CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-01-18 a. bestemmingsplan Sluiskil, Zuidhof - Ontwerpbesluit

gemeenteraad 2 februari 2023, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Sluiskil, Zuidhof23.599 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeenteraad Ontwerpbesluit

Zitting van 2 februari 2023 Omgeving & Economie - Planvorming zaaknummer: 8142

2023_Raad_00007 - Vaststelling (ongewijzigd) bestemmingsplan Sluiskil, Zuidhof (uitbreiding woonwagencentrum) Portefeuillehouder Frank Hulle,van Programma en/of paragraaf Programma Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing Besluit Besluitpunt 1 De gemeenteraad besluit het bestemmingsplan 'Sluiskil, Zuidhof' als vervat in het GMLbestand NL.IMRO.0715.BPSLZ08-VG01 met bijbehorende bestanden zowel in digitale als analoge vorm ongewijzigd vast te stellen. Besluitpunt 2 De gemeenteraad besluit geen exploitatieplan vast te stellen conform artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening. Wat is de aanleiding? Op 30 juni 2020 stelde de gemeenteraad het 'Beleidskader voor woonwagens en woonwagenstandplaatsen' vast. Doel van het beleidskader is het behoud van de cultuur van de woonwagencentra te waarborgen en de centra uit te breiden, zodat jongeren op de centra kunnen blijven. Het bestemmingsplan Sluiskil, Zuidhof geeft uitvoering aan het vastgestelde beleidskader door te voorzien in de uitbreiding van het bestaande woonwagencentrum Zuidhof te Sluiskil met 6 standplaatsen. Wat willen we bereiken? Uitvoering geven aan één van de doelstellingen van het door de gemeenteraad vastgestelde beleidskader voor woonwagenstandplaatsen en woonwagens, namelijk de uitbreiding van een centrum zodat jongeren op het centrum kunnen blijven wonen.

1/294

Argumenten 1.1 Bestemmingsplan valt binnen het beleidskader woonwagenstandplaatsen en woonwagens Het bestemmingsplan Sluiskil, Zuidhof geeft uitvoering aan één van de doelstellingen van het beleidskader woonwagenstandplaatsen en woonwagens, namelijk het voorzien in de uitbreiding van een bestaand woonwagencentrum zodat jongeren op het centrum kunnen blijven wonen. 1.2 Er zijn geen zienswijzen ingediend Tijdens de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan werden geen zienswijzen tegen het plan ingediend. Kanttekeningen N.v.t. Wat mag het kosten? De kosten voor het opstellen van dit bestemmingsplan vangen wij op binnen het beschikbare budget voor de actualisering van bestemmingsplannen. Wat gaan we ervoor doen? Na vaststelling door de gemeenteraad: •

maken wij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan 'Sluiskil, Zuidhof' inclusief collegebesluit hogere grenswaarde bekend in ZVA en Gemeenteblad;

•

publiceren wij het bestemmingsplan digitaal op de landelijke voorziening (www.ruimtelijkeplannen.nl) en de gemeentelijke website;

•

ligt het bestemmingsplan gedurende 6 weken ter inzage voor de beroepstermijn bij de Raad van State.

Bijlagen 1. VGBP Sluiskil, Zuidhof .pdf

2/294

VASTGESTELD

BESTEMMINGSPLAN SLUISKIL, ZUIDHOF

ORDITO.NL

3/294

BESTEMMINGSPLAN SLUISKIL, ZUIDHOF GEMEENTE TERNEUZEN Planstatus

Vastgesteld

Datum

09 - 12 - 2022

Plan identificatie

NL.IMRO.0715.BPSLZ08-VG01

Auteur(s)

Rinaldo Konings, Cristian van Kuijk

Ordito b.v.

E

info@ordito.nl

Postbus 94

T

0161 801 022

5126 ZH

I

www.ordito.nl

Gilze

KVK

54811554

4/294

TOELICHTING

5/294

1.

Inleiding

3

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Geldend bestemmingsplan Bij het plan behorende stukken Leeswijzer

3 3 4 5 5

2

Bestaande en toekomstige situatie

6

2.1 2.2 2.3

Historische context Ruimtelijke structuur omgeving Bestaande situatie

6 7 7

3.

Toekomstige situatie

9

3.1 3.2

Stedenbouwkundig plan Verkeer en parkeren

9 10

4.

Beleidskader

11

4.1 4.2 4.3

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

11 12 14

5

Randvoorwaarden

17

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10

Archeologie Bedrijven en milieuzonering Bodemkwaliteit Cultuurhistorie Externe veiligheid Geluid Luchtkwaliteit Natuurwetgeving Water Vormvrije mer

17 23 24 25 28 31 32 33 38 41

6.

Juridische aspecten

42

6.1 6.2 6.3

Verbeelding Planregels Toelichting op de bestemmingen

42 42 42

7.

Uitvoerbaarheid

45

7.1 7.2

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

45 45

Bijlagen: Bijlage 1: Archeologische toets Bijlage 2: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 3: Akoestisch onderzoek Bijlage 4: Besluit HGW weg- en industrielawaai Bijlage 5: Quickscan natuurwetgeving Bijlage 6: Stikstofberekening Bijlage 7: Historisch Vooronderzoek-Niet Gesprongen Explosieven Bijlage 8: Projectgebonden risicoanalyse Bijlage 9: NGE-bodemonderzoek

6/294

Locatie Zuidhof, plangebied is rood omlijnd

NL.IMRO.0715.BPSLZ08-VG01

7/294

Bestemmingsplan Zuidhof, Sluiskil

|3

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding De aanleiding voor het opstellen van het bestemmingsplan is de voorgenomen uitbreiding van het bestaande woonwagencentrum aan de Zuidhof te Sluiskil (gemeente Terneuzen). De gemeente Terneuzen is voornemens om een uitbreiding van maximaal 6 standplaatsen mogelijk te maken. Hierbij wordt aangesloten op het woonwagenbeleid van de gemeente Terneuzen om te voorzien in de uitbreidingsbehoefte voor woonwagenstandplaatsen. Het uitbreiden van het bestaande woonwagencentrum is op basis van het vigerende bestemmingsplan “Sluiskil – Zandstraat” niet mogelijk. De gronden waarop de uitbreiding van het woonwagencentrum wordt beoogd, kennen op basis van het vigerende bestemmingsplan namelijk de bestemming ‘Groen’. Dergelijke gronden zijn onder andere bestemd voor groenvoorzieningen, bermen en beplanting, paden, speelvoorzieningen, waterlopen en waterpartijen en geluidswallen. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. Om het planvoornemen juridisch-planologisch mogelijk te maken, dient het geldend bestemmingsplan “Sluiskil - Zandstraat” aangepast te worden.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied ligt ten noorden van het bestaande woonwagencentrum aan de Zuidhof en ten zuiden van de Spoorweg. Deze locatie ligt aan de zuidwestzijde van de kern Sluiskil (gemeente Terneuzen) en grenst direct aan de bestaande woningbouw aan de Zuidhof en Spoorweg. Het plangebied ligt binnen het perceel dat kadastraal bekend is als gemeente Terneuzen, sectie R, nummer 1057 en heeft een totale oppervlakte van circa 3.300 m2.

Ligging en begrenzing plangebied NL.IMRO.0715.BPSLZ08-VG01

8/294

Bestemmingsplan Sluiskil, Zuidhof

|4

1.3 Geldend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Sluiskil – Zandstraat’ dat op 3 november 2011 door de gemeenteraad is vastgesteld. Daarnaast geldt voor deze locatie de facetbestemmingsplannen ‘Parkeren Terneuzen’ (vastgesteld op 7 februari 2019) en ‘Wonen Terneuzen’ (vastgesteld op 1 juli 2021). In het bestemmingsplan heeft het plangebied de bestemming ‘Groen’ met voor het gehele plangebied de gebiedsaanduiding ‘geluidzone – industrie 1’. De gronden behorende bij het bestaande woonwagencentrum liggen ten zuiden van het plangebied en hebben de bestemming ‘Wonen’. De functieaanduiding en maatvoeringen in de onderstaande afbeelding horen bij de woonbestemming aan de Zuidhof. Hiervoor geldt de functieaanduiding ‘woonwagenstandplaats’, waardoor woonwagenstandplaatsen zijn toegestaan.

Uitsnede geldend bestemmingsplan, plangebied is rood omlijnd

De gronden behorend bij het plangebied (bestemming ‘Groen’) zijn bestemd voor groenvoorzieningen, bermen en beplanting, paden, speelvoorzieningen, waterlopen en -partijen en geluidswallen. In of op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de hoogte niet meer mag bedragen dan 3 meter. De gebiedsaanduiding ‘geluidzone - industrie 1’ is bedoeld om een te hoge geluidsbelasting vanwege het industrieterrein ‘Sluiskil-Oost/Stroodorpe-Oost’ op geluidsgevoelige objecten tegen te gaan. Binnen deze aanduiding is het niet toegestaan om gebouwen ten behoeve van geluidsgevoelige functies te bouwen, tenzij kan worden voldaan aan de geldende voorkeurswaarde of een verkregen hogere grenswaarde.

NL.IMRO.0715.BPSLZ08-VG01

9/294

Bestemmingsplan Sluiskil, Zuidhof

|5

1.4 Bij het plan behorende stukken Het postzegelbestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: • Verbeelding: Op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergegeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de regels opgenomen juridische regeling. •

Regels: In de regels is het gebruik en de bouwhoogtes van de binnen het plangebied aangegeven gronden, opstallen en ander gebruik van de gronden juridisch geregeld. Per bestemming is aangeven wat binnen die bestemming mogelijk en/of toegestaan is.

•

Toelichting: In de toelichting worden de aan het plan ten grondslag liggende gedachten en de uitkomsten van eventueel uitgevoerde onderzoeken opgenomen.

1.5 Leeswijzer De toelichting is opgebouwd uit verschillende hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de huidige situatie van het plangebied, waarna in hoofdstuk 3 de beoogde toekomstige situatie wordt weergegeven. Een beschrijving en toetsing van het relevante beleidskader op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau staat in hoofdstuk 4. Vervolgens komen in hoofdstuk 5 de milieukundige randvoorwaarden en onderzoeken aan de orde. De juridische opzet van het plan staat in hoofdstuk 6. De financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid worden in hoofdstuk 7 beschreven.

NL.IMRO.0715.BPSLZ08-VG01

10/294

Bestemmingsplan Sluiskil, Zuidhof

|6

2 BESTAANDE EN TOEKOMSTIGE SITUATIE 2.1

Historische context

Sluiskil is ontstaan uit een dorpsgemeenschap genaamd ‘Stroodorpe’ en de Kanaalweg, dat destijds bestond uit een bebouwd lint. De dorpskern Sluiskil ligt op de plaats waar rond 1825/1826 het ‘Axelsche Gat’ werd afgesloten met de komst van het ‘Kanaal van Gent naar Terneuzen’. Na de aanleg van een spoortracé van Terneuzen naar Sluiskil en van Sluiskil naar Zelzate hebben ontwikkelingen alleen nog aan de westzijde van het kanaal plaats gevonden. In het Nederlands Belgisch traktaat van 20 juni 1960 werden opnieuw afspraken gemaakt ten aanzien van de verbreding en de verdieping van het kanaal. Een gedeelte van het dorp Sluiskil is hierbij ‘in het kanaal gevallen’. In 1963 werden twee nieuwe sluizen in Terneuzen gegraven. Bij deze verbreding van het Kanaal van Gent naar Terneuzen in het begin van de jaren zestig van de twintigste eeuw werd het hart uit het dorp gehaald: ruim tweehonderd woningen, winkels, een kerk en een school moesten voor deze verbreding worden gesloopt. Verschillende maatschappelijke voorzieningen en bedrijvigheid hebben ervoor gezorgd dat Sluiskil uitgegroeid is tot een dorpskern zoals deze nu te beleven valt. Onderstaand is een kaart te zien met daarop een vergelijking van de kern Sluiskil in de periode omstreeks 1920 en 2020. Hierop is de verbreding van het Kanaal van Gent naar Terneuzen goed zichtbaar.

Vergelijking tussen het verleden en heden van de kern Sluiskil

NL.IMRO.0715.BPSLZ08-VG01

11/294

Bestemmingsplan Sluiskil, Zuidhof

|7

2.2

Ruimtelijke structuur omgeving

Sluiskil is een dorpskern, gelegen in Zeeuws-Vlaanderen en valt onder het grondgebied van de gemeente Terneuzen. De dorpskern ligt in de ontwikkelingszone Kanaalzone van het ‘Kanaal van Gent naar Terneuzen’. De kern Sluiskil wordt aan de oostzijde begrensd door het Kanaal van Gent naar Terneuzen en aan de westzijde door de provinciale rijksweg, de N252. Sluiskil bestaat hedendaags uit een structuur van oude karakteristieke bebouwingslinten en latere uitbreidingswijken. De oude bebouwingslinten zijn herkenbaar door het dichtbebouwde stratenpatroon met de daarbij horende architectuur. Onderstaande afbeelding geeft de ruimtelijke hoofdstructuur van Sluiskil weer.

Ruimtelijke hoofdstructuur Sluiskil, plangebied met een pijl aangewezen

2.3

Bestaande situatie

Het plangebied ligt ten zuiden van de Spoorweg en ten noorden van het bestaande woonwagencentrum aan de Zuidhof. Er is geen enkele vorm van verharding aanwezig. Het volledige plangebied bestaat dan ook uit akkerlandschap. Direct ten zuiden en oosten van het plangebied zijn woningen gesitueerd, waarbij de woningen ten zuiden van het plangebied behoren bij het woonwagencentrum aan de Zuidhof. De grond ten westen van de locatie bestaat, evenals het plangebied, uit graslandschap. De noordzijde van het plangebied ligt direct tegen de Spoorweg aan met daarachter eveneens graslandschap. De Spoorweg is slechts verhard tot aan huisnummer 9, waardoor de weg ter hoogte van het plangebied onverhard is.

NL.IMRO.0715.BPSLZ08-VG01

12/294

Bestemmingsplan Sluiskil, Zuidhof

|8

Luchtfoto bestaande situatie plangebied

Aanzicht plangebied vanaf de Rijksweg Terneuzen-Sas van Gent (N252)

NL.IMRO.0715.BPSLZ08-VG01

13/294

Bestemmingsplan Sluiskil, Zuidhof

|9

3.

TOEKOMSTIGE SITUATIE

3.1

Stedenbouwkundig plan

Het voorliggende bestemmingsplan betreft het mogelijk maken van een uitbreiding van het bestaande woonwagencentrum aan de Zuidhof te Sluiskil (gemeente Terneuzen). Het plangebied bestaat momenteel volledig uit onbebouwde gronden welke zijn bestemd voor groenvoorzieningen. De bedoeling is om deze gronden om te zetten naar een woonbestemming. Hierbij worden zes standplaatsen voor woonwagens toegestaan. Bouwregels Voor de zes woonkavels worden de bouwregels voor woonwagenstandplaatsen uit het geldende bestemmingsplan ‘Sluiskil-Zandstraat’ overgenomen, zoals die gelden voor het bestaande gedeelte van het woonwagencentrum Zuidhof. De maximale goothoogte van een woonwagen mag niet meer bedragen dan 4 meter. De bouwhoogte van een woonwagen mag niet meer zijn dan 4 meter hoger dan de toegestane goothoogte, oftewel maximaal 8 meter. Het maximaal aantal wooneenheden is geregeld middels een maatvoering op de verbeelding. De onderlinge afstand tussen woonwagens dient tenminste 5 meter te bedragen. Per woonwagen is maximaal één bijgebouw toegestaan, waarbij de gezamenlijke oppervlakte van één woonwagen inclusief bijgebouw en overkappingen maximaal 150 m2 mag bedragen. De voorgevels van de woonwagens mogen uitsluitend worden gebouwd in de richting van deze weg.

Waterhuishouding Vanwege de toename in oppervlakteverharding dient een compensatie van plaats te vinden om het water op te vangen. Aan de noordzijde van het plangebied is ruimte vrijgehouden voor het mogelijk maken van een waterberging. NL.IMRO.0715.BPSLZ08-VG01

14/294

Bestemmingsplan Sluiskil, Zuidhof

|10

3.2

Verkeer en parkeren

Het planvoornemen heeft een gewijzigde verkeersgeneratie als gevolg. Hierdoor dient aangetoond te worden dat het omliggende wegennetwerk de nieuwe verkeersdruk kan verwerken. Daarnaast dient aangegeven te worden hoe omgegaan wordt met parkeren. Verkeer Het voornemen aan de Zuidhof maakt de uitbreiding van maximaal 6 woonwagens mogelijk. Dwars door het plangebied wordt een weg aangelegd, waardoor aan weerszijde van deze weg woonwagens zijn gesitueerd. Het verkeer binnen het plangebied wordt ontsloten via de bestaande (nog onverharde) Spoorweg. Gelet op de grootte van de woonwagens (maximaal 150 m2), en het feit dat de woonwagens bestaan uit slechts één bouwlaag, wordt aansluiting gezocht bij het woningtype appartement (koop, appartement, midden). De verkeersgeneratie behorende bij dit woningtype, uitgaande van rest bebouwde kom en matig stedelijk, is volgens de CROW-uitgave “Toekomstbestendig parkeren 2018” minimaal 5,2 mvt/etmaal en maximaal 6,0 mvt/etmaal. De maximaal bijkomende verkeersgeneratie bij het toevoegen van zes extra woonwagens is zodoende 36 mvt/etmaal. De realisatie van het planvoornemen leidt niet tot een significante wijziging van het aantal verkeersbewegingen. Parkeren Het aantal parkeerplaatsen bij nieuwbouwlocaties wordt bepaald op basis van de parkeernorm. Een parkeernorm is een op de praktijk gebaseerd cijfer van de verwachte parkeerbehoefte.

Parkeernormen staan voor het aantal vereiste parkeerplaatsen per type bestemming. De gemeente Terneuzen heeft met het ‘Actualiseren parkeernomen gemeente Terneuzen’ bepaald dat de publicatie 'Toekomstigbestendig parkeren' van het CROW geldt als input voor de parkeernormen. De publicatie heeft als nummer 381. In de meest recente CROW-uitgave “Toekomstbestendig parkeren 2018” zijn geen kengetallen opgenomen voor woonwagens. Zodoende dient aansluiting gezocht te worden op een vergelijkbaar woningtype om te verkeersgeneratie te kunnen bepalen. De woonwagens bestaan uit één verdieping, waarbij de gezamenlijke oppervlakte van één woonwagen inclusief bijgebouw en overkappingen maximaal 150 m2 mag bedragen. Gelet op deze kernmerken wordt aansluiting gezocht bij het woningtype appartement (koop, appartement, midden). Hiervoor geldt (voor rest bebouwde kom) een parkeernorm van 1,9 parkeerplaatsen per wooneenheid. In totaal leidt het voornemen tot een parkeerbehoefte van 11,4 parkeerplaatsen. Op eigen terrein wordt voldoende ruimte vrijgemaakt om te voorzien in het benodigde aantal parkeerplaatsen. Bovendien is in het bestemmingsplan een regeling opgenomen dat moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid.

NL.IMRO.0715.BPSLZ08-VG01

15/294

Bestemmingsplan Sluiskil, Zuidhof

|11

4.

BELEIDSKADER

4.1 Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is geheel opgenomen in deze nieuwe visie. De Nationale Omgevingsvisie biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor hen liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.

Met de NOVI zet het Rijk een proces in gang waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Deze belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Door het nationale karakter van de NOVI en de kleine schaal van onderhavig plan, heeft het voornemen nauwelijks raakvlak met dit nationale kader. Met onderhavig planvoornemen zijn geen nationale belangen in het geding. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wro, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat provincies en gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, d.w.z.

door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigd in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden.

NL.IMRO.0715.BPSLZ08-VG01

16/294

Bestemmingsplan Sluiskil, Zuidhof

|12

Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een beschrijving op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de 'ladder voor duurzame verstedelijking' zoals beschreven in, het per 1 juli 2017 gewijzigde, artikel 3.1.6 Bro. Nieuwe ontwikkelingen dienen getoetst te worden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking mits er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Het begrip ‘stedelijke ontwikkeling' is in artikel 1.1.1, lid 1, sub i van de Bro gedefinieerd als: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Uit jurisprudentie blijkt dat vanaf 12 nieuwe woningen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en dat deze Ladderplichtig is. De in de toelichting van een bestemmingsplan vereiste onderbouwing van de nieuwe stedelijke ontwikkeling bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Toetsing Om te bepalen of een planvoornemen Ladderplichtig is dient getoetst te worden of de voorziene ontwikkeling wel een stedelijke ontwikkeling is. Onderliggend bestemmingsplan voorziet in de realisatie van zes wooneenheden. Het planvoornemen wordt mogelijk gemaakt binnen bestaand stedelijk gebied. Daarbij blijft de ontwikkeling onder de gestelde grens van 12 woningen. De ontwikkeling wordt daarmee niet aangeduid als nieuwe stedelijke ontwikkeling. De Ladder is niet van toepassing op het planvoornemen. Conclusie Het planvoornemen sluit aan bij het rijksbeleid.

4.2 Provinciaal beleid Omgevingsplan Zeeland 2018 Op 21 september 2018 hebben de Provinciale Staten van de Provincie Zeeland het Omgevingsplan Zeeland 2018 en de Omgevingsverordening 2018 vastgesteld. Het Omgevingsplan Zeeland 2018 geeft de provinciale visie op Zeeland. De bijbehorende regels zijn opgenomen in de verordening. Het omgevingsplan zal de transitie naar de Omgevingswet ondersteunen. Het Omgevingsplan Zeeland 2018 blijft geldig tot vaststelling van de Nieuwe Omgevingsvisie behorend bij de Omgevingswet, naar verwachting in 2021. Het Omgevingsplan Zeeland 2018 vervangt het voorgaande Omgevingsplan Zeeland 2012-2018. Het overgrote deel is geen nieuw beleid, maar flink opgeruimd en opnieuw ingericht op basis van vier grote strategische opgaven. Daarbij is het uitgangspunt dat de kwaliteiten en kans en van Zeeland op het gebied van economie, ruimte, mobiliteit, natuur, cultuur, water en milieu worden versterkt. De hoofdlijnen van het beleid richten zich daarom ook op: • Duurzame en concurrerende economie; • Klimaatbestendige en –neutrale samenleving; • Waardevolle leefomgeving;

NL.IMRO.0715.BPSLZ08-VG01

17/294

Bestemmingsplan Sluiskil, Zuidhof

|13

•

Toekomstbestendige bereikbare woon-, werk- en verblijfsomgeving.

De provincie heeft hierbij verschillende rollen en taken binnen het netwerk van samenwerkend Zeeland. Voor zover het past in het wettelijk kader wordt er uitgegaan van de filosofie uit de omgevingswet, namelijk het denken van ‘nee tenzij’ naar ‘ja, mits’ en het hanteren van loslaten en vertrouwen. De provincie streeft daarbij naar een herkenbare, prettige, schone, veilige en aantrekkelijke leefomgeving, waar mensen graag wonen, werken en verblijven, die uitnodigt tot gezond gedrag en waar de druk op de gezondheid zo laag mogelijk is. Structuur, identiteit en inpassing van nieuwe ontwikkelingen in hun omgeving zijn belangrijk voor de ruimtelijke kwaliteit. Deze is op zijn beurt weer bepalend voor het woon- en leefklimaat van steden en dorpen. Provinciale Omgevingsverordening Provincie Zeeland 2018, 7e wijziging Op 29 juni 2020 hebben de Provinciale Staten van de provincie Zeeland de Provinciale Omgevingsverordening Provincie Zeeland 2018, 7e wijziging vastgesteld. De Omgevingsverordening Zeeland 2018 vervangt de verordening ruimte provincie Zeeland. De Omgevingsverordening richt zich – net zo breed als het Omgevingsplan – op de fysieke leefomgeving in de Provincie Zeeland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening.

Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, maar ook op het gebied van mobiliteit, milieu, natuur, water en bodem. In de Omgevingsverordening staat een specifieke regel voor woonbestemmingen in bestemmingsplannen. Deze regel geldt voor een bestemmingsplan waarin een nieuwe kleinschalige woningbouwlocatie in het landelijk gebied wordt toegelaten. Hierbij wordt aannemelijk gemaakt dat wordt voldaan aan de in Bijlage C bedoelde voorwaarden. Indien een dergelijk planvoornemen hier niet aan voldoet, wordt het niet toegelaten in een bestemmingsplan. De provincie Zeeland heeft de harde grenzen van het bestaand stedelijk gebied losgelaten. De provincie heeft in de Omgevingsverordening 2018 aangegeven dat bij het bepalen van het bestaand stedelijk gebied moet worden gelet op de feitelijke situatie, de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, het bestemmingsplan en de aard van de omgeving. De omgeving van het plangebied bestaat grotendeels uit woningbouw behorende bij de kern Sluiskil. Daarbij is het plangebied in het gemeentelijk beleid aangewezen als woongebied van de kern Sluiskil en ligt het binnen de bebouwde kom. Zodoende kan gesteld worden dat het plangebied binnen bestaand stedelijk gebied ligt. De opgenomen regel in de Omgevingsverordening is hiermee niet van toepassing voor het onderhavig planvoornemen.

Binnen het bestaand bebouwd gebied is de gemeente in het algemeen vrij om te voorzien in stedelijke ontwikkelingen. Het planvoornemen voorziet in het toevoegen van 6 wooneenheden, waardoor het onder de gestelde grens blijft als ‘stedelijke ontwikkeling’. De beoogde ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van de Omgevingsverordening Zeeland 2018. Conclusie Het planvoornemen sluit aan bij het provinciaal beleid.

NL.IMRO.0715.BPSLZ08-VG01

18/294

Bestemmingsplan Sluiskil, Zuidhof

|14

4.3 Gemeentelijk beleid Structuurvisie gemeente Terneuzen 2025 Op 16 december 2010 is de Structuurvisie Terneuzen vastgesteld. De structuurvisie geeft richting aan de gewenste ruimtelijke inrichting van een gebied, waardoor voor een ieder in algemene zin duidelijk is of bepaalde initiatieven daarbinnen passen. Voor het gemeentebestuur is de structuurvisie een belangrijk kader voor de afweging van concrete ruimtelijke beslissingen en voor de inzet daartoe van uitvoeringsinstrumenten, zoals het opstellen van bestemmingsplannen, het beschikbaar stellen van financiële middelen en het sluiten van (bestuurs)overeenkomsten. De structuurvisie gaat tevens in op de wijze waarop het gemeentebestuur zich voorstelt de voorgenomen ontwikkelingen te doen verwezenlijken. De visiekaart kan gezien worden als een doorvertaling vanuit het duurzaam ruimtelijke structuurbeeld naar een te verwachten toekomstbeeld anno 2025, rekening houdende met de ontwikkelingen in de economie en in de leefomgevingskwaliteit (wonen, maatschappelijke voorzieningen, recreatie, natuur en water). Deze visiekaart is geënt op het gehele grondgebied van Terneuzen en doet derhalve geen concrete uitspraken over kleinschalige ontwikkelingen in kernen. Structuren, routes en zoneringen vormen de ingrediënten waarmee de visiekaart is opgebouwd.

Afbeelding 12 Uitsnede structuurvisie kaart gemeente Terneuzen, plangebied globaal rood omlijnd

Toetsing Het perceel ligt in een gebied dat onder ‘woongebied’ valt. Vanuit de structuurvisie is de ruimtelijke strategie voor het plangebied ‘Herstructureren’. In de gemeente is een aantal woongebieden aangewezen waarvan de bebouwde en onbebouwde omgeving zal worden geherstructureerd. Hier valt onder andere Sluiskil-zuid onder. Het planvoornemen voorziet door de uitbreiding van het bestaande woonwagencentrum in de herstructurering van de onbebouwde omgeving in een bestaand woongebied. Hierdoor is onderhavig planvoornemen passend binnen de Structuurvisie gemeente Terneuzen 2025. Excessenregeling Terneuzen, Beleidsnota welstand (2013) De gemeenteraad van Terneuzen heeft eind 2012 besloten het welstandsbeleid te herzien. Hierbij heeft de gemeenteraad tevens gebruik gemaakt van de mogelijkheid die de wetgever biedt om de welstandscommissie af te schaffen. Het nieuwe welstandsbeleid, de excessenregeling, wordt ambtelijk getoetst.

NL.IMRO.0715.BPSLZ08-VG01

19/294

Bestemmingsplan Sluiskil, Zuidhof

|15

Het ‘nieuwe’ welstandsbeleid van de gemeente Terneuzen gaat uit van de gedachte dat burgers zelf voldoende inzicht hebben in redelijke eisen van welstand. De gemeente zorgt daarom slechts voor een minimaal noodzakelijk vangnet voor ruimtelijke kwaliteit. De gemeente grijpt alleen achteraf in bij een exces. Van een exces is sprake wanneer een bouwwerk in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand. Criteria hiervoor zijn opgenomen in de beleidsnota welstand. Voor monumenten en een aantal beeldbepalende boerderijen en schuren in het buitengebied zal welstandstoezicht vooraf blijven bestaan. Toetsing Voor het planvoornemen is geen welstandstoezicht van toepassing, met uitzondering van de excessenregeling. Beleidskader voor woonwagens en woonwagenstandplaatsen Op 30 juni 2020 heeft de gemeente Terneuzen het Beleidskader voor woonwagens en woonwagenstandplaatsen vastgesteld. Naar aanleiding van uitspraken van diverse instanties over de mensenrechten van woonwagenbewoners heeft het ministerie van BZK het Beleidskader gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid uitgebracht. Dit beleidskader is onder meer bestemd voor gemeenten, omdat zij op lokaal niveau invulling geven aan het huisvestingsbeleid, waartoe ook woonwagens en standplaatsen behoren. Het beleidskader maakt een heroriëntatie op het door de gemeenten gevoerde beleid noodzakelijk.

De woonvorm van een woonwagen op een woonwagenstandplaats wordt in de gemeente Terneuzen aangeboden op daarvoor bestemde woonwagenlocaties. In onderstaand overzicht is het aantal standplaatsen per woonwagencentrum in de gemeente Terneuzen weergegeven. Woonwagencentrum Bernhardstraat, Westdorpe Emmahof, Koewacht Liniehof, Axel Noordhof, Terneuzen Oosthof, Zaamslag St. Hubrechtstraat, Hoek Zuidhof, Sluiskil Totaal

Standplaatsen 16 18 6 10 12 6 12 80

De gemeente Terneuzen heeft daarbij een wachtlijst voor geplaatste gegadigden voor een standplaats. Per 1 maart 2019 stonden In Terneuzen in totaal 45 gegadigden voor een standplaats geregistreerd. De gemeente spant zich in om het aantal woonwagenstandplaatsen in redelijke verhouding te brengen tot de vraag daarnaar. Om te beginnen betekent dit dat, zolang er een tekort is aan woonwagenplaatsen, geen bestaande standplaatsen worden opgeheven tenzij daar dwingende redenen voor zijn. In dat geval wordt een vervangende plek gezocht. De noodzaak tot uitbreiding van het aantal standplaatsen wordt bepaald door het aantal op de wachtlijst vermelde personen en de tijdspanne dat betrokkenen op de standplaatswachtlijst vermeld staan. Toetsing In de gemeente Terneuzen staan in totaal 45 gegadigden geregistreerd op de wachtlijst. Dit is meer dan de helft van alle woonwagenstandplaatsen welke op dit moment aanwezig zijn. Onderhavig

NL.IMRO.0715.BPSLZ08-VG01

20/294

Bestemmingsplan Sluiskil, Zuidhof

|16

planvoornemen voorziet in het toevoegen van 6 standplaatsen in aansluiting op een bestaand woonwagencentrum. Hiermee wordt het tekort aan woonwagenstandplaatsen verkleind, waardoor het aantal woonwagenstandplaatsen meer in verhouding wordt gebracht met de vraag daarnaar. Hierdoor sluit het voornemen aan op het Beleidskader voor woonwagens en woonwagenstandplaatsen. Conclusie Het planvoornemen sluit aan bij het gemeentelijk beleid.

NL.IMRO.0715.BPSLZ08-VG01

21/294

Bestemmingsplan Sluiskil, Zuidhof

|17

5 RANDVOORWAARDEN Dit hoofdstuk bevat een beschouwing op die factoren die een beperking kunnen inhouden voor het planvoornemen. Het gaat hierbij om onder andere archeologie, bodem, externe veiligheid, luchtkwaliteit en water.

5.1

Archeologie

Wettelijk kader en beleid Met de ondertekening van het Verdrag van Malta in 1992 door bijna alle Europese landen (waaronder Nederland), werd archeologie steeds meer een onderdeel van de ruimtelijke planvorming. Sinds het in werking treden van de Wet op de archeologische monumentenzorg (WAMZ) op 1 september 2007 dienen alle bestemmingsplannen en beheersverordeningen voorzien te zijn van een archeologische paragraaf, waarin is opgenomen hoe wordt omgegaan met bekende en te verwachten archeologische waarden. De Erfgoedwet uit 2016 borduurt hier op voort. Interim-beleid archeologie gemeente Terneuzen Op 27 januari 2011 is door de gemeenteraad van Terneuzen het Interim-beleid archeologie vastgesteld. De insteek van dit beleid is het regelen van archeologie in ruimtelijke plannen. In een cyclus van 10 jaar zullen alle ruimtelijke plannen aangepast worden, waarbij archeologie in de plannen zal worden ingebracht of geactualiseerd aan de hand van het dan geldende beleid. Als vangnet fungeert de Erfgoedverordening Terneuzen 2011. Deze verordening is geactualiseerd en is in samenhang met het archeologiebeleid opnieuw vastgesteld. In lijn met de intentie van de wetgever wordt een algemene vrijstelling voor archeologie verleend tot 100 m 2 voor de zogenaamde kruimelgevallen.

De achterliggende gedachte van het archeologiebeleid is het in beeld brengen van de gebieden in de gemeente Terneuzen met een archeologische verwachtingswaarde. Deze verwachtingswaarde kan per gebied en per geologische laag verschillen. De insteek is daarbij soepel waar het kan en streng waar nodig. Voor een aantal gebieden is de huidige kennis ontoereikend. Deze leemten worden in de toekomst ingevuld. Aan de hand van de archeologische verwachtingswaarde wordt per deelgebied een grens gesteld waarboven archeologisch onderzoek verplicht is en waaronder vrijstelling wordt verleend. Een en ander is uitgewerkt in een stroomschema in bijlage 1 van de beleidsnota ‘De onderste steen boven? Interim-beleid archeologie gemeente Terneuzen’. Wanneer archeologisch onderzoek verplicht is, dient de archeologische monumentenzorg cyclus (AMZ-cyclus) te worden doorlopen. Deze cyclus is er op gericht om te beoordelen of verdergaand onderzoek of behoud noodzakelijk is. Voor de uitvoering en de beoordeling van de onderzoeken wordt aangesloten bij de landelijke en provinciale regelgeving. Door deze cyclus op een goede manier te doorlopen kan een gedegen afweging gemaakt worden waar behoud ter plaatse (in situ) of een opgraving (ex situ) noodzakelijk is of achterwege kan blijven.

Toetsingscriteria Om inzicht te krijgen in de archeologische verwachtingswaarde van een gebied of locatie dient aan vijf criteria te worden getoetst. Daarnaast dient de actuele vrijstellingenkaart archeologie van de gemeente geraadpleegd te worden.

NL.IMRO.0715.BPSLZ08-VG01

22/294

Bestemmingsplan Sluiskil, Zuidhof

|18

1. De Archeologische Monumentenkaart (AMK). Deze kaart geeft de wettelijk beschermde archeologische monumenten weer, waarvoor het Rijk bevoegd gezag is. In de gemeente Terneuzen zijn dat restanten van kastelen in Axel en Zaamslag (Torenberg). Daarnaast bevat de kaart de door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) gewaardeerde gebieden met een (hoge) archeologische waarde. Dit betreft vele oude dorps- en stadskernen zoals Axel, de oude kern van Terneuzen en Zaamslag. 2. De Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW). Deze kaart geeft de trefkans weer op het aantreffen van archeologische vindplaatsen binnen de bovenste 1,20 meter van de bodem. Deze kaart is gebaseerd op de Geomorfologische en Geologische kaart van Nederland. Bij een hoge trefkans wordt aangesloten bij de wettelijke vrijstelling van 100 m 2. Voor een middelhoge trefkans kan een ruimere norm gelden. Deze wordt arbitrair vastgelegd op 500 m 2. 3. Archis (Archeologisch Informatie Systeem) 3.0. Dit is de landelijke database waarin alle (recent uitgevoerde) archeologische onderzoeken en vondsten worden opgeslagen. Deze database geeft een indicatie van de vondsten die gedaan zijn. Veel of belangrijke vondsten kunnen een hogere archeologische verwachtingswaarde geven aan een gebied. 4.

Archief van het Zeeuws Archeologisch Depot (ZAD) en informatie die aanwezig is bij de beleidsmedewerker archeologie van de gemeente. In het ZAD berusten de verslagen van een aantal in het verleden in Zeeland uitgevoerde archeologische onderzoeken, gegevens over losse vondsten en dergelijke. Dit archief geeft een indicatie van de vondsten die in het verleden gedaan zijn. Veel of belangrijke vondsten kunnen een hogere archeologische verwachtingswaarde geven aan een gebied. In de praktijk wordt de toets op Archis, ZAD en gemeente gecombineerd, of in het kader van het bureauonderzoek uitgevoerd. 5. De bodemopbouw. Aan de hand van de Geologische kaart van Nederland kan nagegaan worden welke geologische, voor de archeologie relevante, bodemlagen aanwezig zijn. Daarbij kan gedacht worden aan de volgende bodemlagen: o Pleistoceen dekzand: vanaf de Steentijd o Hollandveen: vanaf de ijzertijd en Romeinse tijd o Duinkerke II, inclusief ‘oudere afzettingen van Duinkerke’: vanaf de middeleeuwen o Duinkerke IIIa/b: vanaf de Nieuwe Tijd In de loop van 2014 werd door de gemeente de vrijstellingenkaart archeologie opgesteld en deze werd in 2017 geactualiseerd. Op deze kaart is aangegeven waar en met welke diepte de vrijstellingsdiepte verruimd kan worden.

NL.IMRO.0715.BPSLZ08-VG01

23/294

Bestemmingsplan Sluiskil, Zuidhof

|19

Toetsing 1. De Archeologische Monumentenkaart (AMK) Binnen de grenzen van het plangebied bevinden zich volgens de Archeologische Monumentenkaart (AMK) geen terreinen met een vastgestelde archeologische waarden.

Uitsnede Archeologische Monumentenkaart (AMK), plangebied globaal rood omlijnd

2. De indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) Op de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) ligt het plangebied binnen een zone die wordt gekenmerkt door een zeer lage trefkans op het aantreffen van archeologische waarden.

Uitsnede Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW), plangebied globaal rood omlijnd

NL.IMRO.0715.BPSLZ08-VG01

24/294

Bestemmingsplan Sluiskil, Zuidhof

|20

3. Archeologische Informatie Systeem (Archis) Ten behoeve van het Archeologisch Informatie Systeem (Archis) heeft Aeres Milieu B.V. een archeologische toets ten behoeve van Archis voor het plangebied ten noorden van het bestaande woonwagencentrum aan de Zuidhof uitgevoerd. Binnen de omgeving van het plangebied zijn er geen archeologische monumenten, onderzoeksmeldingen of vindplaatsen bekend. In onderstaande tabel is een overzicht van de Archismeldingen binnen een straal van 500 meter rond het plangebied weergegeven.

Overzicht van Archismeldingen binnen een straal van 500 meter rond het plangebied

NL.IMRO.0715.BPSLZ08-VG01

25/294

Bestemmingsplan Sluiskil, Zuidhof

|21

Bekende archeologische gegevens rondom de onderzoekslocatie, plangebied rood omlijnd

4. Zeeuws Archeologisch Depot (ZAD) Aeres Milieu B.V. heeft navraag gedaan of er informatie bekend is van het plangebied of de omgeving in het Zeeuws Archeologisch Depot (ZAD). Hierbij is op 11 oktober 2021 per mail aangegeven dat in het archief van het ZAD geen aanvullende informatie bekend is. 5. Bodemopbouw Uit de geologische kaart van Van Rummelen blijkt dat het plangebied zich geheel bevindt op kreekafzettingen van Duinkerke IIIb. Op gronden met afzettingen van Duinkerke III geldt geen onderzoeksplicht bij bodemverstoringen.

NL.IMRO.0715.BPSLZ08-VG01

26/294

Bestemmingsplan Sluiskil, Zuidhof

|22

Uitsnede geologische kaart Van Rummelen, plangebied globaal rood omlijnd

6. Vrijstellingenkaart Uit de ‘vrijstellingenkaart gemeente Terneuzen 2017’ blijkt dat voor het plangebied een vrijstellingsdiepte tot 4 m –mv geldt.

Uitsnede vrijstellingenkaart gemeente Terneuzen 2017, plangebied is paars omlijnd

Conclusie Binnen het plangebied zijn, op basis van de archeologische toets, geen aanwijzingen aanwezig van eventuele archeologische resten. Zodoende kan geconcludeerd worden dat nader archeologisch NL.IMRO.0715.BPSLZ08-VG01

27/294

Bestemmingsplan Sluiskil, Zuidhof

|23

onderzoek niet noodzakelijk wordt geacht, waardoor een dubbelbestemming specifieke Waarde Archeologie geen onderdeel uitmaakt van de regels en/of verbeelding van dit bestemmingsplan. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.2

Bedrijven en milieuzonering

De Wet milieubeheer zorgt ervoor dat milieuoverlast in woongebieden zoveel mogelijk wordt beperkt. Alle voorzieningen en bedrijven die overlast veroorzaken moeten daarom een vergunning hebben in het kader van de Wet milieubeheer. In de Handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de VNG (Vereniging van Nederlandse Gemeenten) is een indicatieve richtafstandenlijst voor milieubelastende activiteiten opgenomen. Alle bedrijven die in de buurt van de planlocatie liggen worden aan de hand van een milieucategorie verbonden met een maximale hinderafstand. In deze paragraaf dient getoetst te worden of de voorgenomen functie past binnen het plangebied met inachtneming van eventuele milieubelastende functies in de directe omgeving. Onderzoek De benodigde afstand tussen bedrijven en woonbuurten is afhankelijk van aard en omvang v an het bedrijf en de omgeving. Voor een rustige woonomgeving gelden andere eisen dan voor drukke woonwijken, gemengde gebieden en landelijk gebied. Het plangebied ligt nabij de (westelijk gelegen) Rijksweg en bevindt zich binnen de geluidszone Sluiskil-Oost. Gelet op de omgevingskarakteristieken kan voor dit gebied gesproken worden van het omgevingstype gemengd gebied. In de nabijheid van het plangebied komen de volgende bedrijven en instellingen voor: Locatie

Soort bedrijf/instelling /terrein

Milieucategorie

Richtafstand

Leidinglaan 7

Transport- en verhuurbedrijf Groothandel in overige consumentenartikelen Bedrijventerrein

3.1

30 meter

Werkelijke afstand tot grens bestemmingsplan ± 190 meter

2

10 meter

± 230 meter

3.2

50 meter

± 230 meter

Bedrijventerrein

3.2

50 meter

± 390 meter

Bedrijventerrein

4.1

100 meter

± 580 meter

Stroodorpe 33 Bedrijventerrein Drieschouwen, Vaartwijk en Stroodorpe Bedrijventerrein – haven – A (noordzijde) Bedrijventerrein – haven – A (zuidzijde)

Milieuzonering plangebied (op basis van richtafstanden omgevingstype rustige woonwijk)

In de nabijheid van het plangebied zijn meerdere bedrijven en bedrijventerreinen gesitueerd. Bij het bepalen van de milieucategorie voor de bedrijventerreinen is uitgegaan van de planologisch maximaal toegestane situatie. De toekomstige milieugevoelige bebouwing binnen het plangebied ligt op voldoende afstand van de milieubelastende activiteiten, waardoor sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Daarnaast kan gesteld worden dat omliggende bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt.

NL.IMRO.0715.BPSLZ08-VG01

28/294

Bestemmingsplan Sluiskil, Zuidhof

|24

Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.3

Bodemkwaliteit

Wettelijk kader en beleid Bij het opstellen/wijzigen van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik (functie) van die bodem, of dat beiden alsnog op elkaar kunnen worden afgestemd. Bodemgebruiksfuncties nemen namelijk af naarmate bodemverontreinigingen en gerelateerde risico’s toenemen. Sanerende maatregelen kunnen nodig zijn. Het gemeentelijk bodemkwaliteitsbeleid volgt de kaderwet Wet bodembescherming en daaruit voortvloeiende regelgeving. Uitgangspunten zijn dat de bodem duurzaam geschikt moet zijn voor de beoogde functie en dat de bodemkwaliteit niet mag verslechteren. Verontreinigingen in stabiele eindsituaties worden daarbij niet vanzelfsprekend geaccepteerd; voor mobiele verontreinigingen moeten maatregelen gericht zijn op verwijderen en soms is het inpassen van immobiele verontreinigingen onder voorwaarden toelaatbaar. De oppervlakte van het plangebied en de conclusie van een vooronderzoek (historisch onderzoek) zijn bepalend voor het uitvoeren van eventueel veld- en laboratoriumonderzoek, op basis waarvan (on)mogelijkheden inzichtelijk worden. Het planvoornemen betreft de uitbreiding van het bestaande woonwagencentrum op onbebouwde gronden.

Voor deze ontwikkeling is het, in het kader van een goede ruimtelijke ordening, noodzakelijk om aan te tonen dat de bodem waarop de ontwikkeling plaatsvindt niet verontreinigd is voor de nieuwe functie. Conform de richtlijnen van de NEN 5740 is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Verkennend bodemonderzoek Ten behoeve van de voorgenomen wijziging van het bestemmingsplan is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd aan de Spoorweg ter hoogte van het Zuidhof in Sluiskil (toegevoegd als bijlage). Het doel van het bodemonderzoek is het vaststellen van de algemene milieuhygiënische bodemkwaliteit. Algehele kwaliteit Grond In het opgeboorde materiaal zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op de mogelijke aanwezigheid van een bodemverontreiniging. In de bovengrond is een licht verhoogde gehalten aan PCB aangetoond. In de ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond ten opzichte van de achtergrondwaarden. De boven- en ondergrond voldoen bij indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit aan de bodemkwaliteitsklasse “Altijd toepasbaar”. Grondwater In het grondwater zijn geen verhoogde concentraties gemeten ten opzichte van de streefwaarden. Uitzondering hierop is de parameter naftaleen die in zeer licht verhoogde mate is gemeten.

NL.IMRO.0715.BPSLZ08-VG01

29/294

Bestemmingsplan Sluiskil, Zuidhof

|25

Aanbevelingen In de huidige situatie zijn er geen actuele risico’s. Derhalve worden geen beperkingen aan het bodemgebruik gesteld. De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek. Conclusie Het aspect bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.4

Cultuurhistorie

Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Hiermee is het wettelijk verplicht om in de toelichting van een ruimtelijk plan een beschrijving op te nemen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Naast archeologie moet ook het aspect historische bouw worden opgenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Handreiking landschap De gemeente Terneuzen heeft samen met de gemeenten Sluis en Hulst de Handreiking Landschap Provincie Zeeland opgesteld. Hierin is van relevante cultuurhistorische elementen en objecten beschreven hoe bepalend en leesbaar ze zijn, op welk bestuurlijk niveau en met welk planologisch instrument regulering plaats zal vinden en welke strategie eraan gekoppeld kan worden. De Handreiking Landschap noemt vier strategieën die gekoppeld kunnen worden aan cultuurhistorische elementen en objecten: 1. Behoud: hierbij gaat het voornamelijk om monumentale objecten met landschapshistorische waarde (molens, vliedberg e.d.), alsmede de landschapsreservaten en delen van het landschap met zeer hoge mate van bepaaldheid en gaafheid; 2. Behoud ruimtelijke karakteristiek: conservering van de bestaande ruimtelijke kenmerken van het landschap staat voorop.

Er worden geen nieuwe ontwikkelingen toegestaan die deze ruimtelijkheid veranderen. Het gebied hoeft echter niet bij voorbaat zijn huidige functie te behouden. Deze strategie komt in Terneuzen in de praktijk niet voor; 3. Behoud door ontwikkeling: de bestaande landschapsstructuur en mate van verdichting is richtinggevend voor mogelijk veranderingen. De veranderingen moeten passen in de structuur. Verandering van functie is nadrukkelijk een optie. De mate waarin veranderingen optreden kan per gebied verschillend zijn. Nadere afweging is hierbij noodzakelijk; 4. Vernieuwing: de bestaande landschapsstructuur verandert ingrijpend. Functies veranderen. De veranderingen zijn echter passend binnen het DNA van het betreffende gebied. Cultuurhistorische waardenkaart De cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Terneuzen bestaat uit drie kaartbladen: 'behoud', 'behoud door ontwikkeling' en 'vernieuwing mogelijk'. In de onderstaande afbeeldingen zijn uitsneden van de drie kaartbladen (incl. legenda) voor het beoogde plangebied weergegeven. Per kaartblad wordt uitgelegd welke strategie voor de locatie geldt. Behoud: De strategie voor het plangebied is niet specifiek gericht op het behouden of beschermen van landschapsreservaten en delen van het landschap met zeer hoge mate van bepalendheid of

NL.IMRO.0715.BPSLZ08-VG01

30/294

Bestemmingsplan Sluiskil, Zuidhof

|26

monumentale objecten met landschapshistorische waarde. Verder zijn er binnen de kern Sluiskil een tweetal gemeentelijke monumenten aanwezig.

Cultuurhistorische waardenkaart, kaartblad ‘Behoud’ met plangebied in rood

Behoud door ontwikkeling: De strategie voor het plangebied is niet specifiek gericht op het versterken, verbreden of verbinden van de bestaande landschapsstructuur of mate van verdichting (zie onderstaande afbeelding). Verder zijn er rondom de kern Sluiskil een historische boom, een SHBO class. A en dijkbeplantingen aanwezig. Deze cultuurhistorische elementen liggen op grote afstand van het plangebied.

Cultuurhistorische waardenkaart, kaartblad ‘Behoud door ontwikkeling’ met plangebied in rood

NL.IMRO.0715.BPSLZ08-VG01

31/294

Bestemmingsplan Sluiskil, Zuidhof

|27

Vernieuwing mogelijk: De strategie voor het projectgebied is gericht op herstructureren (zie onderstaande afbeelding). Dit houdt in dat er tevredenheid is over de hoofdfunctie, maar onvrede over de kwaliteit. De strategie speelt in op een actieve/fysieke benadering om de kwaliteit van de hoofdfunctie te verbeteren.

Cultuurhistorische waardenkaart, kaartblad ‘Vernieuwing mogelijk’ met plangebied in rood

Op grond van de Cultuurhistorische waardenkaart zijn in het plangebied geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Hiervoor is echter aangegeven dat het plangebied wel valt binnen de strategie ‘herstructureren’. Deze strategie is gericht op het verbeteren van de kwaliteit van de hoofdfunctie. De hoofdfunctie in de nabije omgeving van het plangebied is woningbouw. Door de uitbreiding van het bestaande woonwagencentrum kunnen er kwalitatief goede wooneenheden worden toegevoegd. Hierdoor kan de kwaliteit van de hoofdfunctie worden verbeterd. Verder zijn er enkele objecten van cultuurhistorische waarde aanwezig in of rondom de dorpskern Sluiskil. Deze objecten liggen echter op ruime afstand van het plangebied, waardoor het geen invloed heeft op de voorgenomen ontwikkeling. Cultuurhistorische Hoofdstructuur De Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) zet karakteristieke landschappelijke kenmerken letterlijk op de kaart. Het bevordert de beleving van het landschap door aan te geven waar cultuurhistorische waardevolle aspecten van het landschap binnen en buiten de bebouwde kom gevonden kunnen worden. De Cultuurhistorische Hoofdstructuur geeft aan dat binnen het plangebied geen objecten en/of landschappen van cultuurhistorische waarde aanwezig zijn.

Verder liggen er in de nabije omgeving van het plangebied enkele historische boererijen, gemeentelijke monumenten en historische landschappen. Deze cultuurhistorisch waardevolle elementen liggen echter op ruime afstand van het plangebied. Het planvoornemen leidt niet tot enige vorm van aantasting van deze waardevolle elementen. De Cultuurhistorische Hoofdstructuur heeft zodoende geen invloed op het planvoornemen om de groenbestemming te wijzigen naar een woonbestemming.

NL.IMRO.0715.BPSLZ08-VG01

32/294

Bestemmingsplan Sluiskil, Zuidhof

|28

Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS), plangebied is rood omlijnd

Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

5.5

Externe veiligheid

Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren voor de directe omgeving in het geval dat er iets mis gaat tijdens de productie, het behandelen of het vervoer van gevaarlijke stoffen. De verbonden risico’s moeten binnen de perken blijven. Hiervoor worden normstellingen gehanteerd: 1. Het plaatsgebonden risico is vooral gericht op de te realiseren basisveiligheid voor burgers; 2. Het groepsrisico stelt beperkingen aan de maatschappelijke ontwrichting als gevolg van calamiteiten met gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen dient rekening te worden gehouden met het aspect externe veiligheid. Het doel van het externe veiligheidsbeleid is het beperken van risico’s door het hanteren van afstanden tussen risicovolle activiteiten en de mogelijke aanwezigheid van (groepen) mensen in kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Onderzoek Het planvoornemen betreft de uitbreiding van een bestaand woonwagencentrum aan de Zuidhof in Sluiskil met maximaal 6 standplaatsen.

NL.IMRO.0715.BPSLZ08-VG01

33/294

Bestemmingsplan Sluiskil, Zuidhof

|29

Uitsnede Risicokaart Nederland, plangebied is paars omringd

Risicovolle inrichtingen buiten het plangebied Op een afstand van circa 400 meter van het plangebied bevindt zich OQ Value BV (voorheen Oppeneer Sluiskil) aan de Mercuriusstraat 5. Op dit terrein zijn een LPG-vulpunt, -reservoir en afleverinstallatie aanwezig. Verder is er op hetzelfde terrein ook een vulpunt en bovengrondse tank voor propaan aanwezig. De grootste risicoafstand PR 10 -6 bedraagt 120 meter. Ten aanzien van het groepsrisico is voor de inrichting een invloedsgebied van 150 meter opgenomen. Het plangebied ligt zowel buiten de 10 -6-contour als het invloedsgebied. Wel ligt het plangebied binnen het invloedsgebied van één bedrijf, te weten: • Yara Sluiskil B.V. (invloedsgebied: 12.000 meter, afstand tot plangebied: Ca. 950 meter) Het bedrijf Yara Sluiskil B.V. heeft een invloedsgebied in verband met de kans op toxisch incidentscenario. Vanwege de afstand van het plangebied tot de risicobron, de ligging van de gehele kern Sluiskil tussen het plangebied en de inrichting en de beperkte toename van de personendichtheid ten opzichte van de bestaande situatie zal geen sprake zijn van een significante toename van het groepsrisico. Daarbij ligt het plangebied op geruime afstand van de PR 10-6 contour van deze risicobron. Verder ligt het plangebied net binnen de 20 km zone van de kerncentrale Borssele.

Dit is de zogenaamde schuilzone, een zone waarbinnen geschuild moet worden in geval van een kernongeval. Dit heeft geen ruimtelijke invloed op onderhavig bestemmingsplan. Transport per buisleidingen In de omgeving van het plangebied vindt transport van aardgas plaats via twee buisleidingen (de buisleidingen Z-551-01 en Z-552-01). Deze leidingen zijn gelegen ten zuiden (Z-552-01) en ten

NL.IMRO.0715.BPSLZ08-VG01

34/294

Bestemmingsplan Sluiskil, Zuidhof

|30

westen (Z-551-01) van het plangebied. De dichtstbijzijnde leiding ligt op een afstand van circa 250 meter. Voor de buisleiding gelden invloedsgebieden van 170 meter (Z-551-01) en 200 meter (Z-55201). Het plangebied is derhalve buiten de invloedsgebieden zoals opgenomen voor deze buisleidingen gelegen. Transport over de weg of spoor In de omgeving van het plangebied is een traject van een spoorweg behorende bij het basisnet gelegen. Dit traject ligt ten westen van het plangebied en is aangewezen als transportroute voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. In het Besluit externe veiligheid transportroutes is opgenomen dat voor ontwikkelingen op een afstand van meer dan 200 meter geen ruimtelijke beperkingen worden gesteld. Aan deze afstand wordt voldaan (circa 260 meter). Wel ligt het plangebied binnen het invloedsgebied van ongevallen met brandbare gassen en giftige stoffen op deze transportroute. Transport over water Het plangebied ligt op circa 460 meter van het Kanaal Gent Terneuzen, waarover transport van gevaarlijke stoffen plaats vindt. Op dit kanaal is geen plaatsgebonden risico van 10 -6 contour aanwezig. Zodoende valt het plangebied niet binnen het 10 -6 contour van deze risicobron. Wel ligt het plangebied (gelet op de afstand tot het kanaal) binnen het invloedsgebied van ongevallen met giftige stoffen op het kanaal.

Inventarisatie van de risicobronnen Het plangebied mag binnen geen enkele 10 -6 contour van eventuele risicobronnen liggen. Dit is een belangrijke voorwaarde om kwetsbare objecten mogelijk te maken. Aan de hand van de inventarisatie van de mogelijke risicobronnen blijkt dat het plangebied niet binnen een 10 -6 contour van een risicobron ligt. Daarnaast verandert het groepsrisico niet door de planontwikkeling, waardoor verantwoording van het groepsrisico niet aan de orde is. Uit de inventarisatie van de risicobronnen blijkt dat ongevallen met brandbare gassen (spoorlijn) en giftige stoffen (Yara Sluiskil, spoorlijn en Kanaal Gent – Terneuzen) de maatgevende scenario’s zijn voor het plangebied. Ruimtelijke maatregelen zijn met name te nemen tegen ongevallen met brandbare gassen op de spoorlijn. Ongevallen met brandbare gassen kunnen leiden tot een BLEVE. Dit is het explosief vrijkomen van brandbaar gas in een grote vuurbal. Het plangebied ligt buiten de zone waarin bij een BLEVE sprake is van grote schade en veel slachtoffers. Maatregelen zoals het nemen van meer afstand zijn daarmee niet noodzakelijk.

Gelet op de beschikbare vluchttijd bij een dreigende BLEVE als gevolg van een brandende ketelwagon, adviseert de Veiligheidsregio Zeeland om ervoor te zorgen dat het plangebied ontvlucht kan worden in de richting van het spoor vandaan (in oostelijke richting naar de Frans Naereboutstraat). Indien het plangebied ontruimd moet worden als gevolg van een dreigende explosie op het spoor biedt dit bewoners een vluchtroute van de risicobron vandaan. De Zuidhof wordt ontsloten via de Spoorweg. Deze weg kan daarmee dienen als vluchtroute. Groepsrisico Het plangebied ligt op voldoende afstand van eventueel risicovolle bronnen. De toevoeging van maximaal zes kwetsbare objecten leidt, gelet op de afstand en de tussenliggende functies, niet tot een toename van het groepsrisico. Een verantwoording van het groepsrisico is dus niet aan de orde. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

NL.IMRO.0715.BPSLZ08-VG01

35/294

Bestemmingsplan Sluiskil, Zuidhof

|31

5.6

Geluid

Beleidskader Bij het opstellen of herzien van een ruimtelijk plan worden de regels van de Wet geluidhinder (Wgh) toegepast. De Wgh kent drie soorten geluidsbronnen: industrie, wegverkeer en spoorwegen. De wet bevat geluidsnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidsniveau als gevolg van deze bronnen. Indien het ruimtelijke plan een geluidsgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidzone van een van deze bronnen, of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt, dient akoestisch onderzoek plaats te vinden bij het voorbereiden van de vaststelling van het ruimtelijk plan. Toetsing Ten behoeve van de uitbreiding van het woonwagencentrum heeft K+ Adviesgroep een akoestisch onderzoek verricht naar de te verwachten optredende geluidbelastingen vanwege wegverkeerslawaai ter plaatse van de nieuwe situatie in het kader van de Wet geluidhinder. Het akoestisch onderzoek is noodzakelijk omdat het plan is gelegen binnen de geluidzone van de N252 en industrieterrein ‘Sluiskil-Oost/Stroodorpe-Oost’. De gemeente Terneuzen heeft aangegeven dat de overige omliggende wegen zoals Eilandstraat, Losplaatsweg, Leidinglaan, Zuidhof en Frans Naereboutstraat niet meegenomen hoeven te worden. Wegverkeerslawaai De geluidbelasting ten gevolge van de N252 is maximaal 51 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh).

De voorkeursgrenswaarde wordt wel, maar de maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden. De gemeente Terneuzen heeft een hogere waarde vastgesteld voor de waarneempunten waar de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden. Het besluit is opgenomen in de bijlagen van deze toelichting. In de voorliggende situatie worden de nieuwe standplaatsen in het verlengede van de bestaande standplaatsen en op eenzelfde afstand van deze weg gerealiseerd. Het treffen van maatregelen aan de bron in de vorm van een andere wegverharding zou kunnen worden overwogen. Hiermee is een geluidreductie van maximaal 5 dB te realiseren. De geluidbelasting kan daarmee worden teruggebracht tot de voorkeursgrenswaarde of lager. De kosten voor dergelijke maatregelen stuiten echter op bezwaren van financiële aard. Industrielawaai De gemeente Terneuzen heeft aangegeven voor het gehele plangebied dezelfde hogere waarde vast te stellen als de gedeputeerde staten van Zeeland destijds gedaan heeft voor de bestaande woonwagenstandplaatsen. Bij besluit van 16 mei 1995, kenmerk 954795/34 hebben zij voor de bestaande woonwagenstandplaatsen een waarde vastgesteld van 54 dB(A). Cumulatieve geluidbelasting Om te bezien of sprake is van een goede ruimtelijke ordening zijn de geluidbelastingen van de weg en industrielawaai gecumuleerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12239590/1