2022-11-08 IC1 - bijlage Eindevaluatie Preventief jeugdbeleid 2020-2022
Tekst van het document
Eindevaluatie Preventief Jeugdbeleid 2020-2022, november 2022
1. Inleiding In de raadsvergadering van 30 juni 2020 stemde u in met de notitie Preventief Jeugdbeleid 2020-2022. De notitie richt zich op het gezond en veilig opgroeien en een optimale ontwikkeling van jeugdigen. Ouders hebben hiervoor een primaire verantwoordelijkheid, maar naast hen spelen ook medeopvoeders, zoals professionals en vrijwilligers in algemene jeugdvoorzieningen, hierbij een belangrijke rol. Op school, in de kinderopvang, in peuterspeelzalen, in de buitenschoolse opvang, in het jongerenwerk, bij sportverenigingen en bijvoorbeeld de scouting. De gemeente biedt samen met deze organisaties een lokale omgeving waarin zowel basisvoorzieningen als activiteiten aanwezig zijn met ontwikkelingskansen voor jeugdigen. In onze gemeente bestaat deze omgeving al door alle investeringen de afgelopen jaren in goede basisvoorzieningen op het gebied van voorschoolse opvang en educatie, onderwijs, sport, beweging, spelen, natuur, cultuur en gezondheidszorg. Om de optimale ontwikkelingskansen integraal te kunnen bieden is het belangrijk verschillende activiteiten en professionals binnen de diverse voorzieningen te verbinden. We worden als gemeente voortdurend gevoed door actualiteiten in de uitvoering door professionals die dagelijks met jeugdigen en hun gezinnen werken.
Zij bieden aan gebruik te maken van hun kennis en expertise, juist om vanuit hun ervaringen de verbinding te leggen met preventie. De vijf projecten in de notitie waren en zijn daarop gericht. Het doel van ons beleid is de basis- en preventieve voorzieningen voor jeugd te versterken, zodat kinderen en jongeren zo gezond en veilig mogelijk kunnen opgroeien. Professionals en vrijwilligers van algemene jeugdvoorzieningen kunnen samen met ouders alledaagse hobbels in het opgroeiproces van jeugdigen nemen, zonder dat deze meteen als een probleem worden bestempeld. Vroegtijdige signalering en zo nodig korte interventies van professionals dragen bij aan het voorkomen van problemen en het later moeten inzetten van zwaardere ondersteuning en zorg. De uitvoering van de notitie Preventief Jeugdbeleid 2020-2022 ronden we af met deze eindevaluatie. Thema’s en projecten gericht op (preventief) jeugdbeleid zijn onderdeel van ons beleid sociaal domein Terneuzen 2022-2025 ‘Iedereen aan boord’. We rapporteren hierover in de P&C cyclus. Preventie is een belangrijke maatregel om meer uitgebreide/complexe hulp en hiermee gepaard gaande kosten te beperken.
Samenhang met nieuw beleid en het bestuursakkoord Het uitgangspunt in ‘Iedereen aan boord’ is dat mensen zelf regie (willen en moeten) hebben over hun eigen leven. Dit betekent dat onze dienstverlening erop gericht is om die regie en zelfredzaamheid zoveel mogelijk te behouden, herstellen en te stimuleren. We zetten daartoe vooral in op goede basisvoorzieningen op het gebied van wonen, werken, inkomen, persoonlijke ontwikkeling, onderwijs, veiligheid en sport. Vroegtijdig problemen (h)erkennen en aanpakken helpt ergere problemen te voorkomen. Dit is ook de kern van het bestuursakkoord 2022-2025 van de gemeente Terneuzen ‘Goed leven in Terneuzen’. We willen een samenleving waarin iedereen zijn inbreng heeft. Dit geldt
1
voor alle inwoners, van alle leeftijden. Zo’n samenleving is in elk opzicht een inclusieve samenleving. Een samenleving waarin het veilig is om op te groeien en om je te ontwikkelen. Een vitale samenleving waarin alle mensen zich uitgenodigd en uitgedaagd voelen om het beste in zichzelf naar boven te halen. Een samenleving waarin mensen voor zichzelf en elkaar zorgen. Kortom, een samenleving met ruimte voor inwoners en hun initiatieven. Een samenleving die iedere inwoner in zijn waarde laat en blijft benaderen als mens. We investeren in meer relevante thema’s. De raad noemde bijvoorbeeld (v)echtscheidingen en (jeugd)criminaliteit, jongeren en seksualiteit of beleid gericht op duurzame relaties en stabiliteit in gezinnen. De vijf projecten waren aanvullend op het bestaande aanbod van (jeugd)hulp en tal van lopende, preventieve activiteiten, zowel georganiseerd door de gemeente als bijvoorbeeld door scholen.
Leeswijzer We herhalen kort de vijf projecten. Waar is aan gewerkt en hoe gaan we verder?
2. De vijf projecten: Uitgangspunt bij de start van de vijf projecten was dat na een positieve evaluatie de projecten worden opgenomen in het reguliere aanbod. Als een project geen zichtbare meerwaarde heeft ronden we het af. Teveel projecten tegelijk heeft als risico dat we moeilijker kunnen beoordelen wat de opbrengst is per project. De opbrengst van het preventiebeleid wordt per definitie maar beperkt zichtbaar, vaak ook pas op langere termijn. Het bestaat voor een belangrijk deel uit het onzichtbaar blijven van problemen die anders zichtbaar waren geworden.
Project 1: Kansrijke Start (inclusief het interventieprogramma Nu Niet Zwanger) Het landelijk actieprogramma Kansrijke Start is gericht op de eerste 1000 dagen van een kind (van conceptie tot de 2e verjaardag). Deze 1000 dagen zijn cruciaal voor de verdere ontwikkeling van het kind. We vormden in 2020 een regionale coalitie, omdat we een gezamenlijke belang hebben voor een kansrijke start voor ieder kind gedurende de eerste 1000 dagen. De coalitie bestaat uit de drie Zeeuws-Vlaamse gemeenten en hun lokale toegangen (aan-z, Hulst voor Elkaar en Porthos Sluis), de GGD-Zeeland jeugdgezondheidszorg, De Provinciale Kraamzorg en ZorgSaam. De coalitie maakt gezamenlijke afspraken over het eerder bereiken van kwetsbare ouders, over signalering, doorverwijzing en over hoe begeleiding rond kwetsbare gezinnen voor en tijdens de zwangerschap en na de geboorte, verbeterd kan worden. De coalitie is gericht op een optimale samenwerking en aansluiting tussen medische en maatschappelijke zorg. Een goede start begint al voor de geboorte, zelfs nog voor de conceptie en de zwangerschap. Het interventieprogramma Nu Niet Zwanger (NNZ) is onderdeel van het landelijke actieprogramma Kansrijke Start. NNZ is sinds 2021 inhoudelijk geborgd bij de GGD. NNZ werd 2 jaar gefinancierd vanuit het Transformatiefonds Jeugd.
Dit jaar wordt NNZ gefinancierd door een impulssubsidie vanuit VWS met cofinanciering van de Zeeuwse gemeenten. NNZ wordt voorgelegd als separate begrotingswijziging voor 2023 om dit structureel te borgen binnen de GGD begroting.
2
De doelgroep van NNZ bestaat uit kwetsbare vrouwen en mannen in de vruchtbare leeftijd bij wie sprake is van (vaak) een combinatie van problemen en beperkingen, een gebrek aan zelfredzaamheid en zelf herstellend vermogen, bij wie hulp vanuit zorg of de omgeving onvoldoende aansluit en die vanwege hun complexe problematiek (vrijwel) altijd in beeld zijn bij diverse organisaties. De doelstelling van NNZ is het voorkomen van ongeplande en ongewenste zwangerschappen bij kwetsbare (potentiële) ouders die in de huidige fase van hun leven, hun toekomstige kind, geen veilige en gezonde leefomgeving kunnen bieden. NNZ ondersteunt deze kwetsbare (potentiële) ouders in het nemen van regie over hun kinderwens door het gesprek aan te gaan over de kinderwens, seksualiteit en anticonceptie. Er vindt actieve begeleiding en opvolging plaats. De inzet is preventief en vrijwillig. NNZ heeft sinds de start bijna 50 aandachtsfunctionarissen getraind, een sluitend netwerk van ketenpartners rondom onbedoelde zwangerschap opgezet, en ondersteunde 174 cliënten.
Hoe gaan we verder? Het rijk trekt de conclusie dat het landelijke programma Kansrijke Start succesvol is. De inzet op Kansrijke Start heeft de afgelopen jaren gezorgd voor meer bewustwording van het belang van de eerste 1000 dagen en inbedding van vroegtijdige aanpak van problematiek bij gezinnen in kwetsbare situaties rond de zwangerschap en geboorte. Professionals uit verschillende beroepsgroepen zijn over domeinen heen gaan kijken en meer gaan samenwerken. Het actieprogramma heeft ingezet om professionals steeds beter toe te rusten, met kennis en tools om de samenwerking vorm te geven en zo daadwerkelijk eerder en beter te kunnen signaleren en te ondersteunen. Omdat de focus van Kansrijke Start ligt op lokale vraagstukken, is de aanpak per definitie aangepast aan de lokale omstandigheden: wat werkt het beste in onze gemeente, in onze regio? Ook wordt, dankzij de kennisontwikkeling die op dit thema plaatsvindt, steeds duidelijker dat een investering in de eerste 1000 dagen veel oplevert voor het kind, de ouders én de samenleving. De aanpak wordt daarom steeds meer gezien als de ultieme vorm van preventie en kan daarmee ook een vliegwiel zijn om kansenongelijkheid breder aan te pakken. Het is een langdurig veranderproces waar veel verschillende partijen voor nodig zijn.
In het coalitieakkoord is opgenomen dat er in elke gemeente een programma Kansrijke Start zal worden ingevoerd en zijn er structureel middelen beschikbaar gekomen. De monitor onderschrijft dat er met het actieprogramma de afgelopen 3 jaar veel in gang is gezet en bereikt is, maar dat er ook nog veel uitdagingen liggen om de impact van de kansrijke start te vergroten, professionals nog beter te ondersteunen, de aanpak te verbreden en duurzaam te borgen. Gezamenlijk leren over wat wel werkt en wat niet werkt blijft daarin belangrijk, evenals doorlopende kennisontwikkeling op dit thema. De komende periode is het van belang om de aanpak verder te verstevigen. Met als uiteindelijke doel om de Kansrijke Startaanpak vanuit ieders rol en verantwoordelijkheid structureel te verankeren op lokaal niveau. Ook in Zeeuws-Vlaanderen ervaren we het belang van een goede samenwerking en gaan we verder als regionale coalitie. We onderzoeken met elkaar of er belemmeringen zijn voor een kansrijke start van de kinderen in onze gemeenten. Op basis van de uitkomsten bespreken we welke rol de coalitie daarin kan spelen en welke netwerkpartners daarbij kunnen helpen.
3
Actuele thema’s zijn bijvoorbeeld de ontwikkeling van Babythuiszorg en het opzetten van bijeenkomsten ‘Ouders ontmoeten ouders’, waar naast professionele ondersteuning vooral het leren van elkaar voorop staat. In het voorjaar van 2023 organiseren we een netwerkbijeenkomst om meer bekendheid te geven aan de coalitie en de verbinding te leggen met organisaties die kunnen bijdragen aan een kansrijke start voor kinderen. We delen onze kennis en ervaringen met andere coalities. De gemeenten ontvangen gedurende de looptijd van het actieprogramma Kansrijke Start een jaarlijkse financiële bijdrage om de coalitievorming te ondersteunen. Voor Terneuzen is de bijdrage € 15.616 per jaar. Het totale budget is nog beschikbaar en zal worden ingezet om gezamenlijke, incidentele activiteiten te ondersteunen. Naast de financiële bijdrage krijgen de coalities ook ondersteuning vanuit Pharos. Pharos is een landelijke expertisecentrum dat bijdraagt aan het terugdringen van grote gezondheidsverschillen.
Project 2: Praktijkondersteuner Jeugd In de Jeugdwet is geregeld dat huisartsen, medisch specialisten zoals kinderartsen en jeugdbeschermers verwijsbevoegdheid hebben naar jeugdhulp. Met name voor huisartsen willen we als gemeente voor de ondersteuning aan jeugdigen en gezinnen extra inzetten op samenwerking en afstemming. Huisartsen zitten in de wijken en zijn dichtbij voor mensen. Vaak zijn zij de eerste waar ouders met kinderen naartoe gaan als er behoefte is aan hulp. De afgelopen jaren groeide landelijk het aantal doorverwijzingen van huisartsen naar (dure) Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) aanbieders. Het aantal verwijzingen (jeugd-GGZ) in onze gemeente steeg van 2020 tot 2022 met ongeveer 20%. De processen voor de hulp aan jeugd/jeugd-GGZ lopen vaak langs elkaar heen en er vindt (te) weinig afstemming en samenwerking plaats, waardoor veel jongeren in ZeeuwsVlaanderen nu zorg binnen de 2de lijn (specialistische zorg) ontvangen. Waar mogelijk is een verschuiving van zorg uit de 2de lijn naar de 1ste of 0de lijn wenselijk. Om deze beweging te maken startten verschillende partijen in Zeeuws-Vlaanderen een pilot waarbij Nucleuszorg, een ondersteunende eerstelijnsorganisatie van en voor huisartsen in Zeeuws-Vlaanderen, twee praktijkondersteuners jeugd (POH-J) aanstelde. De POH-J werkt in de huisartsenpraktijk en levert psychosociale hulp.
De POH-J is gespecialiseerd in de zorg aan jeugdigen. In de pilot onderzochten en ontwikkelden we de functie en de werkwijze van de POH-J, samen met de betrokken huisartsen, de lokale toegangen en jeugdgezondheidszorg (GGDJGZ) in Zeeuws-Vlaanderen. De POH-J zet in op de-medicalisering en normalisering van vragen van zowel jeugdigen als ouders. Zij merken dat de drempel om in gesprek te gaan lager ligt, omdat het gesprek plaats vindt in de vertrouwde omgeving van de huisarts. Ze geven jeugdigen en ouders handvatten om zelf mee aan de slag te gaan, waardoor zij in hun kracht worden gezet. Uiteindelijk doel is dat de jeugdige de juiste zorg op de juiste plek krijgt. Voor de monitoring zijn criteria opgesteld. De eerste bevindingen zijn positief, maar Nucleuszorg kan de inzet van de POH-J nog niet goed genoeg objectiveren, omdat er nog te weinig data beschikbaar zijn. Om meer duidelijkheid te krijgen over het aantal consulten per patiënt en de doorverwijzingen is informatie verzameld met behulp van de POH’s-J. De
4
cijfers zijn voorlopige cijfers en nog niet compleet. Op het moment van schrijven worden er nog gegevens verzameld met terugwerkende kracht. Wat duidelijk opvalt is dat het aantal consulten per maand ten opzichte van de beschikbare uren is gestegen. In de evaluatie werd al vermoed dat de aanloopfase van de pilot meer indirecte uren heeft gevraagd en dat er daarom een grotere ruimte zat tussen beschikbare uren en uitgevoerde consulten. In 2022 is te zien dat dit verschil veel kleiner is, er worden meer consulten aangeboden binnen de beschikbare uren. In onze gemeente is 16 uur per week beschikbaar, verdeeld over de vier deelnemende huisartsenpraktijken. Het aantal unieke patiënten dat gezien is in het kalenderjaar 2022 ligt op een hoger niveau dan in 2021 (het begint ook hoger omdat er reeds bekende patiënten zijn, die terug worden gezien in het nieuwe jaar). Na begeleiding van de POH-J bleek voor 43% van de vragen geen verwijzing meer nodig. Voor 31% van de vragen is verwezen naar de basis GGZ en voor 14% naar gespecialiseerde GGZ. De overige vragen zijn verwezen naar andere partijen, zoals bijvoorbeeld een jeugd- of kinderarts of logopedie. De POH-J voert gemiddeld 5 gesprekken met de patiënt. Het aantal gesprekken bij zelf afgeronde vragen ligt gemiddeld 1 gesprek hoger, en bij verwijzingen gemiddeld 1 gesprek lager.
We signaleren (nog) een stijging van het aantal hulpvragen voor GGZ hulp. Gebleken is dat jeugdigen extra problemen ervaren door COVID-19 en ook door de komst van gevluchte mensen uit Oekraïne kan het aantal vragen toenemen. De deelnemende huisartsen zijn enthousiast over de inzet van de POH-J. Er is een betere afstemming en samenwerking tussen de lokale toegang, huisarts en POH-J en andere organisaties in de zorgketen. We verwachten dat deze positieve ervaringen andere huisartsen zullen bewegen om ook een POH-J in te zetten.
Hoe gaan we verder? De pilot werd verlengd tot 1 oktober 2022. Nucleuszorg zal de inzet van de POH-J ook na 1 oktober voortzetten en op aanvraag uitbreiden. In Zaamslag en Hoek wordt de ureninzet uitgebreid van 4 uur per 2 weken naar 4 uur per week. Ook de inzet in Axel wordt uitgebreid met 8 uur per week, vanwege de overname van een patiëntengroep uit Hulst. In overleg met de gemeenten bezoekt Nucleus nieuwe huisartsenpraktijken in ZeeuwsVlaanderen, om met hen in gesprek te gaan over de goede ervaringen met de inzet van de POH-J en hen te bewegen ook een POH-J in hun huisartsenpraktijk te introduceren. Dit is in lijn met landelijke ontwikkelingen waarin de inzet van een POH-J wordt genoemd als belangrijke maatregel die kan leiden tot een daling van de totale kosten. Een ervaren knelpunt is het ontbreken van een landelijke richtlijn voor de bekostiging van de ondersteuning van de huisarts. Dit leidt tot regionale verschillen of verschillen per zorgverzekeraar. Het is ook niet altijd duidelijk welke zorg tot de Zorgverzekeringswet of Jeugdwet behoort. De Zeeuws-Vlaamse gemeenten dragen financieel bij aan infrastructurele zaken. Hieronder valt de huur van de spreekkamer voor de POH-J, met toegang tot wifi, het Huisartsen Informatiesysteem en andere facilitaire zaken op de praktijk.
Ofwel bij de verschillende huisartspraktijken of (als er geen ruimte is) op een centrale plaats in de gemeente. De huur bedraagt € 12,50 per uur. Op basis van de huidige inzet in de vier deelnemende praktijken betekent dat voor onze gemeente € 200 per week, met een maximum van € 10.400 per jaar.
5
Project 3: Maatwerkteam voor complexe casussen Er is een relatief klein aantal inwoners dat een groot deel van de kosten binnen het sociaal domein gebruikt. Uit onderzoek door het Instituut voor Publieke Waarden (IPW) blijkt dat grofweg 1% van de huishoudens in Nederland zorgt voor 30% van de uitgaven in het sociaal domein. De duurste 100.000 huishoudens in Nederland kosten jaarlijks meer dan € 100.000 per gezin. Zij doen een beroep op meerdere vormen van ondersteuning en zorg. Vaak zijn deze mensen langdurig in zorg. Dit gaat ook op voor de gemeente Terneuzen. Doorverwijzen naar specialisten zorgt niet altijd voor een betere oplossing. We willen een efficiënte en doelmatige besteding van onze middelen in het sociaal domein. En we willen dat iedere inwoner kan meedoen aan onze samenleving. Inwoners zijn meer gemotiveerd om zich in te zetten als zij kunnen toewerken naar een eigen oplossing en daarin zo veel als mogelijk de regie krijgen. Dit leidt tot effectievere en efficiëntere ondersteuning en zorg. Dit is de insteek van de Doorbraakmethode van het IPW. Werken vanuit het perspectief van de klant zorgt niet alleen voor een beter resultaat, maar ook voor normalisatie, een verbeterde samenwerking tussen organisaties en een vermindering van kosten. We streven naar een effectievere inzet van onze middelen van de Jeugdwet, Wmo en Participatiewet.
We willen inwoners met (meervoudige) problemen op het gebied van wonen, werken, inkomen en veiligheid zo snel mogelijk weer regie laten krijgen op hun leven, met de juiste ondersteuning en zorg. We willen inzicht krijgen in hoe complexe leefsituaties ontstaan en in stand blijven. We willen leren wat wel en wat niet werkt en wat nodig is om (sneller) problemen op te lossen. We werken toe naar een integrale aanpak en willen handen en voeten geven aan het uitgangspunt van één gezin, één plan en één regisseur. Samenwerking met de ketenpartners binnen de breedte van het sociaal domein krijgt zo nog meer vorm. Van 1 september 2020 tot 1 maart 2021 voerden we de pilot Maatwerk(team) bij stapelingsproblematiek in Terneuzen uit. We wilden zelf onderzoeken of de doorbraakmethode ook voor onze gemeente zou werken, zodat we in deze methode kunnen investeren en weten dat iedere euro dan beter rendeert. De pilot was tegelijkertijd onderdeel van het actieprogramma Buiten de lijnen, de regionale aanpak voor mensen met verward gedrag. Voor de werkzaamheden in de pilotperiode zijn het maatwerkteam (bestaande uit 2 maatwerkregisseurs en 2 beleidsmedewerkers) en de beleidsmedewerker jeugd getraind in de doorbraakmethode bij het Instituut voor Publieke Waarden (IPW).
Hoe gaan we verder? Op basis van de evaluatie van de pilot is een business case gemaakt waarin de verwachte opbrengsten en nodige investeringen naast elkaar zijn gezet, met als resultaat dat we het maatwerkteam structureel inbedden. Hiervoor is 2 fte maatwerk- en procesregisseurs ingezet in de gemeentelijke organisatie bij afdeling Samenleving, team Support Sociaal Domein. De pilot werd in 2021 succesvol afgerond.
6
Project 4: Gezond in de stad (GIDS) Sluiskil en Sas van Gent Terneuzen is een GIDS-gemeente. Gezond in de stad is een landelijk programma gericht op het verkleinen van gezondheidsachterstanden. We krijgen hiervoor jaarlijks een budget. Met GIDS-middelen willen we mensen in achterstandssituaties letterlijk en figuurlijk in beweging krijgen. Onze focus ligt op het vergroten van participatie en het verbeteren van de sociale en fysieke leefomgeving. Ook de Regio Deal Terneuzen ondersteunt dit met regiogelden die zijn voorzien om de leefbaarheid van de stad te verbeteren. Het gaat bij de Regio Deal gelden vooral om de samenspraak met inwoners over het verbeteren van de woon- en leefomgeving en het bevorderen van de gezondheid. We werken GIDS, met ondersteuning van de Regio Deal Terneuzen, uit in een wijk-/kernaanpak. Sluiskil en Sas van Gent zijn GIDS-kernen. Wij willen daar de gezondheidssituatie van kinderen en hun ouders verbeteren. Bij kinderen gaat het erom dat zij gezond kunnen leven, in een gezonde woon-/leef omgeving en zich daardoor optimaal kunnen ontwikkelen. Concreet willen wij in Sluiskil en Sas van Gent in samenspraak met alle kinderen leuke en veilige plekken tot stand brengen die de gezonde woon-/leefomgeving realiseren. We maken daarbij gebruik van wat de kernen te bieden hebben. Afgelopen jaar zijn twee projecten gerealiseerd.
In Sluiskil komt een park met speelmogelijkheden en in Sas van Gent wordt een ‘Droomspeeltuin’ gerealiseerd. Deze ideeën zijn door de betrokken jeugdigen aangedragen. Voor de realisatie van de plannen benutten we budget uit de reserve GIDS en de Regio Deal Terneuzen. Al geruime tijd zijn we in gesprek met de jeugd van Sluiskil. Voor Sluiskil en andere GIDSgebieden is ervoor gekozen om meer preventieve inzet te plegen. Vanaf 1 april 2022 is een jeugdopbouwwerker gestart specifiek voor de GIDS-gebieden. De opbouwwerker is aanwezig op straat en komt zo in contact met de jeugd in Sluiskil.
Hoe gaan we verder? In juni 2022 is een gebiedsregisseur gestart in Sluiskil. Zijn opdracht is een leefbaarheidsvisie op te stellen waar alle stakeholders (dus ook inwoners) zich aan committeren voor de korte en lange termijn. De visie wordt zowel planologisch (bijvoorbeeld woningbouw) als sociaal (bijvoorbeeld de functie van ’t Meulengat) ingestoken. Op dit moment bereiden wij een advies voor om in het buurthuis in Sluiskil een jongeren ontmoetingsplaats (JOP) te realiseren, waardoor zij weer midden in de samenleving staan en wij een setting creëren waarin problemen kunnen worden voorkomen en zij zelf meer opbouwende invloed kunnen hebben op hun omgeving. Ook aan-z biedt activiteiten aan vanuit de jeugdsoos in Sluiskil, om daar zoveel mogelijk aanwezig te zijn. We hebben de skatebaan verwijderd en in plaats daarvan een pumptrackbaan in het centrum van het park laten aanleggen. Daarnaast komen er nog fitness- en speeltoestellen. Jeugdwerkers en sportondersteuners benutten deze ontwikkeling door een programma te draaien in en rondom het park. Sportondersteuners gaan de nieuwe voorzieningen gebruiken om sporten te stimuleren bij jong en oud. Jeugdwerkers proberen vooral veel contact te leggen met jeugd en een vertrouwensband te creëren. De beoogde locatie voor het JOP ligt tegenover het park, dat sluit op termijn goed aan bij alle ingezette activiteiten.
7
Project 5: Aansluiting aan-z en onderwijs Sinds de invoering van het Passend onderwijs en de nieuwe Jeugdwet hebben het onderwijs en de gemeenten een extra reden om hun beleid op elkaar af te stemmen. De scholen en voorscholen, zoals kinder- en peuteropvang, zijn de vindplaatsen van jeugdigen. Op die vindplaatsen wordt naast het bieden van de kerntaken voor de groei en ontwikkeling van kinderen heel veel gesignaleerd. De basistaken van scholen en voorscholen worden door de landelijke overheid gefinancierd en geregeld. De gemeente heeft taken en verantwoordelijkheden in voor- en vroegschoolse educatie, de jeugdgezondheidszorg, leerplicht, het preventief jeugdbeleid en de jeugdhulp. Vanwege de signaleringsrol van de professionals die dagelijks met de kinderen werken is het van belang de zorg en ondersteuningsstructuren rondom kind en gezin met elkaar te verbinden. Om die reden sluit aan-z aan op alle basisscholen in onze gemeente. Aansluiting en aanwezigheid in het basisonderwijs helpt aan-z om aandachtspunten gericht op zowel het individu als groepen vroegtijdig te signaleren.
Wat leeft er onder de kinderen, hun ouders/verzorgers en onderwijzers? Welke behoefte is er en hoe kunnen de betrokken partijen (onderwijs, zorg en kinderopvang) samenwerken? aan-z heeft de opdracht om vanuit deze intensieve samenwerking met het basisonderwijs te bekijken wat scholen nodig hebben om hun preventieve aanbod en activiteiten hierop af te stemmen. Dit kan per school of wijk verschillen. Zo krijgen alle scholen de kans zich te ontwikkelen en bereiken we alle kinderen in onze gemeente. We willen de samenwerking en afstemming tussen de betrokken organisaties inrichten vanuit een integrale visie. In 2020 startte de gemeente Terneuzen een pilot op 2 pilotlocaties voor 1,5 jaar om de basisen preventieve voorzieningen voor jeugd te versterken, zodat kinderen en jongeren zo gezond en veilig mogelijk kunnen opgroeien. Betrokken partners zijn de besturen van kinderopvang en basisonderwijs, aan-z, de jeugdgezondheidszorg (GGD-JGZ) en het Regionaal Bureau Leerlingzaken (RBL). De pilot werd in 2021 verlengd, vanwege het succes en omdat sommige doelen niet behaald waren vanwege de invloed van COVID-19. De 2 pilotlocaties werden uitgebreid met een derde pilotlocatie, om de werkwijze ook te testen op een ander type school.
Om niet alleen de aansluiting te maken op deze pilotlocaties koppelde aan-z sociaal werkers aan alle 23 basisscholen, inclusief de kinderopvang, voor gemiddeld 2u per week per school. Het doel is scholen een vast aanspreekpunt te geven zodat samen preventiever en meer wijkgericht gewerkt wordt. De sociaal werkers werken met de leerkrachten samen rondom opvoedvragen en ook ouders kunnen laagdrempelig vragen stellen. Zo signaleren ze met elkaar de behoeften van kinderen en wordt hun persoonlijke welzijn bevorderd. We willen vroegtijdig beschikbaar zijn voor vragen rondom opvoeden en opgroeien. We willen de drempel om zelf contact op te nemen met aan-z verlagen en de zorgprofessionals die in de gemeente aanwezig zijn zichtbaar maken voor alle jongeren, hun ouders/verzorgers en de leerkrachten. We normaliseren het stellen van opvoedvragen. Het aantal uren van aan-z op de pilotlocaties is hoger (gemiddeld 4u per week per pilotlocatie) dan op de overige basisscholen. Dit geeft meer ruimte om zaken uit te werken, deel te nemen aan overleggen en mee te werken aan het opzetten van de brede samenwerking. De pilots zijn er om in de praktijk te ervaren wat de succesfactoren van deze samenwerking zijn, wat school overstijgend geregeld moet worden en waar de deelnemende partijen tegenaan lopen in de onderlinge samenwerking.
Binnen de pilots halen we op wat werkt, ook voor de andere 20 scholen.
8
Uit de pilots blijkt, onder andere, dat: • de betrokkenen ervaren dat de samenwerking is verbeterd en dat ze meer preventief werken; • ze ervaren dat de samenwerking leidt tot een snelle(re) aanpak van problemen van kinderen en gezinnen, gericht op normaliseren; • het in het begin tijd kost en procesbegeleiding vraagt om de samenwerking in te richten; • binnen de kinderopvang kunnen nog stappen worden gezet om de interne zorgstructuur te versterken en de externe samenwerking te verbeteren.
Inzet aan-z Aan-z heeft in 2021 95 kinderen geholpen met een kort traject (gemiddeld 10 gesprekken) van kind gesprekken, waardoor een verwijzing niet meer nodig was. Deze gesprekken vinden plaats op school. Ouders zijn op afstand betrokken, bijvoorbeeld bij kleine huiswerkopdrachten van de kinderen. In 28 gezinnen is gestart met lichte opvoedondersteuning. Vooraf selecteert de sociaal werker op zwaarte van de problematiek, altijd volgens het principe licht als mogelijk en zwaar waar nodig. Als vooraf duidelijk is dat het gaat om complexe problematiek dan wordt een kind en het gezin direct verwezen naar passend aanbod. Voor het organiseren van groepsaanbod zijn grotere aantallen nodig. aan-z probeert kinderen zoveel mogelijk aan te laten aansluiten bij aanbod op de eigen school. Op een school startte een groepje kinderen met het oefenen van sociale vaardigheden, dit werd uitgevoerd door Emergis preventie. Een school heeft aangegeven voor het nieuwe schooljaar een uitvraag te doen naar thema’s die onder ouders leven. aan-z zal vervolgens in samenwerking met de netwerkpartners bekijken welke partij het meest passend is om met een thema aan de slag te gaan. Bijvoorbeeld vragen over voeding worden door de jeugdverpleegkundige opgepakt, een thema als sociale media door 1nul1. Deze werkwijze wordt mogelijk uitgebreid naar meerdere scholen.
In oktober 2022 start een nieuwe groep Dappere Dino’s. Dappere Dino’s is voor kinderen van 6-8 jaar van gescheiden ouders. Voor kinderen van 4-6 jaar bestaat de groep Stoere Schildpadden, voor kinderen van 8-10 jaar is er de groep Dappere Indianen. De begeleiding van de laatste groep wordt uitgevoerd door Emergis. Sinds aan-z aansluit op de scholen hebben zij meer zicht op kinderen voor wie deelname goed kan zijn. Daardoor lukt het beter groepjes samen te stellen en te laten starten. In 2023 start ook een eerste groep voor gescheiden ouders.
Hoe gaan we verder? Het schoolbestuur van Elevantio heeft een verzoek ingediend om de inzet vanuit de drie Zeeuws-Vlaamse toegangsorganisaties binnen de scholen/integrale kindcentra tijdelijk op te hogen met extra middelen vanuit het Nationaal Plan Onderwijs (NPO). Het verzoek van Elevantio sluit aan bij de opbrengst van de pilots, onze ambities binnen het (preventieve) jeugdbeleid en de inhoudelijke opdracht van aan-z. Inmiddels vindt een verkenning plaats tussen de Zeeuws-Vlaamse toegangen en het schoolbestuur om deze vraag verder uit te werken. Dit zal leiden tot een verder uitgewerkt plan.
9
De aansluiting van aan-z in het onderwijs maakt inzichtelijk hoe we de preventieve inzet van aan-z op scholen zo efficiënt en effectief mogelijk maken en zo een laagdrempelige verbinding maken tussen onderwijs en jeugdhulp. We nemen de uitkomsten mee in de opdracht voor aan-z. De verbinding tussen jeugdhulp en onderwijs blijft actueel. De evaluatie Passend Onderwijs, de verbeteragenda Passend Onderwijs MBO en de derde onderwijs-zorgbrief initiëren dat onderwijsinstellingen, gemeenten en aanbieders onderzoeken hoe jeugdhulp duurzaam kan worden verbonden met onderwijs, ten behoeve van het verbeteren van de participatie van leerlingen.
10