CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-12-15 a. Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2023 - Ontwerpbesluit

gemeenteraad 15 december 2022, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 202319.633 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeenteraad Ontwerpbesluit

Zitting van 15 december 2022 Samenleving - Maatschappelijke Ontwikkeling zaaknummer: 3570

2022_Raad_00197 - Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2023 Portefeuillehouder Laszlo Voorde,van de Programma en/of paragraaf Programma Sociaal Domein Overeenstemming met Team Financiën Team Bestuur en Interne Zaken Besluit Besluitpunt 1 De gemeenteraad besluit de Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2023 vast te stellen met ingang van 1 januari 2023. Besluitpunt 2 De gemeenteraad besluit de Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2022 in te trekken met ingang van 1 januari 2023. Besluitpunt 3 De gemeenteraad besluit de inkomensgrens voor minimaregelingen eenduidig vast te stellen op 120% van de toepasselijke bijstandsnorm, met uitzondering van bijzondere bijstand voor bewindvoering, mentorschap, curatele en rechtsbijstand. Besluitpunt 4 De gemeenteraad stemt in met het aansluiten bij het Volwassenenfonds Sport en Cultuur, onder dezelfde voorwaarden als de overige bijzondere bijstandsregelingen. Besluitpunt 5 De gemeenteraad besluit in te stemmen met betaling van de extra kosten bij besluitpunt 3 en 4 uit de middelen van het Bestuursakkoord, het begrotingssaldo 2023 en de stelpost sociaal domein.

1/54

Besluitpunt 6 De gemeenteraad besluit dat het pgb wel beheerd kan worden door de persoon die de hulp gaat bieden, dan wel door iemand die op hetzelfde adres woont als de persoon die de hulp gaat bieden. Besluitpunt 7 De gemeenteraad besluit onderscheid te maken tussen een professionele en nietprofessionele hulpverlener. Besluitpunt 8 De gemeenteraad besluit het pgb-tarief voor een niet-professionele hulpverlener in 2023 eenmalig vast te stellen op 120% + 10% van het wettelijk minimumloon. Besluitpunt 9 De gemeenteraad besluit de extra kosten bij besluitpunt 8 deels te financieren uit het begrotingssaldo 2023 en de stelpost sociaal domein . Besluitpunt 10 De gemeenteraad besluit een eigen bijdrage in te voeren voor de kosten van een Wmo voorziening. Wat is de aanleiding? Op 16 december 2021 heeft de raad besloten de Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2022 (hierna: Verordening 2022) te evalueren. Het resultaat van deze evaluatie is deze Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2023 (hierna: Verordening 2023). In de Verordening 2023 staan een aantal inhoudelijke wijzigingen. Deze wijzigingen staan genoemd in de besluitpunten en zijn ook terug te vinden in bijlage 2, de 'was-wordt tabel'.

Wat willen we bereiken? Met zowel de Verordening 2022 als de Verordening 2023 willen we bereiken dat alle inwoners van de gemeente Terneuzen actief kunnen deelnemen aan de samenleving. We streven er in ieder geval naar dat inwoners: •

gezond en veilig opgroeien en zich optimaal ontwikkelen;

•

een zinvolle dagbesteding hebben (van betaald werk tot vrijwilligerswerk);

•

een inkomen hebben;

•

hun financiën op orde hebben en houden;

•

een eigen huishouding voeren en voor zichzelf zorgen;

•

een geschikte en schone woonruimte hebben, waarin zij (zo lang mogelijk) zelfstandig en veilig wonen.

We staan daarbij voor een samenleving waarin iedereen zich thuis voelt. Hiervoor werken we aan integrale, efficiënte en effectieve dienstverlening aan onze inwoners volgens het principe één gezin, één plan, één regisseur. Met de inhoudelijke wijzigingen in de Verordening 2023 willen we bereiken dat: •

meer inwoners in aanmerking komen voor het minimabeleid (inkomensgrens bijzondere bijstand 120%); 2/54

•

het netwerk van personen die een pgb kunnen beheren uitbreidt;

•

de inwoner zo veel waar mogelijk het sociale netwerk inzet in plaats van professionele hulp (eenmalige verhoging van pgb tarief sociaal netwerk met 10%, zodat we in lijn lopen met het kabinetsbesluit om het wettelijk minimumloon met 10% te verhogen per 1 januari 2023);

•

het duidelijk is voor de uitvoering en de inwoner wanneer welk tarief van toepassing is (onderscheid professioneel en niet-professioneel);

•

iedereen die een maatwerkvoorziening vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning krijgt, hiervoor een eigen bijdrage betaalt.

Argumenten 1.1 De verordening vormt een goede basis voor betere en integrale dienstverlening aan onze inwoners. De Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2022 is de basis voor integrale samenwerking. Ook met de huidige verordening werken we hieraan. Het ingestelde maatwerkteam pakt integraal de hulpvragen van inwoners op met de doorbraakmethode. Daarnaast zorgt de 'brede intake' er voor dat inwoners hun hulpvragen bij één persoon kunnen neerleggen. 1.2 De verordening is leesbaar. De Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2022 was nog niet volledig geschreven op B-niveau. De Verordening 2023 hebben we kritisch gescand op leesbaarheid. De uitdaging bij het schrijven op B-niveau van juridische teksten is om de juridische context te behouden. Vandaar dat het niet bij alle artikelen gelukt is om het B-niveau aan te houden. 3.1.Extra ondersteuning voor een bredere minimagroep. De huidige inflatie treft de minima hard. Met de uitbreiding van het minimabeleid kunnen we meer minima ondersteunen. Een ruimhartig minimabeleid staat ook genoemd in het 'Bestuursakkoord 2022-2026'. 3.2 Eenduidige inkomensgrenzen zijn duidelijker voor de inwoner. Het is duidelijk voor de inwoner wanneer hij/zij in aanmerking komt voor bijzondere bijstand. Er is één grens.

Is het inkomen lager, dan komt de inwoner in aanmerking voor alle vormen van bijzondere bijstand (mits voldaan aan de andere voorwaarden). Uitzonderingen hierop zijn de kosten van bewind, curatele, mentorschap en rechtsbijstand. 3.3 Eenduidige inkomensgrenzen zijn makkelijker voor de uitvoering. De consulenten moeten slechts één draagkrachtberekening maken om te kijken of iemand in aanmerking komt voor bijzondere bijstand. Dit brengt minder werk met zich mee, waardoor zij meer tijd overhouden. Dit helpt om de doorlooptermijn van de aanvragen binnen de wettelijk gestelde termijn te houden. 3.4 De gemeente heeft de vrijheid om de inkomensgrenzen voor het minimabeleid zelf vast te stellen. De wetgever heeft de gemeente de vrijheid gegeven om te bepalen welk deel van de middelen bij de vaststelling van de draagkracht in aanmerking wordt genomen. Dit volgt uit de wetsgeschiedenis. De gemeente heeft hiermee volledige vrijheid om te beoordelen in hoeverre de inwoner zelf kan bijdragen in de kosten. De gemeente is vrij om deze grens op 120% van de uitkeringsnorm vast te stellen. 3/54

Het is mogelijk om per kostensoort een afwijkend draagkrachtpercentage te hanteren. In de praktijk is dit vaker bij gemeenten terug te zien. De inkomensgrens voor bewind, curatele, mentorschap en rechtsbijstand kunnen we, in afwijking van de hoofdregel, op 100% vaststellen. Op dit moment ligt deze grens voor deze kosten ook op 100% van de uitkeringsnorm. De reden om deze grens op 100% te houden is dat deze kosten de afgelopen jaren sterk toenemen. Als we bij deze kosten ook de inkomensgrens op 120% zetten, verwachten we een stijging van meer dan € 100.000. Hiervoor hebben we geen ruimte binnen de begroting 2023. Bovendien onderzoeken we deze uitgaven in de MKBA Armoede en pilot vroegsignalering. 4.1 Sport en cultuur bevorderen de participatie en een gezond leven. In het Beleidsplan sociaal domein Terneuzen 2022-2025 met de titel 'Iedereen aan boord' staat dat we de basis op orde willen hebben met goede basisvoorzieningen voor iedereen. Ook voor de minima (tot 120% van de van toepassing zijnde uitkeringsnorm) is het van belang om mee te kunnen doen in de samenleving op sportief en cultureel gebied. Met het fonds zorgen we ervoor dat sport en cultuur voor iedereen die in de gemeente Terneuzen woont toegankelijk is. Het draagt bij aan een gezond en gelukkig leven van onze inwoners.

Door de mogelijkheid van deelname aan het fonds Sport en Cultuur op te nemen in de verordening, stimuleren we de inwoners hiervan gebruik te maken. Hiermee geven we vorm aan het eerste speerpunt dat is opgenomen onder het thema zorg en gezondheid in het 'Bestuursakkoord 2022-2026'. 6.1 Met het schrappen van deze groepen, sluiten we beter aan op de praktijk. In de Verordening 2022 staat dat een persoonsgebonden budget (pgb) niet beheerd kan worden door een persoon die de hulp gaat bieden of iemand die op hetzelfde adres woont als de persoon die de hulp gaat bieden. In de Verordening 2023 zijn beide uitsluitingen er uit gehaald. In de praktijk komt het vaak voor dat deze groepen het pgb beheren. Als we het artikel zouden handhaven, betekent dit dat we veel pgb's moeten intrekken. Dit is niet wenselijk. Ook kunnen we met de uitsluiting van deze groepen, fraude met het pgb niet voorkomen. Om deze redenen hebben we dit artikel aangepast. In de Verordening 2023 is wel blijven staan dat een administratiekantoor niet het pgb kan beheren. De reden daarvoor is dat er commerciële belangen kunnen spelen. We hebben een artikellid (artikel 6.2.1 lid 8) toegevoegd dat de uitvoering eens per jaar een gesprek heeft met de klant om het pgb en ook het beheer van het pgb te evalueren. Het is de bedoeling dat dit gesprek plaatsvindt zonder dat de pgb beheerder hierbij aanwezig is.

Op die manier kunnen we objectief bekijken of het beheer van het pgb goed gaat. Hiermee bouwen we een controlemoment in. 7.1 Definiëring van de begrippen geeft duidelijkheid welk tarief van toepassing is. In de Verordening 2022 hebben we aangegeven dat er een verschil in tarief gaat gelden voor zorg die professionals verlenen en zorg die het sociaal netwerk verleent. In de Verordening 2022 hebben we echter de begrippen professionele hulpverlener en niet-professionele hulpverlener niet gedefinieerd. Dit kan verwarring opleveren bij de uitvoering van dit artikel en mogelijk leiden tot juridische procedures. Om die reden hebben we in de nieuwe Verordening 2023 een definitie van beide begrippen opgenomen. Op die manier is voor de uitvoering en voor de klant duidelijk wanneer iemand onder professionele hulpverlener valt en wanneer iemand onder niet-professioneel hulpverlener valt. We vermijden hierdoor discussie over het van toepassing zijnde tarief.

4/54

8.1 Hiermee lopen we in lijn met het kabinetsbesluit. Het kabinet verhoogt per 1 januari 2023 het wettelijk minimumloon met 10%. Wij bepalen de pgb-tarieven op basis van t-1. Door er voor 2023 eenmalig 10% bij te plussen, volgen we de verhoging van het kabinet. 8.2 Met verhoging van het pgb tarief voor het sociaal netwerk proberen we een verschuiving te bewerkstelligen van professionele zorg naar niet-professionele zorg. De inzet van professionele zorg is duur. Met de verhoging van het pgb tarief voor nietprofessionele hulp willen we bereiken dat meer mensen zich financieel gesteund voelen om de zorg voor hun naasten te leveren. Hiermee voorkomen we dat we meer geld kwijt zijn aan professionele zorg. Daarnaast proberen we hiermee de personeelstekorten in de zorg te ondervangen. 10.1 Met invoering van het abonnementstarief voor alle maatwerkvoorzieningen voorkomen we rechtsongelijkheid. Op grond van artikel 2.1.4a Wmo 2015 kan het college een bijdrage in de kosten vragen aan een inwoner die een maatwerkvoorziening ontvangt. Alvorens het college kan overgaan tot het opleggen van een eigen bijdrage, moeten we dit vastleggen in de verordening. In artikel 6.4 van de Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2022 hebben we vastgelegd dat we voor een maatwerkvoorziening een eigen bijdrage kunnen opleggen. Tot op heden hebben we nog geen uitvoering gegeven aan deze bepaling.

Thans is enkel een eigen bijdrage verschuldigd bij de maatwerkvoorzieningen huishoudelijke hulp en begeleiding. Uit het oogpunt van rechtsgelijkheid is het wenselijk dat we op alle maatwerkvoorzieningen een eigen bijdrage opleggen. 10.2 Met de invoering van het abonnementstarief voor alle maatwerkvoorzieningen benutten we alle mogelijke inkomstenbronnen. Uit een onderzoek in ons klantenbestand blijkt dat er ongeveer 400 lopende cliënten geen eigen bijdrage betalen. Dit komt jaarlijks neer op ongeveer € 91.000 aan inkomstenderving. Bij dit bedrag hebben we geen rekening gehouden met eventuele uitzonderingen op het abonnementstarief. Mogelijk dat dit bedrag om die reden lager ligt. 10.3 Cliënten met een lopende maatwerkvoorziening moeten pas vanaf 1 juli 2023 het abonnementstarief betalen. Vanaf invoering van de nieuwe verordening, per 1 januari 2023, zijn alle mensen met een nieuwe toekenning van een maatwerkvoorziening, het abonnementstarief verschuldigd (tenzij er een uitzonderingssituatie van toepassing is). Cliënten met een lopende maatwerkvoorziening, waarvoor we volgens de verordening een eigen bijdrage kunnen opleggen, zijn pas vanaf 1 juli 2023 een eigen bijdrage verschuldigd. Zij krijgen een overgangstermijn van een half jaar. Dit is conform de rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep.

Deze overgangstermijn is als overgangsrecht opgenomen in artikel 10.3 lid 8 van de Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2023. Clienten met een lopende maatwerkvoorziening krijgen voor 1 januari 2023 een informatieve brief waarin staat dat zij vanaf 1 juli 2023 een eigen bijdrage zijn verschuldigd. 10.4 Cliënten met een minimuminkomen hoeven geen eigen bijdrage te betalen. In de Verordening 2023 hebben we opgenomen dat mensen met een minimum inkomen geen eigen bijdrage verschuldigd zijn. De grens is hierbij, evenals bij de bijzondere bijstand, gesteld op 120% van de op die persoon van toepassing zijnde uitkeringsnorm.

5/54

Kanttekeningen 1.1 Implementatie van de verordening vergt tijd We werken sinds 1 maart 2022 met de 'omgekeerde verordening'. De tijd om een dergelijke veelomvattende verordening te implementeren en te evalueren is kort. Toch hebben we naar aanleiding van deze evaluatie een aantal inhoudelijke wijzigingen aangebracht. Deze wijzigingen zijn terug te vinden onder de besluitpunten. In de organisatie is het afgelopen jaar veel gebeurd om de praktijk in lijn met de verordening te brengen. In bijlage 3 staat wat we het afgelopen jaar hebben gedaan. De komende periode/jaren werken we aan de genoemde doelen onder 'Wat willen we bereiken?'. Hierbij is aandacht voor de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner en aandacht voor preventie van belang. Het meten van deze doelen is lastig omdat deze subjectief zijn. Een klanttevredenheidsonderzoek zal kunnen uitwijzen of de inwoners tevreden zijn met de dienstverlening. 1.2 De integrale verordening sociaal domein vraagt extra aandacht voor privacy en gegevensuitwisseling. Één van de belangrijkste redenen om tot deze verordening te komen, was te komen tot een integrale aanpak richting de inwoner. De inwoner met meervoudige problematiek hoeft maar één keer zijn verhaal te doen. Ook de wetten in het sociaal domein geven gemeenten de opdracht breed en integraal te werken (één gezin, één plan, één regisseur).

Wat ontbreekt, is de juridische grondslag om de noodzakelijke persoonsgegevens domeinoverstijgend te delen, te verzamelen en te verwerken. De rijksoverheid ziet ook de noodzaak om te komen tot aanpassing van de wetgeving. Zij wil dit doen op basis van het wetsvoorstel Aanpak meervoudige problematiek in het sociaal domein (Wams). Dit wetsvoorstel verankert wettelijk de domeinoverstijgende verzameling, verwerking en deling van noodzakelijke persoonsgegevens. Inwerkingtreding van deze wet vindt vermoedelijk 1 januari 2024 plaats. We hebben daarom advies gevraagd aan de Functionaris Gegevensbescherming. Zijn advies hebben we verwerkt in de verordening. Hierdoor zijn we, in afwachting van de Wams, in staat om op een betrouwbare manier gegevens uit te wisselen. 3.1 Hogere uitgaven minimabeleid. Met het gelijkstellen van de inkomensgrens op 120% van de bijstandsnorm, stijgen de uitgaven voor het minimabeleid. De stijging bedraagt naar schatting ongeveer € 150.000. Deze kosten bestrijden we met het geld dat gereserveerd is in de begroting 2023 voor verhoging van de kosten minimabeleid. De berekening van de extra kosten is een inschatting. Het is lastig om exacte cijfers over armoede en inkomensgrenzen te geven. Deze cijfers zijn afhankelijk van verschillende ontwikkelingen en hoe onze inwoners daarop reageren.

6.1 In de relatie tussen zorgvrager en budgethouder kan afhankelijkheid bestaan. Om ons ervan te vergewissen dat de zorgvrager de ondersteuning krijgt die hij/zij nodig heeft, plannen we jaarlijks een gesprek in met de zorgvrager. De budgetbeheerder is niet bij dit gesprek aanwezig. Op die manier controleren we tijdens dit gesprek of het pgb beheer correct verloopt. 8.1 De middelen binnen het sociaal domein zijn niet toereikend. 6/54

De extra uitgave in verband met de eenmalige verhoging in 2023 van het pgb met 10% past niet binnen budgetten die we hebben. We moeten deze verhoging financieren vanuit het begrotingssaldo en de stelpost. Dit is een risico. 9.1 De middelen hiervoor zijn niet toereikend. Binnen de huidige budgetten van het sociaal domein is geen ruimte voor deze eenmalige verhoging van het pgb-tarief. We stellen daarom voor deze extra uitgave te dekken uit het begrotingssaldo en de stelpost sociaal domein. We willen deze eenmalige verhoging wel toepassen om gelijk te kunnen lopen met de verhoging van het wettelijk minimumloon door het kabinet. 10.1 Invoering eigen bijdrage betekent hogere uitgaven voor inwoners. Thans geldt enkel een abonnementstarief voor de maatwerkvoorzieningen begeleiding en huishoudelijke hulp. Deze nieuwe Verordening 2023 maakt het mogelijk om ook een eigen bijdrage op te leggen wanneer we een woonvoorziening of een vervoersvoorziening verstrekken. Dit kan voor sommige mensen in de huidige tijd een extra financiële last zijn. Daar staat tegenover dat inwoners slechts één eigen bijdrage per huishouden zijn verschuldigd. Inwoners met onvoldoende betalingscapaciteit moeten geen eigen bijdrage betalen. Dit is geregeld in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en staat ook vermeld in artikel 6.4 van de Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2023.

Met de inkomensgrens sluiten we aan bij de inkomensgrens voor bijzondere bijstand (120%). Het opleggen van een eigen bijdrage geeft de inwoner een stimulans om eerst te kijken naar de eigen mogelijkheden in plaats van direct een beroep te doen op de Wmo 2015. Wat mag het kosten? Eenduidige inkomensgrens bijzondere bijstand Verhoging van de inkomensgrens van het minimabeleid naar 120%, met uitzondering van bijzondere bijstand voor de kosten van bewindvoering en rechtsbijstand, zal naar schatting €187.000 meerkosten met zich meebrengen. Het bedrag van € 187.000 financieren we uit de middelen vanuit het Bestuursakkoord, begrotingssaldo 2023 en de stelpost sociaal domein vanaf 2024. De toewijzing van dit bedrag is terug te vinden in bijlage 4. Verhoging pgb tarief voor niet-professionele hulpverlening Het tarief bij verstrekking van een pgb voor zorg verleend vanuit het sociaal netwerk stijgt eenmalig met 10%. De raming van de kosten in opgenomen in bijlage 5. Dit betekent dat we een dekking nodig hebben voor deze tijdelijke tariefsverhoging van € 40.000 in 2023. Wij stellen voor dit in 2023 te dekken uit het begrotingssaldo en vanaf 2024 uit de stelpost sociaal domein (6080010/10803/00074U). Wat gaan we ervoor doen? Na besluitvorming: •

geven we vanaf 1 januari 2023 uitvoering aan de Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2023;

•

passen we nadere regels, beleidsregels en werkinstructies indien nodig aan;

•

passen we de beschikkingen indien nodig aan; 7/54

•

publiceren we de nieuwe verordening, dit is noodzakelijk voor de inwerkingtreding;

•

organiseren we trainingen voor medewerkers in de uitvoering over de wijzigingen in de nieuwe verordening;

•

monitoren en evalueren we alle processen die betrekking hebben op de uitvoering van deze verordening;

•

we rapporteren via de p&c cyclus over de realisatie van de genoemde doelen, dit kan aanleiding zijn om het beleid te wijzigen.

Bijlagen 1. Bijlage 1 - Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2023.pdf

8/54

Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2023

1

9/54

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Inleiding .................................................................................................. 6

1.1

Waarom deze regels? .......................................................................................... 6

1.2

Uitgangspunten .................................................................................................. 7

1.3

Kernwaarden...................................................................................................... 7

1.4

Nadere regels en beleidsregels .............................................................................. 7

1.4.1

Nadere regels .................................................................................................... 8

1.4.2

Beleidsregels ..................................................................................................... 8

1.5

Leeswijzer ......................................................................................................... 8

Hoofdstuk 2

De hulpvraag ........................................................................................... 9

2.1

Melding bij de gemeente ....................................................................................... 9

2.1.1

Gegevens .......................................................................................................... 9

2.2

Het gesprek ....................................................................................................... 9

2.2.1

Inhoud van het gesprek ...................................................................................... 10

2.3

Het verslag ...................................................................................................... 10

2.4

Aanvraag ........................................................................................................ 10

2.4.1

Aanvraag van een voorziening ............................................................................. 10

2.4.2

Beoordelen van uw aanvraag............................................................................... 11

2.4.3

Advies ............................................................................................................ 11

2.4.4

Voorwaarden en weigeringsgronden ..................................................................... 11

2.4.5

Voorwaarden individuele voorzieningen ................................................................. 12

2.5

Besluit ............................................................................................................ 13

2.5.1

Inhoud van het besluit ........................................................................................ 13

2.5.2

Verval van recht................................................................................................ 14

2.5.3

Terugwerkende kracht ........................................................................................ 14

2.5.4

Spoedeisende gevallen ...................................................................................... 14

Hoofdstuk 3

Participeren en inkomen ........................................................................... 15

3.1

Participatie – voor wie ........................................................................................ 15

3.2

Werkwijze ........................................................................................................ 15

3.3

Voorzieningen .................................................................................................. 15

3.3.1

Participatieplaats .............................................................................................. 16

3.3.2

Beschut werk ................................................................................................... 16 2

10/54

3.3.3

Proefplaatsing .................................................................................................. 16

3.3.4

Werkervaringsplaats/stage .................................................................................. 17

3.3.5

Detacheringsbaan ............................................................................................. 17

3.3.6

Basisbaan ....................................................................................................... 17

3.3.7

Sociale activering .............................................................................................. 17

3.3.8

Vrijwilligerswerk ................................................................................................ 17

3.3.9

Diagnostische instrumenten ................................................................................ 18

3.3.10 Werkgeverssubsidie en tijdelijke loonkostensubsidie ................................................ 18 3.3.11 Wettelijke loonkostensubsidie .............................................................................. 18 3.3.12 Scholing, cursussen, trainingen ............................................................................ 18 3.3.13 Jobcoaching .................................................................................................... 18 3.3.14 Jobhunting, bemiddeling ..................................................................................... 19 3.3.15 Kinderopvang ................................................................................................... 19 3.3.16 Nazorg ............................................................................................................ 19 3.3.17 Andere voorzieningen en vergoedingen, maatwerk ................................................... 19 3.4

Tegenprestatie ................................................................................................. 19

3.5

Regelingen voor mensen met een laag inkomen ...................................................... 20

3.5.1

Bijzondere bijstand ............................................................................................ 20

3.5.2

Collectieve zorgverzekering minima ...................................................................... 20

3.5.3

Individuele inkomenstoeslag ................................................................................ 20

3.5.4

Kinderopvang met sociaal medische indicatie ......................................................... 21

3.5.5

Meedoenbudget ................................................................................................ 21

3.5.6

Volwassenenfonds Sport en Cultuur ...................................................................... 22

3.5.7

Kindpakket ...................................................................................................... 22

Hoofdstuk 4

Gezond en veilig opgroeien ....................................................................... 23

4.1

Vrij toegankelijke hulp ......................................................................................... 23

4.2

Individuele voorziening........................................................................................ 23

4.3

Overgang van 18- naar 18+ .................................................................................. 23

4.4

Afstemming met andere vormen van hulp ................................................................ 24

Hoofdstuk 5

Wonen en meedoen in de samenleving ........................................................ 25

5.1

Dagbesteding (groepsbegeleiding) ........................................................................ 25

5.2

Individuele begeleiding........................................................................................ 25 3

11/54

5.3

Zelfstandig en veilig wonen ................................................................................. 25

5.3.1

Geschikte woning .............................................................................................. 25

5.3.2

Een schone en leefbare woning ........................................................................... 26

5.3.3

Beschermd wonen ............................................................................................. 26

5.4

Meedoen aan de samenleving ............................................................................. 27

5.4.1

Verplaatsen in en om de woning ........................................................................... 27

5.4.2

Verplaatsen dichtbij huis ..................................................................................... 27

5.5

Mantelzorg ...................................................................................................... 27

5.5.1

Ondersteuning mantelzorger ............................................................................... 27

5.5.2

Mantelzorgwaardering ........................................................................................ 27

5.5.3

Voorwaarden mantelzorgwaardering ..................................................................... 28

Hoofdstuk 6

De vorm van de ondersteuning ................................................................... 29

6.1

Ondersteuning in natura ..................................................................................... 29

6.2

Persoonsgebonden budget (pgb) .......................................................................... 29

6.2.1

Voorwaarden.................................................................................................... 29

6.2.2

Professionele en niet-professionele hulp ................................................................ 30

6.2.3

Hoogte en tarief pgb .......................................................................................... 30

6.2.4

Verantwoording pgb........................................................................................... 31

6.3

Ondersteuning in geld ........................................................................................ 31

6.4

Wat is de eigen bijdrage? ................................................................................... 32

Hoofdstuk 7

Afspraken tussen inwoner en gemeente ....................................................... 33

7.1

De rol van de inwoner ........................................................................................ 33

7.2

Afspraken en verplichtingen ................................................................................ 33

7.2.1

Afstemming op houding en gedrag van de inwoner ................................................... 33

7.2.2

Geen schuld en verlaging ................................................................................... 33

7.2.3

Ingangsdatum en periode verlaging ...................................................................... 34

7.2.4

Berekening verlaging ......................................................................................... 34

7.2.5

Niet nakomen arbeidsverplichtingen ...................................................................... 34

7.2.6

Arbeidsverplichtingen die in de wet staan ............................................................... 35

7.2.7

Te weinig besef van verantwoordelijkheid ............................................................... 35

7.2.8

Onacceptabel gedrag ......................................................................................... 36

7.2.9

Niet nakomen van andere verplichtingen ................................................................ 36 4

12/54

7.2.10 Samenloop van gedragingen ............................................................................... 36 7.2.11 Herhaling (recidive) ........................................................................................... 37 7.3

Terugvorderen uitkering en incasso ...................................................................... 37

7.4

Herzien, intrekken en terugvorderen voorziening ..................................................... 37

7.4.1

Herzien en intrekken voorziening .......................................................................... 37

7.4.2

Terugvordering voorziening ................................................................................. 38

7.5

Hoe controleert de gemeente? ............................................................................. 38

7.5.1

Controle .......................................................................................................... 38

7.5.2

Voorkomen van fraude ....................................................................................... 38

7.5.3

Privacy ........................................................................................................... 39

7.5.4

Toezichthouders ............................................................................................... 39

7.6

Meldingsregeling calamiteiten en geweld ............................................................... 39

Wmo 2015 ................................................................................................................ 39 Hoofdstuk 8

Inspraak en cliëntenparticipatie .................................................................. 40

8.1

Hulp van de gemeente bij inspraak ....................................................................... 40

8.2

Adviesraad ...................................................................................................... 40

8.3

Klachtregeling .................................................................................................. 40

8.4

Medezeggenschap ............................................................................................ 40

Hoofdstuk 9

Kwaliteit ................................................................................................ 41

9.1

Kwaliteit ........................................................................................................... 41

9.2

Prijs en kwaliteit ................................................................................................ 41

Hoofdstuk 10

Intrekking en inwerkingtreding verordening .................................................. 42

10.1

Afwijken van de verordening (hardheidsclausule) ..................................................... 42

10.2

Intrekken oude verordeningen .............................................................................. 42

10.3

Overgangsrecht ................................................................................................ 42

10.4

Ingangsdatum en naam ...................................................................................... 42

Hoofdstuk 11 11.1

Begrippenlijst ........................................................................................ 43

Begripsbepalingen ............................................................................................ 43

5

13/54

Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2023 Hoofdstuk 1

Inleiding

Deze ‘Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2023’ is een aangepaste versie van de ‘Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2022’. De aanleiding om deze verordening vast te stellen was het Beleidsplan sociaal domein Terneuzen 2022-2025. De titel van dit beleidsplan is “Iedereen aan boord”. Samengevat zegt dit: “Iedereen moet mee kunnen doen in onze gemeente. In het sociaal domein werken we aan verdere vernieuwing en aan verbetering van de samenwerking tussen organisaties. We zetten in op integraal werken volgens het principe van één gezin, één plan, één regisseur. Ondersteuning en hulp zijn zo snel, adequaat, vroeg en dichtbij mogelijk. We gaan uit van kwaliteit”. De gemeenteraad stelde het Beleidsplan sociaal domein Terneuzen 2022-2025 op 16 december 2021 vast. Hierin kiest de raad voor meer samenhang tussen verschillende terreinen van het sociaal domein. Dit betekent: niet meer per hulpvraag verschillende regelingen maken maar één regeling waarin uw hulpvraag centraal staat. Om die reden is er in 2022 gekozen voor één verordening in het sociaal domein, de zogenaamde omgekeerde verordening. Op 16 december 2021 heeft de Raad besloten om de verordening 2022 te evalueren in oktober 2022. De Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2023 is het resultaat van deze evaluatie.

In deze regeling leest u wat u van de gemeente kunt verwachten maar ook wat wij van u verwachten. De regels gaan over de volgende onderwerpen: • • • •

1.1

Werken en participeren; Uitkeringen; Gezond en veilig opgroeien, en; Wonen in een veilige en gezonde omgeving. Waarom deze regels?

In het Beleidsplan Sociaal Domein 2022-2025 staan de doelen die we voor ogen hebben binnen het Sociaal Domein. Wij willen dat alle inwoners van Terneuzen actief kunnen deelnemen aan de samenleving, gezond en zelfredzaam zijn. We streven ernaar dat inwoners in ieder geval: • • • • • • •

gezond en veilig opgroeien en zich optimaal ontwikkelen; een zinvolle dagbesteding hebben (van betaald werk tot vrijwilligerswerk); een inkomen hebben; hun financiën op orde hebben en houden; een eigen huishouding kunnen voeren en voor zichzelf kunnen zorgen; een geschikte en schone woonruimte hebben, waarin zij (zo lang mogelijk) zelfstandig en veilig wonen en; maatschappelijk participeren. 6

14/54

Het is onze taak om u daarbij te helpen. De wetgever heeft wetten gemaakt om dit te bereiken. Het gaat om de: • • • • • • • • •

Participatiewet (PW); Jeugdwet; Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015); Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW); Inkomensvoorziening oudere arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ); Algemene wet bestuursrecht (Awb); Burgerlijk Wetboek (BW); Gemeentewet.

De regels in deze verordening vullen de wettelijke regels aan. Het zijn regels op hoofdlijnen. Soms zijn er nog extra regels nodig waarin we bepaalde zaken uitwerken. Ook dat regelen we in deze verordening. De Adviesraad Participatiewet heeft advies gegeven over deze verordening. 1.2

Uitgangspunten

De regels in deze verordening: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 1.3

zijn bedoeld om de onder 1.1 genoemde doelen te realiseren en knelpunten van inwoners op te lossen; zijn goed leesbaar; regelen niet meer dan nodig is; houden de administratieve lasten van gemeente en inwoners zo laag mogelijk; kunnen we goed uitvoeren; zijn duidelijk voor de inwoners; zijn onderling afgestemd op elkaar; respecteren de wettelijke regels; helpen om maatwerk toe te kunnen passen. Kernwaarden

Bij het toepassen van de regels uit deze verordening houden we rekening met de doelen van de genoemde wetten. We zorgen ervoor dat het resultaat van een besluit recht doet aan die doelen. We gaan daarbij uit van de volgende kernwaarden: 1. 2. 3. 4. 1.4

u bent in de eerste plaats zelf verantwoordelijk om de genoemde doelen te realiseren; u zet zich ervoor in om deze doelen te bereiken; wij helpen waar dat nodig is en stimuleren u om zelf oplossingen te vinden voor uw problemen; kwetsbare groepen, zoals kinderen en inwoners met een beperking, hebben extra hulp nodig om volwaardig mee te doen aan de samenleving. Nadere regels en beleidsregels

Deze verordening is een algemeen verbindend voorschrift. De verschillende wetten bepalen dat gemeenten verplicht zijn om een aantal zaken in een verordening te regelen. Vaak wordt dat niet in detail in de verordening uitgewerkt. Dat kan vervolgens in nadere regelgeving.

7

15/54

1.4.1

Nadere regels

Nadere regels zijn algemeen verbindende voorschriften die een uitwerking zijn van de verordening. Een aantal artikelen van deze verordening bevatten bepalingen, die het college de bevoegdheid geven om nadere regels vast te stellen. Nadere regels kunnen rechten en plichten voor u bevatten. 1.4.2

Beleidsregels

Een beleidsregel beschrijft hoe het college omgaat met een wettelijke bevoegdheid. Er kunnen dus geen rechten of plichten voor u in worden vastgelegd. Wel geeft het u duidelijkheid hoe het college omgaat met uw hulpvraag en aanvraag. Het helpt onze consulenten om uw hulpvraag te beoordelen. 1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding leest u eerst hoe en waar u hulp kunt vragen en hoe wij die hulpvraag oppakken. Daarna leggen we in een aantal hoofdstukken uit wat de belangrijkste regels van de gemeentelijke taken zijn. De regels gaan over de hulp van de gemeente om een stap naar werk te zetten en minimaregelingen (hoofdstuk 3), ondersteuning voor kinderen en jongeren bij het opgroeien (hoofdstuk 4) en ondersteuning bij het wonen in uw eigen leefomgeving (hoofdstuk 5). In die hoofdstukken leest u wanneer u hulp kunt krijgen, wat die hulp inhoudt en welke rechten en plichten u heeft. Daarna zijn er enkele hoofdstukken over de vorm die de hulp heeft, wat we van elkaar kunnen verwachten en hoe de hulp georganiseerd is (hoofdstuk 6 tot en met 10). In het laatste hoofdstuk (hoofdstuk 11) staat een uitleg van de belangrijkste begrippen die we in deze verordening gebruiken. De hoofdstukken 2 tot en met 6 en hoofdstuk 8 beginnen met een korte inleiding. Hierin staat waarover het hoofdstuk precies gaat. Daarna volgen de regels. De regels zijn gebaseerd op de wetten genoemd in artikel 1.1 van deze verordening. Niet alle wetten zijn op ieder artikel van toepassing. Dat verschilt per artikel. Per artikel geven we aan welke wetten op dat artikel van toepassing zijn.

8

16/54

Hoofdstuk 2

De hulpvraag

Dit hoofdstuk gaat over de manier waarop u aan ons hulp kunt vragen over één of meer onderwerpen uit deze verordening. Ook staat in dit hoofdstuk hoe uw hulpvraag wordt behandeld en hoe wij tot een besluit komen. Uitgangspunt is dat u alle hulpvragen in één keer kunt stellen. Voor bepaalde hulpvragen geldt een bijzondere route. Dit staat ook vermeld in dit hoofdstuk. 2.1

Melding bij de gemeente Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ

1. 2.

3. 4. 5. 6.

2.1.1

Als u hulp nodig heeft, kunt u dit melden bij de gemeente. U kunt dit schriftelijk, mondeling, telefonisch of digitaal doen. Wij bevestigen uw hulpvraag per brief of e-mail. In de bevestiging kunnen wij u uitnodigen voor een gesprek met een medewerker. In die uitnodiging staat: a. waar en wanneer het gesprek plaatsvindt en waarover het gesprek zal gaan; b. informatie over de mogelijkheid om gratis hulp te krijgen van een (onafhankelijke) cliëntondersteuner; en c. informatie over de mogelijkheid om zelf een plan op te stellen. In dit plan legt u uit hoe uw persoonlijke situatie is en wat u wilt bereiken met uw hulpvraag. In sommige situaties kunnen we afzien van een gesprek. Indien u hulp nodig heeft op grond van de Jeugdwet, PW, IOAW of IOAZ, dan kunt u direct schriftelijk of digitaal een aanvraag indienen. Wij beschouwen een verzoek om algemene informatie op grond van de wetten genoemd in lid 4 van dit artikel, als ‘eerste contact’ en nog niet als aanvraag. Wij kunnen nadere regels vaststellen met betrekking tot de procedure voor de hulpvraag van een maatwerkvoorziening, individuele voorziening of andere voorziening. Gegevens

Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ De gemeente verzamelt alle gegevens over uw situatie die nodig zijn voor uw hulpvraag. Soms hebben we gegevens nodig die we niet zelf hebben of kunnen inzien. Dan vragen wij u, om die ontbrekende gegevens binnen een redelijke termijn bij ons aan te leveren. Bij de uitnodiging voor het gesprek maken we duidelijk welke gegevens dat zijn. We geven in deze uitnodiging ook aan binnen welke termijn u deze gegevens moet indienen. 2.2

Het gesprek Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ

1. 2. 3. 4. 5.

Het doel van het gesprek is om een goed beeld te krijgen van de hulpvraag, van het effect dat u wilt bereiken en van uw persoonlijke situatie. Het gesprek vindt binnen een redelijke termijn plaats na de melding voor de hulpvraag. Bij de start van het gesprek identificeert u zich met een geldig legitimatiebewijs. Wij zijn namelijk verplicht uw identiteit vast te stellen. Als u zelf een plan heeft gemaakt, dan betrekt de medewerker dit bij het gesprek. Als u dat wilt, kunt u iemand vragen om bij dit gesprek aanwezig te zijn. Dit kan iemand uit uw sociale netwerk zijn of een onafhankelijke cliëntondersteuner.

9

17/54

2.2.1

Inhoud van het gesprek

Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ 1.

2.

3. 4. 5. 2.3

In het gesprek onderzoekt de medewerker: a. uw behoefte: wat is er nodig? b. uw persoonlijke situatie: hoe ziet die eruit en wat betekent dit voor het gewenste doel? c. uw eigen (on)mogelijkheden: (hoe) kunt u zelf bijdragen aan de oplossing van het probleem? d. uw omgeving: welke hulp kan uw sociale netwerk of kunnen andere organisaties bieden? De medewerker informeert u over de mogelijkheden van de gemeente om uw persoonlijke situatie te verbeteren. Als u een hulpvraag doet voor de Wmo 2015 of Jeugdwet informeert de medewerker u ook over de mogelijkheden van een persoonsgebonden budget (pgb). De medewerker betrekt deze zaken bij het onderzoek naar de hulpvraag. De medewerker informeert u over het vervolg. In het kader van de hulpvraag bent u verplicht om persoonsgegevens te verstrekken; Indien vereist zal de medewerker u toestemming vragen om uw persoonsgegevens te verwerken. Het verslag Jeugdwet, Wmo 2015

1. 2. 3. 4. 5. 2.4

U krijgt een verslag van de gemeente. In dit verslag staan de uitkomsten van het onderzoek naar uw hulpvraag. Soms hebben we meer informatie nodig voor het verslag. Hierdoor kan het verslag niet altijd binnen de wettelijk gestelde onderzoekstermijn klaar zijn. U krijgt dan een brief. Uit het verslag blijkt welk doel u wilt bereiken en hoe we dit kunnen realiseren. U ondertekent het verslag en stuurt dit binnen vijf werkdagen naar de gemeente. Als u het niet eens bent met het verslag, kunt u dat aangeven in het verslag. Als u een maatwerkvoorziening (Wmo 2015) of een individuele voorziening (Jeugdwet) van de gemeente wilt ontvangen, kunt u dit aangeven op het ondertekende verslag. Aanvraag Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ

Na de melding van de hulpvraag en het gesprek met een medewerker van de gemeente, kunt u een aanvraag indienen volgens de regels die daarvoor gelden. De aanvraag kunt u schriftelijk of digitaal indienen. Het doel van de aanvraag is te bepalen of de gemeente hulp verleent en welke vorm die hulp dan heeft. 2.4.1

Aanvraag van een voorziening

Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ 1.

Vraagt u om een maatwerkvoorziening (Wmo 2015), een individuele voorziening (Jeugdwet), of een andere voorziening (PW, IOAW, IOAZ), dan kunnen we die hulp toekennen in de volgende situatie: a. De voorziening is noodzakelijk om (één van) de doelen van de in artikel 1.1 genoemde wetten te bereiken; b. U heeft geen mogelijkheden om het gewenste effect op eigen kracht te bereiken. U kunt dit effect ook niet bereiken met: 10

18/54

• • •

hulp van huisgenoten; hulp vanuit uw sociale netwerk; behulp van andere voorzieningen of organisaties; en c. De voorziening past bij het door u gewenste effect en persoonlijke situatie. Indien één van de voorwaarden of weigeringsgronden van artikel 2.4.4 van deze verordening van toepassing is, kunnen we de voorziening niet toekennen. De voorziening is voldoende in inzet en kwaliteit, zodat u het gewenste effect kunt bereiken. Bij toekenning van een voorziening krijgt u de goedkoopste passende voorziening. We kunnen nadere regels stellen over voorzieningen die op grond van de Wmo 2015 en de Jeugdwet beschikbaar zijn.

2. 3. 4. 5.

2.4.2

Beoordelen van uw aanvraag

Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Awb 1.

Om te bepalen of wij hulp verlenen, nemen we de volgende stappen: a. Stap 1: Wij stellen eerst vast wat uw hulpvraag is. b. Stap 2: Wij stellen hierna vast welke problemen, beperkingen en stoornissen u precies heeft. c. Stap 3: Wij bepalen welke hulp, en hoeveel hulp u nodig heeft. d. Stap 4: Wij onderzoeken wat u zelf kunt doen om uw probleem op te lossen (eigen kracht). Wij betrekken hierbij: de hulp van huisgenoten, hulp van anderen uit uw sociale netwerk/sociale omgeving en de inzet van algemene voorzieningen. e. Stap 5: Wij bepalen welke aanvullende hulp u nodig heeft om uw probleem op te lossen en het gewenste effect te bereiken. Voor de Jeugdwet kijken we ook nog naar het woonplaatsbeginsel. Pleegouders kunnen voor ondersteuning bij de pleegzorgorganisatie terecht. Als het nodig is kan de pleegzorgorganisatie extra hulp vragen aan de gemeente.

2. 3.

2.4.3

Advies

Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Awb Bij iedere stap, zoals in artikel 2.4.2 is genoemd, kan de gemeente een (externe) deskundige inzetten voor advies. Dit advies betrekken we bij de beoordeling van uw aanvraag. We stellen u vooraf op de hoogte welke deskundigheid we op welk moment nodig vinden en inzetten. 2.4.4

Voorwaarden en weigeringsgronden

Wmo 2015 1. We verstrekken de voorziening als deze:  veilig is voor uzelf en uw omgeving;  geen gezondheidsrisico’s geeft en;  niet anti-revaliderend werkt. We houden hierbij rekening met uw beperkingen. 2. We verstrekken geen voorziening: a. als u niet woont in de gemeente Terneuzen; b. als u voor uw probleem een beroep kunt doen op een andere wet; c. als u de gevraagde voorziening zelf al aanschaft voordat u een melding doet bij de gemeente. Deze regel geldt niet voor een acute noodsituatie. 11

19/54

d. als u de gevraagde voorziening zelf aanschaft ná de melding en vóór de datum van ons besluit. Deze regel geldt niet als we:  daarvoor schriftelijk toestemming hebben gegeven, of;  de gemaakte kosten, de noodzaak en de passendheid van de voorziening achteraf nog kunnen beoordelen. e. als u de gevraagde voorziening al eerder van ons heeft ontvangen en de normale afschrijvingstermijn van die voorziening is nog niet verstreken. Dit geldt niet als de voorziening verloren is gegaan terwijl dit niet uw schuld is. Wij kunnen u ook de restwaarde van de voorziening die verloren is gegaan (gedeeltelijk) vergoeden. f. als u deze voorziening niet specifiek op u gericht is; g. als de voorziening niet noodzakelijk was geweest wanneer u rekening had gehouden met bestaande en bekende beperkingen en de te verwachten ontwikkelingen daarvan; h. als u aanspraak heeft op zorg met verblijf op grond van de Wet langdurige zorg of er redenen zijn om aan te nemen dat u daarvoor in aanmerking komt en weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit hierover. Deze regel geldt niet als artikel 8.6a van de Wmo 2015 van toepassing is. i. de voorziening niet langdurig noodzakelijk is, tenzij het gaat om hulp bij het huishouden of begeleiding; 3. Als we een vervoersvoorziening verstrekken houden we alleen rekening met de verplaatsingen in uw directe woon- en leefomgeving.

De vervoersvoorziening bestaat uit maximaal 3.000 kilometer per jaar. 4. We verstekken geen woonvoorziening als: a. de beperkingen komen:  door de aard van de in de woning gebruikte materialen,  door de slechte staat van onderhoud, of  doordat de woning niet voldoet aan de geldende wettelijke eisen; b. u uw hoofdverblijf niet heeft of niet zal hebben in de woning waarvoor u de melding doet; c. u woont in een vakantiewoning, hotel, pension, klooster, trekkerswoning of een tweede woning. We kunnen dan wel een financiële tegemoetkoming voor verhuis- en herinrichtingskosten verstrekken; d. het gaat om voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten die bij het gebouw horen waarin u woont; e. de noodzaak voor de voorziening het gevolg is van een verhuizing  waarvoor geen aanleiding was op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie, en  er geen belangrijke reden voor de verhuizing is; f. u niet verhuist naar de voor uw beperkingen meest geschikte beschikbare woning. Deze regel geldt niet als we daarvoor vooraf schriftelijk toestemming hebben gegeven; g. u een indicatie hebt voor verhuizing naar een zorginstelling op grond van de Wet langdurige zorg; h. u de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten kan meenemen. 2.4.5

Voorwaarden individuele voorzieningen

Jeugdwet

12

20/54

1.

2.

U kunt alleen in aanmerking komen voor een individuele voorziening als u geen oplossing kunt vinden voor uw hulpvraag: a. binnen uw eigen mogelijkheden. Hieronder verstaan we in ieder geval:  gebruikelijke hulp van ouders en hulp van andere personen uit het sociale netwerk;  het hebben van een aanvullende verzekering die voorziet in de gevraagde voorziening; b. door gebruik te maken van een algemene voorziening, of; c. door gebruik te maken van een andere voorziening. Als uw aanvraag betrekking heeft op kosten voor jeugdhulp die u voorafgaand aan de aanvraag heeft gemaakt, kunnen we hier alleen een voorziening voor verstrekken, als: a. op het moment van de aanvraag nog steeds sprake is van:  opgroei- of opvoedingsproblemen,  psychische problemen, of  stoornissen waarvoor u de hulp hebt ingezet, en; b.

3. 4.

we achteraf nog kunnen beoordelen of de voorziening noodzakelijk en passend is, en c. we de gemaakte kosten achteraf nog kunnen beoordelen. De voorziening als bedoeld in lid 2 kan slechts betrekking hebben op gemaakte kosten over een periode van maximaal 3 maanden vóór de aanvraag. Wij kunnen nadere regels vaststellen ter verdere uitwerking van de criteria, zoals genoemd in het eerste en tweede lid.

2.5

Besluit

2.5.1

Inhoud van het besluit

Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ, Awb 1. Wij stellen u per brief op de hoogte van ons besluit. Hierin staat of we u wel of geen hulp geven. Als we wel hulp geven, staat in het besluit ook in welke vorm we de hulp geven: a. hulp in natura; b. pgb; c. geld. 2. Geven we hulp in natura, dan staat in het besluit in ieder geval: a. wat de hulp inhoudt en waarvoor u de hulp krijgt; b. wanneer de hulp ingaat en hoe lang de hulp duurt; c. wie de hulp geeft en hoe de hulpverlener de hulp geeft; d. welke voorwaarden en verplichtingen gelden; e. motivatie van het besluit, en f. hoe u bezwaar kunt maken tegen het besluit. 3. Geven we hulp in de vorm van een pgb, dan staat in het besluit in ieder geval: a. waarvoor u het pgb krijgt; b. hoe hoog het pgb is; c. wanneer het pgb ingaat en wanneer het pgb eindigt; d. hoe u de besteding van het pgb moet verantwoorden; e. welke voorwaarden en verplichtingen gelden; f. motivatie van het besluit, en g. hoe u bezwaar kunt maken tegen het besluit. 13

21/54

4. Geven we hulp in de vorm van geld, dan staat in het besluit in ieder geval: a. voor welk doel we het geld geven; b. hoeveel geld u krijgt; c. wanneer we het geld betalen; d. hoe vaak we het geld betalen; e. welke voorwaarden en verplichtingen gelden; f. motivatie van het besluit, en g. hoe u bezwaar kunt maken tegen het besluit. 5. Geven we geen hulp, dan staat in het besluit in ieder geval: a. motivatie waarom we geen ondersteuning geven, en b. hoe u bezwaar kunt maken tegen het besluit. 2.5.2

Verval van recht

Jeugdwet, Wmo 2015 Het recht op ondersteuning vervalt als u niet binnen drie maanden na het besluit begint met het gebruikmaken van de hulp. Dit geldt niet als u kunt aantonen dat u een dringende reden heeft waardoor u niet binnen de termijn van drie maanden gebruik kunt maken van de hulp. 2.5.3

Terugwerkende kracht

Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ 1. 2.

2.5.4

We kennen een aanvraag niet met terugwerkende kracht toe. Het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing als de wet of deze verordening het wel mogelijk maakt. Spoedeisende gevallen

Jeugdwet, Wmo 2015, PW In spoedeisende gevallen zorgt de gemeente ervoor dat u hulp krijgt die nodig is, zonder dat de normale procedure wordt gevolgd.

14

22/54

Hoofdstuk 3

Participeren en inkomen

Dit hoofdstuk gaat over participatie, tegenprestatie en minimaregelingen. Wij vinden het belangrijk inwoners die geen werk hebben te helpen bij het vinden van werk. In dit hoofdstuk leest u voor wie dit geldt, hoe wij u hierbij kunnen helpen en wat wij van u verwachten als u een uitkering ontvangt. Participatie – voor wie

3.1

PW, IOAW, IOAZ 1. 2.

U bent in de eerste plaats zelf, met de hulp van de mensen om u heen of met de hulp van uitzendbureaus en andere organisaties, verantwoordelijk om werk te vinden. Als u dat niet lukt, kunnen wij u helpen. Daarbij gebruiken wij de voorzieningen genoemd in dit hoofdstuk. Wij kunnen u een voorziening aanbieden als: a. u een uitkering van ons ontvangt; b. u geen uitkering van ons ontvangt en geen hulp krijgt van instanties zoals UWV, SVB of werkgevers; c. u jonger bent dan 27 jaar, geen werk heeft en geen havo-, vwo- of mbo-diploma vanaf niveau 2 of hoger heeft.

3.2

Werkwijze PW, IOAW, IOAZ

1. Bij het vinden van werk of een opleiding die bij u past, werken wij samen met UWV, regiogemeenten en organisaties. 2. Wij ondersteunen werkgevers die werk hebben voor inwoners die onder de doelgroep van de gemeente vallen. 3.3

Voorzieningen PW, IOAW, IOAZ

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Wij kijken welke hulp u nodig heeft. Wij beoordelen welke voorziening passend is voor u. Wij bepalen welke voorziening we inzetten en voor hoe lang. Wij kijken naar uw omstandigheden, uw mogelijkheden en eventuele beperkingen, zorg voor kinderen, mantelzorg, wettelijke verplichtingen en het beschikbare budget. Wij stemmen de hulp aan u af gelet op uw positie op de arbeidsmarkt. Het doel van de voorziening is het vinden of behouden van passend werk. Wij kunnen in ieder geval de volgende voorzieningen inzetten: • • • • • • • • • • •

participatieplaats beschut werk proefplaatsing werkervaringsplaats/stage detacheringsbaan basisbaan sociale activering vrijwilligerswerk diagnostische instrumenten werkgeverssubsidie loonkostensubsidie 15

23/54

• • • • • • •

8. 9. 3.3.1

scholing, cursussen, trainingen begeleiding, ondersteuning jobcoaching jobhunting, bemiddeling nazorg kinderopvang andere voorzieningen en vergoedingen, maatwerk In een plan van aanpak leggen wij vast welke hulp u krijgt en welke afspraken wij met u maken. We kunnen nadere regels vaststellen ter uitwerking van dit artikel. Participatieplaats

PW, IOAW, IOAZ 1. 2. 3. 4. 5.

3.3.2

Wij kunnen deze voorziening inzetten als u een uitkering krijgt, ouder bent dan 27 jaar en uw kans op werk klein is. Wij kunnen voor een periode van maximaal twee jaar een participatieplaats aanbieden. Het doel is de kans op betaald werk te vergroten en werkervaring op te doen. Een voorwaarde is dat het werk niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties. Na iedere 6 maanden kunt u een premie van maximaal € 250,00 ontvangen. Een voorwaarde is dat u voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van uw kans op werk. Beschut werk

PW, IOAW, IOAZ 1. 2. 3.

4.

5.

3.3.3

Wij kunnen u een beschutte werkplek aanbieden, als het UWV heeft vastgesteld dat u alleen kan werken als het werk en de omgeving zijn aangepast aan uw mogelijkheden. Het doel is om u een veilige werkplek te bieden. Wij bieden de volgende aanpassingen aan, zodat u beschut kunt werken: a. het aanpassen van uw werkplek of de omgeving waarin u werkt; b. uitsplitsing van taken; c. het aanpassen van werktempo, het aantal uren dat u werkt en de begeleiding die u krijgt; d. jobcoaching. Als u in aanmerking komt voor beschut werk, kunnen wij helpen om de stap naar beschut werken makkelijker te maken. Wij kunnen de volgende voorzieningen aanbieden: a. helpen bij de invulling van uw dag; b. vrijwilligerswerk; c. scholing; d. schuldhulpverlening. Wij zetten ons in om iedereen die voor beschut werk in aanmerking komt te plaatsen. We streven er naar om in ieder geval het door het rijk opgelegde minimum aantal beschutte werkplekken per jaar te realiseren. Proefplaatsing

PW, IOAW, IOAZ 1. 2.

Wij kunnen u, bij wijze van proef, tijdelijk en met behoud van uw uitkering een proefplaatsing aanbieden bij een bedrijf om werkervaring op te doen. De plaatsing duurt drie maanden, maar stopt eerder als het doel eerder bereikt is. 16

24/54

3. 4. 5. 6. 7.

3.3.4

Het doel is dat u kennis en vaardigheden opbouwt. Het uiteindelijke doel is dat u voor minimaal zes maanden in dienst komt bij het bedrijf. Tijdens de proefplaatsing kan het bedrijf een beeld krijgen om te zien of u geschikt bent voor het werk. De werkgever moet u goed begeleiden. Een voorwaarde is dat dit niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever. Ook mag het niet leiden tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties. Werkervaringsplaats/stage

PW, IOAW, IOAZ 1. 2. 3. 4. 5.

3.3.5

Wij kunnen u bij wijze van proef tijdelijk en met behoud van uitkering een werkervaringsplaats/stage aanbieden bij een re-integratiebedrijf. De plaatsing duurt drie maanden, maar stopt eerder als u het doel heeft behaald. Wij kunnen de plaatsing na drie maanden verlengen, maar met verlenging duurt de plaatsing maximaal zes maanden. Het doel is om werknemersvaardigheden te leren en daarmee de kans op betaald werk te vergroten en werkervaring op te doen. Een voorwaarde is dat dit niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever. Ook mag het niet leiden tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties Detacheringsbaan

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12166700/1