2022-06-22 concept ruimtelijke onderbouwing leiding ZVL100 Air Liquide
Tekst van het document
WIJZIGING GEBRUIK ONDERGRONDSE LEIDING ZVL100
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING AIR LIQUIDE
7 MAART 2022
WSP NEDERLAND B.V. GAETANO MARTINOLAAN 50 6229 GS MAASTRICHT +31 (0)88 910 20 00 wsp.com
PROJECTNUMMER ALLZ-2 018616 DOCUMENTNUMMER ALLZ2.RAP01.DB, versie V1d
COLOFON RAPPORTHISTORIE V0b
03-01-2022
Eerste conceptversie
V1c
04-03-2022
Aanpassing pagina 15 (Externe Veiligheid)
V1d
07-03-2022
Tekstuele aanpassing pagina 14/15 (Externe Veiligheid)
VERANTWOORDING [tekst] CONTACTGEGEVENS
AUTORISATIE PROJECTNUMMER
DOCUMENTNUMMER
OPGESTELD DOOR
FUNCTIE
D. Boer
VERSIE
STATUS
V1d
definitief
DATUM
PARAAF
4 maart 2022, gewijzigd 7 maart 2022
DB
GEVERIFIEERD DOOR
FUNCTIE
DATUM
PARAAF
GOEDGEKEURD DOOR
FUNCTIE
DATUM
PARAAF
A. Marijnissen
ALLZ-2 - ruimtelijke onderbouwing ALLZ2.RAP01..DB, versie V1d Air Liquide
3 januari 2022
WSP 7 maart 2022 pagina 2/16
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING
4
1.1
Aanleiding
4
1.2
Globale Ligging projectgebied
4
1.3
Geldend bestemmingsplan
5
1.4
Leeswijzer
5
2
VOORGENOMEN ONTWIKKELING
6
2.1
Beschrijving voorgenomen ontwikkeling
6
3
RELEVANT BELEIDSKADER
7
3.1
Rijksbeleid
7
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
7
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
8
3.1.3
Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb)
9
3.1.4
Structuurvisie Buisleidingen 2012 - 2035
9
3.2
Provinciaal beleid
10
3.2.1
Zeeuwse omgevingsvisie 2021
10
3.2.2
Zeeuwse Omgevingsverordening (ontwerp)
10
3.3
Gemeentelijk beleid
11
3.3.1
Terneuzen
11
3.3.2
Hulst
12
4
SECTORALE ASPECTEN
13
4.1
Algemeen: relevantie
13
4.2
Milieueffectrapportage
13
4.3
Externe veiligheid
13
5
UITVOERBAARHEID
16
5.1
economische uitvoerbaarheid
16
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
16
OVERZICHT BIJLAGE(N) Bijlage A
— QRA Bijlage B
— Tekeningen Leiding
ALLZ-2 - ruimtelijke onderbouwing ALLZ2.RAP01..DB, versie V1d Air Liquide
WSP 7 maart 2022 pagina 3/16
1
INLEIDING
1.1
AANLEIDING
Air Liquide heeft de bestaande ethyleenleiding van Shell, tussen Reimerswaal en Terneuzen, overgenomen. De formele naam van deze leiding is ZVL100 (Zeeuws Vlaanderen). Het is de bedoeling om daar (naar verwachting) met ingang van 1 mei 2022 een andere stof door te vervoeren, namelijk stikstof of waterstof. In een eerste periode zal de leiding stikstof transporteren, zonder uitsluiting van het eventuele latere gebruik voor waterstof. De huidige leiding is grotendeels bestemd in de relevante ruimtelijke plannen van de gemeenten Reimerswaal, Hulst en Terneuzen, al of niet specifiek voor ethyleen. Om de gebruikswijziging mogelijk te maken wordt in de gemeenten Terneuzen en Hulst een omgevingsvergunning aangevraagd om af te mogen wijken van het bestemmingsplan op basis van artikel 2.1 sub c Wabo, in combinatie met artikel 2.12 lid 1, sub a onder 3o Wabo. In dit document wordt onderbouwd dat en waarom de voorgenomen ontwikkelingen in overeenstemming zijn met een goede ruimtelijke ordening.
1.2
GLOBALE LIGGING PROJECTGEBIED
De bestaande leiding loopt – globaal – van de oostzijde van de Westerschelde bij Reimerswaal naar de zuidzijde van de Westerschelde bij Terneuzen (zie onderstaande afbeelding).
Figuur 1-1-1 globale ligging projectgebied in paars (bron: google)
Binnen de gemeente Reimerswaal is het binnen de bepalingen van het vigerende bestemmingsplan mogelijk een van de andere gewenste stoffen door de leiding te vervoeren dan nu het geval is. Binnen de gemeenten Hulst en Terneuzen is dat niet het geval. Daar is specifiek de te vervoeren stof omschreven, zonder dat er een eenvoudige mogelijkheid is ALLZ-2 - ruimtelijke onderbouwing ALLZ2.RAP01..DB, versie V1d Air Liquide
WSP 7 maart 2022 pagina 4/16
om hiervan af te wijken. Binnen deze gemeenten wordt een aanvraag gedaan om, in afwijking van de vigerende ruimtelijke plannen, een andere stof te mogen vervoeren. Bij deze aanvraag wordt dit document, de ruimtelijke onderbouwing, ingediend.
1.3
GELDEND BESTEMMINGSPLAN
Het plangebied ligt in de volgende ruimtelijke plannen van de gemeenten Hulst en Terneuzen: 1. Bestemmingsplan Buitengebied
1. Leiding - Brandstof 2: etheen of propeen, 6
Gemeente
Terneuzen
inch, 100 bar.
Terneuzen
2. BP Verdubbeling Tractaatweg
2. Leiding - Brandstof 2: etheen of propeen, 6 inch, 100 bar
3. bp Bedrijventerrein Koegorsstraat
3. Leiding - Gas, specifieke vorm van leiding 2: etheen en propeen
4. bp Sluiskil-Oost
4. Leiding - Gas, specifieke vorm van leiding 5: etheen en propeen, diameter 16,8 cm, 100 bar
5. bp Sluiskil Oostkade 5
5. Leiding gas
6. bhv Oostelijke Kanaaloever 3e wijz.
6. Leidingen: bestaand gebruik, conform de
Waterstofgasleiding
leidingenkaart in de bijlage (ethyleenleiding staat hierop)
7. bhv Dow, Mosselbanken, Logistiek
7. Leidingen: bestaand gebruik, conform de
Park, 1e wijz, Waterstofgasleiding
leidingenkaart in de bijlage (ethyleenleiding staat hierop)
8. bp Maintenance Valuepark
8. Leiding brandstof 2, ethyleen, 6 inch, 100 bar
1. Rijksinpassingsplan Hertogin
1. Dubbelbestemming Leiding -
Hedwigepolder
Leidingenstrook: leidingen voor gas, ethyleen
Gemeente Hulst
en water én andere leidingen. 2. Buitengebied Hulst
2. Dubbelbestemming Leiding - Ethyleen
Figuur 1-3 tabel geldende ruimtelijke plannen
Zoals al aangegeven passen de gewenste ontwikkelingen niet (geheel) in de in de tabel genoemde ruimtelijke plannen, omdat de getransporteerde stof veelal specifiek is aangegeven. Het transporteren van een andere stof is daarmee niet zonder meer toegestaan. Omdat de stof die Air Liquide in plaats van propyleen wenst te gaan vervoeren naar aard en risico’s niet zorgt voor andere effecten dan het huidige toegestane gebruik, is er voor gekozen om een omgevingsvergunning aan te vragen waarmee, enkel voor de te vervoeren stof(fen), van het bestemmingsplan mag worden afgeweken. Het ruimtebeslag, de fysieke situatie van de leiding en de omvang van de belemmeringenzone veranderen namelijk niet.
1.4
LEESWIJZER
In het volgende hoofdstuk wordt aandacht besteed aan de voorgenomen ontwikkeling en aangegeven op welke onderdelen het nodig is van het bestemmingsplan af te wijken. In hoofdstuk 3 wordt het relevante beleidskader op verschillende niveaus beschreven. In hoofdstuk 4 wordt de ontwikkeling beoordeeld aan de hand van verschillende relevante milieuaspecten. Hoofdstuk 5 gaat in op de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid.
ALLZ-2 - ruimtelijke onderbouwing ALLZ2.RAP01..DB, versie V1d Air Liquide
WSP 7 maart 2022 pagina 5/16
2 VOORGENOMEN ONTWIKKELING 2.1
BESCHRIJVING VOORGENOMEN ONTWIKKELING
Zoals al aangegeven omvat de voorgenomen ontwikkeling het wijzigen van de te vervoeren stof, zonder dat er fysiek iets aan de leiding of boven maaiveld verandert. Aan beide zijden van de bestaande leiding worden nieuwe verbindingsleidingen aangelegd naar het hoofdnetwerk van Air Liquide, zowel in Terneuzen als in Hulst. Deze verbindingen worden via aparte procedures geregeld en de voorbereidingen hiervoor zijn al gestart. Deze ruimtelijke onderbouwing gaat alleen over het bestaande deel, waarvan de nieuwe verbindingen geen deel uitmaken. Uitgangspunt is verder dat de huidige bestemde planologische belemmeringenstrook aan weerszijden van de bestaande leiding geen verandering hoeft te ondergaan omdat er in de toekomst een andere stof door wordt vervoerd. Hiervoor is een Kwantitatieve risicoanalyse opgesteld (zie QRA bijlage 1), die dit bevestigt. De huidige planologische bescherming biedt dus, ook bij één van de andere aangevraagde stoffen, voldoende bescherming van de veiligheid van de omgeving in ruime zin.
ALLZ-2 - ruimtelijke onderbouwing ALLZ2.RAP01..DB, versie V1d Air Liquide
WSP 7 maart 2022 pagina 6/16
3 RELEVANT BELEIDSKADER 3.1
RIJKSBELEID
3.1.1
NATIONALE OMGEVINGSVISIE (NOVI)
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 in werking treedt. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen we in gebieden komen tot betere, meer geïntegreerde keuzes. De NOVI is op 15 september 2020 vastgesteld. Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals zeespiegelstijging, hogere rivierafvoeren, wateroverlast en langere perioden van droogte. Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt maatregelen in de leefomgeving, bijvoorbeeld voldoende groen en ruimte voor wateropslag in onze steden. Voordeel is dat daarmee tegelijk de leefomgevingskwaliteit verbeterd wordt en het kansen biedt voor natuur. In 2050 heeft Nederland een duurzame energievoorziening. Dit vraagt ruimte, onder meer voor windmolens en zonnepanelen. Wind op zee heeft de voorkeur, maar ook op land zijn windmolens nodig. Door deze zoveel mogelijk te clusteren, voorkomen we versnippering over het landschap en benutten we de ruimte zo efficiënt mogelijk.
Voorwaarde is steeds dat bewoners echt goed betrokken zijn en invloed hebben op het gebruik, en waar dat kan meeprofiteren in de opbrengsten. De aanleg van zonneparken in het landschap moeten we zoveel mogelijk beperken. Het Rijk plaatst bij voorkeur eerst zoveel mogelijk zonnepanelen op daken en gevels. Het Rijk zet zich in voor het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2.
Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Dit vraagt goede verbindingen via weg, spoor, lucht, water en digitale netwerken en een nauwe samenwerking met onze internationale partners, zowel met onze directe buren als met andere landen in Europa en over de wereld, ook op defensieterrein. We zetten in op een sterk en innovatief vestigingsklimaat met een goede quality of life: een leefomgeving die de inwoners volop voorzieningen biedt op het gebied van wonen, bewegen, recreëren, ontmoeten en ontspannen. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam, en circulair. We zetten in op het gebruik van duurzame energiebronnen en op verandering van productieprocessen, zodat we niet langer afhankelijk zijn van eindige, fossiele bronnen.
3.
Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk willen we de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren. Schonere lucht, voldoende groen en water en genoeg publieke voorzieningen waar mensen kunnen bewegen (wandelen, fietsen, sporten, spelen), ontspannen en samenkomen. Daarbij hoort een uitstekende bereikbaarheid en toegankelijkheid, ook voor mensen met een
ALLZ-2 - ruimtelijke onderbouwing ALLZ2.RAP01..DB, versie V1d Air Liquide
WSP 7 maart 2022 pagina 7/16
handicap. We zorgen dat de leefomgevingskwaliteit en – veiligheid verder toeneemt. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. Niet alleen groei heeft onze aandacht. Ook in gebieden met bevolkingsdaling versterken we de vitaliteit en leefbaarheid. 4.
Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. Dit levert ook een noodzakelijke positieve bijdrage aan het verbeteren van de biodiversiteit. Bodemdaling moet worden aangepakt. Verhoging van het waterpeil is in bepaalde veenweidegebieden op termijn noodzakelijk. Met de betrokken regio’s en gebruikers wordt afgesproken waar en hoe dit zorgvuldig zal gebeuren. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.
Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie: De voorgenomen ontwikkeling, het wijzigen van de transporteren stof door een bestaande ondergrondse buisleiding, past in het rijksbeleid beschreven in de NOVI.
3.1.2 BESLUIT ALGEMENE REGELS RUIMTELIJKE ORDENING De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van nationale en provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien nationale of provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) respectievelijk provinciale verordening regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 13 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het Barro is op 30 december 2011 deels in werking getreden en met enkele onderwerpen aangevuld per 1 oktober 2012. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Conclusie Het bestemmingsplan draagt bij aan het nationaal belang van een hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen.
ALLZ-2 - ruimtelijke onderbouwing ALLZ2.RAP01..DB, versie V1d Air Liquide
WSP 7 maart 2022 pagina 8/16
3.1.3 BESLUIT EXTERNE VEILIGHEID BUISLEIDINGEN (BEVB) In Nederland ligt ongeveer 300.000 km buisleiding voor het transport van stoffen waaronder aardgas, brandstoffen, drinkwater en afvalwater. Hiervan is een groot deel bestemd voor het transport van gevaarlijke stoffen. Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) is gericht op de buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen, omdat deze categorie een potentieel extern veiligheidsrisico met zich meebrengt. Het Bevb en de bijbehorende regeling zijn van toepassing op buisleidingen met een extern veiligheidsaspect, zoals hogedrukaardgasleidingen, brandstofleidingen categorieën K1, K2 en K3 en overige leidingen met gevaarlijke stoffen. Vanaf 1 juli 2014 geldt de Regeling externe veiligheid buisleidingen ook voor het transport van andere chemische stoffen dan aardgas en aardolieproducten, waaronder stikstof en waterstof. Het Bevb bevat regels voor het vastleggen van deze leidingen en haar externe veiligheidsaspecten in bestemmingsplannen. Voor buisleidingen voor gevaarlijke stoffen, reeds bestaand of nieuw, geldt dat het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) gemeenten verplicht deze leidingen op te nemen in het bestemmingsplan met een belemmeringenstrook van 5 meter ter weerszijden van de leiding.
Verder dient op grond van het Bevb voor alle leidingen rekening te worden gehouden met de risiconormering die voor buisleidingen voor gevaarlijke stoffen geldt.
3.1.4 STRUCTUURVISIE BUISLEIDINGEN 2012 - 2035 De Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035 is vastgesteld op 12 oktober 2012. In deze visie is opgenomen hoe het Rijk voor de komende 20 tot 30 jaar ruimte wil reserveren in Nederland voor toekomstige buisleidingen voor gevaarlijke stoffen. In de Structuurvisie wordt een hoofdstructuur van verbindingen aangegeven waarlangs ruimte moet worden vrijgehouden, om ook in de toekomst een ongehinderde doorgang van buisleidingtransport van nationaal belang mogelijk te maken. Hiermee wordt zeker gesteld dat ook de komende 20 à 30 jaar nieuwe doorgaande buisleidingverbindingen kunnen worden gerealiseerd ten behoeve van de levering van aardgas en het vervoer van grondstoffen en chemische stoffen aan en tussen haven- en industrieclusters in het binnen- en buitenland. Anderzijds wordt hiermee duidelijkheid geboden aan zowel initiatiefnemers die buisleidingen wensen te realiseren als aan gemeenten, doordat buisleidingen van nationaal belang in een vooraf begrensde buisleidingenstrook dienen te worden aangelegd.
In de Structuurvisie zijn tien uitgangspunten gehanteerd: 1 Creëren van optimale randvoorwaarden buisinfrastructuur; 2 Zuinig gebruik van de ruimte; 3 Voorkomen van negatieve gevolgen voor de omgeving; 4 Alleen leidingen van (inter)nationaal belang; 5 Alleen leidingen voor gevaarlijke stoffen; 6 Alleen aanleg in aangegeven stroken; 7 Gebruik bestaande verbindingen met het buitenland; 8 Geen aankoop van gronden; 9 Geen aanleg van buisleidingen door het Rijk; 10 Aangewezen buisleidingstroken vrijwaren in bestemmingsplannen. Voor deze leidingen, reeds bestaand of nieuw, geldt dat het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) gemeenten verplicht deze leidingen op te nemen in het bestemmingsplan met een belemmeringenstrook van 5 meter ter weerszijden van de leiding, gemeten vanuit het hart van de buisleiding. Verder dient op grond van het Bevb voor alle leidingen rekening te worden gehouden met de risiconormering die voor buisleidingen voor gevaarlijke stoffen geldt (zie hiervoor paragraaf 4.3 Externe veiligheid). Conclusie De ontwikkeling sluit aan bij de genoemde uitgangspunten.
ALLZ-2 - ruimtelijke onderbouwing ALLZ2.RAP01..DB, versie V1d Air Liquide
WSP 7 maart 2022 pagina 9/16
3.2 PROVINCIAAL BELEID 3.2.1 ZEEUWSE OMGEVINGSVISIE 2021 Op 12 november 2021 is de Zeeuwse Omgevingsvisie vastgesteld. In deze Omgevingsvisie legt de Provincie Zeeland al haar doelen en ambities voor de lange termijn vast. De Omgevingsvisie vervangt het Omgevingsplan Zeeland 2012 – 2018. In de Omgevingsvisie 2021 is aandacht voor twee soorten ruimtebeleving: 1. De fysieke leefomgeving: dat gaat over wat je van je omgeving ziet, hoort, voelt of ruikt. Is er natuur, biodiversiteit, industrie, woon je vlak aan zee of in een nieuwbouwwijk? Daar horen specifieke geuren en geluiden bij. 2. De sociale leefomgeving: daarmee bedoelen we een onzichtbaar deel van je leefomgeving. Bereikbaarheid valt daaronder, maar ook sociale veiligheid. Is het prettig wonen hier? Mag ik met mijn hond in het bos wandelen? Hoever is het naar de kruidenier, de bibliotheek of het theater? Waar is de dichtstbijzijnde polikliniek? Heb ik toegang tot een wifinetwerk? Verder staan vier Zeeuwse ambities centraal: 1. Uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland; 2. Balans in de grote wateren en het landelijk gebied; 3. Een duurzame en innovatieve economie; 4. Een klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland. Het doel is een mobiliteitssysteem (voor zowel personen als goederen over de weg), waarbij de steden goed bereikbaar zijn vanaf de hoofdwegen.
Het onderliggende wegennet is hiermee verknoopt en biedt voor verschillende modaliteiten ruimte. De havens en industriegebieden zijn tevens multimodaal onderdeel van het mobiliteitssysteem. Buisleidingen verbinden industriële clusters, binnen en buiten de provincie. Een systeem van buisleidingen voor bijvoorbeeld het transport van koolstofdioxide en waterstof in de Kanaalzone en het Sloegebied draagt bij aan de ambities te komen tot een klimaat neutrale haven. Transport door buisleidingen draagt bij aan CO2-reductie. Subdoel onder ad 4.: De infrastructuur is modern en betrouwbaar en biedt ruimte aan CO2-neutraal vervoer via verschillende modaliteiten. Hierbij is een belangrijke plaats ingeruimd voor buisleidingen van en naar industrieën en bedrijven; ook tussen de verschillende haventerreinen. Vervoer van gevaarlijke stoffen vindt alleen nog plaats op ruime afstand van woongebieden Toename van vervoer gevaarlijke stoffen over weg, spoor en vaarwegen is een aandachtspunt. Transport van waterstof vraagt om nieuwe normen op het gebied van veiligheid. Toenemende behoefte aan alternatieven vormen voor transport van vloeibare goederen (vloeistoffen/gassen) vraagt om aanpassing van de buisleidinginfrastructuur. Transport en infrastructuur: buisleidingen verbinden. Een van de trends in havens en bedrijven is de groei van buisleidingennetwerk.
Het gebruiken van een bestaande ondergrondse buisleiding voor een andere stof sluit aan bij het provinciaal beleid uit het Omgevingsplan en draagt bij aan de bevordering van een gezonde regionale economie.
3.2.2 ZEEUWSE OMGEVINGSVERORDENING (ONTWERP) In de Zeeuwse Omgevingsverordening (in ontwerp vastgesteld) zijn regels opgenomen ter uitvoering van de Zeeuwse Omgevingsvisie 2021. Hierin zijn regels gegeven waaraan de inhoud van gemeentelijke planologische besluiten moet voldoen. Voorbeeld hiervan zijn de 'Algemene regels voor duurzame verstedelijking'.
ALLZ-2 - ruimtelijke onderbouwing ALLZ2.RAP01..DB, versie V1d Air Liquide
WSP 7 maart 2022 pagina 10/16
Voor een aantal thema's, zoals recreatie of glastuinbouw, zijn specifieke regels opgenomen. Geen van de thema's is specifiek gericht op de ondergrondse buisleiding. De verordening bevat de volgende bepaling over (onder- en bovendgrondse) buisleidingen. Subparagraaf 2.3.1.10 Buisleidingen Artikel 2.76 Vergunning buisleiding 1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een buisleiding voor het doorvoeren van schadelijke stoffen aan te leggen of te gebruiken in een waterwingebied of grondwaterbeschermingszone. Buisleidingen met schadelijke stoffen leveren een aanzienlijk risico van bodemverontreiniging op. Daarom is het niet toegestaan een buisleiding bestemd voor het doorvoeren van schadelijke stoffen in een grondwaterbeschermingsgebied aan te leggen of te gebruiken. Het gaat in dit geval om een bestaande buisleiding die niet in een dergelijk gebied is gelegen.
3.3 GEMEENTELIJK BELEID 3.3.1 TERNEUZEN STRUCTUURVISIE ONDERGRONDSE INFRASTRUCTUUR Onder het grondgebied van de gemeente Terneuzen bevindt zich tientallen kilometers aan ondergrondse elektriciteitskabels, transportleidingen voor chemicaliën, aardgas, stikstof, waterstof alsmede drinkwater- en rioleringsleidingen. De gemeente heeft hiermee een van de hoogste dichtheden aan ondergrondse infrastructuur van heel Nederland. De structuurvisie biedt, onder meer, een ruimtelijk toetsingskader voor de aanleg van nieuwe ondergrondse infrastructuur binnen de gemeente Terneuzen om in de toekomst tot een goede afstemming te komen tussen de ruimtelijke belangen van de boven- en de ondergrond. Verder wordt de noodzakelijke ruimtereservering voor een zogenaamde MUP1-strook op hoofdlijnen vastgelegd, omdat de meeste nieuwe ondergrondse infrastructuur binnen de gemeente in dit kader zal worden aangelegd. Tot slot is het indicatieve tracé uit de Rijksstructuurvisie buisleidingen vertaald binnen het grondgebied van de gemeente Terneuzen. Het wijzigen van de te vervoeren stof door de bestaande leiding ZVL100 is niet te beschouwen als het ‘aanleggen van een nieuwe ondergrondse leiding’. De structuurvisie bevat geen specifieke opgaven voor een dergelijke ontwikkeling. STRUCTUURVISIE 2025 De gemeenteraad van Terneuzen heeft op 16 december 2010 de “Structuurvisie 2025” vastgesteld.
In de Structuurvisie is een duurzaam ruimtelijk streefbeeld vastgelegd. In de structuurvisie is het gemeentelijk grondgebied geanalyseerd aan de hand van de lagenbenadering. Eén van deze lagen is de infrastructurele laag, waarbij tevens aandacht is besteed aan de verschillende leidingen die op het grondgebied van Terneuzen lopen. Het gaat hierbij enerzijds om hoogspanningsleidingen ten behoeve van de stroomtoevoer die vanuit de centrales elders in Nederland via ZuidBeveland naar Zeeuws-Vlaanderen wordt geleid. Anderzijds gaat het om industrieleidingen ten behoeve van het vervoer van uiteenlopende stoffen naar de industrie in Terneuzen. De bestaande leiding loopt voor het grootste deel door het buitengebied en deels door bebouwd en industriegebied binnen de gemeente, in een tracé waarin meerdere leidingen aanwezig zijn. De structuurvisie bevat geen specifiek beleid voor de nu voorgenomen ontwikkeling.
1 Multi Utility Providing, Zeeland Seaports
ALLZ-2 - ruimtelijke onderbouwing ALLZ2.RAP01..DB, versie V1d Air Liquide
WSP 7 maart 2022 pagina 11/16
3.3.2 HULST STRUCTUURVISIE HULST Op 15 mei 2012 heeft de gemeenteraad van Hulst de Structuurvisie Hulst vastgesteld. De structuurvisie geeft de richting aan de gewenste ruimtelijke inrichting van het gemeentelijk grondgebied tot 2025. Waardoor voor eenieder op hoofdlijnen duidelijk is of bepaalde initiatieven daarbinnen passen. Voor het gemeentebestuur is de structuurvisie een belangrijk kader voor de afweging van concrete ruimtelijke beslissingen. De bestaande leiding loopt voor het grootste deel, in combinatie met andere soorten leidingen, door het buitengebied en deels door bebouwd gebied binnen de gemeente. De structuurvisie bevat geen specifiek beleid voor de nu voorgenomen ontwikkeling.
ALLZ-2 - ruimtelijke onderbouwing ALLZ2.RAP01..DB, versie V1d Air Liquide
WSP 7 maart 2022 pagina 12/16
4 SECTORALE ASPECTEN 4.1
ALGEMEEN: RELEVANTIE
In dit hoofdstuk worden de verschillende sectorale aspecten genoemd en onderbouwd, maar alleen als en voor zover deze relevant zijn voor de beoogde ontwikkeling die in afwijking van het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt. De aspecten bodem, geluid, archeologie en cultuurhistorie, luchtkwaliteit, ecologie en water bijvoorbeeld, worden niet besproken, omdat deze aspecten in dit geval niet relevant zijn. Er worden immers geen fysieke onder- of bovengrondse activiteiten uitgevoerd, alleen het gebruik van de bestaande ondergrondse leiding verandert, in die zin dat bepaalde andere stoffen (waterstof, stikstof) dan ethyleen door de leiding zullen worden getransporteerd.
4.2 MILIEUEFFECTRAPPORTAGE Voor plannen en besluiten die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu (kunnen) hebben, kan een milieueffectrapportage (m.e.r.) nodig zijn of moet worden beoordeeld of een m.e.r. nodig is. In het Besluit milieueffectrapportage is bepaald voor welke ontwikkelingen dit verplicht is. Gezien de aanvraag waar deze ruimtelijke onderbouwing op ziet, zijn de volgende categorieën relevant: De drempelwaarden wordt in dit geval niet overschreden. De activiteit onder Categorie D 16.1 heeft betrekking op een terreinoppervlakte van ca. 0,24 hectare. De activiteit onder categorie D 32.6 heeft betrekking op een productieoppervlak van ca. 1500 vierkante meter. Het Besluit m.e.r. (artikel 2, vijfde lid onder b.) schrijft ook bij activiteiten onder de drempelwaarde voor dat een milieu-effectbeoordeling nodig is, waarbij wordt verwezen naar de Europese richtlijn milieueffectrapportage. Dit is de zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. In dit kader moet een aanmeldnotitie aan het bevoegd gezag worden voorgelegd. Het bevoegd gezag moet vervolgens binnen 6 weken een beslissing nemen of wel of niet een milieueffectrapportage moet worden doorlopen. Een aanmeldnotie om te beoordelen of een m.e.r. nodig is, is ingediend bij de aanvraag om een omgevingsvergunning.
4.3 EXTERNE VEILIGHEID Bij externe veiligheid gaat het om het beheersen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Het beleid is er op gericht te voorkomen dat er te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Het algemene uitgangspunt is dat niemand blootgesteld mag worden aan een kans om door een activiteit met gevaarlijke stoffen te overlijden, die groter is dan één op de miljoen (10-6). Dit heet het plaatsgebonden risico, dat wordt weergegeven in een risicocontour. Daarnaast bestaat er een zogenoemd groepsrisico: de kans dat bij één gebeurtenis een groep met ten minste een bepaalde omvang om het leven komt. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht in geval van een toename, waarbij de oriëntatiewaarde moet worden gezien als richtlijn. In dit geval gaat het om een bestaande ondergrondse leiding waardoor door de vorige eigenaar ethyleen werd getransporteerd. Air Liquide heeft de leiding overgenomen en wil daar een andere stof door transporteren: waterstof of stikstof. Er vinden géén fysieke activiteiten aan de leiding plaats binnen het projectgebied. Aan beide zijden van de bestaande leiding worden wel verbindingsleidingen aangebracht naar de hoofdtransportleidingen van Air Liquide, maar die vormen nadrukkelijk geen onderdeel uit van het nu voorliggende project.
Deze onderdelen worden via aparte besluitvorming geregeld.
ALLZ-2 - ruimtelijke onderbouwing ALLZ2.RAP01..DB, versie V1d Air Liquide
WSP 7 maart 2022 pagina 13/16
De leiding is in de vigerend ruimtelijke plannen nu bestemd als leiding – ethyleen. Aan weerszijden van de leiding ligt een belemmeringenstrook, afgestemd op het toegestane gebruik van de leiding. Voor het beoogde nieuwe gebruik van de leiding, voor het transport van stikstof of waterstof, is een kwantitatieve risicoanalyse uitgevoerd (QRA, zie bijlage 1). Hieruit blijkt het volgende: STIKSTOF Voor stikstof wordt alleen gekeken naar ‘effectafstanden’ en niet naar de risico’s. Uit de berekening blijkt dat de maximale effectafstand van het gebruik van de leiding voor het transport van stikstof 4,7 meter is. Gezien deze kleine afstand wordt voldaan aan de vereisten uit het Bevb. WATERSTOF Het plaatsgebonden risico bij het vervoer van waterstof is op onderstaande afbeeldingen weergegeven.
Figuur 4-1 plaatsgebonden risico bij transport waterstof
Figuur 4-2 plaatsgebonden risico bij transport waterstof bij twee windturbines
Voor het overgrote gedeelte van de leiding komen geen PR 10-6 contouren voor (zie figuur 4-1). Bij de leidinggedeeltes rond de twee windturbines veroorzaken de windturbines zowel een PR 10-6 als een PR 10-5 contour (zie figuur 4-2). Aangezien binnen de PR 10-6 contour geen kwetsbare objecten aanwezig of geprojecteerd zijn, wordt voldaan aan het Bevb.
ALLZ-2 - ruimtelijke onderbouwing ALLZ2.RAP01..DB, versie V1d Air Liquide
WSP 7 maart 2022 pagina 14/16
Het Groepsrisico is ook berekend (zie onderstaande afbeelding). Uit de berekening blijkt dat er maximaal 3 slachtoffers zullen zijn bij een eventueel ongeval. Omdat dit minder is dan 10 is er geen sprake van een relevant groepsrisico.
Figuur 4-3 groepsrisico waterstof
Conclusie: Uit de QRA blijkt dat het gebruik van de huidige ethyleenleiding voor het transporteren van stikstof én waterstof mogelijk is zonder een wijziging van de vigerende bestemmingsplannen.
ALLZ-2 - ruimtelijke onderbouwing ALLZ2.RAP01..DB, versie V1d Air Liquide
WSP 7 maart 2022 pagina 15/16
5 UITVOERBAARHEID 5.1
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Artikel 3.1.6 Bro bepaalt dat de economische uitvoerbaarheid van een ruimtelijk plan moet worden onderzocht. In dit geval levert het onderzoek het volgende op. De risico's verbonden aan de realisering van het project liggen bij de initiatiefnemende partij. Dit wordt vastgelegd in een overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer. Ter beperking van eventuele risico's voor de gemeente, waaronder planschade, wordt in deze overeenkomst bovendien een garantiestelling opgenomen. De economische uitvoerbaarheid is verzekerd.
5.2 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID Het ontwerpbesluit op de aanvraag om omgevingsvergunning wordt gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode kan eenieder een zienswijze indienen.
ALLZ-2 - ruimtelijke onderbouwing ALLZ2.RAP01..DB, versie V1d Air Liquide
WSP 7 maart 2022 pagina 16/16
OVERZICHT BIJLAGE(N) Bijlage A
— QRA Bijlage B
— Tekeningen Leiding
ALLZ-2 - ruimtelijke onderbouwing ALLZ2.RAP01..DB, versie V1d Air Liquide
WSP 7 maart 2022 pagina 1/1
BIJLAGE
A
QRA
ALLZ-2 - ruimtelijke onderbouwing ALLZ2.RAP01..DB, versie V1d Air Liquide
WSP 7 maart 2022 pagina 1/1
BIJLAGE
B
TEKENINGEN LEIDING
ALLZ-2 - ruimtelijke onderbouwing ALLZ2.RAP01..DB, versie V1d Air Liquide
WSP 7 maart 2022 pagina 1/1