2022-11-30 - Bijlage 1 Antwoordnota zienswijzen
Tekst van het document
TERNEUZEN
Antwoordnota zienswijzen en planaanpassing Bestemmingsplan ‘Dow, Mosselbanken en Logistiek Park, uitbreiding transformatorstation’
Versie 17 oktober 2022
INHOUD
Blz
1.
Inleiding 1.1. Procedure 1.2. Leeswijzer
3 3 3
2.
Zienswijzen 2.1. Overzicht ingebrachte zienswijzen 2.2. Ontvankelijkheid 2.3. Gegrond of ongegrond
4 4 4 4
3.
Samenvatting en beoordeling zienswijzen
5
4.
Planaanpassing
7
2
1.
INLEIDING
1.1.
Procedure
Bestemmingsplan In de geldende 'Beheersverordening Dow, Mosselbanken, Logistiek Park, inclusief 1ste wijziging, waterstofgasleiding' uit 2018 is aan de gronden binnen het plangebied de functie 'Groen' toegekend. De realisatie van het beoogde transformatorstation is binnen de geldende beheersverordening niet mogelijk. Op de projectlocatie gelden verder de functies 'WaardeArcheologie-1' en 'Waarde-Archeologie-2'. Op gronden met de functie 'Waarde-Archeologie1' is bij bodemingrepen dieper dan 50 centimeter en groter dan 100 m² een archeologisch onderzoek noodzakelijk waarin aangetoond wordt dat er geen archeologische waarden geschaad worden door de ontwikkelingen. Voor de gronden met de functie 'WaardeArcheologie-2' geld dit voor bodemingrepen dieper dan 50 centimeter en groter dan 500 m². Het deel van het plangebied waar de functie 'Waarde-Archeologie-1' geldt betreft een zeer smalle strook aan de westkant van het plan. Om de uitbreiding van het transformatorstation mogelijk te maken is een zelfstandig bestemmingsplan opgesteld. Het bestemmingsplan ‘Dow, Mosselbanken en Logistiek Park, uitbreiding transformatorstation’ heeft tot doel de bestemming ‘Groen’ te wijzigen in de bestemming ‘Bedrijventerrein - A’ en de dubbelbestemmingen ‘Leiding - Gas - gemengd 2’ en ‘Waarde Archeologie 2’. In de noordoosthoek van het plangebied is een functieaanduiding ‘Groen’ opgenomen.
Dit bestemmingsplan maakt de uitbreiding mogelijk van het bestaande, naastgelegen transformatorstation met een vermogen van minimaal 200 MegaVoltAmpere (MVA) en maximaal 1.000 MVA (als aangewezen Wgh-inrichting) met de daarbij behorende overige groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, erven, voorzieningen voor de waterhuishouding en terreinverlichting en terreinafscheiding. Op 13 juli 2021 heeft het college besloten om in principe planologische medewerking te verlenen aan een procedure voor een nieuw bestemmingsplan voor het betreffende plangebied. Vaststellingsprocedure Het ontwerp bestemmingsplan en de ontwerp omgevingsvergunning hebben gelijktijdig ter inzage gelegen van 21 juli 2022 tot en met 31 augustus 2022 (terinzagelegging op grond van artikel 3.8, lid 1, Wet ruimtelijke ordening). Tijdens deze terinzagelegging zijn twee schriftelijke zienswijzen kenbaar gemaakt. 1.2.
Leeswijzer
De opbouw van deze antwoordnota is als volgt. • In hoofdstuk 2 wordt een overzicht gegeven van de kenbaar gemaakte zienswijze en is ingegaan op de ontvankelijkheid en gegrondheid ervan. • In hoofdstuk 3 is de zienswijze samengevat en beantwoord. • In hoofdstuk 4 is de aanpassing beschreven die bij de vaststelling van het bestemmingsplan is verwerkt.
3
2.
ZIENSWIJZEN
2.1
Overzicht ingebrachte zienswijzen
Tijdens de terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan ‘Dow, Mosselbanken en Logistiek Park, uitbreiding transformatorstation’ is twee zienswijzen kenbaar gemaakt: 1. Indieners zienswijze (reclamant) 1; 2. Indieners zienswijze (reclamant) 2; 2.2
Ontvankelijkheid
Zienswijze 1 is op 29 augustus 2022 kenbaar gemaakt. Deze zienswijze is tijdig kenbaar gemaakt en ontvankelijk. Zienswijze 2 is ontvangen op 2 september 2022. Hoewel deze zienswijze is ontvangen nadat de termijn voor terinzagelegging is verstreken, hebben wij besloten om deze zienswijze uit coulance ontvankelijk te verklaren.
2.3
Gegrond of ongegrond
Op basis van de zienswijzen, zoals behandeld in hoofdstuk 3, wordt het volgende voorgesteld: de zienswijze genoemd onder 1. is gegrond; de zienswijze genoemd onder 2. is ongegrond;
4
3.
SAMENVATTING EN BEOORDELING ZIENSWIJZEN
Hierna worden de ingekomen zienswijzen samengevat weergegeven. Daarna volgt de reactie op de zienswijze, waarbij de nummering van de weerlegging correspondeert met de nummering die in de samenvatting van de zienswijze is gehanteerd. Indiener zienswijze 1 Zienswijze a. Reclamant heeft bezwaar tegen het ontbreken van een belemmeringsstrook op de verbeelding voor een gasleiding, de A-671-02, die direct ten noordoosten van het plangebied is gelegen. b. Reclamant heeft bezwaar tegen het ontbreken van een voorrangsregeling. Reacties a. Gelet op de aanwezigheid van de gasleiding is het bezwaar terecht. Er wordt tegemoetgekomen aan het bezwaar door op de verbeelding een belemmeringsstrook op te nemen ter bescherming van deze leiding. b. Gelet op het veiligheidsbelang dat is gediend met een voorrangsregeling is het bezwaar terecht. Er wordt tegemoetgekomen aan het bezwaar door in de regels op te nemen dat de dubbelbestemming voor transportleidingen primair gelden ten opzichte van de regels van iedere andere bestemming, waarmee de dubbelbestemming samenvalt.
Conclusie De zienswijze gegrond en leidt tot planaanpassing. Zienswijze 2 Zienswijze a. Reclamant heeft bezwaar tegen de locatiekeuze omdat met deze ontwikkeling een bestemming ‘Groen’ wordt opgeofferd ten behoeve van industrieterrein terwijl daar geen noodzaak voor aanwezig is. b. Reclamant heeft bezwaar tegen de locatiekeuze omdat er alternatieve locaties aanwezig zijn voor deze ontwikkeling. Reactie a. De uitbreiding is noodzakelijk voor de uitvoering van de energietransitie waarbij de industrie moet overschakelen op duurzaam geproduceerde energie. Dit vraagt om een groter transformatorstation. We kunnen er niet om heen dat de energietransitie in Nederland beslag legt op ruimte. De beschikbare ruimte in Nederland is schaars. Gelukkig kon in dit geval aansluiting gevonden worden bij een bestaand industrieel complex waardoor de ruimtelijke impact gering is. Het recent gerealiseerde Zonnepark Mosselbanken kan slechts met een beperkt vermogen gefaciliteerd worden vanuit het bestaande station aan de Herbert H. Dowweg als gevolg van een capaciteitsknelpunt. De uitbreiding is noodzakelijk om de gevraagde aansluitcapaciteit van het zonnepark te kunnen leveren. Met de uitbreiding ontstaat
5
ook capaciteit om andere toekomstige ontwikkelingen in de omgeving voor de opwekking van (duurzame) elektriciteit op het elektriciteitsnet aan te kunnen sluiten. Daarnaast is de uitbreiding noodzakelijk om voldoende capaciteit te creëren om de verwachte elektrificatie van de industrie in de omgeving mogelijk te maken. b. Initiatiefnemer heeft in samenspraak met DOW, de eigenaar van de gronden, een afweging gemaakt welke gronden in aanmerking komen voor de uitbreiding. Randvoorwaarde voor de uitbreiding is dat het moet aansluiten op het bestaande station. Dit sluit aan bij de taak van Stedin op grond van de Elektriciteitswet om de veiligheid en betrouwbaarheid van de netten en van het transport van elektriciteit over de netten op de meest doelmatige wijze te waarborgen. Daarnaast is de ligging aan de openbare weg een belangrijke voorwaarde voor de bedrijfsvoering. Op basis van deze randvoorwaarden kwamen 2 potentiële locaties naar voren. De eerste optie was uitbreiding naar het westen toe. Zoals ook in de toelichting van het bestemmingsplan is aangegeven, is deze locatie niet beschikbaar omdat op deze locatie het duurzaamheidsproject TNZ2030 van DOW voor het reduceren van CO2 uitstoot wordt gerealiseerd.
Er is nog gekeken of deze ontwikkeling kon worden gecombineerd met de uitbreiding van het transformatorstation, maar de ruimte die nog over is, is te klein om de uitbreiding in te passen. De tweede optie was uitbreiding ten oosten van het transformatorstation zoals in dit bestemmingsplan is voorzien. De andere door reclamant genoemde locaties op het terrein waren geen optie omdat DOW daar zelf plannen voor ontwikkelingen heeft en/of de afstand tot het transformatorstation te groot is. Waarom de uitbreiding op de Mosselbanken geen optie is, is ook in de toelichting van het bestemmingsplan onderbouwd. De nietcentrale ligging leidt ertoe dat er teveel voorzieningen moeten worden aangelegd om andere ontwikkelingen aan te kunnen sluiten. Dit heeft grotere impact op de omgeving dan uitbreiding van het bestaande transformatorstation en het verwijderen van het groen in het plangebied. Conclusie is dat er alternatieve locaties aanwezig zijn op het industrieterrein zelf. Maar voor initiatiefnemer, die geen eigenaar is van de gronden, is dit de enige beschikbare en geschikte locatie die er is. De gemeente heeft geoordeeld dat de gevraagde ontwikkeling op deze locatie past binnen een goede ruimtelijke ordening omdat compensatie van het groen plaats kan vinden op een andere nabijgelegen locatie.
In het bestemmingsplan is met een voorwaardelijke verplichting geborgd dat binnen 3 jaar na het rooien van de houtopstanden een oppervlakte van 0,8 ha aan nieuwe houtopstanden wordt gerealiseerd en duurzaam in stand wordt gehouden. Om te borgen dat er echt sprake is van compensatie is in de planregels geregeld dat compensatie alleen mag plaatsvinden op gronden die nu nog geen groen- of natuurbestemming hebben. Om deze boscompensatie mogelijk te maken is een (postzegel)bestemmingsplan in voorbereiding voor een locatie in de nabijgelegen Lovenpolder. Betreffende gronden zijn nu bestemd en in gebruik als 'Argrarisch'. De compensatie bedraagt uiteindelijk nog meer dan er verdwijnt omdat er ten eerste ook op de bouwlocatie zelf nog boscompensatie plaatsvindt. En ten tweede omdat er populieren zijn aangeplant op de zuidelijk van het plangebied gelegen dijk. De instandhouding van de boscompensatie op locatie zelf is geborgd door het opnemen van een verbodsbepaling om bomen te rooien. De instandhouding van de bomen op de dijk is geborgd in de anterieure overeenkomst, afgesloten tussen gemeente en initiatiefnemer. Ook de kwaliteit van het aan te planten bos zal groter zijn dan het bos op de huidige locatie, wat positieve effecten heeft op de biodiversiteit. De indiener van de zienswijze wordt betrokken bij de voorbereiding van de herplantopgave.
Conclusie: De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot planaanpassing.
6
4.
PLANAANPASSING
Bij de vaststelling van het bestemmingsplan is naar aanleiding van zienswijze 1 de volgende aanpassing aangebracht: Verbeelding: 1. Beschermingszone leiding ten noorden van het plangebied opgenomen. Planregels: 2. Voorwaardelijke verplichting mbt waterberging verwijderd. (art 3.3.1 a en b) 3. Criteria toegevoegd voor omgevingsvergunning verwijderen beplanting (art. 3.4) Toelichting: 4. Paragraaf 4.1 toegevoegd over de aanmeldnotitie mer. 5. Paragraaf 4.5 (4.4 in versie ontwerp) watertoets aangepast n.a.v. overleg waterschap Scheldestromen. 6. Paragraaf 6.1 aangevuld met zienswijzen.
7