2022-11-30 - Bijlage 2c Toelichting
Tekst van het document
De Wnb stelt dat het verboden is om zonder vergunning van Gedeputeerde Staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000- gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is gelegen op ruim 7,5 km (Canisvliet). Gezien de omvang van de werkzaamheden zijn stikstofeffecten echter niet bij voorbaat uit te sluiten. Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 over de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) en de AERIUS Calculator is voor dit plan de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden berekend (zie bijlage 3). Per 1 juli 2021 is de Stikstofwet van kracht. Belangrijk onderdeel van de wet is de bouwvrijstelling. Kort gezegd houdt deze vrijstelling in dat de aanlegfase van ontwikkelingen vrijgesteld is van de vergunningplicht Wet natuurbescherming en dat voor deze fase geen stikstofberekening meer nodig is. De bouwvrijstelling betreft een partiële vrijstelling, omdat deze alleen geldt voor tijdelijke stikstofemissies tijdens sloop, aanleg en bouwactiviteiten. De vrijstelling geldt niet voor structurele stikstofemissies in de gebruiksfase. In dit geval is zowel de gebruikfase als de realisatiefase (worst-case) doorberekend.
In de gebruiksfase is als worst-case scenario geen rekening gehouden met de bestaande verkeersgeneratie. Dit heeft te maken met de grote hoeveelheid leegstand. Er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Het project heeft daarmee geen negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is niet nodig. Soortenbescherming Uit de Quickscan Wet natuurbescherming blijkt dat de beschermde soorten uit de soortgroepen flora, broedvogels categorie 1 t/m 5, grondgebonden zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, vlinders, libellen en overige ongewervelden niet aanwezig zijn binnen het plangebied. Uit het literatuuronderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied diverse algemene broedvogels voor (kunnen) komen, waaronder: groenling, heggenmus en houtduif. Uit het veldonderzoek blijkt dat het plangebied vanwege de volledige verharding enkel geschikt is als broedlocatie voor gebouw bewonende soorten, zoals kauw, houtduif, Turkse tortel, stadsduif en mogelijk witte kwikstaart. De kans dat algemene broedvogels in het plangebied tot broeden komen is zeer klein, maar niet geheel uit te sluiten. Nesten van deze soorten kunnen vanwege de sloopwerkzaamheden worden verstoord en/of vernield.
De verstoring die als gevolg van de werkzaamheden kan optreden, is niet van wezenlijke invloed op de staat van instandhouding. Dit aangezien de te verwachten soorten algemeen in Nederland voorkomen en de verstoring slechts van tijdelijke aard is. Verstoring van nesten veroorzaakt derhalve geen overtreding van de Wnb. Door vernieling van nesten wordt de Wnb echter wel overtreden. Uit voorzorg kunnen de werkzaamheden buiten het broedseizoen worden uitgevoerd (15 maart t/m 15 juli). Wanneer de werkzaamheden toch in het broedseizoen worden uitgevoerd dient bij een broedgeval het werk stilgelegd te worden en contact opgenomen te worden met een ecoloog. Het broedgeval wordt gemarkeerd (met en verstoringsvrije zone) en tijdens de werkzaamheden ontzien totdat de jongen zijn uitgevlogen. Uit het literatuuronderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied de volgende vleermuizen voor (kunnen) komen: gewone en ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, grijze grootoorvleermuis,
Juust
34
Axel, Kerkdreef/Noordstraat (De Passage)
laatvlieger en rosse vleermuis. Uit het veldonderzoek blijkt dat boombewonende soorten, zoals de rosse vleermuis binnen het plangebied zijn uitgesloten door het ontbreken van bomen. De bebouwing bevat enkele open stootvoegen aan de Kerkdreef waardoor de achtergelegen spouwmuur bereikbaar is voor kleine vleermuizen, zoals de gewone en ruige dwergvleermuis. Verder is er een spleet aanwezig tussen Kerkdreef 20 en het naastgelegen pand. Deze wordt overdekt door een dakgoot waardoor de spleet niet blootgesteld is aan weersinvloeden en daarmee geschikt is als verblijfplaats voor kleine vleermuizen (gewone en ruige dwergvleermuis). Verblijfplaatsen van andere vleermuissoorten zijn uitgesloten. Door de voorgenomen sloop van het gebouw zijn negatieve effecten op verblijfplaatsen van vleermuizen niet uitgesloten. Als gevolg van de sloopwerkzaamheden treedt er mogelijk verstoring van vleermuizen en vernietiging van verblijfplaatsen op. Het gaat dan om dieren die een paar- of zomerverblijfplaats in de bebouwing kunnen hebben. Ook een kraamverblijf kan op voorhand niet worden uitgesloten. Verstoring en/of vernietiging van verblijfplaatsen leidt tot overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb. Om vast te stellen of verblijfplaatsen aanwezig zijn in de bebouwing is nader onderzoek naar vleermuizen noodzakelijk.
Het vleermuisonderzoek (zie Bijlage 5) is uitgevoerd aan de hand van het landelijk vastgestelde protocol voor vleermuisonderzoek (versie maart 2017). Voor het project zijn 5 onderzoeksronden uitgevoerd in de periode juni t/m september 2020. Uit het onderzoek blijkt dat in de omgeving van het plangebied de laatvlieger en gewone dwergvleermuis voorkomen. Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn echter niet aangetroffen in het plangebied. Ook is er geen sprake van essentiële vliegroutes of foerageergebied. Wel wordt de Kerkdreef en omliggende straten gebruikt als (niet- essentiële) vliegroute voor vleermuizen, en bevinden zich verblijfplaatsen in de kerk aan de overzijde van de kerkdreef. Werkzaamheden bestaan uit het slopen van het winkelcentrum en woningen, het bouwrijp maken van het gebied, en het nieuwbouwen van woningen. Er worden hierbij geen nadelige effecten verwacht op vleermuizen mits het bouwterrein niet wordt verlicht met hoog- geplaatste of breed uitstralende verlichting. Met het nemen van enkele verlichtingsmaatregelen kan overtreding van de Wet natuurbescherming worden voorkomen en is het aanvragen van een ontheffing Wet natuurbescherming niet noodzakelijk. Deze maatregelen kunnen worden opgenomen in de omgevingsvergunning(en) voor het bouwen. Het aspect natuur vormt geen belemmering voor vaststelling van het bestemmingsplan.
4.10
Niet gesprongen explosieven
In de Tweede Wereldoorlog is in Zeeland veel gevochten. Doordat tijdens de gevechten niet alle munitie is ontploft zijn er tot op de dag van vandaag blindgangers in de bodem te vinden. Gemeente Terneuzen hanteert voor de paragraaf Niet-gesprongen explosieven (NGE) het Historisch Vooronderzoek en NGE-Risicokaart van REASeuro, kenmerk RO180093 van 24 oktober 2018. De locatie aan de Kerkdreef/Noordstraat (De Passage) valt, in relatie tot niet-gesprongen explosieven door oorlogshandelingen in de Tweede Wereldoorlog, onder een aangemerkt risicogebied (zie afbeelding 20).
Juust
35
Axel, Kerkdreef/Noordstraat (De Passage)
Afbeelding 20 | Uitsnede NGE-Risicokaart REASeuri (bron: gemeente Terneuzen) Toelichting Tijdens de bevrijding hebben in september 1944 hevige grondgevechten en artilleriebeschietingen plaatsgevonden, namelijk bij het verdrijven van Duitse soldaten uit Axel in de opmars richting Terneuzen en Zaamslag door Poolse eenheden. Op basis daarvan is sprake van een NGE-risicolocatie door mogelijk achtergebleven klein kaliber munitie, hand- en geweergranaten, munitie voor granaatwerpers en geschutmunitie afkomstig van grondartillerie. Vooral in bebouwd gebied en in de omgeving van bebouwd gebied hebben door de Explosieven Opruimingsdienst (EOD) munitieruimingen plaatsgevonden. Overweging De EOD heeft in en rond Axel diverse ruimingen uitgevoerd. De betreffende ontwikkellocatie is thans bebouwd en de trefkans van munitie is daardoor klein(er) geworden. Daarentegen betreft het een binnenstedelijk plangebied met een redelijke omvang, waardoor er een zekere c.q. een verhoogde kans op de aanwezigheid van NGE is. Conclusie Er is een verhoogde kans op de aanwezigheid van NGE; er is derhalve sprake van een risicolocatie voor NGE. In geval van funderingswerkzaamheden en/of grondverzet is het vóóraf doen van een projectgebonden risicoanalyse vereist. Dit is als voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels.
4.11
Verkeer en parkeren
Een goede ontsluiting en voldoende parkeerfaciliteiten zijn belangrijk voor een goed functionerende ontwikkeling. In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de gevolgen van het plan op de verkeerssituatie in de omgeving, de verkeersgeneratie, de ontsluiting en de wijze waarop voldoende parkeergelegenheid in het plan is gewaarborgd. Parkeren Op basis van de Parkeernota 2015-2020 van de gemeente Terneuzen is door Juust BV een parkeeronderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 6). Op basis van het programma (38 appartementen en detailhandel) is de theoretische parkeervraag 47,2 parkeerplaatsen op het maatgevend moment (werkdag in de avond). Een deel hiervan wordt opgevangen door het realiseren van 18 parkeerplaatsen op het eigen terrein (binnenterrein). In het onderzoek is nog rekening gehouden met 14 parkeerplaatsen op eigen terrein. Daarnaast worden er 4 garageboxen gerealiseerd. Hierdoor is een parkeertekort die moet worden opgevangen in de openbare ruimte. Dit tekort varieert tussen de 8 en 32 parkeerplaatsen afhankelijk van de parkeervraag op verschillende momenten in de
Juust
36
Axel, Kerkdreef/Noordstraat (De Passage)
week. Uit het parkeeronderzoek blijkt dat het theoretisch tekort aan parkeerplaatsen op te vangen is in de openbare ruimte. Enkel op zaterdagochtend- en middag is er onvoldoende restcapaciteit om de toekomstige parkeervraag van de gewenste ontwikkeling op te vangen. De aanwezigheid van de weekmarkt heeft op dat moment een aandeel in het ontstaan van een theoretisch tekort aan parkeerplaatsen. Echter zijn op de zaterdagochtend en -middag juist bezoekers van winkels op zoek naar een parkeerplaats. Voor deze doelgroep is een loopafstand van 200 tot 600 meter acceptabel. Om deze reden blijft op deze momenten de parkeersituatie acceptabel en zijn aanvullende maatregelen niet nodig. Tijdens ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan zijn er zienswijzen ingediend. In de periode dat de planvorming en beantwoording zienswijzen van herontwikkeling De Passage liep, is de nota parkeernormen van de gemeente Terneuzen herzien. De loopafstanden die de gemeente Terneuzen acceptabel acht tussen de locatie van de parkeerlocatie tot de exacte bestemming zijn gewijzigd. Zo is de loopafstand van een bezoeker van een bewoner (visite) verruimd tot 250 meter. Om die reden is een notitie opgesteld waarin de aangepaste beleidsregels zijn toegepast op de parkeerbalans van herontwikkeling De Passage (zie Bijlage 7).
Uit deze notitie blijkt dat de theoretische bezettingsgraad binnen een loopafstand van 100 meter tot de ontwikkellocatie van De Passage op alle dagdelen in de week lager is dan 90%. In de nota parkeernormen van de gemeente Terneuzen is de bovengrens van een acceptabele parkeersituatie, 90%. De parkeersituatie als gevolg van de herontwikkeling van De Passage en overige wijzigingen in de directe omgeving blijft daarmee op een acceptabel niveau. Verkeersgeneratie Aan de hand van de CROW-publicatie 381 is de verkeersgeneratie in beeld gebracht. Voor een appartement (koop, midden) is de minimale verkeersgeneratie 5,4 motorvoertuigbewegingen per etmaal en maximaal 6,2. Uitgaande van het gemiddelde, net als bij de parkeerkencijfers, betekent dit 5,8 motorvoertuigbewegingen per etmaal. In totaal voor de appartementen is er een verkeersgeneratie van afgerond 221 motorvoertuigbewegingen per etmaal te verwachten. Voor de commerciële (winkel)ruimte wordt aangesloten bij de verkeersgeneratie dat valt onder 'binnenstad of hoofdwinkel(stads)centrum 20.000-30.000 inwoners'. Hiervoor geldt een gemiddelde verkeersgeneratie van 32,8 motorvoertuigbewegingen per etmaal per 100 m³. Met de realisatie van 130 m² aan winkelruimte is de verkeersgeneratie afgerond 43 motorvoertuigenbewegingen per etmaal.
Met de gewenste ontwikkeling is er een verkeersgeneratie van in totaal 264 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Echter is dit aantal niet de extra verkeersgeneratie. In de bestaande situatie zijn binnen het plangebied verschillende gebouwen met verschillende functies gelegen. Met name de begane grond van alle binnen het plangebied gelegen gebouwen hebben een commerciële (winkel)functie passend bij de 'binnenstad of hoofdwinkel(centrum)'. De binnenstad of het hoofdwinkelgebied van een kern is vaak het oudste deel van een dorp of een stad dat door de aanwezigheid van meerdere winkels en andere voorzieningen een centrumfunctie vervult (centrale winkelgebieden). De bedoelde (met name grotere) centra zijn voor een belangrijk deel gericht op het zogenoemde funshoppen en op winkelen (het aanschaffen van goederen met een hoge drempelwaarde en een lage aankoopfrequentie). Voor het bepalen van de huidige verkeersgeneratie wordt daarom ook aangesloten bij de 'binnenstad of hoofdwinkel(stads)centrum 20.000-30.000 inwoners'. Uitgaande van ongeveer 1.000 m² aan commerciële ruimte (begane grond) voor winkelen en boodschappen wordt de verkeersgeneratie in de bestaande situatie geschat op 328 motorvoertuigbewegingen per etmaal (32,8 x 10). Hierin zijn de (mogelijke) bestaande woningen of winkelruimte/opslagruimte op de verdiepingen nog niet meegerekend.
Dit heeft te maken met de grote hoeveelheid leegstand. Ten opzichte van huidige (planologische) situatie is er geen (planologische) toename in verkeersgeneratie. Commerciële (winkel)ruimtes hebben eenmaal een verkeersgeneratie die vele malen hoger ligt dan de verkeersgeneratie van woningbouw. Ontsluiting Het plangebied wordt ontsloten aan de Kerkdreef en de Noordstraat. Op het binnenterrein worden
Juust
37
Axel, Kerkdreef/Noordstraat (De Passage)
parkeervoorzieningen gecreëerd. Voor het gemotoriseerd verkeer is een onderdoorgang in de bebouwing aan de kant van de Kerkdreef voorzien. In de nieuwe situatie wordt de Kerkdreef voor een deel smaller gemaakt ten behoeve van de ontsluiting van de appartementen op de begane grond.
4.12
Water
Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht. Beschreven moet worden op welke wijze in het plangebied met water en watergerelateerde aspecten wordt omgegaan. Voorkomen moet worden dat ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beiden is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals bijvoorbeeld wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, etc., te voorkomen. Op basis van de geldende beheersverordening mag het maximaal toelaatbaar oppervlak aan gebouwen en overkappingen per bouwperceel niet meer bedragen dan 100%. In de huidige situatie betekent dat ongeveer 1.950 m² (footprint) aan bebouwing. In de nieuwe situatie komt er ongeveer 1.150 m² (footprint) aan bebouwingsoppervlakte, in de vorm van twee bouwblokken, terug. Er is geen sprake van extra verhard oppervlak. Watercompensatie is dan ook niet aan de orde, zie onderstaand tabel. Thema en water(beheer)doelstelling Uitwerking Veiligheid waterkeringen Het plangebied is niet gelegen in een waterkering. Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening houden met de daarvoor benodigde ruimte. Voorkomen overlast door oppervlaktewater Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water.
Waarborgen van voldoende bouwpeil om overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties.
Op basis van de geldende beheersverordening mag het bouwperceel 100% worden gebouwd. De bestaande bebouwing wordt gesloopt. En daarvoor in de plaats komen 2 bouwblokken die samen ongeveer 1.150 m² beslaan. Daarnaast wordt er een binnenterrein gerealiseerd met parkeervoorzieningen (dichte bodemverharding) en ruimte voor groenstroken en bomen. Extra verhard oppervlak is niet aanwezig. Watercompensatie is niet aan de orde. Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater Hemel- en afvalwater zal in principe worden Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ aangesloten op het gemeentelijk riool. De capaciteit RWZI's en van de (gemeentelijke) rioleringen. van het gemengd rioolstelsel aan de Kerkdreef en de Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in Noordstraat is ruim voldoende om het aanbod vanuit verband met de reductie van hydraulische belasting van het appartementencomplex op te vangen en te de RWZI, het transportsysteem en het beperken van verwerken. Er zijn daarnaast ook overstorten. infiltratiemogelijkheden in de binnenterrein.
Juust
38
Axel, Kerkdreef/Noordstraat (De Passage)
Grondwaterkwantiteit en verdroging Er zal geen grondwater worden onttrokken. Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden. Grondwaterkwaliteit De grondwaterkwaliteit zal behouden worden. Behoud of realisatie van een goede grondwaterkwaliteit. Denk aan grondwaterbeschermingsgebieden. Oppervlaktewaterkwaliteit Er is geen oppervlaktewater aanwezig. Behoud of realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem. Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren. Volksgezondheid De nieuwe ontwikkeling zal geen negatief effect Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en hebben op de volksgezondheid. plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico's via o.a. de daarvoor benodigde ruimte. Bodemdaling Bodemdaling ontstaat door het onttrekken van Voorkomen van maatregelen die (extra) grondwater en/of het verhogen van de belastingen op maaiveldsdalingen in zettinggevoelige gebieden het maaiveld. In deze ontwikkeling zal er geen kunnen veroorzaken. (permanente) grondwateronttrekking plaatsvinden waardoor bodemdaling niet aanwezig is. Het gebouw zal door middel van palen op een stabiele zandlaag gefundeerd worden.
De belastingen op de verharding op het terrein worden door de fundering van de verharding verspreidt waardoor de bodemdaling door belastingen nihil blijft. Natte natuur Niet van toepassing. Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur. Onderhoud oppervlaktewater Niet van toepassing. Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden worden. Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting. Anderer belangen waterbeheer Relatie met eigendom waterbeheerder Niet van toepassing. Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren. Scheepvaart en/of wegbeheer Het plangebied is niet gelegen aan een weg van het Goede bereikbaarheid en in stand houden van veilige waterschap. vaarwegen en wegen in beheer en onderhoud bij Rijkswaterstaat, de provincie en/of het waterschap.
4.13
Milieu Effect Rapportage
In onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn diverse activiteiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Hierbij moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden geldt een m.e.r.-plicht. In onderdeel D is per activiteit de drempelwaarde benoemd. Als een activiteit voorkomt in onderdeel D en boven
Juust
39
Axel, Kerkdreef/Noordstraat (De Passage)
de drempelwaarde komt, geldt voor het te nemen besluit een m.e.r.-beoordelingsplicht. Indien er activiteiten plaatsvinden die in onderdeel D zijn opgenomen, maar onder de drempelwaarde blijven, dient er nagegaan te worden of het project grote milieugevolgen heeft. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. De hoofdcriteria waaraan getoetst moet worden zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect. Het bevoegd gezag dient vervolgens voor de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan een besluit te nemen of er een MER moet worden opgesteld. De grondslag hiervoor is een vormvrije m.e.r.-beoordeling. In onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. is de volgende activiteit opgenomen: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen (D.11.2). De bijbehorende drempelwaarde is: a) een oppervlakte van 100 hectare of meer, b) een aaneengesloten gebied en 2000 woningen of meer, of c) 200.000 m² bedrijfsvloeroppervlakte of meer. Het gewenste plan valt ver onder deze drempelwaarden. Het plan betreft een herontwikkelingsopgave waarbij (opnieuw) woningen in de vorm van appartementen worden gerealiseerd en ruimte voor detailhandel.
Het plangebied veranderd niet veel van karakter ten opzichte van de bestaande situatie. Een uitgebreide vormvrije m.e.r.-beoordeling met aanmeldnotitie is daarom niet nodig. Op basis van voorgaande paragrafen is namelijk gebleken dat het gewenste plan niet leidt tot belangrijke nadelige milieugevolgen.
4.14
Conclusie
Omgevingsaspecten zijn onderzocht en vormen geen belemmering voor de ontwikkeling. Planologische medewerking aan het initiatief ligt dan ook in de rede.
Juust
40
Axel, Kerkdreef/Noordstraat (De Passage)
Hoofdstuk 5 5.1
Uitvoerbaarheid
Financiële uitvoerbaarheid
Voor bouwplannen zoals die zijn aangewezen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het uitgangspunt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt. Van de verplichting een exploitatieplan vast te stellen kan onder andere worden afgeweken als het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld door een anterieure overeenkomst of doordat de verplicht te verhalen kosten zijn verdisconteerd in de grondprijs. Tussen de initiatiefnemer en de gemeente is een anterieure overeenkomst gesloten waarin het kostenverhaal is verzekerd. Daarin zijn tevens afspraken gemaakt over planschade.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Vooroverleg Vooroverleg zoals bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is voor dit plan van toepassing. In het kader van dit bestuurlijke vooroverleg is het plan in ieder geval toegezonden aan de provincie, het waterschap en de veiligheidsregio. Ter inzage legging ontwerpbestemmingsplan Gelet op het bepaalde in artikel 3.8 Wro in combinatie met afdeling 3.4 Awb wordt een ontwerpbestemmingsplan, na voorafgaande bekendmaking, gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Een ieder is dan in de gelegenheid zijn of haar zienswijze mondeling of schriftelijk kenbaar te maken bij de gemeenteraad. Vaststelling van het bestemmingsplan, al dan niet in gewijzigde vorm, gebeurt met inachtneming van de ingediende zienswijzen. Het ontwerpbestemmingsplan heeft zes weken van 23 december 2021 tot en met 2 februari 2022 ter inzage gelegen. Een ieder is in de gelegenheid geweest zijn of haar zienswijze mondeling of schriftelijk kenbaar te maken bij de gemeenteraad. Gedurende de periode van ter inzagelegging zijn 6 zienswijzen ingediend. Voor de beantwoordeling van deze zienswijzen wordt verwezen naar Bijlage 8.
Juust
41
Axel, Kerkdreef/Noordstraat (De Passage)
Goessestraatweg 17A, 4421 AD, Kapelle +31 (0) 85-9020222 • info@juust.nl
juust.nl