2022-11-30 - Bijlage 2d BP Rooseveltlaan 2 - Bijlagen bij de toelichting
Tekst van het document
projectnummer 1 1A0338, In voorgaand aanvullend bodemonderzoek (2010) worden ter plaatse van boring 1, traject 2.2 - 2.4 m-mv, sterk verhoogde concentraties ethylbenzeen, tolueen en xylenen aangetroffen. Zintuiglijk is een matige benzinegeur waargenomen binnen het traject van 0.5 - 2.4 m-mv en een zwakke benzinegeur in het traject van 2.4 - 2.8 m-mv. Voor de verticale inkadering in onderhavig nader bodemonderzoek zijn de trajecten van 0.3 0.5 m-mv (GM11) en van 3.0 - 3.2 m-mv (GM10) ter analyse aangeboden. GM10 bevat licht verhoogde concentraties ethylbenzeen en xylenen. Grondmonster GM11 bevat een licht verhoogde concentratie minerale olie. Hiermee is de verontreiniging in het verticale vlak voldoende ingekaderd. De boringen welke zijn uitgevoerd voor de horizontale inkadering bevaften hoogstens licht verhoogde concentraties ethylbenzeen en/of xylenen. Hiermee is de verontreiniging in het horizontale vlak voldoende ingekaderd. Het oppervlak van de interventiewaardecontour bedraagt ca. 19 m2. Het verontreinigingstraject boven de interventiewaarde bevindt zich van 0.6 tot 2.8 m-mv. Dit resulteert in een verontreinigingsvolume van circa 42 m3 (=19 (2.8 - 0.6)). Uit deze resultaten blijkt dat meer dan 25 m3 grond verontreinigd is boven de interventiewaarde.
Dit houdt in dat op de onderzoeksiocatie op basis van de huidige gegevens volgens de Wet bodembescherming (Wbb) een meldingsplicht richting het bevoegd gezag bestaat in verband met de sterke verontreinigingen met ethylbenzeen, tolueen en xylenen in de grond.
11 A0338
Identificatie potentiële spoedlocatie Rooseveltiaan 2 te Terneuzen
4
GROND-, GEWAS- EN MILIEULABORATORIUM "ZEEUWS - VLAANDEREN" b v Zandbergsestraat 1 - 4569 TC Graauw - Telefoon (0114) 635 400 - Fax (0114) 635 754
Grondwater In voorgaand bodemonderzoek worden in het grondwater uit peilbuis Pl (boring 1; filterstelling 3.0 - 4.0 m-mv) sterk verhoogde concentraties minerale olie, benzeen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen aangetroffen. Voor de verticale inkadering is direct naast boring 1 (Pl) een nieuwe boring 1 (Pl) geplaatst met een filterstelling van 5.0 - 6.0 m-mv. Dit grondwater bevat een matig verhoogde concentratie xylenen en licht verhoogde concentraties benzeen en naftaleen. Hiermee zijn de sterke verontreinigingen in het verticale vlak voldoende ingekaderd. Voor de horizontale inkadering zijn in eerste instantie vier peilbuizen geplaatst, uit de grondwatermonsters is gebleken dat het grondwater in zuidoostelijke richting nog een sterk verhoogde concentratie xylenen bevat. Daarom is aanvullend tegen de noordelijke gevel een peilbuis geplaatst (boring 10 (P6)). Het grondwater uit deze peilbuis bevat een licht verhoogde concentratie xylenen. Verder is tijdens voorgaand onderzoek in peilbuis P3 uit het aanvullend bodemonderzoek 2010, die is geplaatst ter plaatse van de voormalige ondergrondse tank voor diesel en op 10 meter in noordoostelijke richting is gesitueerd, alleen een licht verhoogde concentratie naftaleen boven de streefwaarde, maar niet boven de tussenwaarde geconstateerd. Hiermee zijn de verontreinigingen in het grondwater in het horizontale vlak voldoende ingekaderd.
Het oppervlak van de interventiewaardecontour van de verontreinigingen in het grondwater bedraagt ca. 188 m2. Het verontreinigingstraject boven de interventiewaarde bevindt zich van 2.1 m-mv (grondwaterstand) tot circa 4.5 m-mv. Dit resulteert in een totaal volume van Ga. 450 m3. Op basis van de voorliggende analyseresultaten is op de locatie meer dan 25 m3 grond en meer dan 100 m3 grondwater verontreinigd boven de interventiewaarde. Dit betekent dat op de onderzoekslocatie volgens de Wet bodembescherrning (Wbb) een meldingsplicht richting het bevoegd gezag bestaat in verband met deze verontreinigingen in de grond en in het grondwater. Formeel dient een nader bodemonderzoek (fase II) te worden uitgevoerd om de streefwaardecontour in het grondwater te bepalen. Algehele conclusie voorgaande bodemonderzoeken Op de onderzoekslocatie zijn de volgende verdachte deellocaties aanwezig geweest of aanwezig: 1 locatie voormalige pompeiland 2 locatie voormalige ondergrondse 2-takt benzinetank 3 locatie voormalige ondergrondse dieseltank + afleverzuil 4 locatie olie-, vet- en slibafscheider + ondergrondse afvalolietank 5 locatie voormalige vulpunten benzinetanks 6 locatie voormalige ontiuchtingspunten benzinetanks Alleen ter plaatse van deellocatie 1 zijn zowel in de grond als in het grondwater sterke verontreinigingen met BTEXN boven de interventiewaarden aanwezig.
In het grondwater is tevens een sterke concentratie minerale boven de interventiewaarde aanwezig. De gehaltes overschrijden de volumecritena uit de Wet bodembescherming (Wbb).
1 1A0338
Identificatie potentiële spoediocatie Rooseveltlaan 2 te Temeuzeri
GROND-, GEWAS- EN MILIEULABORATORIUM "ZEEUWS - VLAANDEREN" b.v. Zandbergsestraat 1 - 4569 TC Graauw - Telefoon (0114) 635 400 - Fax (0114) 635 754
Ter plaatse van de overige deellocaties zijn in na de actualisatie in 2010 geen relevante verontreinigingen meer aangetoond (deellocaties 2, 3), de aangetoonde verontreinigingen reeds gesaneerd (deellocatie 4) of zijn nooit relevante verontreinigingen aangetoond (deellocaties 5, 6). Overige informatie op grond van de bodemonderzoeken - Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat de verontreiniging vermoedelijk verband houdt met het pompeiland dat ter plaatse aanwezig is geweest. De verontreiniging in de grond ter plaatse is immers al vanaf 0.3 m-mv in lichte mate aanwezig. Een plattegrond met de verontreinigingscontour in de grond en in het grondwater is bijgevoegd als bijlage 1. Beoordeling op grond van "Handreiking lndentificatie spoed locaties" Om vast te stellen of er zeer waarschijnlijk wel of geen sprake is van spoed en zo ja, wat het type is van de onaanvaardbare risico's waar de spoed op is gebaseerd, dient gebruik gemaakt te worden van "Handreiking Identificatie spoedlocaties" Versnellingsprotocot "slim onderzoek", Grontmij d.d. 13 juli 2009. De handreiking gaat ervan uit dat voor elke potentiële spoediocatie alle over de locatie beschikbare informatie het uitgangspunt is voor de beoordeling van 'zeer waarschijnlijk spoed ja dan nee". Er dient pas extra informatie verzameld te worden als blijkt dat deze beoordeling niet kan worden gedaan.
De methode "slim onderzoek" gaat uit van onderverdeling in stofgroepen om de verschillende risico's helder af te kunnen leiden, omdat de stofgroep sterk bepalend is voor het type risico's dat moet worden onderzocht en daarmee op welke manier en met behulp van welke techniek en informatie dit dient te gebeuren. Ter plaatse van de onderzoekslocatie is sprake van sterke verontreinigingen boven de interventiewaarden met ethylbenzeen, tolueen en xylenen in de grond en sterke verontreinigingen boven de interventiewaarden met minerale olie, benzeen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen in het grondwater. De verontreinigingen boven de interventiewaarden zijn gesitueerd ter plaatse van onbebouwd terrein dat deels voorzien is van klinkers en deels met de verharding van het openbaar fietspad. De grondwaterverontreiniging is voor een gering gedeelte ter plaatse van de naast het fietspad gesitueerde berm aanwezig. Humaan risico minerale olie Op de onderzoekslocatie is ter plaatse van de vastgestelde verontreinigingen met concentraties boven de interventiewaarden in zowel de grond als in het grondwater geen bebouwing aanwezig. In de handreiking is opgenomen dat voor minerale olie ten aanzien van humane risico's alleen van belang is of sprake is van stankoverlast en dat stankoverlast alleen binnen gebouwen op kan treden.
Op grond van bovenstaande is er geen sprake van humane spoed ten gevolge van stankoverlast. Risico-analyse verspreiding minerale olie Alleen in het grondwater uit de peilfilters Pl het aanvullend bodemonderzoek (2010) is een oliegehalte aangetoond dat de interventiewaarde overschrijdt. In de omliggende peilfilters is geen minerale olie boven streefwaarden aangetoond. 1 1A0338
Identificatie potentiële spoed locatie Rooseveltiaan 2 te Terneuzen
6
(7
GROND-, GEWAS- EN MILIEULABORATORIUM "ZEEUWS - VLAANDEREN" b.v. Zandbergsestraat 1 - 4569 TC Graauw - Telefoon (0114) 635 400 - Fax (0114) 635 754
In de grond is geen minerale olie boven de tussenwaarden aangetoond (uitgaande van het aanvullend onderzoek dat als actualisatie dient). In SKB Cahier 'Olie in de bodem" d.d. september 2007 is opgenomen dat drijfiagen ontstaan als er zodanig veel olie in de bodem aanwezig is dat de retentiecapaciteit van de bodem wordt overschreden. De retentiecapaciteit is gedefinieerd als het volume olie per volume grond dat door de bodem kan worden vastgehouden. De retentiecapaciteit is afhankelijk van het bodemtype en het olietype. De retentiecapaciteit van benzine in grind, grof zand bedraagt 2000 mgfkgds. De retentiecapaciteit van benzine in fijn zand bedraagt 10000 mglkgds. Omdat er in de grond geen oliegehalte is aangetoond boven de tussenwaarde is het zeer aannemelijk om aan te nemen dat er geen sprake zal zijn van een drijfiaag op locatie. Er is op dit moment geen aanleiding om deze aanname te controleren door middel van het uitvoeren een drijfiaagmeting. Humaan risico BTEXN Ter plaatse van de verontreiniging is geen bebouwing aanwezig. Op grond van bovenstaande is er geen sprake van humane spoed ten gevolge van BTEXN. Risico-analyse verspreiding BTEXN Ten behoeve van het opstellen van de hypothese is onderstaande informatie verzameld. Boorstaten reeds uitgevoerde bodemonderzoeken In de boorstaten van voorgaande bodemonderzoeken zijn geen onregelmatigheden geconstateerd.
Dieper dan 1.5 m-mv bestaat de bodem uit matig zand met hoofdzakelijk een zwak tot matig siltige toevoeging. Van 2.0 - 2.5 m-mv is de bodem zwak veenhoudend. Op grond van de nader bodemonderzoeken lijkt het erop dat de verontreiniging zich in oostelijke richting verspreidt. Geoloket Provincie Zeeland In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn geen sloten aanwezig. Alleen op de luchtfoto van 1959 is in de noordelijkste hoek van de onderzoeksioctie een sloot gelegen. De sloot liep vanuit noordoostelijke richting tot de noordelijke hoek van de onderzoekslocatie. In die tijd was nog geen bebouwing op de onderzoekslocatie aanwezig. Op de luchtfoto van 1970 is de sloot niet meer aanwezig. Op ca. 500 m ten Oosten is de Otheense kreek gelegen. Uit de kaart met het grondwaterbeheersplan blijkt dat het dichtst bijzijnde kwetsbare gebied zich op een afstand van ca. 500 m in oostelijke richting bevindt. Het betreft het gebied van en rondom de Otheense Kreek. Tevens blijkt uit het grondwaterbeheersplan van de Provincie dat in de omgeving geen permanente grondwaterontrekkingen voorkomen. De dichtstbijzijnde onttrekking is in oostelijke richting gelegen op ca. 1300 m. Dirioloket In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn geen boringen uitgevoerd.
1 1A0338
Identificatie potenttële spoediocatle Rooseveitlaan 2 te Terneuzen
GROND-, GEWAS- EN MILIEULABORATORIUM "ZEEUWS - VLAANDEREN" b.v. Zandbergsestraat 1 - 4569 TC Graauw - Telefoon (0114) 635 400 - Fax (0114) 635 754
Bodemloket Op bodemloket is opgenomen dat van 1973 tot 1991 op de onderzoekslocatie een benzineservicestation gevestigd is geweest. Vanaf 1973 is ook het autoreparatiebedrijf op de locatie aanwezig. Dit laatste is nog steeds op de onderzoekslocatie gevestigd. Op bodemloket is aangegeven dat in de directe omgeving van de onderzoekslocatie geen bodeminformatie bekend is. Overig Over kortdurende grondwateronttrekkingen die in de omgeving van de onderzoekslocatie zijn uitgevoerd is geen informatie achterhaald. De ligging van het rioleringstraject op de locatie is niet van belang, omdat de verontreiniging in de grond is ingekaderd en het grondwater zich dieper bevindt. In het laatst bodemonderzoek (nader bodemonderzoek 11A0338) wordt alleen in de oostelijke peilbuis P3 nog een sterke verontreiniging met xylenen aangetoond en niet meer de meer mobiele verontreinigingen benzeen, tolueen en ethylbenzeen die in de kern ook in sterke mate aangetoond zijn. Uitwerking risicoanaly.se BTEXN * Kwetsbaar gebied? Op grond van bovenstaande bevindingen blijkt dat er geen sprake is van een kwetsbaar object binnen 100 m van de interventiewaardecontour van de verontreiniging. * Dnjflaag? In voorgaande is al voldoende vastgesteld dat er geen sprake is van een drijfiaag.
* > 6000 m3 bodemvolume waarbinnen grondwater gehalten > 1 bevatten? Dit is berekend door middel van een eenvoudige volumeberekening met reactief transport zoals aangegeven in de gebruikte handreiking. Hierbij is de benodigde breedte van de pluim bij een volume van 6000 m3 berekend volgens onderstaande formule: Benodigde breedte pluim = 6000 / (D*V*J*R) waarbij: D: dikte in meters van de watervoerende laag ter plaatse V: stroomsnelheid van het grondwater ter plaatse in meter per jaar J: ouderdom van de verontreiniging in jaren R: retardatiefactor De dikte van de watervoerende laag ter plaatse (D in meters) waarmee feitelijk de verontreinigingtransporterende laag wordt bedoeld, is reeds in het nader bodemonderzoek vastgesteld. Tot een diepte van 4.5 m-mv komen verontreinigingen boven de interventiewaarden voor in de kern. Met een. toenmalig gemeten, grondwaterstand van 2.1 m-mv bedraagt dikte D maximaal 2.4 m. De stroomsnelheid van het grondwater per jaar ter plaatse van de onderzoekslocatie (V in meters per jaar) is bepaald door bepaling van het grondwaterverhang (i) en doorlatendheid (k).
1 1A0338
Identificatie potentiële spoediocatie Rooseveltlaan 2 te Terneuzen
8
GROND-, GEW&S- EN MILIEULABORATORJUM "ZEEUWS - VLAANDEREN" b.v. Zandbergsestraat 1 - 4569 TC Graauw - Telefoon (0114) 635 400 - Fax (0114) 635 754
De doorlatendheid (k) is afgeleid van het doorlaatvermogen (Kd) zoals bepaald van de grondwaterkaart van TNO. Het doorlaatvermogen bedraagt 60 m2/dag. De dikte van de totale watervoerende laag is ca. 18 m, Dit levert een doorlatendheid (k) van 3 m/dag. De richtwaarde voor de doorlatendheid van fijn zand bedraagt 1 - 10 m/dag en voor zeer fijn zand 1 - 0.001 m/dag. Het grondwaterverhang bedraagt volgens de TNO kaarten ca. 1.25 m over 1.5 km. Dit levert een verhang (i) van 0.00083 m/m. Op grond van bovenstaande bedraagt de stroomsnefheid op de onderzoekslocatie V = ((k* i) / porositeit van 0.3)* 365 = 3 m/jaar In 1973 is het benzine servicestation en het autogaragebedrijf op de locatie gevestigd. Tot die tijd had de locatie de functie landbouw. In 1991 zijn de werkzaamheden van het benzineservicestatior, gestaakt. De verontreiniging ter plaatse van het pompeiland heeft daarmee plaatsgevonden tussen 1973 en 1991. De ouderdom van de verontreiniging (J in jaren) is hiermee gesteld tussen de 21 en 39 jaar. De retardatiefactor (R) van de meest mobiele parameter benzeen bedraagt bij een organische stofgehalte van 1% (organische stof gehalten gemeten tussen 0.5 en 1.7%) 2.97 De berekende benodigde breedte van de pluim bij een volume van 6000 m3 bedraagt na berekening tussen 7,19 m (bij ouderdom 39 jaar) en 13,36 m (bij ouderdom 21 jaar).
Op grond van de reeds uitgevoerde bodemonderzoeken bedraagt de breedte maximaal 19,5 m en minimaal 12 m. Op grond hiervan is er aanleiding om te berekenen of de volumetoename van de pluim kleiner is dan 1000 m3. Volumetoename van de pluim> 1 000m3 ? Op grond van de berekende pluimbreedte dient getoetst te worden of de volumetoename van de pluim kleiner is dan 1000 m3. De verwachting van de omvang van een pluim die het volumetoename criterium overschrijdt is: Minimale leeftijd verontreiniging * 1000 m3 = 21 jaar * 1000 m3 = 21000 m3. De benodigde breedte van dit pluimvolume bedraagt: 47 m. Gezien de verontreinigingscontour zoals reeds is bepaald in nader bodemonderzoek is het zeer aannemelijk dat de volumetoename van de pluim zeker kleiner is dan 1000 m3 , Conclusie Op grond van bovenstaande bevindingen is vastgesteld dat er zeer waarschijnlijk geen sprake is van spoed.
11A0338
Identificatie potentiële spoediocatie Rooseveltlaan 2 te Terneuzen
GROND-, GEWAS- EN MJUEULABORATORLUM "ZEEUWS - VLAANDEREN" b v Zandbergsestraat 1 - 4569 TC Graauw - Telefoon (0114) 635 400 - Fax (0114) 635 754
Bijlage 1:
1 1A0338
Contouren verspreiding verontreinigingen in grond en grondwater
Identificatie potentiële spoediocatie Rooseveltiaan 2 te Terneuzen
10
Legenda ret peel .vwIatd bolo onds,zo.t2C1Q
Bo.' rr.t
p
Rooseveltiaan 2 te Temeuzen
Piguur
Situatie nader bodemonderzoek
Oodrachtgevor (ade re1zen
e ei Boiç u.d.e
M?eeet.es,k
Aoeox
N
z
Getekend: OvA Formaat
II
Voornrçe OgvnM 2
III
Vo OnOOM~ doI
V
Vooer ç
Scha
1 250
Datum
23-06-2011
A4 Projeçtnixrmrn
Fllenaan:
v
______
Garage Kerckhaeft femeuzen bv.
Ondwte
1A0338
Grond-. Gewas- en Milieulaboratonum Zeeuws-Vlaanderen b.v.
• SF0
eIendse enarr
Zartdbergseslrsst 1 4563 TC Teletoei :(C14) 636400 Fax (0114)635754 Ema infoIebz'1 1
Zl
4P4)
407 -
05
(~08(P5)
-
4(P3)
403 /
- -
/
?
4' (P4)
v ml
Lege nda eo, bd.,,ond,zo. 2010 idfre
N
w
-ø
scring -.t
Rooseveltiaan 2 te Temeuzen
Fgur
Situatie nadei- bodemondezoeç 9rond
Opdraht.v,r.
nzen
Garage Ke cYr5ert Temeuzes, bv.
______ 1
II
O0
III
V0G1U;e ee ctise(k •
V
V0WTlÇS
Z
Project:
'0 $e
ArwwdsçonIo.
Getekend: CvA F2rmaat; A4 Fiterioen,:
00aee/0ad2011/rrAc33e
1
1 1
Schaa 1: 250 )attjrn
Prectnummeç: 11A0338
Grcn-. Gewas- en Milieulaboratonum Zeeuws-aanderen V1 bv. Zandbergseatraat 1 69 TO Graaww TeIafoer (0114) 635 430 Fax (0114)635754 E-mail : n1ociabzv1 n
23-06-2011
Bijlage 3 Aanvullend bodemonderzoek 2020
Juust
95
Terneuzen Zuid-Oost, Rooseveltlaan 2
AANVULLEND BODEMONDERZOEK Aanvullend op actualisatie bodemonderzoek kenmerk 19MIT592.10, d.d. 19-12-2019
Rooseveltlaan 2, Terneuzen
Opdrachtgever
Projectnummer
Garage Kerckheart Terneuzen B.V. Dhr. L Kerckhaert Rooseveltlaan 2 4536 GZ Terneuzen 20MIT030.10
Status
Definitief
Versie
01
Datum
29 september 2020
Projectleider
Dhr. J.A. Booij
(Mede)auteur
Dhr. A.P.L.A.M Steenbergen
Mitec Advies B.V. Schouwersweg 9 4451 HS Heinkenszand
T 0113 567 926 I www.mitecadvies.nl E info@mitecadvies.nl
IBAN NL94ABNA0970076177 Kvk 22049175 BTW NL818122468B01
INHOUD SAMENVATTING
3
1
INLEIDING
4
1.1 Aanleiding en doel
4
1.2 Kwaliteit
4
1.3 Betrouwbaarheid
4
2
5
VOORONDERZOEK
2.1 Voorgaande actualisatieonderzoek
5
2.2 Onderzoeksstrategie
5
3
6
VERRICHTE WERKZAAMHEDEN
3.1 Veldwerkzaamheden
6
3.2 Zintuiglijke waarnemingen en metingen grondwater
6
3.3 Laboratoriumonderzoek
7
4
RESULTATEN
8
4.1 Toetsingskader
8
4.2 Toetsing
9
5
10
CONCLUSIES EN ADVIES
5.1 Conclusies
10
5.2 Advies
11
BIJLAGEN 1: Kadastrale situatie 2: Situatietekening 3: Foto’s 4: Profielbeschrijvingen 5: Analyseresultaten 6: Toetsingsresultaten
Mitec Advies B.V.
2
20MIT030.10
SAMENVATTING Onderzoekslocatie Soort onderzoek Aanleiding
Doel
Onderzoeksstrategie
Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen Resultaten
Conclusie en advies
Rooseveltlaan 2 te Terneuzen Kadastraal gemeente Terneuzen, sectie N, nummer 378 (Ged.) Aanvullend bodemonderzoek (actualisatie onderzoek) Op de locatie is in het verleden een bodemverontreiniging aangetoond met minerale olie en aromaten in grond en grondwater, welke middels een nader bodemonderzoek in 2011 in kaart gebracht is. In december 2019 is de in 2011 in kaart gebrachte vlek middels een actualisatie onderzoek opnieuw in kaart gebracht (door Mitec Advies b.v., project 19MIT592.10, d.d. 1912-2019). De conclusie van het rapport is dat omvang van de verontreiniging in grond niet of nauwelijks gewijzigd is. In het grondwater is wel enige verandering ten opzichte van de situatie in 2011. In de bestaande diepe peilbuis P1 (verticale afperking) is een sterke verontreiniging aangetoond. In peilbuis 108 (horizontale afperking) is eveneens een sterke verontreiniging aangetoond. De verontreiniging heeft zich mogelijk verspreid in de diepte en richting peilbuis 108. De in 2011 in kaart gebrachte situatie dient geactualiseerd te worden. Zowel in horizontale als in verticale richting dient de omvang van de verontreiniging in het grondwater te worden bepaald. Ter plaatse van de kern van de verontreiniging dient de verontreiniging in verticale richting te worden afgeperkt. Ter plaatse van peilbuis 108 dient de verontreiniging in horizontale richting te worden afgeperkt.
Verticale afperking Plaatsen diepe peilbuis (filter op ca. 6,0m-mv) Horizontale afperking Herbemonsteren bestaande peilbuis 108 Plaatsen 2 afperkende peilbuizen Analyses Minerale olie en aromaten (BTEXN) Ter plaatse van de kern van de verontreiniging is tot een diepte ca 6,0 m-mv een brandstofgeur waargenomen. Ter plaatse van peilbuis 108 is aan het grondwater een lichte brandstofgeur waargenomen. Ter plaatse van de nieuw geplaatste peilbuizen 301 en 302 zijn zintuigelijk geen bijzonderheden waargenomen. Uit onderhavig onderzoek blijkt in het traject van 5,0 - 6,0 m-mv (bestaande peilbuis P1) sterk verhoogde gehalten aan aromaten te worden aangetoond, in 2011 was hier nog sprake van maximaal matig verhoogde gehalten. In het traject van 6,3 - 6,8 (peilbuis 201) zijn maximaal licht verhoogde concentraties aangetoond. Ter plaatse van peilbuis 111 zijn de ten tijde van het voorgaande onderzoek (2011) aangetoonde sterk verhoogde concentraties niet opnieuw aangetoond. Daarentegen zijn momenteel juist in peilbuis 108 sterk verhoogde concentraties aromaten aangetoond. De verontreiniging in het grondwater is ofwel verplaatst of er is in 2011 een monster verwisseld. De verontreiniging ter plaatse van peilbuis 108 blijkt namelijk reproduceerbaar te zijn. Het oppervlakte van de verontreiniging in het grondwater is weliswaar verplaatst, maar niet toegenomen.
Wel is de omvang van de verontreiniging toegenomen omdat tot op grotere diepte sterk verontreinigd grondwater aanwezig is. Op basis van de onderzoeksresultaten is de verwachting dat op de locatie meer dan 25m3 grond en meer dan 100m3 grondwater verontreinigd is boven de interventiewaarde. Hiermee voldoet de situatie aan de criteria van een ernstig geval van bodemverontreiniging. De verontreiniging betreft een historische verontreiniging (waarvan het aannemelijk is dat de verontreiniging grotendeels ontstaan is voor 1987). In dit geval wordt een saneringsverplichting door het bevoegd gezag geeffectueerd indien sprake is van spoedeisendheid. Hierbij zijn de actuele, op de plaats van het geval van verontreiniging voorkomende, risico’s voor de mens, het ecosysteem, alsmede de verspreidingsrisico’s bepalend. Deze hangen sterk samen met het (actuele/toekomstige) gebruik van de verontreinigde locatie.
Mitec Advies B.V.
3
20MIT030.10
1
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel In opdracht van Garage Kerckheart Terneuzen B.V heeft Mitec Advies B.V. in juli en augustus 2020 een aanvullend (actualisatie) bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een deel van de locatie Rooseveltlaan 2 te Terneuzen. De locatie is kadastraal bekend als gemeente Terneuzen, sectie N, nummer 378 (Ged.), zie Bijlage 1. Reden voor het uitvoeren van het actualisatie bodemonderzoek is de voorgenomen verkoop van de locatie. Op de locatie is in het verleden een bodemverontreiniging aangetoond met minerale olie en aromaten in grond en grondwater, welke middels een nader bodemonderzoek in 2011 in kaart gebracht is. Op basis van de onderzoeksresultaten is op de locatie meer dan 25m3 grond en meer dan 100m3 grondwater verontreinigd boven de interventiewaarde. Hiermee voldoet de situatie aan de criteria van een ernstig geval. Er is geoordeeld dat er geen verspreidingsrisico's of humane risico’s zijn. In december 2019 is de in 2011 in kaart gebrachte vlek middels een actualisatie onderzoek opnieuw in kaart gebracht (door Mitec Advies b.v., project 19MIT592.10, d.d. 19-12-2019). De conclusie van het rapport is dat omvang van de verontreiniging in grond niet of nauwelijks gewijzigd is. In het grondwater is wel enige verandering ten opzichte van de situatie in 2011.
Doel van onderhavig aanvullend (actualisatie) onderzoek is het bepalen van de omvang van de verontreiniging in het grondwater.
1.2
Kwaliteit Het bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de BRL SIKB 2000: veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek. De volgende onderliggende protocollen zijn van toepassing: - Protocol 2001: plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen; - Protocol 2002: het nemen van grondwatermonsters. Het procescertificaat van Mitec Advies B.V. en het daarbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever. De analyses zijn uitgevoerd door een geaccrediteerd laboratorium. De analyseresultaten zijn getoetst aan de Circulaire bodemsanering d.d. 2013. De onderzochte locatie is niet in eigendom van Mitec Advies B.V. of gerelateerde zusterbedrijven. Hierdoor is de wettelijk voorgeschreven functiescheiding geborgd.
1.3
Betrouwbaarheid Het onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Mitec Advies B.V. streeft bij elk onderzoek naar een optimale representativiteit. Het onderzoek is echter gebaseerd op een beperkt aantal boringen/gaten en monsters. Hierdoor blijft het mogelijk dat plaatselijke afwijkingen in de samenstelling van de bodem en/of puinlaag aanwezig zijn welke tijdens het onderzoek niet naar voren zijn gekomen. Mitec Advies B.V. is niet aansprakelijk voor hieruit voortvloeiende schade of gevolgen van welke aard ook. Ondanks dit onderzoek kan achteraf aanvullende verontreiniging worden geconstateerd (restrisico). Daarom dient bij sloop- en bouwactiviteiten en bij grondwerkzaamheden steeds aandacht gegeven te worden aan afwijkende kenmerken van de bodem zoals een afwijkende kleur, geur, bijmenging en onbekende obstakels zoals leidingwerken, putten en puinlagen. Tevens wordt erop gewezen dat dit onderzoek een momentopname is. De bodem en/of puinlaag kan na het onderzoek van kwaliteit veranderen door bijvoorbeeld een calamiteit of aanvoer van grond.
Mitec Advies B.V.
4
20MIT030.10