CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-06-22 bijlage bij concept ruimtelijke onderbouwing leiding ZVL100 Air Liqiude; QRA

commissie Omgeving 22 juni 2022, gemeente TerneuzenBij agendapunt: overzicht omgevingsvergunningen afwijkend gebruik23.316 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Eenheid

Waterstofleiding (verbinding)

In rekenmodel opgenomen

Stof Inwendige diameter Ontwerpdruk Maximale werkdruk Gebruikelijk debiet door de leiding Materiaal waaruit de grond bestaat Stand der techniek maatregelen van toepassing? Totale lengte van de gehele leiding inclusief aanvoer en afvoer -voor eerste punt nieuwe leiding -lengte nieuwe leiding -na laatste punt nieuwe leiding Kenmerken aanvoerende leiding

mm/inch barg Barg Kg/s [-] [-]

Waterstof 100% 168,3/6,62 100 97 0,97 Klei en zand Ja

Waterstof 100% 168,3/6,62 Niet van toepassing 97 0,97 Mix Ja

[km]

45,173

45,173

[km] [km]

2 0,173 43

Zie paragraaf hierna 1,2

2 0,173 43 Identiek verondersteld aan die van de verbindende leiding Zie tabel 3.1: Diepteligging Beheersmaatregelen en faalfrequentie zijn anders. Zie paragraaf hierna 1,2

100

100

Kenmerken afvoerende leiding

Veiligheidsmaatregelen Diepteligging Fractie jaar gebruik

m-mv [m] %

Tabel 4-3: Modelleringsgegevens tabel 2 Modelleringsparameter

Eenheid

In rekenmodel opgenomen

Relevant scenario

[-]

Breuk van de buisleiding Lek van de buisleiding 10% max 20 mm: 10% van 168,3 = 16,8 mm

Blad 6 van 17

Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op waterstofleiding projectnummer 0472036.100 7 september 2021 revisie 00 SGS Roos+Bijl

Hoe te modelleren ?

[-]

Ontstekingskans

[-]

Krater

[-]

Materiaal van de grond Diepteligging Richting uitstroming

[m] [-]

Ruwheidswaarde van de buisleiding Relevant interval voor berekening effecten

[µm] [s]

Breuk: Long pipeline model Lek: Long pipeline model Breuk: 1 Lek: 1 Breuk: ja Lek2: Ja Mix 1 ,2 Breuk: Verticaal Lek: Verticaal 45 (default) 0 tot 20 (default)

Afvoerende leiding De afvoerende leiding ligt in zijn algemeenheid dieper dan 1,5 m. De geringste dekking die voorkomt is 1,5 m. Daarom is uitgegaan van deze diepteligging. Een waarschuwingslint is niet aangebracht. Daarnaast is de leiding niet uitgelegd op een design waarin minder dan 30% SMYS stress wordt veroorzaakt in de leiding: daarentegen kan de leiding wel gepigged worden, zodat als beheersmaatregelen toegepast (kunnen) worden:  Mechanische faaloorzaken voorkomen m.b.v. inline inspectie;  Faaloorzaken als gevolg van inwendige corrosie voorkomen m.b.v. inline inspectie;  Faaloorzaken als gevolg van uitwendige corrosie voorkomen m.b.v. inline inspectie. Bij de faaloorzaken van inwendige corrosie is echter gekozen voor de instelling dat het medium volledig niet corrosief is voor de leiding. Dit leidt tot een grotere reductie in de faalkans dan het doen van inline inspection.

4.2

Modellering: faalfrequentie Het vaststellen van de faalfrequentie van de leiding vindt plaats in drie stappen:  Faalfrequentie niveau 1 is altijd van toepassing. Het is een basisfrequentie.  Faalfrequentie niveau 2: deze faalfrequentie is van toepassing wanneer diverse maatregelen van de stand der techniek van toepassing zijn.  Faalfrequentie niveau 3: additioneel op de stand der techniek maatregelen zijn er extra veiligheidsverhogende maatregelen mogelijk. In het hier onderstaande wordt dit toegelicht. Faalfrequenties niveau 1 De faalfrequenties voor gastransportleidingen gelden voor de leiding inclusief de verbindingen, zoals flenzen, lassen en kleppen en exclusief pompen. Volgens de Hari Bevb Module D [1] is de volgende faalfrequentie van toepassing wanneer geen aanvullende gegevens van de leiding bekend zijn (niveau 1 faalfrequentie):  Breuk van de leiding; 1,5 x 10-4/km.j.  Lek van de leiding: 4,5 x 10-4/km.j. Deze faalfrequentie is opgedeeld in een aantal afzonderlijke faaloorzaken. Zie onderstaande tabel.

2

De Handleiding is niet specifiek over de vraag of een kratermodel gebruikt moet worden bij het scenario breuk en lek of alleen bij breuk. Er zijn argumenten aanwezig die ervoor pleiten dat het kratermodel alleen gebruikt moet worden bij het scenario breuk. Toch hebben we in dit geval het kratermodel ook gebruikt voor lek, om discussie te voorkomen.

Blad 7 van 17

Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op waterstofleiding projectnummer 0472036.100 7 september 2021 revisie 00 SGS Roos+Bijl

Tabel 4-4: Faalfrequentie van een buisleiding (niveau 1). Faaloorzaak Beschadiging door derden Mechanische oorzaken Inwendige corrosie Uitwendige corrosie Natuurlijke oorzaken Operationeel/Overige oorzaken Totaal

Breukfrequentie [1/j.km] 7,19 x 10-5 3,23 x 10-5 5,71 x 10-6 1,72 x 10-5 9,15 x 10-6 1,38 x 10-5

Breuk: Aandeel [%] 47,9 21,5 3,8 11,5 6,1 9,2

Lekfrequentie [1/j.km] 9,86 x 10-5 1,45 x 10-4 4,40 x 10-5 1,32 x 10-4 1,35 x 10-5 1,71 x 10-5

Lek: Aandeel [%] 21,9% 32,2% 9,8% 29,3% 3,0% 3,8%

1,5 x 10-4

100

4,5 x 10-4

100

Faalfrequenties niveau 2 Met betrekking tot het nieuw aan te leggen leidingstuk dat het onderwerp is van deze QRA zijn alle ‘stand der techniek’ maatregelen van toepassing. Dit bekent dat de faalfrequentietabel anders wordt: namelijk: Tabel 4-5: Faalfrequentie van een buisleiding (niveau 2). Faaloorzaak Beschadiging door derden Mechanische oorzaken Inwendige corrosie Uitwendige corrosie Natuurlijke oorzaken Operationeel/Overige oorzaken Totaal

Breukfrequentie [1/j.km] 1,77 x 10-5 7,96 x 10-6 1,41 x 10-6 4,25 x 10-6 2,26 x 10-6 3,40 x 10-6

Breuk: Aandeel [%] 47,9% 21,5% 3,8% 11,5% 6,1% 9,2%

Lekfrequentie [1/j.km] 2,63 x 10-5 3,86 x 10-5 1,17 x 10-5 3,52 x 10-5 3,60 x 10-6 4,56 x 10-6

Lek: Aandeel [%] 21,9% 32,2% 9,8% 29,3% 3,0% 3,8%

3,70 x 10-5

100%

1,20 x 10-4

100%

Faalfrequenties niveau 3 Aanvullend op de faalfrequentie van niveau 2 zijn er een aantal veiligheidsmaatregelen van toepassing. Het betreft: Diepteligging: De referentie diepteligging van de rekenmethodiek bedraagt 0,84 m. Leidingen die dieper liggen krijgen een correctie op de faalfrequentie waardoor de faalfrequentie afneemt. Leidingen die minder diep liggen krijgen een correctie die ertoe leidt dat de faalfrequentie hoger wordt. De formule die deze correctie beschrijft is onderstaand weergegeven: Faalfrequentiebeschadiging door derden, gecorrigeerd=Faalfrequentiebeschadiging door derden/e-2,4 x (0,84-z) Waarbij z = diepteligging (m). Aangegeven is dat de leiding een minimale diepteligging heeft van 1,2 m of meer. In dit rapport gaan we ervan uit dat de leiding een diepteligging heeft van 1,2 m. Dit betekent dat er een correctie op de faalfrequentie van toepassing is: Breuk: Faalfrequentiebeschad. derd, gecorr.=1,77 x 10-5/e-2,4 x (0,84-1,2) = 1,77 x 10-5/2,37= 7,468 x 10-6 Lek: Faalfrequentiebeschad. derd, gecorr.=2,63 x 10-5/e-2,4 x (0,84-1,2) = 2,63 x 10-5/2,37= 1,109 x 10-6 Als eenheid voor dit getal geldt: 1/km.j.

Andere veiligheidsverhogende maatregelen (leiding stuk 173 m)  Waarschuwingslint welke wordt meebegraven boven de leiding;  Maximum stress in de leiding blijft beneden 30% SMYS of er vindt een Inline inspectie plaats  Inwendige corrosie: buismateriaal is inherent niet corrosief t.o.v. waterstof;  Uitwendige corrosie: er vindt een inline inspectie plaats;

Blad 8 van 17

Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op waterstofleiding projectnummer 0472036.100 7 september 2021 revisie 00 SGS Roos+Bijl

Natuurlijke oorzaken: kunnen redelijkerwijs worden uitgesloten.

De resulterende faalfrequentie voor het leidingstuk van 173 m bedraagt (zie bijlage 1 voor een berekening): Breuk: 9,31 x 10-6 1/j.km Lek: 1,89 x 10-5 1/j.km. De faalfrequentie van het leidingstuk waarop aangesloten wordt (gele leiding): Breuk: 8,478 x 10-6/j.km Lek: 1,7696 x 10-5/j.km.

Blad 9 van 17

Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op waterstofleiding projectnummer 0472036.100 7 september 2021 revisie 00 SGS Roos+Bijl

5 Rekenresultaten De berekeningen zijn uitgevoerd met het rekenprogramma Safeti-NL versie 8.3. Gevolgd is het Rekenprotocol Handleiding Risicoberekeningen Bevb module D - Chemicaliën leidingen (d.d. 1 april 2020.). Als meteobestand is gebruikt het meteobestand van Vlissingen. De berekeningen zijn uitgevoerd conform de uitgangspunten in hoofdstuk 4. Er is een oppervlakteruwheid van 0,1603 m gebruikt. Deze is opgebouwd uit de volgende componenten: zie tabel 5.1. Tabel 5.1: de vier punten in de omgeving van de leiding waarvan de oppervlakte ruwheid is afgeleid. Coördinaat in de omgeving van de leiding X 44.000 44.000 45.000 45.000 Gemiddelde

5.1

Coördinaat in de omgeving van de leiding Y 373.000 372.000 373.000 372.000

Oppervlakteruwheid volgens Landelijk Grondgebruiksbestand Nederland (LGN5+) 0,256 0,198 0,017 0,170 0,1603

Plaatsgebonden risico In onderstaande figuur is het plaatsgebonden risico gepresenteerd. Gepresenteerd zijn twee situaties: 1): de situatie waarin alleen de verbindende, nieuw aan te leggen leiding in de berekening is gebracht; 2): de situatie waarin naast de nieuw aan te leggen leiding, ook de afvoerende leiding in de berekening is gebracht. De reden dat ook de leiding waarop is aangesloten in de plaatsgebonden risicoberekeningen wordt betrokken heeft te maken met het feit dat 173 m een relatief geringe afstand is: wanneer het effect gebied van een scenario een zelfde orde grootte heeft, zal extra leiding lengte tot een toename van het PR van de gehele of een groot deel van 173 m leiding aanleiding geven. Dus om verrassingen te voorkomen zijn beide situaties in beeld gebracht.

Blad 10 van 17

Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op waterstofleiding projectnummer 0472036.100 7 september 2021 revisie 00 SGS Roos+Bijl

Figuur 5.1: plaatsgebonden risico van de nieuw aan te leggen leiding (zonder afvoerende leiding).

Figuur 5.2: plaatsgebonden risico van de nieuw aan te leggen leiding (inclusief afvoerende leiding).

Blad 11 van 17

Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op waterstofleiding projectnummer 0472036.100 7 september 2021 revisie 00 SGS Roos+Bijl

Toetsing aan Bevb: Het leidingstuk dat beoordeeld wordt (het nieuw aan te leggen leidingstuk) bevat geen 10-6/jaar contour: dit volgt uit beide figuren (5.1 en 5.2). Er zijn twee toetscriteria:  Er mogen geen kwetsbare objecten aanwezig zijn of kunnen zijn binnen de 10-6/jaar contour;  De 10-6/jaar contour dient binnen 5 m van de leiding te liggen; Aan beide toetscriteria is voldaan. Er is voldaan aan het Bevb.

5.2

Groepsrisico Om een groepsrisico te kunnen berekenen moet bevolking in het rekenmodel gebracht worden. De afstand tot aan waar bevolking in het model gebracht dient te worden, wordt bepaald door de grootste 1% letaliteitsafstand: deze bedraagt 93 m vanaf de buisleiding gemeten. Dit betreft het scenario breuk van de leiding bij weergesteldheid D9. In Figuur 5.3 is het invloedgebied gegeven. De bestemmingsplannen die van toepassing zijn geven de bestemmingen welke mogelijk zijn binnen het invloedsgebied. De volgende bestemmingsplannen zijn relevant voor deze berekening:  Beheersverordening DOW, Mosselbanken, Logistiek Park, 1e Wijziging, Waterstofgasleiding, vastgesteld op 15 maart 2018.  Buitengebied, vastgesteld op 25 juni 2013. De volgende bestemmingen zijn in het invloedsgebied aanwezig:  Leidingen (leidingstroken) en groen;  Bedrijventerrein A;  Bedrijventerrein B;  Agrarisch;  Verkeer. Bedrijventerrein A en B (en leidingen) De bevolking is grofmazig in de berekening gebracht: de nieuw aan te leggen leiding (173 m) ligt in een gebied waarin diverse leidingstroken zijn aangebracht in een omgeving waar tevens een Bedrijventerrein A is gespecificeerd. De bestemming leidingstroken heeft een grillige ingewikkelde vorm: de bestemming leidingstroken is daarom genegeerd: alles is opgevat als Bedrijventerrein A.

Daarnaast komt het invloedsgebied over een perceel met bestemming Bedrijventerrein B. Voor beide bestemmingen is aangehouden een bezetting van 40 personen per hectare met een aanwezigheid van 100% in de dag en 20% in de nacht. Leidingen Percelen met de bestemming leidingen zijn genegeerd: deze zijn ingevuld als bedrijventerrein A (zie voorgaande beschrijving). Agrarisch Percelen met de bestemming agrarisch zijn voorzien van bevolking met het uitgangspunt 1 persoon per hectare met een aanwezigheid van 100% in de dag en 100% in de nacht. Verkeer Percelen met de bestemming verkeer zijn niet gewaardeerd met een personendichtheid. Zie figuur 5.4 en tabel 5.2.

Blad 12 van 17

Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op waterstofleiding projectnummer 0472036.100 7 september 2021 revisie 00 SGS Roos+Bijl

Figuur 5.3: invloedsgebied van de leiding.

Figuur 5.4: bevolkingsvlakken in het invloedsgebied van de leiding.

Blad 13 van 17

Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op waterstofleiding projectnummer 0472036.100 7 september 2021 revisie 00 SGS Roos+Bijl

Tabel 5.2: Gegevens van de bevolkingsvlakken. Nr

Bestemming

Opper vlak [ha]

Kental

Eenheid kental

Aantal aanwezigen

Nr 1 Nr 2 Nr 3 Nr 4 Nr 5 Nr 6 Nr 7 Nr 8 Nr 9

Agrarisch Agrarisch Agrarisch Groen Agrarisch Bedrijf. A Groen Bedrijf B Agrarisch

25,3 1,00 4,2 0,65 2,45 8,4 3,08 1,58 2,3

1 1 1 0 1 40 0 40 1

Pers/ha Pers/ha Pers/ha Pers/ha Pers/ha Pers/ha Pers/ha Pers/ha Pers/ha

25,3 1,0 4,2 0 2,45 337 0 63,6 2,3

Aanwezigheid dag 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100%

Aanwezigheid dag 100% 100% 100% 100% 100% 20% 100% 20% 100%

Bevolk -ing dag

Bevolki ng nacht

25,3 1,0 4,2 0 2,45 337 0 63,6 2,3

25,3 1,0 4,2 0 2,45 67,4 0 12,7 2,3

Gebruik is gemaakt van kentallen opgenomen in [2]. Het groepsrisico van een leiding is gedefinieerd bij een leidinglengte van 1000 m. Volgens de Handleiding dient bij een leiding langer dan 1000 m te worden gezocht naar dat stuk van de leiding dat het hoogste groepsrisico heeft. In dit geval is het groepsrisico berekend van het nieuwe stuk leiding (lengte 173 m) aangevuld met een stuk van de afvoerende leiding (ruim 900 m). De totale lengte van de leiding betrokken in de groepsrisicoberekening bedraagt ruim 1.000 m. Op deze wijze wordt een groepsrisico berekend van de leiding van circa (ruim) 1 km: zie Figuur 5.5. Daarmee is voldaan aan de vereiste dat het groepsrisico behoort te worden berekend over een leidinglengte van 1.000 m. Aangezien de leiding korter is dan 1.000 m (namelijk 173 m) is niet gezocht naar die km die het hoogste groepsrisico geeft.

Figuur 5.5: groepsrisico van de aansluiting (173 m) inclusief een deel van de afvoerende leiding.

Blad 14 van 17

Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op waterstofleiding projectnummer 0472036.100 7 september 2021 revisie 00 SGS Roos+Bijl

Toetsing Groepsrisico Het groepsrisico leidt tot maximaal 7 slachtoffers en komt niet in de buurt van de oriëntatiewaarde. Voor het groepsrisico is geen norm aanwezig die niet overschreden mag worden. Wel is er een oriëntatiewaarde: deze heeft een attenderende waarde en geeft aan of een groepsrisico als hoog of laag moet worden beschouwd. Formeel begint het groepsrisico vanaf 10 slachtoffers of meer. Aangezien hier maximaal 7 slachtoffers worden berekend, is er formeel gesproken geen groepsrisico. Indien voor de realisatie van deze leiding een bestemmingsplan wijziging nodig is, is de verantwoordingsplicht groepsrisico van toepassing. De verantwoordingsplicht groepsrisico is een taak van de gemeente. Deze verantwoording kan beperkt in omvang blijven. De volgende zaken dienen uitgewerkt te worden: BevB: Artikel 12 a, b, f, en g zijn van toepassing. Artikel 12a: overzicht van aanwezige personen in de omgeving van de buisleiding; Dit is onder andere uitgewerkt in tabel 5.2. Artikel 12b: de hoogte van het groepsrisico; Dit is uitgewerkt in paragraaf 5.2. Artikel 12f: de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval; Dit is in dit rapport niet uitgewerkt.

Artikel 12g: de mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het invloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken, om zich in veiligheid te brengen indien zich een ramp of zwaar ongeval voordoet. Dit is in dit rapport niet uitgewerkt.

Blad 15 van 17

Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op waterstofleiding projectnummer 0472036.100 7 september 2021 revisie 00 SGS Roos+Bijl

6 Conclusie Op verzoek van SGS Roos+Bijl heeft Antea Group externe veiligheidsberekeningen uitgevoerd van een waterstofleidingstuk gelegen tussen DOW-Terneuzen en een afvoerende waterstofleiding. Het waterstofleidingstuk verzorgt de verbinding van DOW-Terneuzen met de afvoerende waterstofleiding. De volgende conclusies zijn uit deze berekeningen naar voren gekomen.

6.1

Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico voldoet aan het Bevb. Een 10-6/jaar plaatsgebonden risicocontour is niet aanwezig.

6.2

Groepsrisico Er worden maximaal 7 slachtoffers berekend voor het verbindende deel inclusief een deel van de afvoerende leiding (zodat een leiding stuk ontstaat van circa 1 km). Daarmee is er formeel geen groepsrisico aanwezig.

6.3

Verantwoordingsplicht groepsrisico Indien voor het realiseren van de genoemde aansluiting een bestemmingsplan wijziging nodig is, is de verantwoordingsplicht groepsrisico van toepassing. De verantwoordingsplicht groepsrisico is in principe een taak van de gemeente. Aangezien het groepsrisico beperkt is (formeel zelfs afwezig) kan de verantwoordingsplicht beperkt in omvang blijven. BevB: Artikel 12 a, b, f, en g zijn van toepassing. Artikel 12a: overzicht van aanwezige personen in de omgeving van de buisleiding: Dit is onder andere uitgewerkt in tabel 5.2 Artikel 12b: de hoogte van het groepsrisico Dit is uitgewerkt in paragraaf 5.2. Artikel 12f: de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval; Dit is in dit rapport niet uitgewerkt. Artikel 12g: de mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het invloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken, om zich in veiligheid te brengen indien zich een ramp of zwaar ongeval voordoet. Dit is in dit rapport niet uitgewerkt.

Blad 16 van 17

Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op waterstofleiding projectnummer 0472036.100 7 september 2021 revisie 00 SGS Roos+Bijl

7 Gebruikte documenten [1] Handleiding Risicoberekeningen Besluit Externe Veiligheid Buisleidingen, module chemicaliën leidingen, RIVM, d.d. 1-4-2020 versie 3.1. [2]

Publicatie Gevaarlijke Stoffen 1, Deel 6: Aanwezigheidsgegevens.

Blad 17 van 17

Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op waterstofleiding projectnummer 0472036.100 7 september 2021 revisie 00 SGS Roos+Bijl

Bijlage 1: Frequentieberekening

Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op waterstofleiding projectnummer 0472036.100 7 september 2021 revisie 00 SGS Roos+Bijl

Bijlage 1: Frequentieberekening Faalfrequenties van het stuk van 173 m leiding

Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op waterstofleiding projectnummer 0472036.100 7 september 2021 revisie 00 SGS Roos+Bijl

Breuk Scenario's Berekening faalfrequentie volgens rekenmethodiek 1 juli 2014: BREUK

State of the art voorwaarden voor toepassing niveau 2 Van toepassing ? Het gebruiken van een effecti ef veili gheidsbeheerssysteem conform Algemeen artikel 4 lid 1 van het Besl uit Externe Veiligheidheid Buisleidingen (BevB) en NEN3650/NTA-8000 Beschadiging door derden Duidelijk aangegeven bovengrondse markeringen van de buisl eiding die vanuit elk gezichtspunt waarneembaar zijn. Van de regel kan worden afgeweken bi j praktische beperkingen zoals bij bochten, bosschages en obstakels Periodieke communicatie met landeigenaren om deze bewust te maken en houden van de aanwezigheid van de buisleiding Geimplementeerd KLIC/WION systeem met actief rappel Mechanisch Leiding aangelegd voor 1980: Het beschikbaar hebben van een mechanical assesment van de bui sleiding Leiding aangelegd vanaf 1980: Geen nadere eisen: is afgedekt doro sterk verbeterde kwaliteitscontrol e en kwaliteitsborging (QA/QC) bij de aanleg van een buisleiding.

Inwendige corrosie Corrosie management systeem bestaande uit: Bepaling van de product corrosiviteit Toepasing van ontwerpmaatregelen gebaseerd op corrosiviteit (zoals bijvoorbeeld corrosietoeslag op wanddikte, toepassen corrosie inhibitie, toepassen corrosi ebestendige staallegering van de buiswand en eventuele inwendi ge coating/ 'liner'.: Effectief monitoringsprogramma (bijvoorbeeld bewaki ng product kwaliteit, middels sampling, chemicalien injectie, sampling op metaalafgifte). Toepassen van passende coating en kathodische bescherming conform Uitwendige corrosie NEN3654. Effectief monitoringsprogramma van kathodi sche bscherming van coating Het constructief ontwerp in relatie tot zettingen en spanningen is Natuurlijke oorzaken bekend, gedocumenteerd en er zijn passende maatregelen getroffen. Operationeel/overig Gespecificeerde werkgebied mbt druk, debiet, temp en tripssettings. Geautomatiseerde procesbewaking en procesbeveiligingen Monitoring van relevante DCS- of SCADA-data om binnen dit werkgebied te blijven opereren. Veranderingen van werkgebied alleen toegestaan middels vastgestelde procedures, zoals bij wijzigingen (Management of Change, MoC).

Geselecteerde faalfrequenties per onderdeel: afhankelijk van bovenstaande keuze tabel niveau 1 of niveau 2 frequenties Faaloorzaken en frequenties Faalfrequentie [km -1 jaar -1 ]

Aandeel

Beschadiging door derden

1,77E-05

47,9%

Mechanisch

7,96E-06

21,5%

Inwendi ge corrosie

1,41E-06

3,8%

Uitwendige corrosie

4,25E-06

11,5%

Natuurlijke oorzaken

2,26E-06

6,1%

Operationeel /overig

3,40E-06

9,2%

3,70E-05

100%

Ki es in de volgende clusters de maatregel en die van toepassing zi jn

Onderwerp

Beschadiging door derden

Ongecorrigeerde faalfrequentie Dieptel igging [m]

1,2

Maatregelen cluster 1

Geen maatregel

Maatregelen cluster 2 Maatregelen cluster 3

Waarschuwingslint Geen maatregel

Maatregelen cluster 4

Geen maatregel Geen maatregel 0,0 Geen maatregel

Maatregelen cluster 5 Maatregelen cluster 6: extra dekking Maatregelen cluster 7 Totaal van de factoren Gecorrigeerde faalfrequentie

Onderwerp Ongecorrigeerde faalfrequentie Maatregelen

Ongecorrigeerde faalfrequentie Maatregelen

Ongecorrigeerde faalfrequentie Maatregelen

1 1,67 1 1 1 1 1

Mechanisch

Factor

7,96E-06 Uitvoeren passende High-res. Metal ILI/defect analyse/reparatie

Inwendige corrosie

Factor

1,41E-06 Medium i s aantoonbaar inherent niet corrosief voor materiaal buisleiding (v1.000.000.000,00 1000000000 1,41E-15

Uitwendige corrosie

Factor

4,25E-06 Uitvoeren passende High-res. Metal ILI/defect analyse/reparatie

Totaal van de factoren

1,00E+01

Gecorrigeerde faalfrequentie

4,25E-07

Onderwerp Ongecorrigeerde faalfrequentie Maatregelen

Natuurlijke oorzaken

2,26E-07

Operationeel/overig

Ongecorrigeerde faalfrequentie

Factor 3,40E-06

Geen maatregel

1,00

Totaal van de factoren

1,00E+00

Gecorrigeerde faalfrequentie

3,40E-06

Onderwerp Faalfrequentie niveau 1 Faalfrequentie niveau 2

Gecorrigeerde faalfrequentie

10,00

1,00E+01

Gecorrigeerde faalfrequentie

Maatregelen

10,00

Factor

2,26E-06 Ontoelaatbare zetting/spanni ng redelijkerwijs verregaand ui tgesloten

Totaal van de factoren

Onderwerp

10,00

10 7,96E-07

Totaal van de factoren Gecorrigeerde faalfrequentie

Onderwerp

2,37

3,96 4,47E-06

Totaal van de factoren Gecorrigeerde faalfrequentie

Onderwerp

Factor 1,77E-05

Totaal gecorrigeerde faalfrequentie BREUK 1,50E-04 3,70E-05 ontsteki ngskans

9,31411E-06

Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op waterstofleiding projectnummer 0472036.100 7 september 2021 revisie 00 SGS Roos+Bijl

LEK Scenario's Berekening faalfrequentie volgens rekenmethodiek 1 juli 2014: LEK

State of the art voorwaarden voor toepassing niveau 2 Van toepassing ? Het gebruiken van een effectief veiligheidsbeheerssysteem conform Algemeen artikel 4 li d 1 van het Besluit Externe Veili ghei dheid Buisleidingen (BevB) en NEN3650/NTA-8000 Beschadiging door derden Duidelijk aangegeven bovengrondse markeri ngen van de buisleiding die vanuit elk gezichtspunt waarneembaar zijn. Van de regel kan worden afgeweken bij praktische beperki ngen zoals bij bochten, bosschages en obstakels Periodieke communicatie met landeigenaren om deze bewust te maken en houden van de aanwezigheid van de buisleiding Geimplementeerd KLIC/WION systeem met actief rappel Mechanisch Lei ding aangelegd voor 1980: Het beschikbaar hebben van een mechanical assesment van de buisleiding Lei ding aangelegd vanaf 1980: Geen nadere eisen: is afgedekt doro sterk verbeterde kwaliteitscontrole en kwaliteitsborging (QA/QC) bij de aanleg van een buisleiding.

Inwendige corrosie Corrosie management systeem bestaande uit: Bepaling van de product corrosiviteit Toepasi ng van ontwerpmaatregelen gebaseerd op corrosiviteit (zoals bijvoorbeeld corrosietoeslag op wanddikte, toepassen corrosie inhibitie, toepassen corrosiebestendige staall egering van de buiswand en eventuele inwendige coating/ 'liner'.: Effectief monitoringsprogramma (bijvoorbeeld bewaking product kwaliteit, middels sampling, chemicalien injectie, sampling op metaal afgifte). Toepassen van passende coating en kathodische bescherming conform Uitwendige corrosie NEN3654. Effectief monitoringsprogramma van kathodische bscherming van coating Het constructief ontwerp in relatie tot zettingen en spanningen is Natuurlijke oorzaken bekend, gedocumenteerd en er zijn passende maatregelen getroffen. Operationeel/overig Gespeci ficeerde werkgebied mbt druk, debiet, temp en tripssettings. Geautomatiseerde procesbewaking en procesbeveiligingen Moni toring van relevante DCS- of SCADA-data om binnen dit werkgebied te blijven opereren. Veranderingen van werkgebied alleen toegestaan middels vastgestel de procedures, zoals bij wijzigingen (Management of Change, MoC).

Geselecteerde faalfrequenties per onderdeel: afhankelijk van bovenstaande keuze tabel niveau 1 of niveau 2 frequenties Faaloorzaken en frequenties Faalfrequentie [km -1 jaar -1 ]

Aandeel

Beschadiging door derden

2,63E-05

21,9%

Mechani sch

3,86E-05

32,2%

Inwendige corrosi e

1,17E-05

9,8%

Uitwendige corrosie

3,52E-05

29,3%

Natuurlijke oorzaken

3,60E-06

3,0%

Operationeel/overig

4,56E-06

3,8%

1,20E-04

100%

Kies in de volgende clusters de maatregelen die van toepassing zijn

Onderwerp

Beschadiging door derden

Ongecorrigeerde faalfrequentie Diepteli gging [m]

1,2

Maatregelen cluster 1

Geen maatregel

Maatregelen cluster 2 Maatregelen cluster 3

Waarschuwi ngslint Geen maatregel

Maatregelen cluster 4

Geen maatregel Geen maatregel 0,0 Geen maatregel

Maatregelen cluster 5 Maatregelen cluster 6: extra dekking Maatregelen cluster 7 Totaal van de factoren Gecorrigeerde faalfrequentie

Onderwerp Ongecorrigeerde faalfrequentie Maatregelen

Ongecorrigeerde faalfrequentie Maatregelen

Ongecorrigeerde faalfrequentie Maatregelen

1 1,67 1 1 1 1 1

Mechanisch

Factor

3,86E-05 Uitvoeren passende High-res. Metal ILI/defect analyse/reparatie

Inwendige corrosie

Factor

1,17E-05 Medi um is aantoonbaar inherent niet corrosi ef voor materiaal buisleiding (v 1.000.000.000,00 1000000000 1,17E-14

Uitwendige corrosie

Factor

3,52E-05 Uitvoeren passende High-res. Metal ILI/defect analyse/reparatie

Totaal van de factoren

1,00E+01

Gecorrigeerde faalfrequentie

3,52E-06

Onderwerp Ongecorrigeerde faalfrequentie Maatregelen

Natuurlijke oorzaken

3,60E-07

Operationeel/overig

Ongecorrigeerde faalfrequentie

Factor 4,56E-06

Geen maatregel

1,00

Totaal van de factoren

1,00E+00

Gecorrigeerde faalfrequentie

4,56E-06

Onderwerp Faalfrequentie ni veau 1 Faalfrequentie ni veau 2

Gecorrigeerde faalfrequentie

10,00

1,00E+01

Gecorrigeerde faalfrequentie

Maatregelen

10,00

Factor

3,60E-06 Ontoelaatbare zetting/spanning redelijkerwijs verregaand uitgesloten

Totaal van de factoren

Onderwerp

10,00

10 3,86E-06

Totaal van de factoren Gecorrigeerde faalfrequentie

Onderwerp

2,37

3,96 6,64E-06

Totaal van de factoren Gecorrigeerde faalfrequentie

Onderwerp

Factor 2,63E-05

Totaal gecorrigeerde faalfrequentie LEK 4,50E-04 1,20E-04 ontsteki ngskans

1,8938E-05

1,486

0,308

Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op waterstofleiding projectnummer 0472036.100 7 september 2021 revisie 00 SGS Roos+Bijl

Faalfrequenties van het afvoerende leiding stuk

Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op waterstofleiding projectnummer 0472036.100 7 september 2021 revisie 00 SGS Roos+Bijl

Breuk Scenario's Berekening faalfrequentie volgens rekenmethodiek 1 juli 2014: BREUK

State of the art voorwaarden voor toepassing niveau 2 Van toepassing ? Het gebruiken van een effecti ef veili gheidsbeheerssysteem conform Algemeen artikel 4 lid 1 van het Besl uit Externe Veiligheidheid Buisleidingen (BevB) en NEN3650/NTA-8000 Beschadiging door derden Duidelijk aangegeven bovengrondse markeringen van de buisl eiding die vanuit elk gezichtspunt waarneembaar zijn. Van de regel kan worden afgeweken bi j praktische beperkingen zoals bij bochten, bosschages en obstakels Periodieke communicatie met landeigenaren om deze bewust te maken en houden van de aanwezigheid van de buisleiding Geimplementeerd KLIC/WION systeem met actief rappel Mechanisch Leiding aangelegd voor 1980: Het beschikbaar hebben van een mechanical assesment van de bui sleiding Leiding aangelegd vanaf 1980: Geen nadere eisen: is afgedekt doro sterk verbeterde kwaliteitscontrol e en kwaliteitsborging (QA/QC) bij de aanleg van een buisleiding.

Inwendige corrosie Corrosie management systeem bestaande uit: Bepaling van de product corrosiviteit Toepasing van ontwerpmaatregelen gebaseerd op corrosiviteit (zoals bijvoorbeeld corrosietoeslag op wanddikte, toepassen corrosie inhibitie, toepassen corrosi ebestendige staallegering van de buiswand en eventuele inwendi ge coating/ 'liner'.: Effectief monitoringsprogramma (bijvoorbeeld bewaki ng product kwaliteit, middels sampling, chemicalien injectie, sampling op metaalafgifte). Toepassen van passende coating en kathodische bescherming conform Uitwendige corrosie NEN3654. Effectief monitoringsprogramma van kathodi sche bscherming van coating Het constructief ontwerp in relatie tot zettingen en spanningen is Natuurlijke oorzaken bekend, gedocumenteerd en er zijn passende maatregelen getroffen. Operationeel/overig Gespecificeerde werkgebied mbt druk, debiet, temp en tripssettings. Geautomatiseerde procesbewaking en procesbeveiligingen Monitoring van relevante DCS- of SCADA-data om binnen dit werkgebied te blijven opereren. Veranderingen van werkgebied alleen toegestaan middels vastgestelde procedures, zoals bij wijzigingen (Management of Change, MoC).

Geselecteerde faalfrequenties per onderdeel: afhankelijk van bovenstaande keuze tabel niveau 1 of niveau 2 frequenties Faaloorzaken en frequenties Faalfrequentie [km -1 jaar -1 ]

Aandeel

Beschadiging door derden

1,77E-05

47,9%

Mechanisch

7,96E-06

21,5%

Inwendi ge corrosie

1,41E-06

3,8%

Uitwendige corrosie

4,25E-06

11,5%

Natuurlijke oorzaken

2,26E-06

6,1%

Operationeel /overig

3,40E-06

9,2%

3,70E-05

100%

Ki es in de volgende clusters de maatregel en die van toepassing zi jn

Onderwerp

Beschadiging door derden

Ongecorrigeerde faalfrequentie

Factor 1,77E-05

Dieptel igging [m]

1,5

4,87

Maatregelen cluster 1

Geen maatregel

1

Maatregelen cluster 2 Maatregelen cluster 3

Geen maatregel Geen maatregel

1 1

Maatregelen cluster 4

Geen maatregel Geen maatregel 0,0 Geen maatregel

1

Maatregelen cluster 5 Maatregelen cluster 6: extra dekking Maatregelen cluster 7 Totaal van de factoren Gecorrigeerde faalfrequentie

Onderwerp Ongecorrigeerde faalfrequentie Maatregelen

Ongecorrigeerde faalfrequentie Maatregelen

Ongecorrigeerde faalfrequentie Maatregelen

1

Mechanisch

Factor

7,96E-06 Uitvoeren passende High-res. Metal ILI/defect analyse/reparatie

Inwendige corrosie

Factor

1,41E-06 Medium i s aantoonbaar inherent niet corrosief voor materiaal buisleiding (v1.000.000.000,00 1000000000 1,41E-15

Uitwendige corrosie

Factor

4,25E-06 Uitvoeren passende High-res. Metal ILI/defect analyse/reparatie

Totaal van de factoren

1,00E+01

Gecorrigeerde faalfrequentie

4,25E-07

Onderwerp Ongecorrigeerde faalfrequentie Maatregelen

Natuurlijke oorzaken

2,26E-07

Operationeel/overig

Ongecorrigeerde faalfrequentie

Factor 3,40E-06

Geen maatregel

1,00

Totaal van de factoren

1,00E+00

Gecorrigeerde faalfrequentie

3,40E-06

Onderwerp Faalfrequentie niveau 1 Faalfrequentie niveau 2

Gecorrigeerde faalfrequentie

10,00

1,00E+01

Gecorrigeerde faalfrequentie

Maatregelen

10,00

Factor

2,26E-06 Ontoelaatbare zetting/spanni ng redelijkerwijs verregaand ui tgesloten

Totaal van de factoren

Onderwerp

10,00

10 7,96E-07

Totaal van de factoren Gecorrigeerde faalfrequentie

Onderwerp

1 4,87 3,63E-06

Totaal van de factoren Gecorrigeerde faalfrequentie

Onderwerp

1

Totaal gecorrigeerde faalfrequentie BREUK 1,50E-04 3,70E-05 ontsteki ngskans

8,47821E-06

Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op waterstofleiding projectnummer 0472036.100 7 september 2021 revisie 00 SGS Roos+Bijl

LEK Scenario's Berekening faalfrequentie volgens rekenmethodiek 1 juli 2014: LEK

State of the art voorwaarden voor toepassing niveau 2 Van toepassing ? Het gebruiken van een effectief veiligheidsbeheerssysteem conform Algemeen artikel 4 li d 1 van het Besluit Externe Veili ghei dheid Buisleidingen (BevB) en NEN3650/NTA-8000 Beschadiging door derden Duidelijk aangegeven bovengrondse markeri ngen van de buisleiding die vanuit elk gezichtspunt waarneembaar zijn. Van de regel kan worden afgeweken bij praktische beperki ngen zoals bij bochten, bosschages en obstakels Periodieke communicatie met landeigenaren om deze bewust te maken en houden van de aanwezigheid van de buisleiding Geimplementeerd KLIC/WION systeem met actief rappel Mechanisch Lei ding aangelegd voor 1980: Het beschikbaar hebben van een mechanical assesment van de buisleiding Lei ding aangelegd vanaf 1980: Geen nadere eisen: is afgedekt doro sterk verbeterde kwaliteitscontrole en kwaliteitsborging (QA/QC) bij de aanleg van een buisleiding.

Inwendige corrosie Corrosie management systeem bestaande uit: Bepaling van de product corrosiviteit Toepasi ng van ontwerpmaatregelen gebaseerd op corrosiviteit (zoals bijvoorbeeld corrosietoeslag op wanddikte, toepassen corrosie inhibitie, toepassen corrosiebestendige staall egering van de buiswand en eventuele inwendige coating/ 'liner'.: Effectief monitoringsprogramma (bijvoorbeeld bewaking product kwaliteit, middels sampling, chemicalien injectie, sampling op metaal afgifte). Toepassen van passende coating en kathodische bescherming conform Uitwendige corrosie NEN3654. Effectief monitoringsprogramma van kathodische bscherming van coating Het constructief ontwerp in relatie tot zettingen en spanningen is Natuurlijke oorzaken bekend, gedocumenteerd en er zijn passende maatregelen getroffen. Operationeel/overig Gespeci ficeerde werkgebied mbt druk, debiet, temp en tripssettings. Geautomatiseerde procesbewaking en procesbeveiligingen Moni toring van relevante DCS- of SCADA-data om binnen dit werkgebied te blijven opereren. Veranderingen van werkgebied alleen toegestaan middels vastgestel de procedures, zoals bij wijzigingen (Management of Change, MoC).

Geselecteerde faalfrequenties per onderdeel: afhankelijk van bovenstaande keuze tabel niveau 1 of niveau 2 frequenties Faaloorzaken en frequenties Faalfrequentie [km -1 jaar -1 ]

Aandeel

Beschadiging door derden

2,63E-05

21,9%

Mechani sch

3,86E-05

32,2%

Inwendige corrosi e

1,17E-05

9,8%

Uitwendige corrosie

3,52E-05

29,3%

Natuurlijke oorzaken

3,60E-06

3,0%

Operationeel/overig

4,56E-06

3,8%

1,20E-04

100%

Kies in de volgende clusters de maatregelen die van toepassing zijn

Onderwerp

Beschadiging door derden

Ongecorrigeerde faalfrequentie

Factor 2,63E-05

Diepteli gging [m]

1,5

4,87

Maatregelen cluster 1

Geen maatregel

1

Maatregelen cluster 2 Maatregelen cluster 3

Geen maatregel Geen maatregel

1 1

Maatregelen cluster 4

Geen maatregel Geen maatregel 0,0 Geen maatregel

1

Maatregelen cluster 5 Maatregelen cluster 6: extra dekking Maatregelen cluster 7 Totaal van de factoren Gecorrigeerde faalfrequentie

Onderwerp Ongecorrigeerde faalfrequentie Maatregelen

Ongecorrigeerde faalfrequentie Maatregelen

Ongecorrigeerde faalfrequentie Maatregelen

1

Mechanisch

Factor

3,86E-05 Uitvoeren passende High-res. Metal ILI/defect analyse/reparatie

Inwendige corrosie

Factor

1,17E-05 Medi um is aantoonbaar inherent niet corrosi ef voor materiaal buisleiding (v 1.000.000.000,00 1000000000 1,17E-14

Uitwendige corrosie

Factor

3,52E-05 Uitvoeren passende High-res. Metal ILI/defect analyse/reparatie

Totaal van de factoren

1,00E+01

Gecorrigeerde faalfrequentie

3,52E-06

Onderwerp Ongecorrigeerde faalfrequentie Maatregelen

Natuurlijke oorzaken

3,60E-07

Operationeel/overig

Ongecorrigeerde faalfrequentie

Factor 4,56E-06

Geen maatregel

1,00

Totaal van de factoren

1,00E+00

Gecorrigeerde faalfrequentie

4,56E-06

Onderwerp Faalfrequentie ni veau 1 Faalfrequentie ni veau 2

Gecorrigeerde faalfrequentie

10,00

1,00E+01

Gecorrigeerde faalfrequentie

Maatregelen

10,00

Factor

3,60E-06 Ontoelaatbare zetting/spanning redelijkerwijs verregaand uitgesloten

Totaal van de factoren

Onderwerp

10,00

10 3,86E-06

Totaal van de factoren Gecorrigeerde faalfrequentie

Onderwerp

1 4,87 5,40E-06

Totaal van de factoren Gecorrigeerde faalfrequentie

Onderwerp

1

Totaal gecorrigeerde faalfrequentie LEK 4,50E-04 1,20E-04 ontsteki ngskans

1,7696E-05

1,486

0,308

De informatie die in dit rapport is opgenomen is uitsluitend bestemd voor de geadresseerde(n) en kan persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten. Gebruik van deze informatie, door anderen dan de geadresseerde(n) en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen, is niet toegestaan. De informatie is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de geadresseerde, voor het doel waarvoor dit rapport is vervaardigd. Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming, is openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden is niet toegestaan, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group en wordt u verzocht de gegevens te verwijderen en direct melding te maken bij security@anteagroup.nl. Derden, zij die niet geadresseerd zijn, kunnen geen rechten aan dit rapport ontlenen, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group.

Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al bijna 70 jaar.

Contactgegevens Tolhuisweg 57 8443 DV HEERENVEEN Postbus 24 8440 AA HEERENVEEN T. 06-1089 22 17 E. jelte.janzen@anteagroup.com

www.anteagroup.nl

Copyright © 2021 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

Bilfinger Tebodin Netherlands B.V. Air Liquide Industrie B.V. H2/N2 leiding Terneuzen Ordernummer: T56185.00 Documentnummer: 3461001 Revisie: D 25 februari 2022 Pagina 31 / 31

Bijlage 2 – QRA Aftakking N2 leiding

31

Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op stikstofleiding

projectnummer 0472036.100 definitief revisie 01 24 december 2021

Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op stikstofleiding

projectnummer 0472036.100 documentnummer 472036-QRA-01 definitief revisie 01 24 december 2021

Auteurs Ir J. (Jelte) Janzen

Opdrachtgever SGS Roos+Bijl Nijverheidsweg 35 3161 GJ Rhoon (Nederland)

Colofon Projectgroep bestaande uit ir. J. (Jelte) Janzen ir. D. (Dennis) Zandijk

Gecontroleerd: ir. D. (Dennis) Zandijk

datum 24 december 2021

beschrijving Definitief

vrijgave J.L. de Jong

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

1

2

Toetsingskader buisleidingen

2

3

Uitgangspunten risicoberekening

4

3.1 3.2 3.3 3.4

Ligging van de leiding Leidinggegevens Omgeving van de leiding: functies en bestemmingen Omgeving van de nieuwe leiding: bijzondere objecten

4 4 5 5

4

Modellering

7

4.1 4.2 4.3

Modellering: gegevens Modellering: faalfrequentie Modellering: overige uitgangspunten

7 8 10

5

Rekenresultaten

11

5.1 5.2

Plaatsgebonden risico Groepsrisico

11 13

6

Conclusie

16

6.1 6.2 6.3

Plaatsgebonden risico Groepsrisico Verantwoordingsplicht groepsrisico

16 16 16

7

Gebruikte documenten

17

Bijlage 1: Frequentieberekening

Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op stikstofleiding projectnummer 0472036.100 24 december 2021 revisie 01 SGS Roos+Bijl

1 Inleiding In de directe omgeving van DOW-Terneuzen loopt een bestaande ethyleenleiding welke zal worden omgebouwd tot een stikstofleiding. DOW-Terneuzen wenst op een specifiek punt een aansluiting op deze stikstofleiding. Daarvoor is het nodig dat een stuk stikstofleiding wordt gerealiseerd in openbaar gebied dat de verbinding vormt tussen aan de ene kant de aansluiting bij DOW en aan de andere kant de genoemde stikstofleiding. Zie figuur 1.1 en 3.1. SGS Roos+Bijl is betrokken bij het ontwerp van deze verbindende stikstofleiding. Ten behoeve van de ruimtelijk inpassing heeft SGS Roos+Bijl aan Antea Group gevraagd de externe veiligheidssituatie van deze nieuw te realiseren stikstofleiding door middel van een QRA inzichtelijk te maken.

Figuur 1.1: globale ligging van de nieuw aan te brengen stikstofleiding (rode cirkel, roze lijn) en rode lijn in de uitsnede.

De nieuw te leggen leiding heeft een lengte van circa 173 m. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het toetsingskader van buisleidingen beschreven. In hoofdstuk 3 wordt de ligging van de buisleidingen en de omgeving beschreven. Tevens worden de uitgangspunten van de leiding besproken welke nodig zijn voor het modelleren. In hoofdstuk 4 wordt de modellering toegelicht. In hoofdstuk 5 worden de rekenresultaten gegeven. In hoofdstuk 6 volgt de conclusie.

Blad 1 van 17

Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op stikstofleiding projectnummer 0472036.100 24 december 2021 revisie 01 SGS Roos+Bijl

2 Toetsingskader buisleidingen Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het relevante beleidskader, voor buisleidingen is dit het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het beleid voor bovengrondse transportmodaliteiten zoals weg-, trein- of scheepsvervoer staat in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: Het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen, zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Plaatsgebonden Risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergegeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR.

Binnen de 10-6/jaar-contour (die als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden of aanwezig zijn. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaar-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR kan niet ‘op de kaart’ worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek, waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve.

Figuur 2.1: Weergave plaatsgebonden risicocontouren, invloedsgebied en groepsrisicografiek oriëntatiewaarde voor transport en buisleidingen.

Verantwoordingsplicht In het Bevi, het Bevb en het Bevt is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Bij deze verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag op een juiste wijze de toename en ligging van het groepsrisico te onderbouwen en te verantwoorden. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. Bij

Blad 2 van 17

Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op stikstofleiding projectnummer 0472036.100 24 december 2021 revisie 01 SGS Roos+Bijl

de verantwoording van het groepsrisico dient het bevoegd gezag advies in te winnen bij de veiligheidsregio. De verantwoordingsplicht van het groepsrisico dient naast de rekenkundige hoogte van het groepsrisico, dat berekend wordt door middel van een kwantitatieve risicoanalyse (QRA), tevens rekening te houden met een aantal kwalitatieve aspecten, zoals hieronder weergegeven.

Figuur 2.2: Verplichte en onmisbare onderdelen van de verantwoordingsplicht van het groepsrisico.

Rekenmethodiek Zoals reeds genoemd vallen buisleidingen onder het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Hierin is opgenomen dat gebruik gemaakt moet worden van de Handleiding Risicoberekeningen Buisleidingen (waarin de rekenmethodiek is vastgelegd). In dit geval valt de buisleiding onder module D: buisleidingen met chemicaliën. De nu van toepassing zijnde Rekenmethodiek Bevb schrijft het gebruik van het volgende voor:  Handleiding Risicoberekeningen Bevb, versie nr. 3., uitgave 1 april 2020;  Safeti-NL versie nr. 8 uitgave 2019. In dit rapport zijn de berekeningen uitgevoerd conform bovenstaande nieuwe rekenmethodiek:  Handleiding risicoberekeningen Bevb versie 3.2 d.d. 1 januari 20211.  Safeti-NL 8.3 uitgave 2020.

1

De meest recente versie van de rekenmethodiek betreft de versie 3.2 van 1 januari 2021. Strikt formeel is dit niet de versie waarnaar de Revb verwijst.

Blad 3 van 17

Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op stikstofleiding projectnummer 0472036.100 24 december 2021 revisie 01 SGS Roos+Bijl

3 Uitgangspunten risicoberekening In dit hoofdstuk zijn de ligging en kenmerken van de leiding behandeld. De ligging en de kenmerken van de leiding zijn uitgangspunten van de QRA.

3.1

Ligging van de leiding De leiding is gelegen in Terneuzen, direct naast de inrichting van DOW. Het betreft een bestaande leiding waar tot voor kort ethyleen in werd vervoerd. Het deel van de oorspronkelijke ethyleenleiding dat in onderstaande figuur blauw is getekend wordt afgedopt en niet langer gebruikt. Het stuk leiding dat in geel is getekend, wordt benut voor het vervoer van stikstof: het is deze leiding waarop het verbindende leidingstuk van DOW (in rood) op aansluit.

Figuur 3.1: ligging van de leiding (rood). De gele leiding is een bestaande leidingen waarop de rode wordt aangesloten.

3.2

Leidinggegevens Voor de berekening is een aantal gegevens nodig zowel voor het nieuw aan te leggen leidingstuk als van het stuk van de bestaande leiding waarop wordt aangesloten. In de onderstaande tabel zijn de leidinggegevens van beide leidingenstukken weergegeven, waar nodig aangevuld met andere gegevens nodig voor de berekening van het plaatsgebonden risico en groepsrisico. Tabel 3-1: Gegevens voor berekening plaatsgebonden risico en groepsrisico ondergrondse buisleidingen Parameter

Eenheid

Stof Inwendige diameter Wanddikte Ontwerpdruk Maximale werkdruk Gebruikelijk debiet door de leiding

mm/inch mm barg barg kg/s Nm3

Richting van de stroming

Blad 4 van 17

Stikstofleiding Variant nr. 1 (Verbindingsstuk) Stikstof 100% 168,3/6,87 9,5 100 97 0,97 40.000 Noord-> Zuid

Stikstofleiding Variant nr. 2 (Deel waarop aangesloten wordt) Stikstof 100% 168,3/6,87 onbekend 100 97 0,97 40.000 Noord->Zuid

Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op stikstofleiding projectnummer 0472036.100 24 december 2021 revisie 01 SGS Roos+Bijl

3.3

Diepteligging cq. gronddekking (gemeten vanaf bovenkant leiding tot aan maaiveld) Materiaal waaruit de grond bestaat Stand der techniek maatregelen van toepassing? Lengte van het leidingdeel dat bestudeerd wordt in deze QRA Totale lengte van de gehele stikstof voerende leiding inclusief aanvoer en afvoer delen -leiding lengte voor eerste punt nieuwe leiding (op terrein DOW) -leiding lengte na laatste punt nieuwe leiding Veiligheidsmaatregelen

[m]

Van DOW (Terneuzen) naar BASF (Zandvliet) 1,2

Van DOW (Terneuzen) naar BASF (Zandvliet) Minimaal 1,5

[-] [-]

Zand en klei Ja, alle

Zand en klei Ja, alle

[km]

0,173

Meer dan 43

[km]

Meer dan 45,173 km

Meer dan 43 km

[km]

2,0 km (schatting)

[km]

Meer dan 43 km

Fractie jaar gebruik

%

Diepte 1,2 m Waarschuwingslint Mech. Inline inspection en < 30 SMYS Inwendig. Corr: Niet corrosief tov leiding Uitwend.Corr: inline Inspection Natuurlijke oorz. Red. uitgesl. 100

Diepte 1,5 m Deze leiding is Piggable: Mech: Inline Inspection Inwend. Corr.: Niet corrosief tov leiding Uitwend. Corr: Inline Inspection Natuurlijke oorz. Red. uitgesl. 100

Omgeving van de leiding: functies en bestemmingen Deze leiding is gelegen in de directe nabijheid van DOW-Terneuzen. De bestemmingen in de directe omgeving van de nieuwe leiding betreffen:  Agrarisch;  Groen;  Bedrijventerrein A (categorie 5.1);  Bedrijventerrein B;  Verkeer;  Leidingstrook.

3.4

Omgeving van de nieuwe leiding: bijzondere objecten Windturbines In de handleiding risicoberekeningen Bevb, module D Chemicaliënleidingen is aangegeven dat de invloed van windturbines dient te worden meegenomen in de beoordeling van de veiligheid van de leidingen. De meest nabije windturbines zijn gelegen op een afstand van 5.700 m. Deze afstand is te groot voor een substantiële beïnvloeding. Vliegvelden Het meest nabije vliegveld is het vliegveld Woensdrecht: dit is gelegen op bijna 40 km. De planlocatie is echter niet gelegen onder een aanvliegroute. Daarom zijn er geen additionele faalfrequenties van toepassing. Hoogspanningsmast In de nabijheid van de verbindende leiding is een hoogspanningsmast gelegen. Deze hoogspanningsmast heeft een kleinste afstand tot de leiding van circa 86 m. Het is echter niet dit

Blad 5 van 17

Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op stikstofleiding projectnummer 0472036.100 24 december 2021 revisie 01 SGS Roos+Bijl

leidingstuk dat bestudeerd wordt in deze QRA: dat leidingstuk van 173 m ligt iets meer naar het noorden. De kleinste afstand tot dit leiding stuk tot aan de hoogspanningsmast bedraagt 115 m. We schatten de hoogte van deze hoogspanningsmast in als lager dan 115 m (zelfs lager dan 50 m). Dat betekent dat wanneer deze hoogspanningsmast zou omvallen deze de leiding niet kan raken. Daarnaast merken we op dat de rekenmethodiek alleen de invloed van windturbines benoemd en niet die van hoogspanningsmasten. Kenmerken van deze mast: Land: Nederland Verbinding: Terneuzen - Westdorpe Mastnummer: TNZ-WDO-150-6 Bouwwijze: Vakwerkmast Mastmodel: Hamerkopmast Subtype AE Mastfunctie: Eindmast Beheerder: TenneT In dienst: 1971 - heden Benutting 1x 150 kV (parallel geschakeld).

Figuur 3.2: Foto van de hoogspanningsmast. Het betreft een eind-mast: de leidingen gaan hier de grond in. De mast heeft een geringe hoogte (minder dan 50 m).

Blad 6 van 17

Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op stikstofleiding projectnummer 0472036.100 24 december 2021 revisie 01 SGS Roos+Bijl

4 Modellering In dit hoofdstuk is de modellering volgens Handleiding Risicoberekeningen Bevb, versie 3.2 (d.d. 1 januari 2021) behandeld.

4.1

Modellering: gegevens Stikstof De leiding bevat 100% stikstof. Stikstof is een bijzondere stof: het is niet toxisch en het is niet brandbaar. Het kan effecten hebben op mensen door zuurstofverdringing. Daarvoor moet zowel de blootstellingsduur als de concentratie stikstof aanzienlijk zijn, voor er letale effecten op mensen optreden. Gebruik is gemaakt van een probit van stikstof (waarmee de sterfte wordt berekend) met de volgende kenmerken: A = -65,7 (ppm per minuut); B = 1; N = 5,2. In onderstaande tabellen is een aantal modelleringsaspecten opgenomen van het verbindende leidingstuk van 173 m. De modellering van het leidingstuk waarop wordt aangesloten (gele leiding in figuur 3.1) is vrijwel identiek. In de tekst onder de tabellen is aangegeven op welke punten deze leiding afwijkt van het verbindende lijnstuk van 173 m. Tabel 4-2: Modelleringsgegevens tabel 1 Modelleringsparameter

Eenheid

Stikstofleiding (verbinding)

In rekenmodel opgenomen

Stof Inwendige diameter Ontwerpdruk Maximale werkdruk Hoogte van de uittrede Gebruikelijk debiet door de leiding Krater gebruiken ? Materiaal waaruit de grond bestaat Stand der techniek maatregelen van toepassing? Totale lengte van de gehele leiding inclusief aanvoer en afvoer -voor eerste punt nieuwe leiding -lengte nieuwe leiding -na laatste punt nieuwe leiding Kenmerken aanvoerende leiding

mm/inch barg Barg m Kg/s [] [-] [-]

Stikstof 100% 168,3/6,62 100 97 -1,2 0,97 In werkelijkheid een krater Klei en zand Ja

Stikstof 100% 168,3/6,62 Niet van toepassing 97 0,01 (volgens rekenmodel) 0 (worst-case) In model geen krater Niet van toepassing Ja

[km]

45,173

45,173

[km] [km]

2 0,173 43

Zie paragraaf hierna 1,2

2 0,173 43 Identiek verondersteld aan die van de verbindende leiding Zie tabel 3.1: Diepteligging Beheersmaatregelen en faalfrequentie zijn anders. Zie paragraaf hierna 1,2

100

100

Kenmerken afvoerende leiding

Veiligheidsmaatregelen Diepteligging Fractie jaar gebruik

m-mv [m] %

Blad 7 van 17

Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op stikstofleiding projectnummer 0472036.100 24 december 2021 revisie 01 SGS Roos+Bijl

Tabel 4-3: Modelleringsgegevens tabel 2 Modelleringsparameter

Eenheid

In rekenmodel opgenomen

Relevant scenario

[-]

Hoe te modelleren ?

[-]

Ontstekingskans

[-]

Krater

[-]

Materiaal van de grond Uitstroomhoogte Richting uitstroming

[m] [-]

Ruwheidswaarde van de buisleiding Relevant interval voor berekening effecten

[µm] [s]

Breuk van de buisleiding Lek van de buisleiding 10% max 20 mm: 10% van 168,3 = 16,8 mm Breuk: Long pipeline model Lek: Long pipeline model Breuk: Niet van toepassing Lek: Niet van toepassing Breuk: nee Lek: Nee Niet relevant 0,01 Breuk: Verticaal Lek: Verticaal 45 (default) Up to 10 rates

Afvoerende leiding De afvoerende leiding ligt in zijn algemeenheid dieper dan 1,5 m. De geringste dekking die voorkomt is 1,5 m. Daarom is uitgegaan van deze diepteligging. Een waarschuwingslint is niet aangebracht. Daarnaast is de leiding niet uitgelegd op een design waarin minder dan 30% SMYS stress wordt veroorzaakt in de leiding. Daarentegen kan de leiding wel gepigged worden, zodat als beheersmaatregelen toegepast (kunnen) worden:  Mechanische faaloorzaken voorkomen m.b.v. inline inspectie;  Faaloorzaken als gevolg van inwendige corrosie voorkomen m.b.v. inline inspectie;  Faaloorzaken als gevolg van uitwendige corrosie voorkomen m.b.v. inline inspectie. Bij de faaloorzaken van inwendige corrosie is echter gekozen voor de instelling dat het medium volledig niet corrosief is voor de leiding. Dit leidt tot een grotere reductie in de faalkans dan het doen van inline inspection.

4.2

Modellering: faalfrequentie Het vaststellen van de faalfrequentie van de leiding vindt plaats in drie stappen:  Faalfrequentie niveau 1 is altijd van toepassing. Het is een basisfrequentie.  Faalfrequentie niveau 2: deze faalfrequentie is van toepassing wanneer diverse maatregelen van de stand der techniek van toepassing zijn.  Faalfrequentie niveau 3: additioneel op de stand der techniek maatregelen zijn er extra veiligheidsverhogende maatregelen mogelijk. In het hier onderstaande wordt dit toegelicht. Faalfrequenties niveau 1 De faalfrequenties voor gastransportleidingen gelden voor de leiding inclusief de verbindingen, zoals flenzen, lassen en kleppen en exclusief pompen. Volgens de Hari Bevb Module D [1] is de volgende faalfrequentie van toepassing wanneer geen aanvullende gegevens van de leiding bekend zijn (niveau 1 faalfrequentie):  Breuk van de leiding; 1,5 x 10-4/km.j.  Lek van de leiding: 4,5 x 10-4/km.j. Deze faalfrequentie is opgedeeld in een aantal afzonderlijke faaloorzaken. Zie onderstaande tabel.

Blad 8 van 17

Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op stikstofleiding projectnummer 0472036.100 24 december 2021 revisie 01 SGS Roos+Bijl

Tabel 4-4: Faalfrequentie van een buisleiding (niveau 1). Faaloorzaak Beschadiging door derden Mechanische oorzaken Inwendige corrosie Uitwendige corrosie Natuurlijke oorzaken Operationeel/Overige oorzaken Totaal

Breukfrequentie [1/j.km] 7,19 x 10-5 3,23 x 10-5 5,71 x 10-6 1,72 x 10-5 9,15 x 10-6 1,38 x 10-5

Breuk: Aandeel [%] 47,9 21,5 3,8 11,5 6,1 9,2

Lekfrequentie [1/j.km] 9,86 x 10-5 1,45 x 10-4 4,40 x 10-5 1,32 x 10-4 1,35 x 10-5 1,71 x 10-5

Lek: Aandeel [%] 21,9% 32,2% 9,8% 29,3% 3,0% 3,8%

1,5 x 10-4

100

4,5 x 10-4

100

Faalfrequenties niveau 2 Met betrekking tot het nieuw aan te leggen leidingstuk dat het onderwerp is van deze QRA zijn alle ‘stand der techniek’ maatregelen van toepassing. Dit bekent dat de faalfrequentietabel anders wordt: namelijk: Tabel 4-5: Faalfrequentie van een buisleiding (niveau 2). Faaloorzaak Beschadiging door derden Mechanische oorzaken Inwendige corrosie Uitwendige corrosie Natuurlijke oorzaken Operationeel/Overige oorzaken Totaal

Breukfrequentie [1/j.km] 1,77 x 10-5 7,96 x 10-6 1,41 x 10-6 4,25 x 10-6 2,26 x 10-6 3,40 x 10-6

Breuk: Aandeel [%] 47,9% 21,5% 3,8% 11,5% 6,1% 9,2%

Lekfrequentie [1/j.km] 2,63 x 10-5 3,86 x 10-5 1,17 x 10-5 3,52 x 10-5 3,60 x 10-6 4,56 x 10-6

Lek: Aandeel [%] 21,9% 32,2% 9,8% 29,3% 3,0% 3,8%

3,70 x 10-5

100%

1,20 x 10-4

100%

Faalfrequenties niveau 3 Aanvullend op de faalfrequentie van niveau 2 zijn er een aantal veiligheidsmaatregelen van toepassing. Het betreft: Diepteligging: De referentie diepteligging van de rekenmethodiek bedraagt 0,84 m. Leidingen die dieper liggen krijgen een correctie op de faalfrequentie waardoor de faalfrequentie afneemt. Leidingen die minder diep liggen krijgen een correctie die ertoe leidt dat de faalfrequentie hoger wordt. De formule die deze correctie beschrijft is onderstaand weergegeven: Faalfrequentiebeschadiging door derden, gecorrigeerd=Faalfrequentiebeschadiging door derden/e-2,4 x (0,84-z) Waarbij z = diepteligging (m). Aangegeven is dat de leiding een minimale diepteligging heeft van 1,2 m of meer. In dit rapport gaan we ervan uit dat de leiding een diepteligging heeft van 1,2 m. Dit betekent dat er een correctie op de faalfrequentie van toepassing is: Breuk: Faalfrequentiebeschad. derd, gecorr.=1,77 x 10-5/e-2,4 x (0,84-1,2) = 1,77 x 10-5/2,37= 7,468 x 10-6 Lek: Faalfrequentiebeschad. derd, gecorr.=2,63 x 10-5/e-2,4 x (0,84-1,2) = 2,63 x 10-5/2,37= 1,109 x 10-6 Als eenheid voor dit getal geldt: 1/km.j. Andere veiligheidsverhogende maatregelen (leiding stuk 173 m)  Waarschuwingslint welke wordt meebegraven boven de leiding;  Maximum stress in de leiding blijft beneden 30% SMYS of er vindt een Inline inspectie plaats

Blad 9 van 17

Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op stikstofleiding projectnummer 0472036.100 24 december 2021 revisie 01 SGS Roos+Bijl

  

Inwendige corrosie: buismateriaal is inherent niet corrosief t.o.v. stikstof; Uitwendige corrosie: er vindt een inline inspectie plaats; Natuurlijke oorzaken: kunnen redelijkerwijs worden uitgesloten.

De resulterende faalfrequentie voor het leidingstuk van 173 m bedraagt (zie bijlage 1 voor een berekening): Breuk: 9,31 x 10-6 1/j.km Lek: 1,89 x 10-5 1/j.km. De faalfrequentie van het leidingstuk waarop aangesloten wordt (gele leiding): Breuk: 8,478 x 10-6/j.km Lek: 1,7696 x 10-5/j.km.

4.3

Modellering: overige uitgangspunten De berekeningen zijn uitgevoerd met het rekenprogramma Safeti-NL versie 8.3. Gevolgd is het Rekenprotocol Handleiding Risicoberekeningen Bevb module D - Chemicaliën leidingen (d.d. 1 januari 2021.). Als meteobestand is gebruikt het meteobestand van Vlissingen. Er is een oppervlakteruwheid van 0,1603 m gebruikt. Deze is opgebouwd uit de volgende componenten: zie tabel 5.1. Tabel 4-6: de vier punten in de omgeving van de leiding waarvan de oppervlakte ruwheid is afgeleid. Coördinaat in de omgeving van de leiding X 44.000 44.000 45.000 45.000 Gemiddelde

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11562644/1