2022-11-29 a. 2. Onderbouwing Zonnepark Dekkerspolder
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Dekkerspolder
Project:
Nieuwe sluis Terneuzen
Opdrachtgever:
Ministerie van IenW, Rijkswaterstaat GPO (in opdracht van de VNSC)
Opdrachtnemer:
Sassevaart vof
Documentnummer: Revisie: Status: Datum:
SSV-PLA-01489 A Definitief 12-07-2022
© Niets uit dit rapport en / of dit ontwerp mag worden verveelvoudigd, openbaar gemaakt en / of Niets uit dit rapport en / of schriftelijke dit ontwerp mag worden verveelvoudigd, openbaar gemaakt overhandigd©aan derden, zonder voorafgaande toestemming van Sassevaart vof.
en / of overhandigd aan derden, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Sassevaart vof. Opgesteld door: Gecontroleerd door: Vrijgegeven door: Opgesteld door: Gecontroleerd door: Vrijgegeven door:
de Kovel, Rick Rick de Kovel Vergunningenmanager
Vinke, Nancy
Vandemeulebroecke, Alex
Omgevingsmanager Nancy Vinke
Alex Vandemeulebroecke Projectdirecteur Operatio
Omgevingsmanager
Projectmanager realisatie
12.07.2022
13.07.2022
13.07.2022
Paraaf: Paraaf
Paraaf: Paraaf
Paraaf: Paraaf
Revisie Datum Toelichting 0.01 11-07-2022 Eerste conceptversie A 12-07-2022 Definitieve versie na interne beoordeling Beheer: De meest recente revisie in het DMS is geldend.
SSV-PLA-01489—Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Dekkerspolder – A –11-jul-2022–Definitief- Pagina 2 van 15
Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding .............................................................................................................................4 Aanleiding en doel .............................................................................................................. 4 Ligging plangebied .............................................................................................................. 4 Vigerend planologisch kader ............................................................................................... 5 Leeswijzer........................................................................................................................... 5
2 2.1 2.2 2.2.1 2.2.2
Planbeschrijving .................................................................................................................6 Huidige situatie .................................................................................................................. 6 Voorgenomen ontwikkeling ................................................................................................ 6 Energieverbruik Nieuwe Sluis Terneuzen............................................................................. 6 Zonnepark Dekkerspolder ................................................................................................... 7
3 3.1 3.1.1 3.2 3.2.1 3.3 3.3.1 3.4
Beleid .................................................................................................................................9 Rijksbeleid .......................................................................................................................... 9 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte .............................................................................. 9 Provinciaal beleid ............................................................................................................... 9 Omgevingsplan Zeeland 2018 ............................................................................................. 9 Gemeentelijk beleid............................................................................................................ 9 Structuurvisie Zonne-energie en ruimtelijke compensatie ................................................... 9 Conclusie .......................................................................................................................... 10
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7
Omgevingsaspecten ......................................................................................................... 11 Bodem.............................................................................................................................. 11 Water ............................................................................................................................... 11 Ecologie ............................................................................................................................ 11 Verkeer ............................................................................................................................ 11 Geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid ....................................................................... 11 Kabels en leidingen ........................................................................................................... 11 Milieueffectrapportage ..................................................................................................... 12
5 5.1 5.2
Uitvoerbaarheid ............................................................................................................... 13 Economische uitvoerbaarheid........................................................................................... 13 Maatschappelijk uitvoerbaarheid ...................................................................................... 13
Bijlage 1.
Plattegrond zonnepark Dekkerspolder ............................................................................. 14
Bijlage 2.
Memo’s mitigerende maatregelen ecologie ..................................................................... 15
SSV-PLA-01489—Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Dekkerspolder – A –11-jul-2022–Definitief- Pagina 3 van 15
1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel In de scope van het project Nieuwe Sluis Terneuzen is meegegeven om de sluis energieneutraal op te leveren. Om de sluis energieneutraal op te leveren, is ervoor gekozen om zonnepanelen te realiseren. Dit is toegestaan op de daken binnen het projectgebied. Inmiddels is het onhaalbaar gebleken om binnen het projectgebied alle zonnepanelen op daken te realiseren. Het is niet toegestaan zonnepanelen op de grond te plaatsen omdat het sluisplateau conform het Tracébesluit bestemd is als ecologisch waardevol grasland. Het project heeft daarom naar verschillende alternatieven gekeken binnen en buiten het projectgebied. In samenspraak met RWS Zee & Delta is het voorstel opgesteld om de zonnepanelen die niet op de daken binnen het projectgebied geplaatst kunnen worden te plaatsen op een voormalige slibdepot op de locatie Dekkerspolder aan de Autrichehavenweg te Westdorpe. Ter plaatse van het voormalige slibdepot is sprake van eeuwigdurende nazorg voor de opgeslagen verontreinigde baggerspecie. Hierdoor is het gebruik van de Dekkerspolder voor andere functies zeer beperkt.
Door het slibdepot in te richten als zonnepark is sprake van optimaal grondgebruik, wordt voldaan aan de eisen van het Tracébesluit, de invulling van de overheid tot het gebruik van duurzame energie en wordt voldaan aan de doelstelling van het project Nieuwe Sluis Terneuzen (het opleveren van een energieneutrale sluis).
1.2 Ligging plangebied Het voormalig slibdepot ligt aan de Autrichehavenweg, op het bedrijventerrein Axelse Vlakte. Ten noorden en westen van de locatie ligt de Autrichehavenweg en een spoorlijn, ten oosten van het terrein ligt een braakliggend stuk grond. Ten zuiden ligt het bedrijfsterrein van Innovarec B.V., een verwerker van afval- en bouwstoffen. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Sas van Gent, sectie M, nummer 1482 en heeft een oppervlak van 37.359 m2. Op de onderstaande figuur is de locatie aangeduid.
Figuur 1. Ligging plangebied
SSV-PLA-01489—Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Dekkerspolder – A –11-jul-2022–Definitief- Pagina 4 van 15
1.3 Vigerend planologisch kader Op de locatie van het voormalig slibdepot vigeert de beheersverordening ‘Axelse Vlakte’, vastgesteld op 25 juni 2013. Binnen de beheersverordening heeft het plangebied de bestemming ‘Bedrijventerrein – Haven – B’ en is het besluitsubvak ‘Slibdepot’ van toepassing. De gronden binnen dit besluitsubvak zijn te gebruiken voor de volgende activiteiten: a. b. c. d. e.
kade- of havengebonden bedrijven; voor de berging en reiniging van verontreinigd slib; opslag en overslag, alsmede bewerking van balastgrind en zeefzand; bacteriële grondreiniging; stalling en onderhoud van materieel.
Figuur 2. Verbeelding beheersverordening 'Axelse Vlakte'
Het realiseren van een zonnepark is niet mogelijk binnen de huidige bestemming in de vigerende beheersverordening. Voor het realiseren van het zonnepark zal een omgevingsvergunning met de activiteit ‘Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ worden aangevraagd. Hiervoor is een ruimtelijke onderbouwing nodig waarin wordt aangetoond dat wordt voldaan aan een goede ruimtelijke ordening.
1.4 Leeswijzer Deze ruimtelijke onderbouwing heeft de volgende opzet. In hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie en voorgenomen ontwikkeling beschreven. In de hoofdstukken 3 en 4 worden de voorgenomen ontwikkelingen getoetst aan het geldende beleidskader van verschillende overheden en aan omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de uitvoerbaarheid.
SSV-PLA-01489—Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Dekkerspolder – A –11-jul-2022–Definitief- Pagina 5 van 15
2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie Het baggerspeciedepot Dekkerspolder is in 1996 aangelegd. De baggerspecieberging Dekkerspolder is gesitueerd aan de Autrichehavenweg ten zuidoosten van Sluiskil. Circa 700 m ten westen van de locatie bevindt zich het Kanaal Gent - Terneuzen. Direct ten westen van de locatie bevindt zich het bedrijfsterrein van Innovarec B.V. met daarbij een voormalige baggerspecie- en vuilstortplaats. Direct ten noorden van de locatie bevindt zich de Axelse Vlakte, die door de North Sea Port wordt ontwikkeld tot bedrijfs- en industrieterrein. Circa 1,9 km ten oosten van de locatie is de provinciale weg N62 (Tractaatweg) gelegen. Ten zuiden en oosten van de locatie bevinden zich polders, die in de huidige situatie een nog voornamelijk agrarische functie hebben. De oppervlakte van het baggerspeciedepot bedraagt 2,9 ha. De oppervlakte van het kadastrale perceel SAS00M-1482 is circa 3,73 ha. De Rijksdriehoekcoördinaten van het globale middelpunt van de baggerspecieberging Dekkerspolder zijn x = 47.500; y = 364.840. In het baggerspeciedepot is circa 150.000 m³ klasse 3 en 4 baggerspecie opgeslagen dat is vrijgekomen bij baggerwerkzaamheden van het kanaal Gent-Terneuzen in de periode van 1997 tot 2003. Nadat bleek dat het baggerspeciedepot voldoende begaanbaar was, is in 2013 een afdeklaag aangebracht.
De dikte van de afdeklaag, bestaande uit klasse Achtergrondwaarde grond, van het depot bedraagt één meter. In totaal is er 32.500 m³ grond aangebracht. Een herkenningslaag is aangebracht tussen de verontreinigde grond en de aangebrachte schone grond.,
2.2 Voorgenomen ontwikkeling In de scope van het project Nieuwe Sluis Terneuzen heeft Rijkswaterstaat, formeel I&W, de opdracht meegegeven om de sluis energieneutraal op te leveren. Om de sluis energieneutraal op te leveren, is er tijdens de dialoogfase voor gekozen om de installatie van zonnepanelen op daken binnen het projectgebied te voorzien. Aangezien er in deze fase geen duidelijkheid bestond over de hoeveelheid panelen en/of het energieverbruik, is er vanuit gegaan dat de panelen binnen het projectgebied konden worden geplaatst. Inmiddels is het onhaalbaar gebleken om binnen het projectgebied alle zonnepanelen op daken te realiseren. Tevens staat er in het Esthetisch Programma van Eisen dat er geen zonnepanelen op de grond geplaatst mogen worden. Het sluisplateau is conform het Tracébesluit namelijk bestemd als ecologisch waardevol grasland. Het project heeft daarom naar verschillende alternatieven gekeken binnen en buiten het projectgebied. In samenspraak met RWS Zee & Delta is het voorstel opgesteld om de zonnepanelen die niet op de daken binnen het projectgebied geplaatst kunnen worden, te plaatsen op een voormalige slibdepot op de locatie in de Dekkerspolder aan de Autrichehavenweg te Westdorpe.
2.2.1
Energieverbruik Nieuwe Sluis Terneuzen
Het totale energieverbruik van de Nieuwe Sluis Terneuzen is 1.534 MWh per jaar. Het energieverbruik is gebaseerd op het totale energieverbruik, waarin ook secundaire voorzieningen zijn meegenomen zoals de kathodische bescherming en de nieuwe loods van Rijkswaterstaat. Het energieverbruik van enkel de Nieuwe Sluis Terneuzen is gebaseerd op 1.346 MWh per jaar. Hetgeen nog steeds hoger is dan reeds opgenomen in de MER (755 MWh per jaar) en referentie Westsluis (1.100 MWh per jaar). Het verschil met de Westsluis is te verklaren doordat de constructie groter en zwaarder is, waardoor er meer energie nodig is om de sluis in beweging te krijgen.
SSV-PLA-01489—Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Dekkerspolder – A –11-jul-2022–Definitief- Pagina 6 van 15
Om na te gaan of het energieverbruik van de Nieuwe Sluis Terneuzen vergelijkbaar is met andere sluizen, is ook het energieverbruik van de Zeesluis IJmuiden opgevraagd. De totale prognose van het energieverbruik van de Zeesluis IJmuiden is vastgesteld op 1.380 MWh per jaar en is daarmee vergelijkbaar met de Nieuwe Sluis Terneuzen.
2.2.2
Zonnepark Dekkerspolder
Om aan de energievraag te voldoen worden zonnepalen geplaatst op het dak van de nieuwe loods van Rijkswaterstaat en het bediengebouw van de Nieuwe Sluis. Het overgrote deel van de zonnepanelen zijn echter voorzien binnen het zonnepark op de locatie in de Dekkerspolder. In tabel 1 zijn het aantal panelen met bijhorend vermogen per locatie weergeven. Type Dak Dak Veld
Locatie Loods RWS Bediengebouw Dekkerspolder
Vermogen 205.700 Wp 73.700 Wp 1.487.200 Wp
TOTAAL
1.766.600 Wp
Rendement 80% 80% 90%
Benodigd Reserve
Opbrengst per jaar 164.560 kWh 58.960 kWh 1.338.480 kWh
Aantal panelen 374 134 2.704
1.562.000 kWh
3.212
1.534.519 kWh 27.481 kWh
2%
Tabel 1. Verdeling panelen over locaties
Op het voormalige slibdepot op de locatie in de Dekkerspolder zijn 2.704 PV-panelen voorzien met een totale opbrengst van 1.338 MWh per jaar. Door de panelen te plaatsen op een voormalige stortplaats wordt goed invulling gegeven aan het combineren van functies. Aan de noordoostzijde van het voormalige slibdepot is reeds een inrit aangelegd die aansluit op de Autrichehavenweg. Rondom het zonnepark zal een hekwerk worden geplaatst met ter hoogte van de inrit een toegangspoort. Via deze toegangsport is het zonnepark toegankelijk. Tot slot is nabij de toegangspoort een inkoopstation met transformator voorzien. In figuur 3 is een plattegrond van het zonnepark weergegeven. De volledige plattegrond maakt als bijlage 1 onderdeel uit van deze onderbouwing.
SSV-PLA-01489—Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Dekkerspolder – A –11-jul-2022–Definitief- Pagina 7 van 15
Figuur 3. Plattegrond zonnepark
Om de panelen te verankeren wordt gebruikt gemaakt van het TreeSystem montagesysteem (zie figuur 4). Door gebruik te maken van het TreeSystem en zijn geringe verankeringsdiepte kan het montagesysteem boven de vervuilde grond worden verankerd.
Figuur 4. TreeSystem montagesysteem
SSV-PLA-01489—Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Dekkerspolder – A –11-jul-2022–Definitief- Pagina 8 van 15
3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.1.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft het integrale ruimtelijke beleidskader van het Rijk weer. In dit beleidsstuk worden ruimtelijke nationale opgaves, doelen en belangen voor de komende tientallen jaren geschetst. Een nationaal belang dat wordt besproken is het belang van ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en energietransitie. Het Rijk stelt op het gebied van energie dat voor de opwekking en het transport van energie voldoende ruimte gereserveerd moet worden. Het aandeel van duurzame energiebronnen als zon, wind, biomassa en geothermie in de totale energievoorziening moet omhoog. Verder wordt beschreven dat het bieden van ruimte aan duurzame energie als zonne-energie en biomassa de primaire taak is van de provincies en gemeenten. Rijksbeleid op het gebied van duurzame energie beperkt zich enkel tot windenergie.
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1
Omgevingsplan Zeeland 2018
De provinciale doelstellingen ten aanzien van het ruimtelijk beleid zijn vastgelegd in het Omgevingsplan Zeeland 2018. Het Omgevingsplan gaat over milieu, verkeer en vervoer, ruimte en water en vormt de basis voor de meeste plannen die de provincie de komende jaren wil maken. In het omgevingsplan is een hoofdstuk opgenomen ten aanzien van duurzame en hernieuwbare vormen van energie. Hierin is ook een paragraaf opgenomen over zonne-energie. De provincie heeft de voorkeur voor het plaatsen van zonnepanelen op daken. Onderkend wordt dat er met alleen zon op dak onvoldoende vermogen gerealiseerd kan worden. Aanvullende ruimte voor zonprojecten wordt daarom geboden in combinatie met andere functies. Hiermee wordt een balans gezocht tussen enerzijds ruimte bieden voor zonne-energie, maar anderzijds wel met behoud van omgevingskwaliteit, zorgvuldig ruimtegebruik en behoud van de agrarische functie van gronden in het buitengebied. Zonprojecten anders dan op daken zijn daarom toegestaan binnen bestaand bebouwd gebied, in combinatie met windenergieprojecten, in combinatie met infrastructuur zoals dijken, (vaar en spoor)wegen en nutsvoorzieningen, op stortplaatsen en locaties voor glastuinbouw, aansluitend aan bestaand bebouwd gebied en op water. Ook voor zonprojecten geldt dat het maatwerk aan de gemeenten wordt overgelaten.
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1
Structuurvisie Zonne-energie en ruimtelijke compensatie
Sinds het Klimaatverdrag van Parijs en het landelijk klimaatakkoord wordt intensief gezocht naar allerlei mogelijkheden om de CO2-uitstoot drastisch te verlagen om binnen de afgesproken kaders te vallen. Naast windenenergie speelt zonne-energie een belangrijke rol binnen deze verduurzamingsslag. In dat kader zijn ook diverse verzoeken ingediend tot het ontwikkelen van grootschalige grondgebonden zonneparken binnen de gemeente Terneuzen. Om deze verzoeken meer sturing te geven is op 7 februari 2019 door de gemeenteraad van Terneuzen het Planologisch toetsingskader voor zonne-energie vastgesteld. De structuurvisie ‘Zonne-energie en ruimtelijke compensatie’ borgt de mogelijkheden voor verduurzaming en vergroening. Daarnaast vormt de structuurvisie een toetsingskader voor nieuwe initiatieven met betrekking
SSV-PLA-01489—Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Dekkerspolder – A –11-jul-2022–Definitief- Pagina 9 van 15
tot zonneparken. De structuurvisie dient daarbij tevens als aanscherping op het Planologisch Toetsingskader Zonne-energie Terneuzen. In de structuurvisie wordt gesproken over het ontwikkelen van zonneparken buiten bebouwd gebied. In het buitengebied kan een zonnepark worden gerealiseerd wanneer daarbij gebruik wordt gemaakt van multifunctioneel gebruik van de onderliggende grond. Hierbij kan gedacht worden aan of op stortplaatsen, spaarbekkens, nutsvoorzieningen of windenergie dan wel gronden waarop anderszins geen (doorgaans agrarische) functie (meer) op uitgeoefend kan worden, zogenaamde verweesde gronden. Door het realiseren van zonnepanelen op dergelijke gronden kan een multifunctioneel ruimtegebruik worden gecreëerd waardoor een nuttige invulling wordt gegeven aan deze gronden.
3.4 Conclusie Uit de verschillende beleidsdocumenten blijkt dat de ontwikkeling van duurzame energie een hoge prioriteit heeft om te voldoen aan de klimaatdoelstellingen. Met name de ontwikkeling van zonneparken op stortplaatsen past in de visie van zowel de provincie Zeeland als de gemeente Terneuzen. De voorgenomen ontwikkeling van een zonnepark op het voormalige slibdepot aan de Autrichehavenweg te Westdorpe past dan ook binnen de beleidskaders van het Rijk, de provincie Zeeland en de gemeente Terneuzen.
SSV-PLA-01489—Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Dekkerspolder – A –11-jul-2022–Definitief- Pagina 10 van 15
4 Omgevingsaspecten 4.1 Bodem Vanuit het oogpunt van de ontwikkeling van een zonnepark worden geen eisen gesteld aan de kwaliteit van de bodem. Er is immers geen sprake van de langdurige aanwezigheid van personen. Omdat er sprake is van grondwerkzaamheden die samenhangen met de verankering van de zonnepanelen moet vanuit het oogpunt van bodemkwaliteit worden voorkomen dat werkzaamheden worden uitgevoerd tot onder de afdeklaag. Dit is nodig om contact met verontreinigingen of verspreiding van de verontreiniging te voorkomen.
4.2 Water Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening is het wettelijk verplicht om voor ruimtelijke ontwikkelingen een watertoets uit te voeren. Het doel van de toets is om tegen de achtergrond van het huidige watersysteem te voorkomen dat een ruimtelijke ontwikkeling leidt tot onaanvaardbare effecten op het watersysteem. Het effect op het watersysteem als gevolg van de realisatie van het zonnepark is nihil. Het oppervlak afstromend oppervlaktewater wijzigt immers niet. Het verhard oppervlak neemt ten opzichte van de oude situatie wel toe. Dit leidt echter niet tot een groter volume af te voeren hemelwater aangezien in de oude situatie al het hemelwater eveneens werd afgevoerd naar de ringsloot rondom het voormalige slibdepot.
4.3 Ecologie Voorafgaand aan het bouwrijp maken zijn mitigerende maatregelen getroffen ten behoeve van verschillende soorten die in de directe omgeving van het plangebied voorkomen zoals rugstreeppadden, konijnen, wezels (en andere marterachtigen) en veldspitsmuizen. De rapportages van de mitigerende maatregelen zijn opgenomen als bijlage 2 van deze onderbouwing. De mitigerende maatregelen zijn getroffen zodat kan worden gewerkt conform de gedragscode van Rijkswaterstaat en er geen natuurwaarden worden geschaad. Een ontheffing van de Wet natuurbescherming is dan ook niet noodzakelijk. Voorafgaand aan de werkzaamheden zal nog een ecologisch werkprotocol worden opgesteld met daarin de maatregelen die worden getroffen tijdens de uitvoering om schade aan de natuur te voorkomen.
4.4 Verkeer Van de beoogde ontwikkeling gaat geen verkeersaantrekkende werking uit. In de bouwfase is sprake van een tijdelijke toename van het aantal verkeersbewegingen door de aanvoer van materiaal en materieel. De huidige aanwezige infrastructuur is voldoende voor de afwikkeling van deze verkeersbewegingen.
4.5 Geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid Omdat sprake is van een functie waar geen personen verblijven en waar geen bedrijfsactiviteiten met geluidemissies of luchtemissies plaatsvinden zijn er geen effecten op het akoestisch klimaat of op de luchtkwaliteit te verwachten. Op circa 400 meter ten oosten van het projectgebied bevindt zich een inrichting met gevaarlijke stoffen, maar als gevolg van de bedrijfsactiviteiten treden geen externe veiligheidsrisico’s voor het zonnepark op.
4.6 Kabels en leidingen Op grond van de beschikbare informatie blijkt dat in het plangebied geen relevante leidingen zijn gelegen zoals waterleidingen of aardgasleidingen. Wel bevinden zich onder de afdeklaag van het voormalig slibdepot enkele drainagebuizen en -putten. Bij het aanleggen van het zonnepark worden echter geen werkzaamheden verricht
SSV-PLA-01489—Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Dekkerspolder – A –11-jul-2022–Definitief- Pagina 11 van 15
onder deze afdeklaag. Voorafgaand aan de werkzaamheden wordt een KLIC-melding gedaan zodat rekening kan worden gehouden met overige kabels en leidingen die eventueel in het gebied aanwezig zijn.
4.7 Milieueffectrapportage Voor activiteiten die zijn genoemd in lijst C en D in de bijlage bij het Besluit m.e.r. moet worden nagegaan of er sprake is van een geval waarin een m.e.r.-beoordelingsbesluit moet worden genomen (D-lijst) of een MER moet worden opgesteld en een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen (C-lijst). Voor elke activiteit is een drempelwaarde genoemd. Indien de drempelwaarde niet wordt behaald moet een zogeheten ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’ worden uitgevoerd waarin wordt nagegaan of er sprake is van belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu die een formele m.e.r.-beoordeling of een m.e.r. noodzakelijk maken. Een installatie voor het opwekken van duurzame energie met behulp van zonnepanelen komt op geen van beide lijsten voor. Er hoeft daarom geen aandacht te worden besteed aan de m.e.r.-plicht of m.e.r.beoordelingsplicht op grond van het Besluit m.e.r.
SSV-PLA-01489—Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Dekkerspolder – A –11-jul-2022–Definitief- Pagina 12 van 15
5 Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid De kosten voor de realisatie van het zonnepark komen ten laste van het project Nieuwe Sluis Terneuzen. De economische uitvoerbaarheid van het zonnepark op de locatie in de Dekkerspolder is daarmee gewaarborgd.
5.2 Maatschappelijk uitvoerbaarheid Voor het realiseren van het zonnepark op de locatie in de Dekkerspolder heeft in een vroeg stadium vooroverleg plaatsgevonden met de gemeente Terneuzen. In het vooroverleg is de voorgenomen ontwikkeling toegelicht en zijn afspraken gemaakt over de te volgen procedure omtrent de vergunningverlening. Een belangrijke stakeholder in de directe nabijheid van het beoogde zonnepark is afval- en bouwstoffenverwerkingsbedrijf Innovarec B.V, onderdeel van Sagro. Deze zijn gevestigd aan de Autrichehavenweg 1, ten zuiden van het plangebied. Ter voorbereiding op de werkzaamheden zal met Innovarec de dialoog worden aangegaan om de voorgenomen ontwikkeling en de mogelijke impact op hun bedrijfsvoering toe te lichten.
SSV-PLA-01489—Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Dekkerspolder – A –11-jul-2022–Definitief- Pagina 13 van 15
Bijlage 1. Plattegrond zonnepark Dekkerspolder
SSV-PLA-01489—Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Dekkerspolder – A –11-jul-2022–Definitief- Pagina 14 van 15
Autrichehavenweg
inkoop-trafo station
Berm
Berm
¹
duiker BtØ600mm
Sloot
Scho u
wpad
t
o Slo 0.662
¹ P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P P P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P P
P P P P P
P P P P P P P P
P P P P
P P P
P
P P P
P P
P P P
P P P P
P P
P P
P P P
P
P P P
P P P
P
P P P
P
P P
P P P P
P P P P P
P P
P P
P P
P P P
P P P P
P P P
P
P P P
P P P
P P P P
P
P P
P P
P P
P P P P
P P P
P P
P P
P P P
P P P P
P P P
P
P P P
P
P P
P P P P
P P P P
P
P P
P P
P P
P P P
P P
P P
P P P
P
P P P
P P P P
P P P
P
P P P
P
P P
P P P P
P
P P
P P
P P
P P P
P P P P
P P
P P
P P P
P
P P P
P P P
P
P P P
P
P P
P P P P
P P P
P P
P P
P P
P P
P P P
P P P P
P P P
P
P P P
P P P
P P P P
P
P P
P P
P P
P P P P
P P P
P P
P P
P P P
P P P P
P
P P P
P P P
P P P
P
P P
P
P P
P
P P
P
P P
P P P
P P P
P P
P P P P
P P
P
P P
P
P P
P
P P
P P P
P P P
P P P
P P
P P P P
P P P
P P
P
P P
P P P
P P P
P P P
P P P
P P P
P P P
P P P
P P
P
P P
P P P
P P P
P P P
P P P
P P P
P P P
P P P
P P P P P
P P P
P P P
P P P
P P P
P P P
P P P
P P P
P P P P P
P P P
P P P
P
P P
P P
P P
P P
P P
P P
P
P P
P P
P P
P P
P P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P P
P
P
P P
P P
P P
P
P P
P P
P P
P P
P P
P
P P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P P
P P
P P
P P
P
P P
P P
P P
P P
P
P
P
P P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P P P P
P P
P P
P P
P P
P P
P
P P
P P
P P
P P
P
P
P
P P
P
P
P P
P
P P
P
P P
P P
P
P P
P
P
P P
P P
P P
P
P P
P P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P P
P P
P P
P
P P
P P
P P
P P
P P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P P
P P
P P
P
P
P P
P P
P P
P P
P
P P
P P
P P
P P
P P
P P
P
P
P P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P P P
P
P
P
P
P P
P
P P
P P
P P
P
P
P P
P P
P P
P P
P
P P
P P
P P
P P
P P
P
P
P
P
P P
P
P
P P
P
P P
P
P
P
P
P P
P
P P P
P
P
P P
P P
P
P P
P P
P P
P
P
P P
P P P
P
P P
P
P P
P P
P P
P P
P P
P
P
P
P
P P
P
P
P P
P
P P
P P
P
P
P P
P
P P P
P
P
P P
P P
P
P P
P P
P P
P
P
P P
P P P
P
P P
P
P P
P P
P P
P P
P P P
P P
P P P
P
P P
P
P
P P
P P
P P
P P
P
P
P
P P
P P
P P
P P
P P
P P
P P P
P
P P
P P
P P
P P
P
P
P P
P
P P
P P
P P
P P
P P
P P
P P
P P
P P P
P
P
P
P P
P P
P
P
P
P P
P P P
P
P P
P P
P
P
P
P
P P
P
P P
P P
P P
P P
P
P
P P
P P
P
P
P
P P
P P P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P P
P
P P
P
P
P P
P P
P
P
P P
P
P
P P
P
P
P
P P
P P
P
P
P
P
P P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P P
P P
P
P
P
P
P P P P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P P
P P
P
P P
P
P P
P P
P
P P
P P
P
P
P
P
P P
P P
P
P
P
P
P P
P
P P
P P
P P
P P P
P
P P
P P
P
P
P
P P
P P
P P
P P
P P
P P
P
P
P
P
P P
P
P P
P P
P P P
P
P P
P P
P P
P
P
P P P
P P P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P P
P P
P P P
P
P P
P P
P P
P
P P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P P P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P P
P P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P P
P
P
P P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P P
P
P P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P P P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
P
Zonneveld Sassevaart-Zeesluis Terneuzen
LEGPLAN 1:1
Bijlage 2. Memo’s mitigerende maatregelen ecologie
SSV-PLA-01489—Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Dekkerspolder – A –11-jul-2022–Definitief- Pagina 15 van 15
Memo VNSC bedrijfsvertrouwelijk Aan
Harm Verbeek Contactpersoon
Telefoon / E-mail
Leo Vorthoren/ Alex Wieland
T +31 (0)6-x E leo.vorthoren@rws.nl
Datum
Bijlage
27 januari 2022
-
Kenmerk
NSTOM-544256890-20590 Onderwerp
Mitigerende maatregelen toekomstig zonnepark Dekkerspolder
In onderhavige notitie worden de getroffen mitigerende ecologische maatregelen beschreven die uitgevoerd zijn ten behoeve van het bouwrijp maken van de bovenzijde van het voormalige baggerspeciedepot Dekkerspolder alsmede de locatie van een nieuw aan te leggen inrit. De term plangebied betreft het gebied waar de zonnepanelen of toegangsweg zal komen.
Mitigerende maatregelen 2021 Rugstreeppad Op 15 augustus is het paddenscherm geplaatst. Het scherm voldoet aan de richtlijnen uit de soortenstandaard (10 cm onder maaiveld en 40 cm boven maaiveld). Om de 50 meter is een emmer ingegraven om de rugstreeppadden uit het plangebied te laten. Deze emmers zijn vanaf 19 augustus tot 31 oktober tweemaal per dag geleegd. Bij dagen met hevige regenval is er niet gevangen en zijn de emmers tijdelijk onklaar gemaakt. De emmers zijn gedurende een langere periode operationeel geweest omdat relatief veel jonge
Figuur 1: Adulte rugstreeppad in emmer
nieuwesluisterneuzen@vnsc.eu www.nieuwesluisterneuzen.eu
VNSC bedrijfsvertrouwelijk
padden zijn gevangen. Er zijn in totaal 1635 jonge rugstreeppadden en 3 volwassen rugstreeppadden uit het plangebied gelaten, aan de andere zijde van het paddenscherm. De laatste padden zijn gevangen op 29 oktober. Daarna werd het kouder en zijn er geen padden meer gevangen. De padden zijn dan in winterrust gegaan.
Figuur 2: Jonge rugstreeppadden in de emmer
Konijn De meeste holen bevonden zich in het talud en in de zone 10 meter vanaf het talud. Het paddenscherm is dan ook op minimaal 10 meter afstand van het talud geplaatst. Op 20 september zijn er 4 hopen met zand van elk 10 m3 in de 10 meter zone gelegd. Deze hopen liggen verspreid over het terrein. Ze liggen buiten het plangebied. Het doel is om extra leefgebied aan te bieden waar de konijnen veilig holen kunnen graven. In oktober waren er reeds holen gegraven in 2 hopen zand. In het plangebied zelf zijn op 2 locaties holen aangetroffen. Deze locaties zijn gemarkeerd en zijn bij het egaliseren van het terrein ontzien.
Figuur 3 Zandberg voor konijnen buiten plangebied
2
VNSC bedrijfsvertrouwelijk
Wezel In de periode juli – november zijn 4 marterboxen en cameravallen geplaatst in het plangebied (dus midden op het depot). Er zijn hier geen marterachtigen op vastgesteld. Er zijn 2 marterkasten geplaatst buiten het plangebied. Deze staan op het talud en worden omringd door ruigtevegetatie. In de marterkasten zijn hooi en takjes verwerkt. De marterkasten zijn in januari nog afgedekt met takken en riet zodat ze extra gecamoufleerd zijn. Ter verbetering van het leefgebied voor de wezel en de veldspitsmuis zijn op het talud 500 struiken geplant. Dit betreft braam, hondsroos, eenstijlige meidoorn, sleedoorn.
Figuur 4 Geplaatste marterkast
Figuur 5 aangeplant struweel
3
VNSC bedrijfsvertrouwelijk
figuur 6 aangebrachte beplanting (rode lijn) en marterkast (blauwe stip), Japanse duizendknoop (gele lijn) Veldspitsmuis In het plangebied zijn in september 100 muizenvallen geplaatst. De vallen zijn geplaatst met hooi en lokvoer (meelwormen, kattenvoer). Ze hebben 3 dagen niet op scherp gestaan. Vervolgens zijn ze op scherp gezet en is er 2 etmalen gevangen. Daarna zijn de vallen verplaatst naar de andere helft van het plangebied en is nogmaals eenzelfde vangactie uitgevoerd. Er zijn geen veldspitsmuizen gevangen. De gevangen andere muizen (bosmuis, veldmuis, rosse woelmuis, huisspitsmuis, bosspitsmuis) zijn vrijgelaten aan de andere zijde van het scherm. Op 2 november is het terrein waar de zonnepanelen komen gemaaid. Dit is gedaan met een schijvenmaaier die langzaam rijdend van binnen naar buiten heeft gemaaid. Op een 8 tal plaatsen is het scherm tijdelijk losgemaakt. Eventueel aanwezige dieren werden zo automatisch naar buiten het plangebied gedreven. Hier was voldoende dekking. Het maaisel is 1 week blijven liggen en is daarna opgeruimd. Zo wordt voorkomen dat er schuilplaatsen voor kleine dieren onder het maaisel ontstaan. Japanse duizendknoop De Japanse duizendkoop is een invasieve exoot. Eenmaal aanwezig kan de soort flink gaan woekeren en schade aanbrengen aan de oorspronkelijke natuur maar ook aan verharding en eventuele voorzieningen voor een zonnepark.
De plant groeit op het terrein van de buren. Het is raadzaam hen daarop te wijzen en maatregelen te treffen die voorkomen dat deze plant zich kan verspreiden naar het zonnepark.
4
VNSC bedrijfsvertrouwelijk
Aanpak 2022 Broedvogels Broedvogels zijn te verwachten in de periode maart – augustus. Dit betreft grondgebonden soorten als veldleeuwerik, graspieper, bergeend, gele kwikstaart, kievit, scholekster en kleine plevier. Het is raadzaam gedurende het broedseizoen op te volgen of er inderdaad vogels gaan broeden en welke soorten het betreft. Werkzaamheden kunnen uitgevoerd worden indien er geen broedvogels verstoord worden. Het is mogelijk het plangebied broedvrij te houden. Rugstreeppad Voorkomen dat er bij aanvang van het voortplantingsseizoen van de rugstreeppad plassen staan in het plangebied. Het paddenscherm voor 1 maart herstellen en vervolgens regelmatig (1 keer per week) nalopen en eventuele gaten of holtes onder het scherm direct dichtmaken/herstellen. Bij aanvang van het seizoen in maart/april nog een keer een vangactie met de emmers en vervolgens 1 of 2 weken voor de start van het werk (plaatsen zonnepanelen) nog een vangactie. Tijdens het werk is het noodzakelijk dat het scherm gehandhaafd en functioneel blijft. Konijn In het najaar van 2021 waren er twee concentraties met holen in het plangebied (aan de buitenzijde). In december stond het terrein na enkele weken regen blank, inclusief holen. Die situatie met betrekking tot de konijnen dient gemonitoord te worden.
De konijnenpopulatie kan sterk fluctueren en het terrein buiten het plangebied is aantrekkelijker gemaakt. Het is belangrijk dat de ingerichte zone buiten het plangebied niet verstoord of vernietigd wordt.
Figuur 7 situatie januari 2022
Wezel In 2021 is de wezel (en andere marterachtigen) niet vastgesteld in het gebied waar de zonnepanelen geplaatst worden. Het terrein is nu onbegroeid en niet aantrekkelijk als nest/schuilplaats voor kleine marterachtigen. Veldspitsmuis In 2021 is de veldspitsmuis niet vastgesteld. Het paddenscherm voor 1 maart herstellen en vervolgens regelmatig (1 keer per week) nalopen en eventuele gaten of holtes onder het scherm direct dichtmaken/herstellen. 5
Memo VNSC bedrijfsvertrouwelijk Aan
Harm Verbeek
Contactpersoon
Telefoon / E-mail
Leo Vorthoren/ Alex Wieland
T +31 (0)6-x E leo.vorthoren@rws.nl
Datum
Bijlage
26 januari 2022
-
Kenmerk
NSTOM-544256890-20591 Onderwerp
ecologische maatregelen bouwrijp maken Zonnepark Dekkerspolder
Zonnepark Dekkerspolder – ecologische aandachtspunten Om de nieuwe sluis bij Terneuzen energieneutraal te laten functioneren, wordt het voormalige baggerspeciedepot in de Dekkerspolder deels ingericht als zonnepark. Om voldoende energie op te wekken, zijn in totaal circa 4.000 panelen nodig op een geschatte oppervlakte van 1,5 hectare. De totale oppervlakte van het voormalige depot betreft 3 hectare. Geschiktheid als leefgebied Het voormalige baggerspeciedepot is beoordeeld op geschiktheid voor beschermde soorten. De buitenzijde (taluds) van het terrein is verruigd met grassen, brandnetels, braam en een enkele struik. Door het ontbreken van opgaande houtige beplanting is het terrein niet geschikt als essentieel leefgebied voor vleermuizen. Er zijn geen dagverblijven, vliegroutes of foerageergebieden te verwachten. Gedurende het broedseizoen kunnen met name op de grond broedende vogelsoorten en in ruigte broedende soorten voorkomen, zoals de fazant, bergeend, wilde eend, kneu, heggenmus, putter, winterkoning. Door het ontbreken van bomen zijn jaarrond beschermde nesten niet aangetroffen. Het terrein is geschikt voor kleine zoogdieren, waaronder de beschermde veldspitsmuis en kleine marterachtigen. Eveneens komen er op het middendeel van het depot grote aantallen konijnen voor waarvoor de zorgplicht van toepassing is.
De beschermde rugstreeppad kan het gebied gebruiken als voortplantingsplaats door de aanwezigheid van stagnerend water in een lager gelegen deel in het terrein. Beschermde plantensoorten komen niet voor in een dergelijk verruigd terrein. Mitigerende maatregelen vogels De verstoring van broedvogels kan voorkomen worden door te werken buiten het broedseizoen. Het broedseizoen loopt ruwweg van 15 maart tot en met 15 juli. Dit is echter een richtlijn. Indien al in juli begonnen wordt met de werkzaamheden, dient het terrein vooraf door een ecoloog gecontroleerd te worden. Ook kan voorafgaand aan het broedseizoen het terrein vrijgemaakt worden van opgaande beplanting, waardoor het geen beschutting meer biedt aan vogels. Het is
nieuwesluisterneuzen@vnsc.eu www.nieuwesluisterneuzen.eu
VNSC bedrijfsvertrouwelijk
daarbij van belang om de begroeiing kort te houden totdat de werkzaamheden zijn afgerond. Deze maatregel heeft geen effect voor grondbroeders. Aanvullend onderzoek en mitigatiemaatregelen zoogdieren Om het voorkomen van (beschermde) zoogdieren met zekerheid vast te kunnen stellen of uit te kunnen sluiten is het terrein uitvoerig onderzocht met behulp van muizenvallen en cameravallen (Adviesbureau Wieland 2020, zie afbeelding 1).
Figuur 1: locaties geplaatste vallen en camera's Tijdens het onderzoek zijn zowel de wezel als de veldspitsmuis aangetroffen (zie afbeelding 2). Beide soorten zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming artikel 3.10 en niet provinciaal vrijgesteld onder de Omgevingsverordening Zeeland. Dit houdt concreet in dat er een verbod bestaat op het doden van deze dieren en dat de verblijfplaatsen van deze soorten niet vernield of beschadigd mogen worden. In het kader van ruimtelijke ontwikkelingen kan desgewenst een ontheffing aangevraagd worden bij het bevoegd gezag.
2
VNSC bedrijfsvertrouwelijk
Figuur 2: vindplaatsen wezel en veldspitsmuis In dit geval kan echter op voorhand uitgesloten worden dat dieren gedood worden of verblijfplaatsen beschadigd raken. De vindplaatsen bevinden zich op de taluds van het voormalige depot waar de vegetatie ruiger is dan bovenop het terrein (zie afbeelding 3). Op deze randen zijn geen zonnepanelen voorzien. Voor de aanleg en het onderhoud van het zonnepark is een toegangspad aangelegd. Indien dit beperkt blijft tot 5 meter breed zal het functionele leefgebied niet aangetast worden. Vooraf is vastgesteld dat er op de geplande plaats van het toegangspad geen vaste rust- en verblijfplaatsen voor veldspitsmuis of wezel aanwezig zijn. Door de vegetatie te maaien met bosmaaier, maaibalk of schijvenmaaier kan voorkomen worden dat dieren gedood worden. Bij de ontwikkeling van het terrein is aansluitend aan de bestaande taluds extra ruigte gecreëerd in de vorm van een ?? haag.
3
VNSC bedrijfsvertrouwelijk
Figuur 3: leefgebieden beschermde soorten
Mitigerende maatregelen rugstreeppad
De aanwezigheid van de rugstreeppad in de Dekkerspolder is afgelopen jaren herhaaldelijk bevestigd. Ook in 2020 is deze soort hier aangetroffen (data NDFF). De rugstreeppad is een beschermde soort onder artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming (Habitatrichtlijn), waarvoor eveneens geldt dat zowel de dieren als hun leefgebied beschermd zijn. Rugstreeppadden wisselen hun verblijfplaatsen af tussen overwinteringslocaties, voortplantingslocaties en zomerverblijfplaatsen, waartussen zij migreren. Al deze locaties maken onderdeel uit van hun beschermde functionele leefomgeving. Vanaf oktober / november tot en met maart verblijft de rugstreeppad in een winterrust. In Nederland kan de rugstreeppad gedurende een lange periode eieren afzetten: van half april tot en met september. De exacte locatie van terrestrische vaste rust- en verblijfplaatsen en de exacte bijbehorende functionele leefomgeving is bij de rugstreeppad vaak niet redelijkerwijs in beeld te brengen. In de praktijk moet er dan ook vanuit gegaan worden dat de geschikte habitat waar de rugstreeppad is aangetroffen, gezien moet worden als vaste rust- en verblijfplaats met de daarbij horende leefomgeving om die plek als zodanig te laten functioneren (Soortenstandaard Rugstreeppad, RVO). Door de werkzaamheden ten behoeve van het zonnepark kunnen enerzijds dieren worden gedood of verstoord.
Anderzijds kan een geschikt voortplantingsgebied verloren gaan, indien de laagte met stagnerend water in het terrein aangetast raakt. Door te werken volgens de Gedragscode Soortenbescherming Rijkswaterstaat kan het doden of verstoren van dieren voorkomen worden door voorafgaand aan de werkzaamheden eventueel aanwezige dieren onder leiding van een ecologisch deskundige weg te vangen en weer uit te zetten op een geschikte locatie in de omgeving 4
VNSC bedrijfsvertrouwelijk
buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden, waarna middels passende inrichtingsmaatregelen (bijvoorbeeld het plaatsen van amfibieënschermen) voorkomen wordt dat dieren zich alsnog op het werk vestigen. De aantasting van voortplantingsgebied kan volgens dezelfde Gedragscode Soortenbescherming Rijkwaterstaat voorkomen worden door de voortplantingsplaatsen te sparen in de periode dat de dieren hier gebruik van maken. De locaties worden gemarkeerd op kaart en/of in het veld. Een andere aanpak is om alternatieve voortplantingsplaatsen te realiseren die de betreffende functie op een volwaardige wijze kunnen overnemen, waardoor de functionaliteit van de voortplantingsplaats behouden blijft. De alternatieve voortplantings- of rustplaatsen moeten functioneren voordat de werkzaamheden van start gaan. In voorliggende casus kan het doden van dieren zodoende voorkomen worden door het werkterrein vooraf af te zetten met een amfibieënscherm en eventuele aanwezige rugstreeppadden te verplaatsen naar de randen van het terrein. Er dienen voldoende mogelijkheden aangebracht te worden dat rugstreeppadden (en andere kleine dieren) wel uit het terrein kunnen vluchten. Gezien de grote aantallen konijnen dient het scherm zeer frequent nagekeken te worden op functionaliteit.
De aantasting van voortplantingsplaatsen kan voorkomen worden door de laagte in het terrein te sparen tijdens de inrichting en te markeren tijdens de werkzaamheden. Het verdient sterk de aanbeveling om voldoende (5) alternatieve voortplantingsplaatsen aan te bieden in de vorm van betonnen schalen. Na het plaatsen van de zonnepanelen is de kwaliteit van het terrein als landbiotoop en winterbiotoop vergelijkbaar met het huidige biotoop. Conclusie Indien gewerkt wordt volgens bovenstaande instructies, worden overtredingen van de Wet Natuurbescherming uitgesloten. Er is dan ook geen noodzaak om een ontheffing aan te vragen voor de werkzaamheden. Een en ander dient uitgewerkt te worden in een ecologisch werkprotocol indien meer bekend is over de inrichting van het terrein. Het wordt aanbevolen na te gaan om welke natuur inclusieve maatregelen er mogelijk zijn om de biodiversiteit op het terrein te versterken.
Samenvatting Soortgroep Vleermuizen Beschermde planten Vogels
Kleine zoogdieren
Rugstreeppadden
Mitigatie Geen effecten Geen effecten Voorafgaand aan de werkzaamheden het terrein ongeschikt maken voor broedvogels. Of werken buiten het broedseizoen. Geen effecten, de randen van het gebied blijven grotendeels gespaard. Bij de aanleg van een werkpad wordt nieuw leefgebied in de vorm van ruigte gecreëerd. Het werkgebied afzetten met amfibieënschermen en eventueel aanwezige dieren handmatig verplaatsen naar de randen van het terrein. Tijdens de 5
VNSC bedrijfsvertrouwelijk
werkzaamheden de laagte in het terrein (zie afbeelding 3) sparen en toegankelijk houden voor rugstreeppadden in de periode april t/m september (buiten de afzetting houden van het scherm). Het voortplantingsgebied uit te breiden middels de plaatsing van betonnen schalen (plaatsen op instructies van ecoloog).
6