2022-05-18 bijlage Beheersverordening Dow, Mosselbanken, Logistiek Park - 2W- 2022-03-30
Tekst van het document
Waterstofleiding Variant nr. 2 (Deel waarop aangesloten wordt) Waterstof 100% 168,3/6,87 onbekend 100 97 0,97 40.000 Noord->Zuid
Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op waterstofleiding projectnummer 0472036.100 7 september 2021 revisie 00 SGS Roos+Bijl
3.3
Diepteligging cq. gronddekking (gemeten vanaf bovenkant leiding tot aan maaiveld) Materiaal waaruit de grond bestaat Stand der techniek maatregelen van toepassing? Lengte van het leidingdeel dat bestudeerd wordt in deze QRA Totale lengte van de gehele waterstof voerende leiding inclusief aanvoer en afvoer delen -leiding lengte voor eerste punt nieuwe leiding (op terrein DOW) -leiding lengte na laatste punt nieuwe leiding Veiligheidsmaatregelen
[m]
Van DOW (Terneuzen) naar BASF (Zandvliet) 1,2
Van DOW (Terneuzen) naar BASF (Zandvliet) Minimaal 1,5
[-] [-]
Zand en klei Ja, alle
Zand en klei Ja, alle
[km]
0,173
Meer dan 43
[km]
Meer dan 45,173 km
Meer dan 43 km
[km]
2,0 km (schatting)
[km]
Meer dan 43 km
Fractie jaar gebruik
%
Diepte 1,2 m Waarschuwingslint Mech. Inline inspection en < 30 SMYS Inwendig. Corr: Niet corrosief tov leiding Uitwend.Corr: inline Inspection Natuurlijke oorz. Red. uitgesl. 100
Diepte 1,5 m Deze leiding is Piggable: Mech: Inline Inspection Inwend. Corr.: Niet corrosief tov leiding Uitwend. Corr: Inline Inspection Natuurlijke oorz. Red. uitgesl. 100
Omgeving van de leiding: functies en bestemmingen Deze leiding is gelegen in de directe nabijheid van DOW-Terneuzen. De bestemmingen in de directe omgeving van de nieuwe leiding betreffen: Agrarisch; Groen; Bedrijventerrein A (categorie 5.1); Bedrijventerrein B; Verkeer; Leidingstrook.
3.4
Omgeving van de nieuwe leiding: bijzondere objecten Windturbines In de handleiding risicoberekeningen Bevb, module D Chemicaliënleidingen is aangegeven dat de invloed van windturbines dient te worden meegenomen in de beoordeling van de veiligheid van de leidingen. De meest nabije windturbines zijn gelegen op een afstand van 5.700 m. Deze afstand is te groot voor een substantiële beïnvloeding. Vliegvelden Het meest nabije vliegveld is het vliegveld Woensdrecht: dit is gelegen op bijna 40 km: de planlocatie is echter niet gelegen onder een aanvliegroute. Daarom zijn er geen additionele faalfrequenties van toepassing.
Blad 5 van 17
Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op waterstofleiding projectnummer 0472036.100 7 september 2021 revisie 00 SGS Roos+Bijl
4 Modellering In dit hoofdstuk is de modellering volgens Handleiding Risicoberekeningen Bevb, versie 3.1 (d.d. 1 april 2020) behandeld.
4.1
Modellering: gegevens Waterstof De leiding bevat 100% waterstof. Waterstof is een bijzondere stof: het brandt met een vrijwel onzichtbare vlam. Door het ontbreken van roet in de vlam zendt de vlam relatief weinig straling uit: daarentegen zijn de afgassen zeer heet. De ontstekingsenergie van waterstof is zeer laag: er is discussie over de ontstekingskansen van waterstofuitstromingen. In zijn algemeenheid wordt aangenomen dat de uitstroming bij hoge drukken (zoals hier het geval) een turbulentie veroorzaakt met voldoende energieverdichtingen om het waterstof spontaan tot ontsteking te brengen. De rekenmethodiek gaat ook uit van een ontstekingskans van 1. In het rekenmodel is uitgegaan van 100% waterstof. In onderstaande tabellen is een aantal modelleringsaspecten opgenomen van het verbindende leidingstuk van 173 m. De modellering van het leidingstuk waarop wordt aangesloten (gele leiding in figuur 3.1) is vrijwel identiek. In de tekst onder de tabellen is aangegeven op welke punten deze leiding afwijkt van het verbindende lijnstuk van 173 m. Tabel 4-2: Modelleringsgegevens tabel 1 Modelleringsparameter
Eenheid
Waterstofleiding (verbinding)
In rekenmodel opgenomen
Stof Inwendige diameter Ontwerpdruk Maximale werkdruk Gebruikelijk debiet door de leiding Materiaal waaruit de grond bestaat Stand der techniek maatregelen van toepassing? Totale lengte van de gehele leiding inclusief aanvoer en afvoer -voor eerste punt nieuwe leiding -lengte nieuwe leiding -na laatste punt nieuwe leiding Kenmerken aanvoerende leiding
mm/inch barg Barg Kg/s [-] [-]
Waterstof 100% 168,3/6,62 100 97 0,97 Klei en zand Ja
Waterstof 100% 168,3/6,62 Niet van toepassing 97 0,97 Mix Ja
[km]
45,173
45,173
[km] [km]
2 0,173 43
Zie paragraaf hierna 1,2
2 0,173 43 Identiek verondersteld aan die van de verbindende leiding Zie tabel 3.1: Diepteligging Beheersmaatregelen en faalfrequentie zijn anders. Zie paragraaf hierna 1,2
100
100
Kenmerken afvoerende leiding
Veiligheidsmaatregelen Diepteligging Fractie jaar gebruik
m-mv [m] %
Tabel 4-3: Modelleringsgegevens tabel 2 Modelleringsparameter
Eenheid
In rekenmodel opgenomen
Relevant scenario
[-]
Breuk van de buisleiding Lek van de buisleiding 10% max 20 mm: 10% van 168,3 = 16,8 mm
Blad 6 van 17
Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op waterstofleiding projectnummer 0472036.100 7 september 2021 revisie 00 SGS Roos+Bijl
Hoe te modelleren ?
[-]
Ontstekingskans
[-]
Krater
[-]
Materiaal van de grond Diepteligging Richting uitstroming
[m] [-]
Ruwheidswaarde van de buisleiding Relevant interval voor berekening effecten
[µm] [s]
Breuk: Long pipeline model Lek: Long pipeline model Breuk: 1 Lek: 1 Breuk: ja Lek2: Ja Mix 1 ,2 Breuk: Verticaal Lek: Verticaal 45 (default) 0 tot 20 (default)
Afvoerende leiding De afvoerende leiding ligt in zijn algemeenheid dieper dan 1,5 m. De geringste dekking die voorkomt is 1,5 m. Daarom is uitgegaan van deze diepteligging. Een waarschuwingslint is niet aangebracht. Daarnaast is de leiding niet uitgelegd op een design waarin minder dan 30% SMYS stress wordt veroorzaakt in de leiding: daarentegen kan de leiding wel gepigged worden, zodat als beheersmaatregelen toegepast (kunnen) worden: Mechanische faaloorzaken voorkomen m.b.v. inline inspectie; Faaloorzaken als gevolg van inwendige corrosie voorkomen m.b.v. inline inspectie; Faaloorzaken als gevolg van uitwendige corrosie voorkomen m.b.v. inline inspectie. Bij de faaloorzaken van inwendige corrosie is echter gekozen voor de instelling dat het medium volledig niet corrosief is voor de leiding. Dit leidt tot een grotere reductie in de faalkans dan het doen van inline inspection.
4.2
Modellering: faalfrequentie Het vaststellen van de faalfrequentie van de leiding vindt plaats in drie stappen: Faalfrequentie niveau 1 is altijd van toepassing. Het is een basisfrequentie. Faalfrequentie niveau 2: deze faalfrequentie is van toepassing wanneer diverse maatregelen van de stand der techniek van toepassing zijn. Faalfrequentie niveau 3: additioneel op de stand der techniek maatregelen zijn er extra veiligheidsverhogende maatregelen mogelijk. In het hier onderstaande wordt dit toegelicht. Faalfrequenties niveau 1 De faalfrequenties voor gastransportleidingen gelden voor de leiding inclusief de verbindingen, zoals flenzen, lassen en kleppen en exclusief pompen. Volgens de Hari Bevb Module D [1] is de volgende faalfrequentie van toepassing wanneer geen aanvullende gegevens van de leiding bekend zijn (niveau 1 faalfrequentie): Breuk van de leiding; 1,5 x 10-4/km.j. Lek van de leiding: 4,5 x 10-4/km.j. Deze faalfrequentie is opgedeeld in een aantal afzonderlijke faaloorzaken. Zie onderstaande tabel.
2
De Handleiding is niet specifiek over de vraag of een kratermodel gebruikt moet worden bij het scenario breuk en lek of alleen bij breuk. Er zijn argumenten aanwezig die ervoor pleiten dat het kratermodel alleen gebruikt moet worden bij het scenario breuk. Toch hebben we in dit geval het kratermodel ook gebruikt voor lek, om discussie te voorkomen.
Blad 7 van 17
Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op waterstofleiding projectnummer 0472036.100 7 september 2021 revisie 00 SGS Roos+Bijl
Tabel 4-4: Faalfrequentie van een buisleiding (niveau 1). Faaloorzaak Beschadiging door derden Mechanische oorzaken Inwendige corrosie Uitwendige corrosie Natuurlijke oorzaken Operationeel/Overige oorzaken Totaal
Breukfrequentie [1/j.km] 7,19 x 10-5 3,23 x 10-5 5,71 x 10-6 1,72 x 10-5 9,15 x 10-6 1,38 x 10-5
Breuk: Aandeel [%] 47,9 21,5 3,8 11,5 6,1 9,2
Lekfrequentie [1/j.km] 9,86 x 10-5 1,45 x 10-4 4,40 x 10-5 1,32 x 10-4 1,35 x 10-5 1,71 x 10-5
Lek: Aandeel [%] 21,9% 32,2% 9,8% 29,3% 3,0% 3,8%
1,5 x 10-4
100
4,5 x 10-4
100
Faalfrequenties niveau 2 Met betrekking tot het nieuw aan te leggen leidingstuk dat het onderwerp is van deze QRA zijn alle ‘stand der techniek’ maatregelen van toepassing. Dit bekent dat de faalfrequentietabel anders wordt: namelijk: Tabel 4-5: Faalfrequentie van een buisleiding (niveau 2). Faaloorzaak Beschadiging door derden Mechanische oorzaken Inwendige corrosie Uitwendige corrosie Natuurlijke oorzaken Operationeel/Overige oorzaken Totaal
Breukfrequentie [1/j.km] 1,77 x 10-5 7,96 x 10-6 1,41 x 10-6 4,25 x 10-6 2,26 x 10-6 3,40 x 10-6
Breuk: Aandeel [%] 47,9% 21,5% 3,8% 11,5% 6,1% 9,2%
Lekfrequentie [1/j.km] 2,63 x 10-5 3,86 x 10-5 1,17 x 10-5 3,52 x 10-5 3,60 x 10-6 4,56 x 10-6
Lek: Aandeel [%] 21,9% 32,2% 9,8% 29,3% 3,0% 3,8%
3,70 x 10-5
100%
1,20 x 10-4
100%
Faalfrequenties niveau 3 Aanvullend op de faalfrequentie van niveau 2 zijn er een aantal veiligheidsmaatregelen van toepassing. Het betreft: Diepteligging: De referentie diepteligging van de rekenmethodiek bedraagt 0,84 m. Leidingen die dieper liggen krijgen een correctie op de faalfrequentie waardoor de faalfrequentie afneemt. Leidingen die minder diep liggen krijgen een correctie die ertoe leidt dat de faalfrequentie hoger wordt. De formule die deze correctie beschrijft is onderstaand weergegeven: Faalfrequentiebeschadiging door derden, gecorrigeerd=Faalfrequentiebeschadiging door derden/e-2,4 x (0,84-z) Waarbij z = diepteligging (m). Aangegeven is dat de leiding een minimale diepteligging heeft van 1,2 m of meer. In dit rapport gaan we ervan uit dat de leiding een diepteligging heeft van 1,2 m. Dit betekent dat er een correctie op de faalfrequentie van toepassing is: Breuk: Faalfrequentiebeschad. derd, gecorr.=1,77 x 10-5/e-2,4 x (0,84-1,2) = 1,77 x 10-5/2,37= 7,468 x 10-6 Lek: Faalfrequentiebeschad. derd, gecorr.=2,63 x 10-5/e-2,4 x (0,84-1,2) = 2,63 x 10-5/2,37= 1,109 x 10-6 Als eenheid voor dit getal geldt: 1/km.j.
Andere veiligheidsverhogende maatregelen (leiding stuk 173 m) Waarschuwingslint welke wordt meebegraven boven de leiding; Maximum stress in de leiding blijft beneden 30% SMYS of er vindt een Inline inspectie plaats Inwendige corrosie: buismateriaal is inherent niet corrosief t.o.v. waterstof; Uitwendige corrosie: er vindt een inline inspectie plaats;
Blad 8 van 17
Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op waterstofleiding projectnummer 0472036.100 7 september 2021 revisie 00 SGS Roos+Bijl
Natuurlijke oorzaken: kunnen redelijkerwijs worden uitgesloten.
De resulterende faalfrequentie voor het leidingstuk van 173 m bedraagt (zie bijlage 1 voor een berekening): Breuk: 9,31 x 10-6 1/j.km Lek: 1,89 x 10-5 1/j.km. De faalfrequentie van het leidingstuk waarop aangesloten wordt (gele leiding): Breuk: 8,478 x 10-6/j.km Lek: 1,7696 x 10-5/j.km.
Blad 9 van 17
Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op waterstofleiding projectnummer 0472036.100 7 september 2021 revisie 00 SGS Roos+Bijl
5 Rekenresultaten De berekeningen zijn uitgevoerd met het rekenprogramma Safeti-NL versie 8.3. Gevolgd is het Rekenprotocol Handleiding Risicoberekeningen Bevb module D - Chemicaliën leidingen (d.d. 1 april 2020.). Als meteobestand is gebruikt het meteobestand van Vlissingen. De berekeningen zijn uitgevoerd conform de uitgangspunten in hoofdstuk 4. Er is een oppervlakteruwheid van 0,1603 m gebruikt. Deze is opgebouwd uit de volgende componenten: zie tabel 5.1. Tabel 5.1: de vier punten in de omgeving van de leiding waarvan de oppervlakte ruwheid is afgeleid. Coördinaat in de omgeving van de leiding X 44.000 44.000 45.000 45.000 Gemiddelde
5.1
Coördinaat in de omgeving van de leiding Y 373.000 372.000 373.000 372.000
Oppervlakteruwheid volgens Landelijk Grondgebruiksbestand Nederland (LGN5+) 0,256 0,198 0,017 0,170 0,1603
Plaatsgebonden risico In onderstaande figuur is het plaatsgebonden risico gepresenteerd. Gepresenteerd zijn twee situaties: 1): de situatie waarin alleen de verbindende, nieuw aan te leggen leiding in de berekening is gebracht; 2): de situatie waarin naast de nieuw aan te leggen leiding, ook de afvoerende leiding in de berekening is gebracht. De reden dat ook de leiding waarop is aangesloten in de plaatsgebonden risicoberekeningen wordt betrokken heeft te maken met het feit dat 173 m een relatief geringe afstand is: wanneer het effect gebied van een scenario een zelfde orde grootte heeft, zal extra leiding lengte tot een toename van het PR van de gehele of een groot deel van 173 m leiding aanleiding geven. Dus om verrassingen te voorkomen zijn beide situaties in beeld gebracht.
Blad 10 van 17
Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op waterstofleiding projectnummer 0472036.100 7 september 2021 revisie 00 SGS Roos+Bijl
Figuur 5.1: plaatsgebonden risico van de nieuw aan te leggen leiding (zonder afvoerende leiding).
Figuur 5.2: plaatsgebonden risico van de nieuw aan te leggen leiding (inclusief afvoerende leiding).
Blad 11 van 17
Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op waterstofleiding projectnummer 0472036.100 7 september 2021 revisie 00 SGS Roos+Bijl
Toetsing aan Bevb: Het leidingstuk dat beoordeeld wordt (het nieuw aan te leggen leidingstuk) bevat geen 10-6/jaar contour: dit volgt uit beide figuren (5.1 en 5.2). Er zijn twee toetscriteria: Er mogen geen kwetsbare objecten aanwezig zijn of kunnen zijn binnen de 10-6/jaar contour; De 10-6/jaar contour dient binnen 5 m van de leiding te liggen; Aan beide toetscriteria is voldaan. Er is voldaan aan het Bevb.
5.2
Groepsrisico Om een groepsrisico te kunnen berekenen moet bevolking in het rekenmodel gebracht worden. De afstand tot aan waar bevolking in het model gebracht dient te worden, wordt bepaald door de grootste 1% letaliteitsafstand: deze bedraagt 93 m vanaf de buisleiding gemeten. Dit betreft het scenario breuk van de leiding bij weergesteldheid D9. In Figuur 5.3 is het invloedgebied gegeven. De bestemmingsplannen die van toepassing zijn geven de bestemmingen welke mogelijk zijn binnen het invloedsgebied. De volgende bestemmingsplannen zijn relevant voor deze berekening: Beheersverordening DOW, Mosselbanken, Logistiek Park, 1e Wijziging, Waterstofgasleiding, vastgesteld op 15 maart 2018. Buitengebied, vastgesteld op 25 juni 2013. De volgende bestemmingen zijn in het invloedsgebied aanwezig: Leidingen (leidingstroken) en groen; Bedrijventerrein A; Bedrijventerrein B; Agrarisch; Verkeer. Bedrijventerrein A en B (en leidingen) De bevolking is grofmazig in de berekening gebracht: de nieuw aan te leggen leiding (173 m) ligt in een gebied waarin diverse leidingstroken zijn aangebracht in een omgeving waar tevens een Bedrijventerrein A is gespecificeerd. De bestemming leidingstroken heeft een grillige ingewikkelde vorm: de bestemming leidingstroken is daarom genegeerd: alles is opgevat als Bedrijventerrein A.
Daarnaast komt het invloedsgebied over een perceel met bestemming Bedrijventerrein B. Voor beide bestemmingen is aangehouden een bezetting van 40 personen per hectare met een aanwezigheid van 100% in de dag en 20% in de nacht. Leidingen Percelen met de bestemming leidingen zijn genegeerd: deze zijn ingevuld als bedrijventerrein A (zie voorgaande beschrijving). Agrarisch Percelen met de bestemming agrarisch zijn voorzien van bevolking met het uitgangspunt 1 persoon per hectare met een aanwezigheid van 100% in de dag en 100% in de nacht. Verkeer Percelen met de bestemming verkeer zijn niet gewaardeerd met een personendichtheid. Zie figuur 5.4 en tabel 5.2.
Blad 12 van 17
Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op waterstofleiding projectnummer 0472036.100 7 september 2021 revisie 00 SGS Roos+Bijl
Figuur 5.3: invloedsgebied van de leiding.
Figuur 5.4: bevolkingsvlakken in het invloedsgebied van de leiding.
Blad 13 van 17
Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op waterstofleiding projectnummer 0472036.100 7 september 2021 revisie 00 SGS Roos+Bijl
Tabel 5.2: Gegevens van de bevolkingsvlakken. Nr
Bestemming
Opper vlak [ha]
Kental
Eenheid kental
Aantal aanwezigen
Nr 1 Nr 2 Nr 3 Nr 4 Nr 5 Nr 6 Nr 7 Nr 8 Nr 9
Agrarisch Agrarisch Agrarisch Groen Agrarisch Bedrijf. A Groen Bedrijf B Agrarisch
25,3 1,00 4,2 0,65 2,45 8,4 3,08 1,58 2,3
1 1 1 0 1 40 0 40 1
Pers/ha Pers/ha Pers/ha Pers/ha Pers/ha Pers/ha Pers/ha Pers/ha Pers/ha
25,3 1,0 4,2 0 2,45 337 0 63,6 2,3
Aanwezigheid dag 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100%
Aanwezigheid dag 100% 100% 100% 100% 100% 20% 100% 20% 100%
Bevolk -ing dag
Bevolki ng nacht
25,3 1,0 4,2 0 2,45 337 0 63,6 2,3
25,3 1,0 4,2 0 2,45 67,4 0 12,7 2,3
Gebruik is gemaakt van kentallen opgenomen in [2]. Het groepsrisico van een leiding is gedefinieerd bij een leidinglengte van 1000 m. Volgens de Handleiding dient bij een leiding langer dan 1000 m te worden gezocht naar dat stuk van de leiding dat het hoogste groepsrisico heeft. In dit geval is het groepsrisico berekend van het nieuwe stuk leiding (lengte 173 m) aangevuld met een stuk van de afvoerende leiding (ruim 900 m). De totale lengte van de leiding betrokken in de groepsrisicoberekening bedraagt ruim 1.000 m. Op deze wijze wordt een groepsrisico berekend van de leiding van circa (ruim) 1 km: zie Figuur 5.5. Daarmee is voldaan aan de vereiste dat het groepsrisico behoort te worden berekend over een leidinglengte van 1.000 m. Aangezien de leiding korter is dan 1.000 m (namelijk 173 m) is niet gezocht naar die km die het hoogste groepsrisico geeft.
Figuur 5.5: groepsrisico van de aansluiting (173 m) inclusief een deel van de afvoerende leiding.
Blad 14 van 17
Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op waterstofleiding projectnummer 0472036.100 7 september 2021 revisie 00 SGS Roos+Bijl
Toetsing Groepsrisico Het groepsrisico leidt tot maximaal 7 slachtoffers en komt niet in de buurt van de oriëntatiewaarde. Voor het groepsrisico is geen norm aanwezig die niet overschreden mag worden. Wel is er een oriëntatiewaarde: deze heeft een attenderende waarde en geeft aan of een groepsrisico als hoog of laag moet worden beschouwd. Formeel begint het groepsrisico vanaf 10 slachtoffers of meer. Aangezien hier maximaal 7 slachtoffers worden berekend, is er formeel gesproken geen groepsrisico. Indien voor de realisatie van deze leiding een bestemmingsplan wijziging nodig is, is de verantwoordingsplicht groepsrisico van toepassing. De verantwoordingsplicht groepsrisico is een taak van de gemeente. Deze verantwoording kan beperkt in omvang blijven. De volgende zaken dienen uitgewerkt te worden: BevB: Artikel 12 a, b, f, en g zijn van toepassing. Artikel 12a: overzicht van aanwezige personen in de omgeving van de buisleiding; Dit is onder andere uitgewerkt in tabel 5.2. Artikel 12b: de hoogte van het groepsrisico; Dit is uitgewerkt in paragraaf 5.2. Artikel 12f: de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval; Dit is in dit rapport niet uitgewerkt.
Artikel 12g: de mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het invloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken, om zich in veiligheid te brengen indien zich een ramp of zwaar ongeval voordoet. Dit is in dit rapport niet uitgewerkt.
Blad 15 van 17
Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op waterstofleiding projectnummer 0472036.100 7 september 2021 revisie 00 SGS Roos+Bijl
6 Conclusie Op verzoek van SGS Roos+Bijl heeft Antea Group externe veiligheidsberekeningen uitgevoerd van een waterstofleidingstuk gelegen tussen DOW-Terneuzen en een afvoerende waterstofleiding. Het waterstofleidingstuk verzorgt de verbinding van DOW-Terneuzen met de afvoerende waterstofleiding. De volgende conclusies zijn uit deze berekeningen naar voren gekomen.
6.1
Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico voldoet aan het Bevb. Een 10-6/jaar plaatsgebonden risicocontour is niet aanwezig.
6.2
Groepsrisico Er worden maximaal 7 slachtoffers berekend voor het verbindende deel inclusief een deel van de afvoerende leiding (zodat een leiding stuk ontstaat van circa 1 km). Daarmee is er formeel geen groepsrisico aanwezig.
6.3
Verantwoordingsplicht groepsrisico Indien voor het realiseren van de genoemde aansluiting een bestemmingsplan wijziging nodig is, is de verantwoordingsplicht groepsrisico van toepassing. De verantwoordingsplicht groepsrisico is in principe een taak van de gemeente. Aangezien het groepsrisico beperkt is (formeel zelfs afwezig) kan de verantwoordingsplicht beperkt in omvang blijven. BevB: Artikel 12 a, b, f, en g zijn van toepassing. Artikel 12a: overzicht van aanwezige personen in de omgeving van de buisleiding: Dit is onder andere uitgewerkt in tabel 5.2 Artikel 12b: de hoogte van het groepsrisico Dit is uitgewerkt in paragraaf 5.2. Artikel 12f: de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval; Dit is in dit rapport niet uitgewerkt. Artikel 12g: de mogelijkheden voor personen die zich bevinden in het invloedsgebied van de buisleiding of buisleidingen die het groepsrisico mede veroorzaakt of veroorzaken, om zich in veiligheid te brengen indien zich een ramp of zwaar ongeval voordoet. Dit is in dit rapport niet uitgewerkt.
Blad 16 van 17
Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op waterstofleiding projectnummer 0472036.100 7 september 2021 revisie 00 SGS Roos+Bijl
7 Gebruikte documenten [1] Handleiding Risicoberekeningen Besluit Externe Veiligheid Buisleidingen, module chemicaliën leidingen, RIVM, d.d. 1-4-2020 versie 3.1. [2]
Publicatie Gevaarlijke Stoffen 1, Deel 6: Aanwezigheidsgegevens.
Blad 17 van 17
Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op waterstofleiding projectnummer 0472036.100 7 september 2021 revisie 00 SGS Roos+Bijl
Bijlage 1: Frequentieberekening
Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op waterstofleiding projectnummer 0472036.100 7 september 2021 revisie 00 SGS Roos+Bijl
Bijlage 1: Frequentieberekening Faalfrequenties van het stuk van 173 m leiding
Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op waterstofleiding projectnummer 0472036.100 7 september 2021 revisie 00 SGS Roos+Bijl
Breuk Scenario's Berekening faalfrequentie volgens rekenmethodiek 1 juli 2014: BREUK
State of the art voorwaarden voor toepassing niveau 2 Van toepassing ? Het gebruiken van een effecti ef veili gheidsbeheerssysteem conform Algemeen artikel 4 lid 1 van het Besl uit Externe Veiligheidheid Buisleidingen (BevB) en NEN3650/NTA-8000 Beschadiging door derden Duidelijk aangegeven bovengrondse markeringen van de buisl eiding die vanuit elk gezichtspunt waarneembaar zijn. Van de regel kan worden afgeweken bi j praktische beperkingen zoals bij bochten, bosschages en obstakels Periodieke communicatie met landeigenaren om deze bewust te maken en houden van de aanwezigheid van de buisleiding Geimplementeerd KLIC/WION systeem met actief rappel Mechanisch Leiding aangelegd voor 1980: Het beschikbaar hebben van een mechanical assesment van de bui sleiding Leiding aangelegd vanaf 1980: Geen nadere eisen: is afgedekt doro sterk verbeterde kwaliteitscontrol e en kwaliteitsborging (QA/QC) bij de aanleg van een buisleiding.
Inwendige corrosie Corrosie management systeem bestaande uit: Bepaling van de product corrosiviteit Toepasing van ontwerpmaatregelen gebaseerd op corrosiviteit (zoals bijvoorbeeld corrosietoeslag op wanddikte, toepassen corrosie inhibitie, toepassen corrosi ebestendige staallegering van de buiswand en eventuele inwendi ge coating/ 'liner'.: Effectief monitoringsprogramma (bijvoorbeeld bewaki ng product kwaliteit, middels sampling, chemicalien injectie, sampling op metaalafgifte). Toepassen van passende coating en kathodische bescherming conform Uitwendige corrosie NEN3654. Effectief monitoringsprogramma van kathodi sche bscherming van coating Het constructief ontwerp in relatie tot zettingen en spanningen is Natuurlijke oorzaken bekend, gedocumenteerd en er zijn passende maatregelen getroffen. Operationeel/overig Gespecificeerde werkgebied mbt druk, debiet, temp en tripssettings. Geautomatiseerde procesbewaking en procesbeveiligingen Monitoring van relevante DCS- of SCADA-data om binnen dit werkgebied te blijven opereren. Veranderingen van werkgebied alleen toegestaan middels vastgestelde procedures, zoals bij wijzigingen (Management of Change, MoC).
Geselecteerde faalfrequenties per onderdeel: afhankelijk van bovenstaande keuze tabel niveau 1 of niveau 2 frequenties Faaloorzaken en frequenties Faalfrequentie [km -1 jaar -1 ]
Aandeel
Beschadiging door derden
1,77E-05
47,9%
Mechanisch
7,96E-06
21,5%
Inwendi ge corrosie
1,41E-06
3,8%
Uitwendige corrosie
4,25E-06
11,5%
Natuurlijke oorzaken
2,26E-06
6,1%
Operationeel /overig
3,40E-06
9,2%
3,70E-05
100%
Ki es in de volgende clusters de maatregel en die van toepassing zi jn
Onderwerp
Beschadiging door derden
Ongecorrigeerde faalfrequentie Dieptel igging [m]
1,2
Maatregelen cluster 1
Geen maatregel
Maatregelen cluster 2 Maatregelen cluster 3
Waarschuwingslint Geen maatregel
Maatregelen cluster 4
Geen maatregel Geen maatregel 0,0 Geen maatregel
Maatregelen cluster 5 Maatregelen cluster 6: extra dekking Maatregelen cluster 7 Totaal van de factoren Gecorrigeerde faalfrequentie
Onderwerp Ongecorrigeerde faalfrequentie Maatregelen
Ongecorrigeerde faalfrequentie Maatregelen
Ongecorrigeerde faalfrequentie Maatregelen
1 1,67 1 1 1 1 1
Mechanisch
Factor
7,96E-06 Uitvoeren passende High-res. Metal ILI/defect analyse/reparatie
Inwendige corrosie
Factor
1,41E-06 Medium i s aantoonbaar inherent niet corrosief voor materiaal buisleiding (v1.000.000.000,00 1000000000 1,41E-15
Uitwendige corrosie
Factor
4,25E-06 Uitvoeren passende High-res. Metal ILI/defect analyse/reparatie
Totaal van de factoren
1,00E+01
Gecorrigeerde faalfrequentie
4,25E-07
Onderwerp Ongecorrigeerde faalfrequentie Maatregelen
Natuurlijke oorzaken
2,26E-07
Operationeel/overig
Ongecorrigeerde faalfrequentie
Factor 3,40E-06
Geen maatregel
1,00
Totaal van de factoren
1,00E+00
Gecorrigeerde faalfrequentie
3,40E-06
Onderwerp Faalfrequentie niveau 1 Faalfrequentie niveau 2
Gecorrigeerde faalfrequentie
10,00
1,00E+01
Gecorrigeerde faalfrequentie
Maatregelen
10,00
Factor
2,26E-06 Ontoelaatbare zetting/spanni ng redelijkerwijs verregaand ui tgesloten
Totaal van de factoren
Onderwerp
10,00
10 7,96E-07
Totaal van de factoren Gecorrigeerde faalfrequentie
Onderwerp
2,37
3,96 4,47E-06
Totaal van de factoren Gecorrigeerde faalfrequentie
Onderwerp
Factor 1,77E-05
Totaal gecorrigeerde faalfrequentie BREUK 1,50E-04 3,70E-05 ontsteki ngskans
9,31411E-06
Kwantitatieve Risico Analyse (QRA) DOW-Terneuzen: aansluiting op waterstofleiding projectnummer 0472036.100 7 september 2021 revisie 00 SGS Roos+Bijl
LEK Scenario's Berekening faalfrequentie volgens rekenmethodiek 1 juli 2014: LEK
State of the art voorwaarden voor toepassing niveau 2 Van toepassing ? Het gebruiken van een effectief veiligheidsbeheerssysteem conform Algemeen artikel 4 li d 1 van het Besluit Externe Veili ghei dheid Buisleidingen (BevB) en NEN3650/NTA-8000 Beschadiging door derden Duidelijk aangegeven bovengrondse markeri ngen van de buisleiding die vanuit elk gezichtspunt waarneembaar zijn. Van de regel kan worden afgeweken bij praktische beperki ngen zoals bij bochten, bosschages en obstakels Periodieke communicatie met landeigenaren om deze bewust te maken en houden van de aanwezigheid van de buisleiding Geimplementeerd KLIC/WION systeem met actief rappel Mechanisch Lei ding aangelegd voor 1980: Het beschikbaar hebben van een mechanical assesment van de buisleiding Lei ding aangelegd vanaf 1980: Geen nadere eisen: is afgedekt doro sterk verbeterde kwaliteitscontrole en kwaliteitsborging (QA/QC) bij de aanleg van een buisleiding.
Inwendige corrosie Corrosie management systeem bestaande uit: Bepaling van de product corrosiviteit Toepasi ng van ontwerpmaatregelen gebaseerd op corrosiviteit (zoals bijvoorbeeld corrosietoeslag op wanddikte, toepassen corrosie inhibitie, toepassen corrosiebestendige staall egering van de buiswand en eventuele inwendige coating/ 'liner'.: Effectief monitoringsprogramma (bijvoorbeeld bewaking product kwaliteit, middels sampling, chemicalien injectie, sampling op metaal afgifte). Toepassen van passende coating en kathodische bescherming conform Uitwendige corrosie NEN3654. Effectief monitoringsprogramma van kathodische bscherming van coating Het constructief ontwerp in relatie tot zettingen en spanningen is Natuurlijke oorzaken bekend, gedocumenteerd en er zijn passende maatregelen getroffen. Operationeel/overig Gespeci ficeerde werkgebied mbt druk, debiet, temp en tripssettings. Geautomatiseerde procesbewaking en procesbeveiligingen Moni toring van relevante DCS- of SCADA-data om binnen dit werkgebied te blijven opereren. Veranderingen van werkgebied alleen toegestaan middels vastgestel de procedures, zoals bij wijzigingen (Management of Change, MoC).
Geselecteerde faalfrequenties per onderdeel: afhankelijk van bovenstaande keuze tabel niveau 1 of niveau 2 frequenties Faaloorzaken en frequenties Faalfrequentie [km -1 jaar -1 ]
Aandeel
Beschadiging door derden
2,63E-05
21,9%
Mechani sch
3,86E-05
32,2%
Inwendige corrosi e
1,17E-05
9,8%
Uitwendige corrosie
3,52E-05
29,3%
Natuurlijke oorzaken
3,60E-06
3,0%
Operationeel/overig
4,56E-06
3,8%
1,20E-04
100%
Kies in de volgende clusters de maatregelen die van toepassing zijn
Onderwerp
Beschadiging door derden
Ongecorrigeerde faalfrequentie Diepteli gging [m]
1,2
Maatregelen cluster 1
Geen maatregel
Maatregelen cluster 2 Maatregelen cluster 3
Waarschuwi ngslint Geen maatregel
Maatregelen cluster 4
Geen maatregel Geen maatregel 0,0 Geen maatregel
Maatregelen cluster 5 Maatregelen cluster 6: extra dekking Maatregelen cluster 7 Totaal van de factoren Gecorrigeerde faalfrequentie
Onderwerp Ongecorrigeerde faalfrequentie Maatregelen
Ongecorrigeerde faalfrequentie Maatregelen
Ongecorrigeerde faalfrequentie Maatregelen
1 1,67 1 1 1 1 1
Mechanisch
Factor
3,86E-05 Uitvoeren passende High-res. Metal ILI/defect analyse/reparatie
Inwendige corrosie
Factor
1,17E-05 Medi um is aantoonbaar inherent niet corrosi ef voor materiaal buisleiding (v 1.000.000.000,00 1000000000 1,17E-14
Uitwendige corrosie
Factor
3,52E-05 Uitvoeren passende High-res. Metal ILI/defect analyse/reparatie
Totaal van de factoren
1,00E+01
Gecorrigeerde faalfrequentie
3,52E-06
Onderwerp Ongecorrigeerde faalfrequentie Maatregelen
Natuurlijke oorzaken
3,60E-07
Operationeel/overig
Ongecorrigeerde faalfrequentie
Factor 4,56E-06
Geen maatregel
1,00
Totaal van de factoren
1,00E+00
Gecorrigeerde faalfrequentie
4,56E-06
Onderwerp Faalfrequentie ni veau 1 Faalfrequentie ni veau 2
Gecorrigeerde faalfrequentie
10,00
1,00E+01
Gecorrigeerde faalfrequentie
Maatregelen
10,00
Factor
3,60E-06 Ontoelaatbare zetting/spanning redelijkerwijs verregaand uitgesloten
Totaal van de factoren
Onderwerp
10,00
10 3,86E-06
Totaal van de factoren Gecorrigeerde faalfrequentie
Onderwerp
2,37
3,96 6,64E-06
Totaal van de factoren Gecorrigeerde faalfrequentie
Onderwerp
Factor 2,63E-05
Totaal gecorrigeerde faalfrequentie LEK 4,50E-04 1,20E-04 ontsteki ngskans
1,8938E-05
1,486
0,308