen met het onderhouden en aangaan van sociale contacten, het huishouden doen, cognitief functioneren en het voeren van de administratie en beheren van financiën. Dit laatste hangt deels samen met het hoge aandeel dat kampt met LVB-problematiek en betekent bijvoorbeeld dat lokale stakeholders veel aandacht moeten besteden aan de communicatie rondom en eenvoud van lokale regelingen. Voor de woonzorgvisie is vooral het besef van belang dat niet alleen ‘passende woonruimte’ belangrijk is, maar dat het complete arrangement moet kloppen.
Dat arrangement wordt ook bepaald door zaken als locatie, aanwezige voorzieningen, de geboden ondersteuning etc. 2.5 Woonzorgarrangementen Veel zorgdoelgroepen kunnen in verschillende woningen/woonvormen prima wonen, zolang aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Alleen bij de groep met de zwaarste aandoeningen is er vaak maar één oplossing: verblijf in een instelling. In Terneuzen is er op dit vlak vrijwel alleen aanbod voor ouderen met een indicatie voor verpleging en verzorging. Deze instelling zijn met name gericht op de lokale behoefte, maar hebben ook een beperkte regionale opvangfunctie. Voor wat betreft andere zorggroepen leunt Terneuzen op
Voor de volledige woonzorganalyse verwijzen we naar bijlage 1. van deze woonzorgvisie.
HHM/LH/22/1818/wzvtnz2
5
Wonen met zorg en welzijn in de gemeente Terneuzen
regiogemeenten zoals Hulst, waar veel aanbod is voor de groep met een matige of ernstige verstandelijke beperking.
voorwaarde dat de begeleiding op orde is. De komende periode zal moeten uitwijzen of dit ook daadwerkelijk het geval is.
De groep ouderen die van oudsher op een instelling is aangewezen neemt in Terneuzen sterk toe. Nu zijn dat nog 720 ouderen, in 2030 worden dat er 920 en in 2040 gaat het om 1.200 ouderen. Dit betekent niet per definitie dat de verpleeghuiscapaciteit met soortgelijke aantallen moet worden uitgebreid. Een toenemend aandeel ouderen ontvangt verpleeghuiszorg in de thuissituatie (met een mpt, pgb of vpt). Men kan ervoor kiezen deze situatie te bevorderen of te stimuleren. Van belang hierbij is oog te hebben voor de geografische spreiding van de behoefte.
2.6 Noodzaak voor integraal beleid In dit onderzoek ligt de focus op de fysieke woonvormen die nodig zijn voor het goed huisvesten van de verschillende zorggroepen. Het onderzoek toont ook aan dat het van groot belang is breder te kijken dan alleen naar het aantal benodigde fysieke woonvormen. Zo speelt de locatie van deze woonvormen een essentiële rol en verschillen de opgaven sterk tussen de diverse wijk- en kernclusters. Daarnaast geldt dat veel aandacht nodig is voor het beleid op het sociaal domein (om zaken als eenzaamheid te voorkomen) en de toegankelijkheid en eenvoud van regelgeving.
Nog geen decennium geleden werden ouderen met lichtere beperkingen gehuisvest in een verzorgingshuis. De verzorgingshuizen zijn inmiddels uit het landschap verdwenen en al deze ouderen wonen nu zelfstandig. Vaak gaat dat goed, maar een deel van de ouderen heeft behoefte aan de geborgenheid, veiligheid en extra voorzieningen die een geclusterde woonvorm biedt. In sommige gevallen is een geclusterde woonvorm een noodzaak, voor velen is het een wens.
❶ ❷ ❸ ❹
De geclusterde woonvormen zijn voor ouderen een soort ‘tussenvorm’ waarmee het gat tussen een verpleeghuis en volledig zelfstandig kan worden gedicht. Ook bij andere doelgroepen is het gat tussen intramuraal verblijf en volledig zelfstandig wonen vaak te groot. Als zij zelfstandig gaan wonen, hebben zij daar zeker in de beginperiode ondersteuning bij nodig. Anders is de kans op een terugval in het herstelproces en overlast voor de omgeving niet uit te sluiten. Begeleiding is belangrijk, maar uiteraard is ook de beschikbaarheid van een passende woonruimte. Sommige instellingen ervaren problemen bij het vinden van de juiste woning voor cliënten. De corporaties hebben weinig bezit in de laagste prijsklassen en weinig appartementen. Toch zeggen de corporaties dat het mogelijk moet zijn snel een passende woning aan te bieden, onder de
HHM/LH/22/1818/wzvtnz2
6
Wonen met zorg en welzijn in de gemeente Terneuzen
3. Trends, ontwikkelingen en opgaven In dit hoofdstuk geven we in het verlengde van de woonzorganalyse een opsomming van de trends, ontwikkelingen en opgaven die de verschillende stakeholders zien2, zowel in het hier en nu, als met het oog op de toekomst. 3.1 Trends en ontwikkelingen De trends, ontwikkelingen en opgaven zijn zoveel mogelijk geclusterd naar doelgroep. Daarnaast zijn er ook enkele algemene of doelgroep-overstijgende trends, ontwikkelingen en opgaven benoemd die we hieronder eerst apart beschrijven. 3.1.1 Algemeen De meer algemene trends, ontwikkelingen en opgaven: •
❶ ❷ ❸ ❹
Grote vergrijzing en ontgroening In de gemeente Terneuzen zien de stakeholders zowel een grote vergrijzing van de bevolking als een ontgroening. Cijfers laten zien dat de groep ouderen in de bevolking van de gemeente Terneuzen toeneemt, maar - door onder andere uitstroom naar grote steden buiten de regio - het aandeel jongeren en starters neemt af. •
Grote schaarste aan woningen Schaarste op de woningmarkt is een onderwerp dat het grootste deel van de stakeholders benoemt als problematisch. Door deze schaarste stagneert de doorstroom op de woningmarkt. Als (kwetsbare) inwoners willen verhuizen naar een (meer) passende woning is er weinig tot geen aanbod. Daarnaast is voor starters door deze schaarste de beschikbaarheid en daardoor ook de betaalbaarheid van woningen een belangrijk punt van aandacht. Er is hierdoor veel vraag naar groei van de wooncapaciteit. 2
•
Behoefte aan middensegment koop- en huurwoningen Bij de vraag naar groei van de wooncapaciteit gaat het vooral om koop- en huurwoningen in het middensegment. Door een tekort in dit segment worden koop- en huurwoningen niet toegewezen aan inwoners die ook een woning in het middensegment kunnen betalen. Is het aanbod hierin groter dan blijft het lage segment beschikbaar voor de bijzondere en/of kwetsbare doelgroepen. •
Kostendelersnorm vergroot druk op woningmarkt Als laatste toevoeging aan de problematiek omtrent de woningmarkt is de aanwezigheid van de kostendelersnorm. Deze heeft momenteel het effect dat bijvoorbeeld twee mensen in een relatie met allebei een eigen woning een financiële drempel ervaren om te gaan samenwonen. Hierdoor komt één van de twee woningen niet vrij voor de woningmarkt. Ook voor kwetsbare inwoners is dit een actueel knelpunt. •
Een tekort aan deskundig en opgeleid personeel Een andere ontwikkeling is de problematiek omtrent het tekort aan opgeleid personeel. Ook bij het vullen van vacatures kampen zorgorganisaties met problemen, waarin met name de specialistische functies erg lastig te vullen blijken. Deze groeiende vraag naar zorg, terwijl de beschikbaarheid van zorg afneemt wordt ook wel de zorgkloof genoemd. •
Begeleiding aanbieden zorgtechnologie Door de zorgkloof wordt het gebruik van zorgtechnologie als een belangrijke en wellicht noodzakelijke ontwikkeling gezien. Door de verschillende vormen van zorgtechnologie, zoals domotica, is het mogelijk om bijvoorbeeld bepaalde huishoudelijke taken uit te voeren zonder zorgpersoneel. Echter, de groep ouderen staat over het algemeen niet bekend als de meest digitaal
Voor een overzicht van de betrokken en gesproken stakeholders verwijzen we naar bijlage 2.
HHM/LH/22/1818/wzvtnz2
7
Wonen met zorg en welzijn in de gemeente Terneuzen
vaardige groep. Het belang van een goede technische infrastructuur en het digitaal vaardig maken van cliënten is daarom erg belangrijk.
Hieronder beschrijven we puntsgewijs de trends, ontwikkelingen en opgaven die van toepassing zijn op ouderen die in mobiliteit of psychisch vermogen achteruitgaan:
•
Vereenzaming Een mogelijke ontwikkeling waarvoor men moet waken is het feit dat digitalisatie en de verdere ontwikkeling van zorgtechnologie de vereenzaming van ouderen kan versterken. Ondanks de mogelijke voordelen van deze technologiën is het sociale aspect van zorgverlening iets dat niet over het hoofd gezien mag worden. •
Open houden zorginfrastructuur Een opgave die verband houdt met vereenzaming is het openhouden van de zorginfrastructuur. In een landelijk gebied zoals de gemeente Terneuzen is de bereikbaarheid van bijvoorbeeld informele zorg een punt van aandacht. Om deze reden is het investeren in mobiliteit en daardoor ook in leefbaarheid een van de opgaven voor de komende jaren. •
❶ ❷ ❸ ❹
Individualisatie van gemeenten in plaats van regionale samenwerking Een andere uitdaging ontstaat wanneer gemeenten voor zichzelf gaan werken. Om de zorginfrastructuur open te houden en de mobiliteit te waarborgen is de regionale samenwerking en afstemming tussen gemeenten essentieel. Een Zeeuws-brede samenwerking kan daarom bijdragen aan onder andere een verbeterde mobiliteit en bereikbaarheid van zorg. •
Overlap tussen de zorgdomeinen en financieringsschotten De overlap tussen de zorgdomeinen en financieringsschotten is een andere algemene trend die gesignaleerd is door de stakeholders. Hierbij kunnen cliënten behandeld worden vanuit meerdere domeinen hetgeen uit meerdere ‘potjes’ gefinancierd moet worden. Dit maakt de zorg voor zowel de cliënt als zorgverlener erg complex. 3.1.2
HHM/LH/22/1818/wzvtnz2
•
Groeiende behoefte aan langdurige ouderenzorg Stakeholders ervaren in toenemende mate behoefte aan langdurige zorg bij ouderen. Desondanks vertaalt de druk op de huidige voorzieningen voor langdurige ouderenzorg zich nog niet (bij alle aanbieders) tot groeiende wachtlijsten. Echter, dit is wel een signaal dat de vraag naar langdurige zorg bij ouderen toeneemt. Stakeholders gaven aan dat een ontwikkeling gaande is waarbij de groeiende vraag naar ouderenzorg niet wordt opgevangen door de inzet van meer intramurale verblijfscapaciteit, maar door meer in de wijken te opereren met zorgpakketen zoals een vpt, mpt of pgb. •
Verschraling woonzorgaanbod (voor ouderen) door verdwenen voorzieningen Naast de benoemde trend dat er niet meer intramurale verblijfscapaciteit wordt ingezet, wordt ook de ontwikkeling van de verschraling van het woonzorgaanbod voor ouderen benoemd. Het gaat hierbij om het verdwijnen van voorzieningen van onder andere de klassieke intramurale verzorgingshuizen, maar ook om de voorzieningen in complexen zelf. •
Groeiende noodzaak om 24-uurs bereik- en oproepbaarheid Wanneer de extramuralisering doorontwikkelt zal er ook meer gemeentelijke dan wel Zeeuws-brede samenwerking nodig zijn om ook de groeiende noodzaak om 24-uur bereik- en oproepbaarheid van zorg en ondersteuning goed in te richten en te waarborgen. •
Toename bij hulp bij huishouden Een andere trend die benoemd werd is een toename in de hulp bij het huishouden. Dit is een logisch gevolg van de vergrijzing. Een trend die in de komende jaren zeer waarschijnlijk doorzet.
Kwetsbare ouderen 8
Wonen met zorg en welzijn in de gemeente Terneuzen
•
•
3.1.3 Inwoners met een handicap De trends, ontwikkelingen en opgaven die van toepassing zijn op inwoners met een lichamelijke beperking, verstandelijke beperking, zintuiglijke beperking, in alle leeftijden:
•
Verhoogde druk op mantelzorgers van ouderen Hierdoor neemt de druk op de mantelzorgers de komende jaren toe, met als gevolg dat het aantal aanvragen voor respijtzorg ook zal toenemen. De eerder genoemde zorgkloof is dan ook een complicerende factor bij het toekomstbestendig inrichten van de ouderenzorg.
Zorgvraag van cliënten met verstandelijke beperking wordt zwaarder Zorgaanbieders gaven aan te merken dat de zorgvraag van cliënten met een verstandelijke beperking zwaarder wordt. Hierdoor wordt ook de tijd die per cliënt moet worden besteed mogelijk langer, waardoor de druk op het zorgpersoneel toeneemt.
Een ontwikkeling van opvang naar wonen Dit is een gewenste ontwikkeling waarbij de traditionele gezamenlijke slaapzalen veranderen naar individuele slaapkamers. Hierdoor ervaren cliënten meer rust en privacy, worden zij minder geprikkeld door andere cliënten en is het daardoor ook veiliger voor zowel cliënt als zorgverlener. Dit zou ook in de vorm van studio’s kunnen, waarbij de cliënt echt het gevoel heeft dat hij of zij ergens woont, in plaats van het slapen in een opvang.
•
•
•
❶ ❷ ❸ ❹
Dekking (intramuraal) beschermd wonen in Zeeuws Vlaanderen op orde Uit de inventarisatie blijkt dat de dekking van (intramuraal) beschermd wonen in Zeeuws Vlaanderen op het moment van schrijven op orde is. Dit neemt niet weg dat monitoring hiervan in de nabije toekomst wel van belang is. De doelgroep bij de beschermd wonen is wel aan het veranderen. Zorgaanbieders gaven aan dat er in de BW momenteel ook cliënten zitten met andere problematiek, zoals verslavingen. Dit geldt ook voor de maatschappelijke opvang.
Behoefte aan een ‘trainingshuis’ voor jongeren met een LvB Meerdere stakeholders gaven aan een grote behoefte te hebben aan een trainingshuis voor jongeren met een licht verstandelijke beperking. Dit wordt gezien als een tussenvorm tussen bijvoorbeeld begeleid wonen en zelfstandig wonen. In dit trainingshuis leren jongeren voor zichzelf te zorgen, waarbij ze onder andere een eigen slaapkamer hebben, maar met een gemengde groepsruimte. 3.1.4 Inwoners met een psychische of psychosociale kwetsbaarheid: De trends, ontwikkelingen en opgaven die van toepassing zijn op een brede groep inwoners die ofwel vanwege psychische of psychosociale, dan wel vanwege persoonlijke of maatschappelijke omstandigheden aangewezen zijn op (specifieke) woonvoorzieningen3:
3
Doorstroom vanuit intramuraal naar zelfstandig te versnellen Een volgende uitdaging hierbij is om de doorstroom vanuit intramuraal naar zelfstandig wonen te versnellen. De trend is nu dat cliënten lang moeten wachten op een woning om zelfstandig te gaan wonen. Hierdoor zijn zij bijvoorbeeld genoodzaakt langer bij in de intramurale voorziening te blijven. •
Domus is en blijft nodig in Zeeuws Vlaanderen Hier gaat het over de combinatie van de doelgroep (jongeren) met een verslaving en psychische problemen. Dit is een doelgroep die relatief groot is in de gemeente Terneuzen en ook toeneemt. Dit is dan ook een trend die nauwlettend in de gaten gehouden moet worden.
Denk bijvoorbeeld aan de doelgroep Beschermd Wonen of Maatschappelijke Opvang, economisch daklozen of inwoners die niet veilig thuis kunnen wonen.
HHM/LH/22/1818/wzvtnz2
9
Wonen met zorg en welzijn in de gemeente Terneuzen
•
Ouder wordende doelgroep bij ggz Een andere ontwikkeling die gaande is, is de ouder wordende doelgroep bij de GGZ. GGZ-cliënten in de woongroepen hebben hierdoor ook meer fysieke klachten. De zorgvraag neemt toe, dit zet extra druk op de zorgverleners.
•
Toename van de verarming in de gezinnen Stakeholders geven aan dat er een toename van de verarming binnen de gezinnen plaatsvindt. Deze verarming heeft een directe relatie met opvoedvaardigheden van de ouders wanneer schulden toenemen. Met andere woorden, bij armer wordende gezinnen nemen de opvoedvaardigheden af.
•
Openstelling Wlz voor doelgroep raakt de benodigde capaciteit Door de openstelling van de Wlz is er een risico dat de beschermd wonen voorzieningen ‘vollopen’ met cliënten met een Wlz-indicatie. Cliënten met een Wlz-indicatie hebben over het algemeen een beperkt perspectief op doorstromen. De vraag is dan of er nog voldoende capaciteit is voor cliënten met een Wmo-zorgvraag. •
Actieprogramma Weer Thuis biedt kader Weer Thuis is een actieprogramma dat begin 2017 is gestart, waarbij acht corporaties, gemeenten en opvanginstellingen aan de slag gingen om mensen uit de maatschappelijke opvang of beschermd wonen te laten doorstromen naar een zelfstandige woning met voldoende begeleiding. Dit programma biedt een kader, maar het echte resultaat ligt in praktische uitwerking ervan.
❶ ❷ ❸ ❹
•
Regiobinding van cliënten in BW/MO Verschillende voorzieningen voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang in de gemeente Terneuzen vervullen een regionale functie. Hierdoor kunnen ook cliënten uit omliggende regio’s in Zeeuws-Vlaanderen of Zeeland hier gebruik van maken. In de basis hebben deze cliënten geen binding met de gemeente Terneuzen. Hoe de gemeente hiermee om wil gaan zal besproken moeten worden. 3.1.5 Jeugdigen en ouders De trends, ontwikkelingen en opgaven die van toepassing zijn op jeugdigen met opgroei en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen:
HHM/LH/22/1818/wzvtnz2
•
Druk op de maatschappelijke opvang neemt toe, vooral aan de kant van jongvolwassenen Een trend die wordt opgemerkt is dat de druk op de maatschappelijke opvang verder toeneemt. Zoals eerder aangegeven zitten er in de maatschappelijk opvang ook cliënten met andere problematiek. Met name aan de kant van de jongvolwassenen wordt dit bestempeld als opgave voor de toekomst. •
Doorstroming jongeren met forse verslavingen naar zelfstandig(er) wonen stokt Stagnatie van doorstroom in woningen is een onderwerp dat hierboven al eens benoemd is. Aanbieders gaven aan dat specifiek de doorstroming van jongeren met een forse verslaving naar zelfstandig(er) wonen stokt en in de komende tijd extra aandacht verdient. •
Behoefte aan tussenvorm (doorstroomvoorziening) voor jongvolwassenen Uit de inventarisatie blijkt dat er een behoefte is onder jongvolwassenen (18 – 25 jaar) voor een tussenvorm of doorstroomvoorziening voordat men zelfstandig gaat wonen. 3.2 Van opgaven naar oplossingen De benoemde trends, ontwikkelingen en opgaven tonen de nut en noodzaak van een integrale visie op wonen met zorg, maar bieden in veel gevallen vanuit zichzelf al een oplossingsrichting. Oplossingen op individuele uitdagingen zorgen echter niet voor een duurzame en toekomstbestendige transformatie. Een visie geeft kaders en handvatten voor de ontwikkeling van beleid. In hoofdstuk 4 beschrijven we deze visie en bijbehorende uitgangspunten.
10
Wonen met zorg en welzijn in de gemeente Terneuzen
4. Speerpunten voor beleid De woonzorgvisie heeft als doel om een beleidskader te bieden waarmee sectoren en organisaties die actief zijn op het gebied van wonen in relatie tot welzijn en zorg de komende jaren aan de slag gaan. In dit hoofdstuk beschrijven we de brede ambitie op gezond leven en wonen, waarna we de speerpunten beschrijven voor het beleid voor wonen met zorg en welzijn. 4.1 Brede ambitie op gezond leven en wonen in de gemeente Deze woonzorgvisie hangt nauw samen met het beleid van de gemeente Terneuzen ten aanzien van wonen, het sociaal domein en het gezondheidsbeleid. Op onderdelen is deze woonzorgvisie, zowel een nadere uitwerking van genoemd beleid, als een aanvulling hierop. De ambitie van de gemeente Terneuzen is om te investeren in een inclusieve samenleving, een samenleving waarin inwoners actief mee kunnen doen, zichzelf optimaal kunnen ontwikkelen en een samenleving waarin zij gezond en veilig op kunnen groeien en oud kunnen worden.
❶ ❷ ❸ ❹
Autonomie en zelfbeschikking zijn daarbij belangrijke uitgangspunten, waarbij wordt ingespeeld op de vraag en behoefte van de inwoner, maar met volop oog voor maatwerk. Hierbij wordt gekeken naar logische oplossingen, wat kan de inwoner zelf doen en regelen, rekening houdend met zijn of haar situatie. Kortom, de eigen mogelijkheden en doelen van de inwoners centraal. Daarbij wordt in de gemeente Terneuzen ingezet op: a) Een goede basis: we zorgen voor goede basisvoorzieningen en goede infrastructuur. b) Vroeg erbij: we zetten in op preventie, waarbij problemen vroegtijdig worden gesignaleerd en aangepakt. c) Passende ondersteuning: we zetten in op herstel, eigen regie en zelfredzaamheid, waarbij de mogelijkheden en doelen van de inwoners centraal staan en we maatwerk biedem.
HHM/LH/22/1818/wzvtnz2
Daarnaast zijn er vanuit het bredere, Zeeuws-Vlaamse beleid op gezondheid een aantal ambities geformuleerd die ook deze woonzorgvisie raken. Het gaat daarbij om: a) De wijze waarop de fysieke en sociale omgeving een positieve bijdrage leveren aan gezondheid. b) De wijze waarop inwoners vitaal oud kunnen worden. Passende oplossingen en bijbehorende woonzorgvormen zijn nodig. Met passend bedoelen we dat de oplossing aan moet sluiten op de kenmerken en de behoefte van de inwoners. Welke woonzorgvorm past bij de inwoners rekening houdend met zijn of haar leeftijd, type huishouden, inkomen en ondersteuningsbehoefte. In deze woonzorgvisie werken we verschillende onderdelen van het hiervoor genoemde beleid verder uit en vullen we dit op onderdelen aan. Dit doen we aan de hand van de speerpunten: 1. Zelfstandig wonen 2. Doorstroom 3. Innovatie en vernieuwing 4. Samenwerking Genoemde speerpunten overlappen elkaar op onderdelen en liggen in sommige gevallen ook in elkaars verlengde. Om zelfstandig te kunnen (blijven) wonen, in een passende woning, is soms ook doorstroom naar een andere woning of innovatieve, nieuwe woonvorm nodig. NB: We beschrijven de speerpunten telkens vanuit de ‘we’-vorm. Met ‘we’ bedoelen we de gemeenten én haar maatschappelijke partners, waaronder de zorgorganisaties, woningcorporaties en welzijnsorganisaties.
11
Wonen met zorg en welzijn in de gemeente Terneuzen
❶ ❷ ❸ ❹
4.1 Zelfstandig wonen Speerpunt van het beleid is om alle inwoners, ook zij die meer kwetsbaar zijn, zo zelfstandig mogelijk te laten wonen in de eigen kern. Voor bijvoorbeeld ouderen met een zorgvraag gaat het om het vergroten van de mogelijkheden om zo lang mogelijk zelfstandig (thuis) te wonen. Voor inwoners die bijvoorbeeld dak- en thuisloos zijn geraakt gaat het juist om zo snel mogelijk weer zelfstandig te wonen.
5.
We beschrijven hoe we dat gaan doen: 1. We focussen ons op het welzijn van onze inwoners, vanuit het oogpunt van preventie en het gedachtegoed van positieve gezondheid. Om zelfstandig te wonen is uiteraard een passende woning nodig en moet zorg, indien benodigd, adequaat worden ingezet. Zelfstandig wonen is echter pas een succes als de inwoner ook een gevoel van welbevinden ervaart, waarbij het zowel lichamelijk, geestelijk als sociaal goed gaat. We willen daarom ontmoeting en samenzijn stimuleren, wat vraagt om onder andere het behouden van basisvoorzieningen als inloopvoorzieningen, buurthuizen en het (lokale) verenigingsleven. 2. We maken nog meer en beter gebruik van algemeen gebruikelijke en voorliggende voorzieningen, zoals een maaltijdservice, boodschappendienst, mobiliteitsdiensten of activiteiten in een buurthuis. We zorgen dat deze voorzieningen goed bekend zijn bij onze inwoners en verwijzen, samen met onze partners actief naar deze voorzieningen. 3. We investeren in het verstevigen en behouden van het netwerk, in het bijzonder gericht op de mantelzorgers van kwetsbare inwoners, onder andere door de respijtzorg te verstevigen. We nemen eenzaamheid serieus en dragen er zorg voor dat inwoners zich kunnen aansluiten bij bestaande netwerken en/of gemeenschappen. 4. We investeren in de leefbaarheid van alle kernen, groot en klein.
Per kern brengen we in kaart welke basisvoorzieningen er zijn en welke basisvoorzieningen nodig of gewenst zijn om de leefbaarheid te behouden of te vergroten. Dit doen we aan de hand van een maatschappelijke-kostenbaten-analyse (MKBA) in het kader van ‘Oud worden in de eigen kern’.
7.
HHM/LH/22/1818/wzvtnz2
6.
We maken afspraken hoe we omgaan met de spreiding van kwetsbare groepen inwoners over de verschillende kernen en wijken van onze gemeente. Het behouden van de leefbaarheid van onze kernen en wijken is daarbij ons vertrekpunt. Hierbij sluiten we aan op de afspraken die reeds zijn gemaakt in het Actieprogramma Weer Thuis. We zetten (nog meer) in op het vergroten van de levensloopbestendigheid van de woningvoorraad. Dit doen we onder andere door het proces om woningaanpassingen te realiseren te versimpelen. Mantelzorgers staat in Terneuzen relatief sterk onder druk. Daarom investeren we meer in respijtzorg. Hierdoor krijgen mantelzorgers meer ruimte regie over hun eigen leven. Hiervoor brengen we nader in kaart welke voorzieningen op het vlak van respijtzorg ontbreken of onvoldoende aanwezig zijn en vullen waar nodig aan.
4.2 Doorstroom Het stimuleren van de doorstroom op de woningmarkt is het tweede speerpunt van ons beleid. In principe raakt dit alle inwoners in onze gemeente, maar in deze beleidsvisie benaderen we dit vanuit het perspectief van de kwetsbare inwoners. Wat is er voor nodig om hen passend te laten wonen, daarbij staat wat inwoners zelf graag willen voorop. We beschrijven hoe we dat gaan doen: 1. We stimuleren de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner. Het is immers primair de inwoner zelf die nadenkt en keuzes maakt over hoe hij of zij nu en in de toekomst wil wonen. We onderzoeken de mogelijkheden hoe we het bewustzijn van inwoners kunnen vergroten hierover na te denken en te handelen, daarbij rekening houdend met de verschillende groepen kwetsbare inwoners. 2. We stimuleren het verhuizen van ouderen van (eengezins)woningen naar nultreden- en levensloopbestendige woningen of naar andere typen passende woningen. We onderzoeken of de inzet van een verhuis-/ wooncoach hierbij ondersteuning kan bieden en trekken samen met corporaties op bij het faciliteren van verhuizingen. Vermogen en inkomen 12
Wonen met zorg en welzijn in de gemeente Terneuzen
3.
4.
5.
❶ ❷ ❸ ❹
van inwoners zijn belangrijke aspecten om rekening mee te houden. Hierbij hebben eigenaar-bewoners onze specifieke aandacht, aangezien zij het grootste deel van de huishoudens vertegenwoordigen. We investeren in het realiseren van voldoende passende woningen voor ouderen. Het gaat daarbij bovenal om het creëren van nultredenwoningen. In de regionale woonvisie wordt dit speerpunt ook beschreven, met bijbehorende maatregelen. Denk daarbij aan het delen van kennis en verwijzen (van inwoners) naar subsidiemogelijkheden en het inrichten van stimuleringsregelingen. Het is hierbij van belang om oog te houden voor de minder kapitaalkrachtige inwoners in onze gemeente. We ontwikkelen passende woonvormen voor inwoners die doorstromen vanuit instellingen, waaronder het beschermd wonen en de maatschappelijke opvang, naar zelfstandig(er) wonen. Hierbij hebbenn we oog voor de diversiteit van de verschillende doelgroepen en ontwikkelen gericht passende woonvormen, bijvoorbeeld prikkelarm bouwen voor (kwetsbare) inwoners met een kleine portemonnee, Tiny Houses4 en Skaeve Huse5. We houden zicht op in-, door- en uitstroomcijfers voor verblijfsvoorzieningen. We verkennen de mogelijkheden om lokaal (en wellicht ook regionaal) centraal inzicht te krijgen en te houden.
Hiermee houden we grip op de vraag en behoefte ontwikkeling naar (specifieke) voorzieningen, maar ook houden we zicht op de jaarlijkse uitstroom naar zelfstandig wonen (en het aantal wooneenheden dat hiervoor nodig is).
4.3 Innovatie en vernieuwing We vinden het belangrijk om het woonzorgaanbod in onze gemeente te blijven innoveren. Dit maakt dat we willen investeren in nieuwe woonzorgconcepten, specifieke woonvormen en de toepassing van zorgtechnologie willen stimuleren.
4 5
We beschrijven hoe we dat gaan doen: 1. We zetten in op tijdelijke en flexibele woonoplossingen voor de huisvesting van kwetsbare doelgroepen. Dit doen we de door de mogelijkheden voor flexwonen in onze gemeente nader te onderzoeken, waarbij we ook specifiek kijken naar de mogelijkheden om (leegstaande) bedrijfspanden (zonder formele woonbestemming) om te bouwen tot flexibele, tijdelijke wooneenheden. 2. We ontwikkelen passende woonvormen voor specifieke doelgroepen die op dit moment ontbreken in het lokale of het regionale aanbod. De lokale regionale woonzorganalyses vormen hiervoor het vertrekpunt. Hierin zijn vraag en aanbod tegen elkaar afgezet en zijn de opgaven beschreven. 3. We ontwikkelen een afwegingskader om nieuwe initiatieven te beoordelen. Nieuwe initiatieven op het vlak van wonen en zorg beoordelen we op basis van een uniform en transparant afwegingskader. Hierbij sluiten we aan bij de afwegingskaders die ook door andere gemeenten in Zeeuws-Vlaanderen en Zeeland worden gehanteerd. Met het afwegingskader willen we meer ruimte bieden voor de, onder punt 4 genoemde, kleinschalige initiatieven. 4. We bieden ruimte voor kleinschalige zorgondernemers, inwonersinitiatieven en nieuwe zorgaanbieders om nieuwe passende woonvormen te ontwikkelen, waarbij uiteraard het afwegingskader voor nieuwe initiatieven van toepassing is. 5.
We stimuleren de ontwikkeling van nieuwe woonvormen (zowel bouw, als verbouw) voor een mix aan doelgroepen. Het kan daarbij gaan om het combineren van verschillende groepen kwetsbare inwoners, maar het gaat hierbij vooral om het creëren van een gezonde mix tussen kwetsbare en/of zorgbehoeftige inwoners en niet kwetsbare en/of zorgbehoeftige inwoners. Met als doel de leefbaarheid in en flexibele aanwendbaarheid van woonvormen te vergroten. 6. We borgen dat nieuwe woonvormen/wooneenheden gereed zijn voor zorgtechnologie. Dit betekent dat in iedere woning, zoveel mogelijk
pzc.nl/zeeuws-vlaanderen/proef-met-zelfstandig-en-beschermd-wonen-in-tiny-house pzc.nl/zeeuws-vlaanderen/nieuw-sociaal-project-in-terneuzen-skaeve-huse-voor-stevige-overlastgevers
HHM/LH/22/1818/wzvtnz2
13
Wonen met zorg en welzijn in de gemeente Terneuzen
7.
vanuit het principe Plug & Play, zorgtechnologie kan worden geïnstalleerd, waaronder beeldbellen en sensortechnologie. We zetten in op de mogelijkheden voor alternatieve woonzorgvormen voor de mantelzorg. Mogelijk voorbeelden hiervoor zijn mantelzorgwoningen, kangoeroewoningen, logeerhuizen en erfdelen. Als gemeente gaan we hierbij soepeler om met regels voor onder andere samenwonen. Hierbij staan we mogelijk meer toe voor bouwvormen in tuinen en op erven.
4.4 Samenwerking Het realiseren van de hiervoor genoemde speerpunten gaat niet vanzelf. Samenwerking tussen de gemeente, woningbouwcorporaties, andere woningmarktpartijen en aanbieders van zorg, welzijn en ondersteuning zijn van groot belang. Maar ook de verbinding met aanpalende beleidsterreinen en organisaties die hierop actief zijn moet daarbij niet vergeten worden.
❶ ❷ ❸ ❹
5.
zorg- als veiligheidsdomein raken, is het cruciaal dat ketenpartners goed samenwerken en begrip krijgen voor elkaars positie en werkwijze. We bundelen krachten om 24/7 bereik- en oproepbaarheid mogelijk te maken. We onderzoeken hoe in andere regio’s dit vraagstuk is opgepakt en ingericht om te bepalen wat het best past in onze regio.
4.5 Van speerpunten naar uitvoering Door in te zetten op deze speerpunten beogen we een veilig, gezond en aantrekkelijk woonleefklimaat te realiseren, ook voor onze inwoners die nu en in de toekomst met aandoeningen of beperkingen worden geconfronteerd. Deze opdracht dient in gezamenlijkheid, met inwoners en maatschappelijk partners te worden opgepakt. In het volgende, afsluitende hoofdstuk beschrijven we de vervolgstappen om van speerpunten tot uitvoering te komen.
We beschrijven hoe we dat gaan doen: 1. We ontwikkelen samenhangend beleid op het vlak van wonen, zorg én onderwijs en arbeidsmarkt. We vinden het belangrijk om onderwijs en arbeidsmarkt hieraan te verbinden, gelet op het groeiende tekort aan zorgprofessionals. 2. We verbinden de verschillende vormen van daginvulling (nog meer) met sport en recreatie. Gezond leven begint bij een actief leven. We zoeken actief naar mogelijkheden om sport en recreatie ook toegankelijk te maken en te houden voor kwetsbare inwoners. 3. We ontwikkelen oplossingen om voorzieningen bereik- en beschikbaar te houden, ook voor inwoners die op het vlak van mobiliteit beperkingen ervaren. Het inzetten van collectief vervoer als algemene voorzieningen is één van de oplossingsrichtingen, maar ook investeren in vervoersoplossingen op basis van vrijwilligheid (zoals Automaatje) is nodig. 4. We blijven investeren in de samenwerking tussen de zorg- en de veiligheidsketen. In situaties met complexe problematiek die zowel het
HHM/LH/22/1818/wzvtnz2
14
Wonen met zorg en welzijn in de gemeente Terneuzen
5. En nu door! Deze woonzorgvisie biedt het kader van waaruit de gemeente Terneuzen, samen met haar inwoners en maatschappelijk partners aan de slag gaat om ook voor kwetsbare inwoners een veilig, gezond en aantrekkelijk woonleefklimaat actief te realiseren. Het proces om te komen tot een samenhangende visie op het vlak van wonen met zorg en welzijn is begeleid door bureau HHM en In.Fact.Research. In dit hoofdstuk formuleren onze bureaus enkele adviezen voor de gemeente Terneuzen en haar partners. Adviezen gericht op de vervolgstappen die nodig zijn om invulling te geven aan de speerpunten uit deze woonzorgvisie. 5.1 Borgen samenhang met aanpalend beleid Deze woonzorgvisie raakt op veel onderwerpen aanpalend beleid, op zowel lokaal, als regionaal niveau. Denk bijvoorbeeld aan beleid op de domeinen wonen, ruimtelijke ordening, sociaal domein, participatie, mobiliteit en onderwijs. In deze woonzorgvisie is geprobeerd zoveel mogelijk aan te sluiten op reeds bestaand beleid en dat specifiek op het vlak van wonen met zorg en welzijn te verdiepen.
❶ ❷ ❸ ❹
Om de samenhang te borgen kan het behulpzaam zijn om een integraal ‘kapstok-document’ op te stellen, met daarin de speerpunten uit de verschillende beleidsterreinen. Vanuit dit document wordt idealiter in één oogopslag de samenhang tussen de verschillende beleidsterreinen weergegeven. 5.2 Concretiseren naar een lokale uitvoeringsagenda Stel een uitvoeringsagenda op in lijn met de woonzorgvisie. De uitvoeringsagenda concretiseert en prioriteert de speerpunten naar acties die worden ingezet om de genoemde ambities in de praktijk te realiseren. Formuleer deze 6
acties SMART, met heldere afspraken over wie wat wanneer doet en zorg voor monitoring van de voortgang. Bij het concretiseren van de speerpunten is het zaak om de verbinding te blijven leggen met de trends, ontwikkelingen en opgaven, zoals beschreven in hoofdstuk 3. De gemeente vervult idealiter een sturende en trekkende rol in zowel de voorbereiding, als bij de totstandkoming van deze uitvoeringsagenda. Parallel of als onderdeel van de uitvoeringsagenda is het raadzaam een afwegingskader te ontwikkelen, waarlangs nieuw te ontwikkelen initiatieven op het gebied van wonen met zorg kunnen worden beoordeeld. Sluit hierbij vooral aan op reeds bestaande afwegingskaders in de regio of in de provincie 6. 5.3 Opschalen naar regionaal niveau De drie Zeeuws-Vlaamse gemeenten hebben, na vaststelling van de woonzorgvisie van de gemeente Terneuzen, meerjarig beleid ontwikkeld op het vlak van wonen met zorg en welzijn. Het is wenselijk om op korte termijn de ambities en speerpunten uit de verschillende woonzorgvisies en bijbehorende uitvoeringsagenda’s integraal op regionaal niveau bij elkaar te brengen, met als doel om uiteindelijk, samen met de gemeente Hulst en de gemeente Sluis te komen tot een regionale woonzorgvisie, maar wellicht nog belangrijker: één regionale uitvoeringsagenda. Deze regionale agenda richt zich primair op de opgaven die gemeenteoverstijgend moeten worden opgepakt.
Denk bijvoorbeeld aan het aanpakken van de zorgkloof, het organiseren van een passend aanbod voor beschermd wonen en de maatschappelijke opvang en het organiseren van 24/7 bereik- en beschikbaarheid van zorg in (kleinere) kernen.
Onder andere de gemeente Hulst en Schouwen-Duiveland beschikken beiden over een dergelijk afwegingskader.
HHM/LH/22/1818/wzvtnz2
15
Wonen met zorg en welzijn in de gemeente Terneuzen
Bijlage 1.
Woonzorganalyse Zie het rapport met onderstaande kenmerken: Titel
Wonen met zorg in Terneuzen Zicht op de opgave Auteurs Lennart Homan (Bureau HHM) Lieset Jenneboer (Bureau HHM) Johan van Iersel (In.Fact.Research) Opdrachtgever Gemeente Terneuzen Kenmerk HHM/LH/21/0396/wzvtnz Datum 24 februari 2021
❶ ❷ ❸ ❹ HHM/LH/22/1818/wzvtnz2
16
Wonen met zorg en welzijn in de gemeente Terneuzen
Bijlage 2.
Overzicht betrokken maatschappelijk partners • • • • • • • • • • • • • • • • •
❶ ❷ ❸ ❹
Aan-z Adviesraad Wmo Clavis Cooperatie Kleinschalige Zorg (CKZ) Emergis Juvent Leger des Heils Nucleus Zorg Prokino Samenwerkende Zorgboeren Zuid Stichting 't Huus SVRZ Tragel Woongoed Zeeuws-Vlaanderen Zeeuwse Gronden Zorgboerderij Binnenste Buiten Zorgsaam
Ook zijn de wijk- en kernraden gevraagd om informatie te leveren ten tijde van de ontwikkeling van de woonzorganalyse. De woonzorgvisie wordt daarnaast in concept-vorm nog aan hen en overige geïnteresseerde inwoner (vertegenwoordiger)s teruggelegd.
HHM/LH/22/1818/wzvtnz2
17
Wonen met zorg en welzijn in de gemeente Terneuzen
Bijlage 2.
Begrippenlijst Wlz Wet langdurige zorg. Mensen die blijvend permanent toezicht nodig hebben of 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig hebben, kunnen een beroep doen op de Wlz.
❶ ❷ ❸ ❹
vpt Volledig pakket thuis. Een leveringsvorm binnen de Wlz, waarbij de volledige zorg thuis wordt geboden in plaats van in een verpleeghuis. Nuldelijnszorg Zorg en ondersteuning geboden door het sociaal netwerk, zoals familie, mantelzorgers en vrijwilliger.
Wmo Wet maatschappelijke ondersteuning. Mensen die hulp nodig hebben bij zelfstandig thuis wonen en het ontmoeten van anderen, kunnen een beroep doen op de Wmo.
Eerstelijnszorg Zorg waar mensen terecht kunnen zonder verwijzing, zoals huisartsenzorg en verpleging.
Zvw Zorgverzekeringswet. Mensen die gebruikmaken van medische zorg, zoals ziekenhuis- of huisartsenzorg, kunnen een beroep doen op de Zvw.
Tweedelijnszorg Zorg waar mensen terecht kunnen met verwijzing, zoals ziekenhuiszorg en revalidatie.
Intramuraal 24-uurszorg binnen een zorginstelling, verpleeghuis of ziekenhuis.
Geschikte woning Geschikt zijn alle toe- en doorgankelijke woningen. Woningen waar alle primaire functies (badkamer, keuken en minimaal één slaapkamer) zonder traplopen te bereiken zijn. Het gaat dan om appartementen met lift, appartementen op de begane grond en bungalows.
Extramuraal Zorg buiten een zorginstelling, verpleeghuis of ziekenhuis. Bijvoorbeeld huisartsenzorg of verpleging. pgb Persoonsgebonden budget, een bedrag waarmee een cliënt zorg inkoopt bij een zorgverlener. mpt Modulair pakket thuis. Een leveringsvorm binnen de Wlz, waarbij (delen van de) zorg thuis wordt geboden in plaats van in een verpleeghuis.
HHM/LH/22/1818/wzvtnz2
Aanpasbare woning Aanpasbaar zijn alle woningen waarvoor geldt dat de situatie van toe- en doorgankelijkheid met een redelijke investering (maximaal€ 10.000,-) gecreëerd kan worden. In de praktijk zijn dat alle gezinswoningen, waarin voldoende ruimte is om een traplift te plaatsen. Ongeschikte woning Ongeschikt zijn alle woningen waarvoor dit niet geldt. Appartementen – niet op de begane grond – zonder lift, wonen boven winkels en kleine gezinswoningen zonder de mogelijkheid voor het plaatsen van een traplift.
18