2022-05-18 bijlage 3 Weerlegging zienswijze flexwonen
Tekst van het document
Bijlage 3 Weerlegging zienswijze flexwonen
De concept beleidsnotitie ‘Grip op Flexwonen’ en de concept beleidsregels ‘Flexbewoning gemeente Terneuzen’ lagen van 24 november 2021 tot en met 5 januari 2022 digitaal ter inzage. Tijdens de inzagetermijn was het mogelijk een zienswijze over de conceptstukken in te dienen. Van de mogelijkheid is gebruik gemaakt door de heer B. Kaiser te Terneuzen. In de zienswijze wordt gesteld dat het beter is om het aantal woningen waarin arbeidsmigranten gehuisvest mogen worden per straat vast te stellen in plaats van vier personen per woning, waarvan in het beleid sprake is. Als voorbeeld wordt gegeven dat er straten zijn in de binnenstad van Terneuzen waarvan aan één zijde van de straat van de elf woningen er zeven bewoond worden door arbeidsmigranten. Een ander voorbeeld is dat een aantal van 70-80 arbeidsmigranten verblijven in een gedeelte van een straat. Expliciet wordt door de indiener van de zienswijze aangegeven dat in bepaalde gebieden er te veel woningen voor andere doeleinden gebruikt worden dan het voor het reguliere en toegestane wonen. Dit zou opgelost kunnen worden door vaststellen van het aantal woningen dat per straat afwijkend hiervan gebruikt mag worden. Het is bekend dat meerdere gemeenten een dergelijk beleid hebben, waarbij per wijk een maximum aantal is bepaald.
Het voorgestane beleid, zoals verwoord in de beleidsnotitie en de beleidsregels zal, naar verwachting, eveneens tot een vermindering en/of goede spreiding van het aantal woningen kunnen leiden. Daarnaast is er aandacht voor het welzijn van de flexbewoner. Er is daarom bewust gekozen voor een beperking van het aantal gebruikers per woning, om te voorkomen dat er teveel personen in ruimtes moeten verblijven die daarvoor niet geschikt is. De verwachting is dat er per woning minder personen gehuisvest zullen worden. Met een beperking van het aantal gebruikers per woning neemt vanzelfsprekend ook het aantal flexwoners/arbeidsmigranten per straat af. De kans is ook aanwezig dat woningen niet meer rendabel worden voor verhuur aan flexbewoners (omdat niet aan de vereisten kan worden voldaan) en deze (weer) beschikbaar zijn voor regulier gebruik. De klachten die het college bereiken met betrekking tot flexbewoning hebben vaak te maken met (geluid)overlast, matig of geen tuinonderhoud, en parkeren in overvolle straten. Ter voorkoming en bestrijding van overlast vanuit de woning of tuin en onvoldoende tuinonderhoud zal het college onder voorwaarden een ontheffing verlenen voor het gebruik als ‘Flexwoning”. Niet naleving van de voorwaarden kan leiden tot het niet verlengen of zelfs intrekking van de ontheffing. Na drie jaar zal altijd een evaluatie plaatsvinden.
En een woning mag maximaal tien jaar in afwijking van de bestemming gebruikt worden. Belangrijk is ook dat de gebruikers van de woning ingeschreven moeten staan in het BRP (Basisregistratie Personen). Dit maakt toezicht en handhaving eenvoudiger, maar zal er ook voor zorgen dat het verloop van bewoners minder zal zijn. Tot slot moet er in de straat zelf geparkeerd kunnen worden. Als dit niet mogelijk is, dan zal er geen ontheffing Flexwonen worden verleend en zal de toch al hoge parkeerdruk in die betreffende straat niet verhoogd worden. Op die manier zal in die straten het aantal woningen dat gebruikt mag worden als flexwoning beperkt blijven.
Uit het voorstaande blijkt met het gekozen beleid er niet alleen zorg is voor het welzijn van de flexbewoners, maar er tevens rekening is gehouden met de leefbaarheid van de omgeving en het zo veel mogelijk voorkomen van overlast.