CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-11-30 - bijlage 2 Toelichting

gemeenteraad 15 december 2022, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Dow, Mosselbanken en Logistiek Park, uitbreiding transformatorstation'13.290 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Deze waarden zijn lager dan de strengste grenswaarde in het VROMonderzoek voor de tertsband van 100 Hz, te weten 39 dB. Hierbij kan nog worden opgemerkt dat de optredende geluidniveaus, vanaf de realisatie van fase 2, nog enigszins lager zullen worden. Toetsing zonebeheerder De zonebeheerder heeft op 28 januari 2022 in een schriftelijke reactie laten weten dat de voorgenomen uitbreiding van het industrieterrein Terneuzen-West met het hoogspanningsstation aan de Herbert H. Dowweg 9 in Hoek past binnen de kaders van de Wet geluidhinder (zie Bijlage 7). Reeds op het industrieterrein aanwezige bedrijven worden door deze ontwikkeling niet noemenswaardig beperkt in hun toekomstige uitbreidingsmogelijkheden. De voorgenomen uitbreiding van het gezoneerde industrieterrein stuit dan ook niet op akoestische bezwaren en het opnemen van aanvullende akoestische maatregelen in het bestemmingsplan is op dit moment niet aan de orde. Verdwijnen beplanting Dichte beplanting kan zorgen voor een demping van het geluid. Afhankelijk van het type beplanting geldt dit alleen in het zomerhalfjaar. In het zonebeheersmodel is de beplanting niet gemodelleerd. De Rho adviseurs voor leefruimte

040551.20201792

33

maximale geluidbelasting op woningen wordt berekend zonder geluiddempende werking van aanwezige beplanting. De situatie na uitbreiding van het transformatorstation wijzigt hier niks aan. Conclusie Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbijdrage van het hoogspanningsstation verwaarloosbaar is op de buitengrens van de zone en op de nabijgelegen woningen. In alle uitbreidingsfasen is sprake van een vergunbare situatie. Het aspect industrielawaai vormt geen belemmering voor voorliggend bestemmingsplan.

4.7

Wegverkeerslawaai

Er worden ten behoeve van het beoogde transformatorstation geen nieuwe wegen aangelegd of geluidgevoelige functies gerealiseerd. De wet geluidhinder is dan ook niet van toepassing. Wanneer echter sprake is van een substantiële toename van de verkeersbewegingen op de wegen in de omgeving (met meer dan 20%) is het gewenst de effecten daarvan op omliggende geluidgevoelige bestemmingen te onderzoeken. In paragraaf 4.2 is vermeld dat de verkeersgeneratie uitsluitend bestaat uit voertuigbewegingen in verband met bedrijfsvoering, beheer en onderhoud van het transformatorstation. Daarom wordt geconcludeerd dat akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai niet nodig is.

4.8

Milieuhinder en bedrijven

Toetsingskader Normstelling In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de richtafstanden uit VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. Toetsing In de beoogde situatie wordt een transformatorstation van maximaal 490 MVA gerealiseerd, waarvan maximaal 345 MVA gelijktijdig in bedrijf. Hiermee wordt een milieuhinderlijke functie opgericht en moet worden getoetst aan de richtafstanden zoals vermeld in de VNG-brochure.

Conform de geldende beheersverordening voor Dow, Mosselbanken en Logistiek Park wordt uitgegaan van omgevingstype 'gemengd gebied' voor gevoelige functies in de omgeving. Dit omdat de locatie zich op een industrieterrein bevindt en rondom het industrieterrein verschillende functies aanwezig zijn, die omgevingstype 'gemengd gebied' rechtvaardigen. Zo is er sprake van bedrijvigheid en ontsluitingswegen zoals de N252 (Herbert H. Dowweg). In de geldende beheersverordening maakt het plangebied deel uit van het gezoneerd industrieterrein. Daarbij hoort een aangepaste Standaard Bedrijfsindeling (SBI) vanwege het gegeven dat het gaat om een Wgh gezoneerd industrieterrein. Uit de SBI is op te maken dat er geen richtafstand voor geluid is

Rho adviseurs voor leefruimte

040551.20201792

34

opgenomen vanwege de geluidszonegrens van het gezoneerde industrieterrein. Voor het aspect geluid wordt verwezen naar paragraaf 4.6. Volgens de VNG-brochure vallen transformatorstations met een vermogen van 490 MVA (waarvan 345 MVA gelijktijdig in bedrijf) in milieucategorie 4.2. Het maatgevende aspect betreft geluid met een richtafstand van 200 meter in een gemengd gebied. Zoals eerder genoemd bevindt de locatie zich op een gezoneerd industrieterrein. Voor het aspect geluid wordt verwezen naar de geluidsparagraaf. Voor het aspect gevaar is de richtafstand 50 meter. De dichtstbijzijnde gevoelige bestemmingen betreffen de woningen aan Lovenpolderstraat 18 en Lovenweg 16. De afstanden tot het plangebied betreffen respectievelijk 240 en 250 meter. Voor de aspecten geur en stof geldt een richtafstand van 0 meter. Er wordt aan de richtafstanden voldaan. In de regels is vastgelegd dat een transformatorstation met een vermogen tussen de 200 en 1.000 MVA is toegestaan. Hiermee is geborgd dat geen andere functies mogelijk zijn. Conclusie Er wordt aan de richtafstanden voldaan. Als gevolg van de beoogde ontwikkeling worden geen bedrijven belemmerd en ter plaatse van de woningen in de omgeving is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect milieuzonering staat de uitvoering van het bestemmingsplan dan ook niet in de weg.

4.9

Luchtkwaliteit

Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 4.2. weergegeven. Tabel 4.2. Grenswaarden maatgevende stoffen Wm Stof Toetsing van stikstofdioxide (NO2 ) jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10 ) jaargemiddelde concentratie 24-uurgemiddelde concentratie fijn stof (PM2,5 ) jaargemiddelde concentratie

Grenswaarde 40 µg/m³ 40 µg/m³ max. 35 keer p.j. meer dan 50 µg / m³ 25 µg /m³

Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Besluit niet in betekenende mate In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: een project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 µg/m³);

Rho adviseurs voor leefruimte

040551.20201792

35

een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m² bij één ontsluitingsweg en 200.000 m² bij twee ontsluitingswegen. Onderzoek De beoogde ontwikkeling heeft de volgende verwachte verkeersgeneratie: inspectieronde: 1x per 2 weken, 1 dag, 1 tot 2 man; onderhoud: 1x per jaar, 1 week, 2 man. Dit komt neer op een verkeersgeneratie van 0,091 mvt/etmaal, waarvan 0% zwaar verkeer. Uit de NIBM-tool blijkt dat de maximale bijdrage NO2 0,00 µg/m³ bedraagt en de maximale bijdrage voor PM10 0,00 µg/m³ (figuur 4.5). Hierdoor draagt de beoogde ontwikkeling niet in betekenende mate bij aan de concentratie luchtverontreinigende stoffen.

Figuur 4.5 Uitkomst NIBM-tool Conclusie De conclusie is dat het aspect luchtkwaliteit de uitvoering van het plan niet belemmert. Uit het oogpunt van luchtkwaliteit is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefmilieu ter plaatse van zowel het plangebied als nabijgelegen woningen.

4.10

Ecologie en Landschappelijke inpassing

Toetsingskader Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) en het beleid van de provincie ten aanzien van de bescherming van dier- en plantensoorten, de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland en handhaving van de oppervlakte houtopstanden de uitvoering van het plan niet in de weg staan. In elk geval moet aannemelijk zijn dat vergunning of ontheffing van de bij of krachtens deze wet geldende verbodsbepalingen kan worden verkregen voor de activiteiten die met dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. Daarnaast geldt op grond van de Wnb een herplantplicht voor het vellen van houtopstanden. In artikel 4.3 Wnb is vastgelegd dat binnen 3 jaar na het vellen van de houtopstand de houtopstand op bosbouwkundig verantwoorde wijze moeten worden herplant op dezelfde locatie. Er is een ontheffingsmogelijkheid om te herplanten op een andere locatie. Toetsing Soortenbescherming Om de effecten op beschermde soorten te kunnen bepalen is een quickscan uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn opgenomen in Bijlage 8. Geconcludeerd wordt dat bij de voorgenomen ontwikkeling verstoring en/of vernietiging van Rho adviseurs voor leefruimte

040551.20201792

36

verblijfplaatsen onvermijdbaar is. Voor verstoring van het leefgebied van het konijn en de verblijfplaatsen van de vleermuizen is ontheffing vereist. Deze ontheffing is op 11 februari 2022 verleend (zie Bijlage 9). Hiervoor zijn aanvullend mitigerende maatregelen genomen. Voor de broedlocatie voor algemene broedvogels en vliegroutes voor vleermuizen zijn aanvullende maatregelen genomen, waardoor er geen effect is op de aanwezige functies. Daarom is een ontheffing voor deze werkzaamheden niet nodig. Naast de verplichte maatregelen zijn er enkele aanvullende maatregelen uitgevoerd ten behoeve van in het verleden aanwezige soorten en in het gebied aanwezige algemene soorten. Hoewel er geen broedende roofvogels(buizerd) in het plangebied zijn aangetroffen, is het habitat in theorie en de praktijk geschikt voor de soort. Daarom zijn in de directe omgeving maatregelen genomen zodat het totaal aantal geschikte broedlocaties niet afneemt. Om de mogelijke impact van het plan voor grondgebonden zoogdieren, zoals de egel en marter, te verzachten zijn in de directe omgeving in geschikt habitat enkele egel- en marterkasten geplaatst. Hierdoor zal de hoeveelheid geschikte verblijfplaatsen niet afnemen. Om de vliegroutes voor vleermuizen in stand te houden zijn er in maart 2021 500 stuks beplanting aangeplant op de nabijgelegen dijk (noordzijde).

De beplanting kan uitgroeien tot een brede haag. In verband met de aanwezigheid van hoogspanningsmasten zijn bomen op deze locatie niet toegestaan. Voor het onderhoud en het in standhouden van de beplanting zijn afspraken gemaakt met de eigenaar van de dijk (waterschap Scheldestromen). Hiermee wordt deze vliegroute aantrekkelijker voor vleermuizen en zal deze de volledige functie van vliegroutes over kunnen nemen van de route ten noorden van de H.H. Dowweg. Op ongeveer 100 meter afstand van het plangebied komen verschillende soorten orchideeën voor. Deze komen op de Rode Lijst voor. De werkzaamheden hebben geen negatief effect op deze orchideeën. In het plangebied zelf is de brede wespenorchis (enkele exemplaren) aanwezig. De zeldzaamheidsklasse is algemeen voorkomend. Gebiedsbescherming De planlocatie ligt binnen het industrieterrein Terneuzen in een gebied waar nu een bosvak aanwezig is. Een overzichtsplaatje van de planlocatie is opgenomen in figuur 4.8. Hieruit blijkt eveneens dat de planlocatie niet in maar wel nabij Natuur Netwerk Nederland (NNN) gebieden gelegen is.

Rho adviseurs voor leefruimte

040551.20201792

37

Figuur 4.8 Ligging plangebied in rode contour met in groen NNN gebieden (bron: Geoweb Zeeland)

Figuur 4.9 ligging plangebied in rode contour met in geelgroen Natura2000 gebied Westerschelde & Saeftinghe (bron ondergrond Kaarten Zeeland) De locatie is niet gelegen in NNN danwel Natura 2000-gebied (zie figuur 4.9). Ten westen van de planlocatie ligt het dichtstbijzijnde NNN gebied Braakmankreek (op circa 600 m afstand). Daarnaast is op circa 30 meter NNN gebied Binnendijk Nieuw aanwezig. Gezien de beperkte omvang van de werkzaamheden en de grote afstand van > 100 m tot regulier NNN gebied (Niet zijnde Binnendijken, waarvoor deze afwegingszone niet geldt) zijn de werkzaamheden niet van invloed op deze gebieden. Natura 2000-gebied de Westerschelde & Saeftinghe ligt op ca 1,9 kilometer afstand aan de andere zijde van een industrieterrein; er vindt als gevolg van het planvoornemen geen kwaliteitsverlies of versnippering plaats. Aangezien het transformatorstation onbemand is en er uitsluitend sprake zal zijn van incidenteel verkeer ten behoeve van inspectie, onderhoud, beheer en reparatie en gezien de afstand

Rho adviseurs voor leefruimte

040551.20201792

38

tot het Natura 2000-gebied, is er ook geen sprake van stikstofdepositie vanwege het plan op de Westerschelde & Saeftinghe Houtopstanden Ten behoeve van de realisatie van de uitbreiding van het transformatorstation is de bestaande bosopstand gerooid. Hiervoor is op 21 januari 2022 een melding ingediend. Voor het vellen van deze houtopstanden geldt een herplantplicht. De gerooide bosopstand heeft niet alleen een ecologische maar ook een landschappelijke waarde. Compensatie kan voor een klein deel als onderdeel van de landschappelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling worden gerealiseerd door herplant op de planlocatie aan de oost- en zuidrand. Voor herplant binnen het plangebied is een plan gemaakt met een visualisatie (zie figuur 2.2 en 2.3). Vanwege de uitbreiding van het transformatorstation is volledige herplant op de locatie niet mogelijk. Er kan een ontheffing worden verleend voor het herplanten op een andere locatie. Het college van Terneuzen heeft op 13 juli 2021 besloten dat een dergelijke compensatie alleen mag plaatsvinden op niet-natuurbestemmingen. De herplantingsplicht verloopt op 1 maart 2025, dan moet de ontheffing zijn verleend en de bomen zijn aangeplant.

In de regels van voorliggend bestemmingsplan is geborgd dat binnen 3 jaar nieuwe houtopstanden worden gerealiseerd, met dien verstande dat de realisatie van nieuwe houtopstanden niet op gronden plaatsvindt met een groen- of natuurbestemming. Conclusie Soortenbescherming Geconcludeerd wordt dat bij de voorgenomen ontwikkeling verstoring en/of vernietiging van verblijfplaatsen onvermijdbaar is. Voor verstoring van het leefgebied van het konijn en de verblijfplaatsen van de vleermuizen is ontheffing vereist. Deze ontheffing is op 11 februari 2022 verleend. Voor overige beschermde soorten zijn voorafgaand aan de werkzaamheden maatregelen getroffen. De werkzaamheden zijn in overeenstemming met de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming Geconcludeerd wordt dat als gevolg van het planvoornemen geen kwaliteitsverlies, versnippering of stikstofdepositie plaatsvindt. Houtopstanden Vanwege het vellen van houtopstanden ten behoeve van de uitbreiding van het transformatorstation is herplant van 0,8 hectare bos vereist. Hiervoor is in de regels van voorliggend bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen.

4.11

Planologisch relevante leidingen en externe veiligheid

4.11.1 Toetsingskader en referentiesituatie Het relevante toetsingskader ten aanzien van planologisch relevante kabels en leidingen is Besluit en Regeling externe veiligheid buisleidingen; de Wet ruimtelijke ordening (criterium 'goede ruimtelijke ordening) het provinciaal Omgevingsplan Zeeland (herzien 2018) advies van het Ministerie van Infrastructuur en milieu met betrekking tot hoogspanningslijnen het 'Handboek Risicozonering Windturbines (2020)'. Planologisch relevantie Planologisch relevante kabels en leidingen dienen in het bestemmingsplan te worden geregeld (lees: te worden beschermd). Deze zijn namelijk van groot maatschappelijk of bedrijfseconomisch belang. Deze

Rho adviseurs voor leefruimte

040551.20201792

39

kabels en leidingen hebben een relatief grote invloed op het gebruik van gronden in de directe omgeving of dienen te worden beschermd tegen invloeden van buitenaf. In ieder geval zijn buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen die vallen onder het Besluit en Regeling externe veiligheid buisleidingen planologisch relevant. Deze leidingen hebben externe veiligheidscontouren. De volgende buisleidingen vallen onder de reikwijdte van het Bevb/Revb: a. aardgas met een uitwendige diameter van 50 mm of meer en een druk van 1.600 kPA of meer; b. aardolieproducten met een uitwendige diameter van 70 mm of meer en een druk van 1.600 kPA of meer (aardolie, aardgasolie, vloeibare aardolieproducten, en derivaten); c. brandbare stoffen met een uitwendige diameter van 70 mm of meer of een binnendiameter van 50 mm of meer en een druk van 1.600 kPa of meer; d. vergiftige stoffen, (stoffen die zijn geclassificeerd als acuut toxisch) en; e. specifieke stoffen met een uitwendige diameter van 70 mm of meer of een binnendiameter van 50 mm of meer en een druk van 1.600 kPa of meer (kooldioxide, zuurstof en stikstof). Het Bevb is niet van toepassing op: Leidingen op het continentaal plat of in de territoriale zee. Voor buisleidingen in de mijnbouw geldt een aparte regeling (zie artikel 3 van de Revb).

Gasleidingen (<1600 kPa) die deel uitmaken van het gasdistributienet (deze vallen onder de Gaswet). Andere mogelijk planologisch relevante buisleidingen zoals elektriciteits-, afvalwater- en rioolwaterleidingen (zie verder in dit document) Leidingen voor vervoer van gevaarlijke stoffen die deel uitmaken van een inrichting, Voor deze leidingen geldt dat deze in het bestemmingsplan moeten worden aangegeven als deze op het terrein van een inrichting liggen maar geen deel uitmaken van die betreffende inrichting, In het Bevb is voorts bepaald dat het hart van de leiding alsmede de daarbij behorende belemmeringenstrook op de verbeelding moeten worden aangegeven. Door de gemeente Terneuzen worden hoogspanningsleidingen en -verbindingen van 50 kV en hoger die geen deel uitmaken van een inrichting als bedoeld in artikel 1 van de Wet milieubeheer als planologisch relevant aangemerkt. Grondroeringsregeling (WION) In principe zijn leidingen ook beschermd tegen schade door graafwerkzaamheden vanwege de meldingsplicht op basis Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten (WION). De WION verplicht gravers (ook wel grondroerders genoemd) tot het melden van elke 'mechanische grondroering' bij het Kadaster.

Doel van de wet is gevaar of economische schade door beschadiging van ondergrondse kabels of leidingen (water-, elektriciteit- en gasleidingen, telefoonlijnen en olie- en gasleidingen) te voorkomen. De wet heeft de (vrijblijvende) zelfregulering zoals die bestond in de vorm van het Kabels en Leidingen Informatie Centrum (KLIC) vervangen. Hoogspanningsleidingen Ook hoogspanningsverbindingen vanaf een bepaald voltage kunnen planologisch relevant zijn. In oktober 2005 heeft het Ministerie van VROM aan te houden afstanden geformuleerd (in de praktijk ook wel Teslazones genoemd) van gevoelige functies tot bovengrondse hoogspanningsverbindingen (> 150 kV) vanwege een mogelijke relatie tussen straling en leukemie bij kinderen. De gemeente Terneuzen hanteert als uitgangspunt dat hoogspanningsverbindingen met een spanning van 50 kV of meer planologisch relevant zijn. Er geldt een voorzorg beleid vanuit de rijksoverheid voor het weren van gevoelige bestemmingen binnen de 0,4 microtesla zone langs bovengrondse hoogspaningsverbindingen vanwege statistisch aangetoond verband op kinderleukemie

Rho adviseurs voor leefruimte

040551.20201792

40

Het bestaande transformatorstation is verbonden met een 150 kV hoogspanningsleiding. De uitbreiding van het transformatorstation, waar dit bestemmingsplan in voorziet, verandert niks aan deze hoogspanningsleiding. De 0,4 microtesla norm wordt op een afstand van 40 meter buiten het hekwerk nergens overschreden. Op minder dan 40 meter afstand uit het hek zijn er geen bestemmingen of verblijfplaatsen waar kinderen verblijven. De kortste afstand in de bestaand situatie is circa 120 meter tot de dichtstbij gelegen gevoelige bestemming (woning). Vanwege de uitbreiding wordt deze afstand niet korter. Buiten het hekwerk van het hoogspanningsstation wordt nergens de aanbevelingsnorm van de Europese Unie van 100 microtesla overschreden. In het plangebied zelf worden geen gevoelige bestemmingen mogelijk gemaakt. De bestaande hoogspanningsverbinding levert dan ook geen beperkingen voor de beoogde ontwikkeling. 4.11.2 Toetsing en conclusie In het gebied van de beheersverordening Dow, Mosselbanken en Logistiek Park is een groot aantal ondergrondse buisleidingen aanwezig. Verwezen wordt naar de leidingenkaart die behoort bij de regels van de beheersverordening.

Door middel van een KLIC-melding is bepaald dat binnen het plangebied van het voorliggend bestemmingsplan de volgende planologisch relevante leiding ligt: een aardgasleiding/waterstofleiding van Gasunie Waterstof Service: 16 inch, 66 bar aardgas of 40 bar waterstof. De hiervoor genoemde leiding en de belemmeringenstroken, voor zover gelegen in het plangebied, zijn opgenomen op de verbeelding en in de planregels. Binnen de leidingbestemmingen gelden beperkingen voor het bouwen en voor het uitvoeren van werkzaamheden die los staan van bouwwerkzaamheden en die de grond roeren. De regeling in het bestemmingsplan verzet zich tegen het aanbrengen van nieuwe diepwortelende beplanting en het rooien daarvan. Dit kan niet zonder omgevingsvergunning. Verwezen wordt naar paragraaf 2.3.3. In het plangebied zijn verder geen planologisch relevante kabels en leidingen aanwezig. Daarnaast geldt dat een transformatorstation niet als kwetsbaar object of BEVI-inrichting is aangemerkt. Er is namelijk geen sprake van een reguliere personele bezetting van de 10kV en/of 20kV schakelgebouwen noch van het Centraal Diensten Gebouw. Het station is onbemand. Slechts bij periodieke inspectierondes, regulier beheer en onderhoud, projecten of eventuele calamiteiten zijn er personen op het station aanwezig. Er is geen sprake van een kantoorgebouw.

Het transformatorstation kan wel aangemerkt worden als vitale infrastructuur. Uitval hiervan als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen in de omgeving kan leiden tot maatschappelijke ontwrichting. Tevens kunnen werkzaamheden bij bouw van het station leiden tot externe veiligheidsrisico's voor de omgeving. Daarom is het van belang om de risico's met betrekking tot externe veiligheid in kaart te brengen. De beoogde locatie van het station ligt binnen het invloedsgebied van een aantal risicovolle inrichtingen. Dit betreft DOW Benelux, Bertschi BV, Oiltanking Terneuzen BV en Maschem. Voor al deze inrichtingen betreft het vrijkomen van giftige stoffen het maatgevend scenario. Dit scenario zal niet leiden tot aantasting van de transformatorvelden en gebouwen. Indien zich een incident voordoet waarbij een gifwolk vrijkomt, kan dit wel gevolgen hebben voor eventueel aanwezige personen op het station. De Veiligheidsregio heeft hiervoor een advies gegeven. Dit advies is opgenomen in Bijlage 10. Het plangebied ligt ook binnen het invloedsgebied van twee buisleidingen. Dit betreft leidingen X-804 en A523. Het maatgevende scenario voor buisleidingen betreft een fakkelbrand als gevolg van beschadiging van de leiding. Het voornaamste effect hierbij is hittestraling. De hittestraling bij een fakkelbrand in de nabijheid van het station kan variëren van 10 tot meer dan 35 kW/m2.

Dit kan leiden tot aantasting van de transformatorvelden en de gebouwen. Zie Bijlage 10 voor het advies van de Veiligheidsregio hierover. Rho adviseurs voor leefruimte

040551.20201792

41

De beoogde uitbreiding van het transformatorstation zorgt niet voor een uitbreiding van de bestaande Teslazones. Deze zones leveren ook geen belemmering voor de boogde ontwikkeling.

4.12

Niet-gesprongen explosieven

De NGE-risicokaart van REASeuro uit 2018 heeft de locatie niet als verdacht gebied c.q. aandachtsgebied gemarkeerd. Het aspect niet-gesprongen explosieven vormt derhalve geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan. Indien nodig wordt ingezet op het handelen op basis van het protocol ‘Toevalstreffer conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog’.

4.13

Klimaat

Het klimaat verandert. Dit uit zich in heftige neerslag en langere periodes van droogte. In de komende decennia worden klimaatveranderingen en de effecten hiervan steeds heviger. Extreme neerslag, hitte/droogte en verhoging van de zeespiegel zijn daarbij de belangrijkste bedreigingen. Heftige neerslag kan leiden tot wateroverlast en/of aantasting van de constructies als water niet in afdoende mate afgevoerd kan worden. Door extreme hitte of droogte kan uitzetting van materialen en uitdroging leiden tot uitval. 4.13.1 Toetsing en conclusie In het advies van de Veiligheidsregio, dat is opgenomen in Bijlage 10, wordt geadviseerd om in het bestemmingsplan maatregelen te benoemen zodat in voldoende mate rekening wordt gehouden met de neerslag, hitte en droogte als gevolg van klimaatwijzigingen voor de komende decennia. De wijze waarop met waterberging wordt omgegaan is in paragraaf 4.5 beschreven. Overtollig water kan in afdoende mate worden afgevoerd. De materialen waarmee het transformatorstation wordt gebouwd zijn berekend op hoge temperaturen en daarmee voorbereid op hitte. Droogte heeft geen gevolgen voor de beoogde ontwikkelingen. Klimaatwijzigingen hebben gevolgen voor de zeespiegelstijging. Vanwege de ligging van het plangebied nabij de Westerschelde kan de zeespiegelstijging negatieve effecten hebben op het functioneren van het transformatorstation.

Het plangebied ligt echter achter een primaire waterkering. Het functioneren van deze waterkering is een verantwoordelijkheid van de rijksoverheid.

Rho adviseurs voor leefruimte

040551.20201792

42

Rho adviseurs voor leefruimte

040551.20201792

43

Hoofdstuk 5

5.1

Financiële aspecten

Financiële uitvoerbaarheid

Stedin Netbeheer B.V. in staat om alle voorbereidings- en uitvoeringskosten geheel uit eigen middelen te financieren, inclusief het recht van erfpacht en opstal van de grond van Dow. De ontwikkeling komt niet ten laste van de publieke middelen. De financiële uitvoerbaarheid is daarmee afdoende aangetoond. Gelet op het vertrouwelijke karakter zijn financiële gegevens niet in deze paragraaf opgenomen. 5.2 Grondexploitatie Op grond van artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening dient de gemeenteraad een exploitatieplan vast te stellen als er sprake is van een aangewezen bouwplan. In artikel 6.2.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is vastgelegd wat onder een aangewezen bouwplan wordt verstaan. Dit is onder andere de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen. Het plan van Stedin Netbeheer B.V. voorziet daarin. Een exploitatieplan is niet verplicht in gevallen waarin: a. het totaal van de exploitatiebijdragen dat (..) kan worden verhaald, minder bedraagt dan € 10.000,-; b. er geen verhaalbare kosten zijn als bedoeld in artikel 6.2.4., onderdelen b tot en met f van het Bro; c. de verhaalbare kosten, bedoeld in artikel 6.2.4., onderdelen b tot en met f, uitsluitend de aansluiting van een bouwperceel op de openbare ruimte of de aansluiting op nutsvoorzieningen betreffen.

Een exploitatieplan is evenmin verplicht indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of de vergunning begrepen gronden anderszins verzekerd is (artikel 6.12 lid 2 onder a van het Bro). Met een anterieure overeenkomst wordt het kostenverhaal vastgelegd.

Rho adviseurs voor leefruimte

040551.20201792

44

Rho adviseurs voor leefruimte

040551.20201792

45

Hoofdstuk 6 Resultaten overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.1.1 Omgevingsdialoog Op 14 december 2021 is het plan voor de uitbreiding van het transformatorstation in een online bijeenkomst aan de Stichting Dorpsbelangen Hoek (de Dorpsraad) gepresenteerd en op 7 februari 2022 aan de omwonenden. Tijdens deze avonden zijn vragen gesteld over onder andere geluid. De reacties op het plan zijn meegenomen bij het opstellen van dit bestemmingsplan. Op 2 februari 2022 en 22 juni 2022 heeft een overleg plaatsgevonden met de lokale natuurvereniging De Steltkluut. De Steltkluut heeft onder andere vragen gesteld over de noodzaak van de uitbreiding, over de locatie en over de effecten van de te kappen bomen op het geluid van het terrein van DOW. De antwoorden zijn zoveel mogelijk verwerkt in de toelichting van dit bestemmingsplan. De Steltkluut zal ook worden betrokken bij de plannen voor de herplant. 6.1.2 Vooroverleg In het kader van het wettelijk vooroverleg heeft afstemming plaatsgevonden met het waterschap en is het plan voorgelegd aan de Veiligheidsregio. De afspraken en reacties zijn verwerkt in dit bestemmingsplan.

6.1.3 Zienswijzen Het ontwerp van het bestemmingsplan "Dow, Mosselbanken en Logistiek Park, uitbreiding transformatorstation", en de daarmee gecoördineerd behandelde omgevingsvergunning voor de bouw hebben van 21 juli 2022 tot en 31 augustus 2022 ter inzage gelegen voor de vaststellingsprocedure (terinzagelegging op grond van artikelen 3.8, lid 1, en 3.30 Wet ruimtelijke ordening). Er zijn twee zienswijze ontvangen. De 'Antwoordnota zienswijzen' van burgemeester en wethouders, waarmee het bestemmingsplan ter vaststelling is voorgelegd aan de gemeenteraad, is opgenomen Bijlage 11.

Rho adviseurs voor leefruimte

040551.20201792

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12063671/1